Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 03 juli 2014
gepubliceerd op 28 juli 2014

Ministerieel besluit betreffende het vervoer en de verwerking van meststoffen

bron
vlaamse overheid
numac
2014035992
pub.
28/07/2014
prom.
03/07/2014
ELI
eli/besluit/2014/07/03/2014035992/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

VLAAMSE OVERHEID

Leefmilieu, Natuur en Energie


3 JULI 2014. - Ministerieel besluit betreffende het vervoer en de verwerking van meststoffen


De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, Gelet op het Mestdecreet van 22 december 2006, artikel 29, § 3, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, artikel 47, § 1, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, artikel 47, § 5, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2011, artikel 48, § 3, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008 en 6 mei 2011, artikel 49, § 1, vervangen bij het decreet van 6 mei 2011 en gewijzigd bij de decreten van 1 maart 2013 en 28 februari 2014, artikel 50, § 1, artikel 50, § 2, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2008 en gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 1 maart 2013, artikel 59, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 6 mei 2011, en artikel 60, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008 en 23 december 2010;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 betreffende de mestverwerking, artikel 3, vervangen bij besluit van 25 januari 2013, artikel 4, § 1, vervangen bij besluit van 25 januari 2013 en artikel 17, vervangen bij besluit van 25 januari 2013;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 februari 2013 tot bepaling van de nadere regels voor het vervoer van meststoffen en houdende uitwerking van de uitzonderingen voor educatieve demonstraties en wetenschappelijke proefnemingen in het kader van het Mestdecreet van 22 december 2006, artikel 2, 4, 6, 14, 15, § 4, 19, § 4, 20, § 1, § 4 en § 6, 22, § 9 en § 10, 23, § 2, 29, § 1 en § 3 en 36, § 4;

Gelet op het ministerieel besluit van 30 juni 2009 betreffende het vervoer van meststoffen;

Gelet op advies 56.391/1 van de Raad van State, gegeven op 19 juni 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° besluit van 10 oktober 2008: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 betreffende de mestverwerking;2° besluit van 8 februari 2013: het besluit van de Vlaamse Regering van 8 februari 2013 tot bepaling van de nadere regels voor het vervoer van meststoffen en houdende uitwerking van de uitzonderingen voor educatieve demonstraties en wetenschappelijke proefnemingen in het kader van het Mestdecreet van 22 december 2006;3° vracht: één rit van aanbieder naar afnemer met een volledige vervoerscombinatie. HOOFDSTUK 2. - Wegingen en analyses van vervoerde meststoffen

Art. 2.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle analyses, debietmetingen en wegingen van meststoffen ter uitvoering van het besluit van 8 februari 2013 en het besluit van 10 oktober 2008, met uitzondering van de weging of volumemeting die gebeurt ter uitvoering van een goedgekeurd massaprotocol als vermeld in artikel 3, § 3, vierde lid, van het besluit van 10 oktober 2008.

Art. 3.Ter uitvoering van artikel 4, zesde lid, van het besluit van 8 februari 2013 wordt de hoeveelheid dierlijke mest of andere meststoffen die overgedragen is, uitgedrukt in ton, bepaald door een weging of een volumemeting.

Ter uitvoering van artikel 19, § 4, vijfde lid, van het besluit van 8 februari 2013 wordt de per vracht reëel vervoerde hoeveelheid meststoffen, uitgedrukt in ton, bepaald door een weging of een volumemeting als: 1° het een transport betreft van dierlijke mest naar een bewerkingseenheid, een verwerkingseenheid of een locatie buiten het Vlaamse Gewest;2° het een transport betreft van dierlijke mest vanuit een bewerkingseenheid of verwerkingseenheid. Ter uitvoering van artikel 36, § 4, tweede lid, van het besluit van 8 februari 2013 wordt de per vracht reëel vervoerde hoeveelheid meststoffen, uitgedrukt in ton, bepaald door een weging of een volumemeting als: 1° het een transport betreft van dierlijke mest naar een bewerkingseenheid, een verwerkingseenheid of een locatie buiten het Vlaamse Gewest;2° het een transport betreft van dierlijke mest vanuit een bewerkingseenheid of verwerkingseenheid. In afwijking van het eerste, het tweede en het derde lid, wordt de per vracht reëel vervoerde hoeveelheid meststoffen, uitgedrukt in ton, niet bepaald door een weging of een volumemeting als het een transport betreft vanuit een verwerkingseenheid of naar een verwerkingseenheid en als de verwerkingseenheid in kwestie een goedgekeurd massaprotocol als vermeld in artikel 3, § 3, vierde lid, van het besluit van 10 oktober 2008, toepast volgens hetwelk geen weging of volumemeting van de betreffende vracht vereist is.

Art. 4.§ 1. Als de weging gebeurt via een weegbrug of een weeginstallatie op het transportmiddel, moet er per vracht minstens één geprinte weegbon zijn. De geprinte weegbon wordt bijgehouden, samen met het register, vermeld in artikel 24, § 3, van het Mestdecreet van 22 december 2006. § 2. Als de weging gebeurt via een weegbrug met automatische registratie, wordt de hoeveelheid vervoerde meststoffen bepaald door het verschil te maken tussen het geladen gewicht van het transportmiddel en het lege gewicht van het transportmiddel.

Per vracht wordt minstens het transportmiddel volgeladen op de weegbrug gewogen.

Om het lege gewicht van het transportmiddel te bepalen, gebruikt men het resultaat van een weging van het lege transportmiddel op de weegbrug op de dag van het transport. In afwijking daarvan kan de Mestbank opleggen dat er ook voor het lege gewicht een weging per vracht gebeurt.

Als de weegbon, vermeld in paragraaf 1, niet automatisch het verschil maakt tussen het volle gewicht van het transportmiddel en het lege gewicht van het transportmiddel, moet de betrokkene: 1° het lege gewicht op de weegbon noteren;2° zelf het verschil berekenen tussen het volle gewicht van het transportmiddel en het lege gewicht van het transportmiddel;3° het verschil, berekend conform punt 2°, op de geprinte weegbon noteren;4° zowel van de lege weging als van de volle weging een geprinte weegbon bijhouden samen met het register, vermeld in artikel 24, § 3, van het Mestdecreet van 22 december 2006. § 3. Als voor transporten van vloeibare meststoffen bij het overpompen van de meststoffen van of naar het transportmiddel de meststoffen door een debietmeter lopen, wordt per vracht de debietmeterstand net voor het overpompen en de debietmeterstand vlak na het overpompen genoteerd.

