Ministerieel Besluit van 05 november 2013
gepubliceerd op 10 december 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit betreffende toerismesubsidies voor het jaar 2014

bron
vlaamse overheid
numac
2013206604
pub.
10/12/2013
prom.
05/11/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

VLAAMSE OVERHEID

Internationaal Vlaanderen


5 NOVEMBER 2013. - Ministerieel besluit betreffende toerismesubsidies (investeringssubsidies en projectsubsidies) voor het jaar 2014


De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, Gelet op het decreet van 19 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Toerisme Vlaanderen", artikel 5, § 1, 2° en 3°, en § 2;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 betreffende toerismesubsidies, artikel 4, eerste lid;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 4 oktober 2013;

Gelet op het advies 52.294/3 van de Raad van State, gegeven op 31 oktober 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : Hoofdstuk 1. - Impulsprogramma's Afdeling 1. - Inhoud en doel van de oproep 2014

Onderafdeling 1. - Geografische afbakening

Artikel 1.De oproep tot subsidieaanvragen voor toerismesubsidies in het jaar 2014 heeft betrekking op drie geografisch ingedeelde impulsprogramma's en één thematisch impulsprogramma : 1° het impulsprogramma Vlaamse Kust, met als geografische afbakening : a) de gemeente De Panne : b) de gemeente Koksijde-Oostduinkerke;c) de stad Nieuwpoort;d) de gemeente Middelkerke-Westende;e) de stad Oostende;f) de gemeente Bredene;g) de gemeente De Haan-Wenduine;h) de stad Blankenberge;i) de gemeente Knokke-Heist;j) het stadsdeel Zeebrugge van de stad Brugge;2° het impulsprogramma Vlaamse Kunststeden - Brussel, met als geografische afbakening : a) de stad Antwerpen : b) de stad Brugge, met uitzondering van de deelgemeenten Assebroek, Dudzele, Koolkerke, Lissewege (met inbegrip van Zeebrugge), Sint-Andries, Sint-Kruis en Sint-Michiels;c) de stad Gent, met uitzondering van de deelgemeenten Afsnee, Drongen, Gentbrugge, Ledeberg, Sint-Amandsberg, Sint-Denijs-Westrem en Zwijnaarde;d) de stad Leuven;e) de stad Mechelen, met uitzondering van de deelgemeenten Heffen, Hombeek, Leest en Walem en van de stadswijk Battel;f) de stad Brussel en de andere gemeenten van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° het impulsprogramma Vlaamse Regio's, met als geografische afbakening het grondgebied van de gemeenten en delen van gemeenten die niet tot de geografische afbakening van de impulsprogramma's Vlaamse Kust of Vlaamse Kunststeden - Brussel behoren.4° het thematisch impulsprogramma 'Ondersteuning van evenementen rond de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog (2016-2017-2018)' met als geografische afbakening het volledige Vlaamse Gewest en de stad Brussel en andere gemeenten van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Onderafdeling 2. - Specifieke doelstellingen voor het impulsprogramma Vlaamse Kust

Art. 2.De projecten in het kader van het impulsprogramma Vlaamse Kust kaderen binnen de doelstellingen van het Strategisch Beleidsplan voor Toerisme aan de Kust 2009 - 2014 : investeren in een dynamisch kusttoerisme.

De projecten hebben betrekking op : 1° maatregel 1 : investeringen, met een focus op kwaliteit en basisinfrastructuur, diversiteit, innovatie en met aandacht voor nieuwe ontwikkelingen in het buitenland;2° maatregel 2 : sectorondersteuning, met het oog op het garanderen van kwaliteit en diversiteit van logiesvormen;3° maatregel 3 : imagoversterkende evenementen en marketing, met als invalshoek het terug op de kaart brengen van de kust als volwaardige vakantiebestemming. Onderafdeling 3. - Specifieke doelstellingen voor de impulsprogramma's Vlaamse Kunststeden Brussel en Vlaamse Regio's

