Ministerieel Besluit van 23 april 2015
gepubliceerd op 18 mei 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers

bron
waalse overheidsdienst
numac
2015202374
pub.
18/05/2015
prom.
23/04/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015202374

WAALSE OVERHEIDSDIENST


23 APRIL 2015. - Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers


De Minister van Landbouw, Natuur, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme en Sportinfrastructuren, afgevaardigde voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio, Gelet op Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad;

Gelet op Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot wijziging van bijlage X bij die Verordening;

Gelet op Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden;

Gelet op het Waalse Landbouwwetboek, de artikelen D.4, D.241 tot D.2143 en D.251;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers, artikelen 4, § 1, eerste lid, 5, eerste lid, 38, §§ 1 en 2, 40 § 2, 42, derde lid, 44, 51, eerste lid, 52, eerste en tweede lid, 53, eerste en tweede lid, en 56, § 2;

Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de federale overheid goedgekeurd op 22 januari 2015;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26 januari 2015;

Gelet op het advies 57.223/4 van de Raad van State, gegeven op 2 april 2014, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Gelet op het rapport van 23 april 2015, opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen, Besluit : HOOFDSTUK I. - Modaliteiten betreffende de mededeling van de documenten

Artikel 1.Overeenkomstig artikel 4, § 1, eerste lid, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers worden de wijzigingen van de eenmalige aanvraag uitgevoerd volgens de volgende vormen en modaliteiten: 1° ofwel op een papieren informatiedrager gezonden bij aangetekend schrijven, per fax, of overhandigd tegen aflevering van een ontvangstbewijs bij de bevoegde territoriale dienst;2° ofwel via elektronische weg via het elektronisch loket van PAC-on-Web;3° ofwel per e-mail, elektronisch ondertekend of met de gescande ondertekening, gezonden aan de bevoegde territoriale dienst.

Art. 2.Overeenkomstig artikel 5, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 wordt de overmaking van de documenten en, in voorkomend geval, van hun bewijsstukken uitgevoerd volgens de volgende modaliteiten: 1° ofwel op een papieren informatiedrager gezonden bij aangetekend schrijven, per fax, of overhandigd tegen aflevering van een ontvangstbewijs bij de bevoegde territoriale dienst;2° owelf via elektronische weg via het elektronisch loket van PAC-on-Web;3° ofwel per e-mail, elektronisch ondertekend of met de gescande ondertekening, gezonden aan de bevoegde territoriale dienst. HOOFDSTUK II. - Aanvraag om herziening van de referentiegegevens en toekenning van de basisbetalingsrechten Afdeling 1. - Bepalingen gemeen aan alle herzieningen van de

referentiegegevens

Art. 3.Overeenkomstig artikel 15, § 1, eerste lid, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 dient een landbouwer, om over te gaan tot een herziening van zijn referentiegegevens, een herzieningsaanvraag aan de hand van het door het betaalorgaan ter beschikking gestelde formulier in.

De aanvraag wordt gegrond op minstens één van de elementen bedoeld in artikel 15, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015.

Art. 4.De herzieningsaanvraag wordt gegrond op elementen die tussen 31 maart 2012 tot en met 31 maart 2015 zijn voorgevallen.

Art. 5.Indien een landbouwer eenzelfde oppervlakte ongeacht de gebruikte methode(n) twee keer heeft overgedragen, oordeelt het betaalorgaan dat de oppervlakte overgedragen is aan de landbouwer in hoofde van wie de overdracht is verricht volgens de gegevens vermeld in de eenmalige aanvraag.

Art. 6.De kwalificatie die door de aanvrager wordt gegeven, bindt het betaalorgaan niet; bedoeld betaalorgaan kan de aanvraag herkwalificeren om ze te doen overeenstemmen met de reële toestand.

Het betaalorgaan kan bijkomende informatie vragen indien dit nuttig geacht wordt om de aanvraag te herkwalificeren. Afdeling 2. - Overdracht van het recht op betalingsrechten

Art. 7.Overeenkomstig artikel 24, § 8, van verordening nr. 1307/2013 vermeldt de overnemer in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier dat een overdracht van het recht op betalingsrechten in zijn voordeel is verricht.

