Ministerieel Besluit van 10 maart 2014
gepubliceerd op 30 april 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit tot bepaling van de wapens en de munitie die behoren tot de voorgeschreven uitrusting van de personeelsleden van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffen

bron
ministerie van landsverdediging
numac
2014007109
pub.
30/04/2014
prom.
10/03/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 MAART 2014. - Ministerieel besluit tot bepaling van de wapens en de munitie die behoren tot de voorgeschreven uitrusting van de personeelsleden van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren, het dragen, het vervoeren en het gebruiken van de bewapening


De Minister van Landsverdediging Gelet op de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, artikel 27, § 1;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 juni 2002 betreffende het voorhanden hebben, en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht, artikel 2, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 11 juli 2003, 20 juli 2006 en 3 juni 2007;

Overwegende de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst;

Overwegende de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;

Overwegende dat het om veiligheidsredenen niet gepast is om artikel 2 van dit ministerieel besluit bekend te maken;

Gelet op het advies n° 55.098/4 van de Raad van State, gegeven op 12 februari 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan door: 1° "personeelslid": iedere militair of burger behorend tot de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht;2° "bewapening": alle wapens, deze bedoeld in 3° inbegrepen, met welke de personeelsleden uitgerust zijn, alsook hun munitie en het samengaand materiaal (optiek, affuit, steun en onderhoudsmateriaal);3° "niet-letaal wapen": de bewapening die expliciet ontworpen is en in de eerste plaats wordt gebruikt om personeel of materieel uit te schakelen of af te weren, terwijl dodelijke ongevallen, blijvende letsels en schade aan eigendom en aan het milieu tot een minimum worden beperkt;4° "munitie" : elk type munitie, explosieven en mijnen waarvan het gebruik wettelijk is toegelaten;5° "wapenwet" : de wet van 8 juni 2006 houdende de regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;6° "dienstorder" : het document met hetwelke de korpsoverste, of de autoriteit die er de bevoegdheden van uitoefent, het personeelslid beveelt een bepaalde opdracht uit te voeren en er de modaliteiten van vastlegt;7° "marsbevel" : het document met hetwelke de korpsoverste, of de autoriteit die er de bevoegdheden van uitoefent, het personeelslid toelaat een dienstverplaatsing uit te voeren. HOOFDSTUK 2. - Voorgeschreven uitrusting Art. 2. HOOFDSTUK 3. - Voorhanden hebben, bewaren, dragen, vervoer en gebruik van de bewapening

Art. 3.§ 1. Een personeelslid kan de bewapening bedoeld in artikel 2 slechts voorhanden hebben, dragen en gebruiken indien uitdrukkelijk toegestaan in een dienstorder of marsbevel en enkel tijdens de uitvoering van de opdracht, de training of de duur van de verplaatsing.

Het dienstorder of het marsbevel preciseert het type van de toegelaten bewapening en de duur van de opdracht, training of verplaatsing. § 2. In afwijking van § 1. zijn, in het kader van een operationele inzet, het voorhanden hebben, het dragen en het gebruik van een bewapening toegelaten in geval van overmacht zonder voorafgaande geschreven machtiging binnen de grenzen van het internationaal humanitair recht en/of de toepasselijke inzetregels. § 3. De bewapening wordt na het einde van de opdracht of van de verplaatsing zo snel mogelijk teruggeplaatst in het wapenmagazijn.

Art. 4.§ 1. Het is ieder personeelslid verboden, de bewapening en de munitie die deel uitmaken van de voorgeschreven uitrusting voorhanden te hebben, te dragen of te gebruiken buiten de dienst.

In uitzonderlijke omstandigheden, kan de korpsoverste of de autoriteit die er de bevoegdheden van uitoefent, een personeelslid waarop hij de functionele autoriteit uitoefent de geschreven en tijdelijke toestemming geven de bewapening buiten de dienst te dragen. Deze toestemming vermeldt de geldigheidsperiode en de praktische modaliteiten. § 2. Het is ieder personeelslid verboden bewapening en munitie die niet behoren tot de voorgeschreven uitrusting voorhanden te hebben, te dragen of te gebruiken tijdens de dienst.

Art. 5.De bewapening mag slechts voorhanden zijn, gedragen en gebruikt worden door de personeelsleden die met succes de passende vorming hebben gevolgd, de nodige vaardigheden via een regelmatige training onderhouden en die een praktische en volledige kennis hebben van de regels voor het gebruik van een wapen.

Art. 6.Het personeelslid dat de bewapening voorhanden heeft, draagt of vervoert heeft er het toezicht op. Hij is er persoonlijk verantwoordelijk voor.

Het personeelslid dat de bewapening op zich houdt, is gehouden deze te bewaren op een veilige plaats, buiten het bereik van derden.

Het personeelslid is gehouden het regelmatig onderhoud van de bewapening uit te voeren en iedere maatregel te nemen om er de goede bewaring en werking van te verzekeren.

Art. 7.Ieder gebruik van de bewapening op Belgisch grondgebied buiten de oefeningen, ieder schietincident, alsook iedere diefstal, verlies of beschadiging van de bewapening moet het voorwerp uitmaken van een geschreven verslag dat onmiddellijk aan de Divisie Veiligheidsinlichting en de veiligheidsofficier van de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid wordt overgemaakt.

Art. 8.Buiten het toegestane voorhanden hebben van wapens, wordt de bewapening bewaard in het wapenmagazijn dat gehouden wordt door de verantwoordelijke beheerder van dit magazijn binnen de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid.

De beheerder houdt een wapenregister waarin hij alle uitgaande en binnenkomende wapens inschrijft.

Brussel, 10 maart 2014.

P. DE CREM

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^