Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 10 juli 1997
gepubliceerd op 28 november 1997

Ministerieel besluit houdende bepaling van de vorm der beslissingen inzake bouwaanvragen

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1997036404
pub.
28/11/1997
prom.
10/07/1997
ELI
eli/besluit/1997/07/10/1997036404/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

10 JULI 1997. Ministerieel besluit houdende bepaling van de vorm der beslissingen inzake bouwaanvragen


De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, Gelet op het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, inzonderheid op de artikelen 42, 43 en 44;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 4 maart 1997 houdende delegatie van de bepaling van de vorm van modelformulieren inzake ruimtelijke ordening;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 20 juni 1995 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 20 januari 1993 en van 7 oktober 1993, Besluit :

Artikel 1.De beslissingen van het college van burgemeester en schepenen tot verlening of weigering van de bouwvergunning, alsook de schorsingsbeslissingen van de gemachtigde ambtenaar moeten genomen worden met gebruik van de formulieren A, B, C, D, E, en F, waarvan de modellen als bijlage bij dit besluit zijn gevoegd. Die formulieren moeten worden aangevuld met de vermelding, in de linkerbovenhoek, van het bestuur dat ze gebruikt.

Art. 2.Het college van burgemeester en schepenen maakt gebruik van het formulier A in geval van verlening van de vergunning en van het formulier C in geval van weigering van de vergunning, als voor het gebiedsdeel waarin het perceel begrepen is : 1° geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat;2° of slechts een bijzonder plan bestaat als bedoeld in artikel 15 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996;3° of geen verkavelingsplan bestaat waarvoor naar behoren vergunning is verleend;4° of een verkavelingsplan bestaat waarvoor vergunning is verleend, maar waarvan de verkavelingsvergunning is vervallen. Het overwegende en het beschikkende gedeelte van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar wordt integraal en tekstueel in het formulier overgenomen op de daartoe bestemde plaats.

Het college van burgemeester en schepenen vermeldt op de daartoe bestemde plaats zijn motivering.

Art. 3.Het college van burgemeester en schepenen maakt gebruik van het formulier B in geval van verlening van de vergunning en van het formulier D in geval van weigering van de vergunning, wanneer voor het gebiedsdeel waarin het perceel begrepen is : 1° een goedgekeurd bijzonder plan bestaat, tenzij het om een plan gaat bedoeld in artikel 15 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996;2° of een verkavelingsplan bestaat waarvoor naar behoren vergunning is verleend en waarvan de verkavelingsvergunning niet is vervallen. Het college gebruikt dezelfde formulieren als voor de uit te voeren werken of handelingen, wegens hun geringe omvang het advies van de gemachtigde ambtenaar niet is vereist.

Het college van burgemeester en schepenen vermeldt op de daartoe bestemde plaats zijn motivering.

Art. 4.De gemachtigde ambtenaar maakt gebruik van het formulier E voor de schorsing van een bouwvergunning, door het college afgegeven in de gevallen die in artikel 2 staan omschreven, en het formulier F voor de schorsing van een vergunning, door het college afgegeven in de gevallen die in artikel 3 staan omschreven.

Hij maakt echter gebruik van het formulier E als het college ondanks de bepalingen in artikel 2 het formulier B heeft gebruikt voor de afgifte van een bouwvergunning in de gevallen die in dat artikel staan omschreven.

Art. 5.Het koninklijk besluit van 6 februari 1971 tot bepaling van de vorm der beslissingen met betrekking tot de bouwvergunningen, wordt opgeheven.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de tweede maand volgend op de maand waarin het besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Brussel, 10 juli 1997.

E. BALDEWIJNS Bijlage bij het ministerieel besluit van 10 juli 1997 houdende bepaling van de vorm der beslissingen inzake bouwaanvragen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 10 juli 1997 houdende bepaling van de vorm der beslissingen inzake bouwaanvragen.

Brussel, 10 juli 1997.

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, E. BALDEWIJNS

^