Bij zijn aanvraag voegt de aanvrager het door het betaalorgaan ter beschikking gestelde formulier met als opschrift "privaatrechtelijke contractuele clausule in geval van overdracht van het recht op betalingsrechten" dat door de partijen ingevuld en ondertekend wordt. Afdeling 3. - Door een fout gerechtvaardigde herziening

Art. 8.Wanneer de herzieningsaanvraag gegrond wordt op een fout in de vaststelling van de rechten, vermeldt de aanvrager de fout in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier.

Voor het jaar 2015 dient de in artikel 15, § 1, van het besluit van 12 februari 2015 bedoelde landbouwer naast de eenmalige aanvraag bedoeld in artikel 2, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 een herzieningsaanvraag in aan de hand van het formulier bedoeld in artikel 1, eerste lid, samen met de bewijsstukken. Afdeling 4. - Herziening gerechtvaardigd door een geval van overmacht

of buitengewone omstandigheden

Art. 9.§ 1. Voor de gevallen van overmacht of buitengewone omstandigheden betreffende een overlijden, wordt enkel het overlijden van de landbouwer als natuurlijke persoon, van een lid van de betrokken groepering van natuurlijke personen of, in het geval van een rechtspersoon, het overlijden van zijn enige beheerder in aanmerking genomen.

In afwijking van het eerste lid en op voorwaarde dat de aanvrager de herziening als natuurlijke persoon heeft aangevraagd of indien de aanvrager en de overledene krachtens titel 4, hoofdstuk 1, van het Waalse Landbouwwetboek erkend zijn als de twee enige leden van dezelfde groepering van natuurlijke personen, kan het overlijden van de meewerkend echtgenoot in aanmerking worden genomen indien hij bij het overlijden ofwel: 1° meewerkend echtgenoot is;2° geacht wordt meewerkend te zijn overeenkomstig artikel 7bis van het koninklijk besluit van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. § 2. De herzieningsaanvraag op grond van een overlijden wordt alleen ingediend door één van de volgende landbouwers: 1° de landbouwer die het bedrijf heeft overgenomen en geërfd;2° één van de andere natuurlijke personen die lid was van de groepering waarvan de overleden deel uitmaakte;3° één van de beheerders of de nieuwe beheerder van de rechtspersoon waarvan de overledene het beheer waarnam. § 3. De aanvrager vermeldt in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier de identiteit van de overledene en voegt er een bewijs van overlijden bij.

In het geval van het overlijden van de meewerkende echtgenoot voegt de aanvrager ook een door de verzekeringskas afgeleverd attest waarbij wordt bewezen dat de echtgenoot of echtgenote meewerkend was.

De herzieningsaanvraag stemt overeen met een wijziging van de identificatie van de betrokken landbouwers in het Geïntegreerd beheers- en controlesysteem ("GBCS").

Art. 10.§ 1. In geval van arbeidsongeschiktheid van de landbouwer wordt enkel de ongeschiktheid van de betrokken landbouwer, van een lid van de betrokken groepering van natuurlijke personen of van de beheerder van de betrokken rechtspersoon, in aanmerking genomen met uitzondering van elke andere persoon.

De aanvraag om herziening van de referentiegegevens op grond van de vermelde ongeschiktheid mag alleen worden ingediend: 1° door de landbouwer die arbeidsongeschikt is geweest als hij handelt als alleenstaande natuurlijke persoon;2° een lid van de groepering van natuurlijke personen die arbeidsongeschikt is geweest;3° een beheerder van de rechtspersoon waarvan hij deel uitmaakt, die arbeidsongeschikt is geweest. § 2. De aanvrager vermeldt in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier, zijn arbeidsongeschiktheid en voegt er de volgende stukken bij: 1° een afschrift van het door een ziekenfonds erkende attest van arbeidsongeschiktheid;2° een attest van een geneesheer-specialist;3° de hospitalisatiefacturen. Het attest van een geneesheer-specialist of elk ander document dan die bedoeld in het eerste lid worden niet in aanmerking genomen om over de arbeidsongeschiktheid te oordelen.

