Ministerieel Besluit van 08 juni 2015
gepubliceerd op 09 juli 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Beheerscomité van de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke besturen, ingesteld bij artikel 4, 1) van de wet van 12 mei 2014 tot oprichting van de Dienst voor de b

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2015203144
pub.
09/07/2015
prom.
08/06/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015203144

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID


8 JUNI 2015. - Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Beheerscomité van de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke besturen, ingesteld bij artikel 4, 1) van de wet van 12 mei 2014 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels


De Minister van Werk, de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Pensioenen Gelet op de wet van 12 mei 2014 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels, artikelen 4, 1) en 8, § 1; Gelet op de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, artikel 19;

Gelet op het huishoudelijk reglement opgesteld door het Beheerscomité van de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke besturen in zijn vergadering van 12 januari 2015;

Overwegende dat volgens artikel 4, 1) van voormelde wet van 12 mei 2014, een "Beheerscomité van de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke besturen" opgericht wordt bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 10 tot 23 en 27 van de wet;

Overwegende dat in toepassing van artikel 8, § 1, van voormelde wet van 12 mei 2014, voor elk beheerscomité bedoeld in artikel 4 een huishoudelijk reglement dat wordt opgesteld door het beheerscomité en wordt goedgekeurd door de voogdijministers de werkwijze van het beheerscomité en de bevoegdheden van de administrateur-generaal bepaalt alsook de voorwaarden waaronder het beheerscomité bepaalde van zijn bevoegdheden kan overdragen aan technische comités die het binnen de Dienst opricht of aan ambtenaren van de Dienst;

Op de voordracht van het Beheerscomité van de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke besturen, Besluiten :

Artikel 1.Het huishoudelijk reglement, opgesteld door het Beheerscomité van de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke besturen in zijn vergadering van 12 januari 2015 wordt goedgekeurd, zoals het in bijlage bij onderhavig besluit wordt gevoegd.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.

Brussel, 8 juni 2015.

Kris PEETERS Jan JAMBON Maggie DE BLOCK Daniel BACQUELAINE

BIJLAGE. Art. N1. Enige bijlage 1. HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET BEHEERSCOMITE VAN DE SOCIALE ZEKERHEID VAN DE PROVINCIALE EN PLAATSELIJKE BESTUREN. HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET BEHEERSCOMITE VAN DE SOCIALE ZEKERHEID VAN DE PROVINCIALE EN PLAATSELIJKE BESTUREN VAN DE DIENST VOOR DE BIJZONDERE SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS Genomen in uitvoering van artikel 19 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg en van artikel 8 van de wet van 12 mei 2014 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels.

Dit huishoudelijk reglement is van toepassing op het in artikel 4, 1) van de wet van 12 mei 2014 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels bedoelde beheerscomité en heeft betrekking op de in artikelen 10 tot 23 en 27 van deze wet bedoelde aangelegenheden. HOOFDSTUK I. - DE VERGADERINGEN VAN HET BEHEERSCOMITE

Art. 1.Het beheerscomité wordt in principe een keer per maand bijeengeroepen door zijn voorzitter, behalve in de maand augustus.

De vergadering vindt plaats op de tweede maandag van de maand. Indien deze dag een feestdag is, wordt de vergadering uitgesteld naar de maandag van de daaropvolgende week.

De jaarkalender van de vergaderingen, die door de voorzitter wordt opgesteld na raadpleging van de administrateur-generaal, wordt in de loop van de maand november van het voorgaande jaar door het secretariaat aan de leden meegedeeld.

Het beheerscomité wordt daarenboven bijeengeroepen telkens als de voorzitter dit nodig acht of wanneer hierom wordt verzocht door: 1° de voogdijminister of de regeringscommissaris;2° de minister van Begroting of de regeringscommissaris van Begroting;3° de administrateur-generaal;4° tenminste twee leden. De voorzitter stelt de agenda van de vergaderingen vast na raadpleging van de administrateur-generaal.

De verzoeken tot bijeenroeping van de personen bedoeld in het vierde lid, 1° tot 3°, dienen schriftelijk te worden gericht aan de voorzitter of moeten tijdens een vergadering van het beheerscomité worden ingediend. Zij vermelden de punten waarvan zij de inschrijving op de agenda vragen.

Indien een lid een bepaald punt op de agenda wenst te plaatsen, dient hij dit schriftelijk aan te vragen aan de voorzitter.

Art. 2.De oproepingen tot de vergaderingen van het beheerscomité worden door de administrateur-generaal ondertekend en minimum acht dagen vóór de datum van de vergadering gestuurd. In dringende gevallen kan deze termijn tot op drie werkdagen worden verkort.

