Ministerieel Besluit van 17 april 2001
gepubliceerd op 24 april 2001
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de r

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
2001022285
pub.
24/04/2001
prom.
17/04/2001
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

17 APRIL 2001. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten


De Minister van Sociale Zaken, Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op het artikel 97;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/12/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000022878 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling voor het dienstjaar 2001 van het globale budget van het Rijk, zoals bedoeld in artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen voor de financiering van de werkingskosten van de ziekenhuizen type koninklijk besluit prom. 15/12/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000022909 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling voor het dienstjaar 2001 van het globale budget van het Rijk, zoals bedoeld in artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen voor de financiering van de werkingskosten van de ziekenhuizen type koninklijk besluit prom. 15/12/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000022908 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 december 1999 houdende vaststelling voor het dienstjaar 2000 van het globale budget van het Rijk, zoals bedoeld in artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen voor de financiering van de werki sluiten houdende vaststelling van het globale budget van het Rijk, zoals bedoeld in artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen, voor de financiering van de werkingskosten van de ziekenhuizen voor 2001;

Gelet op het rninisterieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 21 april 1987, 11 augustus 1987, 7 november 1988, 12 oktober 1989, 20 december 1989, 23 juni 1990, 10 juli 1990, 28 november 1990, 26 februari 1991, 20 maart 1991, 10 april 1991, 20 november 1991, 21 november 1991, 19 oktober 1992, 30 oktober 1992, 30 december 1993, 23 juni 1994, 19 juli 1994, 28 december 1994, 27 december 1995, 30 december 1996, 8 september 1997, 10 december 1997, 29 december 1997, 26 augustus 1998, 30 december 1998, 24 maart 1999, 15 juni 1999, 22 juni 1999, 23 december 1999, 25 september 2000 en 12 januari 2001;

Gelet op het meerjarig plan van 1 maart 2000 voor de gezondheidsbeleidsector, afgesloten tussen de federale regering en de representatieve organisaties van de non-profit private sector;

Gelet op het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 van het Gemeenschappelijk Comité voor het geheel van de openbare diensten;

Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Financiering, gegeven op 8 maart 2001;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 8 maart 2001;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 22 maart 2001;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door het feit dat de beheerders van de ziekenhuizen zo spoedig mogelijk dienen ingelicht te worden van de voorwaarden van de in werkstelling van de arbeidsduurvermindering, in het kader van de eindeloopbaanproblematiek, dat deze maatregelen toepasbaar zijn vanaf 1 juli 2001, dat sommige gegevens dienen geleverd te worden voor 31 mei 2001 teneinde een forfaitaire financiering aan de ziekenhuisinstellingen toe te kennen;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 27 maart 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, Besluit :

Artikel 1.De bepaling van artikel 6, 2), f), van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regden voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten wordt vervangen door volgende bepaling : « onderdeel B6 : de kosten voortvloeiend uit de bijkomende voordelen voorzien in de sectoriële akkoorden van 4 juli 1991, 22 november 1991, 1 maart 2000 en 22 juni 2000, die toegekend worden aan het ziekenhuispersoneel waarvan de financiering geheel of gedeeltelijk ten laste van de honoraria is en die veroorzaakt worden door de verstrekkingen zoals bedoeld onder artikel 95, 2° van de wet op de ziekenhuizen. »

Art. 2.In artikel 12ter van hetzelfde besluit, wordt er aan punt 2), een punt zbis) toegevoegd, luidend als volgt : « zbis) de financiële tegemoetkoming ter compensatie van de genomen maatregelen in het kader van de eindeloopbaanproblematiek. »

Art. 3.De bepaling van artikel 12quinquies van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « Onderdeel B6 dekt de kosten voortvloeiend uit de bijkomende voordelen voorzien in de sectoriële akkoorden van 4 juli 1991, 22 november 1991, 1 maart 2000 en 22 juni 2000, die toegekend worden aan het ziekenhuispersoneel waarvan de financiering geheel of gedeeltelijk ten laste van de honoraria is en die veroorzaakt worden door de verstrekkingen zoals bedoeld onder artikel 95, 2° van de wet op de ziekenhuizen. »