Art. 11.In geval van natuurramp vermeldt de aanvrager in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier de natuurramp die zijn bedrijf heeft getroffen, en voegt er een attest van de schade aan teelten of, bij gebreke daarvan, elk ander bewijsstuk bij.

Een landbouwramp die het voorwerp heeft uitgemaakt van een besluit en die plaats heeft gevonden in de geografische uitgestrektheid waarin het bedrijf van de aanvrager gelegen is, is een natuurramp. Afdeling 5. - Herziening gerechtvaardigd door een vererving,

een verandering van rechtsstatuut of benaming, fusie en splitsing

Art. 12.De gehele of gedeeltelijke bedrijfsovernamen worden beschouwd als een vererving of een verwachte vererving in de zin van artikel 34 van Verordening nr. 1307/2013.

Onder gehele bedrijfsovername verstaat men de gevallen waar alle productie-eenheden van de landbouwer-overdrager worden overgenomen door één enkele landbouwer op een gegeven datum.

Art. 13.In het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier vermeldt de aanvrager dat hij bij een overnamegeval betrokken is, de identificatie van de andere partijen betrokken bij de overname en voegt er de volgende documenten bij : 1° in geval van overname tussen 1 april 2013 en 31 maart 2014, tussen bloed- of aanverwanten in de eerste, tweede of derde graad of tussen echtgenoten, een bewijs van bloed- of aanverwantschap;2° in geval van overname tussen 1 april 2014 en 31 maart 2015, tussen bloed- of aanverwanten in de eerste, tweede of derde graad of tussen echtgenoten, een bewijs van bloed- of aanverwantschap en het formulier "overeenkomst van gehele of gedeeltelijke overname", behoorlijk ingevuld en ondertekend door beide partijen;3° in de andere gevallen, een attest waarbij de overname wordt bewezen. Wat betreft het eerste lid, 1°, heeft de aanvrager een aanvraag van overdracht van toeslagrechten tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014 tegen gevolge van de bedrijfsovername ingediend.

Wat betreft het eerste lid, 1° en 2°, worden de rechtspersonen of de groeperingen van natuurlijke personen beschouwd als bloed- of aanverwanten in de eerste, tweede of derde graad indien één van de leden van de groepering of indien één van de beheerders die voorwaarde van bloed- of aanverwantschap vervult.

Het formulier "overeenkomst van gehele of gedeeltelijke overname" wordt door het betaalorgaan ter beschikking gesteld.

Art. 14.In geval van herzieningsaanvraag wegens wijziging van rechtsstatuut of benaming moeten de volgende voorwaarden worden vervuld : 1° de aanvrager vermeldt in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier de wijziging van rechtsstatuut dat plaatsgevonden heeft, de identificatie van de landbouwer die toezicht hield op het oorspronkelijke bedrijf en de identificatie van de landbouwer die het beheer van het nieuwe bedrijf waarneemt;2° de wijziging stemt overeen met een wijziging van de identificatie van de aanvrager in het "GBCS";3° in het geval van een rechtspersoon maakt de aanvrager op gewoon verzoek van het betaalorgaan een afschrift van de statuten van de rechtspersoon of van elke andere nodige informatie over.

Art. 15.In geval van herzieningsaanvraag wegens fusie van bedrijven moeten de volgende voorwaarden worden vervuld : 1° de landbouwer die het bedrijf beheert, vermeldt in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier dat een fusie heeft plaatsgevonden;2° de wijziging stemt overeen met een wijziging van de identificatie van de landbouwer in het "GBCS";3° als de fusie tussen 1 april 2013 tot en met 31 maart 2014 heeft plaatsgevonden, hebben de overnemers een aanvraag van overdracht van toeslagrechten tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014 ten gevolge van de fusie ingediend;4° als de fusie tussen 1 april 2014 tot en met 31 maart 2015 heeft plaatsgevonden, wordt het formulier "overeenkomst in geval van fusie met overname" door de partijen ingevuld en ondertekend;5° de landbouwer maakt op gewoon verzoek van het betaalorgaan een afschrift van de statuten van de rechtspersoon of van elke andere nodige informatie over;6° de bij de fusie betrokken oppervlakten maakten minstens tijdens de campagne vóór de fusie het voorwerp uit van de eenmalige aanvragen van de oorspronkelijke landbouwers. Het in punt 4° bedoelde formulier "overeenkomst in geval van fusie met overname" wordt door het betaalorgaan ter beschikking gesteld.

