Ministerieel Besluit van 19 november 2014
gepubliceerd op 22 december 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit betreffende de goedkeuring van het onderhoudsprogramma van het rollend en essentieel materieel en keuringsvoorwaarden voor rollend materieel op de luchthaven Brussel-Nationaal

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2014014893
pub.
22/12/2014
prom.
19/11/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

19 NOVEMBER 2014. - Ministerieel besluit betreffende de goedkeuring van het onderhoudsprogramma van het rollend en essentieel materieel en keuringsvoorwaarden voor rollend materieel op de luchthaven Brussel-Nationaal


De Minister van Mobiliteit, Gelet op de wet van 27 juni 1937, houdende herziening van de wet van 19 november 1919, betreffende de regeling der luchtvaart, artikel 5, § 1;

Gelet op het koninklijk besluit van 6 november 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/11/2010 pub. 08/03/2011 numac 2011014029 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven van Brussel-Nationaal. - Rechtzetting sluiten betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven Brussel-Nationaal, artikelen 13 en 14 § 4;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën gegeven op 13 januari 2014;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting d.d. 18 februari 2014;

Gelet op advies 55.266/4 van de Raad van State, gegeven op 5 maart 2014 en advies 56.681/4 van de Raad van State, gegeven op 15 oktober 2014 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : Definities

Artikel 1.Behalve de definities bedoeld in artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 6 november 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/11/2010 pub. 08/03/2011 numac 2011014029 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven van Brussel-Nationaal. - Rechtzetting sluiten betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven Brussel-Nationaal, wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder : 1° aanvraag : de aanvraag tot goedkeuring van een onderhoudsprogramma voor rollend en essentieel materieel;2° essentieel materieel : materieel dat essentieel is voor de verlening van grondafhandelingsdiensten, zoals bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 6 november 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/11/2010 pub. 08/03/2011 numac 2011014029 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven van Brussel-Nationaal. - Rechtzetting sluiten betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven Brussel-Nationaal;3° fabrikant : merkleverancier van rollend of essentieel materieel; 4° ingeschreven voertuig : voertuig ingeschreven bij de Directie Inschrijvingen van Voertuigen (D.I.V.) van de FOD Mobiliteit en Vervoer, onderworpen aan de autokeuring en toegelaten op de openbare weg; 5° keuringsbewijs : eindrapport van de technische controle dat een overzicht van eventuele vastgestelde gebreken en tekortkomingen bevat;koninklijk besluit van 6 november 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/11/2010 pub. 08/03/2011 numac 2011014029 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven van Brussel-Nationaal. - Rechtzetting sluiten : het koninklijk besluit van 6 november 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/11/2010 pub. 08/03/2011 numac 2011014029 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven van Brussel-Nationaal. - Rechtzetting sluiten betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven Brussel-Nationaal;7° materieelgroep : groep van hetzelfde type van essentieel of rollend materieel gebruikt voor grondafhandeling; 8° niet-ingeschreven voertuig : voertuig niet ingeschreven bij de Directie Inschrijvingen van Voertuigen (D.I.V.) van de FOD Mobiliteit en Vervoer en niet toegelaten op de openbare weg; 9° OEM (afkorting voor "Original Equipment Manufacturer") : een bedrijf dat producten levert te behoefte van een merkleverancier of eindgebruiker van rollend of essentieel materieel;10° onderhoudsprogramma : geheel van onder-houds-, inspectie- en keuringsactiviteiten dat als doel heeft de functionaliteit en de veiligheid van het materieel te behouden en te garanderen;11° onderneming : een verlener van grondaf-handelingsdiensten of een gebruiker die zelfafhandeling verricht;12° vaststelling : een gebrek aan naleving van dit besluit dat tegen een vastgestelde datum (correctiedatum) moet gecorrigeerd worden door de onderneming. Voorwerp

Art. 2.Dit besluit stelt : 1° de eisen met betrekking tot de goedkeuring van het onderhoudsprogramma van het essentieel en rollend materieel;2° de voorwaarden qua keuring, onderhoud en periodieke inspectie, voor het rollend materieel gebruikt voor grondafhandelingsdiensten;en 3° de modaliteiten voor de goedkeuring van het onderhoudsprogramma door de Directeur- generaal vast. Toepassingsgebied

Art. 3.Dit besluit is van toepassing op het rollend en essentieel materieel die gebruikt worden voor het verlenen van grondafhandelingsdiensten op de luchthaven Brussel-Nationaal.

