Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 20 augustus 2015
gepubliceerd op 07 september 2015

Ministerieel besluit houdende de bekrachtiging van de programma's van het examen inzake beroepsbekwaamheid en van het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2015009379
pub.
07/09/2015
prom.
20/08/2015
ELI
eli/besluit/2015/08/20/2015009379/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 AUGUSTUS 2015. - Ministerieel besluit houdende de bekrachtiging van de programma's van het examen inzake beroepsbekwaamheid en van het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage


De Minister van Justitie, Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, artikel 259bis-9, § 3, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten en gewijzigd bij de wet van 31 januari 2007;

Gelet op het ministerieel besluit van 15 juli 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 15/07/2014 pub. 08/09/2014 numac 2014009416 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende de bekrachtiging van de programma's van het examen inzake beroepsbekwaamheid en van het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage sluiten houdende de bekrachtiging van de programma's van het examen inzake beroepsbekwaamheid en van het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage;

Gelet op het besluit van de algemene vergadering van de Hoge Raad voor de Justitie van 24 juni 2015 waarbij de programma's voor het examen inzake beroepsbekwaamheid en het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage voor het gerechtelijk jaar 2015-2016 worden goedgekeurd, Besluit :

Artikel 1.De programma's voor het gerechtelijk jaar 2015 - 2016 van het examen inzake beroepsbekwaamheid en van het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage bedoeld in artikel 259bis-9, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, voorbereid door de verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie samengekomen op 10 juni 2015 en goedgekeurd door de algemene vergadering van de Hoge Raad voor de Justitie op 24 juni 2015, gevoegd als bijlage bij dit besluit, worden bekrachtigd.

Art. 2.Het ministerieel besluit van 15 juli 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 15/07/2014 pub. 08/09/2014 numac 2014009416 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende de bekrachtiging van de programma's van het examen inzake beroepsbekwaamheid en van het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage sluiten houdende de bekrachtiging van de programma's van het examen inzake beroepsbekwaamheid en van het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 20 augustus 2015.

K. GEENS

Bijlage HOGE RAAD VOOR DE JUSTITIE Examenprogramma's voor het gerechtelijk jaar 2015-2016 Voorbereid door de verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie tijdens haar vergadering van 10 juni 2015 Goedgekeurd door de algemene vergadering van de Hoge Raad voor de Justitie op 24 juni 2015 Afdeling 1. - Vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage

Het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage bestaat uit twee delen : 1° een schriftelijk deel dat de volgende proeven omvat : a) De oplossing van een casus, aan de hand van een feitenrelaas, in de door de kandidaat gekozen materie. Deze proef heeft tot doel te peilen naar de volgende vermogens : 1) de juridische kennis;2) het analyse-, het denk- en het redactievermogen;3) het vermogen om de gekozen oplossing te verantwoorden. Er wordt aan de kandidaat gevraagd om de juridische oplossing te formuleren met inachtname van de specifieke en breed-maatschappelijke context die de casus kenmerkt.

De kandidaten hebben de keuze uit twee materies : - burgerlijk recht, met inbegrip van gerechtelijk recht; - strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht.

Zij vermelden hun keuze in hun aanvraag tot deelname aan het examen.

Zij mogen hun wetboeken meebrengen.

De kandidaten beschikken over vijf uren. b) Psychologische tests : In het kader van het schriftelijke gedeelte, kunnen de kandidaten worden onderworpen aan psychologische tests.Deze tests, die zullen worden toevertrouwd aan externe experten, zullen omvatten : - een cognitief-analytische test die kan georganiseerd worden voor alle deelnemers aan de schriftelijke proef of enkel voor de kandidaten die geslaagd zijn in de schriftelijke proef; en - een persoonlijkheidsvragenlijst die kan georganiseerd worden voor de kandidaten die geslaagd zijn voor de schriftelijke proef.

