Ministerieel Besluit van 09 september 2015
gepubliceerd op 26 oktober 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit tot wijziging van het huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2015024219
pub.
26/10/2015
prom.
09/09/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015024219

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU


9 SEPTEMBER 2015. - Ministerieel besluit tot wijziging van het huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk


De Minister van Economie en de Minister van Leefmilieu, Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, artikel 14terdecies;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 augustus 1997 betreffende het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk, artikel 9;

Gelet op het ministerieel besluit van 10 december 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 10/12/1999 pub. 08/02/2000 numac 1999024135 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van economische zaken Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk sluiten tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk;

Gelet op het huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk, vastgesteld tijdens zijn vergadering van 27 januari 1999, Besluiten :

Artikel 1.In artikel 1 van het van het huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europees milieukeurmerk worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de definitie van « Comité » wordt vervangen als volgt : "- « Comité » : het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk zoals bedoeld in artikel 14terdecies, § 1 van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers;" 2° de definitie van « Europees milieukeurmerk » wordt vervangen als volgt : "- « Europees milieukeurmerk » : de EU-milieukeur die is ingesteld door de Verordening (EG) nr.66/2010 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur;" 3° artikel 1 wordt aangevuld met de definitie van « Producten », luidende : "- « Producten »: goederen of diensten."

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde reglement wordt vervangen als volgt : "

Art. 2.De opdracht van het Comité behelst : 1° het beheer van de milieukeurmerken toegekend in België;2° de deelname aan de communautaire procedure voor de bepaling van productengroepen en specifieke criteria waaraan de producten behorend tot elk van deze groepen zullen moeten beantwoorden; 3° het verstrekken van informatie over het Europese milieukeurmerk aan consumenten en ondernemingen."

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde reglement wordt vervangen als volgt : "

Art. 3.§ 1. Het beheer van de milieukeurmerken toegekend in België omvat de toekenning, het toezicht op het gebruik en de intrekking van deze keurmerken. § 2. Het aanvraagdossier voor de EU-milieukeur wordt ingediend bij het secretariaat van het Comité, op het adres van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Het dossier omvat alle inlichtingen en analyses die nodig zijn voor de beoordeling, door de expert die het dossier behandelt, van de overeenstemming met de criteria van de productgroep waartoe het product behoort.

Uiterlijk twee maanden na ontvangst van een aanvraagdossier voor het label verifieert de betrokken expert of de documenten volledig zijn en stelt de aanvrager hiervan in kennis. De aanvraag van het milieukeurmerk kan afgewezen worden indien de aanvrager niet binnen de zes maanden na het ontvangen van de kennisgeving de volledige documentatie heeft gestuurd. § 3. Wanneer de expert, die een aanvraagdossier heeft bestudeerd, vindt dat dit dossier conform is met de vereisten inzake het Europese milieukeurmerk voor de desbetreffende productgroep, en na ontvangst van het bewijs van betaling van de vergoeding voor de kosten van de behandeling van het dossier, stuurt hij een e-mail in die zin naar de leden van het Comité die beschikken over een bedenktijd van tien kalenderdagen. De expert stelt ook de aanvrager hiervan van in kennis.

Gedurende die tien dagen kunnen de leden die dit wensen het dossier raadplegen bij het secretariaat of een kopie van het dossier opvragen.

Eens die termijn voorbij is en er geen enkel bezwaar werd ingediend over dit dossier, wordt de toekenning van het keurmerk beschouwd als zijnde goedgekeurd door het Comité en wordt dit gemeld aan de aanvrager. Het Comité sluit met de aanvrager een standaardcontract zoals bepaald in bijlage IV van de Verordening nr. 66/2010.

Indien een lid een opmerking of een bezwaar heeft, dan zal de expert belast met het dossier contact opnemen met dit comitélid om de situatie te analyseren. Indien het lid bij zijn standpunt blijft, zal de expert naar de Voorzitter verwijzen, die zal beslissen wat te doen.

