Ministerieel Besluit van 22 februari 2005
gepubliceerd op 13 april 2005
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit tot uitvoering van bepaalde bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende bepaalde procedurele aspecten van de waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2005035333
pub.
13/04/2005
prom.
22/02/2005
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

22 FEBRUARI 2005. - Ministerieel besluit tot uitvoering van bepaalde bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende bepaalde procedurele aspecten van de waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen


De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, Gelet op het decreet van 6 februari 2004 betreffende een waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende bepaalde procedurele aspecten van de waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering : Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder werkdag : elke dag, behalve een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, waarop in België de banken geopend zijn.

De definities, genoemd in artikel 2 van het Waarborgdecreet, artikel 1 en 40 van het tweede Waarborgbesluit en artikel 2 van de K.M.O.-verordening, zijn eveneens van toepassing in dit besluit.

Art. 2.Bij de berekening van de termijnen in dit besluit wordt toepassing gemaakt van de bepalingen van hoofdstuk 8 van het eerste deel van het Gerechtelijk Wetboek.

Als een rechtshandeling overeenkomstig dit besluit gesteld moet worden met een aangetekende brief voor een bepaalde datum, zal de datum zoals die blijkt uit de poststempel in aanmerking worden genomen. HOOFDSTUK II. - Procedures Afdeling I. - Het verkrijgen van een waarborg

Onderafdeling I. - Kenbaarmaking door kandidaat-waarborghouders

Art. 3.§ 1. Kandidaat-waarborghouders die naar aanleiding van een oproep als bedoeld in artikel 2 van het tweede Waarborgbesluit, een (nieuwe) waarborg of een herbepaling van een naar aanleiding van een vorige oproep toegekende waarborg, willen verkrijgen, moeten zich kenbaar maken bij Waarborgbeheer N.V. overeenkomstig de hiernavolgende paragrafen. § 2. Kandidaat-waarborghouders moeten zich kenbaar maken bij Waarborgbeheer N.V., door middel van het daartoe op verzoek van de kandidaat-waarborghouder door Waarborgbeheer NV ter beschikking gestelde formulier, hierna formulier A te noemen.

Waarborgbeheer N.V. bepaalt dat in dit formulier ten minste de gegevens worden opgenomen die vermeld zijn in bijlage I bij dit besluit. § 3. Het formulier, bedoeld in § 2, moet, op straffe van onontvankelijkheid, binnen de termijn die bepaald is in de betreffende oproep, per aangetekende brief en/of op enige andere wijze die bepaald is in de oproep, naar Waarborgbeheer NV worden gestuurd, samen met de documenten, bedoeld in artikel 9, § 2, van het Waarborgdecreet. § 4. Als de kandidaat-waarborghouder naar aanleiding van een vorige oproep een nog geldende raamovereenkomst gesloten heeft met Waarborgbeheer N.V., en de documenten, bedoeld in artikel 9, § 2, van het tweede Waarborgbesluit, die naar aanleiding daarvan werden bezorgd aan Waarborgbeheer N.V. sindsdien, of sinds de datum waarop de betrokkene gewijzigde documenten heeft bezorgd aan Waarborgbeheer N.V. overeenkomstig artikel 4, niet gewijzigd zijn, moet hij die documenten niet opnieuw voegen bij het formulier, bedoeld in § 1, maar kan hij volstaan met een schriftelijke verklaring dat de genoemde documenten op de datum van de nieuwe kenbaarmaking bij Waarborgbeheer NV nog steeds ongewijzigd van kracht zijn.

Art. 4.Kandidaat-waarborghouders aan wie overeenkomstig artikel 10 van het Waarborgdecreet eventueel een waarborg wordt toegekend, moeten vanaf een dergelijke toekenning Waarborgbeheer N.V. onmiddellijk op de hoogte brengen en eventueel de nodige documenten bezorgen betreffende eventuele wijzigingen in de hoedanigheden, professionele activiteiten, procedures en voorwaarden die vereist zijn door het Waarborgdecreet, het tweede Waarborgbesluit, dit besluit en de raamovereenkomst, en waarop de erkenning als waarborghouder is gebaseerd.

Onderafdeling II. - Criteria en wijze van toekennen van waarborgen

Art. 5.§ 1. De toekenning van waarborgen door de minister, namens de Vlaamse Regering, na kennisname van het advies van Waarborgbeheer N.V. hieromtrent bedoeld in artikel 5 van het tweede Waarborgbesluit, verloopt als volgt : In een eerste verdeelronde wordt, rekening houdend met de hieronder beschreven correctiefactor, 40 % van de in de oproep beschikbaar gestelde waarborgen gelijk verdeeld tussen de kandidaat-waarborghouders aan wie naar aanleiding van eerdere oproepen reeds waarborgen werden toegekend. Het maximum dat in deze ronde aan een kandidaat-waarborghouder kan worden toegekend, kan echter niet hoger zijn dan de door de kandidaat-waarborghouder gevraagde waarborg.

De correctiefactor, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend als volgt.

Voor elke kandidaat-waarborghouder wordt op basis van het voortschrijdend gemiddelde over de laatste twee jaar de verhouding tussen het totale bedrag van de verbintenissen van de K.M.O.'s en het totaal onder toepassing van de waarborg gebrachte bedrag berekend. Bij de berekening van dit percentage wordt geen rekening gehouden met dossiers die onderworpen zijn aan een andere regeling dan de regeling die uitgewerkt is in het Waarborgdecreet. Dit percentage wordt het waarborgpercentage genoemd.

