Ministerieel Besluit van 21 maart 2012
gepubliceerd op 16 april 2012
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit houdende delegatie van bevoegdheid en handtekening bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid

bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
numac
2012021059
pub.
16/04/2012
prom.
21/03/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

21 MAART 2012. - Ministerieel besluit houdende delegatie van bevoegdheid en handtekening bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid


De Minister van Wetenschapsbeleid, Gelet op de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op de wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor de personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen;

Gelet op de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het besluit van de Regent van 30 maart 1950 de toekenning regelend van toelagen wegens buitengewone prestaties, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende de schorsing van rijksambtenaren in het belang van de dienst, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der federale overheidsdiensten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 46 van 10 juni 1982 betreffende de cumulaties van beroepsactiviteiten in sommige openbare diensten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de Rijksbesturen, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen in de federale overheidsdiensten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 oktober 1991 tot vaststelling van de nadere regelen voor de uitoefening van het recht op een verlof om dringende reden;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 juni 1992 houdende machtiging aan de Minister die de Nationale Wetenschappelijke en Culturele instellingen onder zijn bevoegdheid heeft, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 februari 1993 tot bepaling van de bijkomende of specifieke opdrachten in de federale overheidsdiensten, de programmatorische overheidsdiensten en de diensten die ervan afhangen, alsook in sommige instellingen van openbaar nut, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 1995 ter uitvoering van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 oktober 1996 betreffende het voorafgaand toezicht en de overdracht van bevoegdheid inzake de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake de toekenning voor concessies voor openbare werken op federaal niveau, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1999 houdende toekenning van een vergoeding voor het gebruik van de fiets aan de personeelsleden van sommige overheidsdiensten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van het statuut van het administratief en technisch personeel van de wetenschappelijke instellingen van de Staat, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 2002 houdende oprichting van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 2005 tot vaststelling van de voorwaarden bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2006 betreffende de rechtshulp aan de personeelsleden van bepaalde overheidsdiensten en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 november 2006 betreffende het telewerk in het federaal administratief openbaar ambt, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 mei 2007 betreffende de tenlasteneming van de kosten inzake openbaar vervoer in woon-werkverkeer van de federale personeelsleden door de Staat en sommige federale openbare instellingen, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 februari 2008 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 februari 2008 tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 13 april 2008 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management-, staf- en leidinggevende functies in de federale wetenschappelijke instellingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 2010 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijke personeel in de federale wetenschappelijke instellingen;

Gelet op het ministerieel besluit van 17 september 2008Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 17/09/2008 pub. 25/08/2009 numac 2009021087 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Ministerieel besluit houdende delegatie van handtekening aan de voorzitter van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid sluiten houdende delegatie van handtekening aan de voorzitter van de programmatorische federale overheidsdienst Wetenschapsbeleid, zoals tot op heden gewijzigd, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.§ 1. In de zin van dit besluit, moet worden verstaan onder : « POD », de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid; « FWI », de federale wetenschappelijke instellingen die eronder ressorteren, « voorzitter », de voorzitter van het directiecomité van de POD. § 2. Behoudens de in dit besluit bepaalde uitzonderingen, worden de delegaties van bevoegdheid en handtekening toegekend aan de houders van een management- of staffunctie die zijn aangewezen overeenkomstig de reglementaire bepalingen betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten of in de FWI's.

De delegaties die worden verleend aan de houder van een functie worden ook verleend aan de ambtenaar belast met die functie.

Voor de toepassing van dit besluit worden de door de voorzitter aangewezen leidinggevende ambtenaren van de diensten waarvoor geen houder van een management- of staffunctie is aangesteld, gelijkgesteld met de houders van een management- of staffunctie. § 3. Binnen de perken van zijn bevoegdheden en onder zijn verantwoordelijkheid, kan elke houder van een management- of staffunctie bevoegdheden subdelegeren op grond van een ondertekend en gedateerd schriftelijk document met opgave van de subgedelegeerde bevoegdheden.

