Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 22 oktober 1997
gepubliceerd op 17 december 1997

Ministerieel besluit tot vaststelling van de wijze van benoeming in sommige graden bij het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
1997022793
pub.
17/12/1997
prom.
22/10/1997
ELI
eli/besluit/1997/10/22/1997022793/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

22 OKTOBER 1997. Ministerieel besluit tot vaststelling van de wijze van benoeming in sommige graden bij het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers


De Minister van Sociale Zaken, Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid artikel 11, § 1, vervangen door de wet van 22 juli 1993;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid artikel 3, § 1, 39°, ingevoegd bij koninklijk besluit van 10 april 1995;

Gelet op het ministerieel besluit van 19 augustus 1974 tot erkenning van de dienst mechanografie van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers als centrum voor informatieverwerking;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 juli 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers;

Gelet op het advies van de Directieraad van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 31 januari 1997;

Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 31 januari 1997;

Gelet op het protocol van 26 juni 1997 waarin de conclusies van de onderhandeling gevoerd binnen het Sectorcomité XII - Sociale Zaken worden vermeld;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989;

Overwegende dat het aangewezen is onverwijld de bijzondere voorwaarden betreffende de uitvoering van het statuut van het personeel van de instelling aan te passen, met het oog op de nieuwe personeelsformatie van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers met toepassing van de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen, Besluit : HOOFDSTUK I. - Graden die toegang geven tot bevorderingsgraden

Artikel 1.Benoeming en bevordering tot elk der graden voorkomend in kolom 2 van de bij dit besluit gevoegde tabel geschiedt onder de in kolommen 3, 4, 5, 6 en 7 van dezelfde tabel vermelde voorwaarden. HOOFDSTUK II. - Kandidaatstelling in de niveaus 2+, 2, 3 en 4

Art. 2.De ambtenaren die de reglementaire voorwaarden vervullen zijn ambtshalve kandidaat voor de vacante betrekkingen van de niveaus 2+, 2, 3 en 4.

Art. 3.§ 1. De Administrateur-generaal deelt de kandidaten de voorstellen tot benoeming en bevordering mee tegen een gedagtekend ontvangstbewijs, hetzij tegen een aangetekende brief.

Wanneer de ambtenaar om welke reden dan ook, tijdelijk afwezig is, worden de voorstellen tot benoeming en bevordering per aangetekende brief aan het door hem laatst opgegeven adres toegezonden. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren kunnen, niettegenstaande zij ambtshalve kandidaat waren, de benoeming of de bevordering weigeren per aangetekende brief binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op de eerste werkdag volgend op die van de bekendmaking der voorstellen.

Art. 4.§ 1. Bij gebrek aan kandidaat of bij weigering van alle kandidaten, kan het Beheerscomité door verandering van graad of door bevordering een ambtenaar benoemen die de gestelde voorwaarden vervult. § 2. Bij ontstentenis van kandidaten die de gestelde voorwaarden inzake anciënniteit vervullen, kan het Beheerscomité van die voorwaarde afwijken om de bevordering te verlenen door verhoging in graad of door verhoging in weddeschaal.

Die afwijking bestaat er vooreerst in de vereiste anciënniteit met een derde te verminderen.

Indien het aantal jaren geen meervoud van drie maar van twee is, wordt de mogelijke afwijking tot één vierde beperkt.

Bij ontstentenis van kandidaten die voor deze vermindering in aanmerking kunnen komen, kan de anciënniteit, volgens de in het tweede lid bedoelde gevallen, met twee derden of met de helft worden verminderd.

De beslissing van het Beheerscomité moet worden vermeld in het voorstel voor benoeming of bevordering, alsmede in de benoemingsakte.

Art. 5.De beslissingen tot bevordering worden medegedeeld door de Administrateur-generaal aan alle ambtenaren die zich in de vereiste voorwaarden bevonden.

Kandidaatstelling in niveau 1 HOOFDSTUK III. - Bevorderingen door weddeschaalverhoging in rang 10, afhankelijk van een vacature

Art. 6.§ 1. De ambtenaren die de reglementaire voorwaarden vervullen zijn automatisch kandidaat voor de vacante betrekkingen van niveau 1, voor de bevorderingen die afhankelijk zijn van een vacature waarin moet worden voorzien door een verhoging in weddeschaal in rang 10.

De Administrateur-generaal deelt de kandidaten de voorstellen tot benoeming en bevordering mede, hetzij tegen een gedagtekend ontvangstbewijs, hetzij met een aangetekende brief.

Wanneer de ambtenaar, om welke reden dan ook, tijdelijk afwezig is, worden de voorstellen tot benoeming en bevordering per aangetekende brief naar het laatst door hem opgegeven adres gezonden. § 2. De in alinea 1 bedoelde ambtenaren kunnen, niettegenstaande zij ambtshalve kandidaat zijn, de benoeming of de bevordering weigeren per aangetekende brief binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat de eerste werkdag volgend op die van de bekendmaking van de voorstellen.

Andere betrekkingen van niveau 1

Art. 6bis.§ 1 De betrekkingen van niveau 1, andere dan de betrekkingen bedoeld bij artikel 6, § 1, moeten worden medegedeeld door een bekendmaking van vacante betrekking.

De bekendmaking van vacante betrekking wordt aan elke belanghebbende bezorgd, hetzij tegen ontvangstbewijs, hetzij per aangetekende brief die naar het laatst door hem medegedeelde adres wordt gezonden. § 2. Enkel de kandidaatstellingen van ambtenaren die de Administrateur-generaal binnen tien werkdagen per aangetekend schrijven ontvangt, komen in aanmerking.

De ambtenaren mogen bij voorbaat dingen naar elke betrekking die tijdens hun afwezigheid openvalt. De geldigheid van deze kandidaatstelling wordt evenwel tot een maand beperkt. § 3. De in paragraaf 2 vermelde termijn van tien werkdagen begint te lopen vanaf de eerste werkdag volgend op die waarop de bekendmaking van de vacante betrekking aan de belanghebbende werd overhandigd of ter post werd afgegeven. § 4. De ondertekende en gedateerde sollicitatiebrief vermeldt de naam, de voornamen en de graad van de kandidaat, alsmede de administratieve zetel waaronder hij ressorteert. Wanneer de bekendmaking van de vacante betrekking het vergt, vermeldt de sollicitatiebrief daarenboven een uiteenzetting van de aanspraken die de kandidaat doet gelden. § 5. De voorwaarden voor de benoeming of bevordering moeten door de kandidaat vervuld zijn op de datum van de bekendmaking van vacante betrekking waarvan sprake in paragraaf 1, tenzij in de bekendmaking zelf een andere datum is vermeld. HOOFDSTUK IV. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 7.§ 1. Dit besluit treedt in werking op dezelfde dag als het koninklijk besluit van 7 juli 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers. § 2. Het ministerieel besluit van 27 september 1974, behoorlijk gewijzigd, betreffende de bekendmaking van de vacatures van betrekkingen en de benoeming tot sommige graden bij het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers wordt opgeheven.

Brussel, 22 oktober 1997.

Mevr. M. DE GALAN Bijlage Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 22 oktober 1997.

De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN

^