Ministerieel Besluit van 12 juni 2001
gepubliceerd op 23 augustus 2001
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2001035937
pub.
23/08/2001
prom.
12/06/2001
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

12 JUNI 2001. - Ministerieel besluit houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang


De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Gelet op het decreet van 29 mei 1984 houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin, gewijzigd bij de decreten van 3 mei l989, 23 februari 1994, 24 juni 1997, 7 juli 1998 en 9 maart 2001;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 15/09/1998 pub. 19/02/1999 numac 1999035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden sluiten betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 29 september 2000;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/07/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035976 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering sluiten tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 15 oktober 1999, 14 april 2000 en 26 mei 2000;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 23/02/2001 pub. 27/04/2001 numac 2001035445 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang sluiten houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang;

Gelet op het advies van de raad van bestuur van Kind en Gezin, gegeven op 2 mei 2001;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 mei 2001;

Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de rechtszekerheid en de continuïteit met betrekking tot het erkennen en subsidiëren van initiatieven voor buitenschoolse opvang nopen tot een onmiddellijke vastlegging van de administratieve procedures, zodat de behandeling van hangende dossiers die voortbouwen op een gunstig advies van het lokale overleg kan worden verzekerd, Besluit : HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.§ 1. In dit besluit wordt verstaan onder : 1° K & G : de instelling Kind en Gezin, opgericht bij het decreet van 29 mei 1984, houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin;2° besluit van de Vlaamse regering : het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 23/02/2001 pub. 27/04/2001 numac 2001035445 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang sluiten houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang;3° initiatief : initiatief voor buitenschoolse opvang, erkend door K & G;4° principieel akkoord : akkoord met betrekking tot de opportuniteit voor de oprichting van een initiatief, voor de uitbreiding van een initiatief of voor de verhuizing van een initiatief of de vestigingsplaats van een initiatief, dat een voorafgaande voorwaarde vormt om een erkenningsdossier te kunnen opstarten;5° erkenning : erkenning van het feit dat het initiatief in kwestie voldoet aan de erkenningsvoorwaarden zoals vastgelegd in het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 23/02/2001 pub. 27/04/2001 numac 2001035445 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang sluiten houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang;6° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen. § 2. De procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van initiatieven verloopt volgens de bepalingen van dit besluit. HOOFDSTUK II. - Verlenen, verlengen, weigeren of intrekken van een principieel akkoord

Art. 2.§ 1. Het organiserend bestuur van een initiatief kan een principieel akkoord aanvragen bij K & G. § 2. De aanvraag bevat alle gegevens met betrekking tot de opportuniteit van het initiatief, gebaseerd op het geargumenteerde advies van het lokale overleg, geformuleerd in het kader van het lokale beleidsplan. § 3. Elke aanvraag vermeldt de hoedanigheid en de identificatie van het organiserend bestuur en bevat per vestigingsplaats de volgende gegevens : 1° het adres en een inplantingsplan in de gemeente;2° de geplande capaciteit;3° het mogelijk aanvullende aanbod van het initiatief;4° de vermoedelijke startdatum;5° de beoogde financieringsbasis voor de werking;6° de beoogde infrastructuur (plan op schaal 1/50 en ruimtelijke indeling) en financiering ervan;7° de eventuele samenwerkingsverbanden waarin het initiatief past;8° de geplande personeelsformatie;9° de geplande openingsmomenten.

Art. 3.§ 1. Na ontvangst van de aanvraag stuurt K & G onmiddellijk een ontvangstmelding aan het initiatief, en brengt het organiserend bestuur in kennis van eventuele opmerkingen. § 2. De aanvraag tot een principieel akkoord verleent de door K & G aangestelde ambtenaren het recht om het initiatief te inspecteren. § 3. Vanaf de dag dat het organiserend bestuur in kennis gebracht is van eventuele opmerkingen beschikt het over maximaal dertig kalenderdagen om die opmerkingen te beantwoorden. § 4. Binnen negentig kalenderdagen na het afronden van de procedurestap, vermeld in artikel 3, § 3, nemen de beheersinstanties van K & G een beslissing.

Art. 4.§ 1. K & G stelt het aanvragend organiserend bestuur schriftelijk in kennis van de genomen beslissing, uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de in artikel 3, § 4, vermelde beslissing. § 2. Een weigering of een gedeeltelijke toekenning van een principieel akkoord wordt door een met redenen omklede beslissing aan het aanvragend organiserend bestuur meegedeeld.

Art. 5.Een positieve beslissing impliceert een principieel akkoord en bepaalt per vestigingsplaats de maximumcapaciteit en de openingsmomenten.

