Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 22 augustus 2006
gepubliceerd op 19 september 2006

Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de bijzondere reglementen van de publieke entrepots van het type F te Brussel, Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Eupen, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2006003416
pub.
19/09/2006
prom.
22/08/2006
ELI
eli/besluit/2006/08/22/2006003416/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 AUGUSTUS 2006. - Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de bijzondere reglementen van de publieke entrepots van het type F te Brussel, Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Eupen, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt


De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Gelet op de wet van 29 december 1992 (1) betreffende douane-entrepots;

Gelet op het ministerieel besluit van 24 december 1993 (2) betreffende douane-entrepots, Besluit :

Artikel 1.Het bijzonder reglement van de publieke entrepots van het type F van Brussel - gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit - van Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt - gevoegd in bijlage 2 bij dit besluit - en van Eupen - gevoegd in bijlage 3 bij dit besluit - is goedgekeurd.

Art. 2.De volgende ministeriële besluiten worden opgeheven : - Het ministerieel besluit van 27 september 1957 betreffende het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Moeskroen (3) - Het ministerieel besluit van 10 april 1970 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Genk (4) - Het ministerieel besluit van 10 december 1971 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Tienen (5) - Het ministerieel besluit van 20 juni 1974 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Gosselies (Charleroi) (6) - Het ministerieel besluit van 1 december 1976 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Ronse (7) - Het ministerieel besluit van 29 mei 1978 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Turnhout (8) - Het ministerieel besluit van 3 juli 1978 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Gent (9) - Het ministerieel besluit van 5 januari 1984 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Eupen (10) - Het ministerieel besluit van 12 juni 1984 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Bergen (11) - Het ministerieel besluit van 28 augustus 1984 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Menen-Lar (12) - Het ministerieel besluit van 20 november 1987 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van La Louvière (13) - Het ministerieel besluit van 9 maart 1988 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Aat (14) - Het ministerieel besluit van 30 mei 1988 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Oostende (15) - Het ministerieel besluit van 2 augustus 1988 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van Doornik (16) - Het ministerieel besluit van 2 augustus 1996 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van het type F van Grâce-Hollogne (Bierset) (17) - Het ministerieel besluit van 24 juni 1999 houdende goedkeuring van het bijzonder reglement van het openbaar entrepot van het type F van Meer (Hoogstraten), Mechelen, Nijvel, Brussel en Vilvoorde (18)

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 22 augustus 2006.

D. REYNDERS _______ Nota's (1) Belgische Staatsblad van 19 februari 1993.(2) Belgisch Staatsblad van 18 januari 1994.(3) Belgisch Staatsblad van 1 oktober 1957.(4) Belgisch Staatsblad van 30 april 1970.(5) Belgisch Staatsblad van 24 december 1971.(6) Belgisch Staatsblad van 2 juli 1974.(7) Belgisch Staatsblad van 31 december 1976.(8) Belgisch Staatsblad van 6 juni 1978.(9) Belgisch Staatsblad van 27 september 1978.(10) Belgisch Staatsblad van 1 februari 1983.(11) Belgisch Staatsblad van 27 juli 1984.(12) Belgisch Staatsblad van 25 september 1984.(13) Belgisch Staatsblad van 15 december 1987.(14) Belgisch Staatsblad van 8 april 1988.(15) Belgisch Staatsblad van 28 juni 1988.(16) Belgisch Staatsblad van 30 augustus 1988.(17) Belgisch Staatsblad van 8 oktober 1996.(18) Belgisch Staatsblad van 11 augustus 1999. Bijlage 1 bij het ministerieel besluit van 22 augustus 2006 tot goedkeuring van de bijzondere reglementen van de publieke entrepots van het type F te Brussel, Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Eupen, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt Bijzonder reglement van het publiek entrepot van het type F te Brussel I. Algemeen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : 1° algemene wet : de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977;2° wet : de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots;3° koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 30 december 1993 betreffende de douane-entrepots;4° ministerieel besluit : het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots;5° vennootschap : Maatschappij van Publiek Recht voor de Haven van Brussel;6° gewestelijk directeur : de leidende ambtenaar van de gewestelijke directie der douane en accijnzen te Brussel;7° eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) : de ambtenaar onder wie, overeenkomstig de interne organisatie van de douanediensten van Brussel, het publiek entrepot ressorteert;8° douanekantoor : het douanekantoor Brussel DE, Entrepotstraat 11 te 1020 Brussel;9° eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) : de inspecteur-beheerder van het kantoor Brussel DE; 10° magazijnier : de ambtenaar die aangewezen is voor het toezicht op de lossing, het plaatsen, de manipulatie van de goederen, enz.; 11° publiek entrepot : behoudens andersluidende specifieke bepalingen van dit reglement, alle lokalen en emplacementen van de onder artikel 2 § 2 vermelde gebouwen en aanhorigheden, ongeacht de douaneregeling waaronder de goederen er mogen worden opgeslagen.

Art. 2.§ 1. Onderhavig reglement van het publiek entrepot is van toepassing op het hierna onder § 2 nader omschreven entrepot. § 2. Het publiek entrepot bestaat uit de kelders, de magazijnen, en andere lokalen, laad- en loskaden evenals kelders en andere aanhorigheden die door de vennootschap zijn verstrekt en door de gewestelijk directeur aangenomen. § 3. De bevoegdheden van het kantoor Brussel DE met betrekking tot de douaneverrichtingen in het publiek entrepot zijn geregeld bij ministerieel besluit.

II. Dagen en uren van openstelling van het publiek entrepot

Art. 3.De dagen en uren van openstelling van het publiek entrepot en het magazijn voor tijdelijke opslag komen overeen met de dagen en uren van openstelling van het douanekantoor.

III. Politiemaatregelen en maatregelen van inwendige orde

Art. 4.§ 1. Het is slechts toegestaan het entrepot binnen of buiten te gaan langs de daartoe aangewezen in- of uitgangen. Dezelfde in- of uitgangen moeten worden gebruikt voor het binnenbrengen of wegnemen van goederen in of uit het entrepot.