Aanvraagprocedure

Art. 4.§ 1. Gebruikers die zelfafhandeling verrichten en verleners van grondafhandelingsdiensten leggen aan de Directeur-generaal een onderhoudsprogramma van het rollend materieel ter goedkeuring voor en voldoen aan de keuringsvoorwaarden.

Verleners van grondafhandelingsdiensten leggen aan de Directeur-generaal een onderhoudsprogramma van het essentieel materieel ter goedkeuring voor. § 2. De onderneming dient een aanvraag tot een goedkeuring van een onderhoudsprogramma in bij de Directeur-generaal, in de door hem bepaalde vorm. § 3. Het Directoraat-generaal Luchtvaart zal pas overgaan tot de beoordeling van de aanvraag na ontvangst van alle documenten die moeten worden ingediend ter staving van de aanvraag.

Toezicht

Art. 5.§ 1. Het Directoraat-generaal Luchtvaart voert ter beoordeling van de aanvraag en tijdens de geldigheidsduur van de goedkeuring, telkens zij dit nodig acht, bij de onderneming audits, controles en inspecties uit.

Bij het vastleggen van het auditprogramma kan het Directoraat-generaal Luchtvaart rekening houden met reeds bestaande interne en externe audit- en controlewerkzaamheden. § 2. Audits, controles en inspecties kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

Indien de data en de reikwijdte van audits, controles en inspecties minimaal 14 dagen op voorhand aangekondigd worden, zorgt de onderneming ervoor dat de vereiste personen of functies beschikbaar zijn tijdens de audit, controle of inspectie. § 3. In het auditrapport zullen de eventuele vaststellingen en opmerkingen vermeld worden.

Indien de onderneming niet akkoord gaat met een vaststelling of opmerking, tekent zij binnen een termijn van 10 werkdagen na het ontvangst van het auditrapport gemotiveerd bezwaar aan bij de Directeur-generaal. § 4. De onderneming stelt een plan met correctieve acties op, waarin voor elke vaststelling een uiterlijke correctiedatum en voor elke opmerking een uiterlijke antwoorddatum bepaald wordt.

Binnen de 15 werkdagen na ontvangst van het auditrapport bezorgt de onderneming een voorstel van bijgewerkt plan met correctieve acties aan de Directeur-generaal.

De Directeur-generaal kan dit voorstel aanvaarden of afwijzen. Als hij dit voorstel afwijst, kan de Directeur-generaal zelf voor één of meerdere vaststellingen of opmerkingen de uiterlijke correctie- of antwoorddata bepalen.

Goedkeuring

Art. 6.§ 1. De Directeur-generaal keurt een onderhoudsprogramma goed als het voldoet aan de criteria vermeld in dit besluit. § 2. Indien de onderneming niet voldoet aan één of meerdere criteria vermeld in dit besluit, neemt zij deze op in haar plan met correctieve acties.

Het onderhoudsprogramma kan enkel goedgekeurd worden indien de onderneming de uiterlijke correctie- en antwoorddata vermeld in het door de Directeur-generaal aanvaarde plan met correctieve acties, respecteert. § 3. De Directeur-generaal neemt ten laatste 4 maanden na het indienen van de aanvraag bedoeld in artikel 4 terzake een beslissing. § 4. De goedkeuring wordt voor een onbepaalde duur afgeleverd. § 5. De Directeur-generaal kan de goedkeuring intrekken of schorsen als de onderneming om redenen die haar aan te rekenen zijn duidelijk niet langer voldoet aan de criteria vermeld in dit besluit.

Inventaris essentieel en rollend materieel

Art. 7.§ 1. De onderneming houdt een bijgewerkte gedetailleerde inventaris ter beschikking van het Directoraat-generaal Luchtvaart van : 1° het essentieel materieel;2° het rollend materieel. § 2. De gedetailleerde inventaris van het essentieel en rollend materieel, gebruikt voor grondafhandeling, vermeldt minstens volgende gegevens : 1° voor elke materieelgroep een beknopte systeem- en operationele beschrijving en een overzicht van de geldende normen, standaarden en richtlijnen;2° voor elke eenheid binnen een materieelgroep een type nummer, een uniek identificatienummer (serienummer of chassisnummer), fabrikantbepaling, indienststellingsdatum. Onderhoudsprogramma essentieel en rollend materieel.