Het originele exemplaar van dat document wordt bezorgd aan het bureau van de voorzitter van de POD, hetzij aan dat van de algemeen directeur van de betrokken FWI die verantwoordelijk is voor de bewaring van alle documenten waarmee een subdelegatie wordt verleend. Een kopie van dat document wordt ook door de betrokken dienst bewaard. § 4. De persoon die delegatie verleent kan, om welke reden ook, de bevoegdheden uitoefenen die aan de persoon die de delegatie krijgt werden verleend overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

Hij kan evenwel zijn beslissing niet in de plaats stellen van de beslissing die door de persoon die de delegatie krijgt is genomen en ter kennis is gebracht.

Art. 2.§ 1. Met uitzondering van de voorzitter, wijst de houder van een management- of staffunctie het personeelslid van niveau A of het wetenschappelijk personeelslid aan dat bij afwezigheid of verhin-dering van de betrokken houder de bevoegdheden uitoefent die aan deze laatste werden gedelegeerd bij dit besluit.

De houder van een management- of staffunctie kan een of meerdere personeelsleden van niveau A of wetenschappelijke personeelsleden als vervanger aanwijzen. In het laatste geval bepaalt hij een rangorde voor zijn vervanging.

Als de vervanger of de vervangers van de betrokken houder afwezig of verhinderd zijn, zijn de betrokken bevoegdheden uitgeoefend door het personeelslid binnen de dienst met de hoogste klasse en met de hoogste anciënniteit binnen die klasse. § 2. In geval van afwezigheid of verhindering van de voorzitter, worden de bevoegdheden die hem krachtens dit besluit zijn toegekend, uitgeoefend door de directeur-generaal of de stafdirecteur die ermee belast is hem te vervangen of, bij diens afwezigheid of verhindering, door de oudste directeur-generaal. De voorzitter deelt zijn beslissing mee aan de directeur-generaal of de stafdirecteur die belast is met zijn vervanging en aan de minister. HOOFDSTUK II. - Delegaties in personeelszaken Afdeling 1

Gemeenschappelijke bepalingen voor de POD en de FWI's

Art. 3.§ 1. De voorzitter is gemachtigd om : 1° de betrekkingen van niveau A vacant te verklaren en het gewenste profiel te bepalen;2° de ambtenaren van de niveaus B, C en D te schorsen in het belang van de dienst, met uitzondering van de toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende de schorsing van rijksambtenaren in het belang van de dienst;3° te beslissen over het ontslag wegens lichamelijke of beroepsongeschiktheid van de ambtenaren van de niveaus B, C en D;4° te beslissen over het eervol ontslag of het ontslag van ambtswege van de ambtenaren van de niveaus B, C en D;5° het ontslag op hun verzoek toe te kennen aan de ambtenaren van de niveaus B, C en D;6° hef afnemen van de eed van de ambtenaren van niveau A en van het wetenschappelijk personeel;7° de ambtenaren van niveau A te bevorderen door verhoging in weddeschaal;8° toestemming te verlenen voor de uitoefening van een hoger ambt in een functie van de klassen SW2, A1 en A2;9° zijn akkoord te geven voor de dienstreizen en de verplaatsingen binnen Europa aan de houders van een management- of staffunctie van de POD en aan de houders van een managementfunctie in de FWI's wanneer die dienstreizen en verplaatsingen nodig zijn in het kader van de bevoegdheden van hun dienst of van hun instelling;10° arbeidsovereenkomsten af te sluiten, te wijzigen, te schorsen en te beëindigen van het contractueel personeel van niveau A of het contractueel wetenschappelijk personeel;11° de bevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van de kamers van beroep en van de raad van beroep, en inzonderheid : a) in elke zaak een ambtenaar van niveau A of een wetenschappelijk personeelslid aan te wijzen om het betwiste voorstel te verdedigen;b) een zaak aanhangig te maken bij de kamer van beroep of de raad van beroep en de beslissingen van dat orgaan mee te delen aan de minister en aan het betrokken personeelslid;12° de cumulatie van beroepsactiviteiten toe te staan aan de personeelsleden van niveau A en aan het wetenschappelijk personeel;13° het recht op halftijdse vervroegde uittreding en op vrijwillige vierdaagse werkweek te laten ingaan op een latere datum dan die welke door het personeelslid van niveau A of het wetenschappelijk personeelslid gekozen werd, als de dienst het nodig acht dat personeelslid voltijds tewerkgesteld te houden vanwege zijn specifieke kennis, capaciteiten of vaardigheden of vanwege het belang van de opdracht waarmee het belast is, en zonder dat de periode tussen de door het personeelslid gekozen datum en de datum die de dienst goedkeurt langer is dan zes maanden;14° de administratieve standplaats schriftelijk te bepalen, als die om dienstredenen niet samenvalt met de plaats waar de centrale administratie of de buitendienst gevestigd is. § 2. De beslissingen als bedoeld in § 1 worden genomen op voorstel van de betrokken directeur-generaal of de betrokken algemeen directeur.