Vervolgens wordt voor elke kandidaat-waarborghouder de verhouding tussen het totaal van het aantal onder de toepassing van een waarborg gebrachte financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen in de periode van 8 jaar of minder, te rekenen vanaf het verkrijgen van de eerste waarborg, en het totaal van de in die periode opgezegde financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen waarvoor de waarborg werd afgeroepen, berekend. Het aldus verkregen percentage wordt met factor drie vermenigvuldigd. Bij de berekening van dit percentage wordt geen rekening gehouden met dossiers die onderworpen zijn aan een andere regeling dan de regeling uitgewerkt in het Waarborgdecreet. Dit percentage wordt het opzeggingspercentage genoemd.

Ten slotte wordt, uitgaande van de optelling van respectievelijk de waarborgpercentages en de opzeggingspercentages van alle kandidaat-waarborghouders, het gemiddelde waarborgpercentage en het gemiddelde opzeggingspercentage berekend. Vervolgens worden per kandidaat-waarborghouder de afwijking (positief of negatief) van zijn waarborgpercentage ten opzichte van het gemiddelde waarborgpercentage en de afwijking (positief of negatief) van zijn opzeggingspercentage ten opzichte van het gemiddelde opzeggingspercentage, vastgesteld en bij elkaar opgeteld. Op basis van het aldus verkregen positieve dan wel negatieve resultaat wordt de aan elke kandidaat-waarborghouder toegekende waarborg naar boven of beneden aangepast.

Als er na de verdeling zoals hierboven beschreven nog een surplus aan waarborgen beschikbaar is, wordt dat overgeheveld naar de tweede verdeelronde.

In een tweede verdeelronde wordt 20 % van de in de oproep beschikbaar gestelde waarborgen, eventueel vermeerderd met het surplus uit de eerste verdeelronde, bedoeld in de vorige leden, verdeeld onder kandidaat-waarborghouders aan wie naar aanleiding van eerdere oproepen nog geen waarborgen werden toegekend en kandidaat-waarborghouders aan wie in het verleden naar aanleiding van eerdere oproepen al waarborgen werden toegekend en die dus al hebben deelgenomen aan de in de vorige leden beschreven eerste verdeelronde, maar die een waarborg vragen die beduidend hoger is dan de in het verleden verkregen waarborgen.

Kandidaat-waarborghouders die een beduidend hoger waarborgbedrag vragen dan ze naar aanleiding van eerdere oproepen verkregen hebben, moeten om voor deze verdeelronde in aanmerking te komen, hun aanvraag motiveren op basis van gegevens over hun positie op de kredietmarkt met betrekking tot K.M.O.'s, strategie, specialisatie en landelijke spreiding en dichtheid van hun kantorennet en de eventuele verandering die met betrekking tot (bepaalde van) deze elementen is opgetreden, ten gevolge waarvan een beduidend hoger waarborgbedrag kan worden verantwoord.

De in dit punt beschouwde 20 % van de oproep wordt verdeeld onder de betrokken kandidaat-waarborghouders op voorstel van Waarborgbeheer N.V., rekening houdend met de motivatie van het door elke kandidaat-waarborghouder gevraagde bedrag op basis van gegevens over zijn positie op de kredietmarkt met betrekking tot K.M.O.'s, strategie, specialisatie en landelijke spreiding en dichtheid van zijn kantorennet, zoals aangegeven op formulier A. In geen geval zal daarbij het maximum van de door de kandidaat-waarborghouder gevraagde waarborg worden overschreden. Als de gereserveerde 20 % niet wordt opgebruikt, wordt het resterende gedeelte hiervan overgeheveld naar de derde verdeelronde, bedoeld in de volgende leden.

De overblijvende 40 % van de oproep, eventueel vermeerderd met het surplus uit de tweede verdeelronde, bedoeld in het vorig lid, wordt verdeeld tussen alle betrokken kandidaat-waarborghouders op voorstel van Waarborgbeheer N.V., rekening houdend met volgende criteria : a) het aantal financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen en het opgetelde bedrag van de verbintenissen van de K.M.O. die onder toepassing van een waarborg zijn gebracht gedurende een bij de oproep door de minister te bepalen periode, voorafgaand aan de datum van de oproep in kwestie; b) de motivatie betreffende de positie op de kredietmarkt met betrekking tot K.M.O.'s, strategie, specialisatie, landelijke spreiding en dichtheid van het kantorennet en het naar de K.M.O.'s toe gevoerde kredietbeleid.

In geen geval zal bij de verdeling het maximum van de door de kandidaat-waarborghouder gevraagde waarborg worden overschreden. § 2. Bij de toekenning van de waarborg aan een kandidaat-waarborghouder worden de op dat moment nog lopende en nog niet gebruikte waarborgen van die kandidaat-waarborghouder in mindering gebracht op de nieuw toe te kennen waarborg. De nog niet gebruikte waarborgen kunnen verder worden gebruikt met inachtneming van de voorwaarden die betrekking hebben op de oproep waarbij de waarborgen zijn verleend, tenzij toepassing werd gemaakt van de mogelijkheid tot herbepaling van de waarborg, overeenkomstig artikel 6. § 3. De minister kan, na gemotiveerd advies van Waarborgbeheer N.V., op de in dit artikel bedoelde procedures en criteria afwijkingen toestaan.