Voor overdrachten van meststoffen als vermeld in artikel 47, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, waarbij de meststoffen vanuit de naastgelegen exploitatie naar de mestverwerker overgepompt worden, wordt per overpomping de debietmeterstand net voor het overpompen en de debietmeterstand vlak na het overpompen genoteerd. Als er continu of gedurende meer dan een week meststoffen overgepompt worden, wordt minstens wekelijks de actuele debietmeterstand genoteerd.

Per vracht of per overpomping wordt het verschil gemaakt tussen de debietmeterstand vlak na het overpompen en de debietmeterstand net voor het overpompen. Behalve als de debietmeterstanden ook in massa weergegeven worden, wordt het bepaalde verschil nog omgerekend om de vervoerde of overgedragen hoeveelheid, uitgedrukt in ton, te bepalen.

De omrekening gebeurt op basis van de dichtheid van de meststoffen in kwestie. § 4. De dichtheid van de betrokken meststoffen, vermeld in paragraaf 3, derde lid, wordt bepaald op 1 ton per m3.

In afwijking van het eerste lid kan met een afwijkende dichtheid rekening gehouden worden op basis van het resultaat van een analyse van de meststoffen in kwestie.

Als gebruikgemaakt wordt van het resultaat van een analyse van de betrokken meststoffen om de dichtheid ervan te bepalen, moet die analyse aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° de dichtheid van de geanalyseerde meststoffen vermelden in ton per m3;2° betrekking hebben op meststoffen die afkomstig zijn van dezelfde exploitatie of uitbating als de meststoffen die langs de debietmeter gaan;3° betrekking hebben op dezelfde mestsoort als de meststoffen die langs de debietmeter gaan;4° maximaal drie maanden oud zijn op het moment dat de meststoffen langs de debietmeter gaan.

Art. 5.Ter uitvoering van artikel 4, zesde lid, artikel 20, § 6, tweede lid, en artikel 22, § 9, derde lid, van het besluit van 8 februari 2013 wordt om de vervoerde hoeveelheid meststoffen te bepalen gebruikgemaakt van analyseresultaten door: 1° de aanbieder van meststoffen, voor elk transport of elke overdracht van dierlijke mest naar een verwerkingseenheid of naar een locatie buiten Vlaanderen;2° de uitbater van een verwerkingseenheid, voor elke aanvoer of afvoer van meststoffen;3° de erkende mestvoerder, voor elk transport, vermeld in punt 1° of 2°, dat hij uitvoert.

Art. 6.In afwijking van artikel 4, eerste lid, van het besluit van 10 oktober 2008 en ter uitvoering van artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van 10 oktober 2008 kan de samenstelling van de vervoerde meststoffen bepaald worden op een andere manier dan door gebruik te maken van de resultaten van een analyse, als het meststoffen betreft die voldoen aan al de volgende voorwaarden: 1° het betreft hetzij champost, hetzij dierlijke mest, afkomstig van slechts een van de volgende diersoorten of diercategorieën: a) de diersoort paarden;b) de diersoort andere;c) de diercategorie kalkoenen slachtdieren of kalkoenen ouderdieren;d) de diercategorie ander pluimvee;2° er is op het moment van het vervoer geen analyse van de meststof in kwestie bekend die maximaal drie maanden oud is;3° er wordt geen analyse uitgevoerd op de vervoerde meststoffen. Voor de vervoerde meststoffen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt om de samenstelling te bepalen gebruikgemaakt van de forfaitaire cijfers, opgesomd in de tabel, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.

Art. 7.§ 1. Als om de vervoerde of overgedragen hoeveelheid meststoffen te bepalen gebruikgemaakt wordt van een analyse, moeten die analyse en de bijbehorende staalname voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2 tot en met 4. § 2. De staalname wordt uiterlijk op de werkdag ervoor aangemeld via de door de Mestbank ter beschikking gestelde webapplicatie, vermeld in artikel 53/1, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams Reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL).

In afwijking van het eerste lid gebeurt de aanmelding van de staalname voor staalnames die genomen worden ter uitvoering van de afwijking, vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, van het besluit van 10 oktober 2008, uiterlijk op de dag van de analyse. § 3. De analyse waarvan gebruikgemaakt wordt om de vervoerde of overgedragen hoeveelheid meststoffen te bepalen betreft een analyse, uitgevoerd door een erkend laboratorium, die gebeurd is op een staal van de betrokken vracht vervoerde meststoffen. Als er geen analyse is gebeurd van een staal van de betrokken vracht vervoerde meststoffen, kan ook gebruikgemaakt worden van een analyse van een relevant vrachtmengstaal of van een relevant opslagstaal.

Onder een relevant vrachtmengstaal als vermeld in het eerste lid, wordt verstaan: een staal dat een mengstaal is van verschillende stalen, genomen van verschillende vrachten, op voorwaarde dat het over soortgelijke vrachten gaat. De vracht vervoerde meststoffen waarvoor men de resultaten van het vrachtmengstaal wil gebruiken, is ofwel een van de vrachten waarvan een staal is genomen dat deel uitmaakt van het mengstaal in kwestie, ofwel een soortgelijke vracht.

Opdat verschillende vrachten als soortgelijke vrachten als vermeld in het tweede lid, beschouwd zouden worden, is minstens de aanbieder, de soort, de vorm en de meststoffencode van de vervoerde meststoffen voor al de betrokken vrachten gelijk.

Onder een relevant opslagstaal als vermeld in het eerste lid, wordt verstaan: een staal van de opslag vanwaaruit de vracht vervoerde meststoffen waarvoor men de resultaten van het opslagstaal wil gebruiken, afkomstig is of, als de vervoerde meststoffen geproduceerd zijn op het bedrijf of de uitbating van de aanbieder van de meststoffen, een staal van een andere opslag, gelegen op het bedrijf of de uitbating van de aanbieder van de meststoffen, waarin meststoffen opgeslagen zijn waarvan de soort, de vorm en de meststoffencode gelijk zijn aan die van de vervoerde meststoffen. Een opslagstaal kan alleen gebruikt worden op voorwaarde dat de mestsamenstelling van de betreffende opslag, sinds de staalname, niet significant is gewijzigd. Hieronder wordt minstens verstaan dat er aan de betreffende opslag, sinds het moment van de staalname, geen meststoffen meer zijn toegevoegd, behalve dierlijke mest, geproduceerd op dezelfde exploitatie als die waar de mestopslag ligt, op voorwaarde dat het een toevoeging met een mestsoort betreft die op het moment van de staalname al in de mestopslag aanwezig was.

