Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 19 december 2013
gepubliceerd op 18 april 2014

Ministerieel besluit tot vaststelling van de deontologische code voor de personeelsleden van de opvangstructuren voor asielzoekers. - Addendum

bron
programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie
numac
2014011248
pub.
18/04/2014
prom.
19/12/2013
ELI
eli/besluit/2013/12/19/2014011248/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING EN SOCIALE ECONOMIE


19 DECEMBER 2013. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de deontologische code voor de personeelsleden van de opvangstructuren voor asielzoekers. - Addendum


Aan het Belgisch Staatsblad van 28 maart 2014, pagina 11174, dient het volgende toegevoegd te worden : Deontologische code voor de personeelsleden van de opvangstructuren voor asielzoekers De deontologische code die voor u ligt is het resultaat van een zorgvuldig overleg tussen afgevaardigden van alle partners binnen het opvangnetwerk. Ze wil een leidraad bieden aan alle personeelsleden van de opvangstructuren die professionele contacten hebben met de begunstigen van de opvang. In het streven naar een dynamisch integriteitbeleid wil ze helpen bij het beoordelen wat wel en niet gepast is. Dat gebeurt op basis van een aantal richtlijnen die zijn opgebouwd rond vier kernwaarden : - Respect - Cliëntgerichtheid - Onpartijdigheid - Discretie Bij elke waarde wordt toegelicht wat ermee bedoeld wordt en vervolgens worden enkele concrete gedragsregels geformuleerd. Volledig sluitende duidelijkheid is weliswaar onmogelijk omdat nu eenmaal niet alle situaties te voorzien zijn. Idealiter is de code een instrument dat zelfregulatie bevordert en dat fungeert als een gemeenschappelijk kader dat het gesprek over integriteit kan vergemakkelijken.

Enkel in combinatie met andere instrumenten zoals infosessies, dilemmatrainingen (analyse van casussen) en de systematische bespreking van integriteitproblemen op het werkoverleg kan de code haar rol kunnen vervullen.

De bedoeling van de code is niet alleen gedrag helpen sturen, maar eveneens de medewerkers stimuleren om zich in te zetten voor een integer en doelmatig opvangnetwerk. Op die manier kan niet alleen de professionele houding van de personeelsleden versterkt worden, maar ook de kwaliteit van de opvang en de begeleiding in het algemeen.

Bij de toepassing van de code dient voortdurend een evenwicht gezocht te worden tussen de rechten en plichten van de begunstigden enerzijds en van de personeelsleden anderzijds. Het uitgangspunt van de hulpverleningsrelatie én van de code is wederzijds respect, met erkenning van de eigen verantwoordelijkheden.

RESPECT Opvang en begeleiding gebeurt met respect voor de eigenheid van elke bewoner, ongeacht zijn/haar afkomst. Niettegenstaande de afhankelijke en onzekere situatie waarin de bewoners zich bevinden, worden ze beschouwd als verantwoordelijke mensen met enerzijds fundamentele rechten en vrijheden en anderzijds plichten. - U toont respect voor de persoonlijke integriteit van de bewoners. U bent correct en beleefd. U spreekt geen waardeoordelen uit, in het bijzonder niet met betrekking tot culturele verschillen. - U hebt respect voor de vrijheid van meningsuiting, ook met betrekking tot de kwaliteit van de dienstverlening. - U respecteert de vrijheid van handelen van de bewoners en de keuzes die bewoners maken in verband met hun verblijfssituatie en hun (asiel)procedure, rekening houdend met de reglementaire en wettelijke beperkingen. - U eerbiedigt het privé-leven van de bewoners. U bent zich bewust van het feit dat de opvangstructuur een leefplaats is voor bewoners. U respecteert het ouderlijk gezag en de rechten van het kind. - U respecteert het briefgeheim.

CLI"NTGERICHTHEID Bewoners hebben recht op een betrouwbare en efficiënte dienstverlening. Daarom bieden we hen een kwaliteitsvolle ondersteuning, rekening houdend met hun specifieke noden. Het stimuleren van zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid staat daarbij centraal. - U bent betrokken en hebt een actieve luisterhouding. In het contact met bewoners houdt u in de mate van het mogelijke rekening met specifieke moeilijkheden zoals cultuurshock, verlies van identiteit en verlies van sociaal draagvlak. - U streeft naar transparantie en zorgt ervoor dat het voor de bewoners duidelijk is welke dienstverlening zij van u kunnen verwachten. In de mate van het mogelijke zorgt u ervoor dat taal en culturele verschillen een goede communicatie niet in de weg staan. - U bent vakbekwaam. Uw dienstverlening is tijdig en doelgericht. U werkt zorgvuldig en correct en zet zich in om kwaliteit te leveren. U doet al het mogelijke om zo goed als mogelijk geïnformeerd te blijven van de situatie van de bewoners binnen de grenzen van uw functie. - U weegt zorgvuldig het individueel belang van elke bewoner af tegenover het algemeen belang van de opvangstructuur conform het huishoudelijk reglement. U tracht met de beschikbare middelen grensoverschrijdend gedrag te (laten) corrigeren conform het huishoudelijk reglement.