Art. 16.De landbouwer die het oorspronkelijke bedrijf of een nieuw bedrijf voortvloeiend uit de splitsing beheert, vermeldt in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier dat een splitsing plaatsgevonden heeft.

In geval van herzieningsaanvraag wegens splitsing van bedrijven moeten de volgende voorwaarden worden vervuld : 1° de wijziging stemt overeen met een wijziging van de identificatie van de landbouwer in het "GBCS";2° als de splitsing tussen 1 april 2013 tot en met 31 maart 2014 plaatsgevonden heeft, hebben de nieuwe landbouwers, die ten gevolge van de splitsing in het "GBCS" worden geïdentificeerd, bevestigd dat een aanvraag van overdracht van toeslagrechten tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014 is ingediend;3° als de splitsing tussen 1 april 2014 tot en met 31 maart 2015 heeft plaatsgevonden, wordt de overeenkomst in geval van splitsing door de partijen ingevuld en ondertekend en vermeldt bedoelde overeenkomst de verdeling van de referentieoppervlakten ten gevolge van de splitsing.4° de eenmalige aanvragen die vóór en na de splitsing door de landbouwers worden ingediend, stemmen overeen met wat in de overeenkomst in geval van splitsing is overeengekomen;5° de bij de splitsing betrokken oppervlakten werden tijdens het jaar vóór het splitsingsjaar door de oorspronkelijke landbouwer aangegeven in de eenmalige aanvraag. Het formulier "overeenkomst in geval van splitsing" wordt door het betaalorgaan ter beschikking gesteld. Afdeling 6. - Herziening gerechtvaardigd door een privaatrechtelijke

contractuele clausule

Art. 17.§ 1. De landbouwer-overnemer vermeldt in het in artikel 3, eerste lid, bedoelde formulier de grondoverdracht en vraagt dat het voor de overgedragen oppervlakte berekende referentiebedrag in aanmerking wordt genomen om de waarde van het geheel van zijn rechten te bepalen.

De landbouwer voegt de volgende documenten bij zijn aanvraag : 1° het door de partijen ingevulde en ondertekende formulier "privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht";2° de lijst van de overgedragen percelen en de overeenstemmende orthofotoplannen met de precieze plaatsbepaling van de betrokken percelen. Het formulier "privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht" wordt door het betaalorgaan ter beschikking gesteld. § 2. In geval van herzieningsaanvraag wegens privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht moeten de volgende voorwaarden worden vervuld : 1° de bij de privaatrechtelijke contractuele clausule betrokken oppervlakten werden tijdens één van de twee jaar vóór het overdrachtjaar door de landbouwer-overdrager aangegeven in de eenmalige aanvraag;2° bij aanvragen om overdracht van referentiegegevens door middel van het formulier "privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht" heeft de landbouwer-overdrager een aanvraag om deelname aan de bedrijfstoeslagregeling, vergezeld van een afschrift van voornoemd formulier "privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht", behoorlijk ingevuld en ondertekend, ingediend.

Art. 18.Overeenkomstig artikel 21 van Verordening 639/2014 en bij een herzieningsaanvraag wegens een privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht wegens het in huur nemen, afstand van de huurovereenkomst of soortgelijke overeenkomst worden de ten gevolge van die aanvragen vast te stellen betalingsrechten tijdelijk aan de overnemer van de gronden overgedragen en worden opnieuw aan de overdrager toegewezen wanneer het ingeroepen motief eindigt. HOOFDSTUK III. - Hectaren die in aanmerking komen voor de basisbetalingsregeling en oppervlaktes die er al dan niet voor in aanmerking komen binnen die hectaren Afdeling 1. - Hectaren die in aanmerking komen voor de