De Mestbank kan bepalen dat bepaalde aanbieders geen of slechts beperkt gebruik kunnen maken van een analyse van een opslagstaal, of kan extra voorwaarden aan het gebruik van dergelijke stalen verbinden. § 4. De analyse mag op de dag van het transport maximaal drie maanden oud zijn als het een transport van een van de volgende soorten meststoffen betreft: 1° meststoffen die bestemd zijn voor of afkomstig zijn van een verwerkingseenheid;2° meststoffen die bestemd zijn voor een afnemer buiten het Vlaamse Gewest. Om de ouderdom van een analyse te bepalen, neemt men de datum van de staalname in rekening en, als het een analyse betreft van een mengstaal, de datum van de eerste betrokken staalname. De datum van de staalname of van de eerste betrokken staalname, als het een mengstaal betreft, is uiterlijk op de dag van het transport. HOOFDSTUK 3. - Mestverwerkingscertificaten

Art. 8.§ 1. Ter uitvoering van artikel 17 van het besluit van 10 oktober 2008 wordt voor elke overdracht van mestverwerkingscertificaten het overdrachtsformulier via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket aan de Mestbank bezorgd.

Ter uitvoering van artikel 17 van het besluit van 10 oktober 2008 meldt de Mestbank het aantal overgedragen mestverwerkingscertificaten via een door de Mestbank ter beschikking gesteld internetloket. Voor de bepaling van de bezwaartermijn, vermeld in artikel 16, § 3, van het besluit van 10 oktober 2008, wordt de betrokken aanbieder of ontvanger geacht de melding, vermeld in artikel 16, § 2, van het besluit van 10 oktober 2008, de zestigste kalenderdag nadat hij het overdrachtsformulier via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket heeft bezorgd, te hebben ontvangen. § 2. Eenieder kan op elk moment aan de Mestbank een papieren overzicht vragen van de verhandelingen van mestverwerkingscertificaten, uitgevoerd in het vorige of het huidige kalenderjaar, waarbij hij als aanbieder of ontvanger betrokken was, met vermelding van het resultaat van elke verhandeling. HOOFDSTUK 4. - Nadere regels ter uitvoering van het vervoersbesluit Afdeling 1. - De transportoverzichten, vermeld in artikel 2 van het

besluit van 8 februari 2013

Art. 9.Ter uitvoering van artikel 2, § 3, van het besluit van 8 februari 2013 worden de overzichten, vermeld in artikel 2, § 1 en § 2, van het besluit van 8 februari 2013, verzonden via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket.

Het overzicht, vermeld in artikel 2, § 2, van het besluit van 8 februari 2013, wordt uiterlijk op 31 januari door de Mestbank ter beschikking gesteld op het internetloket.

Wat betreft de termijn om te melden dat het overzicht, vermeld in artikel 2, § 2, van het besluit van 8 februari 2013, foutief of onvolledig is, wordt de betrokken landbouwer geacht het jaaroverzicht op 1 februari te hebben ontvangen. Afdeling 2. - Het AGR-GPS-systeem

Art. 10.In deze afdeling wordt verstaan onder: 1° beëindigde mesttransportcyclus: een mesttranportcyclus waarvan alle geladen meststoffen gelost zijn.Als het een mesttransport betreft waarvan de losplaats niet binnen Vlaanderen ligt, wordt de mesttransportcyclus geacht beëindigd te zijn op het moment dat de erkende mestvoerder bij het verlaten van Vlaanderen een databericht over het lossen van meststoffen stuurt; 2° databericht: een elektronisch bericht dat verstuurd wordt hetzij tussen het AGR-GPS-apparaat en de GPS-dienstverlener, hetzij tussen de GPS-dienstverlener en de centrale server van de Mestbank;3° GPS-gegevens: op basis van GPS-techniek gemeten gegevens over de positie van het transportmiddel, alsook de datum en de tijd waarop die positiegegevens zijn bepaald;4° mesttransportcyclus: de periode tussen het versturen van het databericht bij het laden van de meststoffen en het sturen van het databericht bij het lossen op de laatste losplaats.

Art. 11.De AGR-GPS-apparatuur moet voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° het AGR-GPS-apparaat is op elk moment aanwezig op het trekkend voertuig en mag niet verplaatst worden;2° het AGR-GPS-apparaat beschikt over een buitenantenne om GPS-signalen te ontvangen;3° het AGR-GPS-apparaat beschikt over een barcodelezer of een manuele invoermogelijkheid om het nummer van het vervoerdocument in te voeren;4° de AGR-GPS-apparatuur kan het aantal gereden kilometers bepalen;5° elke laadruimte die geen vast onderdeel uitmaakt van een trekkend voertuig, zoals een oplegger of een aanhangwagen, is voorzien van een sensor, die niet verplaatst of weggenomen kan worden zonder beschadiging.

Art. 12.Het AGR-GPS-apparaat moet de volgende gegevens automatisch registreren: 1° het AGR-nummer van het desbetreffende AGR-GPS-apparaat, zoals toegekend door de Mestbank;2° het unieke nummer van de sensor die bevestigd is op de laadruimte, waarmee het transport gebeurt.Als het AGR-GPS-apparaat automatisch de koppeling kan maken tussen het nummer van de sensor en het chassisnummer van de laadruimte waarop de sensor is bevestigd, mag het AGR-GPS-apparaat onmiddellijk het chassisnummer registreren; 3° de GPS-gegevens.Het AGR-GPS-apparaat registreert die gegevens voortdurend, vanaf het ogenblik dat de erkende mestvoerder zijn transportmiddel start met de intentie meststoffen op te laden of te gaan opladen, tot het moment waarop die meststoffen volledig gelost zijn. Als het vervoerdocument betrekking heeft op verschillende vrachten, registreert het AGR-GPS-apparaat de GPS-gegevens totdat de laatste vracht meststoffen volledig gelost is. Als de GPS-ontvanger geen signaal ontvangt van de GPS-satellieten en er bijgevolg geen GPS-gegevens gemeten kunnen worden, bewaart het AGR-GPS-apparaat de laatst gemeten GPS-gegevens.

