Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 17 juni 2016
gepubliceerd op 01 juli 2016

Ministerieel besluit houdende vaststelling van de rechten en plichten van de personeelsleden en hun gezinsleden met betrekking tot de uitoefening van de functie van huisbewaarder in de dienstgebouwen betrokken door de Federale Overheidsdienst Financiën en de bewoning van die gebouwen

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2016003183
pub.
01/07/2016
prom.
17/06/2016
ELI
eli/besluit/2016/06/17/2016003183/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 JUNI 2016. - Ministerieel besluit houdende vaststelling van de rechten en plichten van de personeelsleden en hun gezinsleden met betrekking tot de uitoefening van de functie van huisbewaarder in de dienstgebouwen betrokken door de Federale Overheidsdienst Financiën en de bewoning van die gebouwen


De Minister van Financiën, Gelet op de Grondwet, de artikelen 37 en 107, tweede lid;

Gelet op de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, artikel 4, § 2, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 juni 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/06/2016 pub. 01/07/2016 numac 2016003182 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende de functie van huisbewaarder in de gebouwen betrokken door de Federale Overheidsdienst Financiën sluiten houdende de functie van huisbewaarder in de gebouwen betrokken door de Federale Overheidsdienst Financiën, artikel 11;

Gelet op het ministerieel besluit van 5 april 1976 tot instelling van een toelage voor vervanging van de huisbewaarder tijdens het vacantieverlof;

Gelet op het ministerieel besluit van 14 juli 1989 houdende toekenning van een uurloon voor bijzondere werkzaamheden aan de huisbewaarders van de dienstgebouwen van het Ministerie van Financiën en van bepaalde personeelsleden die werkzaamheden uitvoeren die behoren tot de taak van een huisbewaarder;

Gelet op de onderrichting van 10 augustus 1976 tot vaststelling van het huishoudelijk reglement der huisbewaarders;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 juli 2014;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister belast met Ambtenarenzaken, d.d. 27 mei 2015;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 29 juni 2015;

Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. D.I. 337/D/95 van het sectorcomité II - Financiën, gesloten op 15 december 2015;

Gelet op het advies 58.846/4 van de Raad van State, gegeven op 14 maart 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de functie van huisbewaarder in de dienstgebouwen van de FOD.

Art. 2.De Directeur van de stafdienst Logistiek of zijn gemachtigde stelt de lijst vast van de taken die aan de huisbewaarders van de FOD kunnen worden opgelegd.

De Directeur van de stafdienst Logistiek of zijn gemachtigde bepaalt voor elk dienstgebouw de taken die de huisbewaarder die er is aangesteld dient uit te oefenen.

Art. 3.De kandidaat voor de functie van huisbewaarder bevestigt naar aanleiding van zijn kandidatuur voor de betrekking van huisbewaarder dat hij kennis heeft genomen van de taken die aan huisbewaarders kunnen worden opgelegd en in het bijzonder van de taken die worden opgelegd aan de huisbewaarder van het dienstgebouw waarvoor hij zijn kandidatuur heeft gesteld.

Hij bevestigt tevens kennis te hebben genomen van de rechten en plichten inherent aan de functie en dat hij deze plichten kan naleven zo hij geroepen is om de functie op zich te nemen.

Naar aanleiding van de kandidaatstelling wordt ook de samenstelling van het gezin medegedeeld, met vermelding van de geboortedatum van de kinderen. Tevens wordt medegedeeld of gezinsleden van de kandidaat huisbewaarder een beroepsactiviteit uitoefenen, alsook de aard en de plaats van uitoefening.

Art. 4.De huisbewaarder verzekert permanent de functie.

Zo hij niet in het dienstgebouw is tewerkgesteld zal hij binnen korte tijd in geval van dringende dienstnoodwendigheden zich naar het dienstgebouw begeven. Hij verzekert alleszins de permanentie buiten de openingsuren.

Het dienstgebouw mag buiten de openingsuren en op de dagen waarop de diensten gesloten zijn niet zonder toezicht worden gelaten.

De huisbewaarder kan enkel afwezig zijn indien hij zich laat vervangen door een ander persoon onder zijn verantwoordelijkheid. De functionele chef van de huisbewaarder dient zich akkoord te verklaren over de persoon die de huisbewaarder vervangt.

Dit belet niet dat de huisbewaarder, alsook de persoon die hem vervangt, voor korte duur afwezig kunnen zijn, mits de huisbewaarder of de persoon die hem vervangt, telefonisch bereikbaar blijft.