basisbetalingsregeling

Art. 19.§ 1. Overeenkomstig artikel 38, § 1, lid 2, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 worden de gymkhana-, mountainbike-, crossfiets-, karting-, motocross-, quadcross-, autocross- of stockcar-activiteiten, concentraties van landbouwtractors, buiten het kader van een tractorpulling, en van ander landbouwmateriaal toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1° de activiteiten vinden slechts één keer per jaar plaats;2° de activiteiten worden beperkt tot hoogstens vier dagen per jaar;3° de activiteiten veroorzaken geen definitieve wijziging van het bodemreliëf, tenzij vooraf een stedenbouwkundige vergunning voor die activiteiten werd afgeleverd;4° elke mobiele installatie betreffende de gebeurtenis wordt door de verantwoordelijke of de aanvrager weggevoerd en alle afval verwijderd binnen een termijn van acht dagen na de activiteit;5° de organisator beschikt over een geschikte anti-vervuilingsuitrusting waarmee hij de toevalligerwijze verspreide koolwaterstoffen kan recupereren.De organisator treft de nodige maatregelen om elke verontreiniging van de grondwaterspiegel te voorkomen.

Als het landbouwperceel dat het voorwerp van de vergunning is gelegen is in een dichtbijgelegen of verwijderd preventiegebied bedoeld in artikel R.156 van het reglementair Waterwetboek, moet de brandstof- en oliebevoorrading van de motorvoertuigen, alsook het bijstellen en onderhoud ervan plaatsvinden in een daartoe ingerichte dichte ruimte. § 2. Overeenkomstig artikel 38, § 3, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 moeten de vergunningsaanvragen betreffende de in paragraaf 1 bedoelde activiteiten gericht worden aan de territoriale dienst die bevoegd is om de aanvraag van de aanvrager te behandelen. Ze worden uiterlijk dertig werkdagen voor de datum voorzien voor de niet landbouwkundige activiteit gericht aan de hand van het formulier dat door genoemd Departement bepaald wordt. De bevoegde territoriale dienst spreekt zich uit over de aanvraag tot machtiging om de niet landbouwkundige activiteit uit te oefenen op de betrokken landbouwoppervlaktes op grond van de criteria vermeld in paragraaf 1.

Art. 20.Overeenkomstig artikel 38, § 4, van hetzelfde besluit zijn de activiteiten met een kleine impact op de landbouwkundige activiteit die het voorwerp zijn van een voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde territoriale dienst de volgende : 1° georganiseerde wandelingen alsook de doorgang van paardrijders of fietsers, agrogolf of een soortgelijke activiteit;2° de organisatie gedurende hoogtens een week van : a.fancy-fairs, rommelmarkten, familiefeesten of feesten op de hoeve; b. landbouwbeurzen, landbouwevenementen;c. culturele, artistieke, folkloristische of muzikale evenementen;d. sporttornooien, jogging- en hardloopwedstrijden, hindernislopen, hondenrennen;e. animaties en wandelshows;f. historische herdenkingen of reconstituties;g. socioculturele bijeenkomsten;3° hoogstens een weekend per maand de volgende activiteiten : a.schietactiviteiten; b. vliegtuigmodelbouw;c. vliegen met ultralichte vliegtuigen, zeilschermen en paramotoren;d. golf;e. paardrennen, het besturen van een span, springconcoursen;4° de installatie, gedurende hoogstens vijftien dagen, van een circustent of een parkeerzone, een circus, stands en kiosken;5° de installatie van kampen van jeugdbewegingen of soortgelijke bewegingen gedurende hoogstens anderhalve maand. Afdeling 2. - Bepaling van de oppervlaktes die al dan niet in