Buiten de dagen en uren van openstelling van het entrepot mag niemand toegang hebben tot het entrepot of er verblijven zonder schriftelijke machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle). § 2. De toegang tot het entrepot kan worden verboden aan elke persoon die er niet werd ontboden of wiens aanwezigheid er niet is vereist. De gewestelijk directeur kan daarenboven de toegang tot het entrepot verbieden aan personen die veroordeeld zijn geweest in verband met strafzaken die het entrepot of de douanewetgeving in het algemeen aanbelangen.

Art. 5.De aan het publiek entrepot verbonden laad- en losplaatsen mogen alleen worden gebruikt voor goederen waarvoor op het douanekantoor nog formaliteiten moeten worden vervuld.

De goederen mogen er maar verblijven gedurende de tijd die strikt nodig is voor het afhandelen van die formaliteiten, waarna ze zo spoedig mogelijk moeten worden weggenomen samen met het afval van de behandelde goederen, de verpakking, het opvulsel, de stutten, enz. door de entrepositaris of voor zijn rekening.

Art. 6.De douaneambtenaren, al dan niet belast met een politieopdracht, mogen volgens de richtlijnen van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle), alle nodige of nuttige maatregelen treffen betreffende het laden, het lossen, het verplaatsen of het wegnemen van colli ingeval van belemmering van de kaaien, verhindering van douaneverificatie, enz..

In ieder geval is de entrepositaris of degene die werkt voor zijn rekening verantwoordelijk voor de colli die zich op de kaaien bevinden en de behandelingen die zij zullen moeten ondergaan.

Art. 7.Overeenkomstig artikel 15 van de algemene wet moet het personeel dat voor rekening van de entrepositarissen in het entrepot zal werken, eerst erkend zijn door de gewestelijk directeur. Deze erkenning kan afhankelijk worden gesteld van het overleggen van een getuigschrift van goed gedrag en zeden.

De gewestelijk directeur kan de erkenning weigeren of op elk moment intrekken.

Art. 8.De firma's zijn verantwoordelijk voor de daden begaan door hun werknemers terwijl ze in het entrepot werken.

Art. 9.De in de artikelen 7 en 8 bedoelde personen mogen zich slechts in het entrepot bevinden indien ze een kenteken dragen dat hun identificatie mogelijk maakt. De vorm van dit kenteken en de vermeldingen die erop moeten voorkomen worden vastgelegd door de Bestuurscommissie van het publiek entrepot. De kosten van het kenteken worden gedragen door de werkgever.

Art. 10.De overdracht van het in artikel 9 bedoelde kenteken is verboden.

Art. 11.In geval van gegrond vermoeden van smokkel zal het in het entrepot tewerkgestelde personeel door de douane worden gefouilleerd, in het bijzonder om na te gaan of geen goederen of andere bezittingen uit het entrepot worden ontvreemd.

Art. 12.Het is verboden te roken of vuur te maken in het entrepot.

Art. 13.§ 1. Iedere wijziging aan de infrastructuur van de gebouwen in het algemeen, aan de elektrische uitrusting, de verwarming of aan het net voor waterdistributie, vergt een voorafgaande schriftelijke toelating van de vennootschap. § 2. Het gebruik van elektrische of andere toestellen in de lokalen is onderworpen aan een gelijkaardige machtiging. Verwarmingsapparaten met open vlam zijn verboden.

Art. 14.§ 1. Op de erven van de gebouwen bedoeld in artikel 2 geldt een snelheidsbeperking van 10 km per uur voor alle motorvoertuigen. § 2. Iedere voetganger, fietser, motorrijder of bestuurder van een voertuig moet er dezelfde regels in acht nemen als die welke voor de openbare weg zijn voorgeschreven door de koninklijke besluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en door de koninklijke besluiten betreffende de signalisatie van overwegen en gelijkgrondse kruisingen van de openbare weg door spoorwegen en het verkeer op de spoorwegen en aanhorigheden. § 3. Het is verboden er brandstoftanks of oliecarters van motorvoertuigen te ledigen of bij te vullen. § 4. De motorvoertuigen mogen er niet langer verblijven dan : a) de tijd die nodig is om goederen te lossen of te laden wanneer het voertuigen betreft voor het vervoer van goederen;b) de tijd die de gebruikers van andere voertuigen nodig hebben om bij de plaatselijke diensten formaliteiten te vervullen. De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) kan, in overleg met de vennootschap de plaats bepalen waar deze voertuigen moeten worden gestationeerd. § 5. Binnen de perken die met de vennootschap zijn overeengekomen, mag de douane toelaten dat motorvoertuigen er stationeren om andere redenen dan degene die in § 4 zijn genoemd. § 6. De voertuigen die voor uitvoer bestemde goederen vervoeren, moeten zich met het oog op de verificatie aanbieden op de door de douane aangewezen plaats.

Art. 15.§ 1. Zelfbewegende hanteer-, hef-, laad- en lostoestellen ongeacht de wijze waarop ze voortbewegen, mogen in het publiek entrepot enkel worden binnengebracht om er te worden gebruikt, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) moet in het bezit zijn gesteld van een attest waarin de vennootschap : a) de toestemming geeft de in het attest omstandig omschreven toestellen (soort, merk, serienummer, enz.....) in het publiek entrepot te gebruiken; b) de Belgische Staat ontslaat van alle verantwoordelijkheid tegenover derden en ook tegenover de vennootschap, uit hoofde van de aanwezigheid of het gebruik van die toestellen in het publiek entrepot;2° Het attest moet ieder jaar worden vernieuwd;3° De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) en de vennootschap beslissen in gemeen overleg of de toestellen ook buiten de openingstijden in het publiek entrepot mogen blijven en, zo ja, waar ze dan moeten worden opgesteld. § 2. De vennootschap bepaalt eigenmachtig onder welke voorwaarden zij het binnenbrengen van die toestellen in het publiek entrepot toelaat.