Met het oog op de telefonische bereikbaarheid wordt aan de huisbewaarder een GSM ter beschikking gesteld, te gebruiken uitsluitend voor de beroepsuitoefening.

Art. 5.§ 1. In geval van afwezigheid van minstens één week dient de huisbewaarder zijn verlofaanvraag in te dienen samen met een nota waarbij de aanstelling van een eventuele plaatsvervanger wordt voorgesteld. De volledige identiteit en het adres van die persoon dienen te worden opgegeven. De aanvraag dient minstens vijftien dagen voor de aanvangsdatum van het verlof te worden ingediend bij de functionele chef, die ter zake een beslissing neemt.

Indien de huisbewaarder geen plaatsvervanger voorstelt of hij en de functionele chef het niet eens worden over een vervanger, kan de functionele chef een plaatsvervanger aanstellen.

De plaatsvervanger dient alle verplichtingen verbonden aan de functie van huisbewaarder op zich te nemen. § 2. De plaatsvervanger mag alleen in de huisbewaarderswoning verblijven met de uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de huisbewaarder.

Art. 6.De huisbewaarder oefent zijn functie uit met de nodige discretie.

De huisbewaarder hangt, voor wat zijn taak als huisbewaarder betreft, af van zijn functionele chef, die hem de nodige richtlijnen geeft.

De huisbewaarder brengt zijn functionele chef op de hoogte van de overtredingen die hij in strijd met de verstrekte richtlijnen vaststelt.

De huisbewaarder brengt zijn functionele chef zo spoedig mogelijk op de hoogte van alle omstandigheden die de uitoefening van zijn taken zullen bemoeilijken of verhinderen.

Art. 7.De huisbewaarder en, in voorkomend geval, zijn gezin betrekken het gedeelte van het dienstgebouw dat hen wordt toegewezen.

Er wordt een plaatsbeschrijving van opgemaakt bij ingebruikname, tegensprekelijk tussen de functionele chef en de huisbewaarder, volgens de voorschriften van de artikelen 1730 en 1731 van het Burgerlijk Wetboek.

Iedere structurele aanpassing aan de huisbewaarderswoning dient het voorwerp uit te maken van het voorafgaandelijk akkoord van de Directeur van de stafdienst Logistiek of zijn gemachtigde.

Art. 8.Behoudens voorafgaandelijke toelating van de Directeur van de stafdienst Logistiek of zijn gemachtigde is het de huisbewaarder of zijn gezinsleden verboden een beroepsactiviteit uit te oefenen in het dienstgebouw, dit onverminderd de eventuele verplichtingen inzake de vraag tot cumulatiemachtiging zoals bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel.

Ook bij wijziging van de aard van de beroepsactiviteit dient voorafgaandelijk het akkoord te worden verkregen van de Directeur van de stafdienst Logistiek of zijn gemachtigde.

Art. 9.De functionele chef van de huisbewaarder is ertoe gerechtigd erop toe te zien dat de kosten van het totale verbruik van water, huisbrandolie, gas, elektriciteit, alsook de kosten van telefoon van de huisbewaarder en zijn gezin, rekening houdende met de samenstelling ervan, binnen de normale perken blijven.

In geval van niet-verantwoord abnormaal verbruik worden de kosten van de overmaat ten laste van de huisbewaarder gelegd door de Directeur van de stafdienst Logistiek of zijn gemachtigde.

Art. 10.De huisbewaarder is er toe gehouden de opleidingen "Eerste Interventieteam", "Eerste hulp bij ongevallen" en " elektriciteit BA4 - BA5 " te volgen die door de Directeur van de stafdienst Logistiek of zijn gemachtigde worden bepaald.

De kosten van de opleidingen zijn ten laste van de FOD.

Art. 11.Worden opgeheven : 1° het ministerieel besluit van 5 april 1976 tot instelling van een toelage voor vervanging van de huisbewaarder tijdens het vacantieverlof;2° het ministerieel besluit van 14 juli 1989 houdende toekenning van een uurloon voor bijzondere werkzaamheden aan de huisbewaarders van de dienstgebouwen van het Ministerie van Financiën en van bepaalde personeelsleden die werkzaamheden uitvoeren die behoren tot de taak van een huisbewaarder;3° de onderrichting van 10 augustus 1976 tot vaststelling van het huishoudelijk reglement der huisbewaarders.

Art. 12.Dit besluit is van toepassing op de reeds in dienst zijnde huisbewaarders.

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 17 juni 2016.

J. VAN OVERTVELDT I

^