Onderafdeling III. - Herbepalen van waarborgen

Art. 6.De minister kan, op eigen initiatief of op verzoek van de waarborghouder en na advies van Waarborgbeheer N.V., naar aanleiding van het toekennen van een waarborg aan een kandidaat-waarborghouder aan wie al een waarborg werd toegekend, de nog niet gebruikte eerder toegestane waarborgen herbepalen door hen te brengen onder de voorwaarden die gelden onder de nieuwe oproep. De herbepaling van de waarborg kan uitsluitend betrekking hebben op het gedeelte van de eerder toegekende waarborg dat nog niet gekoppeld werd aan financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen.

De aldus herbepaalde waarborg vervangt de eerder toegekende waarborg die daarbij geacht wordt te zijn herroepen.

Met behoud van de toepassing van de bepalingen in vorig lid, wordt een waarborg steeds verstrekt onder de voorwaarden, bepaald in de oproep naar aanleiding waarvan de waarborg wordt verstrekt. Afdeling II. - Het onder toepassing van de waarborg brengen van een

verbintenis Onderafdeling I. - Voorwaarden - door de K.M.O. te stellen zekerheden

Art. 7.§ 1. Overeenkomstig artikel 8, § 1, 2°, van het tweede Waarborgbesluit kunnen verbintenissen van een K.M.O. alleen onder toepassing van een waarborg worden gebracht, als de K.M.O. of een derde, tot zekerheid van de totale verbintenissen van de K.M.O., zakelijke en persoonlijke zekerheden gesteld heeft. Ter uitvoering van artikel 8, § 1, zevende lid, van het tweede Waarborgbesluit, worden die zakelijke en persoonlijke zekerheden in de hiernavolgende bepalingen gepreciseerd. § 2. Als de financieringsovereenkomst of andere verrichting geheel of ten dele is bestemd voor de financiering van de aankoop van, of investering in, een onroerend goed, of onroerende goederen, moet een hypothecaire inschrijving in eerste rang worden genomen ten belope van minimaal 50 % van de op dat moment geschatte waarde bij gedwongen verkoop, in voorkomend geval rekening houdend met de voorziene investering.

Als de financieringsovereenkomst of andere verrichting geheel of ten dele is bestemd voor de financiering van een extra investering in een bestaand onroerend goed, moet een hypothecaire inschrijving in eerst mogelijke rang worden genomen ten belope van minimaal 50 % van de op dat moment geschatte waarde bij gedwongen verkoop in voorkomend geval rekening houdend met de voorziene investering.

In de hypotheses, beschreven in het eerste en tweede lid, moet tevens een hypothecair mandaat worden verleend ten belope van het verschil tussen het bedrag van de hypothecaire inschrijving en het bedrag van de financieringsovereenkomst of andere verrichting.

Als de op dat moment geschatte waarde bij gedwongen verkoop in voorkomend geval rekening houdend met de voorziene investering, lager is dan 25.000 euro, hoeft er geen hypothecaire inschrijving te worden genomen. In dat geval moet voor het volledige bedrag van de financieringsovereenkomst of andere verrichting een hypothecair mandaat worden verleend.

Met het oog op een tijdige omzetting van het hypothecaire mandaat in een hypotheek, moet de waarborghouder de onder toepassing van de waarborg gebrachte verbintenissen van de K.M.O. van voldoende nabij volgen, en minstens op de wijze waarop hij dat normaal doet voor verbintenissen die qua aard en omstandigheden vergelijkbaar zijn, maar niet onder toepassing van de waarborg gebracht zijn. § 3. Als de hoofdsom van de financieringsovereenkomst of andere verrichting geheel of ten dele is bestemd voor de financiering van de aankoop van of investering in een handelszaak, of voor het verwerven van een of meerdere roerende goederen, dan moet de waarborghouder in voorkomend geval en zoals hij dat normaal doet voor verbintenissen die qua aard en omstandigheden vergelijkbaar zijn, maar niet onder toepassing van de waarborg gebracht zijn, eisen dat de K.M.O. een pand op de handelszaak verleent en/of eisen dat hij gesubrogeerd wordt in het voorrecht van de onbetaalde verkoper, die overeenkomstig artikel 20, 5°, van de hypotheekwet een kopie van alle aankoopfacturen heeft neergelegd, tot zekerheid van de betaling van de uit die overeenkomst of andere verrichting voortvloeiende verbintenissen.

Het nemen van een pand op de handelszaak is verplicht vanaf een bedrag van de financieringsovereenkomst of andere verrichting van 50.000 euro. De subrogatie in het voorrecht van de onbetaalde verkoper (artikel 20, 5°, van de hypotheekwet) moet bedongen worden vanaf een investering van 12.500 euro, behalve als de betreffende facturen buitenlandse facturen zijn.

Als er al een pand op de handelszaak is gevestigd, hoeft er geen extra pand op de handelszaak te worden gevestigd maar moet vanaf een investering van 12.500 euro subrogatie in het voorrecht van de onbetaalde verkoper (artikel 20, 5°, van de hypotheekwet) bedongen worden, behalve als de betreffende facturen buitenlandse facturen zijn. § 4. Ongeacht de bestemming van de financieringsovereenkomst of andere verrichting moeten de natuurlijke persoon of personen die gezamenlijk de controle uitoefenen over ten minste de helft plus één aandeel van het kapitaal van de rechtspersoon, of de zaakvoerder van deze rechtspersoon, die een overeenkomst of een andere verrichting aangaat, zich tegenover de waarborghouder persoonlijk, hoofdelijk en ondeelbaar hebben verbonden tot betaling van ten minste 25 % van de verbintenissen van de K.M.O. met een minimum van 2.500 euro en een maximum van 125.000 euro. De controlebevoegdheid wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 7 van het Wetboek van Vennootschappen en de term gezamenlijke controle' wordt geïnterpreteerd in de zin van artikel 9 van het Wetboek van Vennootschappen.