De aanvragen tot kleine wijzigingen van het dossier, ook al beïnvloeden ze de criteria, worden ter information aan de leden van het Comité verstuurd en worden niet onderworpen aan een bedenktijd van tien kalenderdagen.

Wanneer de expert, die de aanvraag heeft bestudeerd, twijfels heeft omtrent de conformiteit van het dossier met de vereisten van het milieukeurmerk of een aanbeveling wenst voor de desbetreffende productgroep, zal hij het advies van de andere bevoegde Organismen vragen in overeenstemming met artikel 13 van de Verordening (EG) nr. 66/2010 betreffende de uitwisseling van gegevens en ervaringen.

Indien een lid niet binnen de gestelde termijn reageert op een dossier wordt dit beschouwd als een positieve reactie.

De plaatsvervangende leden dienen zich voor wat hun reacties betreft te associëren met de effectieve leden. § 4. Het Comité vertrouwt het toezicht op de naleving van het gebruik van het milieukeurmerk toe aan de dienst Inspectie van het DG Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

De dienst Inspectie stuurt het resultaat van de controle naar de betrokken expert. Als de expert van oordeel is dat de licentiehouder in strijd is met de gebruiksvoorwaarden of met de bepalingen van het contract, dan is hij gerechtigd de vergunning voor het gebruik van de milieukeur op te schorten of in te trekken en de nodige maatregelen te treffen om te verhinderen dat de licentiehouder de milieukeur blijft gebruiken. De expert brengt zijn besluit ter kennis aan de leden van het Comité en de licentiehouder."

Art. 4.Artikel 4 van hetzelfde reglement wordt vervangen als volgt : "

Art. 4.§ 1. Het secretariaat bezorgt aan alle leden van het Comité, per mail, de volgende documenten, samen met een commentaar of een toelichting, indien nodig : 1° een kort rapport van de plenaire vergaderingen van het Comité van de europese Unie voor het toekennen van het milieukeurmerk (BMEU) met daarin de essentiële elementen uit de besprekingen;2° een document met daarin het door de experts van de administratie voorgestelde in te nemen standpunt tijdens de plenaire vergaderingen van het BMEU en tijdens de stemmingen van de Lidstaten in het Regelgevend Comité in verband met de productgroepen en de bijhorende criteria.In geval van twijfels of specifieke belangen, wordt een aparte vermelding ingelast om de aandacht van de leden van het Comité op deze punten te vestigen. De leden worden verzocht om te reageren indien ze dit wensen.

Het secretariaat bezorgt vervolgens aan de europese Commissie en, op Belgisch niveau, aan de Minister of Staatssecretaris bevoegd voor het leefmilieu, het ingenomen standpunt met betrekking tot de productgroepen en de bijhorende criteria.

Indien er binnen de voorgeschreven termijn geen reactie komt van een lid op een welbepaald voorstel met betrekking tot de criteria, wordt dit als een positieve reactie beschouwd.

De plaatsvervangende leden dienen zich voor wat hun reacties betreft te associëren met de effectieve leden. § 2. Er is geen raadpleging van het Comité vereist wanneer het gaat om standpunten die reeds werden bepaald door het Comité en/of die handelen over evidente aspecten. § 3. De leden van het Comité dienen kenbaar te maken aan de experten welke specifieke productgroepen zijn wensen op te volgen en waarbij zij nauwer wensen betrokken te worden. § 4. De volgende belangrijke documenten met betrekking tot het systeem van de EU-milieukeur worden op Circa geplaatst : 1° de documenten over de criteria-ontwikkeling waaronder het technisch rapport of andere achtergrondstudies, de verslagen van de werkgroep vergaderingen, de criteriavoorstellen en de gepubliceerde criteria;2° de documenten over de vergaderingen van BMEU waaronder de verslagen, een kort rapport met daarin de essentiële elementen uit de besprekingen, informatie over het werkplan, de horizontale thema's en de selectie van nieuwe productgroepen;3° de documenten over het Comité waaronder de samenstelling van het Comité, de verslagen en de presentaties van de vergaderingen.

