Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 21 mei 2019
gepubliceerd op 07 juni 2019

Ministerieel besluit tot aanduiding van de ambtenaren die in de functie van adviseur-generaal zitting hebben in de beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2 van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en in de beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2019012851
pub.
07/06/2019
prom.
21/05/2019
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

21 MEI 2019. - Ministerieel besluit tot aanduiding van de ambtenaren die in de functie van adviseur-generaal zitting hebben in de beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2 van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en in de beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992


De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel 84octies, § 2;

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 413quinquies, § 2;

Gelet op de wijzigingen die zich hebben voorgedaan op het vlak van de aanduiding tot de functie van adviseur-generaal van verschillende regionale invorderingscentra;

Overwegende dat het ministerieel besluit van 8 april 2016Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/04/2016 pub. 27/04/2016 numac 2016003141 bron federale overheidsdienst financien Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 14 november 2014 tot aanwijzing van de Adviseurs-generaal - gewestelijk directeurs die in aanmerking komen om zitting te hebben in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten houdende wijziging van het ministerieel besluit van 14 november 2014 tot aanwijzing van de Adviseurs-generaal - gewestelijk directeurs die in aanmerking komen om zitting te hebben in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 10 mei 2017 en 22 december 2017, moet vervangen worden, Besluit :

Artikel 1.Worden aangewezen om zitting te hebben in de beroepscommissie, zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, evenals in de beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992: De heer BOURBON, Erik, adviseur-generaal ad interim van het regionaal invorderingscentrum van Vlaams-Brabant;

Mevrouw CARTA Ersilia, adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Luik 1;

De heer DE GROEVE, Pol J.-L., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Namen-Luxemburg;

De heer DEQUEKER, Dominique H.M., adviseur-generaal ad interim van het regionaal invorderingscentrum van Oost-Vlaanderen;

Mevrouw DERKONINGEN, Nele T.L., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Limburg;

De heer EXELMANS, Steven, adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Antwerpen 1;

Mevrouw GILLEBERT, Isabelle M.G.S., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Brussel 1;

Mevrouw HUPPERTS, Christiane H.A.C.G., adviseur-generaal van het inningscentrum;

Mevrouw MAUCOURANT, Patricia H., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Henegouwen Zuid;

Mevrouw NEIRYNCK, Katy M., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van West-Vlaanderen;

De heer PEERBOOM, Serge J.J., adviseur-generaal ad interim van het regionaal invorderingscentrum van Eupen-Sankt-Vith;

Mevrouw RAPAILLE, Lydie F.G., adviseur-generaal ad interim van het bijzonder invorderingscentrum;

Mevrouw RIXHON, Béatrice, S.A., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Luik 2 De heer SELS, Hans H.T., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Antwerpen 2;

De heer VERMEIREN, Pascal A.A., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Brussel 2;

De heer VEYS, Christophe J., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Henegouwen Noord;

Mevrouw WALLEZ, Anne-Françoise M. M., adviseur-generaal van het regionaal invorderingscentrum van Waals-Brabant.

Art. 2.De heer BOELAERT, Tom W.S.A., administrateur niet-fiscale invordering/juridische ondersteuning wordt aangesteld om te zetelen in de beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en in de beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in de hoedanigheid van plaatsvervangend voorzitter.

Art. 3.Het ministerieel besluit van 8 april 2016Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/04/2016 pub. 27/04/2016 numac 2016003141 bron federale overheidsdienst financien Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 14 november 2014 tot aanwijzing van de Adviseurs-generaal - gewestelijk directeurs die in aanmerking komen om zitting te hebben in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten houdende wijziging van het ministerieel besluit van 14 november 2014 tot aanwijzing van de Adviseurs-generaal - gewestelijk directeurs die in aanmerking komen om zitting te hebben in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 10 mei 2017 en 22 december 2017, wordt opgeheven.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2019.

Brussel, 21 mei 2019.

A. DE CROO

^