Art. 8.§ 1. Voor het essentieel en rollend materieel legt de onderneming, overeenkomstig artikel 4, een onderhoudsprogramma ter goedkeuring voor aan de Directeur-generaal. § 2. Het onderhoudsprogramma toont aan dat de onderneming : 1° over een adequate onderhouds-, inspectie- en keuringsorganisatie beschikt;2° over een hiermee verband houdende kwaliteitsorganisatie beschikt;3° voldoet aan de opleidingsprogramma's met betrekking tot onderhoud, inspectie en keuring;4° haar essentieel en rollend materieel adequaat onderhoudt, inspecteert en keurt. § 3. De onderneming dient een handboek in dat minstens de volgende gegevens bevat : 1° algemene informatie, ondermeer : a) de contactgegevens van de personen en de diensten die verantwoordelijk zijn voor het essentieel en rollend materieel;b) een organogram en een beschrijving van de verantwoordelijkheden van de onder 1°, a) bedoelde personen en diensten;2° takenhandboek, zoals bepaald in artikel 9;3° beschrijving van het plannings- en opvolgsysteem, zoals bepaald in artikel 10. § 4. Het handboek bedoeld in paragraaf 3 is beschikbaar in een elektronische of papieren versie.

Het is zodanig samengesteld dat : 1° het gemakkelijk kan bijgewerkt worden;2° het een systeem bevat om de geldigheid van de informatie en de aangebrachte wijzigingen aan te duiden;3° het proces van opmaak, nazicht en aanvaarding vergemakkelijkt wordt. § 5. De onderneming maakt enkel gebruik van essentieel of rollend materieel dat onderhouden, geïnspecteerd, en voor gebruik vrijgegeven is door een onderhouds- en inspectieafdeling. § 6. Voor elk nieuw rollend of essentieel materieel of aanpassing van dit materieel maakt de onderneming een analyse van het onderhoudsprogramma en, indien nodig, reviseert de onderneming dit programma. § 7. Het kwaliteitssysteem met betrekking tot het onderhoudsprogramma van het rollend en essentieel materieel omvat minstens de volgende functies : 1° intern toezicht op de onderhouds-, inspectie- en keuringsactiviteiten, opdat deze gebeuren zoals voorgeschreven;2° toezicht op de onderhouds-, inspectie-, en keuringsactiviteiten uitgevoerd door derden opdat dit uitgevoerd wordt volgens het onderhoudsprogramma. § 8. De onderneming houdt een lijst bij met contactgegevens van alle organisaties die onderhouds-, inspecties en keuringen leveren aan de onderneming. § 9. Het Directoraat-generaal Luchtvaart kan rapporten van kwaliteitsaudits van de onderneming opvragen om deze te onderzoeken en als referentie te gebruiken in haar rapporten. § 10. Binnen het onderhoudsmanagement toont de onderneming aan wie verantwoordelijk is voor het beheer van de technische documentatie en wisselstukken en geeft een beschrijving weer van beide processen.