De verplichting tot persoonlijke borgstelling, bedoeld in het eerste lid, vervalt als de K.M.O. een eigen inbreng doet van minstens 25 % in de totale investering waarvoor de financieringsovereenkomst of andere verrichting wordt aangegaan en waarvan een deel onder toepassing van de waarborg wordt gebracht.

Controle over de vennootschap moet geïnterpreteerd worden overeenkomstig artikelen 5 tot en met 9 van het Wetboek van vennootschappen. § 5. Ongeacht de bestemming van de financieringsovereenkomst, of andere verrichting : 1° moet, ingeval de K.M.O. wordt gevoerd door een natuurlijke persoon, die natuurlijke persoon een loonafstand hebben toegestaan; 2° moeten de natuurlijke persoon of personen die gezamenlijk de controle uitoefenen over ten minste de helft plus één aandeel van het kapitaal van de rechtspersoon, of de zaakvoerder van deze rechtspersoon, die een overeenkomst of een andere verrichting aangaat, een loonafstand hebben toegestaan indien zij zich tegenover de Waarborghouder persoonlijk, hoofdelijk en ondeelbaar hebben verbonden tot betaling van ten minste 25 % van de verbintenissen van de K.M.O. De controlebevoegdheid wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 7 van het Wetboek van vennootschappen en de term gezamenlijke controle' wordt geïnterpreteerd in de zin van artikel 9 van het Wetboek van vennootschappen § 6. Waarborgbeheer NV kan een afwijking toestaan van de bepalingen van dit artikel.

Een afwijking bedoeld in het vorige lid moet nader worden gemotiveerd in het belang van de K.M.O. en kan slechts worden toegestaan mits als gevolg van de afwijking geen concurrentieverstorend effect optreedt.

Onderafdeling II. - Procedure

Art. 8.§ 1. Voor het onder toepassing van de waarborg brengen van een nieuwe verbintenis maakt de waarborghouder gebruik van het formulier B, waarvan de inhoud is vastgesteld in bijlage II. Het formulier B wordt ter beschikking gesteld door Waarborgbeheer N.V., die het van een gepaste vormgeving moet voorzien. § 2. Het formulier B moet volledig en correct ingevuld per aangetekende brief en elektronisch naar Waarborgbeheer N.V. worden gestuurd. De bijlagen die eventueel bij dit formulier B moeten worden gevoegd, moeten gelijktijdig met het formulier B, maar enkel met een aangetekende brief, naar Waarborgbeheer NV worden gestuurd.

Waarborgbeheer N.V. kan de wijze van indienen nader regelen en gemotiveerde- afwijkingen toestaan op de gestelde regels betreffende de wijze van indiening van het formulier.

Art. 9.Waarborgbeheer N.V. brengt de waarborghouder schriftelijk op de hoogte van de beslissing die ze heeft genomen overeenkomstig artikel 12 van het tweede Waarborgbesluit.

De waarborghouder ontvangt eventueel samen met het bericht van registratie, bedoeld in het eerste lid, een bevestiging van de premieberekening en een verzoek tot betaling van de premie, waarbij de volgende gegevens worden vermeld : 1° dossiernummer zoals toegekend bij de registratie bij Waarborgbeheer N.V.; 2° referte van de waarborghouder;3° premiebedrag;4° gestructureerde mededeling, verplicht te gebruiken bij betaling;5° vervaldag waarop de premie moet zijn betaald. Afdeling III. - Afroep van de waarborg

Onderafdeling I. - Procedure

Art. 10.§ 1. Voor de afroep van een waarborg maakt de waarborghouder gebruik van het daartoe door Waarborgbeheer N.V. ter beschikking gestelde formulier C. Waarborgbeheer N.V. moet erin voorzien dat in formulier C tenminste de gegevens worden opgenomen die vermeld zijn in bijlage III. Samen met formulier C zendt de waarborghouder de volgende stukken en documenten mee als bijlage : 1° akkoordbrief naar de klant of de overeenkomst waarbij de financieringsovereenkomst of andere verrichting werd toegestaan en eventuele aanvullingen daarop of addenda daarbij;2° verslag op basis waarvan de financieringsovereenkomst of andere verrichting is toegestaan;3° eventueel bij herschikking : brieven + nieuwe delgingstabel;4° brief of brieven waarbij de financieringsovereenkomst of andere verrichting wordt opgezegd en het debetsaldo opeisbaar wordt gesteld. Voor de berekening van het bedrag waarvoor de afroep gebeurt en de verdeelsleutel waarvan sprake is hierboven, zullen door Waarborgbeheer NV de nodige hulpmiddelen ter beschikking worden gesteld. § 2. Formulier C moet volledig en correct ingevuld per aangetekende brief en elektronisch naar Waarborgbeheer N.V. worden gestuurd. De nodige bijlagen die bij dit formulier C meegestuurd moeten worden, moeten gelijktijdig met formulier C, maar enkel met een aangetekende brief naar Waarborgbeheer N.V. worden gestuurd.