Art. 4.In artikel 48 van hetzelfde besluit wordt § 29 toegevoegd, luidend als volgt : « § 29 1° Definitie Voor de toepassing van huidige paragraaf dient verstaan te worden onder : « het sociaal akkoord » : het sociaal akkoord van 1 maart 2000 afgesloten tussen de federale regering en de representatieve organisaties van de private non-profit sector; « protocol nr. 120/2 » : het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 afgesloten tussen het Gemeenschappelijk Comité voor het geheel van de openbare diensten; « de sociale akkoorden" : de sociale akkoorden tussen de werkgevers, de representatieve organen van de werknemers van de ziekenhuizen en de regering, gesloten ingevolge de basisteksten van 1 maart 2000 en 28 november 2000; « eindeloopbaan maatregelen » : de maatregelen genomen in de sociale akkoorden, zijnde de toekenning van een premie vanaf 45 jaar, 50 jaar en 55 jaar, toegekend onder vorm van een vermindering van de arbeidsduur van respectievelijk 2 uur vanaf 45 jaar, 4 uur vanaf 50 jaar en 6 uur vanaf 55 jaar of onder vorm van een bijkomende premie equivalent aan de financiering van de toepasbare uurvermindering voor de personen die opteren voor het voortzetten van hun arbeidstijd; « personeelsleden » : de verplegende en verzorgende personeelsleden die effectief verplegende en verzorgende taken uitvoeren, waarvan de arbeidsduur in het individuele arbeidscontract of de individuele bencemingsakte, afgesloten met het ziekenhuis overeenstemt met tenminste de helft van een voltijdse tewerkstelling naar de conventionele arbeidstijd en die nog niet genieten van andere maatregelen met het oog op de vermindering van hun prestaties; « gelijkgesteld personeel » : de notie van gelijkgesteld personeel alsook de gegevens waaruit blijkt dat deze personeelsleden beantwoorden aan deze notie zal vastgesteld worden door de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft.

Deze twee personeelscategorieën dienen te werken in het ziekenhuis.

Het personeel dat tewerkgesteld is in de diensten die beschouwd worden als niet-ziekenhuisactiviteiten, vallen buiten beschouwing; « arbeidsduur » : de dagelijkse arbeidsduur zoals overeengekomen in het arbeidscontract of zoals het van toepassing is op het personeelslid van een openbaar ziekenhuis. 2° Financieringsregels a) Teneinde de eindeloopbaan maatregelen te financieren, wordt aan de ziekenhuizen een forfaitair bedrag (F) toegekend, vastgesteld volgens de hierna vastgestelde regelen en voor zover de principes van de sociale akkoorden ten laatste op 30 april 2001 nageleefd werden in collectieve arbeidsovereenkomsten, afgesloten in de bevoegde paritaire commissie of in de protocolakkoorden afgesloten in de bevoegde overlegcomités, voorzien door de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, die de betrekkingen regelt tussen de openbare overheden en de syndicaten van de werknemers afhangend van de[fs] overheid. De Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft mag echter de[fs] datum wijzigen.

Het forfaitair bedrag wordt als volgt berekend : F = F1 + F2 Waar : F1 = het verschuldigd bedrag voor het personeelslid dat voor de dagelijkse effectieve arbeidsduurvermindering opteert, wordt als volgt berekend : F1 = A x H/S x M/12 x T/S x C x X/12 x S/38 Waar : A = 33.465,63 EUR (index per 1 juli 2001) H : aantal verminderde arbeidsuren S : dagelijks arbeidsregime toegepast in het ziekenhuis M : aantal maanden in de vereiste leeftijd tussen de eerste van de maand waarin de verjaardag valt en het einde van de periode waarvan vermelding onder c), 1., 2., 3. en 4.

T : aantal te presteren uren per week zoals blijkt uit het arbeidscontract of de individuele benoemingsakte C : coëfficiënt gelijk aan 1 voor voltijdse arbeid en gelijk aan 0,5 voor een deeltijdse arbeid X : aantal door de werkgever effectief betaalde maanden aan het personeelslid, tijdens de beschouwde periode En waar : F2 = het verschuldigd bedrag voor het personeelslid dat opteert voor de premie, als volgt wordt berekend : F2 = A x H/S x M/12 x T/S x C x X/12 x S/38 Waar : A = 39.662,96 EUR (index per 1 juli 2001);

H = equivalent aantal verminderde uren van de arbeidsduur in het kader van de toekenning van een premie En S, M, T, C en X hebben de[fs]lfde betekenis als in de formule F1. b) Inlichtingen te verstrekken door de ziekenhuisinstelling 1) de naam en voornaam van het personeelslid, 2) zijn geboortedatum, 3) zijn functie, 4) de gekozen optie tussen de vermindering van de arbeidstijd en de premie, 5) de kostenplaats, zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1987 tot bepaling van de minimumindeling van het algemeen rekeningstelsel van de ziekenhuizen waar de lasten in rekening gebracht worden, 6) het aantal verminderde uren dat hij kan verkrijgen, naargelang zijn leeftijd, 7) het dagelijks uurregime van kracht in het ziekenhuis, 8) aantal maanden in de vereiste leeftijd tussen de eerste van de maand waarin de verjaardag valt en het einde van de periode waarvan vermelding onder c), 1., 2., 3. en 4., 9) het aantal door het personeelslid te presteren uren zoals blijkt uit het arbeidscontract of de individuele benoemingsakte, 10) het aantal door de werkgever betaalde maanden tijdens de beschouwde periode.c) Toekenningsmodaliteiten 1.Periode van 1 juli 2001 tot 30 juni 2002 Voor de periode van 1 juli 2001 tot 30 juni 2002 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 mei 2001.