Art. 13.In het AGR-GPS-apparaat moeten de volgende gegevens ingevoerd kunnen worden: 1° het nummer van het vervoerdocument waarop het transport betrekking heeft.Als het vervoerdocument een mestafzetdocument betreft en het nummer van het mestafzetdocument niet via een barcodelezer wordt ingevoerd, voert het AGR-GPS-apparaat een automatische controle uit om na te gaan of het nummer correct is ingevoerd. Daarvoor gaat het AGR-GPS-apparaat na of het ingevoerde nummer opgesteld is conform een modulus 97; 2° het feit dat de erkende mestvoerder meststoffen aan het laden of aan het lossen is;3° het feit of het mesttransport al dan niet beëindigd is;4° het feit dat het om een testbericht gaat. In het eerste lid, 1°, wordt verstaan onder modulus 97: het nummer, vermeld op het mestafzetdocument, dat bestaat uit tien cijfers. Als men de eerste acht cijfers van dat nummer deelt door 97, vindt men de rest van die deling in de twee laatste cijfers. Als de deling opgaat, zijn de laatste twee cijfers « 00 ».

Art. 14.§ 1. Het AGR-GPS-apparaat geeft duidelijk aan de bestuurder van het trekkend voertuig aan dat elk onderdeel van de AGR-GPS-apparatuur correct werkt, zonder dat de bestuurder daarvoor enige handeling hoeft te verrichten. § 2. Als het AGR-GPS-apparaat aangeeft dat een onderdeel van de AGR-GPS apparatuur niet correct werkt of als de erkende mestvoerder zelf merkt dat de AGR-GPS-apparatuur niet correct werkt, mag de erkende mestvoerder de geplande mesttransportcyclus niet aanvatten.

Als de mesttransportcyclus al is aangevat, als het AGR-GPS-apparaat aangeeft dat een onderdeel van de AGR-GPS-apparatuur niet correct werkt of als de erkende mestvoerder zelf merkt dat de AGR-GPS-apparatuur niet correct werkt, mag de erkende mestvoerder de mesttransportcyclus beëindigen. § 3. Zodra het AGR-GPS-apparaat aangeeft dat een onderdeel van de AGR-GPS-apparatuur niet correct werkt, neemt de erkende mestvoerder onmiddellijk contact op met de Mestbank en met de GPS-dienstverlener om het defect te melden. De erkende mestvoerder mag pas een nieuwe mesttransportcyclus aanvatten als de AGR-GPS-apparatuur hersteld is en als hij na het versturen van een testbericht een melding heeft ontvangen van de GPS-dienstverlener dat die het testbericht correct en volledig heeft ontvangen.

Art. 15.Eenieder die als GPS-dienstverlener wil optreden, maakt zich kenbaar aan de Mestbank. De Mestbank zal de GPS-dienstverlener een identificatienummer en een wachtwoord geven.

Art. 16.Telkens als de erkende mestvoerder meststoffen laadt, start er een nieuwe mesttransportcyclus. De erkende mestvoerder kan geen nieuwe mesttransportcyclus starten voor hij de vorige mesttransportcyclus heeft beëindigd.

Het AGR-GPS-apparaat verzendt tijdens elke mesttransportcyclus de volgende databerichten naar de GPS-dienstverlener: 1° een databericht over het laden van meststoffen.Dat databericht wordt automatisch verstuurd zodra de erkende mestvoerder invoert dat hij aan het laden is. De mestvoerder voert het bericht in op het moment dat hij stilstaat op de exacte laadplaats en vóór hij begint met laden; 2° een databericht over het lossen van meststoffen.Dat databericht wordt automatisch verstuurd zodra de erkende mestvoerder invoert dat hij aan het lossen is. De mestvoerder voert het bericht in op het moment dat hij stilstaat op de exacte losplaats en vóór hij begint met lossen; 3° een databericht over de tussentijdse positie van het transportmiddel dat automatisch verstuurd wordt om de vijftien gereden kilometers gedurende elke mesttransportcyclus;4° een databericht over de beëindiging van de mesttransportcyclus.Dat databericht wordt automatisch verstuurd zodra de erkende mestvoerder invoert dat hij de vracht volledig heeft gelost. De mestvoerder voert het bericht in vóór hij vertrekt op de losplaats nadat alle geladen meststoffen gelost zijn.

Het AGR-GPS-apparaat bewaart de gegevens van elk databericht minstens totdat het AGR-GPS-apparaat van de GPS-dienstverlener het bericht krijgt dat het databericht volledig en correct is ontvangen door de GPS-dienstverlener. Als het verzenden niet onmiddellijk lukt, probeert het AGR-GPS-apparaat onophoudelijk om het bericht te verzenden.

De erkende mestvoerder heeft de mogelijkheid om een testbericht te versturen om het AGR-GPS-systeem te testen. De Mestbank kan ook de erkende mestvoerder verplichten om een testbericht te versturen om na te gaan of het AGR-GPS-systeem operationeel is.

Art. 17.De databerichten, vermeld in artikel 16, die verstuurd worden van het AGR-GPS-apparaat naar de GPS-dienstverlener, zijn minstens samengesteld uit de volgende gegevens: 1° het nummer van het vervoerdocument;2° het AGR-nummer van het AGR-GPS-apparaat;3° hetzij het nummer van de sensor, hetzij het chassisnummer van de laadruimte waarop de sensor is bevestigd als de meststoffen vervoerd worden in een laadruimte die over een sensor beschikt;4° de laatst gemeten GPS-gegevens;5° de aanduiding dat het een databericht betreft over het laden, over het lossen of over de tussentijdse positie;6° de aanduiding of de mesttransportcyclus al dan niet beëindigd is;7° de aanduiding of het al dan niet over een testbericht gaat;8° de aanduiding of er op het moment van het versturen van het databericht al dan niet een storing is opgetreden. In het eerste lid, 8°, wordt verstaan onder storing: een belemmering waardoor de GPS-ontvanger geen GPS-signaal ontvangt.

Art. 18.§ 1. De GPS-dienstverlener stuurt na de ontvangst van een databericht of een testbericht als vermeld in artikel 16, een melding naar het AGR-GPS-apparaat dat het databericht of het testbericht heeft verstuurd, waarin hij meedeelt of hij het databericht of het testbericht al dan niet correct en volledig heeft ontvangen. § 2. De GPS-dienstverlener stuurt de databerichten en de testberichten, vermeld in artikel 16, die hij volledig en correct ontvangen heeft van een AGR-GPS-apparaat, onmiddellijk door naar de centrale server van de Mestbank.