Waarborgbeheer N.V. kan de wijze van toezending nader regelen en afwijkingen toestaan op de gestelde regels betreffende de wijze van toezending van het formulier.

Onderafdeling II. - Onderzoek of een afroep van een waarborg voldoet aan de voorwaarden

Art. 11.§ 1. In het kader van haar bevoegdheid te onderzoeken of een afroep van een waarborg voldoet aan de voorwaarden, bepaald in het Waarborgdecreet, en aan de uitvoeringsmaatregelen ervan, kan Waarborgbeheer N.V. te allen tijde, zonder dat haar bevoegdheden daartoe beperkt zijn : 1° de boeken van de waarborghouder onderzoeken wat betreft de onderdelen die betrekking hebben op de K.M.O. waaraan een financieringsovereenkomst of andere verrichting verleend werd, waarvoor een afroep van de waarborg is gebeurd; 2° inzage nemen in de financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen die de waarborghouder heeft gesloten met deze K.M.O. en waarvan verbintenissen onder toepassing van een waarborg werden gebracht; 3° kopieën maken en bijhouden van alle stukken en documenten die zich bevinden in de dossiers die de waarborghouder aangaande de onder toepassing van de waarborg gebrachte financierings- of andere overeenkomsten van de betrokken K.M.O. heeft aangelegd. § 2. De controle kan worden uitgevoerd zowel bij Waarborgbeheer N.V., als bij de waarborghouder als, indien nodig, bij de kredietnemer.

De controle wordt via e-mail met leesbevestiging en per brief ten minste vijf werkdagen van tevoren aangekondigd aan de waarborghouder.

In de aankondiging worden de te controleren dossiers opgesomd en wordt tevens een indicatie gegeven van het tijdstip waarop de controle zal aanvangen.

De waarborghouder kan een gemotiveerd verzoek tot uitstel richten tot Waarborgbeheer N.V. § 3. De controle wordt uitgevoerd door auditoren gemandateerd door Waarborgbeheer N.V., en kan plaatsvinden tot twee jaar na de voorlopige betaalbaarstelling overeenkomstig artikel 33 van het tweede Waarborgbesluit. § 4. De resultaten van de controle worden gerapporteerd aan de waarborghouder op de wijze die bepaald is door Waarborgbeheer N.V. Onderafdeling III. - Betaling van recuperaties en kosten

Art. 12.§ 1. De door de waarborghouder van de K.M.O. gerecupereerde bedragen en de door de waarborghouder betaalde en bewezen, verantwoorde kosten en erelonen, die specifiek gemaakt zijn voor de recuperaties van de financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen waarvoor de waarborg werd afgeroepen, worden verdeeld tussen Waarborgbeheer N.V. en de waarborghouder op basis van de hierna uiteengezette principes. § 2. Indien de waarborghouder ten aanzien van de K.M.O. slechts één onder toepassing van de waarborg gebrachte financieringsovereenkomst of andere verrichting gesloten heeft, namelijk de opgezegde, geldt de volgende bepaling.

Alle van de K.M.O. gerecupereerde bedragen moeten worden verdeeld conform de overeenkomstig artikel 11, § 1, 3°, van het tweede Waarborgbesluit vastgelegde risicoverdeling. De met de recuperatie gepaard gaande kosten worden op basis van hetzelfde percentage toegerekend aan Waarborgbeheer N.V. en aan de waarborghouder. § 3. Als de waarborghouder ten aanzien van de K.M.O. meerdere onder toepassing van de waarborg gebrachte financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen gesloten heeft en geen andere financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen heeft toegestaan aan de K.M.O., gelden de volgende bepalingen.

De bedragen die van de K.M.O. gerecupereerd worden op basis van zekerheden die specifiek gevestigd werden ten voordele van bepaalde onder toepassing van de waarborg gebrachte financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen, worden toegerekend op het debetsaldo van de financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen waarvoor die zekerheden gevestigd werden. De gerecupereerde bedragen worden doorgestuurd aan Waarborgbeheer N.V. op basis van het percentage van de overeenkomstig artikel 11, § 1, 3°, van het tweede Waarborgbesluit vastgelegde risicoverdeling. De met de recuperatie gepaard gaande kosten worden op basis van hetzelfde percentage toegerekend aan Waarborgbeheer N.V. en de waarborghouder.

De van de K.M.O. gerecupereerde bedragen op basis van zekerheden die niet specifiek zijn toe te rekenen op een welbepaal de financieringsovereenkomst of andere verrichting of een deel ervan evenals de daarmee gepaard gaande kosten, worden toebedeeld casu quo toegerekend aan de waarborghouder en aan Waarborgbeheer N.V. op basis van het percentage dat wordt vastgesteld als volgt : 1° de debetsaldi van alle financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen bij opzegging worden opgeteld, uitgaande van het nominale nog af te lossen schuldsaldo, vermeerderd met maximaal de interest over het aan de opzegging voorafgaande jaar; 2° per financieringsovereenkomst of andere verrichting of deel ervan wordt het aandeel berekend in het debetsaldo waarop Waarborgbeheer N.V. en de waarborghouder recht hebben volgens de overeenkomstig artikel 11, § 1, 3°, van het tweede Waarborgbesluit vastgelegde risicoverdeling; 3° de verdeelsleutel wordt bepaald door de verhouding tussen de optelling van de aandelen van Waarborgbeheer N.V. in de debetsaldi, bedoeld in punt 2°, en de uitkomst van de optelling van de debetsaldi bij opzegging, bedoeld in punt 1°. § 4. Als de waarborghouder ten aanzien van de K.M.O. meerdere financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen gesloten heeft, waarvan een of meerdere onder toepassing van de waarborg zijn gebracht en één of meerdere niet, dan gelden de volgende bepalingen.