aanmerking komen binnen de subsidiabele hectaren

Art. 21.§ 1. Overeenkomstig artikel 40, § 2, leden 1, 2°, en 2 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, worden de oppervlaktes die binnen het landbouwperceel door de volgende elementen ingenomen worden als niet-subsidiabele oppervlaktes beschouwd : 1° de landbouwgebouwen en -infrastructuren met meer dan 100 m2 oppervlakte;2° de wegen in de zin van artikel 34 van het besluit van de Waalse Regering van 13 juni 2014 tot vaststelling van de eisen en normen van de randvoorwaarden inzake landbouw;3° de puinhellingen met meer dan 100 m2 oppervlakte;4° de opslagplaatsen voor landbouwproducten met meer dan 100 m2 oppervlakte op harde dekkingen;5° de opslagplaatsen voor allerhande producten met meer dan 100 m2 oppervlakte voor zover ze een impact hebben op de landbouwactiviteit. § 2. Overeenkomstig artikel 40, § 2, lid 3, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 betreffen de opslagplaatsen bedoeld in artikel 40, § 2, lid 1, 5°, van hetzelfde besluit de opslag, gedurende een periode van hoogstens één jaar, van niet-landbouwproducten, meer bepaald de opslag van landbouwmaterieel, hout, bouw- en grondwerkafval, allerlei afval, banden, dekzeilen, die de landbouwexploitatie van bedoelde oppervlakte niet toelaten.

Art. 22.Overeenkomstig artikel 42, lid 3, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, worden de verlagingscoëfficiënten vastgelegd als volgt : 1° tien percent niet-subsidiabele dekking : honderd percent van de in aanmerking komende oppervlakte;2° tien tot vijftig percent niet-subsidiabele dekking : zeventig percent van de in aanmerking komende oppervlakte;3° meer dan vijftig percent niet-subsidiabele dekking : niet in aanmerking komende oppervlakte. HOOFDSTUK IV. - Groene betaling Afdeling 1. - Gewasdiversificatie

Art. 23.Overeenkomstig artikel 44 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, bepaalt het op de officiële rassenlijsten opgenomen soort of het om een winter- of lentegewas gaat.

De officiële rassenlijsten zijn : 1° de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen vastgesteld krachtens artikel 1, § 2, van Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen;2° de gemeenschappelijke rassenlijst van de groentensoorten vastgesteld krachtens de artikelen 3, § 3, van Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad. Afdeling 2. - Ecologisch waardevolle oppervlaktes

Art. 24.Overeenkomstig artikel 51, lid 1, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, zijn de soorten die gebruikt kunnen worden voor arealen met hakhout met korte omlooptijd bedoeld in artikel 45, § 8, van Verordening nr. 639/2014 de volgende : 1° Alnus glutinosa;2° Betula pendula;3° Carpinus betulus;4° Acer campestre;5° Acer platanoïdes;6° Acer pseudoplatanus;7° Prunus avium;8° Corylus avellana; 9° Populus sp.; 10° Quercus rubra; 11° Salix sp.; 12° Sorbus sp.; 13° Tilia platyphyllos;14° Tilia cordata.

Art. 25.§ 1. Overeenkomstig artikel 52, lid 1, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, zijn de mengsels van gewassoorten voor de arealen met vanggewassen bedoeld in artikel 45, § 9, lid 1, van Verordening nr. 639/2014 in bijlage opgenomen.

De bedekking van het vanggewas is samengesteld uit een mengsel van minstens twee gewassoorten die ingedeeld zijn in twee verschillende categorieën van deze lijst.

Het vanggewas bedoeld in artikel 45, § 9, lid 1, van Verordening nr. 639/2014 wordt ingezaaid tussen 1 juli en 1 oktober.

Het zaaien van gras onder het hoofdgewas is mogelijk vanaf 1 juni. § 2. Overeenkomstig artikel 52, lid 2, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, zijn de bijkomende voorwaarden de volgende : 1° het vanggewas mag enkel op mechanische wijze of door vorst vernietigd worden;2° het vanggewas wordt minstens drie maanden na de installatie ervan behouden;3° het gebruik van minerale meststoffen en gewasbestrijdingsmiddelen is verboden tussen de datum van inzaaiing en de datum van vernietiging van het vanggewas;4° omhuld en met fytosanitaire producten behandeld zaad is verboden;5° tijdens de palntengroei wordt het maaien slechts toegelaten voor een mengsel tussen Engels raai grass - Lolium perenne - of Italiaans raaigrass - Lolium multiflorum - en een peulgewas.