De GPS-dienstverlener moet vóór hij die databerichten doorstuurt naar de centrale server van de Mestbank: 1° het nummer van de sensor vervangen door het chassisnummer van de laadruimte waarop de sensor is bevestigd, als de databerichten afkomstig zijn van een AGR-GPS-apparaat dat niet automatisch de koppeling kan maken tussen het nummer van de sensor en het chassisnummer van de laadruimte waarop de sensor is bevestigd;2° het identificatienummer en het wachtwoord toevoegen dat hij als GPS-dienstverlener ontvangen heeft van de Mestbank. § 3. De GPS-dienstverlener mag in de databerichten die hij doorstuurt naar de Mestbank, de gegevens, vermeld in artikel 17, niet wijzigen, met uitzondering van hetgeen bepaald is in paragraaf 2. § 4. De databerichten die naar de centrale server van de Mestbank worden verstuurd, mogen alleen toegankelijk zijn voor de GPS-dienstverlener zolang de centrale server bij de Mestbank geen bericht heeft verstuurd dat de Mestbank het verstuurde databericht correct en volledig heeft ontvangen. § 5. De GPS-dienstverlener bewaart de gegevens van elk databericht minstens totdat hij van de centrale server van de Mestbank het bericht krijgt dat de Mestbank het databericht volledig en correct heeft ontvangen.

Als de GPS-dienstverlener van de centrale server van de Mestbank het bericht krijgt dat de Mestbank het databericht niet volledig en correct heeft ontvangen, verzendt de GPS-dienstverlener het databericht opnieuw. § 6. Als de GPS-dienstverlener andere berichten dan de databerichten en testberichten, vermeld in artikel 16, ontvangt van het AGR-GPS-apparaat, mag de GPS-dienstverlener die niet doorsturen naar de centrale server van de Mestbank.

Art. 19.Bij het invoeren laat de erkende mestvoerder als hij Vlaanderen binnenrijdt, het AGR-GPS-apparaat een databericht verzenden over het laden van meststoffen. Met dat databericht start de mesttransportcyclus van het transport.

Bij het exporteren laat de erkende mestvoerder als hij Vlaanderen verlaat, het AGR-GPS-apparaat een databericht verzenden over het lossen van meststoffen. De erkende mestvoerder geeft in dat databericht ook aan dat hij het mesttransport beëindigt. Met dat databericht eindigt de mesttransportcyclus van het transport.

Art. 20.Het AGR-GPS-systeem wordt geïmplementeerd overeenkomstig de procedure, opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 21.Ter uitvoering van artikel 14, derde lid, van het besluit van 8 februari 2013 bestaat het AGR-nummer uit acht cijfers. Afdeling 3. - Het kenteken voor erkende mestvoerders

Art. 22.Ter uitvoering van artikel 14, derde lid, van het besluit van 8 februari 2013 geldt het kenteken, opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd, als kenteken voor elk transportmiddel dat en voor elke tijdelijke verplaatsbare opslag die vermeld is in de erkenningsbeslissing. Afdeling 4. - Meststoffen waarvan er jaarlijks meer dan 160 kg P2O5

afgevoerd mag worden met een transportmiddel met een nuttig laadvermogen lager dan 500 kg

Art. 23.Ter uitvoering van artikel 23, § 2, tweede lid, van het besluit van 8 februari 2013 kan eenieder die ofwel een producent van andere meststoffen is, ofwel een uitbater van een verwerkingseenheid is, van de volgende meststoffen meer dan 160 kg P2O5 afvoeren met een transportmiddel met een nuttig laadvermogen lager dan 500 kg: 1° groencompost;2° gft-compost;3° bewerkte dierlijke producten die voldoen aan de microbiologische vereisten van verordening nr.1069/2009; 4° gedroogde andere meststof die afkomstig is van een vergistingsinstallatie. Ter uitvoering van artikel 23, § 2, tweede lid, van het besluit van 8 februari 2013 kan een uitbater van een verwerkingseenheid meer dan 160 kg P2O5, afkomstig van paardenmest en aangevoerd met een transportmiddel met een nuttig laadvermogen lager dan 500 kg, ontvangen. Afdeling 5. - Nadere bepalingen over het melden van de samenstelling

van de vervoerde meststoffen wat betreft transporten die plaatsvinden ter uitvoering van een burenregeling

Art. 24.Als voor een transport waarvoor een melding als vermeld in artikel 49, § 1, tweede lid, 6°, van het Mestdecreet van 22 december 2006, moet gebeuren, de samenstelling van de vervoerde meststoffen bepaald wordt op basis van een analyse waarvan de resultaten op het ogenblik van de melding, vermeld in artikel 22, § 9, derde lid, van het besluit van 8 februari 2013, nog niet bekend zijn, wordt bij de melding vermeld dat de analyse nog niet beschikbaar is. Zodra men over de analyse beschikt en uiterlijk op de veertigste dag na de dag van het transport wordt de samenstelling van de vervoerde meststoffen, zoals vastgesteld door de analyse, meegedeeld. In afwijking daarvan moeten voor transporten die plaatsvinden in de periode van 15 november tot en met 31 december, die gegevens uiterlijk op 14 januari van het volgende productiejaar via de internetapplicatie gemeld worden. Afdeling 6. - Nadere bepalingen over de invoer of uitvoer van

dierlijke mest of andere meststoffen als vermeld in artikel 29 van het besluit van 8 februari 2013

Art. 25.Als de aanvraag, vermeld in artikel 29, § 1, eerste lid, van het besluit van 8 februari 2013, betrekking heeft op de invoer van dierlijke mest of andere meststoffen, vermeldt de aanvraag de volgende gegevens: 1° de naam, het adres, de handtekening en het uitbatingsnummer van de erkende mestvoerder of van de erkende verzender die het transport gaat uitvoeren;2° de naam en het adres van de aanbieders van de meststoffen;3° de sector waartoe de aanbieders van de meststoffen behoren;4° de identificatiegegevens van de afnemer van de meststoffen, namelijk de naam en de handtekening van de afnemer van de meststoffen en ofwel het exploitatienummer, het exploitantnummer en het exploitatieadres van de afnemer van de meststoffen, ofwel het uitbatingsnummer en het uitbatingsadres van de afnemer van de meststoffen;5° de soort, de vorm, de meststoffencode en de hoeveelheid, uitgedrukt in ton, dierlijke mest of andere meststoffen die ingevoerd zullen worden;6° de aard van de bestemming van de meststoffen die ingevoerd zullen worden;7° het land of de regio van herkomst van de meststoffen die ingevoerd zullen worden;8° de periode waarin de meststoffen ingevoerd zullen worden;9° het bewijs van betaling van de verschuldigde bedragen, vermeld in artikel 29, § 5, eerste lid, van het besluit van 8 februari 2013;10° in voorkomend geval een kopie van de toestemming van het land of de regio van herkomst. Onder de sector waartoe de aanbieders van de meststoffen behoren, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verstaan dat elke aanbieder van de meststoffen er een van de volgende activiteiten uitoefent. De aanbieder: 1° is een producent van dierlijke mest;2° is een producent van andere meststoffen;3° baat een mestverzamelpunt uit;4° is een uitbater van een bewerkings- of verwerkingseenheid die beschikt over een erkenning in het kader van verordening nr. 1069/2009.