De bedragen die van de K.M.O. gerecupereerd worden op basis van zekerheden die specifiek gevestigd werden ten voordele van bepaalde onder toepassing van de waarborg gebrachte verrichtingen, worden toegekend op het debetsaldo van de financieringsovereenkomst of andere verrichting waarvoor die zekerheden gevestigd werden. De gerecupereerde bedragen worden doorgestort aan Waarborgbeheer N.V. op basis van het percentage van de overeenkomstig artikel 11, § 1, 3°, van het tweede Waarborgbesluit vastgelegde risicoverdeling. De met de recuperatie gepaard gaande kosten worden op basis van hetzelfde percentage toegerekend aan Waarborgbeheer N.V. en aan de waarborghouder.

De van de K.M.O. gerecupereerde bedragen die niet specifiek zijn toe te rekenen op een welbepaalde financieringsovereenkomst of andere verrichting of een deel ervan evenals de daarmee gepaard gaande kosten, worden toebedeeld casu quo toegerekend aan de waarborghouder en aan Waarborgbeheer N.V. op basis van het percentage dat wordt vastgesteld op dezelfde wijze als bepaald in § 3, met dien verstande dat voor de niet onder toepassing van de waarborg gebrachte verbintenissen het aandeel van Waarborgbeheer N.V. vastgesteld wordt op 0 % en het aandeel van de waarborghouder op 100 %.

Onderafdeling IV. - Herroeping van provisionele betaling

Art. 13.Als Waarborgbeheer N.V. na controle als bedoeld in artikel 35, § 5, van het tweede Waarborgbesluit binnen de vastgestelde termijn van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de provisionele betaling, bedoeld in artikel 35, § 1, van het tweede Waarborgbesluit, beslist om de provisionele betaling geheel of gedeeltelijk te herroepen omdat een voorwaarde van het Waarborgdecreet of de uitvoeringsmaatregelen ervan niet vervuld is, brengt ze de waarborghouder hiervan onverwijld op de hoogte per aangetekende brief, waarin ze haar beslissing motiveert.

De waarborghouder moet in een dergelijk geval binnen een termijn van één maand na de datum van die aangetekende brief het betreffende bedrag terugbetalen aan het Vlaamse Gewest op de wijze die aangegeven is in de aangetekende brief in kwestie. Afdeling IV. - Vroegtijdig afsluiten van een dossier

Art. 14.§ 1. Waarborgbeheer N.V. kan op eigen initiatief overgaan tot de vroegtijdige afsluiting van een dossier. Ze baseert zich daarbij op redenen van sociale en/of (bedrijfs)economische aard of omdat er een onevenwicht ontstaan is of dreigt te ontstaan tussen kosten en recuperaties.

Waarborgbeheer N.V. brengt haar beslissing ter zake binnen tien werkdagen nadat die beslissing is genomen ter kennis van de waarborghouder bij aangetekend schrijven, waarin zij haar beslissing motiveert. § 2. Als er volgens de waarborghouder een onevenwicht ontstaan is of dreigt te ontstaan tussen kosten en recuperaties of omwille van sociale of (bedrijfs)economische redenen, kan de waarborghouder een gemotiveerd verzoek indienen bij Waarborgbeheer N.V. om een dossier vroegtijdig af te sluiten.

De waarborghouder richt zijn gemotiveerde aanvraag tot afsluiting van een dossier bij aangetekend schrijven aan Waarborgbeheer N.V. Waarborgbeheer N.V. onderzoekt na ontvangst van een verzoek tot afsluiting van een dossier of het dossier voor afsluiting in aanmerking komt.

Als ze van oordeel is dat er redelijkerwijs nog recuperaties van de K.M.O. mogelijk zijn of dat er in de toekomst aanleiding zou kunnen bestaan tot herroeping van een provisionele betaling aan de waarborghouder, besluit ze dat het dossier vooralsnog niet kan worden afgesloten.

Waarborgbeheer N.V. brengt haar beslissing over de aanvraag tot afsluiting van een dossier ter kennis van de waarborghouder binnen een maand na ontvangst van de aanvraag tot afsluiting. HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen

Art. 15.In afwijking van artikel 5, § 1, worden de waarborgen naar aanleiding van de eerste oproep en de oproepen die binnen een jaar na de eerste oproep zouden gebeuren, als volgt toegekend.

In een eerste verdeelronde wordt 20 % van de in de oproep beschikbaar gestelde waarborgen proportioneel verdeeld tussen de kandidaat-waarborghouders die in de twee jaar voorafgaand aan de afkondiging van de eerste oproep gebruik hebben gemaakt van de waarborgregeling voor K.M.O.'s in uitvoering van de waarborgregeling geregeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende de werking van het Vlaams Waarborgfonds (Belgisch Staatsblad 22 juli 1993). De waarborgen worden verdeeld op basis van het bedrag van de in de voormelde twee jaar via de kandidaat-waarborghouder verstrekte waarborgen, omgerekend op jaarbasis. In geen geval zal daarbij het maximumbedrag van de door een kandidaat-waarborghouder in formulier A gevraagde waarborg worden overschreden.