Art. 6.Het principieel akkoord heeft een geldigheidsduur van één jaar. Die termijn kan door K & G op gemotiveerd verzoek eenmalig worden verlengd met een termijn van één jaar.

Art. 7.§ 1. Het principieel akkoord vervalt ambtshalve bij het verstrijken van de in artikel 6 bepaalde termijnen, tenzij wordt bewezen dat binnen die termijn een aanvraag tot erkenning is ingediend zoals bepaald in artikel 8. § 2. K & G kan het principieel akkoord eenzijdig intrekken in de volgende gevallen : 1° als het organiserend bestuur daarom verzoekt;2° als de bevoegde ambtenaar van K & G vaststelt dat er ernstige redenen zijn die de intrekking noodzakelijk maken;3° als de elementen van het ingediende dossier grondig gewijzigd worden. In het geval, bedoeld in 3°, is het organiserend bestuur verplicht elke belangrijke wijziging te melden. HOOFDSTUK III. - Verlenen en weigeren van een erkenning

Art. 8.§ 1. Het organiserend bestuur van een initiatief dat een principieel akkoord heeft verkregen, kan gedurende de periode van de geldigheidsduur van het principieel akkoord, voor de vestigingsplaats in kwestie van het initiatief, een erkenning aanvragen bij K & G. § 2. Een aanvraag bevat de volgende gegevens : 1° de samenstelling van de personeelsformatie, en voor elk personeelslid het in aanmerking genomen diploma of getuigschrift;2° een exemplaar van het huishoudelijk reglement, opgesteld volgens de richtlijnen van K & G;3° een kopie van de verzekeringsbewijzen zoals vereist in artikel 11, 6°, van het besluit van de Vlaamse regering;4° een attest of verslag van de brandweer na controle van de brandveiligheid van gebouw en inrichting op basis van de vigerende regelgeving;5° de naam van de contactpersoon met K & G;6° de te erkennen capaciteit en de gewenste erkenningsdatum;7° als het organiserend bestuur een vzw is, de statuten.

Art. 9.§ 1. Na ontvangst van de aanvraag stuurt K & G onmiddellijk een ontvangstmelding aan het organiserend bestuur. § 2. Binnen zestig kalenderdagen na de ontvangstmelding doet K & G een onderzoek ter plaatse en brengt K & G het aanvragend organiserend bestuur op de hoogte van eventuele opmerkingen. Het aanvragend bestuur beschikt over maximaal dertig kalenderdagen om die opmerkingen te beantwoorden. § 3. Binnen negentig kalenderdagen na het afronden van de procedurestap, vermeld in artikel 9, § 2, beslist K & G over de erkenning van het initiatief.

Art. 10.§ 1. K & G stelt het aanvragend organiserend bestuur schriftelijk in kennis van de genomen beslissing, uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de in artikel 9, § 3, vermelde termijn. § 2.Een weigering van een erkenning of een erkenning voor een lagere capaciteit dan het principieel akkoord wordt met redenen omkleed.

Art. 11.§ 1. De erkenningsbeslissing zoals bedoeld in artikel 9, § 3, bepaalt voor het initiatief en per vestigingsplaats die erkend moet worden : 1° de ingangsdatum van de erkenning;2° de capaciteit;3° het aantal leidinggevenden;4° de openingsmomenten. § 2. Die erkenningsbeslissing kan tevens voorwaarden met bepaling van een realisatietermijn vanaf de uitvoerbaarheid van de beslissing, bevatten. § 3. De ingangsdatum van de erkenning kan niet liggen voor de datum van het principieel akkoord.

Art. 12.§ 1. De eerste erkenning van een initiatief is twee jaar geldig, te rekenen vanaf de ingangsdatum van de erkenning. § 2. De einddatum van de erkenning van een nieuwe vestigingsplaats is dezelfde als de einddatum van de erkenning van het initiatief. HOOFDSTUK IV. - Verlenen en weigeren van subsidiëring

Art. 13.§ 1. Het organiserend bestuur van een initiatief dat een erkenning aanvraagt of aan wie een erkenning verleend is, kan per vestigingsplaats subsidiëring aanvragen bij K & G. § 2. De aanvraag tot subsidiëring kan op zijn vroegst gelijktijdig met de aanvraag tot erkenning gebeuren.

Art. 14.§ 1. Na ontvangst van de aanvraag stuurt K & G onmiddellijk een ontvangstmelding aan het organiserend bestuur. § 2. Binnen zestig kalenderdagen na de ontvangstmelding brengt K & G het aanvragend organiserend bestuur op de hoogte van eventuele opmerkingen. Het organiserend bestuur beschikt over maximaal dertig kalenderdagen om die opmerkingen te beantwoorden. § 3. Binnen negentig kalenderdagen na het afronden van de procedurestap vermeld in het artikel 14, § 2, beslist K & G per vestigingsplaats, rekening houdend met de beschikbare budgetten, over de subsidiëring van het erkende initiatief.