Onder de aard van de bestemming van de meststoffen die ingevoerd zullen worden, vermeld in het eerste lid, 6°, wordt verstaan dat met de meststoffen een van de volgende handelingen wordt uitgevoerd: 1° met de meststoffen wordt onmiddellijk een bemesting uitgevoerd;2° de meststoffen worden verder bewerkt of verwerkt;3° de meststoffen worden eerst op de exploitatie of de uitbating van de afnemer opgeslagen. De periode waarin de meststoffen ingevoerd zullen worden, vermeld in het eerste lid, 8°, bedraagt maximaal twaalf maanden. In afwijking daarvan mag, voor de invoer van schuimaarde, de periode waarin de meststoffen ingevoerd zullen worden, vijf jaar bedragen.

Er kunnen alleen verschillende aanbieders als vermeld in het eerste lid, 2°, op één aanvraag worden vermeld als er voor de betrokken invoer van meststoffen maximaal één toestemming van het land of de regio van herkomst nodig is.

Art. 26.Als de aanvraag, vermeld in artikel 29, § 1, eerste lid, van het besluit van 8 februari 2013, betrekking heeft op de uitvoer van dierlijke mest of andere meststoffen, vermeldt de aanvraag de volgende gegevens: 1° de naam, het adres, de handtekening en het uitbatingsnummer van de erkende mestvoerder of van de erkende verzender die het transport gaat uitvoeren;2° de identificatiegegevens van de aanbieder van de meststoffen, namelijk de naam van de aanbieder van de meststoffen en ofwel het exploitatienummer, het exploitantnummer en het exploitatieadres van de aanbieder van de meststoffen, ofwel het uitbatingsnummer en het uitbatingsadres van de aanbieder van de meststoffen.Als de aanvraag betrekking heeft op verschillende aanbieders, moeten de identificatiegegevens van alle betrokken aanbieders vermeld worden; 3° de naam, de handtekening en het adres van de afnemers van de meststoffen;4° de sector waartoe de afnemers van de meststoffen behoren;5° de soort, de vorm, de meststoffencode en de hoeveelheid, uitgedrukt in ton, dierlijke mest of andere meststoffen die uitgevoerd zullen worden;6° het land of de regio van bestemming van de meststoffen die uitgevoerd zullen worden;7° de periode waarin de meststoffen uitgevoerd zullen worden;8° het bewijs van betaling van de verschuldigde bedragen, vermeld in artikel 29, § 5, eerste lid, van het besluit van 8 februari 2013;9° in voorkomend geval een kopie van de toestemming van het land of de regio van bestemming. Onder de sector waartoe de afnemers van de meststoffen behoren, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt verstaan, dat elke afnemer van de meststoffen een van de volgende activiteiten uitvoert. De afnemer: 1° gebruikt landbouwgronden;2° baat een mestverzamelpunt uit;3° is een uitbater van een bewerkings- of verwerkingseenheid die beschikt over een erkenning in het kader van verordening nr. 1069/2009.

De periode waarin de meststoffen uitgevoerd zullen worden, vermeld in het eerste lid, 7°, bedraagt maximaal twaalf maanden.

Er kunnen alleen verschillende aanbieders als vermeld in het eerste lid, 2°, of verschillende afnemers als vermeld in het eerste lid, 3°, op één aanvraag worden vermeld als er voor de betrokken uitvoer van meststoffen maximaal één toestemming van het land of de regio van herkomst en maximaal één toestemming van het land of de regio van bestemming nodig is. HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

Art. 27.Het ministerieel besluit van 30 juni 2009 betreffende het vervoer van meststoffen wordt opgeheven.

Brussel, 3 juli 2014.

De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage 1. - Tabel van de forfaitaire mestsamenstellingscijfers als vermeld in artikel 6, tweede lid

type dierlijke mest

aantal kg N/ton mest

aantal kg P2O5/ton mest

dichtheid ton/m3

mest, afkomstig van de diercategorie ander pluimvee, met uitzondering van eenden

17,4

19,3

0,5

mest, afkomstig van eenden

11,0

14,0

0,8

mest, afkomstig van schapen

8,3

3,5

0,8

mest, afkomstig van geiten

6,6

3,5

0,8

gier, afkomstig van paarden

4,0

0,2

1,0

mest, afkomstig van paarden, andere dan gier

5,0

3,0

0,7

gier, afkomstig van nertsen

2,0

0,2

1,0

mest, afkomstig van nertsen, andere dan gier

14,1

25,3

0,6

gier, afkomstig van konijnen die niet gehouden worden in een deeppitstal

1,4

0,0

1,0

mengmest, afkomstig van konijnen die niet gehouden worden in een deeppitstal

8,5

13,5

1,0

Mest, andere dan mengmest en gier, afkomstig van konijnen die niet gehouden worden in een deeppitstal

16,9

13,8

0,8

mest, afkomstig van konijnen die gehouden worden in een deeppitstal

13,4

12,7

0,7


Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 3 juli 2014 betreffende het vervoer en het verwerken van meststoffen.

Brussel, 3 juli 2014.

De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage 2. - Procedure voor de implementatie van het AGR-GPS-systeem als vermeld in artikel 20 PROCEDURE VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN HET AGR-GPS-SYSTEEM Figuur 1 geeft een overzicht van het AGR-GPS-systeem op functioneel niveau.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 1. Procesbeschrijving van de gegevensoverdracht 1.1 Globaal processchema

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Zoals de bovenstaande figuur laat zien, zijn er drie pijlen van toepassing voor de gegevensleverancier. (GPS-dienstverlener).

Twee ingaande stromen (namelijk één stroom vanuit 'koppelvlak berichtdefinitie' en één stroom vanuit 'opstellen bevestiging') en één uitgaande stroom (namelijk naar 'ontvangen en verwerken'). In de volgende paragrafen zal er een beschrijving worden gegeven van die processen, die in relatie staan tot de gegevensleverancier. 1.2 Opstellen berichtdefinitie en koppelvlak Het koppelvlak heeft als doel om de structuur van de aanleverende partij en de vragende partij op elkaar te kunnen laten aansluiten zonder dat er bij een van beide partijen de structuur van de ander moet worden geïmplementeerd. Dat koppelvlak heeft ook als doel bij wijzigingen zo min mogelijk acties bij de gegevensaanleverende partij te leggen.