In een tweede verdeelronde wordt 40 % van de in de oproep beschikbaar gestelde waarborgen gelijk verdeeld tussen alle kandidaat-waarborghouders. Als een kandidaat-waarborghouder die in de twee jaar voorafgaand aan de afkondiging van de eerste oproep gebruik heeft gemaakt van de waarborgregeling voor K.M.O.'s, in uitvoering van de waarborgregeling geregeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende de werking van het Vlaams Waarborgfonds (Belgisch Staatsblad 22 juli 1993), in de in het vorige lid bedoelde eerste verdeelronde al een waarborg heeft verkregen, geldt de toekenning uit de tweede verdeelronde als aanvulling om het niveau van de gevraagde waarborg te bereiken. In geen geval zal het maximumbedrag van de door de kandidaat-waarborghouder gevraagde waarborg worden overschreden.

Als er na de eerste verdeelronde nog een surplus aan waarborgen beschikbaar is, wordt dat overgeheveld naar de derde verdeelronde.

Hetzelfde geldt voor een eventuele surplus die nog beschikbaar zou zijn na de in het vorige lid bedoelde tweede verdeelronde.

In een derde verdeelronde wordt de overblijvende 40 % van de in de oproep beschikbaar gestelde waarborgen en het surplus dat nog overgebleven zou zijn uit de vorige verdeelrondes, verdeeld onder alle kandidaat-waarborghouders op voorstel van Waarborgbeheer N.V., rekening houdend met de motivatie van het door elke kandidaat-waarborghouder gevraagde bedrag op basis van gegevens over zijn positie op de kredietmarkt met betrekking tot K.M.O.'s, strategie, specialisatie en landelijke spreiding en dichtheid van zijn kantorennet, zoals aangegeven op formulier A. In geen geval zal daarbij het maximum van de door de kandidaat-waarborghouder gevraagde waarborg worden overschreden. HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 16.Dit besluit treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende bepaalde procedurele aspecten van de waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Brussel, 22 februari 2005.

F. MOERMAN

Bijlage I Waarborgbeheer moet er bij de redactie van het formulier A in voorzien dat minstens de hierna opgesomde gegevens aangevuld worden door de kandidaat-waarborghouder : 1°zijn naam, zijn rechtsvorm, het adres van zijn maatschappelijke zetel, zijn ondernemingsnummer en desgevallend zijn BTW-nummer; 2° het bedrag waarvoor hij in de beschouwde periode denkt verbintenissen van K.M.O.'s onder toepassing van de waarborg te brengen; 3° de motivatie van dat bedrag op basis van gegevens over zijn positie op de kredietmarkt ten opzichte van K.M.O.'s, strategie, specialisatie en landelijke spreiding en de dichtheid van zijn kantorennet en het naar de K.M.O.'s toe gevoerde kredietbeleid; 4° Als de kandidaat-waarborghouder naar aanleiding van een vorige oproep een nog geldende raamovereenkomst gesloten heeft met Waarborgbeheer N.V., en de in artikel 9, § 2, van het Waarborgdecreet bedoelde documenten, die naar aanleiding daarvan werden bezorgd aan Waarborgbeheer N.V. sindsdien, of sinds de datum waarop de betrokkene gewijzigde documenten heeft bezorgd aan Waarborgbeheer N.V. overeenkomstig artikel 4 van dit besluit, niet gewijzigd zijn, de schriftelijke verklaring dat de genoemde documenten op de datum van de nieuwe kenbaarmaking bij Waarborgbeheer N.V. nog steeds ongewijzigd van kracht zijn; 5° alle andere gegevens waarvan Waarborgbeheer N.V. oordeelt dat ze nuttig zijn ter beoordeling van de kandidatuur van de kandidaat-waarborghouder.

Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 22 februari 2005 tot uitvoering van bepaalde bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende bepaalde procedurele aspecten van de waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Brussel, 22 februari 2005.

