Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 14 februari 2000
gepubliceerd op 18 mei 2000

Ministerieel besluit betreffende de toekenning van nationale steun voor projecten die de omkadering van de bedrijfsleiders in de tuinbouwsector beogen

bron
ministerie van middenstand en landbouw
numac
2000016067
pub.
18/05/2000
prom.
14/02/2000
ELI
eli/besluit/2000/02/14/2000016067/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

14 FEBRUARI 2000. - Ministerieel besluit betreffende de toekenning van nationale steun voor projecten die de omkadering van de bedrijfsleiders in de tuinbouwsector beogen


De Minister van Landbouw en Middenstand, Gelet op de wet van 29 juli 1955 tot oprichting van een Landbouwfonds gewijzigd bij de wet van 26 december 1956;

Gelet op de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd door de wet van 24 december 1993;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 1955 houdende opdracht aan de Minister van Landbouw van de bevoegdheid om het bedrag en de voorwaarden van de bijdragen van het Landbouwfonds te bepalen;

Gelet op de beslissing van de Ministerraad van 10 november 1995;

Gelet op het akkoord van 22 april 1999 van de Europese Commissie;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 4 augustus 1999;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 10 november 1999;

Gelet op het overleg met de Gewestregeringen, Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat in verschillende tuinbouwproductiesectoren een zware crisis ingevolge de slechte marktsituatie en de hoge investeringskosten, de leefbaarheid van bedrijven in het gedrang brengt, in het bijzonder in de sectoren groenten en witloof;

Overwegende dat het noodzakelijk is overwijld maatregelen te nemen om de bedrijfsleiders in staat te stellen hun bedrijfsvoering te verbeteren ten einde hun inkomen op een aanvaardbaar peil te brengen en om de continuïteit van de sector te verzekeren, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1. De Minister : de Minister van de federale regering, bevoegd voor Landbouw.2. Bestuur DG 6 : het Bestuur Onderzoek en Ontwikkeling van het Ministerie van Middenstand en Landbouw.

Art. 2.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan gedurende een periode van maximaal 6 werkjaren een steun toegekend worden voor projecten die de omkadering van bedrijfsleiders in de tuinbouwsector realiseren.

Om in aanmerking te komen voor deze steun moeten deze projecten aan volgende voorwaarden voldoen : - gericht zijn op de verbetering van de leefbaarheid van de tuinbouwbedrijven door middel van voorlichting, begeleiding en coördinatie van de voorlichtingsactiviteiten; - een concrete omschrijving van de voorziene acties, een planning in de tijd en een kostenraming bevatten; - bij het begin van ieder werkjaar legt elke projecthouder een jaarprogramma en een begroting van de inkomsten en uitgaven voor aan het Bestuur DG 6; - op het einde van ieder werkjaar dient elke projecthouder een verslag over de uitvoering van het jaarprogramma en een afrekening, houdende de inkomsten en uitgaven van het jaarprogramma, in bij het Bestuur DG 6.

Het Bestuur DG 6 zamelt de vereiste documenten in, onderzoekt ze en legt ze met zijn advies voor aan de Minister, die beslist over de goedkeuring en over het bedrag van de steun.

Art. 3.Voor de toekenning van de steun wordt een onderscheid gemaakt tussen de vijf volgende luiken : - het eerste luik omvat de ondersteuning van het project coördinatie in de sierteeltsector tussen de proeftuinen en instellingen die gegroepeerd zijn in het Proefcentrum voor de Sierteelt te Destelbergen. De steun, toegekend voor een periode van maximaal 6 jaren, bedraagt maximum 1,5 miljoen frank per jaar; - het tweede luik omvat de ondersteuning van het project coördinatie in de groenteteeltsector tussen de tuinbouwproeftuinen en -centra die erkend zijn voor de groenteteelt, ingediend door één vereniging namens de betrokken sector. De steun, toegekend voor een periode van maximaal 6 jaren, bedraagt maximum 1,5 miljoen frank per jaar. - het derde luik omvat de ondersteuning van het tijdschrift "Proeftuinnieuws" waarin de resultaten van de proeftuinen van de sectoren groenten onder glas en in open lucht, witloof en kleinfruit worden gepubliceerd.

De steun wordt toegekend voor maximaal 5 jaren en bedraagt voor het eerste werkjaar maximum 2 000 000 frank; vanaf het tweede tot en met het vijfde werkjaar van het project wordt de steun per jaar cumulatief met 12 % verminderd ten opzichte van het aanvankelijk toegekende bedrag; - het vierde luik omvat de ondersteuning van voorlichtingsprojecten van de drie tuinbouwproeftuinen die specifiek door de Minister erkend zijn voor de glasgroenten en het witloof.

Het betreft het Proefbedrijf der Noorderkempen te Meerle, het Proefstation voor de Groenteteelt te Sint-Katelijne-Waver en de Nationale Proeftuin voor Witloof te Herent.

De steun, toegekend voor een periode van maximaal 6 jaren, bedraagt maximum 1 miljoen frank per tuinbouwproeftuin en per jaar; - het vijfde luik omvat de ondersteuning van de voorlichtingsactiviteiten van de 10 erkende tuinbouwproeftuinen en de 4 erkende tuinbouwproefcentra.

De steun, toegekend voor een periode van maximaal 6 jaren bedraagt maximum 155 000 frank per jaar voor een tuinbouwproeftuin en maximum 75 000 frank per jaar voor een tuinbouwproefcentrum.

Art. 4.De uitbetaling van de toegekende steun gebeurt jaarlijks als volgt : 1. De drie vierden (75 %) van de jaarlijks toegekende steun worden uitbetaald als voorschot bij de goedkeuring van het jaarprogramma;2. Het saldo van de jaarlijks toegekende steun wordt uitbetaald na voorlegging van een jaarverslag over de uitvoering van het project samen met de planning voor het volgend jaar en van de boekhoudkundige bescheiden houdende de bewijsstukken van de gemaakte onkosten voor het jaarprograrnma, en na goedkeuring ervan door de Minister.

Art. 5.De projecthouders die nalaten de in artikel 4 bedoelde verantwoording te verstrekken of die de aangegane verbintenissen niet of gedeeltelijk nakomen, zullen gehouden zijn de ten onrechte uitgekeerde sommen terug te betalen.

Het bedrag van de terug te betalen bedragen wordt, in voorkomend geval vermeerderd met de wettelijke intrest met ingang van de datum van de betaling en zonder aanmaning.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1998.

Brussel, 14 februari 2000.

De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS

^