Art. 3.§ 1. De projecten in het kader van de impulsprogramma's Vlaamse Kunststeden - Brussel en Vlaamse Regio's hebben betrekking op : 1° toeristisch onthaal;2° de versterking van de positionering of identiteit van Vlaanderen en van de regio of de stad. Voor onthaalprojecten komt enkel toeristisch onthaal in aanmerking. § 2. Wat toeristisch onthaal betreft, moet het gaan om : a) attractieve onthaalpunten bij toeristische toegangspoorten en vervoersknooppunten b) infokantoren en infopunten, bijvoorbeeld bij bezoekerscentra, attracties, musea of monumenten; § 3. Wat de positionerings- en identiteitsversterkende projecten in de Vlaamse Kunststeden - Brussel betreft, moet het gaan om projecten met een (inter)nationale uitstraling die het verblijfstoerisme stimuleren en nauw aansluiten bij de volgende productlijnen van Toerisme Vlaanderen : 1° eet-, drink- en tafelcultuur;2° erfgoed en kunst;3° mode en design;4° wieler- en fietscultuur. § 4. Wat de positionerings- en identiteitsversterkende projecten in de Vlaamse Regio's betreft, moet het gaan om projecten met een (inter)nationale uitstraling die passen binnen de 5 krachtlijnen voor de Vlaamse Regio's : 1° synergieën tussen de Vlaamse regio's en de steden;2° erfgoed als getuige van een groot verleden is een speerpunt;3° de eet- en drinkcultuur als toonbeeld van creativiteit en authenticiteit;4° fietsen en fietserfgoed, een unieke Vlaamse beleving.5° landschappen met een toeristische belevingswaarde § 5.Specifiek voor het fiets- en wandelproduct in de Vlaamse Kunststeden - Brussel en de Vlaamse Regio's komen de volgende projecten prioritair in aanmerking voor subsidiëring : a) kwaliteitsverbetering van wandel- en fietsnetwerken, met inbegrip van toegankelijkheid;b) belevingsverhoging van wandel- en fietsnetwerken;c) het vervolledigen van het fiets- en wandelproduct, meer bepaald de wandelnetwerken in zgn."zoekzones", met name de zones die door Toerisme Vlaanderen werden afgebakend als potentiële gebieden voor de ontwikkeling van wandelnetwerken en die opgesomd zijn in de "richtlijnen voor de bewegwijzering van toeristisch-recreatieve wandellussen, wandelnetwerken en toeristische voetgangersbewegwijzering" en de fietsnetwerken.

Onderafdeling 4. - Specifieke doelstellingen voor het thematisch impulsprogramma "Ondersteuning van evenementen rond de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog (2016-2017-2018)"

Art. 4.De projecten in het kader van het impulsprogramma 'Ondersteuning van evenementen rond de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog (2016-2017-2018)' moeten voldoen aan volgende kenmerken : 1° het evenement moet imagoversterkend zijn, specifiek georganiseerd worden naar aanleiding van de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en doorgaan in de periode 2016-2018.2° het evenement moet passen binnen de algemene doelstellingen van het herdenkingsproject "100 jaar Groote Oorlog"; 3° het evenement gaat niet enkel over het ontsluiten en vermarkten van het thema "WO I" voor het publiek, maar biedt ook mogelijkheden om de geschiedenis en het bijhorende erfgoed aan te bieden met aandacht voor betekenis en reflectie.; 4° het evenement moet gekoppeld worden aan een permanente samenwerking met de lokale diensten voor toerisme en met Toerisme Vlaanderen op het vlak van productontwikkeling, onthaal en internationale promotie. Afdeling 2. - Termijn, subsidiepercentage en subsidiabele uitgaven

Onderafdeling 1. - Indieningstermijn

Art. 5.Een subsidieaanvraag kan ten vroegste ingediend worden vanaf 1 januari 2014. De uiterste indiendatum is 15 maart 2014.

Onderafdeling 2. - Subsidiepercentage en subsidiabele uitgaven

Art. 6.Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt een maximale financiële steun voorzien van 60 % van de kosten die in aanmerking komen voor subsidiëring.

Enkel projecten waarvoor de totale kosten die in aanmerking komen voor betoelaging, minimaal 20.000 euro bedragen, komen in aanmerking.