Art. 16.De toestemming van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) is vereist om lege vaten of andere verpakkingsmiddelen in het publiek entrepot binnen te mogen brengen, om er colli te herstellen, goederen te herverpakken of andere gelijkaardige bewerkingen te verrichten. Die toestemming wordt enkel gegeven op schriftelijke aanvraag, behalve voor de herstelling van vaten in de kelders.

Art. 17.Er mag geen water worden binnengebracht in het publiek entrepot.

IV. Magazijnrechten

Art. 18.Overeenkomstig de artikelen 13 tot 21 van het ministerieel besluit stelt de Bestuurscommissie de magazijnrechten vast.

Het tarief van de magazijnrechten wordt duidelijk leesbaar aangeplakt aan de ingang van het entrepot waarvan sprake in artikel 4 § 1 van onderhavig reglement.

V. Goederen welke niet in het publiek entrepot zijn toegelaten

Art. 19.Zijn niet toegelaten in het entrepot : - levende dieren; - springstoffen en oorlogsmunitie, zoals mijnen, granaten, enz.; - goederen die zowel bij invoer als bij doorvoer zijn verboden; - goederen waarvan de aanwezigheid in het entrepot andere goederen kan schaden; - ontvlambare, radioactieve, toxische, oxiderende, verbranding teweegbrengende, bijtende of corroderende stoffen, alsmede de producten die uit dergelijke stoffen zijn vervaardigd of dergelijke stoffen bevatten;

De lijst van de goederen die zijn verboden bij inslag en opslag in het entrepot moet worden goedgekeurd door de vennootschap en de gewestelijk directeur en kan periodiek worden aangevuld of herzien. De lijst wordt aangeplakt in het entrepot.

Art. 20.De goederen bestemd voor het magazijn voor tijdelijke opslag en die overeenkomstig artikel 16 niet mogen worden opgeslagen, worden gelost op een plaats of een magazijn, aangeduid door de vennootschap en met akkoord van de douane.

VI. Minimum toegelaten hoeveelheden bij inslag in en bij uitslag uit het publiek entrepot

Art. 21.Er zijn geen minimum hoeveelheden bepaald bij inslag in of uitslag uit het entrepot van goederen, maar zij moeten wel het voorwerp uitmaken van een door de douane, aanvaarde aangifte.

VII. Plaatsing en stuwing van de goederen in het publiek entrepot Verificatie en wegneming van goederen

Art. 22.§ 1. De voertuigen die goederen aanvoeren ter bestemming van het publiek entrepot, moeten met bekwame spoed worden gelost, tenzij de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) vrijstelling van opslag heeft verleend. § 2. Zowel bij het lossen en het stuwen van de colli in de magazijnen als achteraf bij het wegnemen ervan moet voorzichtig en met zorg worden gehandeld om noch de goederen zelf, noch de gebouwen of het gebruikte materiaal van de vennootschap te beschadigen.

In voorkomend geval moet de aangerichte schade door de douane worden vastgesteld. Ze moet worden vergoed door de persoon die er verantwoordelijk voor is.

Art. 23.§ 1. In de magazijnen moeten de goederen worden geplaatst en gestuwd volgens de aanwijzingen van de douane. § 2. Een maximum toegelaten gewicht kan worden vastgelegd en zal worden aangeplakt aan de ingang waarvan sprake in artikel 4 § 1 van onderhavig reglement.

Art. 24.§ 1. Op elke afzonderlijke partij goederen, opgeslagen onder het stelsel van het publiek entrepot, moet de entrepositaris een etiket aanbrengen volgens het door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) bepaald model. § 2. Zolang de goederen opgeslagen blijven in hetzelfde magazijn en op naam van dezelfde entrepositaris, worden de etiketten niet veranderd.

Wanneer een partij goederen wordt overgeschreven op een andere entrepotrekening, moeten de etiketten worden vernieuwd door de nieuwe entrepositaris.

Bij uitslag van de goederen uit het entrepot neemt de douane de etiketten af. § 3. De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) mag voorschrijven dat ook op de partijen goederen die onder het stelsel van tijdelijke opslag worden geplaatst, etiketten moeten worden bevestigd waarvan hij het model en de inhoud bepaalt.

Art. 25.Wanneer de douane het in het belang van haar diensten of om een andere afdoende reden nodig acht dat de plaatsing of de stuwing van de goederen in de magazijnen wordt veranderd of dat de goederen worden overgebracht naar een ander lokaal, al dan niet in een ander gebouw, mag zij die veranderingen desnoods van ambtswege doen uitvoeren, maar alleszins pas nadat de entrepositaris door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) is uitgenodigd bij die verrichtingen aanwezig te zijn.

In alle andere gevallen is het verboden de plaats of de stuwing van de goederen enigerwijze te veranderen zonder voorafgaande toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle). Deze toelating moet schriftelijk worden aangevraagd indien de handeling van aard is de grondslag van het magazijnrecht te wijzigen.

Het verplaatsen van goederen gebeurt op kosten van de entrepositaris.

Art. 26.§ 1. Alle goederen, ongeacht hun aard, die met éénzelfde douanedocument zijn aangegeven voor uitslag uit het publiek entrepot, moeten met het oog op hun verificatie worden bijeengezet op een door de douane aangewezen plaats. De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) mag toelating geven om de verificatie te verrichten in het magazijn waar de goederen zijn opgeslagen; in dat geval moeten de colli worden ontstapeld om de verificatie te vergemakkelijken. § 2. De colli met goederen waarvan de verificatie om één of andere reden wordt onderbroken of uitgesteld, moeten op een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) aangeduid emplacement worden geplaatst, zo nodig na opnieuw te zijn gesloten. § 3. Na afsluiting van de verificatie worden de vrijgegeven colli op de plaats van de verificatie ter beschikking gesteld van de aangever die gehouden is ze zo spoedig mogelijk weg te nemen en alleszins voor het einde van de tweede werkdag volgend op de datum van het afsluiten van de verificatie. § 4. Zo de aangever zich niet houdt aan de voorschriften van § 3 kan hij worden beboet overeenkomstig de bepalingen van artikel 36 van dit reglement. De goederen zullen dan op zijn kosten en op zijn risico worden weggenomen en worden overgebracht naar een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) aangewezen emplacement. Zij blijven onderworpen aan het magazijnrecht tot op de dag van hun wegneming. § 5. De bepalingen van de §§ 3 en 4 hiervoor zijn mutatis mutandis ook van toepassing op de resten en het afval voortkomende van de geverifieerde goederen of van de verpakkingen.