Voor de berekening van het voorlopig bedrag is de factor X/12 van de berekeningsformules van F1 en F2 gelijk aan 12/12.

Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 juni 2002, en medegedeeld tegen ten laatste 30 september 2002.

Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. 2 Periode van 1 juli 2002 van 30 juni 2003 Voor de periode van 1 juli 2002 tot 30 juni 2003 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 mei 2002.

Voor de berekening van het voorlopig bedrag is de factor X/12 van de berekeningsformules van F1 en F2 gelijk aan 12/12.

Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 juni 2003, en medegedeeld tegen ten laatste 30 september 2003.

Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. 3. Periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2004 Voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2004 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 mei 2003. Voor de berekening van het voorlopig bedrag is de factor X/12 van de berekeningsformules van F1 en F2 gelijk aan 12/12.

Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 juni 2004, en medegedeeld tegen ten laatste 30 september 2004.

Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. 4. Vanaf 2004 Het voorlopig berekend bedrag bij toepassing van punt 3.vormt de provisie die van toepassing blijft vanaf I juli 2004.

Het definitieve bedrag voor de periode van 1 januari 2004 tot 31 december 2004 zal vastgesteld worden op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste I mei 2005 en zal het voorlopige budget dat gestort werd voor de beschouwde periode vervangen.

Telkens een definitief bedrag zal berekend zijn, zal dit bedrag de provisie vormen geldig voor het boekjaar dat volgt op de vaststelling van dit definitief bedrag.

Voor elk van de volgende burgerjaren, zal het definitief bedrag vastgesteld worden op basis van de inlichtingen die tegen 1 mei van het jaar dat volgt op het beschouwde boekjaar medegedeeld worden en zal het voorlopige budget dat gestort werd voor de beschouwde periode vervangen.

Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. d) Bijkomende bepalingen Voor de personeelsleden die geopteerd hebben voor de dagelijkse vermindering van hun arbeidstijd, dient de beheerder het bewijs te leveren dat de vrijgemaakte arbeidstijd gecompenseerd werd door nieuwe aanwervingen of door een verhoging van de dagelijkse arbeidsduur door andere personeelsleden. De gerecupereerde arbeidstijd per sector dient gecompenseerd te worden in dezelfde sector, hetzij : - de diensten waar het personeel gedekt wordt door het onderdeel B2 van het budget van financiële middelen, - de gemeenschappelijke diensten waarvan sprake in artikel 11, § 1, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986, - en de medisch-technische diensten, de consultaties en de apotheek.

Daarom dient de beheerder, terzelfder tijd als de inlichtingen die dienen voor de definitieve berekening, een lijst met volgende inlichtingen over te maken : - Naam en voornaam van het aangeworven personeelslid en van het personeelslid dat het voorwerp uitmaakt van een vermeerdering van zijn arbeidstijd, - kostenplaats voor verrekening, - bijkomende VTE, - aanvangsdatum van het contract, - einddatum van het contract.

Een kopie van het arbeidscontract of van de individuele benoemingsakte dient bij deze lijst gevoegd te worden. » e) Sancties Indien de beheerder niet binnen de vereiste termijn de inlichtingen betreffende de uitwerking van de definitieve budgetten mededeelt, zullen de voorlopige bedragen zoals bedoeld onder de punten c), 1., 2., 3. en 4., teruggevorderd worden.

Overgangsbepaling

Art. 5.Voor de periode van I juli tot 31 december 2001, is het bedrag ten belope van 1 350 000 BEF van toepassing in plaats van het bedrag van 33 465,63 EUR en het bedrag ten belope van 1 600 000 BEF van toepassing plaats in van het bedrag van 39 662,96 EUR Slotbepaling

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Het forfaitair bedrag waarvan sprake in artikel 48, § 29, 2°, a) van het voornoemde ministerieel besluit van 2 augustus 1986, ingevoegd door artikel 5 van huidig besluit, is slechts verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de collectieve arbeidsovereenkomst of de protocolakkoorden zoals bedoeld in artikel 48, § 29, 2°, a), eerste alinea, van het voornoemde ministerieel besluit van 2 augustus 1986, ingevoegd door artikel 5 van huidig besluit, effectief van toepassing worden en ten vroegste op I juli 2001; de tijdstippen zoals bedoeld in artikel 48, § 29, 2°, c), 1., van het voonoemde ministerieel besluit van 2 augustus 1986, ingevoegd door artikel 5 van huidig besluit, werden eventueel verschoven met de periode die ligt tussen 1 juli 2001 en vorenvermelde tijdstippen.

Gegeven te Brussel op 17 april 2001.

De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^