Art. 7.Voor de impulsprogramma's Vlaamse Kust, Vlaamse Kunststeden - Brussel en Vlaamse Regio's komen onderstaande uitgaven in aanmerking voor subsidiëring : 1° infrastructuur : a) bouw- en renovatiewerken;b) inrichtingswerken en meubilair;c) technische installaties en nutsvoorzieningen;2° recreatieve routestructuren, indien ze voldoen aan de richtlijnen voor bewegwijzering van Toerisme Vlaanderen : a) bewegwijzering;b) randinfrastructuur;c) aanleg van wandel- en fietspaden;3° digitale en audiovisuele producten : a) software- en applicatieontwikkeling;b) hardware en installaties;4° evenementen : honoraria in het kader van de ontwikkeling van de programmatie, met inbegrip van conceptontwikkeling en de toeristische uitwerking op voorwaarde dat het gaat om een hoogkwalitatief en uniek evenement met (inter)nationaal potentieel, dat hoogstens tweejaarlijks of minder frequent plaatsvindt, en dat bij voorkeur meerdaags of langlopend is.5° studies en ontwerpen in het kader van toeristisch onthaal en positionerings- of identiteitsversterkende projecten : a) haalbaarheidsstudies en andere voorbereidende studies;b) erelonen (maximaal 12 %, berekend op de subsidiabele kosten) voor architecten, ingenieurs en veiligheidscoördinatoren;c) conceptontwikkeling en inrichtingsstudies, met inbegrip van honoraria;d) evaluatie, inclusief meet- en telsystemen waaronder de impactmeting van evenementen;6° communicatie en promotie : a) communicatie gericht op de toerist, pers en de professionele reissector, in het kader van het werven van doelgroepen, voor zover deze communicatie eenmalig is en gekoppeld is aan het project waarvoor ook andere kosten worden ingediend, onder voorwaarde dat een duidelijk communicatieplan wordt uitgewerkt met een meerjarenplanning;b) publiekswerking en productontwikkeling gericht op de toerist, in het kader van het onthaal en de begeleiding ter plaatse, met inbegrip van digitale en audiovisuele producten;7° personeelskosten voor de duur van het project en beperkt tot maximaal 2 VTE, waarbij de jaarlijkse loonkosten per VTE maximaal het brutomaandloon x 20 bedragen;de factor 20 is een vaste coëfficiënt en omvat het brutojaarloon, de werkgeversbijdrage (RSZ), het wettelijk enkel en dubbel vakantiegeld en de eindejaarspremie; 8° vorming van het personeel die rechtstreeks gerelateerd is aan het ingediende project;9° de volgende uitgaven voor initiatieven in het kader van toegankelijkheid : a) toegankelijkheidsdoorlichting met inbegrip van de eindcontrole;b) alle noodzakelijke aanpassingswerken;c) kosten voor het behalen van het label AnySurfer voor betoelaagde websites.

Art. 8.Voor het impulsprogramma "Ondersteuning van evenementen rond de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog (2016-2017-2018)" komen de uitgaven voor de volgende activiteiten in aanmerking voor subsidiëring : 1° communicatie gericht op de toerist, pers en de professionele reissector, in het kader van het werven van doelgroepen, op voorwaarde dat een duidelijk communicatieplan wordt uitgewerkt met een meerjarenplanning.2° publiekswerking en productontwikkeling gericht op de toerist, in het kader van het onthaal en de begeleiding ter plaatse, met inbegrip van digitale en audiovisuele producten;3° openingsmanifestatie specifiek voor pers en professionele reissector (trade);4° personeelskosten voor de duur van het project en beperkt tot maximaal 2 VTE, waarbij de jaarlijkse loonkosten per VTE maximaal het brutomaandloon x 20 bedragen;de factor 20 is een vaste coëfficiënt en omvat het brutojaarloon, de werkgeversbijdrage (RSZ), het wettelijk enkel en dubbel vakantiegeld en de eindejaarspremie; 5° programmatie : a) honoraria in het kader van ontwikkeling programmatie (incl. conceptontwikkeling); b) prospectie en documentatie;6° productie : a) gebruik, huur, aankoop, installatie en inrichting en aankleding van infrastructurele onderdelen op de evenementensite (pro rato de oppervlakte van het deel dat toegankelijk is voor de toerist);b) verzekering en bruikleenvoorwaarden;c) beveiliging;d) transportkosten 7° de volgende uitgaven voor initiatieven in het kader van toegankelijkheid : a) toegankelijkheidsdoorlichting met inbegrip van de eindcontrole;b) alle noodzakelijke aanpassingswerken;c) kosten voor het behalen van het label AnySurfer voor betoelaagde websites;8° vorming van het toeristisch personeel die rechtstreeks gerelateerd is aan het ingediende project.