VIII. Monsterneming

Art. 27.Het nemen van monsters dient schriftelijk te worden aangevraagd aan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle). De aanvraag moet worden ondertekend of medeondertekend zijn door de entrepositaris. De monsters waarvoor de rechten verschuldigd zijn mogen pas worden weggenomen nadat die rechten zijn geboekt of betaald overeenkomstig de douanereglementering terzake.

IX. Behandeling van goederen in het publiek entrepot

Art. 28.De behandelingen van goederen die zijn opgeslagen onder de regeling entrepot zijn toegestaan onder de voorwaarden van artikel 109 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek en van artikel 531 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek.

Art. 29.De behandelingen zijn onderworpen aan een voorafgaande machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Elke behandeling die wordt verricht zonder voorafgaande machtiging wordt bestraft met een boete van 625 tot 1.250 euro bij toepassing van artikel 21 van de wet.

Art. 30.De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) kan eisen dat de behandelingen worden verricht op een speciaal aangewezen plaats.

X. Uitstalling en verkoop van goederen

Art. 31.Geen enkele openbare verkoop mag worden georganiseerd in het entrepot. De opgeslagen goederen mogen bijgevolg niet worden uitgestald met het oog op een dergelijke verkoop.

XI. Voorbehouden lokalen en emplacement

Art. 32.In het publiek entrepot kunnen lokalen ter beschikking van entrepositarissen worden gesteld voor hun exclusieve noden. Deze lokalen die "voorbehouden lokalen" worden genoemd, worden toegewezen door de vennootschap, na raadpleging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). Iedere akte van toewijzing, gesloten tussen de vennootschap en een entrepositaris, bepaalt voor welke duur en onder welke voorwaarden het lokaal ter beschikking van laatstgenoemde is gesteld.

Art. 33.De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) mag voorschrijven dat de voorbehouden lokalen worden gesloten met twee sleutels, waarvan de ene door de entrepositaris wordt bewaard en de andere door de douane.

Art. 34.Een entrepositaris die het geheel van de op zijn naam geëntreposeerde goederen afstaat aan een derde, mag hem evenwel niet tegelijkertijd zijn voorbehouden lokaal afstaan, tenzij hij vooraf daartoe is gemachtigd door de vennootschap die overleg pleegt met de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor).

Art. 35.De bepalingen van dit reglement zijn toepasselijk op de voorbehouden lokalen rekening houdend met de faciliteiten die de douane gemachtigd is te verlenen krachtens de algemene reglementering.

XII. Algemene bepalingen

Art. 36.Onverminderd de bepalingen van artikel 29 wordt elke inbreuk op het bijzonder reglement, overeenkomstig artikel 22 van de wet, bestraft met een boete van 125 tot 625 euro.

Gezien om gevoegd te worden bij het Ministerieel Besluit van 22 augustus 2006 tot goedkeuring van de bijzondere reglementen van de publieke entrepots van het type F te Brussel, Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Eupen, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt.

D. REYNDERS

Bijlage 2 van het Ministerieel Besluit van 22 augustus 2006 tot goedkeuring van de bijzondere reglementen van de publieke entrepots van het type F te Brussel, Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Eupen, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt Bijzonder reglement van het publiek entrepot van het type F te Aalst, Aat, Bergen,Bierset, D endermonde, Doornik, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt I. Dagen en uren van openstelling van het publiek entrepot

Artikel 1.De dagen en uren van openstelling van het publiek entrepot en het magazijn voor tijdelijke opslag komen overeen met de dagen en uren van openstelling van het bevoegd douanekantoor zoals vermeld in het ministerieel besluit betreffende de kantoren der douane en accijnzen.

II. Politiemaatregelen en maatregelen van inwendige orde

Art. 2.§ 1. Het is slechts toegestaan het entrepot binnen of buiten te gaan langs de daartoe aangewezen in- of uitgangen. Dezelfde in- of uitgangen moeten worden gebruikt voor het binnenbrengen of wegnemen van goederen in of uit het entrepot.

Buiten de dagen en uren van openstelling van het entrepot mag niemand toegang hebben tot het entrepot of er verblijven zonder schriftelijke machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). § 2. De toegang tot het entrepot kan worden verboden aan elke persoon die er niet werd ontboden voor zijn zaken of voor de behoeften van de dienst.

De gewestelijk directeur der douane en accijnzen kan daarenboven de toegang tot het entrepot verbieden aan personen die veroordeeld zijn geweest in verband met zaken die het entrepot of de douanewetgeving in het algemeen aanbelangen.

Art. 3.Alle soorten afval van goederen, verpakkingen, opvulsel, stutten, enz. moeten zo spoedig mogelijk worden weggehaald door de entrepositaris of op zijn kosten.

Art. 4.De douaneambtenaren, al dan niet belast met een politieopdracht, mogen volgens de richtlijnen van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor), alle nodige of nuttige maatregelen treffen betreffende het laden, het lossen, het verplaatsen of het wegnemen van colli ingeval van belemmering van de kaden, verhindering van verificatie, enz..

In ieder geval is de entrepositaris of degene die werkt voor zijn rekening verantwoordelijk voor de colli die zich op de kaden of op andere los- of laadplaatsen bevinden en de behandelingen die zij zullen moeten ondergaan.

