Ministerieel Besluit van 11 mei 2011
gepubliceerd op 13 mei 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit houdende maatregelen ter bestrijding van Coxiella burnetii bij schapen en geiten en houdende wijziging van lijst II van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 houdende maatregelen voor de bewaking en de bescherming tegen

bron
federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen en federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2011018179
pub.
13/05/2011
prom.
11/05/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

11 MEI 2011. - Ministerieel besluit houdende maatregelen ter bestrijding van Coxiella burnetii bij schapen en geiten en houdende wijziging van lijst II van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 houdende maatregelen voor de bewaking en de bescherming tegen bepaalde zoönoses en zoönoseverwekkers


De Minister van Landbouw en de Minister van Volksgezondheid, Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, artikelen 6, § 1 en 8;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende de organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, artikel 3, § 5;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 mei 2005 houdende maatregelen voor de bewaking van en de bescherming tegen bepaalde zoönoses en zoönoseverwekkers, artikelen 3, § 1, tweede lid, 5 § 2, 7, en 13;

Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 7 maart 2011;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 2 maart 2011;

Gelet op het advies 24-2010 van het Wetenschappelijk Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 5 juli 2010;

Gelet op het advies 8633 van de Hoge Gezondheidsraad, gegeven op 12 januari 2011;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheden dat de aanwezigheid van Coxiella burnetii op Belgische bedrijven bevestigd is, dat de vaccinatie een efficiënte methode is om Coxiella burnetii te beheersen en te bestrijden, dat een vaccin eind maart 2011 beschikbaar zal zijn, dat de bescherming van niet besmette dieren op besmette bedrijven door vaccinatie zo snel mogelijk moet optreden gezien de hoogste concentratie aan kiemen teruggevonden wordt tijdens de lammerperiode die loopt van december tot april, dat enkel niet drachtige dieren mogen gevaccineerd worden, dat de primaire vaccinatie minstens 3 weken vóór het dekken moet afgerond zijn en dat het dekseizoen start in augustus;

Gelet op advies 49.457/3 van de Raad van State, gegeven op 30 maart 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluiten :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;2° melkgeit of melkschaap : een geit of schaap gehouden voor de productie van melk bestemd voor consumptie, verkoop of transformatie;3° vereniging : een vereniging of verbond van verenigingen, erkend in toepassing van het koninklijk besluit van 26 november 2006 houdende voorwaarden voor de erkenning van de verenigingen voor de bestrijding van dierenziekten en het hun toevertrouwen van taken die tot de bevoegdheid van het Agentschap behoren;4° bedrijf : geografische entiteit bestaande uit elk gebouw of complex van gebouwen die een eenheid vormen, met inbegrip van de erbij horende terreinen, waar schapen of geiten worden gehouden of deze die daartoe bestemd zijn;5° beslag : het geheel van schapen en geiten, gehouden in een bedrijf en die een duidelijk omschreven eenheid vormen op basis van de epidemiologische banden, vastgesteld door een controleagent aangeduid bij het ministerieel besluit van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 18/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002023115 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot aanduiding van de statutaire en contractuele personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen belast met de uitvoering van de bepalingen van de wetten, besluiten en reglementen van de Europese Uni sluiten tot aanduiding van de statutaire en contractuele personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen die belast zijn met de uitvoering van de bepalingen van de wetten, besluiten en reglementen van de Europese Unie die onder de bevoegdheid van het Agentschap vallen;6° verantwoordelijke : de houder of eigenaar die over een beslag het onmiddellijke beheer en toezicht uitoefent;7° dierenarts : een dierenarts erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 20 november 2009 betreffende de erkenning van de dierenartsen;8° erkend interprofessioneel organisme: een interprofessioneel organisme erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 21 december 2006 betreffende de controle van de kwaliteit van de rauwe melk en de erkenning van de interprofessionele organismen;9° laboratorium : een erkend laboratorium overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 mei 2005;10° PCR : een laboratoriumanalyse waarbij de aanwezigheid van DNA van Coxiella burnetii onderzocht wordt;11° ELISA : een laboratoriumanalyse waarmee de aanwezigheid van antistoffen tegen Coxiella burnetii onderzocht wordt;12° koninklijk besluit van 22 mei 2005: het koninklijk besluit van 22 mei 2005 houdende maatregelen voor de bewaking van en de bescherming tegen bepaalde zoönoses en zoönoseverwekkers.

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op alle beslagen.

Art. 3.§ 1. Het Agentschap neemt van elk beslag met melkgeiten of melkschapen, uitgezonderd van de beslagen waar uitsluitend melk geproduceerd wordt voor eigen gebruik, om de twee maanden een monster van tankmelk voor een onderzoek naar Coxiella burnetii. Tussen 2 opeenvolgende monsternemingen worden minimum 7 en maximum 9 weken gelaten.

Voor de bedrijven waar de melk wordt opgehaald, kunnen de monsters van tankmelk, genomen in toepassing van artikel 3, punt 2, van het koninklijk besluit van 21 december 2006 betreffende de controle van de kwaliteit van de rauwe melk en de erkenning van de interprofessionele organismen en die beschikbaar zijn bij de interprofessionele organismen, gebruikt worden voor het onderzoek naar Coxiella burnetii. § 2. Het Agentschap kan de bemonstering opheffen of de periodiciteit ervan aanpassen in functie van de epidemiologische ontwikkeling. § 3. De interprofessionele organismen maken de melkmonsters voor analyse over aan een door het Agentschap aangeduid laboratorium.