Takenhandboek

Art. 9.§ 1. De onderneming stelt een takenhandboek op dat alle onderhouds-, inspectie- en keuringstaken van toepassing op rollend en/of essentieel materieel, de componenten ervan en geassocieerde systemen en installaties beschrijft. § 2. Voor iedere materiaalgroep bevat het takenhandboek minstens de volgende gegevens : 1° onderhouds-, inspectie- en keuringstaken voorgeschreven door de fabrikant verantwoordelijk voor de eindmontage;2° onderhouds-, inspectie- en keuringstaken voorgeschreven door de OEM;3° onderhouds-, inspectie- en keuringstaken voortvloeiend uit modificaties en reparaties;4° wettelijke bepalingen, normen, richtlijnen en daaruit voortvloeiende onderhouds-, inspectie- en keuringstaken;5° bijkomende onderhouds-, inspectie- en keuringstaken. § 3. Elke onderhouds-, inspectie- en keuringstaak of elke groep van samenvallende taken (op basis van het interval) heeft een uniek taaknummer en wordt beschreven door : 1° een taaktype;2° een taakbeschrijving;3° een onderhoudsinterval;4° een doelgroep;5° gerelateerde taakkaartreferentie;6° brongegevens. § 4. Onverminderd de welzijnswetgeving, zijn de onderhouds-, inspectie- en keuringstaken en -intervallen gelijk aan of strenger dan deze voorgeschreven door de wetgeving. § 5. De onderhouds-, en inspectietaken en -intervallen zijn standaard gelijk aan deze bepaald door de fabrikant of OEM. Afwijkingen van onderhouds- of inspectietaken en/of -intervallen bedoeld in het eerste lid zijn toegelaten mits verantwoording in het dossier en in zover de afwijkingen geen negatieve impact hebben op de veiligheid en kwaliteit. § 6. Elke taak vermeldt duidelijk het materieel waarop het betrekking heeft en is direct gelinkt aan het identificatienummer van het materieel. § 7. Indien bepaalde taken, op basis van een analyse door de onderneming, niet van toepassing zijn voor een bepaald type van materieel, wordt dit vermeld in het takenhandboek. § 8. De onderneming neemt een duidelijke procesbeschrijving op in haar onderhoudsprogramma die de opvolging weergeeft van ondersteunende documenten, handboeken, richtlijnen, wettelijke bepalingen, aanpassingen afkomstig van de fabrikant, OEM en bevoegde overheden. § 9. Onverminderd elke richtlijn die een overheidsinstantie zou kunnen uitvaardigen, onderhoudt en inspecteert de onderneming haar rollend en essentieel materieel overeenkomstig het takenhandboek.

Plannings- en opvolgsysteem

Art. 10.§ 1. Het planningsysteem voor de onderhouds- en inspectie taakkaarten en keuringsrapporten van het rollend en essentieel materieel, bestaat, ook in geval van uitbesteding, uit de volgende procedures : 1° procedure voor het opstellen van een onderhouds-, inspectie- en keuringsplanning;2° procedure voor het melden en oplijsten van defecten en gerelateerde corrigerende acties;3° procedure voor het opvolgen van alle onopgeloste defecten;4° procedure voor het beheren van afspraken en instructies met het oog op een correctie van de defecten. § 2. Het opvolgsysteem heeft minstens, ook in geval van uitbesteding, betrekking op de volgende types documenten : 1° de taakkaarten;2° opvolgingsgegevens van componenten onderhevig aan onderhoudslimieten of het onderwerp uitmaken van operationele gebruikerslimieten; 3° opvolging van taakkaarten voor componenten uitgestuurd naar werkplaatsen voor onderhoud, reparatie, inspectie etc.; 4° een actieve status van wettelijke bepalingen aangaande onderhoud, inspecties en keuringen, van toepassing op rollend en essentieel materieel;5° gedetailleerde informatie van modificaties en reparaties gedaan op rollend en essentieel materieel;6° gedetailleerde status en bijhorende informatie van rollend en essentieel materieel betrokken bij incidenten;7° de certificaten voorzien door fabrikant, OEM en keuringsorganisaties. Keuring van het rollend materieel

Art. 11.§ 1. Uitgezonderd ingeschreven voertuigen, is het rollend materieel gebruikt voor grondafhandelingsdiensten op de luchthaven Brussel-Nationaal onderworpen aan keuringen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel. Deze keuringen worden uitgevoerd door de onderneming zelf (eigen onderhoudsafdeling) of door een extern onderhouds- of keuringsbedrijf. § 2. De keuringen worden onderverdeeld in : 1° volledige keuringen;2° gedeeltelijke keuringen. § 3. Volledige keuringen bestaan uit het onderzoek van : 1° de identificatie van het voertuig;2° de technische staat van het voertuig op alle onderdelen of groepen van onderdelen bedoeld in artikel 12. § 4. De gedeeltelijke keuringen kunnen bestaan uit : 1° administratieve (her)keuringen die enkel betrekking hebben op de controle van identificatie van het voertuig en bijhorende documenten en certificaten;of, 2° technische (her)keuringen die betrekking hebben op één of meerdere onderdelen of groepen van onderdelen, bedoeld in artikel 12.