Art. 5.Overeenkomstig artikel 15 van de algemene wet inzake douane en accijnzen, moet het personeel dat voor rekening van de gebruikende firma's in het entrepot zal werken, eerst erkend zijn door de gewestelijk directeur. Deze erkenning kan afhankelijk worden gesteld van het overleggen van een getuigschrift van goed gedrag en zeden.

De gewestelijk directeur der douane en accijnzen kan de erkenning weigeren of op elk moment intrekken.

Art. 6.De firma's zijn verantwoordelijk voor de daden begaan door hun werknemers terwijl ze in het entrepot werken.

Art. 7.De in de artikelen 5 en 6 bedoelde personen mogen zich slechts in het entrepot bevinden indien ze een kenteken dragen dat hun identificatie mogelijk maakt. De vorm van dit kenteken en de vermeldingen die erop moeten voorkomen worden vastgelegd door de Bestuurscommissie van het publiek entrepot. De kosten van het kenteken worden gedragen door de werkgever.

Art. 8.De overdracht van het in artikel 7 bedoelde kenteken is verboden.

Art. 9.In geval van gegrond vermoeden van smokkel zal het in het entrepot tewerkgestelde personeel door de douane worden gefouilleerd, in het bijzonder om na te gaan of geen goederen of andere bezittingen uit het entrepot worden ontvreemd.

Art. 10.Het is verboden te roken, vuur te maken of een vlam binnen het entrepot te brengen.

Art. 11.Indien de lokalen op een andere manier worden verwarmd dan door centrale verwarming dient een schriftelijke toelating hiertoe te worden verleend door de gemeente, de andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de instelling van openbaar nut die de lokalen verstrekt en door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Hetzelfde geldt voor iedere wijziging aan de infrastructuur van het gebouw in het algemeen.

Het entrepot wordt enkel verlicht door elektriciteit.

Art. 12.Toestellen voor de behandeling van goederen, de hef-, laad- en lostoestellen met of zonder eigen beweegkracht worden enkel binnengebracht in het entrepot met speciale toelating van de Bestuurscommissie, van de publiekrechtelijke rechtspersoon of van de instelling van openbaar nut die de lokalen heeft verstrekt en de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Behoudens voorafgaande speciale machtiging van de Bestuurscommissie dienen de toestellen met eigen beweegkracht elektrisch te worden aangedreven.

De gemeente, de andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de instelling van openbaar nut, op wiens vraag het publiek entrepot werd opgericht kunnen voormelde toestellen ter beschikking stellen van de entrepositarissen. De voorwaarden voor hun gebruik worden aangeplakt in de lokalen van het entrepot.

Art. 13.Het is verboden elektrische toestellen of andere, zoals koffiezetapparaten en dergelijke, voor privé-doeleinden te gebruiken in het entrepot.

Art. 14.Geen enkel ledig recipiënt mag in het entrepot worden binnengebracht zonder schriftelijke machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor).

Art. 15.Behoudens toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor), met name in het kader van de gebruikelijke behandelingen, moeten de merken die vermeld zijn op de documenten voor inslag op blijvende wijze zijn aangebracht op de opgeslagen goederen.

Art. 16.De goederen en de colli moeten voorzichtig worden behandeld teneinde breuk of beschadiging aan het gebouw of aan de goederen te voorkomen.

Ingeval van schade stellen de douaneambtenaren een proces-verbaal op.

Elke schadeloosstelling komt ten laste van de dader van de feiten.

Art. 17.Het is verboden in het entrepot drank of voedingsmiddelen te verbruiken die zich nog onder de douaneregeling bevinden dan wel reeds zijn ingeklaard.

III. Magazijnrechten

Art. 18.Overeenkomstig de artikelen 13 tot 21 van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots stelt de Bestuurscommissie de magazijnrechten vast.

Het tarief van de magazijnrechten wordt duidelijk leesbaar aangeplakt aan de ingang van het entrepot waarvan sprake in artikel 2 § 1 van onderhavig reglement.

IV. Goederen welke niet in het publiek entrepot zijn toegelaten

Art. 19.De lijst van de goederen die zijn verboden bij inslag en opslag in het entrepot moet worden goedgekeurd door de Bestuurscommissie en de gewestelijk directeur der douane en accijnzen en kan periodiek worden vervolledigd of herzien. De lijst wordt aangeplakt aan de ingang waarvan sprake in artikel 2 § 1 van onderhavig reglement.

V. Minimum toegelaten hoeveelheden bij inslag in en bij uitslag uit het publiek entrepot

Art. 20.Er zijn geen minimum hoeveelheden bepaald bij inslag in of uitslag uit het entrepot van goederen, maar zij moeten wel het voorwerp uitmaken van een door de douane aanvaarde aangifte.

VI. Plaatsing en stuwing van de goederen in het publiek entrepot Verificatie en wegneming van goederen

Art. 21.De goederen worden opgeslagen op de plaats aangeduid door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor).

Zij moeten per soort en afzonderlijk worden gestuwd op de wijze die de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) voorschrijft.

Een maximum toegelaten gewicht kan worden vastgelegd en zal worden aangeplakt aan de ingang waarvan sprake in artikel 2 § 1 van onderhavig reglement.

Art. 22.Het is verboden de stuwing of de plaatsing van de goederen in het entrepot te wijzigen, tenzij met toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor).

De wijzigingen van plaatsing of stuwing, nodig in het belang van de dienst of om andere redenen, geschieden in aanwezigheid van de entrepositaris; de daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de entrepositaris.

Art. 23.Bij uitslag uit het entrepot moet de gehele partij goederen die op eenzelfde document is vermeld, voor de verificatie worden bijeengebracht op de daartoe door de douane aangeduide plaats.

De goederen moeten op een zodanige wijze worden bijeengebracht dat de verificatie gemakkelijk kan gebeuren. Zodra de verificatie is beëindigd, worden de goederen ter beschikking gelaten van de aangevers op de hiervoor vermelde plaats.

Art. 24.De goederen die zijn geverifieerd moeten ten laatste de tweede werkdag volgende op deze van het visum van verificatie worden weggenomen.

