Ministerieel Besluit van 13 februari 2017
gepubliceerd op 20 maart 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit over de verdeling van de middelen voor de terbeschikkingstelling van budgetten voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning

bron
vlaamse overheid
numac
2017011134
pub.
20/03/2017
prom.
13/02/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2017011134

VLAAMSE OVERHEID

Welzijn, Volksgezondheid en Gezin


13 FEBRUARI 2017. - Ministerieel besluit over de verdeling van de middelen voor de terbeschikkingstelling van budgetten voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning


De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, artikel 8, 1°, en artikel 8, 3°, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014;

Gelet op het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap, artikel 15;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, artikel 37, § 2, tweede lid;

Gelet op het advies van Inspectie Financiën, gegeven op 29 november 2016, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;2° besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget 3° budget: een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;4° niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening: de jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 5, 1°, 3°, 4°, 5°, en 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, de ondersteuning die geboden wordt door een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap en een persoonlijke assistentiebudget als vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap die zijn toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of die is toegewezen door het agentschap;5° persoonlijke assistentiebudget: een persoonlijke assistentiebudget als vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap.

Art. 2.Artikel 37, § 1, 5°, van het besluit van 27 november 2015 wordt in werking gesteld.

Art. 3.. Artikel 37, § 2, van het besluit van 27 november 2015 wordt in werking gesteld.

Art. 4.Het agentschap bepaalt voor het jaar 2017 welk aandeel van de middelen die vastgesteld zijn op zijn begroting voor de terbeschikkingstelling van budgetten, nodig zijn voor: 1° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 37, § 1, punt 1° tot en met 3° en punt 5°, van het besluit van 27 november 2015;2° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget gebruik maken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijke assistentiebudget en die geboren zijn in het jaar 1994 of vroeger voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt;3° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget gebruik maken van een persoonlijke assistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt;4° de terbeschikkingstelling van een budget voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt, aan de personen met een handicap met een andere actieve zorgvraag dan een vraag naar een persoonlijke assistentiebudget aan wie een budget is toegewezen met toepassing van artikel 3 tot en met artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, die in het jaar 2017 gebruik maken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijke assistentiebudget op basis van een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of op basis van een beslissing tot toewijzing van het agentschap en die geboren zijn in het jaar 1994 of vroeger;5° de terbeschikkingstelling van een budget voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt, aan de personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar een persoonlijke assistentiebudget aan wie een budget is toegewezen met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, die in het jaar 2017 gebruik maken een persoonlijke assistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap voor de leeftijd van 18 jaar;6° de terbeschikkingstelling van een budget aan personen met een handicap aan wie een budget werd toegewezen in het jaar 2016 en voor wie de regionale prioriteitencommissie maatschappelijke noodzaak als vermeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het kader van persoonsvolgende financiering, heeft vastgesteld.

Art. 5.De middelen die vastgesteld zijn op de begroting van het agentschap voor de terbeschikkingstelling van budgetten na aftrek van het aandeel, vermeld in artikel 4, worden in het jaar 2017 als volgt verdeeld over de prioriteitengroepen, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015: 1° prioriteitengroep 1: 80 procent;2° prioriteitengroep 2: 5 procent;3° prioriteitengroep 3: 15 procent. De resterende middelen, vermeld in het eerste lid, worden gespreid over het jaar 2017 aangewend voor de terbeschikkingstelling van budgetten. Als zou blijken dat de middelen, vermeld in artikel 4, niet volstaan, dan kan aanvullend geput worden uit de middelen, vermeld in het eerste lid.

Art. 6.Voor het jaar 2016 worden de middelen die vastgesteld zijn op de begroting van het agentschap voor de terbeschikkingstelling van budgetten na aftrek van het aandeel dat nodig is om een budget ter beschikking te stellen aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 37, § 1, punt 1° tot en met 3°, conform artikel 5 verdeeld over de prioriteitengroepen, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015.

Art. 7.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017 met uitzondering van artikel 3 en artikel 6 die uitwerking hebben met ingang van 1 november 2016.

Brussel, 13 februari 2017.

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN


begin


Publicatie : 2017-03-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^