De berichtdefinitie is de basis van de elektronische gegevensuitwisseling. De individuele berichtdefinities worden opgenomen in een XML-schema en de koppeling tussen dat schema en de gegevensberichten en berichtsoorten worden daar gelegd. 1.3 Ontvangen, verwerken en controleren

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld server 1: de centrale server die beheerd wordt door de GPS-dienstverlener server 2: de centrale server bij de Mestbank AGR-gegevens worden opgeslagen in een AGR-GPS-apparaat op het transportmiddel en worden met GPRS doorgestuurd naar de centrale server van de GPS-dienstverlener. Van daaruit worden de gegevens doorgestuurd door middel van een webservice naar de centrale server bij de Mestbank (zie figuur 3). Daarvoor wordt gebruikgemaakt van een XML-bericht.

Een door een GPS-dienstverlener verstuurd bericht wordt ontvangen op een daarvoor bestemde HTTPS-server bij de Mestbank. De relevante gegevens worden doorgegeven aan het volgende proces (veld 'controle opbouw, volledigheid, formaat' als vermeld in figuur 2).

Als de webservice op de centrale server van de Mestbank geen antwoord heeft, wordt een HTTP-errorcode gegeven aan de centrale server van de GPS-dienstverlener.

Nadat server 2 de gegevens heeft ontvangen, controleert server 2 het bericht en geeft een succes- of errorcode terug (XML-bericht) aan server 1 (zie 'answer webservice' als vermeld in figuur 3). Het controleren van het XML-bericht houdt de controle in van de opbouw, de volledigheid en het formaat van het bericht, zoals gespecificeerd volgens het XML-schema. 2. Specificatie van de interface De interface tussen de software van de gegevensleverancier (GPS-dienstverlener) en de software van de Mestbank bestaat uit drie delen: - het bestand met daarin de gegevens van het databericht.Dat is het 'koppelvlak'. Het koppelvlak is van het type Extended Markup Language (XML). De definitie van het bericht in XML wordt in paragraaf 2.1 gegeven; - een proces waarmee de gegevens worden verstuurd; - de bevestiging, zoals vermeld in figuur 2. 2.1 Specificatie van het koppelvlak Het koppelvlak (XML) moet worden aangemaakt en ingevuld door het informatiesysteem van de GPS-dienstverlener.

In het bestand worden de gegevens opgenomen van één databericht. Alle gegevens in het XML-bericht moeten opgenomen worden volgens de hierna bepaalde volgorde. Alle velden worden omsloten door XML-tags.

De definitie van het XML-bericht, verstuurd door de GPS-dienstverlener naar de centrale server van de Mestbank, wordt gegeven in de onderstaande tabel: Begin XXX XXX XXX Begin data Header XXX Apparatuur XXX XXX Formulier XXX XXX XXX XXX Transport LadenXXX XXX XXX Tussen XXX XXX XXX Lossen XXX XXX XXX Einde data Einde De definitie van het XML-bericht verstuurd naar de GPS-dienstverlener als bevestiging zoals vermeld in figuur 2: XXX 2.2 Definitie van AGR-gegevens 2.2.1 Procedure voor het verzamelen, opslaan en versturen van transportgegevens Een mesttransport wordt begeleid door een vervoerdocument, waarbij elk document is voorzien van een uniek identificatienummer (veld: MadNummer, EvoaNummer). Het veld MadNummer wordt ingevuld met het nummer dat vermeld staat op het desbetreffende mestafzetdocument. Het veld EvoaNummer wordt ingevuld met het EVOA-nummer en het volgnummer, zoals vermeld op het EVOA-document, gescheiden door een spatie.

Onder EVOA-document wordt verstaan het vervoersdocument, vermeld in bijlage I, B, bij Verordening nr. 1013/2006.

Tijdens elke mesttransportcyclus worden er databerichten verstuurd.

Elk databericht bevat altijd een code 'DataCompleet', die aanduidt of de cyclus al dan niet afgelopen is. De letter 'N' wordt ingevuld als de cyclus nog loopt, de letter 'J' als de cyclus afgelopen is.

Tijdens het verzenden en ontvangen van databerichten kunnen er problemen optreden, waardoor berichten verminkt kunnen overkomen of helemaal niet overkomen. Uit de inhoud van de bevestiging is af te leiden of een verzonden databericht in goede staat is ontvangen. Als de bevestiging in haar geheel uitblijft, moet ervan worden uitgegaan dat het bericht niet is overgekomen. Als dat soort communicatieproblemen optreden, moet naargelang het geval waarin de problemen zich voordoen, het AGR-GPS-apparaat of de GPS-dienstverlener proberen de transportgegevens opnieuw te versturen. 2.2.2 Verklaring van de transportgegevens Sectie Begin (verplicht bij ieder databericht) Deze sectie bestaat uit een identificerend gedeelte waarin het identificatienummer en het wachtwoord van de GPS-dienstverlener worden meegegeven (gegevens aanleveraar code, gegevens aanleveraar wachtwoord). De GPS-dienstverlener ontvangt van de Mestbank bij registratie een identificatienummer en een wachtwoord. Om een transparant versiebeheer toe te laten, wordt het versienummer van de gebruikte webservice (webserviceversion) in het bericht vermeld.

Sectie Header (verplicht bij ieder databericht) Er is een mogelijkheid tot het versturen van een testbericht, waarbij het veld 'DataTestbericht ' moet worden ingevuld met keuze uit 'J' of 'N'.

Sectie Apparatuur (verplicht bij ieder databericht) Het AGR-GPS-apparaat heeft een uniek AGR-nummer, dat bekend is bij de Mestbank. Dat AGR-nummer moet ingevuld worden in het veld Agridentificatie.

Als er een storing (belemmering waardoor de GPS-ontvanger geen GPS-signaal ontvangt) is geweest op het moment van het versturen van het databericht vanuit het AGR-GPS-apparaat naar de GPS-dienstverlener, wordt dat in het veld 'Storingsindicatie' met 'J' aangegeven.

Sectie Formulier (verplicht bij ieder databericht) Voor iedere mesttransportcyclus kan slechts één vervoerdocument nummer 'MadNummer of EvoaNummer' ingevuld worden. Dat nummer wordt ingevoerd in het AGR-GPS-apparaat.

Het veld 'Datacompleet' ('J' of 'N') geeft aan of de mesttransportcyclus al dan niet beëindigd is. In het veld 'DataCompleet' kan alleen 'J' worden ingevuld als het een databericht betreft over het lossen van meststoffen.