De verplichting tot wegneming is eveneens van toepassing op restanten en overblijfselen van goederen en allerhande verpakkingen.

Art. 25.Ingeval de entrepositaris zich niet houdt aan de voorschriften van de artikelen 3 en 21 zullen deze van ambtswege op zijn kosten worden uitgevoerd.

Art. 26.De colli waarvan de verificatie werd onderbroken of uitgesteld, moeten opnieuw worden gesloten en in een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) aangeduid lokaal worden geplaatst. De colli blijven onderworpen aan de magazijnrechten.

Art. 27.De geverifieerde colli die niet binnen de termijn, voorgeschreven in artikel 24, zijn weggenomen worden in een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) aangewezen speciale plaats overgebracht, voor rekening en verantwoording van de aangevers en de daaraan verbonden kosten. De colli blijven onderworpen aan de magazijnrechten.

Art. 28.De bepalingen van artikel 27 zijn eveneens van toepassing voor goederen opgeslagen in het bijzonder magazijn van het entrepot met dien verstande dat ze zijn ingeklaard binnen de vijftien dagen na hun aankomst zonder evenwel te zijn weggenomen binnen de voorgeschreven termijn vermeld in artikel 24.

Art. 29.Ingeval van overdracht van goederen in het entrepot dient de nieuwe entrepositaris al de hoger vermelde verplichtingen na te komen; noch de reden van de overdracht, noch de hoedanigheid van de nieuwe entrepositaris kunnen afwijkingen op onderhavig artikel meebrengen.

Het overgedragen gedeelte moet afzonderlijk worden gestuwd.

VII. Monsterneming

Art. 30.Het nemen van monsters moet schriftelijk worden aangevraagd aan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). De aanvraag moet ondertekend of medeondertekend zijn door de entrepositaris. Monsters waarop rechten verschuldigd zijn mogen pas worden weggenomen nadat die rechten zijn geboekt of betaald overeenkomstig de douanereglementering terzake.

VIII. Behandeling van goederen in het publiek entrepot

Art. 31.De behandelingen van goederen die zijn opgeslagen onder de regeling entrepot zijn toegestaan onder de voorwaarden van artikel 109 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek en van artikel 531 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek.

Art. 32.De behandelingen zijn onderworpen aan een voorafgaande machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Elke behandeling die wordt verricht zonder voorafgaande machtiging wordt bestraft met een boete van 625 tot 1.250 euro bij toepassing van artikel 21 van de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots.

Art. 33.In bepaalde gevallen kan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) eisen dat de behandelingen worden verricht op een speciaal aangewezen plaats.

IX. Uitstalling en verkoop van goederen

Art. 34.Geen enkele openbare verkoop mag worden georganiseerd in het entrepot. De opgeslagen goederen mogen bijgevolg niet worden uitgestald met het oog op een dergelijke verkoop.

X. Voorbehouden lokalen en emplacementen

Art. 35.De Bestuurscommissie kan voorbehouden lokalen en emplacementen ter beschikking van firma's stellen voor hun exclusieve behoeften zonder evenwel overtredingen van onderhavig reglement tot gevolg te hebben.

Art. 36.De toewijzing van deze voorbehouden lokalen en emplacementen is onderworpen aan het akkoord van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Deze laatste kan in dit verband het naleven van de bepalingen van onderhavig reglement en van de wettelijke of administratieve voorschriften opleggen. Hij kan met name voorschrijven dat de voorbehouden emplacementen op een bepaalde wijze worden afgebakend.

Art. 37.De voorwaarden en de kosten voor de terbeschikkingstelling van voorbehouden lokalen en emplacementen worden vastgelegd in een contract tussen de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) en de entrepositaris.

Art. 38.De entrepositaris die al zijn opgeslagen goederen overdraagt aan een derde kan hem tegelijkertijd het gebruik van het voorbehouden lokaal of emplacement slechts overdragen na goedkeuring van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor).

XI. Algemene bepalingen

Art. 39.Onverminderd de bepalingen van artikel 32 wordt elke inbreuk op het bijzonder reglement, overeenkomstig artikel 22 van de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots, bestraft met een boete van 125 tot 625 euro.

Art. 40.De weigering zich te onderwerpen aan de fouillering, voorzien in artikel 9, zal noodzakelijkerwijze de intrekking van de erkenning, voorzien in artikel 5, tot gevolg hebben, bovenop de boete waarvan sprake in artikel 39.

Gezien om gevoegd te worden bij het Ministerieel Besluit van 22 augustus 2006 tot goedkeuring van de bijzondere reglementen van de publieke entrepots van het type F te Brussel, Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Eupen, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt.

D. REYNDERS

Bijlage 3 van het Ministerieel Besluit van 22 augustus 2006 tot goedkeuring van de bijzondere reglementen van de publieke entrepots van het type F te Brussel, Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Eupen, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt Bijzonder reglement van het publiek entrepot van het type F te Eupen I. Dagen en uren van openstelling van het publiek entrepot

Artikel 1.De dagen en uren van openstelling van het publiek entrepot en het magazijn voor tijdelijke opslag komen overeen met de dagen en uren van openstelling van het bevoegd douanekantoor zoals vermeld in het ministerieel besluit betreffende de kantoren der douane en accijnzen.

II. Politiemaatregelen en maatregelen van inwendige orde

Art. 2.§ 1. Het is slechts toegestaan het entrepot binnen of buiten te gaan langs de daartoe aangewezen in- of uitgangen. Dezelfde in- of uitgangen moeten worden gebruikt voor het binnenbrengen of wegnemen van goederen in of uit het entrepot.

Buiten de dagen en uren van openstelling van het entrepot mag niemand toegang hebben tot het entrepot of er verblijven zonder schriftelijke machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). § 2. De toegang tot het entrepot kan worden verboden aan elke persoon die er niet werd ontboden voor zijn zaken of voor de behoeften van de dienst.

