Ministerieel Besluit van 17 april 1997
gepubliceerd op 17 juli 1997
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen

bron
ministerie van middenstand en landbouw
numac
1997016109
pub.
17/07/1997
prom.
17/04/1997
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

17 APRIL 1997. Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen


De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Gelet op de wet van 29 juli 1955 tot oprichting van een landbouwfonds;

Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wet van 11 april 1983 en de wet van 29 december 1990;

Gelet op de organieke wet van 27 december 1990 houdende de oprichting van Begrotingsfondsen, gewijzigd door de wet van 24 december 1993;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 1955 houdende opdracht aan de Minister van Landbouw van de bevoegdheid om het bedrag en de voorwaarden van de bijdrage van het Landbouwfonds te bepalen;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 juni 1994 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen;

Gelet op het ministerieel besluit van 22 juni 1994 houdende uitvoering van het koninklijk besluit van 21 juni 1994 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 26 september 1996;

Gelet op het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen;

Gelet op de Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen;

Gelet op de Verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad van 30 juni 1992 betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer;

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen;

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie van 23 december 1992 houdende bepalingen voor de toepassing van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen gewijzigd door Verordening (EEG) 1648/95 van de Commissie van 6 juli 1995;

Gelet op de Verordening (EG) nr. 746/96 van de Commissie van 24 april 1996 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2078/92;

Gelet op het Overleg met de Gewestregeringen;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat zonder verwijl de nodige maatregelen dienen genomen te worden ten einde de voormelde Verordening (EG)nr. 746/96 uit te voeren, Besluit

Artikel 1.Aan artikel 2 van het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A. Het punt b) wordt door de volgende bepaling vervangen : « b) van zijn bedrijvigheid kennis hebben gegeven aan een door het Ministerie van Middenstand en Landbouw erkend controleorganisme, overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen; » B. Een punt d) opgesteld als volgt wordt ingevoegd : « d) bij het Centrum voor Informatieverwerking van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw geïdentificeerd zijn, teneinde in het geïntegreerd beheers- en controlesysteem opgenomen te worden overeenkomstig de bepalingen van de Verordening (EEG) nr. 3508/92. »

Art. 2.Het eerste lid van artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « De steunaanvragen moeten jaarlijks bij aangetekend schrijven ingediend worden bij het desbetreffend provinciaal bureau van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, door middel van een formulier waarvan het model door de Minister wordt vastgesteld.

De aanvragen moeten ingediend zijn ten laatste op 30 april om17 uur, de poststempel geldt als bewijs. »

Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 5bis bijgevoegd : «

Art. 5bis.Wanneer de begunstigde binnen de door diens verbintenis bestreken periode zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk aan een ander overdraagt, kan deze laatste de verbintenis voor de resterende looptijd overnemen. Gebeurt deze overname niet, dan moet de begunstigde de ontvangen steun terugbetalen.

Wanneer zich binnen de door diens verbintenis bestreken periode op het bedrijf van de begunstigde een geval van overmacht voordoet waardoor de verbintenis niet meer of slechts nog gedeeltelijk kan worden nageleefd, wordt afgezien van terugbetaling van de ontvangen steun.

Onder meer de volgende gevallen van overmacht worden aanvaard : a) overlijden van het bedrijfshoofd;b) langdurige arbeidsongeschiktheid van het bedrijfshoofd;c) onteigening van een belangrijk deel van het bedrijf, indien deze onteigening op de dag waarop de verbintenis is aangegaan, niet was te voorzien;d) een ernstige natuurramp die het landbouwareaal van het bedrijf in belangrijke mate ongunstig beïnvloedt;e) het door een ongeluk te niet gaan van de voor de veehouderij bestemde gebouwen van het bedrijfshoofd;f) een epizoötie die de gehele veestapel van het bedrijfshoofd of een deel ervan heeft getroffen. De kennisgeving van de gevallen van overmacht en de bewijzen ervan die aan de bevoegde autoriteit worden geleverd, worden schriftelijk ingediend bij het provinciaal bureau van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor het bedrijfshoofd mogelijk is. »

Art. 4.Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepalingen vervangen : «

Art. 6.De controle van de in de aanvraag aangegeven teeltoppervlakten wordt uitgevoerd door het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, volgens de methoden van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (GBCS) ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3508/92. »

Art. 5.In hetzelfde besluit, wordt een artikel 6bis bijgevoegd : «

Art. 6bis.Behalve in naar behoren met redenen omklede gevallen wordt de steun eenmaal per jaar aan de begunstigden uitgekeerd, uiterlijk binnen een termijn van 4 maanden volgend op het einde van het burgerlijk jaar van de indiening van de aanvraag. »

Art. 6.Het artikel 7 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepalingen vervangen : «

Art. 7.1. De inbreuken op dit besluit worden vervolgd, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten. 2. De sancties worden toegepast overeenkomstig het artikel 9, paragraaf 2, 1e en 2e alinea, van vermelde Verordening (EEG) nr. 3887/92, gewijzigd door Verordening 1648/95. - Het totaal van de terug te vorderen bedragen wordt in voorkomend geval vermeerderd met de wettelijke intrest met ingang van de datum van hun betaling. - Indien opzettelijk of door grove nalatigheid een onjuiste aangifte wordt gedaan, wordt het betrokken bedrijfshoofd van toekenning van elke steun in het kader van Verordening (EEG) nr. 2078/92 uitgesloten.

Eerst twee jaar nadien kan hij een nieuwe verbintenis in het kader van de milieumaatregelen in de landbouw aangaan. 3. In geval van een onverschuldigde betaling is het betrokken bedrijfshoofd tot terugbetaling van deze bedragen verplicht, vermeerderd met rente die wordt berekend op basis van de tijdspanne tussen de betaling en de terugbetaling door de begunstigde. Evenwel, kan het onverschuldigde bedrag in mindering op het eerste voorschot die na de datum het besluit betreffende de terugbetaling uitgekeerd worden. Geen rente is dan verschuldigd.

Geen rente wordt in geval van een aan een vergissing van de bevoegde autoriteit te wijten onverschuldigde betaling toegepast. »

Art. 7.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997.

Brussel, 17 april 1997.

K. PINXTEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^