Ministerieel Besluit van 09 maart 2001
gepubliceerd op 21 maart 2001
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag van het presentiegeld van sommige leden van de beheerscommissies van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort en o

bron
diensten van de eerste minister
numac
2001021138
pub.
21/03/2001
prom.
09/03/2001
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

9 MAART 2001. - Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag van het presentiegeld van sommige leden van de beheerscommissies van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort en opgericht als Staatsdiensten met afzonderlijk beheer en tot bepaling van de vergoeding toegekend aan hun rekenplichtige


De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, Gelet op het koninklijk besluit nr. 504 van 31 december 1986 tot oprichting van wetenschappelijke inrichtingen van de Staat, die ressorteren onder de beide Ministers van Onderwijs, of onder de Minister(s) aangewezen bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit, als Staatsdiensten met afzonderlijk beheer;

Gelet op de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op de aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, inzonderheid op artikel 6;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 februari 2000 tot vaststelling van de organieke voorschriften die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de wetenschappelijke instellingen van de Staat die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort, als Staatsdiensten met afzonderlijk beheer, inzonderheid op de artikelen 6, § 4 en 22;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 maart 2000;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 5 oktober 2000;

Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 1 augustus 2000;

Gelet op het protocol nr. 100/3 van 7 februari 2001 van het Sectorcomité I Algemeen Bestuur;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de nieuwe organieke voorschriften voor het financieel en materieel beheer van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort op 1 januari 2000 van kracht werden;

Overwegende dat het aangewezen is zonder verder uitstel het bedrag vast te stellen van het presentiegeld van sommige leden van de beheerscommissies die geroepen zullen worden er vanaf die datum zitting in te nemen;

Overwegende dat ook het bedrag van de vergoeding van de rekenplichtige van elke Staatsdienst met afzonderlijk beheer bepaald moet worden aangezien de vergoeding op jaarbasis vastgelegd moet worden;

Overwegende dat, in het kader van de overschakeling op de euro, het van belang is dat deze tekst vóór 15 maart 2001 goedgekeurd wordt zodat hij in loop van dezelfde maand in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd kan worden, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op ieder van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort en die opgericht zijn als Staatsdiensten met afzonderlijk beheer. HOOFDSTUK II. - Presentiegeld van sommige leden van de beheerscommissies

Art. 2.§ 1. Aan de personen aangewezen om zitting te nemen in de beheerscommissies van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer bedoeld in artikel 1 en die geen deel uitmaken van het Rijkspersoneel, wordt een presentiegeld per vergadering toegekend van 37,18 EUR. Dit presentiegeld is voor rekening van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer waarvoor de betrokken persoon in de beheerscommissie zitting genomen heeft.

De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel der ministeries, geldt voor het presentiegeld die gekoppeld is aan het spilindexcijfer 103,14. § 2. Aan de personen bedoeld in § 1 worden de reiskosten terugbetaald die zij werkelijk gemaakt hebben om zich van hun woonplaats naar de plaats van de vergadering te begeven.

De terugbetaling van de reiskosten gebeurt conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. De personen mogen gebruikmaken van hun eigen voertuig om zich naar de plaats te begeven waar de vergadering plaatsvindt. HOOFDSTUK III. - Functievergoeding voor de rekenplichtingen

Art. 3.De rekenplichtige van iedere Staatsdienst met afzonderlijk beheer bedoeld in artikel 1 ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 2 903,63 EUR. De vergoeding wordt maandelijks na vervallen termijn uitbetaald. Ze is gelijk aan 1/12de van het bedrag waarvan sprake in het eerste lid en wordt tegelijk en in dezelfde mate als de wedde vereffend.

De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel der ministeries, geldt voor de vergoeding die gekoppeld is aan het spilindexcijfer 103,14. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.

Art. 5.Voor de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2001 geldt in de plaats van het bedrag van « 37,18 EUR », vermeld in artikel 2, § 1, het bedrag van « 1 500 BEF ».

Art. 6.Voor de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2001 geldt in de plaats van het bedrag van « 2 903,63 EUR » vermeld in artikel 3, eerste lid, het bedrag van « 117 132 BEF ».

Art. 7.De Secretaris-generaal van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 9 maart 2001.

Ch. PICQUE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^