Als de laadruimte waarin de meststoffen zich bevinden, is voorzien van een sensor, moet de GPS-dienstverlener zorgen dat als inhoud voor het veld 'LaadruimteIdentificatie' het chassisnummer van de laadruimte ingevuld is.

Sectie Transport Sectie Laden en Lossen en Tussen (bij ieder databericht minstens een laad-, tussen- of losplaatspositie) Tijdens de mesttransportcyclus worden er databerichten verstuurd over het laden van meststoffen, over het lossen van meststoffen en over de tussentijdse positie van het transportmiddel.

Bij het laden van meststoffen moet de erkende mestvoerder het nummer van het vervoerdocument invoeren.

Sectie onderdelen positie bepalingen Bij elk databericht moeten de laatst gemeten GPS-gegevens doorgegeven worden.

Voor het doorgeven van de GPS-positiegegevens moet de volgende methode worden gebruikt: Latitude/Longitude, WGS84.

Het formaat bestaat uit een aanduiding in graden (D) en minuten (M), aangevuld met een aanduiding in N(orth)/S(outh) voor latitude, en een aanduiding in E(ast)/W(est) voor longitude.

De minuten zijn hierbij in decimale getallen, met een fractie achter de punt.

Formaat: DDMM.MM,[N/S],DDDMM.MM,[E/W] Voorbeeld: 5050.04,N,00421.12,E Een positiebepaling bestaat uit het vastleggen van de volgende gegevens: - GPSlocatie: GPS-coördinaten die worden gelezen uit de ontvangen GPS-gegevens (latitude/longitude,WGS84); - GPSdatum: datum waarop de coördinaten zijn vastgelegd, die rechtstreeks wordt overgenomen uit de ontvangen GPS-gegevens. De datum moet worden verstuurd in het formaat ddmmyyyy. De datum moet worden weergegeven volgens UTC (Coordinated Universal Time); - GPStijd: tijdstip waarop de coördinaten zijn vastgelegd, die rechtstreeks wordt overgenomen uit de ontvangen GPS-gegevens. De tijd moet worden verstuurd in het formaat uumm. De tijd moet worden weergegeven volgens UTC (Coordinated Universal Time).

Momenten van positiebepaling Van iedere mesttransportcyclus moeten de volgende GPS-gegevens worden geregistreerd: - LadenInlezenFormulierGPSLocatie: positiebepaling net voor het laden van meststoffen; - LadenInlezenFormulierGPSDatum (zie GPSDatum); - LadenInlezenFormulierGPSTijd (zie GPSTijd); - LossenGPSLocatie: positiebepaling net voor het lossen van meststoffen; - LossenGPSdatum (zie GPSDatum); - LossenGPSTijd (zie GPSTijd); - TussenGPSLocatie: tussentijdse plaatsbepalingen (om de 15 km); - TussenGPSDatum (zie GPSDatum); - TussenGPSTijd (zie GPSTijd). 2.3 Specificatie versturen databericht Het versturen van de AGR-gegevens gaat via een 'HTTPS-request', waarbij de gegevens (XML-bericht) worden overgedragen via een webservice. Doordat wordt gebruikgemaakt van HTTPS in plaats van HTTP (de 'S' staat voor 'secure'), worden de data in versleutelde vorm overgedragen. Er wordt op http-protocolniveau niet gecontroleerd op 'identificatienummer' en 'wachtwoord'. De controle daarop vindt plaats nadat het databericht op HTTP-protocolniveau correct is overgedragen.

De authenticatie kan gebeuren op het toegekende 'identificatienummer' en 'wachtwoord'. 2.4 Specificatie bevestiging Bevestigingen vinden plaats op twee manieren: - bevestiging via de 'http-errorcode'; - bevestiging via tekstuele melding (XML-bericht). 2.4.1 Bevestiging via 'HTTP-errorcode' Bevestigingen via de 'HTTP-errorcode' hebben uitsluitend betrekking op de afhandeling van de communicatie op HTTP-protocolniveau. Zie voor een beschrijving de officiële HTTP-protocoldocumentatie.

Opmerking: een bevestiging 'succes' op http-protocolniveau (zichtbaar via HTTP 'error' code 200) betekent nog niet automatisch dat de databerichten correct zijn verstuurd. Zie hiervoor punt 2.4.2 Bevestiging via tekstuele melding (XML-bericht). 2.4.2 Bevestiging via tekstuele melding (XML-bericht) Zodra het databericht via het HTTP-protocol correct is overgedragen aan de Mestbank, wordt altijd een antwoord gegeven waarbij een code aangeeft in hoeverre de doorgestuurde data correct ontvangen en verwerkt zijn. Dat antwoord wordt ook gegeven door middel van een code in een XML-bericht. Daarbij wordt onder andere gecontroleerd of het bericht voldoet aan het XML-schema en gevalideerd kan worden. Er wordt ook gecontroleerd of de gegevensaanleveraarCode en het gegevensaanleveraarWachtwoord overeenstemmen met deze gekend bij de Mestbank. De inhoud van de gegevens, zoals het AGR-nummer van het AGR-GPS-apparaat op het transportmiddel (AgrIdentificatie) wordt achteraf gecheckt in de backoffice.

De code met omschrijving wordt volgens classificatie ingedeeld (code 0 tot en met 4)

klasse

omschrijving

Status code

terugmelding

omschrijving

0

goed

0

gegevens, geaccepteerd voor verdere verwerking

Het bericht is goed ontvangen

1

authenticatie

1

De gegevensaanleveraarcode en het wachtwoord zijn niet correct.

Het identificatienummer en het wachtwoord zijn niet in overeenstemming met de gegevens die bekend zijn bij de Mestbank.

2

Unexpected Layout

2

Het document is niet goed gevormd en beantwoordt niet aan het XML-schema

Het bericht is niet volgens de standaarden van het XML-schema gevormd.

3

Unexpected content-type

3

De inhoud van de velden in het bericht is foutief.

De inhoud van de velden in het bericht is niet in het juiste formaat.

4

Service not available

4

De service is niet beschikbaar.

Het informatiesysteem van de Mestbank is tijdelijk niet beschikbaar.

Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 3 juli 2014 betreffende het vervoer en het verwerken van meststoffen.

Brussel, 3 juli 2014.

De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage 3. - Kenteken voor erkende mestvoerders als vermeld in artikel 22

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Het kenteken is 10 cm lang en 8 cm breed.

Alle tekst wordt in het zwart afgedrukt. De achtergrond is oranje.

Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 3 juli 2014 betreffende het vervoer en het verwerken van meststoffen.

Brussel, 3 juli 2014.

De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE

^