Art. 27.§ 1. Overeenkomstig artikel 53, lid 1, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, zijn de stikstofbindende gewassen de volgende : 1° Lupinus spp;2° Vicia faba;3° Pisum spp;4° Medicago sativa;5° Glycine max. Het groeiseizoen begint uiterlijk 15 mei, eindigt op zijn vroegst 15 juli en duurt vier maanden na het inzaaien. § 2. Overeenkomstig artikel 53, lid 2, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, zijn de bijkomende voorwaarden de volgende : 1° er worden geen minerale meststoffen op die teelten toegepast;2° met elk gewasbestrijdingsmiddel omhuld zaad wordt niet gebruikt, met uitzondering van zaad omhuld met in België gehomologeerde schimmelwerende middelen;3° herbicides worden toegelaten voor het inzaaien van de teelt;4° de toepassing van toegelaten gewasbestrijdingsmiddelen tijdens de bloeiperiode mag slechts overnacht plaatsvinden;5° insecticides worden toegelaten voor de teelt van erwten, lupinen en paardenbonen als twee maaregelen tot omzetting van de beginselen 2 en 3 van bijlage III van Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden, tot stand gebracht worden;6° in België gehomologeerde fungiciden worden toegelaten voor de teelt van erwten, lupinen, paardenbonen en soja;7° er wordt geen pesticide toegepast bij de teelt van blauwe klaver en er wordt voorzien in een niet geoogst schuilgebied met minstens tien percent totaaloppervlakte op die percelen. HOOFDSTUK V. - Herverdelingsbetaling

Art. 28.Overeenkomstig artikel 56, § 2, lid 1, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, kan de herverdelingsbetaling door groepen van natuurlijke personen en landbouwverenigingen gevraagd worden voor meer dan dertig hectaren.

Het maximum van dertig hectaren bedoeld in artikel 56, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 wordt individueel toegepast op de titularissen van de groepen van natuurlijke personen en de beheerders van de landbouwverenigingen die : 1° de landbouwactiviteit van het bedrijf aangeven volgens het stelsel van de persoonsbelasting;2° gedurende een volledig burgerlijk jaar tot de versterking van de landbouwstructuren hebben bijgedragen. Dat maximum van dertig hectaren wordt, wat betreft de natuurlijke personen die in aanmerking komen voor bovenbedoelde voorwaarden, individueel toegepast op het individuele oppervlaktegedeelte vastegelegd volgens de verdeling van de inkomens van het bedrijf voor het meest recente belastingsjaar waarvoor de titularis of de beheerder over bewijselementen beschikt of volgens de verdeling van de inbrengen zoals vermeld in de akte tot oprichting van de rechtspersoon of de groep.

De oprichtingsakte is een notariële of een in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte akte.

Namen, 23 april 2015.

R. COLLIN

Bijlage Categorieën van soorten bedoeld in artikel 45, § 9, lid 1, van Verordening nr. 639/2014 Categorie A : Graminea, waaronder graangewassen : 1° Avena sativa;2° Avena strigosa;3° Triticum aestivum;4° Lolium perenne;5° Lolium multiflorum;6° Secale cereal;7° Triticosecale. Categorie B : Peulgewassen : 1° Vicia faba;2° Lathyrus sativus;3° Pisum sativum;4° Trifolium alexandrinum;5° Trifolium repens;6° Trifolium incarnatum;7° Trifolium resupinatum;8° Trifolium pratense;9° Vicia sativa. Categorie C : Kruisbloemigen : 1° Sinapis alba;2° Raphanus sativus. Categorie D : Andere families: 1° Camelina sativa;2° Linum usitatissimum;3° Guizotia abyssinica;4° Phacélie - Phacelia tanacetifolia;5° Fagopyrum esculentum. Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 23 april 2015 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers.

Namen, 23 april 2015.

De Minister van Landbouw, Natuur, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme en Sportinfrastructuren, afgevaardigde voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio, R. COLLIN


begin


Publicatie : 2015-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^