Ministerieel Besluit van 05 februari 2013
gepubliceerd op 12 februari 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar 2013 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien en van de b

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2013011070
pub.
12/02/2013
prom.
05/02/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

5 FEBRUARI 2013. - Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar 2013 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien en van de begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 19ter van het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien


De Minister van Economie, Gelet op de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, de artikelen 61 en 62;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, de artikelen 11 en 19quater, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005, Besluit :

Artikel 1.Het examen bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien begint op 20 juni 2013 voor het jaar 2013.

Art. 2.De bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 19ter van het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien begint op 20 juni 2013 voor het jaar 2013.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 5 februari 2013.

J. VANDE LANOTTE

5 FEBRUARI 2013. - Reglement van het examen bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien en van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 19ter van het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, Gelet op de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, artikel 61;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, de artikelen 11 en 19quater, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 september 2005, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : 1° de wet : de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien;2° het koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 september 2005;3° de Commissie : de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, samengesteld uit twee afdelingen, bedoeld in artikel 61 van de wet;4° het examen : het examen bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet;5° de bekwaamheidsproef : de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 19ter van het koninklijk besluit. HOOFDSTUK II. - De aanvraag tot deelneming aan het examen of aan de bekwaamheidsproef

Art. 2.§ 1. De aanvraag tot deelneming aan het examen vermeldt de naam, de voornamen, het adres en de nationaliteit van de kandidaat.

Zij wordt vergezeld : a) van een kopie van de diploma's bedoeld in artikel 60, § 1, 5°, van de wet;b) van overtuigingselementen waaruit blijkt dat is voldaan aan de beroepsactiviteiten bedoeld in artikel 60, § 1, 6°, van de wet en in artikel 19 van het koninklijk besluit;c) van een kopie van een identiteitsbewijs;d) van een verklaring die aangeeft dat aan de voorwaarden van artikel 60, § 1, 3° en 4° van de wet zijn voldaan. § 2. De aanvraag tot deelneming aan de bekwaamheidsproef vermeldt de naam, de voornamen, het adres en de nationaliteit van de kandidaat.

Zij wordt vergezeld : a) hetzij van een kopie van het diploma zoals bedoeld in artikel 19ter, a) van het koninklijk besluit, hetzij van de overtuigingselementen die het bewijs leveren van de voltijdse uitoefening van het beroep van erkend octrooigemachtigde zoals bedoeld in artikel 19ter, b) van het koninklijk besluit en van een kopie van een of meer opleidingstitels zoals bedoeld in artikel 19ter, b) van het koninklijk besluit, b) van het overzicht van de vakgebieden bestreken door het diploma of de opleidingstitel bedoeld in punt a) hierboven. HOOFDSTUK III. - De schriftelijke proef van het examen

Art. 3.De schriftelijke proef heeft op twee halve dagen van opeenvolgende datum plaats. De eerste halve dag is, gedurende ten hoogste vier uur voor het redigeren van de stukken bedoeld in artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit, voorzien. De tweede halve dag is, gedurende ten hoogste vier uur, voorzien voor het redigeren van het antwoord en de nota bedoeld in artikel 14, § 2, 2° en 3°, van het koninklijk besluit. Geen enkele pauze is voorzien gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte.

Art. 4.Voor de schriftelijke proef kunnen de documenten die de stand van de techniek betreffen in het Frans, Nederlands, Duits of Engels opgesteld zijn.

Art. 5.De kandidaten moeten voor vaststaand en onbetwistbaar aannemen alle feiten die in de documenten van de schriftelijke proef zijn opgenomen; in hun antwoord dienen zij van de gegeven feiten uit te gaan. De documenten die als stand van de techniek worden aangevoerd dienen als volledig en uitputtend te worden beschouwd, dit houdt in dat de kandidaten de bijzondere kennis die zij ter zake zouden kunnen hebben niet mogen gebruiken.

Art. 6.Tenzij in de instructies anders voorzien, is het de kandidaten niet toegelaten voor de schriftelijke proef boeken, geschreven teksten of andere documentatie mede te brengen. Zonodig zal de Belgische en de in België van kracht zijnde Europese en internationale wetgeving inzake uitvindingsoctrooien te hunner beschikking gesteld worden. De voor het verloop van de schriftelijke proef noodzakelijke kantoorbenodigdheden worden de kandidaten bij het begin ervan ter beschikking gesteld.