De gewestelijk directeur der douane en accijnzen kan daarenboven de toegang tot het entrepot verbieden aan personen die veroordeeld zijn geweest in verband met zaken die het entrepot of de douanewetgeving in het algemeen aanbelangen.

Art. 3.Alle soorten afval van goederen, verpakkingen, opvulsel, stutten, enz. moeten zo spoedig mogelijk worden weggehaald door de entrepositaris of op zijn kosten.

Art. 4.De douaneambtenaren, al dan niet belast met een politieopdracht, mogen volgens de richtlijnen van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor), alle nodige of nuttige maatregelen treffen betreffende het laden, het lossen, het verplaatsen of het wegnemen van colli ingeval van belemmering van de kaden, verhindering van verificatie, enz..

In ieder geval is de entrepositaris of degene die werkt voor zijn rekening verantwoordelijk voor de colli die zich op de kaden of op andere los- of laadplaatsen bevinden en de behandelingen die zij zullen moeten ondergaan.

Art. 5.Overeenkomstig artikel 15 van de algemene wet inzake douane en accijnzen, moet het personeel dat voor rekening van de gebruikende firma's in het entrepot zal werken, eerst erkend zijn door de gewestelijk directeur. Deze erkenning kan afhankelijk worden gesteld van het overleggen van een getuigschrift van goed gedrag en zeden.

De gewestelijk directeur der douane en accijnzen kan de erkenning weigeren of op elk moment intrekken.

Art. 6.De firma's zijn verantwoordelijk voor de daden begaan door hun werknemers terwijl ze in het entrepot werken.

Art. 7.De in de artikelen 5 en 6 bedoelde personen mogen zich slechts in het entrepot bevinden indien ze een kenteken dragen dat hun identificatie mogelijk maakt. De vorm van dit kenteken en de vermeldingen die erop moeten voorkomen worden vastgelegd door de Bestuurscommissie van het publiek entrepot. De kosten van het kenteken worden gedragen door de werkgever.

Art. 8.De overdracht van het in artikel 7 bedoelde kenteken is verboden.

Art. 9.In geval van gegrond vermoeden van smokkel zal het in het entrepot tewerkgestelde personeel door de douane worden gefouilleerd, in het bijzonder om na te gaan of geen goederen of andere bezittingen uit het entrepot worden ontvreemd.

Art. 10.Het is verboden te roken, vuur te maken of een vlam binnen het entrepot te brengen.

Art. 11.Indien de lokalen op een andere manier worden verwarmd dan door centrale verwarming dient een schriftelijke toelating hiertoe te worden verleend door de gemeente, de andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de instelling van openbaar nut die de lokalen verstrekt en door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Hetzelfde geldt voor iedere wijziging aan de infrastructuur van het gebouw in het algemeen.

Het entrepot wordt enkel verlicht door elektriciteit.

Art. 12.Toestellen voor de behandeling van goederen, de hef-, laad- en lostoestellen met of zonder eigen beweegkracht worden enkel binnengebracht in het entrepot met speciale toelating van de Bestuurscommissie, van de publiekrechtelijke rechtspersoon of van de instelling van openbaar nut die de lokalen heeft verstrekt en de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Behoudens voorafgaande speciale machtiging van de Bestuurscommissie dienen de toestellen met eigen beweegkracht elektrisch te worden aangedreven.

De gemeente, de andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de instelling van openbaar nut, op wiens vraag het publiek entrepot werd opgericht kunnen voormelde toestellen ter beschikking stellen van de entrepositarissen. De voorwaarden voor hun gebruik worden aangeplakt in de lokalen van het entrepot.

Art. 13.Het is verboden elektrische toestellen of andere, zoals koffiezetapparaten en dergelijke, voor privé-doeleinden te gebruiken in het entrepot.

Art. 14.Geen enkel ledig recipiënt mag in het entrepot worden binnengebracht zonder schriftelijke machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor).

Art. 15.Behoudens toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor), met name in het kader van de gebruikelijke behandelingen, moeten de merken die vermeld zijn op de documenten voor inslag op blijvende wijze zijn aangebracht op de opgeslagen goederen.

Art. 16.De goederen en de colli moeten voorzichtig worden behandeld teneinde breuk of beschadiging aan het gebouw of aan de goederen te voorkomen.

Ingeval van schade stellen de douaneambtenaren een proces-verbaal op.

Elke schadeloosstelling komt ten laste van de dader van de feiten.

Art. 17.Het is verboden drank of voedingsmiddelen in het entrepot te verbruiken die zich nog onder de douaneregeling bevinden of reeds zijn ingeklaard.

III. Magazijnrechten

Art. 18.Overeenkomstig de artikelen 13 tot 21 van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots stelt de Bestuurscommissie de magazijnrechten vast.

Het tarief van de magazijnrechten wordt duidelijk zichtbaar aangeplakt aan de ingang van het entrepot waarvan sprake in artikel 2 § 1 van onderhavig reglement.

IV. Goederen welken niet in het publiek entrepot zijn toegelaten

Art. 19.De lijst van de goederen die zijn verboden bij inslag en opslag in het entrepot moet worden goedgekeurd door de Gemeenteraad.

Deze lijst kan periodiek worden gewijzigd of aangevuld. De lijst wordt aangeplakt aan de ingang waarvan sprake in artikel 2 § 1 van onderhavig reglement.

V. Minimum toegelaten hoeveelheden bij inslag in en bij uitslag uit het publiek entrepot

Art. 20.Er zijn geen minimum hoeveelheden bepaald bij inslag in of uitslag uit het entrepot van goederen, maar zij moeten wel het voorwerp uitmaken van een door de douane aanvaarde aangifte.

VI. Plaatsing en stuwing van de goederen in het publiek entrepot Verificatie en wegneming van goederen

Art. 21.De goederen worden opgeslagen op de plaats aangeduid door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor).

Zij moeten per soort en afzonderlijk worden gestuwd op de wijze die de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) voorschrijft.

Een maximum toegelaten gewicht kan worden vastgelegd en zal worden aangeplakt aan de ingang waarvan sprake in artikel 2 § 1 van onderhavig reglement.