De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, F. MOERMAN

Bijlage II Formulier B moet volgende gegevens bevaten. 1° gegevens over de verbintenis a) 1) algemeen : het bedrag, in hoofdsom, van de totale verbintenissen van de K.M.O.; 2) bij een maatschappij voor onderlinge borgstelling : het bedrag, in hoofdsom, van de totale verbintenissen van de K.M.O. en het bedrag, in hoofdsom, en de modaliteiten van de totale verbintenissen van de maatschappij voor onderlinge borgstelling waarvan een percentage onder toepassing van de waarborg wordt gebracht; b) het door de waarborghouder gekozen percentage op basis waarvan de verbintenissen van de K.M.O., in hoofdsom, die onder toepassing van de waarborg zullen worden gebracht, berekend worden; c) het bedrag van de verbintenissen van de K.M.O., in hoofdsom, dat, rekening houdend met de voorgaande elementen, volgens de berekening van de waarborghouder, onder toepassing van de waarborg zal worden gebracht; d) de duurtijd waarvoor verbintenissen van de K.M.O. onder toepassing van de waarborg worden gebracht, met opgave van begin- en einddatum; e) de duurtijd van de financieringsovereenkomst of andere verrichting met opgave van begin- en einddatum;f) het delgingsprogramma, gehanteerd in het kader van de financieringsovereenkomst of andere verrichting;g) de gevestigde zekerheden en de geschatte waarde bij gedwongen verkoop van onroerende goederen. h) totaal bedrag en doel van de investering, totale eigen inbreng bij de investering 2° gegevens over K.M.O. : a) als de K.M.O. een vennootschap is : 1) Naam vennootschap;2) juridische vorm;3) oprichtingsdatum;4) adresgegevens;5) investeringsplaats;6) ondernemingsnummer kbo;7) BTW-nummer;8) activiteit(en), aard van de onderneming of NACE-code;9) eventueel bestaand registratienummer; 10) telefoon en e-mail van de K.M.O.; 11) starter (definitie : iedere zelfstandige en/of vennootschap die nog niet langer dan 3 volledige kalenderjaren is ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen) : ja/neen ?; 12) zaakvoerder(s), bestuurder(s), en/of gedelegeerd bestuurder(s) van de K.M.O. : naam, voornaam, geboortedatum en burgerlijke staat; 13) personen die de (gezamenlijke)controle over de K.M.O. voeren. b) als de K.M.O. een natuurlijke persoon is : 1) naam bedrijf;2) naam persoon die de controle uitoefent over de kmo;3) burgerlijke staat; 4) telefoon en e-mail van de K.M.O. 5) nationaliteit;6) adresgegevens;7) aard van de onderneming of NACE-code;8) investeringsplaats;9) ondernemingsnummer kbo;10) BTW-nummer;11) aanvangsdatum van de activiteiten; 12) starter(definitie : iedere zelfstandige en/of vennootschap die nog niet langer dan 3 volledige kalenderjaren is ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen) : ja/neen ? 13) Exploitatiezetel(s) van de K.M.O. 3° berekening van de premie De verschuldigde premie wordt berekend door de waarborghouder aan de hand van het door Waarborgbeheer N.V. ter beschikking gestelde berekeningsmodel. 4° gegevens van de waarborghouder : identificatienummer van de waarborghouder dat toegekend is door Waarborgbeheer N.V. 5° gegevens van de waarborg : identificatienummer van de waarborg (oproep) dat is vermeld bij de toekenning van de waarborg aan de waarborghouder.6° verklaringen van de waarborghouder a) de waarborghouder verklaart dat de onder toepassing van de waarborg gebrachte financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen worden toegekend conform de regels, daarin begrepen interne gebruiken, normen en beoordelingscriteria, die de waarborghouder gebruikelijk hanteert in vergelijkbare omstandigheden voor soortgelijke financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen die niet onder toepassing van de waarborg worden gebracht.b) de waarborghouder verklaart dat de onder toepassing van de waarborg gebrachte financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen worden goedgekeurd door het gebruikelijke beslissingsorgaan dat financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen van deze omvang en deze aard goedkeurt.c) de waarborghouder verklaart dat met betrekking tot de onder toepassing van de waarborg gebrachte financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen een analyse wordt opgesteld conform de regels die door de waarborghouder gehanteerd worden in vergelijkbare omstandigheden voor soortgelijke overeenkomsten of verrichtingen die niet onder toepassing van de waarborg worden gebracht.d) de waarborghouder verklaart dat hij er op geen enkele manier toe zal bijdragen, noch door bepaalde handelingen te stellen, noch door bepaalde handelingen na te laten, dat het risico voor het Vlaamse Gewest in het kader van de door zijn toegestane waarborg wordt verzwaard. Meer in het bijzonder, zonder daartoe beperkt te zijn, verklaart de waarborghouder dat hij slechts tot vrijgave van een zekerheid zal overgaan onder de voorwaarden en conform de regels die door de waarborghouder gehanteerd worden in vergelijkbare omstandigheden voor soortgelijke financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen die niet onder toepassing van de waarborg worden gebracht, en mits voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld in de tussen de waarborghouder en Waarborgbeheer N.V. afgesloten raamovereenkomst. 5° De waarborghouder verklaart dat hij niet tot compensatie zal overgaan van bedragen die verschuldigd zijn door de waarborghouder aan Waarborgbeer N.V. of aan het Vlaamse Gewest, en van bedragen die verschuldigd zijn door Waarborgbeheer N.V. of het Vlaamse Gewest aan de waarborghouder.

Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 22 februari 2005 tot uitvoering van bepaalde bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende bepaalde procedurele aspecten van de waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Brussel, 22 februari 2005.

De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, F. MOERMAN

Bijlage III In formulier C moet erin voorzien worden dat minstens de volgende gegevens worden ingevuld : 1° de berekening van de gevraagde voorlopige betaalbaarstelling; 2° een lijst van alle op het moment van opzegging bij de betreffende waarborghouder bestaande financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen van de K.M.O., met opgave van alle zekerheden en met opgave van het debetsaldo per financieringsovereenkomst of andere verrichting, waarbij het kapitaal (toegestane omloop + achterstand) in rekening mag worden gebracht, verhoogd met de interesten over maximaal het jaar dat voorafgaat aan de opzegging; 3° een berekening van de verdeelsleutel van de recuperaties andere dan ten gevolge van uitwinning van specifiek gevestigde waarborgen.4° het bankrekeningnummer waarop een eventuele voorlopige betaling moet worden uitbetaald. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 22 februari 2005 tot uitvoering van bepaalde bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende bepaalde procedurele aspecten van de waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Brussel, 22 februari 2005.

De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, F. MOERMAN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^