Art. 5.Artikel 5 van hetzelfde reglement wordt vervangen als volgt : "

Art. 5.De meer delicate, meer gevoelige punten worden onderworpen aan een schriftelijke raadpleging van het Comité volgens de volgende procedure.

De expert belast met de productcategorie zal per e-mail een gemotiveerd voorstel voorleggen aan de leden van het Comité, met daarin ook de volgende elementen wat de reacties betreft : 1° de antwoordtermijn (met de optie allen beantwoorden) : moet geval per geval worden bepaald, maar steeds met een minimum van één week;2° de mogelijkheid voor de leden om hun positie te preciseren en motiveren : akkoord, niet akkoord, geen mening. Een antwoord « geen mening » wordt beschouwd als een positief antwoord, behalve indien het lid preciseert dat hij zich onthoudt.

Indien er binnen de voorgeschreven termijn geen reactie komt van een lid op het voorstel van de expert, wordt dit als een positieve reactie beschouwd.

De plaatsvervangende leden dienen zich voor wat hun reacties betreft, te associëren met de effectieve leden.

De beslissingen van het Comité worden genomen bij gewone meerderheid, waarbij geen rekening wordt gehouden met de onthoudingen. In geval van pariteit van de reacties of van uitgesproken meningsverschillen, wordt een telefonische conferentie georganiseerd om tot een definitief advies van het Comité te komen.

Hetzelfde probleem of dezelfde vraag wordt maar onderworpen aan één enkele schriftelijke raadpleging. Het definitieve voorstel dat voortvloeit uit de analyse van de verschillende reacties dient vooraf aan te leden van het Comité te worden bezorgd, voor het wordt verstuurd naar de Europese Commissie."

Art. 6.Artikel 7 van hetzelfde reglement wordt vervangen als volgt : "

Art. 7.§ 1. Het Comité vergadert minstens drie maal per jaar. § 2. Het Comité wordt eveneens binnen tien kalenderdagen bijeengeroepen als ten minste een derde van de leden daarom verzoekt.

Dit verzoek wordt schriftelijk en gemotiveerd ingediend bij de Voorzitter.

Art. 7.In artikel 8, § 1 van hetzelfde reglement worden de woorden "de Ondervoorzitter en" ingevoegd tussen de woorden "samen met" en de woorden "het secretariaat".

Art. 8.Artikel 12 van hetzelfde reglement wordt vervangen als volgt : "

Art. 12.§ 1. Het Comité kan alleen maar geldig beslissen als bij de stemming tenminste de helft van de leden of hun plaatsvervangers aanwezig is.

Indien het vereiste aantal aanwezigen niet bereikt wordt, onderwerpt de Voorzitter het voorstel van de beslissing aan een schriftelijke raadpleging, zoals bepaald in artikel 5 van het huishoudelijke reglement. § 2. De Voorzitter en de Ondervoorzitter hebben stemrecht. § 3. De beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de onthoudingen. Bij staking van stemmen is de stem van de Voorzitter doorslaggevend. § 4. Tenzij leden expliciet vragen dat hun mening nominatief wordt weergegeven, vermelden de verslagen van het Comité de uitslagen van de stemmingen niet nominatief."

Art. 9.Artikel 21 van hetzelfde reglement wordt vervangen als volgt : "

Art. 21.§ 1. Het secretariaat legt aan het Comité tijdig een ontwerp-jaarverslag voor. Dit ontwerp-jaarverslag wordt geschreven als een verklaring van de volgende indicatoren : 1° aantal contracten per productgroep in België;2° aantal ecolabelproducten toegekend in België;3° aantal producten per productgroep toegekend in België. Het percentage van de inbreuken tijdens de inspecties, alsook de inbreuken op het gebruik van het logo op websites wordt ook vermeld.

Het ontwerpjaarverslag wordt goedgekeurd door het Comité. § 2. Het door het Comité goedgekeurde jaarverslag, wordt naar de licentiehouders gestuurd."

Art. 10.In artikel 22 van hetzelfde reglement wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De leden van het Comité, hun plaatsvervangers en de deskundigen mogen de gegevens die bij de beoordeling van het product voor de toekenning van het keurmerk te hunner kennis zijn gekomen niet aan derden bekendmaken, noch deze gegevens voor enig niet met dit contract verband staand doel gebruiken."