Art. 7.De kandidaten zijn verplicht : 1° gedurende de ganse duur van de schriftelijke proef in de zaal steeds dezelfde plaats in te nemen;2° slechts op een speciaal daarvoor voorzien blad hun naam en al hun voornamen in te vullen en hun gebruikelijke handtekening aan te brengen vooraleer het beginsignaal voor elk deel der schriftelijke proef wordt gegeven;3° de bladen van hun antwoord in de rechter bovenhoek in opeenvolgende Arabische cijfers te nummeren;4° zeer leesbaar op één enkele kant van het blad te schrijven. Onleesbare passages kunnen niet in overweging worden genomen; 5° na het beëindigen van elk schriftelijk gedeelte hun antwoord tezamen met het blad met hun naam, voornamen en handtekening in de hiertoe bestemde omslag te steken en deze aan een opzichter af te geven;6° bij het eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte onmiddellijk op te houden met schrijven, hun antwoord tezamen met het blad met hun naam, voornamen en handtekening in de hiertoe bestemde omslag te steken en deze ten snelste aan een opzichter af te geven.De kandidaten worden vijf minuten voor het einde van elk schriftelijk gedeelte gewaarschuwd.

Art. 8.Het is de kandidaten verboden : 1° de omslag met de examenopgave van elk schriftelijk gedeelte open te maken vooraleer het beginsignaal is gegeven;2° bedrog te plegen of pogen bedrog te plegen;3° gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte met elkaar of met ieder ander persoon, zelfs buiten de zaal, te communiceren;4° hun naam, hun initialen of enig ander herkenningsteken elders dan op het daartoe bestemde blad aan te brengen;5° buiten de zaal de ten behoeve van de proef ter beschikking gestelde documenten of benodigdheden mede te nemen, behalve de examenopgaaf zelf;6° de zaal zonder toelating van de opzichter te verlaten.Een kandidaat die zijn antwoord nog niet heeft afgegeven mag de zaal slechts verlaten indien alle andere kandidaten zich in de zaal bevinden.

Art. 9.De kandidaten die aankomen nadat het beginsignaal van een bepaald schriftelijk gedeelte is gegeven, zijn niet gerechtigd de verzuimde tijd na het eindsignaal ervan in te halen.

Art. 10.Elke afdeling van de Commissie duidt voor het schriftelijke gedeelte de voor het goed verloop ervan verantwoordelijke opzichters aan. De verantwoordelijke opzichters worden onder de leden van elke betrokken afdeling gekozen. De verantwoordelijke opzichters mogen andere opzichters aanduiden om hen bij te staan. Gedurende het schriftelijke gedeelte is de vervanging van deze laatste toegelaten.

Art. 11.Iedere kandidaat die de door een opzichter op grond van dit reglement gegeven instructies overtreedt of die door zijn gedrag één of verschillende andere kandidaten stoort kan door de van dienst zijnde verantwoordelijke opzichter van de schriftelijke proef worden uitgesloten.

Art. 12.De kandidaten mogen mondelinge vragen stellen betreffende het verloop van het schriftelijke gedeelte, na hun plaats in de examenzaal te hebben ingenomen, doch vooraleer de opgaven werden uitgedeeld en het beginsignaal werd gegeven. Indien de kandidaten na het beginsignaal van het schriftelijke gedeelte nog vragen wensen te stellen, dienen zij dit schriftelijk te doen; op vragen betreffende de formulering van de opgave wordt niet geantwoord.

Art. 13.Klachten betreffende het verloop van de schriftelijke proef worden door elke afdeling van de Commissie slechts in overweging genomen indien zij gemotiveerd en gericht zijn aan de voorzitter van de betrokken afdeling bij een ter post aangetekend schrijven ten laatste acht dagen na de datum waarop de schriftelijke proef plaats vond.

Art. 14.De voor elke afdeling verantwoordelijke opzichter is belast met het opstellen van een proces-verbaal over het verloop van de schriftelijke proef, vermeld dienen inzonderheid te worden de namen van de aanwezige kandidaten, het uur waarop het begin- en eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte werd gegeven, de naam van elke kandidaat die de zaal heeft verlaten alsook elk incident dat tussen het begin- en eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte plaats vond.

Art. 15.De beoordeling van de schriftelijke proef geschiedt zonder dat de identiteit van de kandidaten bekend is.

Art. 16.De kandidaat die van de in artikel 16, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit voorziene vrijstelling wenst te genieten dient bij zijn aanvraag tot deelneming aan het examen een verzoek voor totale vrijstelling te voegen. Dit verzoek is alleen ontvankelijk indien het zich beroept op het laatste examen waaraan de kandidaat heeft deelgenomen, ter gelegenheid van de laatste twee georganiseerde examens.