Art. 22.Het is verboden de stuwing of de plaatsing van de goederen in het entrepot te wijzigen, tenzij met toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor).

De wijzigingen van plaatsing of stuwing, nodig in het belang van de dienst of om andere redenen, geschieden in aanwezigheid van de entrepositaris; de daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de entrepositaris.

Art. 23.Bij uitslag uit het entrepot moet de gehele partij goederen die op eenzelfde document is vermeld, voor de verificatie worden bijeengebracht op de daartoe door de douane aangeduide plaats.

De goederen moeten op een zodanige wijze worden bijeengebracht dat de verificatie gemakkelijk kan gebeuren. Zodra de verificatie is beëindigd, worden de goederen ter beschikking gelaten van de aangevers op de hiervoor vermelde plaats.

Art. 24.De goederen die zijn geverifieerd moeten ten laatste de tweede werkdag volgende op deze van het visum van verificatie worden weggenomen.

De verplichting tot wegneming is eveneens van toepassing op restanten en overblijfselen van goederen en allerhande verpakkingen.

Art. 25.Ingeval de entrepositaris zich niet houdt aan de voorschriften van de artikelen 3 en 21 zullen deze van ambtswege op zijn kosten worden uitgevoerd.

Art. 26.De colli waarvan de verificatie werd onderbroken of uitgesteld, moeten opnieuw worden gesloten en in een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) aangeduid lokaal worden geplaatst. De colli blijven onderworpen aan de magazijnrechten.

Art. 27.De geverifieerde colli die niet binnen de termijn, voorgeschreven in artikel 24, zijn weggenomen worden in een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) aangewezen speciale plaats overgebracht, voor rekening en verantwoording van de aangevers en de daaraan verbonden kosten. De colli blijven onderworpen aan de magazijnrechten.

Art. 28.De bepalingen van artikel 27 zijn eveneens van toepassing voor goederen opgeslagen in het bijzonder magazijn van het entrepot met dien verstande dat ze zijn ingeklaard binnen de vijftien dagen na hun aankomst zonder evenwel te zijn weggenomen binnen de voorgeschreven termijn vermeld in artikel 24.

Art. 29.Ingeval van overdracht van goederen in het entrepot dient de nieuwe entrepositaris al de hoger vermelde verplichtingen na te komen; noch de reden van de overdracht, noch de hoedanigheid van de nieuwe entrepositaris kunnen afwijkingen op onderhavig artikel tot gevolg hebben.

Het overgedragen gedeelte moet afzonderlijk worden gestuwd.

VII. Monsterneming

Art. 30.Het nemen van monsters moet schriftelijk worden aangevraagd aan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). De aanvraag moet ondertekend of medeondertekend zijn door de entrepositaris. Monsters waarop rechten verschuldigd zijn mogen pas worden weggenomen nadat die rechten zijn geboekt of betaald overeenkomstig de douanereglementering terzake.

VIII. Behandeling van goederen in het publiek entrepot

Art. 31.De behandelingen van goederen die zijn opgeslagen onder de regeling entrepot zijn toegestaan onder de voorwaarden van artikel 109 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek en van artikel 531 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek.

Art. 32.De behandelingen zijn onderworpen aan een voorafgaande machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Elke behandeling die wordt verricht zonder voorafgaande machtiging wordt bestraft met een boete van 625 tot 1.250 euro bij toepassing van artikel 21 van de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots.

Art. 33.In bepaalde gevallen kan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) eisen dat de behandelingen worden verricht op een speciaal aangewezen plaats.

IX. Uitstalling en verkoop van goederen

Art. 34.Geen enkele openbare verkoop mag worden georganiseerd in het entrepot. De opgeslagen goederen mogen bijgevolg niet worden uitgestald met het oog op een dergelijke verkoop.

X. Voorbehouden lokalen en emplacementen

Art. 35.De Bestuurscommissie kan voorbehouden lokalen en emplacementen ter beschikking van firma's stellen voor hun exclusieve behoeften zonder evenwel overtredingen van onderhavig reglement tot gevolg te hebben.

Art. 36.De toewijzing van deze voorbehouden lokalen en emplacementen is onderworpen aan het akkoord van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor). Deze laatste kan in dit verband het naleven van de bepalingen van onderhavig reglement en van de wettelijke of administratieve voorschriften opleggen. Hij kan met name voorschrijven dat de voorbehouden emplacementen op een bepaalde wijze worden afgebakend.

Art. 37.De voorwaarden en de kosten voor de terbeschikkingstelling van voorbehouden lokalen en emplacementen worden vastgelegd in een contract tussen de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor) en de entrepositaris.

Art. 38.De entrepositaris die al zijn opgeslagen goederen overdraagt aan een derde kan hem tegelijkertijd het gebruik van het voorbehouden lokaal of emplacement slechts overdragen na goedkeuring van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle of kantoor).

XI. Algemene bepalingen

Art. 39.Onverminderd de bepalingen van artikel 32 wordt elke inbreuk op het bijzonder reglement, overeenkomstig artikel 22 van de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots, bestraft met een boete van 125 tot 625 euro.

Art. 40.De weigering zich te onderwerpen aan de fouillering, voorzien in artikel 9, zal noodzakelijkerwijze de intrekking van de erkenning, voorzien in artikel 5, tot gevolg hebben, bovenop de boete waarvan sprake in artikel 39.

Gezien om gevoegd te worden bij het Ministerieel Besluit van 22 augustus 2006 tot goedkeuring van de bijzondere reglementen van de publieke entrepots van het type F te Brussel, Aalst, Aat, Bergen, Bierset, Dendermonde, Doornik, Eupen, Genk, Gosselies, Herentals, Herve, La Louvière, Leuven, Mechelen, Meer, Menen, Moeskroen, Namen, Nieuwpoort, Nijvel, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas, Tienen, Turnhout, Vilvoorde en Welkenraedt.

D. REYNDERS

^