Art. 11.Het nieuwe, overeenkomstig de artikelen 1 tot 10 van dit besluit gewijzigde huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk, wordt goedgekeurd en als bijlage bij dit besluit gevoegd.

Brussel, 9 september 2015.

De Minister van Economie, Kris PEETERS De Minister van Leefmilieu, Marie-Christine MARGHEM

BIJLAGE Huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk Overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit van 29 augustus 1997 betreffende het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk, heeft het Comité zijn huishoudelijk reglement vastgesteld tijdens zijn vergadering van 27 januari 1999.

Hoofdstuk I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement dient te worden verstaan onder : - « Comité » : het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk zoals bedoeld in artikel 14terdecies, § 1 van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers; - « Europees milieukeurmerk » : de EU-milieukeur die is ingesteld door de Verordening (EG) nr. 66/2010 van het europese Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur; - « Voorzitter » en « Ondervoorzitter » : de Voorzitter en de Ondervoorzitter zoals bedoeld in artikel 7, § 3 van het koninklijk besluit van 29 augustus 1997 betreffende het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk; - « Leden » : de stemgerechtigde leden zoals bedoeld in artikel 7, § 1 van dit koninklijk besluit; - « Plaatsvervangers » : de plaatsvervangers zoals bedoeld in artikel 7, § 2 van dit koninklijk besluit; - « Deskundigen » : deskundigen zoals bedoeld in artikel 7, § 4 van dit koninklijk besluit; - « Secretariaat » : het secretariaat van het Comité zoals bedoeld in artikel 8 van dit koninklijk besluit; - « Producten »: goederen of diensten.

Hoofdstuk II. - Taken van het Comité

Art. 2.De opdracht van het Comité behelst : 1° het beheer van de milieukeurmerken toegekend in België;2° de deelname aan de communautaire procedure voor de bepaling van productengroepen en specifieke criteria waaraan de producten behorend tot elk van deze groepen zullen moeten beantwoorden;3° het verstrekken van informatie over het Europese milieukeurmerk aan consumenten en ondernemingen.

Art. 3.§ 1. Het beheer van de milieukeurmerken toegekend in België omvat de toekenning, het toezicht op het gebruik en de intrekking van deze keurmerken. § 2. Het aanvraagdossier voor de EU-milieukeur wordt ingediend bij het secretariaat van het Comité, op het adres van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Het dossier omvat alle inlichtingen en analyses die nodig zijn voor de beoordeling, door de expert die het dossier behandelt, van de overeenstemming met de criteria van de productgroep waartoe het product behoort.

Uiterlijk twee maanden na ontvangst van een aanvraagdossier voor het label verifieert de betrokken expert of de documenten volledig zijn en stelt de aanvrager hiervan in kennis. De aanvraag van het milieukeurmerk kan afgewezen worden indien de aanvrager niet binnen de zes maanden na het ontvangen van de kennisgeving de volledige documentatie heeft gestuurd. § 3. Wanneer de expert, die een aanvraagdossier heeft bestudeerd, vindt dat dit dossier conform is met de vereisten inzake het Europese milieukeurmerk voor de desbetreffende productgroep, en na ontvangst van het bewijs van betaling van de vergoeding voor de kosten van de behandeling van het dossier, stuurt hij een e-mail in die zin naar de leden van het Comité die beschikken over een bedenktijd van tien kalenderdagen. De expert stelt ook de aanvrager hiervan van in kennis.

Gedurende die tien dagen kunnen de leden die dit wensen het dossier raadplegen bij het secretariaat of een kopie van het dossier opvragen.

Eens die termijn voorbij is en er geen enkel bezwaar werd ingediend over dit dossier, wordt de toekenning van het keurmerk beschouwd als zijnde goedgekeurd door het Comité en wordt dit gemeld aan de aanvrager. Het Comité sluit met de aanvrager een standaardcontract zoals bepaald in bijlage IV van de verordening nr. 66/2010.