Art. 4.De verantwoordelijke van een beslag is verplicht om bij iedere abortus van een schaap of een geit en in geval van voldragen doodgeboren lammeren een dierenarts te ontbieden. De verantwoordelijke pakt onmiddellijk de placenta(s) en de geaborteerde foetus(sen) of de doodgeboren lammeren in een hermetisch gesloten zak of recipiënt in.

De dierenarts neemt een bloedmonster van het dier dat aborteerde en maakt dit, alsook de door de verantwoordelijke ingepakte monsters, over aan een vereniging voor een onderzoek naar Coxiella burnetii.

Indien geen foetus of placenta beschikbaar is, dan neemt de dierenarts bovendien een droge vaginale swab bij het dier dat aborteerde.

Art. 5.Afhankelijk van het monster worden de volgende laboratoriumanalyses uitgevoerd : 1° PCR op melkmonsters, vaginale swabs, placenta, foetussen en eventueel op bloedmonsters;2° ELISA op melkmonsters en bloedmonsters.

Art. 6.Een beslag is besmet met Coxiella burnetii indien de PCR van een monster genomen overeenkomstig artikel 4 of van een monster van rauwe melk of van rauwmelkse producten van dat beslag niet-conform is.

Art. 7.De volgende maatregelen worden genomen door de verantwoordelijke in een inrichting met een besmet beslag: 1° de toegang tot de stallen en de contacten met de dieren door andere personen dan deze nodig voor de bedrijfsvoering zijn verboden;2° de rauwe melk of rauwmelkse producten van de diersoort verantwoordelijk voor het niet-conforme monster van tankmelk, worden thermisch behandeld in de inrichting waarbij de uitschakeling van Coxiella burnetii gegarandeerd wordt, of worden geleverd aan een inrichting die een dergelijke behandeling garandeert;3° alle aanwezige geiten van het beslag worden gevaccineerd tegen Coxiella burnetii overeenkomstig artikel 8 van dit besluit;4° bij sanitaire leegstand worden de ruimten waar de schapen en geiten verbleven hebben grondig gereinigd en ontsmet met producten en toegelaten biociden die werkzaam zijn tegen Coxiella burnetii.Bij de reiniging wordt aerosolvorming zoveel als mogelijk vermeden; 5° de mest wordt gecomposteerd voor deze verspreid wordt, behalve als deze onmiddellijk ondergewerkt wordt op de akkers van het bedrijf.De mest mag niet verspreid worden in stedelijke gebieden of in tuinen en bij droog en/of winderig weer. De mest moet bevochtigd worden voor de behandeling of manipulatie om stofvorming te vermijden; 6° een schaap of geit dat geaborteerd heeft, wordt afgescheiden van de overige dieren voor een periode van dertig dagen of tot het resultaat van het abortusonderzoek Coxiella burnetii als oorzaak uitsluit.Een dergelijk dier mag het beslag niet verlaten in de periode van afzondering, tenzij om rechtstreeks te worden afgevoerd naar het slachthuis.

Art. 8.Voor de vaccinatie overeenkomstig artikel 7, 3°, gelden de volgende modaliteiten : 1° alle geiten van het beslag worden zo vlug mogelijk en uiterlijk binnen de zes maanden na de betekening door het Agentschap van de niet-conforme PCR gevaccineerd;2° de vaccinatie wordt uitgevoerd door een dierenarts volgens het vaccinatieschema zoals opgesteld door de producent van het vaccin;3° de dierenarts registreert de vaccinatie in Sanitel overeenkomstig de instructies van het Agentschap.

Art. 9.§ 1. De maatregel voorzien in artikel 7, 1°, wordt opgeheven indien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de lammerperiode van het beslag is beëindigd of ingeval er continu gelammerd wordt, is er één jaar verlopen sinds het laatste niet-conforme resultaat;2° de aanwezige mest is verwijderd uit alle stallen en werd gecomposteerd, hetzij ondergewerkt;3° de stallen en andere gecontamineerde lokalen zijn gereinigd en ontsmet met producten en toegelaten biociden die werkzaam zijn tegen Coxiella burnetii. § 2. De maatregel voorzien in artikel 7, 2°, wordt opgeheven indien bij een volgende analyse van een nieuw monster van tankmelk het resultaat van de PCR conform is. De maatregel wordt eveneens opgeheven van zodra : - alle niet-drachtige schapen of geiten ouder dan drie maanden volledig gevaccineerd zijn door een primovaccinatie of door een herhalingsvaccinatie; - de vaccinatie uitgevoerd werd met een fase I Coxiella burnetii vaccin waarvoor een toelating voor het in de handel brengen werd bekomen voor de betrokken diersoort en volgens de instructies van de producent van het vaccin; - de vaccinatie aangetoond kan worden door een door de dierenarts uitgevoerde registratie in Sanitel overeenkomstig de instructies van het Agentschap of aan de hand van een volledig ingevuld toedienings- en verschaffingsdocument dat aanwezig is op het bedrijf. § 3. De maatregelen voorzien in artikel 7, 4°, 5° en 6°, gelden voor een periode van één jaar vanaf het laatste niet-conforme resultaat.

Art. 10.In punt 4 van lijst II van bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 mei 2005, worden de woorden 'Coxiella burnetii' ingevoegd.

Art. 11.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 11 mei 2011.

Mevr. S. LARUELLE Mevr. L. ONKELINX

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^