Art. 15.§ 1. K & G stelt het aanvragend organiserend bestuur schriftelijk in kennis van de genomen beslissing, uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de in artikel 14, § 3, vermelde termijn. § 2. Een weigering of een gedeeltelijke toekenning van de subsidiëring wordt met redenen omkleed.

Art. 16.De beslissing tot toekenning van subsidies bepaalt per vestigingsplaats de ingangsdatum en de subsidiabele capaciteit. HOOFDSTUK V. - Verlenging van een erkenning en subsidiëring

Art. 17.§ 1. De erkenning en de eventuele subsidiëring zijn verlengbaar voor een termijn van telkens vijf jaar. § 2. Op zijn vroegst twaalf maanden en uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de einddatum van de erkenningsperiode, richt het initiatief aan K & G een schriftelijke aanvraag tot verlenging van de erkenning en de eventuele subsidiëring. Het initiatief levert in voorkomend geval ook het bewijs van de realisatie van eventueel bij de erkenningsbeslissing bepaalde voorwaarden zoals bepaald in artikel 11, § 2. § 3. Binnen zestig kalenderdagen na ontvangst van het schriftelijke verzoek tot verlenging van erkenning brengt K & G het aanvragend organiserend bestuur op de hoogte van eventuele opmerkingen die het verlengen van de erkenning in het gedrang zouden kunnen brengen. § 4. Indien niet is voldaan aan de in de erkenningsbeslissing gestelde voorwaarden zoals vermeld in artikel 17, § 2, of aan de opmerkingen in artikel 17, § 3, kan K & G beslissen geen verlenging toe te kennen.

Indien is voldaan aan de in de erkenningsbeslissing gestelde voorwaarden in artikel 17, § 2, of aan de opmerkingen waarvan sprake is in artikel 17, § 3, of als er geen werden gemaakt, en als in de verlopen tijd geen nieuwe vaststellingen gedaan werden die de erkenning en de eventuele subsidiëring in het gedrang kunnen brengen, dan besluit K & G tot de verlenging van de erkenning en de eventuele subsidiëring. § 5. Indien de erkenning niet verlengd wordt, wordt ook de subsidiëring niet verlengd. HOOFDSTUK VI. -- Intrekking van een erkenning en subsidiëring

Art. 18.§ 1. Behoudens het bepaalde in artikel 17, § 4, kan K & G de erkenning te allen tijde intrekken wanneer de erkenning niet meer in overeenstemming is met de voorwaarden zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse regering, of wanneer de richtlijnen die K & G geeft ter uitvoering daarvan niet nageleefd worden. § 2. K & G stelt het organiserend bestuur vooraf in kennis van de motieven van het voornemen tot intrekking. Het organiserend bestuur beschikt over dertig kalenderdagen om die motieven te beantwoorden. § 3. Binnen zestig kalenderdagen vanaf de ontvangst van het antwoord neemt K & G een met redenen omklede beslissing die vervolgens binnen dertig kalenderdagen aan het organiserend bestuur wordt meegedeeld met vermelding van de ingangsdatum van de intrekking.

Art. 19.De erkenning kan onmiddellijk worden ingetrokken als K & G vaststelt dat er ernstige redenen zijn die de intrekking noodzakelijk maken, en in het bijzonder als de veiligheid of de gezondheid van de opgevangen kinderen ernstig in gevaar wordt gebracht.

Art. 20.Indien de erkenning ingetrokken wordt, wordt ook de subsidiëring van de opvangsvoorziening stopgezet. HOOFDSTUK VII. - Herziening van de beslissing

Art. 21.Het organiserend bestuur kan op basis van aanvullende elementen een herziening vragen van : 1° een beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van een principieel akkoord;2° een beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van een erkenning;3° een beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van subsidiëring;4° een beslissing tot intrekking van een erkenning;5° een beslissing tot weigering van de verlenging van de erkenning.

Art. 22.§ 1. Het organiserend bestuur dient de aanvraag tot herziening in bij K & G, uiterlijk binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de beslissing. De aanvraag bevat een uitvoerige argumentatie, op basis waarvan de herziening wordt aangevraagd. § 2. Binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag tot herziening stelt K & G een onderzoek in en wordt het organiserend bestuur in kennis gesteld van de besluiten ervan. § 3. Binnen de daaropvolgende zestig kalenderdagen neemt K & G een beslissing, nadat het organiserend bestuur de kans kreeg gehoord te worden. De beslissing wordt aan het organiserend bestuur ter kennis gebracht.