Indien een lid een opmerking of een bezwaar heeft, dan zal de expert belast met het dossier contact opnemen met dit comitélid om de situatie te analyseren. Indien het lid bij zijn standpunt blijft, zal de expert naar de Voorzitter verwijzen, die zal beslissen wat te doen.

De aanvragen tot kleine wijzigingen van het dossier, ook al beïnvloeden ze de criteria, worden ter information aan de leden van het Comité verstuurd en worden niet onderworpen aan een bedenktijd van tien kalenderdagen.

Wanneer de expert, die de aanvraag heeft bestudeerd, twijfels heeft omtrent de conformiteit van het dossier met de vereisten van het milieukeurmerk of een aanbeveling wenst voor de desbetreffende productgroep, zal hij het advies van de andere bevoegde Organismen vragen in overeenstemming met artikel 13 van de Verordening (EG) nr. 66/2010 betreffende de uitwisseling van gegevens en ervaringen.

Indien een lid niet binnen de gestelde termijn reageert op een dossier wordt dit beschouwd als een positieve reactie.

De plaatsvervangende leden dienen zich voor wat hun reacties betreft te associëren met de effectieve leden. § 4. Het Comité vertrouwt het toezicht op de naleving van het gebruik van het milieukeurmerk toe aan de dienst Inspectie van het DG Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

De dienst Inspectie stuurt het resultaat van de controle naar de betrokken expert. Als de expert van oordeel is dat de licentiehouder in strijd is met de gebruiksvoorwaarden of met de bepalingen van het contract, dan is hij gerechtigd de vergunning voor het gebruik van de milieukeur op te schorten of in te trekken en de nodige maatregelen te treffen om te verhinderen dat de licentiehouder de milieukeur blijft gebruiken. De expert brengt zijn besluit ter kennis aan de leden van het Comité en de licentiehouder.

De stand van zaken van de jaarlijkse uitgevoerde controles wordt per e-mail aan de leden van het Comité gestuurd.

Art. 4.§ 1. Het secretariaat bezorgt aan alle leden van het Comité, per mail, de volgende documenten, samen met een commentaar of een toelichting, indien nodig : 1° een kort rapport van de plenaire vergaderingen van het Comité van de europese Unie voor het toekennen van het milieukeurmerk (BMEU) met daarin de essentiële elementen uit de besprekingen;2° een document met daarin het door de experts van de administratie voorgestelde in te nemen standpunt tijdens de plenaire vergaderingen van het BMEU en tijdens de stemmingen van de Lidstaten in het Regelgevend Comité in verband met de productgroepen en de bijhorende criteria.In geval van twijfels of specifieke belangen, wordt een aparte vermelding ingelast om de aandacht van de leden van het Comité op deze punten te vestigen. De leden worden verzocht om te reageren indien ze dit wensen;

Het secretariaat bezorgt vervolgens aan de europese Commissie en, op Belgisch niveau, aan de Minister of Staatssecretaris bevoegd voor het leefmilieu, het ingenomen standpunt met betrekking tot de productgroepen en de bijhorende criteria.

Indien er binnen de voorgeschreven termijn geen reactie komt van een lid op een welbepaald voorstel met betrekking tot de criteria, wordt dit als een positieve reactie beschouwd.

De plaatsvervangende leden dienen zich voor wat hun reacties betreft te associëren met de effectieve leden. § 2. Er is geen raadpleging van het Comité vereist wanneer het gaat om standpunten die reeds werden bepaald door het Comité en/of die handelen over evidente aspecten. § 3. De leden van het Comité dienen kenbaar te maken aan de experten welke specifieke productgroepen zijn wensen op te volgen en waarbij zij nauwer wensen betrokken te worden. § 4. De volgende belangrijke documenten met betrekking tot het systeem van de EU-milieukeur worden op Circa geplaatst : 1° de documenten over de criteria-ontwikkeling waaronder het technisch rapport of andere achtergrondstudies, de verslagen van de werkgroep vergaderingen, de criteriavoorstellen en de gepubliceerde criteria;2° de documenten over de vergaderingen van BMEU waaronder de verslagen, een kort rapport met daarin de essentiële elementen uit de besprekingen, informatie over het werkplan, de horizontale thema's en de selectie van nieuwe productgroepen;3° de documenten over het Comité waaronder de samenstelling van het Comité, de verslagen en de presentaties van de vergaderingen.