Art. 12.§ 1. De onderneming stelt voor haar rollend materieel een aangepast keuringsprogramma op, waarin zij voor het rollend materieel de keuringsmethode en -criteria schriftelijk bepaalt. § 2. De te keuren groepen van onderdelen van rollend materieel bevatten minimaal : 1° reminrichting;2° lichten en reflecterende inrichtingen;3° elektrische uitrustingen;4° stuurinrichting en stuur;5° assen, wielen, banden en ophanging;6° chassis en chassistoebehoren;7° diverse uitrustingen, waaronder veiligheidsuitrustingen;8° overlastfactoren;9° carrosserie;10° gezichtsveld;11° duw- of trekkoppeling;12° specifieke onderdelen waaronder bijkomende installaties en voertuig eigen modificaties;13° vereisten voor passagiersvoertuigen. § 3. Bijkomende keuringseisen voor brandstoftransportwagens en hydrant-pompwagens hebben minimaal betrekking op volgende onderdelen : 1° elektrische uitrusting en batterijen;2° tankreservoir, brandstofleidingen, koppelingen en toebehoren;3° uitlaat;4° botsingbescherming;5° veiligheidsuitrustingen;6° reglementaire aanduidingen. § 4. Bijkomende keuringseisen voor aanhangwagens en trailers hebben minimaal betrekking op de volgende onderdelen : 1° duw- of trekkoppeling en hulpkoppeling;2° chassisnummer, identificatieplaatje en identificatie van de koppeling;3° lichten en reflectoren;4° spatborden;5° neerwaartse kracht van koppeling;6° reminrichting. § 5. Voor ingebruikname ondergaat het rollend materieel een volledige keuring.

Art. 13.§ 1. Het rollend materieel ondergaat 2-jaarlijks een volledige, periodieke keuring. § 2. De periodieke keuringen vinden plaats in de periode van 3 maand die aan de vervaldatum van het keuringsbewijs bedoeld in artikel 14 voorafgaat.

Het periodieke keuringsinterval, zowel bij vroeg- als laattijdige keuring, begint te lopen vanaf de vervaldatum van het vorige keuringsbewijs.

Het laattijdig aanbieden van een voertuig voor keuring, na de vervaldatum van het keuringsbewijs, mag geen wijzigingen van de periodiciteit tot gevolg hebben. § 3. Onverminderd de regels betreffende de periodieke keuringen, zijn niet-periodieke gedeeltelijke keuringen verplicht : 1° voor elk voertuig dat een wijziging of verbouwing heeft ondergaan die betrekking heeft op het chassis, het koetswerk of op de uitrusting, met een wijziging van de technische kenmerken van het voertuig tot gevolg;2° voor elk voertuig waarvan het keuringsbewijs werd ingetrokken door het Directoraat-generaal Luchtvaart bij de vaststelling van een overtreding op de bepalingen van dit besluit;3° voor elk voertuig waarvan het ingeslagen chassisnummer bijgewerkt, uitgewist of gewijzigd werd;4° voor elk voertuig dat, ten gevolge van een ongeval, beschadigingen aan het chassis, de stuurinrichting, de ophanging of de reminrichting vertoont of dat een volledig verlies ondergaan heeft. Het Directoraat-generaal Luchtvaart kan, in het kader van het in artikel 5 beschreven toezicht, van een door haar bepaald voertuig een bijkomende keuring vragen. § 4. De keuringen bedoeld in paragraaf 3 hebben geen effect op de geldigheidsduur van het keuringbewijs.

Keuringsbewijs

Art. 14.§ 1. De onderneming of het externe onderhouds- of keuringsbedrijf die in toepassing van artikel 11, § 1, de keuringen uitvoert, levert na elke volledige keuring een keuringsbewijs af. Dit keuringsbewijs vermeldt minstens : 1° voertuigtype;2° voertuig typenummer;3° identificatienummer van het voertuig (serienummer of chassisnummer);4° kenteken en/of registratienummer;5° de plaats en de datum van controle;6° de kilometerstand en werkuurstand (indien beschikbaar);7° voor passagiersvoertuigen : het aantal zit- en staanplaatsen, de bestuurdersplaats niet meegerekend;8° de vastgestelde defecten;9° eventuele tekortkomingen ten opzichte van reglementaire bepalingen;10° beoordeling van het rollend materieel, overeenkomstig paragraaf 2;11° bepaalde voor latere keuringen nuttig geachte inlichtingen;12° de datum van de volgende periodieke controle - vervaldatum van het keuringsbewijs;13° identificatiegegevens van wie de keuring heeft uitgevoerd en handtekening;14° eventuele niet-periodieke herkeuringen tijdens het actuele keuringsinterval. § 2. De volgende beoordelingen kunnen op het keuringsbewijs vermeld worden : 1° Indien bij de keuring vastgesteld werd dat het voertuig technische gebreken noch tekortkomingen ten opzichte van de reglementaire bepalingen vertoont, krijgt het rollend materieel de beoordeling "gekeurd".2° Indien bij de keuring vastgesteld werd dat het voertuig bepaalde technische gebreken en tekortkomingen vertoont die gecorrigeerd moeten worden zonder dat het gebruik ervan onveilig is, krijgt het rollend materieel de beoordeling "gekeurd met opmerkingen".Deze gebreken en tekortkomingen worden binnen de 6 maanden vanaf de keuringsdatum in orde gebracht. Een gedeeltelijke herkeuring is noodzakelijk. 3° Indien bij de keuring vastgesteld werd dat de staat van een onderdeel of van een groep van onderdelen of de technische gebreken en tekortkomingen van die aard zijn dat het gebruik ervan onveilig is, krijgt het rollend materieel de beoordeling "afgekeurd".Dit materieel mag niet meer gebruikt worden op de luchthaven Brussel-Nationaal totdat het bij een volledige keuring een beoordeling "gekeurd" of "gekeurd met opmerkingen" krijgt. § 3. Elk voertuig draagt een keuringssticker waarvan het model door de Directeur-generaal bepaald wordt.