De oproepingen vermelden de plaats, de datum en het uur van vergadering, alsook de agendapunten. Deze laatste maken deel uit van een informatienota of van een nota die tot een beslissing moet leiden.

Art. 3.De vergaderingen van het beheerscomité zijn niet openbaar. De personen die de vergaderingen van het comité bijwonen, dienen de vertrouwelijke aard van de meegedeelde documenten en de beraadslagingen en stemmingen te eerbiedigen.

Art. 4.Bij elke vergadering ondertekenen de leden van het beheerscomité een aanwezigheidslijst. Deze lijst wordt door de voorzitter voor juist verklaard. HOOFDSTUK II. - DE BERAADSLAGINGEN EN STEMMINGEN

Art. 5.De voorzitter opent, schorst en sluit de vergaderingen.

Art. 6.Het beheerscomité beraadslaagt onder voorzitterschap van zijn voorzitter, die de debatten leidt en het gezag over de vergadering uitoefent.

Geen enkel lid mag het woord nemen zonder dit te hebben gevraagd en het van de voorzitter te hebben verkregen.

Bij afwezigheid van de voorzitter worden de zittingen van het beheerscomité voorgezeten door de administrateur-generaal.

Art. 7.Enkel de aangelegenheden die op de agenda staan, kunnen worden behandeld. Mits een tweederdemeerderheid kan het beheerscomité evenwel beslissen om gedurende de zitting om het even welke andere aangelegenheid te onderzoeken die niet op de agenda is ingeschreven.

De behandeling van een aangelegenheid die op de agenda staat, wordt uitgesteld tot de volgende vergadering indien de voorzitter, de vertegenwoordiger van de voogdijminister, de vertegenwoordiger van de minister van Begroting, de administrateur-generaal of ten minste twee leden hierom verzoeken, hetzij tijdens de zitting, hetzij schriftelijk vóór de vergadering. De behandeling van een aangelegenheid kan echter geen tweemaal worden uitgesteld, noch tot een latere of onbepaalde datum verdaagd tenzij met instemming van het beheerscomité. Voor dringende aangelegenheden kan de verdaging slechts met eenparigheid van stemmen van de aanwezige leden worden uitgesproken.

Art. 8.Het beheerscomité kan slechts geldig beraadslagen als ten minste de helft van de leden die de werkgeversorganisaties en ten minste de helft van de leden die de werknemersorganisaties vertegenwoordigen, aanwezig of bij volmacht vertegenwoordigd zijn.

Een lid van het beheerscomité dat niet of slechts aan een deel van de vergadering kan deelnemen, mag een volmacht geven aan een ander lid van dezelfde werkgevers- of werknemersorganisatie om hem te vertegenwoordigen bij de stemmingen. Eenzelfde persoon kan niet meer dan één volmacht krijgen bij elke stemming.

Als de in het eerste lid vermelde voorwaarde niet vervuld is, wordt deze omstandigheid in de notulen van de vergadering geacteerd en in de oproeping voor de volgende vergadering vermeld.

Voor de punten waarvoor het quorum niet bereikt is, is er geen quorum vereist om geldig te stemmen in de volgende vergadering.

Voor dringende aangelegenheden kan een beroep worden gedaan op de procedure van de raadpleging via elektronische weg of per fax zoals bepaald in artikel 13.

Art. 9.Wanneer de voorzitter de debatten over een aangelegenheid voor gesloten heeft verklaard, formuleert hij het voorstel waarover het beheerscomité wordt verzocht zich uit te spreken.

Art. 10.De stemming in het beheerscomité geschiedt principieel met handopsteken. De stemming is geheim wanneer het beheerscomité dit beslist en in elk geval, wanneer het over de leden van het personeel gaat.

De stemming heeft onmiddellijk plaats en de voorzitter deelt dadelijk de uitslag ervan mee. Deze wordt in de notulen opgetekend.

Art. 11.Aan de stemming kunnen slechts een gelijk aantal leden deelnemen die respectievelijk de werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigen. Bij een ongelijk aantal mag het jongst benoemde lid of mogen de jongst benoemde leden van de boventallige partij niet aan de stemming deelnemen; dit lid (deze leden) wordt (worden) vóór de stemming door de voorzitter, of ingeval van toepassing van artikel 6, derde lid door de administrateur-generaal aangeduid teneinde de pariteit te herstellen.

Art. 12.De beslissingen van het beheerscomité worden genomen bij volstrekte meerderheid van de leden die aan de stemming deelnemen; de onthoudingen komen niet in aanmerking voor het berekenen van de meerderheid. Bij gelijkheid van stemmen is het voorstel verworpen.

Art. 13.Voor dringende aangelegenheden mag de voorzitter uitzonderlijk de leden elektronisch of per fax raadplegen.