Art. 5.De meer delicate, meer gevoelige punten worden onderworpen aan een schriftelijke raadpleging van het Comité volgens de volgende procedure.

De expert belast met de productcategorie zal per e-mail een gemotiveerd voorstel voorleggen aan de leden van het Comité, met daarin ook de volgende elementen wat de reacties betreft : 1° de antwoordtermijn (met de optie allen beantwoorden) : moet geval per geval worden bepaald, maar steeds met een minimum van één week;2° de mogelijkheid voor de leden om hun positie te preciseren en motiveren : akkoord, niet akkoord, geen mening. Een antwoord « geen mening » wordt beschouwd als een positief antwoord, behalve indien het lid preciseert dat hij zich onthoudt.

Indien er binnen de voorgeschreven termijn geen reactie komt van een lid op het voorstel van de expert, wordt dit als een positieve reactie beschouwd.

De plaatsvervangende leden dienen zich voor wat hun reacties betreft, te associëren met de effectieve leden.

De beslissingen van het Comité worden genomen bij gewone meerderheid, waarbij geen rekening wordt gehouden met de onthoudingen. In geval van pariteit van de reacties of van uitgesproken meningsverschillen, wordt een telefonische conferentie georganiseerd om tot een definitief advies van het Comité te komen.

Hetzelfde probleem of dezelfde vraag wordt maar onderworpen aan één enkele schriftelijke raadpleging. Het definitieve voorstel dat voortvloeit uit de analyse van de verschillende reacties dient vooraf aan te leden van het Comité te worden bezorgd, voor het wordt verstuurd naar de Europese Commissie.

Art. 6.Het Comité draagt er zorg voor dat de consumenten en ondernemingen met passende middelen worden ingelicht over de doelstellingen van het systeem voor de toekenning van het milieukeurmerk, de gekozen productengroepen, de specifieke milieucriteria voor elke productengroep, de procedure voor het aanvragen van een milieukeurmerk, en het Comité.

Hoofdstuk III. - Vergaderingen van het Comité

Art. 7.§ 1. Het Comité vergadert minstens drie maal per jaar. § 2. Het Comité wordt eveneens binnen tien kalenderdagen bijeengeroepen als ten minste een derde van de leden daarom verzoekt.

Dit verzoek wordt schriftelijk en gemotiveerd ingediend bij de Voorzitter.

Art. 8.§ 1. De Voorzitter stelt, samen met de Ondervoorzitter en het secretariaat, de agenda vast waarover het Comité zal beraadslagen. § 2. Bij de opening van de vergadering wordt de agenda door het Comité bekrachtigd. § 3. De leden van het Comité kunnen op de agenda elk punt brengen waarvan zij wensen dat het onderzocht wordt. Zij dienen daartoe tijdig een gemotiveerde nota in bij het secretariaat, vergezeld van de nuttig geachte aanvullende en verklarende documenten. § 4. Het secretariaat stuurt de uitnodigingen naar de leden van het Comité en hun plaatsvervangers ten minste tien kalenderdagen voor de datum van de vergadering. Ingeval van hoogdringendheid, kan deze termijn ingekort worden.

De overige documenten worden ten laatste een week voor de vergadering verzonden. § 5. De uitnodigingen vermelden de agenda van de vergadering. Alleen de punten die op de agenda zijn ingeschreven worden besproken.

Ingeval van hoogdringendheid kan het Comité op voorstel van de Voorzitter, en mits het akkoord van twee derden van de aanwezige leden, beslissen te beraadslagen over punten die niet op de agenda voorkomen.