Art. 9.De volgende uitgaven komen in geen geval in aanmerking voor subsidiëring : 1° kosten in verband met bouw- en renovatiewerken, inrichtingswerken en meubilair, technische installaties en nutsvoorzieningen, toegankelijkheidsdoorlichting, erelonen en conceptontwikkeling en inrichtingsstudies die geen betrekking hebben op ruimtes, materialen, toepassingen of producten die bedoeld zijn voor de toerist;2° recupereerbare btw;3° onderhoudswerken, gebruikelijke taken die tot de vertrouwde en gangbare werking van de subsidieaanvrager behoren;4° aankoop van gebouwen, gronden en transportmiddelen;5° kosten voor deelname aan beurzen;6° investeringen in ondersteunende commerciële activiteiten zoals horeca en shops;7° merchandising;8° investeringen in verblijfsinfrastructuur. Onderafdeling 3. - Specifieke bepalingen inzake subsidiepercentage en subsidiabele uitgaven voor het impulsprogramma Vlaamse Kust

Art. 10.Binnen de perken van de begrotingskredieten en in afwijking van artikel 5, bedraagt de maximale financiële steun binnen het impulsprogramma Vlaamse Kust 75 % voor projecten die vallen onder maatregel 2 - sectorondersteuning, als vermeld in artikel 2, tweede lid, 2°.

Art. 11.Naast de uitgaven bepaald in artikel 7, komen ook de volgende uitgaven in aanmerking voor subsidiëring : 1° aanleg van wandel-, fiets- en ruiterpaden;2° onderzoek, studies en plannen met betrekking tot de toeristisch-recreatieve sector, ter ondersteuning van de uitwerking van de beleidslijnen;2° promotie van het toeristisch aanbod van de regio Vlaamse Kust;3° vorming in de toeristische sector. Afdeling 3. - Beoordelingscriteria en adviesprocedures

Onderafdeling 1. - Beoordelingscriteria en adviesprocedure voor het impulsprogramma Vlaamse Kust

Art. 12.Voor projectaanvragen in het kader van het impulsprogramma Vlaamse Kust dient het advies te worden ingewonnen van een prospectie- en regiegroep en van een beleidsstuurgroep.

Art. 13.Toerisme Vlaanderen en het autonome provinciebedrijf Westtoer duiden hun vertegenwoordigers in de prospectie- en regiegroep aan.

De prospectie- en regiegroep geeft advies aan de beleidsstuurgroep over de indicatieve projectenlijst en over de ingediende projectvoorstellen.

Art. 14.De beleidsstuurgroep bestaat uit volgende publieke en private toeristische actoren aan de kust : 1° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het toerisme, die tevens het voorzitterschap van de beleidsstuurgroep waarneemt;2° de administrateur-generaal van Toerisme Vlaanderen;3° een vertegenwoordiger van het departement internationaal Vlaanderen (IV);4° een vertegenwoordiger van het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK);5° een vertegenwoordiger van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE);6° de gedeputeerde van de provincie West-Vlaanderen, bevoegd voor het toerisme;7° de afgevaardigde bestuurder van het autonome provinciebedrijf Westtoer;8° vier vertegenwoordigers van de kustgemeenten, vermeld in artikel 1, 1°, a) tot en met j), op gemeenschappelijke voordracht van hun burgemeesters; 9° een vertegenwoordiger van de beroepsvereniging Ho.Re.Ca Vlaanderen; 10° een vertegenwoordiger van de beroepsvereniging Recread;11° een vertegenwoordiger van de Confederatie van Immobiliënberoepen van België-kust (CIB-kust);12° een vertegenwoordiger van de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO). Het secretariaat van de beleidsstuurgroep wordt waargenomen door Toerisme Vlaanderen.

De beleidsstuurgroep verstrekt advies aan Toerisme Vlaanderen over de indicatieve projectenlijst en over de projecten die in aanmerking kunnen komen voor steun uit het budget voor het impulsprogramma Vlaamse Kust.

Art. 15.Enkel projecten die door Toerisme Vlaanderen op de goedgekeurde indicatieve projectenlijst staan vermeld, komen in aanmerking voor financiële ondersteuning.