Art. 4.§ 1. De directeur van de stafdienst Personeel en Organisatie van de POD is gemachtigd om namens de voorzitter : 1° de aanvragen te ontvangen met betrekking tot de openverklaring van betrekkingen, de mutatie, de cumulatie van beroepsactiviteiten en het ontslag van welke aard ook;2° de aangiften te ontvangen van elk ongeval dat als een arbeidsongeval of als een ongeval op de weg naar en van het werk kan worden beschouwd;3° definitief te beslissen of een ongeval een arbeidsongeval is in de zin van artikel 2 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector;4° het bedrag voor te stellen van de toe te kennen rente in geval van blijvende invaliditeit ten gevolge van een arbeidsongeval of een ongeval op de weg naar en van het werk;5° de betrekkingen vacant te verklaren en het gewenste profiel van de personeelsleden van de niveaus B, C en D te bepalen;6° de bevoegdheden uit te oefenen inzake de stage van de ambtenaren van de niveaus A, B, C en D;7° onverminderd de bevoegdheden ter zake van de voorzitter, de andere bevoegdheden uit te oefenen inzake selectie en werving, en inzonderheid : a) de organisatie aanvragen van een vergelijkende selectie, een vergelijkend overgangsexamen of een bekwaamheidstest;b) op basis van een functiebeschrijving en een competentieprofiel, de organisatie aanvragen van een bijkomende vergelijkende proef die voor de functie leidt tot een aparte rangschikking van de geslaagden;c) de aangeworven geslaagden toelaatbaar verklaren zo zij aan de bijzondere toelaatbaarheidvereisten voldoen, en de afgevaardigd bestuurder van het selectiebureau van de federale overheid en desgevallend de houder van de managementfunctie - 1 bij het opleidingsinstituut van de federale overheid van zijn beslissing verwittigen, zo er een reserve van geslaagden wordt aangelegd;d) vaststellen dat de procedure tot definitieve toekenning van een betrekking normaal verloopt;e) de Minister van Ambtenarenzaken vragen de geldigheidsduur van een wervingsreserve met één jaar te verlengen;8° met inachtneming van de algemene door de Minister van Ambtenarenzaken vastgestelde principes, de opvang- en opleidingsprogramma's vast te leggen die aan de behoeften van de POD of de FWI's voldoen;9° de personeelsleden van de niveaus B, C en D benoemen tot rijksambtenaren en bevorderen door verhoging in graad of niveau of door verhoging in weddeschaal;10° overeenkomsten voor tewerkstelling van studenten sluiten, wijzigen of opzeggen;11° arbeidsovereenkomsten sluiten, wijzigen, schorsen of opzeggen van het contractueel personeel van de niveaus B, C en D;12° de unilaterale handelingen en de bijlagen bij de arbeidsovereenkomsten met betrekking tot telewerk ondertekenen en wijzigen;13° de wedde en de bevordering naar een hogere weddeschaal vaststellen van het personeel dat onderworpen is aan het statuut van het rijkspersoneel;14° de duur vaststellen van de in de privésector of als zelfstandige verrichte diensten die in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden die onderworpen zijn aan het geldelijke statuut van het rijkspersoneel of het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel;15° toestemming verlenen voor de uitoefening van een hoger ambt in de niveaus B, C en D;16° het bedrag vaststellen van de plaatsvervanging- of waarnemingstoelage voor de ambtenaren belast met de uitoefening van een hoger ambt;17° de toelagen en vergoedingen toekennen aan de personeelsleden waarop de betrokkenen aanspraak kunnen maken krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling;18° de vergoeding toekennen voor het gebruik van de fiets voor het woon-werkverkeer en in dat kader : a) te beslissen over de te volgen reisweg en afstand, alsook de datum te vermelden waarop die beslissing in werking treedt;b) de eindbeslissing te nemen in geval van bezwaar tegen de opgelegde reisweg en afstand;19° de toestemming geven om de fiets te gebruiken voor reizen en verplaatsingen in het belang van de dienst of wegens dienstnoodwendigheden;20° de personeelsleden die helemaal geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer toe te staan hun eigen voertuig te gebruiken over een vooraf bepaalde afstand, voor zover er door de overheid evenwel geen specifiek aangepast vervoersaanbod in concrete gevallen kan worden georganiseerd, mits de personeelsleden zich in een van de situaties bevinden als bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 betreffende de tenlasteneming van de kosten inzake openbaar vervoer in het woon-werkverkeer van de federale personeelsleden door de Staat en sommige federale openbare instellingen, en inzonderheid mits zij zich in een van de hierna volgende situaties bevinden : a) een lichamelijke verhindering laat tijdelijk of permanent niet toe het openbaar vervoer te gebruiken;b) de werkplaats is gelegen op meer dan drie kilometer van de dichtstbijzijnde halteplaats van een openbaar vervoermiddel;c) het onregelmatige werkrooster of prestaties in continudienst sluiten het gebruik van het openbaar vervoer uit over een afstand van ten minste drie kilometers;d) wegens een uitzonderlijke en hoogdringende oproeping is het gebruik van openbare vervoermiddelen niet mogelijk;21° de toestemming geven voor de cumulatie van beroepsactiviteiten aan de personeelsleden van de niveaus B, C en D;22° de halftijdse vervroegde uittreding of de vrijwillige vierdaagse werkweek in het raam van de herverdeling van de arbeid in de openbare sector verlenen aan de personeelsleden van de klassen SW2 en SW1, A2 en A1 en van de niveaus B, C en D;23° de ambtenaren die aan een van de statuten zoals bedoeld in dit besluit zijn onderworpen, in disponibiliteit plaatsen wegens ziekte of non-activiteit;24° voor de ambtenaren die aan een van de statuten als bedoeld in dit besluit zijn onderworpen beslissen over de aanvragen voor : - verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte; - verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid; - afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheid; 25° voor de personeelsleden beslissen over de aanvragen voor : - verlof om dwingende redenen; - loopbaanonderbreking in alle stelsels. § 2. De beslissingen als bedoeld in § 1 worden genomen op voorstel van de betrokken directeur-generaal of directeur van ondersteunende dienst. Afdeling 2. - Specifieke bepalingen voor de POD