Hiertoe vraagt hij het secretariaat om per e-mail of per fax aan elkeen van de leden, en met in de bijlage een stemformulier in Word-formaat, de tekst van de voorgestelde resoluties, de nota's aan het beheerscomité, evenals, in voorkomend geval, het advies van de regeringscommissaris die de minister van Begroting vertegenwoordigt en andere documenten of informatie te sturen die de leden van het beheerscomité toelaten om zich met kennis van zaken uit te spreken over de betreffende aangelegenheid. Op het stemformulier staan de nummers van de nota's en de tekst van de resoluties vermeld. De leden van het beheerscomité beschikken over een termijn van drie werkdagen om schriftelijk hun stem kenbaar te maken.

De stemming wordt uitgebracht naast de betreffende resolutie op het stemformulier aan de hand van één van de volgende termen: "ja", "neen", of "onthouding". Het antwoord wordt per e-mail of per fax naar het secretariaat van het beheerscomité gestuurd. De stemmen van de leden die niet binnen de vastgestelde termijn antwoorden, zullen als een onthouding worden genoteerd. Binnen deze termijn kunnen de leden van het beheerscomité bijkomende informatie vragen aan de voorzitter of aan de administrateur-generaal indien zij dit nuttig achten. Zij kunnen hun stemming tevens vergezeld doen gaan van eventuele opmerkingen of commentaren.

De beslissingen worden aangenomen na raadpleging onder de meerderheidsvoorwaarden bedoeld bij artikel 12 van onderhavig huishoudelijk reglement. Het resultaat van de schriftelijke raadpleging en de eventuele opmerkingen of commentaren worden betekend in de notulen die door het secretariaat van het beheerscomité worden opgesteld en door de voorzitter of de administrateur-generaal worden ondertekend. In deze notulen wordt de vermelding van de toepassing van onderhavig artikel ingevoegd, evenals het antwoord van elkeen van de leden op iedere resolutie. Deze notulen worden onmiddellijk per e-mail of per fax naar de leden van het beheerscomité en de regeringscommissarissen gestuurd. De termijn om hoger beroep in te stellen voor de regeringscommissarissen begint te lopen vanaf de dag na deze kennisgeving.

De notulen worden tijdens de volgende zitting aan het beheerscomité voorgelegd voor definitieve goedkeuring.

Art. 14.Ieder lid mag zich laten bijstaan door een technicus naar eigen keuze, mits hij de voorzitter ten minste drie werkdagen vóór de vergadering hiervan kennis geeft met vermelding van de aangelegenheid waarvoor deze bijstand is bedoeld. De voorzitter deelt dit onmiddellijk aan de overige leden mee. In dit geval zal elk ander lid voor dezelfde aangelegenheid eveneens een technicus kunnen kiezen zonder de bovenvermelde verplichting tot kennisgeving te moeten naleven.

Voor elk agendapunt mogen de leden zich slechts door één technicus laten bijstaan.

Geen enkel personeelslid van de Dienst kan als technicus worden gekozen.

De administrateur-generaal kan zich bij de debatten over een aangelegenheid die op de agenda staat, te allen tijde laten bijstaan door ambtenaren van de Dienst.

De technici en de ambtenaren van de Dienst moeten de zitting verlaten wanneer de debatten over de aangelegenheid waarvoor zij werden uitgenodigd, door de voorzitter worden gesloten; zij mogen noch de stemming, noch de behandeling van andere aangelegenheden op de agenda bijwonen.

Art. 15.Het beheerscomité kan aan de voogdijministers voorstellen om bij koninklijk besluit één of meerdere technische comités op te richten binnen de Dienst die belast zijn met de taak om hem in te lichten bij het vervullen van zijn opdracht overeenkomstig artikel 6 van de wet tot oprichting van de Dienst en artikel 7 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg.

Een probleem wordt naar een technisch comité verwezen bij beslissing van het beheerscomité. Dit technisch comité legt een verslag van zijn werkzaamheden voor aan het beheerscomité.

Art. 16.De voorzitter kan, op beslissing van het beheerscomité, voor het onderzoek van bijzondere aangelegenheden de vertegenwoordigers van besturen, openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, alsook andere, bijzonder bevoegde personen oproepen om hun advies te verkrijgen. De uitnodiging dient langs de normale hiërarchische weg te geschieden. De modaliteiten van deze raadpleging worden voor elk afzonderlijk geval bepaald. Het beheerscomité of de technische comités kunnen eveneens beslissen om personeelsleden op te roepen voor de vergadering.