In een eerste fase worden de projectaanvragen beoordeeld op de volgende basiscriteria : 1° de haalbaarheid van de timing van het project;2° de financiële haalbaarheid van het project;3° de juridische haalbaarheid van het project;4° voor projecten in het kader van maatregel 1 en 3, als vermeld in artikel 2, tweede lid, 1° en 3° : de aandacht voor toegankelijkheid. Enkel projectaanvragen die voldoen aan elk van de basiscriteria worden in een tweede fase beoordeeld op de volgende beoordelingscriteria : 1° de toeristisch-recreatieve meerwaarde van het project;2° de mate waarin het project kadert in het strategisch beleidsplan voor toerisme aan de kust 2009-2014;3° de aandacht van het project voor de diversiteit van het publiek;4° de mate waarin het project deel uitmaakt van een (toeristisch-recreatief) netwerk of van een groter geheel dat hierdoor versterkt wordt;5° de mate van belevingsgerichte en kwalitatieve uitwerking van het project;6° de aandacht voor de communicatieve ontsluiting van het project;7° de aandacht voor publieksonthaal en -begeleiding;8° de socio-economische bijdrage van het project. Onderafdeling 2. - Beoordelingscriteria voor de impulsprogramma's Vlaamse Kunststeden Brussel en Vlaamse Regio's

Art. 16.De projectaanvragen worden beoordeeld op de volgende criteria : 1° de mate waarin het project toeristisch potentieel heeft, met bijzondere aandacht voor het internationale toeristische potentieel;2° de mate waarin het project aansluit bij de beleidskeuzes voor het toerisme in Vlaanderen-Brussel, de beleidsnota toerisme en dit besluit;3° de mate waarin het project aansluit bij het strategische beleidsplan voor toerisme en recreatie van de stad, gemeente of regio;4° de mate waarin de aanvrager een duidelijke visie heeft op het project en de mate waarin de aanvrager en andere betrokkenen de best geplaatste actoren zijn om het project te realiseren;5° de mate waarin het project deel uitmaakt van een groter toeristisch geheel, zoals een toeristisch netwerk, meerdere functies op dezelfde site of een reeks van evenementen, dat hierdoor versterkt wordt;6° de belevingsgerichte uitwerking van het project;7° de aandacht van het project voor publieksonthaal en -begeleiding. Onderafdeling 3. - Beoordelingscriteria voor het thematisch impulsprogramma "Ondersteuning van evenementen rond de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog (2016-2017-2018)"

Art. 17.De projectaanvragen worden beoordeeld op de volgende criteria : 1° de mate waarin het evenement een sterk concept heeft dat de Groote Oorlog op een originele en aantrekkelijke wijze benadert;2° de schaalgrootte van het evenement;3° de breedte van het publiek dat met het evenement wordt aangesproken;4° de mate van uitwerking van het plan van aanpak;5° de mate waarin het evenement toeristisch potentieel heeft op de prioritaire doelmarkten;6° de geschiktheid van de locatie en de ontsluiting van de locatie waar het evenement doorgaat;7° de mate waarin een professionele communicatiestrategie is uitgewerkt;8° de aandacht voor publieksonthaal en -begeleiding;9° de mate waarin het evenement het verblijfstoerisme stimuleert. HOOFDSTUK 2. - Strategische plannen Afdeling 1. - Inhoud en doel van de oproep 2014

Art. 18.Voor de volgende gebieden kan een aanvraag worden ingediend voor de subsidiëring van de opmaak van een strategisch toeristisch plan : 1° De Vlaamse Kust 2° De kunststeden Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven, Mechelen en Brussel 3° de onderscheiden Vlaamse Regio's, waarbij toeristische actoren geografisch dienen samen te werken met het oog op een strategisch plan voor elk van de volgende toeristische regio's : a) Westhoek;b) Brugse Ommeland;c) Leiestreek;d) Meetjesland;e) Waasland;f) Vlaamse Ardennen;g) Scheldeland;h) Antwerpse Kempen;i) Groene Gordel;j) Hageland;k) Limburgse Kempen;l) Maasland;n) Hasselt en Omgeving;n) Haspengouw;o) Voerstreek. Het strategisch plan heeft tot doel de toeristische marktpositie van de stad of regio waarop het plan betrekking heeft, te verbeteren en bevat een uitgesproken visie op de toeristische ontwikkeling. Afdeling 2. - Termijn en subsidiabele uitgaven

Onderafdeling 1. - Indieningstermijn

Art. 19.Een subsidieaanvraag kan ten vroegste ingediend worden vanaf 1 januari 2014. De uiterste indiendatum is 31 december 2014.

Onderafdeling 2. - Subsidiabele uitgaven

Art. 20.Enkel indien het strategisch plan wordt opgemaakt door derden, komen de uitgaven in aanmerking voor subsidiëring.

De maximale financiële steun per strategisch plan bedraagt 12.000 euro.

Brussel, 5 november 2013.

De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur,Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, G. BOURGEOIS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^