Art. 17.De kandidaat die van de in artikel 16, § 1, vijfde lid, van het koninklijk besluit voorziene gedeeltelijke vrijstelling van het schriftelijk gedeelte wenst te genieten dient het verzoek bij zijn aanvraag tot deelneming te voegen. Dit verzoek is alleen ontvankelijk indien het vergezeld is van een bewijs van slagen in het Europees kwalificatieexamen voor erkende gemachtigden bij het Europees Octrooibureau. De gedeeltelijke vrijstelling heeft betrekking op dat gedeelte van de schriftelijke proef dat valt onder artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit.

Art. 18.Iedere kandidaat die van het resultaat van de schriftelijke proef op de hoogte is gesteld, kan aan de voorzitter van de betrokken afdeling vragen zijn dossier in te zien. HOOFDSTUK IV. - De mondelinge proef van het examen

Art. 19.Artikel 6 van dit reglement is eveneens voor de mondelinge proef van toepassing.

Art. 20.Het is de kandidaat, die de mondelinge proef heeft afgelegd, verboden de kandidaten die wachten om de proef af te leggen te storen. HOOFDSTUK V. - De bekwaamheidsproef

Art. 21.De Commissie organiseert en neemt de bekwaamheidsproef af volgens de modaliteiten die ze bepaalt ingevolge de situatie van elk kandidaat. HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen

Art. 22.Instructies worden aan de krachtens artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit aangewezen deskundigen verstrekt voor het opstellen en verbeteren van respectievelijk vragen en antwoorden der schriftelijke proef alsook voor ondervragingen bij de mondelinge proef.

Art. 23.Instructies worden aan de kandidaten verstrekt voor het verloop van het examen en voor het redigeren van de schriftelijke proef van het examen.

Art. 24.De punten die door dit reglement niet worden geregeld worden beslist door elke afdeling van de Commissie in zoverre het haar betreft. De voorzitter van de betrokken afdeling deelt dit mede aan de voorzitter van de andere afdeling.

Art. 25.De voorzitter van de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie ziet toe op de juiste toepassing van onderhavig reglement.

Art. 26.Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 5 februari 2013.

Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien : De Voorzitster a.i., Mevr. M. BUYDENS

Programma van het examen bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, Gelet op de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, de artikelen 61 en 62;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, de artikelen 11 en 19quater, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 september 2005, Besluit :

Artikel 1.Het programma van het examen bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien wordt voor 2013 als volgt vastgesteld : 1. De op datum van het af te leggen examen van kracht zijnde internationale bepalingen: - Het Verdrag tot bescherming van de industriële eigendom ondertekend te Parijs op 20 maart 1883 en goedgekeurd bij de wet van 5 juli 1884, inbegrepen iedere Herzieningsakte die door België werd bekrachtigd; - Het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, opgemaakt te Washington op 19 juni 1970 en goedgekeurd door de wet van 8 juli 1977; - Het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, opgemaakt te München op 5 oktober 1973, goedgekeurd bij de wet van 8 juli 1977, zoals gewijzigd door de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, tot stand gekomen te München op 29 november 2000 en goedgekeurd bij wet van 21 april 2007; - De Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIP's), opgemaakt te Marrakech op 15 april 1994 (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 336/213 van 23 december 1994) en goedgekeurd bij de wet van 23 december 1994; - Verordening (EG) nr 469/2009 van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen; - Verordening (EG) nr 1610/96 van 23 juli 1996 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor gewasbeschermingsmiddelen. 2. Het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende wetten, evenals uit hun uitvoeringsbesluiten : a) De wet van 10 januari 1955 betreffende de bekendmaking en de toepassing der uitvindingen en fabrieksgeheimen die de verdediging van het grondgebied of de veiligheid van de Staat aangaan;b) De wet van 8 juli 1977 houdende goedkeuring van volgende internationale akten : 1.Verdrag betreffende de eenmaking van enige beginselen van het octrooirecht, opgemaakt te Straatsburg op 27 november 1963; 2. Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, en Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Washington op 19 juni 1970;3. Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag), Uitvoeringsreglement en vier Protocollen, opgemaakt te München op 5 oktober 1973;4. Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de Gemeenschappelijke Markt (Gemeenschapsoctrooiverdrag), en Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Luxemburg op 15 december 1975;c) De wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien;d) De wet van 29 juli 1994 betreffende het beschermingscertificaat voor geneesmiddelen;e) De wet van 5 juli 1998 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor gewasbeschermingsmiddelen;f) De wet van 21 april 2007 houdende diverse bepalingen betreffende de procedure inzake indiening van Europese octrooiaanvragen en de gevolgen van deze aanvragen en van de Europese octrooien in België.3. De wet van 9 mei 2007 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en de wet van 10 mei 2007 betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten.4. De wet van 15 mei 2007 betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 5 februari 2013.

Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien : De Voorzitster a.i., Mevr. M. BUYDENS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^