Art. 5.De voorzitter is gemachtigd om : 1° in overleg met de betrokken houder van een management- of staffunctie te beslissen over : a) de mate waarin het verrichten van bijkomende betaalde prestaties noodzakelijk is;b) jaarlijks toestemming te verlenen voor het gebruik van een eigen voertuig voor dienstredenen.2° de ambtenaren aan te wijzen die gemachtigd zijn om : a) uittreksels of afschriften van stukken of besluiten inzake administratief, budgettair of boekhoudkundig beheer eensluidend te verklaren en af te leveren;b) opdrachten tot bekendmaking in het Belgisch Staatsblad te ondertekenen.

Art. 6.Aan de houders van een management-, staf- of leidinggevende functie wordt delegatie van bevoegdheid verleend om hun akkoord te geven over : a) de dienstreizen en verplaatsingen binnen Europa van de personeelsleden van hun diensten als die dienstreizen en verplaatsingen nodig zijn in het kader van de opdrachten van hun dienst : het betrokken personeelslid heeft als taak dat te verantwoorden en voor de passende reporting ter zake te zorgen, inzonderheid bij zijn aanvraag tot terugbetaling van de uitgavenstaten met betrekking tot de voornoemde opdrachten;b) de door de personeelsleden van de niveaus B, C en D ingediende aanvragen inzake bijscholing en professionele ontwikkeling of deelname aan welk colloquium, seminarie in het buitenland of congres ook.