ONPARTIJDIGHEID Bewoners hebben het recht om in gelijke gevallen op eenzelfde manier te worden behandeld. Daarom moet u in elke situatie uw functie op een neutrale en objectieve wijze uitoefenen. Uw professioneel handelen staat los van elke vorm van eigenbelang. - U streeft naar gelijke behandeling van personen en/of dossiers die volgens eenzelfde regelgeving behandeld moeten worden. Iedere vorm van discriminatie is verboden. Discriminatie betekent elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van onder andere nationaliteit, etnische groep, huidskleur, afkomst, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, gezondheidstoestand, handicap, geslacht of seksuele geaardheid. - Persoonlijke voorkeuren mogen niet leiden tot bevoordeling of benadeling. Dit betekent dat u elke actie moet kunnen rechtvaardigen doordat zij stoelt op objectieve criteria. - U bent zich bewust van het feit dat u zich voortdurend in een spanningsveld bevindt tussen professionele betrokkenheid en professionele afstand. Om (de schijn van) favoritisme te voorkomen en de professionele relatie te vrijwaren vermijdt u vriendschappelijke en intieme relaties met de bewoners. Privé-gegevens van uzelf en van collega's worden niet aan bewoners meegedeeld. - U aanvaardt geen persoonlijke voordelen die aanleiding kunnen geven tot een wederdienst. Dit geldt ook voor voordelen die ten goede komen aan vrienden, collega's, familie of andere personen. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk dat u symbolische geschenken van geringe waarde accepteert van bewoners. U meldt dit dan altijd aan uw leidinggevende.

DISCRETIE Overeenkomstig artikel 49 van de Opvangwet zijn de personeelsleden van de opvangstructuren gebonden door een geheimhoudingsplicht. Deze geheimhoudingsplicht is onder meer van toepassing op de informatie die u verstrekt wordt door een bewoner en op de initiatieven die u neemt in het kader van de uitvoering van uw taken.

Bepaalde beroepsgroepen, zoals artsen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers, zijn gebonden aan het beroepsgeheim, zoals voorzien in artikel 458 van het Strafwetboek.Dit beroepsgeheim is ook van toepassing op alle personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen. De geheimhoudingsplicht en het beroepsgeheim zijn geen eenvoudig te hanteren concepten in uw dagelijks werk. Weeg daarom steeds de verschillende belangen tegen elkaar af. - Informatie die u te weten komt tijdens de uitoefening van uw taken, behandelt u in principe altijd vertrouwelijk. Dit betekent dat u deze informatie niet doorgeeft aan derden, of dat u, wanneer u over een bepaalde situatie of bewoner spreekt, dit doet zonder dat de betrokken bewoner geïdentificeerd kan worden. - In sommige gevallen mag of moet u de geheimhoudingsplicht en/of het beroepsgeheim doorbreken. Het gaat om volgende gevallen : o De noodtoestand : het doorbreken van het geheim is noodzakelijk en de enige mogelijkheid om een dreigend ernstig gevaar af te wenden; Het oordeel wordt overgelaten aan de drager van het beroepsgeheim met dien verstande dat men zich schuldig kan maken aan schuldig verzuim als men het nalaat hulp te verlenen aan iemand die in groot gevaar verkeert (art 422bis van het Strafwetboek) o Er bestaat een aangifterecht van bepaalde misdrijven of wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat t.a.v. minderjarigen, voor zover deze door uzelf werden vastgesteld, of vernomen van het slachtoffer en het onmogelijk is zelf adequate hulp te verlenen. Het gaat hier om een aangifterecht, geen plicht; (art 458bis Strafwetboek); o Als u wordt opgeroepen om in recht of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen (= spreekrecht); o Instemming van de bewoner, maar enkel voor zover deze instemming vrijwillig en uitdrukkelijk wordt gegeven en het delen van de informatie relevant is voor de hulpverlening; o Indien ouders informatie opvragen over hun minderjarig kind en het gaat om informatie die noodzakelijk is binnen de opvoeding én in het belang van het kind. U houdt hierbij wel steeds rekening met de maturiteit van de minderjarige, en vraagt, wanneer mogelijk, diens toestemming. - In de context van de opvangstructuur, kan u in bepaalde situaties vertrouwelijke informatie delen met collega's. Het is noodzakelijk dat de volgende voorwaarden steeds vervuld zijn vooraleer u informatie deelt : - De persoon waarmee u de informatie deelt is gehouden tot dezelfde geheimhoudingsplicht en/of beroepsgeheim; - Deze persoon werkt binnen dezelfde hulpverleningscontext; - Het is noodzakelijk voor de hulpverlening dat de informatie gedeeld wordt; - Enkel relevante en noodzakelijke informatie wordt gedeeld; - De bewoner is op de hoogte van het feit dat er informatie over hem/haar gedeeld kan worden. - Indien u informatie wenst te delen met derden buiten de hulpverleningscontext van het opvangnetwerk dan moet u hiervoor het uitdrukkelijke akkoord van de bewoner hebben. - U registreert enkel gegevens die relevant zijn voor de dienstverlening. De informatie moet zo correct mogelijk neergeschreven worden. Het moet duidelijk zijn of het om feiten, vermoedens, hypotheses of geruchten gaat. Ook de datum van registratie en wie deze informatie registreert, worden vermeld. - U raadpleegt enkel en alleen gegevensbestanden en documenten voor zover die noodzakelijk zijn voor uw taakuitvoering. - U zorgt ervoor dat u documenten met individuele gegevens steeds met gepaste voorzichtigheid behandelt. - U informeert de bewoner dat er een persoonlijk dossier wordt aangelegd, welke gegevens er geregistreerd worden en wie toegang heeft tot deze gegevens. U licht de bewoner in over zijn recht op inzage in zijn dossier.

De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, Mevr. M. DE BLOCK

^