Art. 17.De bepalingen van de artikelen 13 en 16 zijn niet van toepassing telkens wanneer het gaat om problemen die betrekking hebben op personen. HOOFDSTUK III. - HET SECRETARIAAT

Art. 18.De administrateur-generaal staat in voor het secretariaat van het beheerscomité. In die hoedanigheid is hij belast met de samenstelling van de dossiers die aan het beheerscomité worden voorgelegd.

Art. 19.Onder de personeelsleden van de Dienst duidt de administrateur-generaal de persoon aan die met het secretariaat wordt belast en die als dusdanig de vergaderingen van het comité bijwoont.

Art. 20.Het secretariaat stelt de notulen op. Deze geven een bondige samenvatting van de debatten en behelzen de genomen beslissingen en de uitslag der stemmingen.

Art. 21.De notulen van de vergaderingen en de documenten bestemd voor het beheerscomité en de technische comités worden in het Nederlands en in het Frans opgesteld.

De notulen van een vergadering worden in de volgende vergadering goedgekeurd. Zij worden door de voorzitter en de administrateur-generaal ondertekend. HOOFDSTUK IV. - HET DAGELIJKS BEHEER

Art. 22.De administrateur-generaal is belast met het dagelijks beheer.

Art. 23.Voor de toepassing van artikel 10 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg worden de bevoegdheden van het dagelijks beheer omschreven als diegene die alle administratieve en gerechtelijke handelingen behelzen die gewoonlijk noodzakelijk zijn voor het vervullen van de opdrachten waarmee de Dienst door de wet of de reglementen is belast, overeenkomstig de door het beheerscomité gegeven richtlijnen, alsook alle administratieve of gerechtelijke handelingen die normaal vereist zijn voor de uitvoering van de beslissingen van het beheerscomité van de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke besturen van de DIBISS of voor de goede gang van zaken van de diensten, meer bepaald: A. Inzake kinderbijslag: de beslissingen genomen in uitvoering van artikel 10 van de wet van 12 mei 2014 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels ondertekenen.

B. Inzake sociale zekerheid: de beslissingen genomen in uitvoering van de artikelen 10 tot 23 en 27 van de wet van 12 mei 2014 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels ondertekenen.

Art. 24.Naast de bevoegdheden bedoeld bij artikel 23 oefent de administrateur-generaal ook alle andere bevoegdheden uit die hem door het beheerscomité werden overgedragen in toepassing van artikel 10, vijfde lid van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg.

Art. 25.De administrateur-generaal kan één of meer van de door artikel 23 beoogde bevoegdheden of de bevoegdheid voor handtekening voor bepaalde stukken en briefwisseling in verband hiermee aan de adjunct-administrateur-generaal en andere personeelsleden overdragen.

Die overdrachten kunnen slechts worden toegekend aan personeelsleden van het niveau A, B of C, voor zover deze laatsten ten minste titularis zijn van de weddenschaal CA1. Ze kunnen slechts worden verleend aan ondergeschikte werknemers voor de handelingen die ook aan het diensthoofd werden overgedragen. Ze kunnen niet verder overgedragen worden. Zij worden aan het beheerscomité ter kennisgeving meegedeeld.

Indien de administrateur-generaal dit wenselijk acht, kan hij eveneens te allen tijde aan het beheerscomité een aangelegenheid voorleggen die behoort tot het dagelijks beheer of tot de bevoegdheden waarvoor het beheerscomité hem delegatie heeft verleend.

Art. 26.De adjunct-administrateur-generaal staat de administrateur-generaal bij in de uitvoering van alle hem opgedragen taken. Hij woont tevens de vergaderingen van het beheerscomité bij.

Indien de administrateur-generaal verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-administrateur-generaal.

Indien de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal verhinderd zijn, worden de bij artikelen 23 en 24 bedoelde bevoegdheden uitgeoefend door diegene onder de aanwezige leden van de directieraad van niveau A5 die de hoogste anciënniteit heeft. Indien twee of meer leden van de directieraad van het niveau A5 dezelfde anciënniteit hebben, vervangt de oudste de administrateur-generaal.

Art. 27.In alle administratieve en gerechtelijke handelingen die geen handelingen van het dagelijks beheer zijn in zin van artikel 23, of waarvoor geen machtsdelegatie aan de administrateur-generaal werd verleend door het beheerscomité, en inzonderheid in alle handelingen betreffende het verwerven, het overdragen of het huren van een onroerend goed, wordt de Dienst vertegenwoordigd door de voorzitter en door de administrateur-generaal die samen in zijn naam en voor zijn rekening handelen.

Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 8 juni 2015 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Beheerscomité van de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke besturen, ingesteld bij artikel 4, 1) van de wet van 12 mei 2014 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels.

Kris PEETERS Jan JAMBON Maggie DE BLOCK Daniel BACQUELAINE


begin


Publicatie : 2015-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^