Art. 9.§ 1. Wanneer het Comité vergadert moet een aanwezigheidslijst worden ondertekend door de leden. Deze lijst wordt in de notulen opgenomen. § 2. Een lid dat verhinderd is een vergadering bij te wonen deelt dat tijdig mee aan zijn in het benoemingsbesluit aangewezen plaatsvervanger, en aan het secretariaat van het Comité. § 3. De plaatsvervanger die dan de vergadering bijwoont heeft alle rechten van het lid dat hij vervangt. Is de plaatsvervanger eveneens verhinderd, dan meldt ook hij tijdig aan het secretariaat. § 4. De plaatsvervanger mag als waarnemer aanwezig zijn samen met de effectieve vertegenwoordiger, maar heeft in dat geval enkel spreekrecht wanneer hem dat door de Voorzitter wordt verleend.

Art. 10.§ 1. De Voorzitter opent en sluit de vergaderingen. Hij leidt de debatten en beschikt over al de hiervoor vereiste bevoegdheden. § 2. Als de Voorzitter verhinderd is, wordt de vergadering geleid door de Ondervoorzitter. In dat geval, oefent de Ondervoorzitter alle rechten en plichten van de Voorzitter uit. Is ook de Ondervoorzitter verhinderd, dan wordt de vergadering geleid door het oudste lid dat aanwezig is.

Art. 11.De vergaderingen van het Comité zijn niet openbaar.

Art. 12.§ 1. Het Comité kan alleen maar geldig beslissen als bij de stemming tenminste de helft van de leden of hun plaatsvervangers aanwezig is.

Indien het vereiste aantal aanwezigen niet bereikt wordt, onderwerpt de Voorzitter het voorstel van de beslissing aan een schriftelijke raadpleging, zoals bepaald in artikel 5 van het huishoudelijke reglement. § 2. De Voorzitter en de Ondervoorzitter hebben stemrecht. § 3. De beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de onthoudingen. Bij staking van stemmen is de stem van de Voorzitter doorslaggevend. § 4. Tenzij leden expliciet vragen dat hun mening nominatief wordt weergegeven, vermelden de verslagen van het Comité de uitslagen van de stemmingen niet nominatief.

Art. 13.§ 1. Het Comité kan voor de behandeling van specifieke problemen externe deskundigen uitnodigen. § 2. De leden die zich willen laten bijstaan door een deskundige vragen minimum 5 kalenderdagen voor de vergadering schriftelijk de toestemming aan de Voorzitter. § 3. De deskundigen hebben een raadgevende functie. Zij krijgen alleen maar het woord op verzoek van de Voorzitter. Zij verlaten de vergadering als er beslissingen worden genomen.

Art. 14.§ 1. Het secretariaat stelt de notulen van de vergaderingen van het Comité op. § 2. Het secretariaat zorgt voor een ontwerpverslag in het Frans en het Nederlands van elke vergadering. Hierin worden vermeld : de datum van de vergadering, de namen van de aanwezigen en van hen die verhinderd waren, het beknopt verloop van de besprekingen, en de besluiten. § 3. Het secretariaat stuurt het ontwerpverslag binnen de 30 kalenderdagen naar de leden en hun plaatsvervangers. § 4. Alle opmerkingen in verband met het ontwerp-verslag moeten schriftelijk worden meegedeeld aan het secretariaat van het Comité binnen een termijn van tien kalenderdagen na de verzending van dit verslag. § 5. Ingeval opmerkingen betrekking hebben op de tekst van de beslissingen, neemt de Voorzitter de vereiste maatregelen en kan hij de uitvoering van bedoelde beslissing schorsen. § 6. Op een volgende vergadering wordt het ontwerp-verslag, aangevuld met de aan het secretariaat meegedeelde opmerkingen, ter definitieve goedkeuring voorgelegd. § 7. De verslagen van de vergaderingen zijn niet openbaar.

Hoofdstuk IV. - Het dagelijks bestuur

Art. 15.§ 1. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de Voorzitter, de Ondervoorzitter en het secretariaat. § 2. Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van de vergaderingen van het Comité en met de uitvoering van hetgeen het Comité beslist. § 3. De Voorzitter ondertekent de voor het Comité bindende briefwisseling. Het secretariaat ondertekent de lopende briefwisseling.