De keuringssticker vermeldt de vervaldatum van het keuringsbewijs en moet duidelijk zichtbaar blijven tot de volgende keuring : 1° op de binnenzijde van de voorruit, rechts bij motorvoertuigen;of, 2° in de nabijheid van de voertuigregistratieplaat op een effen, glad en niet-poreus vlak, voor voertuigen zonder voorruit. § 4. Voor zover het voertuig ervan moet voorzien zijn, wordt het identificatieverslag en het keuringsbewijs getoond op elk verzoek van een bevoegde persoon. Deze laatste trekt het keuringsbewijs in, bij vaststelling van een tekortkoming die een ernstig gevaar zou kunnen opleveren.

Personeel

Art. 15.§ 1. De onderneming stelt gekwalificeerd, bekwaam en in aantal voldoende personeel aan om alle kritische taken voor het onderhoud, inspectie en keuring van het rollend en essentieel materieel uit te voeren. § 2. De onderneming houdt een lijst bij van het personeel dat instaat voor de taken beschreven in dit besluit, hun technische competenties en overeenkomstige certificaten.

Uitbesteding

Art. 16.Indien de onderneming beroep doet op één of meer onderaannemers, verzekert zij zich ervan dat het onderhoudsprogramma voldoet aan de in dit besluit vastgelegde eisen.

Jaarlijkse herziening

Art. 17.§ 1. De onderneming dient jaarlijks een revisie of een bevestiging van status quo, indien er geen wijzigingen zijn, van de gedetailleerde inventaris en het onderhoudsprogramma in bij de Directeur-generaal. § 2. Ter voorbereiding van de jaarlijkse revisie van het onderhoudsprogramma evalueert de onderneming de operationele en technische conditie van het rollend en essentieel materieel.

Deze evaluatie houdt ondermeer rekening met de volgende elementen : 1° eventuele aanpassingen van de inventaris van het rollend en essentieel materieel;2° ontvangen berichten van de fabrikant en OEM;3° overlegfora met de gebruikers van grondafhandelingsdiensten;4° eventuele nieuwe wettelijke of reglementaire bepalingen, van toepassing op het rollend en essentieel materieel;5° betrouwbaarheidsstudies van het rollend en essentieel materieel;6° ongevallen en incidenten; 7° aanpassing- en vernieuwingsprojecten m.b.t. rollend en essentieel materieel; 8° vaststellingen opgenomen in interne- en externe audit- en keuringsrapporten. Overgangsbepalingen

Art. 18.Een onderneming reeds actief op de luchthaven Brussel-Nationaal op de datum van intredingwerking van dit besluit beschikt over een periode van 18 maanden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit om haar onderhoudsprogramma aan te passen volgens dit besluit en dit aangepaste onderhoudsprogramma ter goedkeuring voor te leggen aan de Directeur-generaal.

Een onderneming reeds actief op de luchthaven Brussel-Nationaal op de datum van intredingwerking van dit besluit beschikt over een periode van 36 maanden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit om haar rollend materieel op de luchthaven Brussel-Nationaal te keuren overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

Inwerkingtreding

Art. 19.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 19 november 2014.

De Minister van Mobiliteit, Mevr. J. GALANT

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^