De resultaten van de tests zullen worden gevalideerd in het kader van een bespreking met de kandidaat. Zij worden verwerkt in een rapport dat dienst doet als bron van bijkomende informatie voor de mondelinge proef. 2° een mondeling deel dat omvat : a) Een verdere bespreking van de eerste proef van het schriftelijk deel. De kandidaten mogen hun wetboeken meebrengen. b) In voorkomend geval, een gedachtewisseling over : - andere juridische vragen van algemene aard; - de rechterlijke organisatie en de werking ervan; - de motivatie en de competenties van de kandidaat (met name : omgaan met informatie, omgaan met taken, omgaan met medewerkers, omgaan met relaties, omgaan met het eigen functioneren); - de resultaten van de eventuele psychologische tests.

De kandidaten die ten minste 60% van de punten hebben behaald op de schriftelijke proef worden toegelaten tot de mondelinge proef. Deze kandidaten moeten bovendien de psychologische tests hebben afgelegd wanneer deze georganiseerd worden.

Worden gerangschikt, de kandidaten die voor het mondelinge deel ten minste 60 % van de punten hebben behaald. Afdeling 2. - Examen inzake beroepsbekwaamheid

Het examen inzake beroepsbekwaamheid bestaat uit twee delen : 1° een schriftelijk deel dat de volgende proeven omvat : a) De oplossing van een casus, aan de hand van een stukkenbundel, in de door de kandidaat gekozen materie. Deze proef heeft tot doel te peilen naar de volgende vermogens : 1) de juridische kennis;2) het analyse-, het denk- en het redactievermogen;3) het vermogen om de gekozen oplossing te verantwoorden. Er wordt aan de kandidaat gevraagd om de juridische oplossing te formuleren met inachtname van de specifieke en breed-maatschappelijke context die de casus kenmerkt.

De kandidaten hebben de keuze uit drie materies : - burgerlijk recht, met inbegrip van gerechtelijk recht; - strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht; - sociaal recht, met inbegrip van gerechtelijk recht.

Zij vermelden hun keuze in hun aanvraag tot deelname aan het examen.

Zij mogen hun wetboeken meebrengen.

De kandidaten beschikken over vijf uren. b) Psychologische tests : In het kader van het schriftelijke gedeelte, kunnen de kandidaten worden onderworpen aan psychologische tests.Deze tests, die zullen worden toevertrouwd aan externe experten, zullen omvatten : - een cognitief-analytische test die kan georganiseerd worden voor alle deelnemers aan de schriftelijke proef of enkel voor de kandidaten die geslaagd zijn in de schriftelijke proef; en - een persoonlijkheidsvragenlijst die kan georganiseerd worden voor de kandidaten die geslaagd zijn voor de schriftelijke proef.

De resultaten van de tests zullen worden gevalideerd in het kader van een bespreking met de kandidaat. Zij worden verwerkt in een rapport dat dienst doet als bron van bijkomende informatie voor de mondelinge proef. 2° een mondeling deel dat omvat : a) Een verdere bespreking van de eerste proef van het schriftelijk deel. De kandidaten mogen hun wetboeken meebrengen. b) In voorkomend geval, een gedachtewisseling over : - andere juridische vragen van algemene aard; - de rechterlijke organisatie en de werking ervan; - de motivatie en de competenties van de kandidaat (met name : omgaan met informatie, omgaan met taken, omgaan met medewerkers, omgaan met relaties, omgaan met het eigen functioneren); - de resultaten van de eventuele psychologische tests.

De kandidaten die ten minste 60 % van de punten hebben behaald op de schriftelijke proef worden toegelaten tot de mondelinge proef. Deze kandidaten moeten bovendien de psychologische proeven hebben afgelegd wanneer deze georganiseerd worden.

De kandidaten die voor het mondelinge deel ten minste 60 % van de punten hebben behaald, behalen het getuigschrift van beroepsbekwaamheid.

Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 20 augustus 2015 houdende de bekrachtiging van de programma's van het examen inzake beroepsbekwaamheid en van het vergelijkend examen tot de gerechtelijke stage.

De Minister van Justitie, K. GEENS

^