Art. 7.De directeur van de stafdienst Personeel en Organisatie is namens de voorzitter gemachtigd om : a) de eed af te nemen van de ambtenaren van de niveaus B, C en D;b) in overleg met de houder van de management-, staf- of leidinggevende functie te beslissen of het opportuun is gevolg te geven aan de door de personeelsleden van niveau A ingediende aanvragen inzake bijscholing en professionele ontwikkeling of deelname aan welk colloquium, seminarie in het buitenland of congres ook. Afdeling 3. - Specifieke bepaling voor de FWI's

Art. 8.De delegaties als bedoeld in de artikelen 5, 1° ), 6 en 7 worden in de FWI's uitgeoefend door de houders van de management-, staf- of leidinggevende functies die overeenstemmen met die welke in de voornoemde artikelen worden aangehaald. HOOFDSTUK III. - Delegaties betreffende het financieel beheer en de overheidsopdrachten

Art. 9.De voorzitter is gemachtigd om de contracten en de opdrachten ten laste van de kredieten van de organisatieafdelingen 21, 60, 61 en 62 van de begroting van de POD die niet aan de minister zijn voorbehouden, te sluiten, vast te leggen en goed te keuren, in de hoedanigheid van ordonnateur en dat ten belope van een bedrag van minstens 67.000 euro (exclusief btw) en ten hoogste 125.000 euro (exclusief btw) per akte.

Art. 10.De directeur van de stafdienst Budget en Beheerscontrole is namens de voorzitter gemachtigd om : 1° de contracten en de opdrachten vast te leggen en te sluiten die de minister goedgekeurd heeft voor de promotie van het wetenschapsbeleid, het beheer van de nationale O&O, de IUAP's en de ondersteunende activiteiten ten gunste van de FWI's; 2° de contracten en de opdrachten ten laste van de kredieten van de organisatieafdelingen 21, 60, 61 en 62 van de begroting van de POD die niet aan de minister zijn voorbehouden te sluiten, vast te leggen en goed te keuren, in de hoedanigheid van ordonnateur en ten belope van een bedrag dat niet hoger is dan 67.000 euro (exclusief btw) per akte; 3° de contracten, aanhangsels, bestelbons, vastleggingbulletins en de nodige administratieve stukken voor de uitvoering van de beslissingen van de minister of van de voorzitter te ondertekenen;4° de dotaties ter beschikking te stellen van de staatsdiensten met afzonderlijk beheer of instellingen waarvoor de minister bevoegd is en die zijn ingeschreven in de overeenkomstige basisallocaties van de organisatieafdelingen 60, 61 en 62 van de begroting van de POD;5° de dotaties over te dragen aan de Vlaamse en Franse Gemeenschap voor de financiering van het universitair onderwijs dat wordt verstrekt aan de buitenlandse studenten die zijn ingeschreven in organisatieafdeling 61, programma 6 van de begroting van de POD;6° de toelagen van allerhande aard vast te leggen en te betalen die zijn ingeschreven in de organisatieafdelingen 60 en 61 van de begroting van de POD, waarvan de bedragen en de berekeningswijze bij een wet of bij een koninklijk of ministerieel besluit zijn vastgelegd;7° de ordonnanties van betalingen en de ordonnanties van geldvoorschotten te ondertekenen;8° de uitgaven en de rekeningen van de gewoon en buitengewoon rekenplichtige(n) van de POD goed te keuren;9° de betalingsstaten goed te keuren betreffende de voor het vervoer van ambtenaren gebruikte reisorders en van de kostenstaten betreffende de dienstreizen;10° de staten goed te keuren van de vergoedingen die aan het personeel worden toegekend voor het verrichten van buitengewone prestaties. HOOFDSTUK IV. - Geschillen en aansprakelijkheid

Art. 11.§ 1. De voorzitter is gemachtigd de ad-voca(a)t(en) aan de minister voorstellen voor de verdediging van de belangen van de POD of van de FWI's in geschillen behalve : a) in geval van beroep bij het Grondwettelijk Hof;b) in geval van beroep bij de Raad van State ten opzichte van een reglementering betreffende de POD of een FWI;c) als hij of de houder van een management-, staf- of leidinggevende functie bij de POD of een FWI persoonlijk betrokken partij is. § 2. Ongeacht de wijze waarop de advocaat is aangewezen, moeten elk dossier en alle procedurestukken aan de minister en de voorzitter worden meegedeeld.