Art. 16.§ 1. De Voorzitter vertegenwoordigt het Comité. § 2. De Voorzitter kan de Ondervoorzitter of het secretariaat machtigen om deze functie onder bepaalde omstandigheden of voor bepaalde materies in zijn naam uit te oefenen. Bij afwezigheid van de Voorzitter neemt de Ondervoorzitter deze functie over.

Hoofdstuk V. - Het secretariaat

Art. 17.§ 1. Het secretariaat is belast met de administratieve taken van het Comité en staat in voor het interne beheer ervan. § 2. Het secretariaat assisteert de Voorzitter, het dagelijks bestuur en het Comité bij de uitvoering van hun opdracht. § 3. De Voorzitter kan het secretariaat belasten met de uitvoering van zijn beslissingen en de beslissingen van het Comité.

Art. 18.De leden van het secretariaat kunnen zonder stemrecht de vergaderingen van het Comité bijwonen.

Art. 19.Het secretariaat is gevestigd op volgend adres: Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Directoraat-generaal Leefmilieu, Dienst Productbeleid, eurostation Blok II, Victor Hortaplein, 40, bus 10, 1060 Brussel.

Alle briefwisseling met betrekking tot het Comité dient gericht te worden aan dit adres.

Hoofdstuk VI. - Vertegenwoordiging op europees niveau

Art. 20.§ 1. Het secretariaat vormt het contactpunt van het Comité met de europese Commissie en met de Bevoegde Organismen van de overige Lidstaten. § 2. De vertegenwoordiging van België tijdens de werkgroepen en tijdens de vergaderingen van de Bevoegde Organismen van de Lidstaten wordt verzekerd door het dagelijks bestuur van het Comité.

Hoofdstuk VII. - Jaarverslag

Art. 21.§ 1. Het secretariaat legt aan het Comité tijdig een ontwerp-jaarverslag voor. Dit ontwerp-jaarverslag wordt geschreven als een verklaring van de volgende indicatoren : 1° aantal contracten per productgroep in België;2° aantal ecolabelproducten toegekend in België;3° aantal producten per productgroep toegekend in België. Het percentage van de inbreuken tijdens de inspecties, alsook de inbreuken op het gebruik van het logo op websites wordt ook vermeld.

Het ontwerpjaarverslag wordt goedgekeurd door het Comité. § 2. Het door het Comité goedgekeurde jaarverslag, wordt naar de licentiehouders gestuurd.

Hoofdstuk VIII. - Vertrouwelijkheid van gegevens

Art. 22.De leden van het Comité, hun plaatsvervangers en de deskundigen mogen de gegevens die bij de beoordeling van het product voor de toekenning van het keurmerk te hunner kennis zijn gekomen niet aan derden bekendmaken, noch deze gegevens voor enig niet met dit contract verband staand doel gebruiken.

Wanneer een besluit tot toekenning van het keurmerk is genomen, mogen de volgende gegevens in geen geval vertrouwelijk blijven: de naam van het product of de dienst, de houder van het milieukeurmerk en het registratienummer van het product of de dienst.

Hoofdstuk IX. - Diverse bepalingen

Art. 23.Zonder toestemming van de Voorzitter, of zonder het unaniem akkoord van het Comité, kunnen de leden en hun plaatsvervangers geen mededelingen doen namens het Comité.

Art. 24.§ 1. Het Comité kan wijzigingen in dit reglement aanbrengen als twee derden van de aanwezige leden ermee akkoord gaat. § 2. Het Comité legt de voorgestelde wijzigingen ter goedkeuring voor aan de Ministers of Staatssecretarissen die het Leefmilieu en Economische Zaken onder hun bevoegdheid hebben.

Art. 25.Het werkjaar van het Comité loopt van 1 januari tot 31 december.

Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 9 september 2015 tot wijziging van het huishoudelijk reglement van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk.

Brussel, 9 september 2015.

De Minister van Economie, Kris PEETERS De Minister van Leefmilieu, Marie-Christine MARGHEM


begin


Publicatie : 2015-10-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^