Art. 23.Het inzetten van een procedure tot herziening schort de initiële beslissing niet op.

Art. 24.De herziene beslissing is niet voor een tweede herziening door K & G vatbaar. HOOFDSTUK VIII. - Beroepsprocedure bij de beroepscommissie van de Vlaamse Gezins- en Welzijnsraad

Art. 25.§ 1. Het organiserend bestuur kan, per vestigingsplaats, beroep aantekenen bij de minister tegen : 1° de beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van een principieel akkoord;2° de beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van een erkenning;3° de beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van subsidiëring;4° de beslissing tot intrekking van een erkenning;5° de beslissing tot de weigering van de verlenging van de erkenning;6° de herziening van een beslissing, vermeld in 1° tot 5°. § 2. Ook tegen het geuite en formeel betekende voornemen tot het nemen van een beslissing, vermeld in § 1, kan het organiserend bestuur beroep aantekenen.

Art. 26.§ 1. Het organiserend bestuur dient uiterlijk vijftien kalenderdagen na kennisname van de beslissing, of het formeel betekende voornemen daartoe, een gemotiveerd en aangetekend beroepsschrift in op het adres van de hoofdzetel van K & G. § 2. Het beroepsschrift bevat minstens de volgende elementen : 1° de naam en het adres van het organiserende bestuur;2° de datum van ontvangst van de betwiste beslissing of de ambtshalve uitvoering;3° een verwijzing naar of kopie van de betwiste beslissing of ambtshalve uitvoering;4° een uitvoerige motivering van het beroep;5° de datum van instelling van het beroep;6° de naam en de handtekening van de voorzitter van het organiserend bestuur. § 3. Een beroepsschrift dat niet voldoet aan de in § 1 en § 2 vermelde voorwaarden is niet ontvankelijk.

Art. 27.K & G beslist over de ontvankelijkheid van het beroepsschrift en brengt binnen vijftien dagen na ontvangst het organiserend bestuur daarvan op de hoogte per aangetekende brief.

Art. 28.Het beroep schort de uitvoering van de beslissing op, behalve wanneer een ernstig gevaar voor de opgevangen kinderen, de ouders, het personeel of de onmiddellijke omgeving dreigt. K & G beslist in dat geval over het opschortende karakter van het beroep en brengt binnen 15 dagen na ontvangst van het beroepsschrift het organiserende bestuur daarvan op de hoogte per aangetekende brief.

Art. 29.Overeenkomstig artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 15/09/1998 pub. 19/02/1999 numac 1999035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden sluiten betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden, bezorgt K & G binnen vijftien dagen na ontvangst van het ontvankelijke beroepsschrift, dat beroepsschrift samen met het volledige administratieve dossier en eventuele vervoermiddelen aan de adviserende beroepscommissie van de Vlaamse gezins- en welzijnsraad. K & G bezorgt tegelijkertijd een kopie van het beroepsschrift aan de minister.

Art. 30.§ 1. Uiterlijk drie maanden na ontvangst van het beroepsschrift en het administratieve dossier, bezorgt de commissie haar met redenen omkleed advies aan de minister en aan de administratie van Kind en Gezin. § 2. De minister deelt binnen twee maanden na ontvangst van het advies van de commissie, of bij ontstentenis daarvan na het verstrijken van de in artikel 30, § 1, vermelde termijn, de definitieve beslissing per aangetekende brief mee aan de indiener van het beroep. § 3. Indien de beslissing van de minister niet binnen de in artikel 30, § 2, vermelde termijnen wordt meegedeeld aan de indiener, wordt het beroep van rechtswege geacht ingewilligd te zijn. HOOFDSTUK IX. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 31.De regeling zoals bepaald in artikel 7 van dit besluit geldt eveneens voor de principiële akkoorden, toegekend voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 32.Het erkende initiatief is ertoe gehouden jaarlijks een activiteitenverslag op te stellen volgens de richtlijnen van K & G. Dat verslag is uiterlijk 6 maanden na het verstrijken van het jaar waarop het betrekking heeft ter beschikking en kan worden opgevraagd door K & G.

Art. 33.Alle bewijsstukken moeten minstens tien jaar ter plaatse worden bewaard, met uitzondering van de administratieve gegevens over de opgevangen kinderen, welke informatie tot drie jaar na de beëindiging van de opvang bewaard moet blijven.

Art. 34.Het ministerieel besluit van 4 september 1997Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/09/1997 pub. 30/10/1997 numac 1997036253 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord en een erkenning van een initiatief voor buitenschoolse opvang sluiten houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord en een erkenning van een initiatief voor buitenschoolse opvang, wordt opgeheven.

Art. 35.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001.

Brussel, 12 juni 2001 De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mevr. M. VOGELS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^