Art. 12.§ 1. De voorzitter is gemachtigd om alle beslissingen te nemen en, in het bijzonder, het bedrag vast te leggen van de in te vorderen sommen ten laste van de aansprakelijke personen en het gedeelte te bepalen van de schade dat ten laste valt van de Staat, alsook de uitgaven goed te keuren die voortvloeien uit een dading, een schulderkenning of een gerechtelijke beslissing inzake : 1° geschillen van alle aard, zowel betreffende de contractuele aansprakelijkheid als de extracontractuele aansprakelijkheid;2° schade aan personen met uitsluiting van de personen als bedoeld in artikel 11, § 1, c);3° zaakschade, ook in geval van verkeersongevallen;4° diefstallen, verliezen, tekorten en beschadigingen ten nadele van de Staat, met uitzondering van de gevallen waar de aansprakelijke personen openbare rekenplichtigen of ambtenaren zijn, in het bijzonder en rechtstreeks belast met het toezicht op de rekenplichtigen die op dat vlak volledig onderworpen blijven aan de bepalingen op hen van toepassing;5° burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand van het personeel van de POD en de FWI's, alsook de vergoeding van de door hen geleden schade;6° kosten en erelonen van advocaten van de Staat alsook de gerechtskosten, met inbegrip van de rechtsplegingvergoeding, behalve voor de personen als bedoeld in artikel 11, § 1, c). § 2. De delegaties als bedoeld in § 1 worden toegekend voor een bedrag van 125.000 euro.

Art. 13.§ 1. Wanneer schade werd veroorzaakt aan de POD of aan een FWI door een personeelslid, met uitzondering van de personen als bedoeld in artikel 11, § 1, c), is de directeur van de stafdienst Budget en Beheerscontrole gemachtigd om, onder de voorwaarden vastgelegd in de hierna vermelde § 3, te beslissen om de schade ten laste te leggen van de POD of de FWI of een minnelijke regeling voor de totale schade te verkrijgen door de aansprakelijke persoon vrijwillig te doen betalen. § 2. De delegaties als bedoeld in § 1 worden toegekend voor een bedrag van 10.000 euro. Over hogere bedragen neemt de voorzitter de beslissing.

Als de beslissing betrekking heeft op een FWI, wordt ze op voorstel van de algemeen directeur van de betrokken FWI genomen. § 3. De delegaties van bevoegdheid als bedoeld in de bovenvermelde §§ 1 en 2 kunnen slechts worden uitgeoefend onder de volgende voorwaarden : 1° dat de schade niet voortvloeit uit een feit dat ter kennis moet gebracht worden van de gerechtelijke autoriteiten;2° dat er geen derde benadeelde of derde aansprakelijke bij betrokken is;3° en dat, wat de delegaties voor de minnelijke regeling van schade betreft, de totale schade invorderbaar is door vrijwillige betaling. § 4. De voorzitter of de voornoemde directeur doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing na onderzoek en op grond van het verslag en het advies van de betrokken autoriteiten.

Als het bedrag van de schade evenwel niet hoger ligt dan 50 euro, doet hij evenwel uitspraak op grond van een eenvoudig mondeling onderzoek door middel van een schriftelijke en gemotiveerde beslissing. HOOFDSTUK V. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 14.Het ministerieel besluit van 17 september 2008Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 17/09/2008 pub. 25/08/2009 numac 2009021087 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Ministerieel besluit houdende delegatie van handtekening aan de voorzitter van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid sluiten houdende delegatie van handtekening aan de voorzitter van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid wordt opgeheven.

Art. 15.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd.

Een kopie wordt ter informatie aan het Rekenhof bezorgd.

Brussel, 21 maart 2012.

P. MAGNETTE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^