Ministerieel Besluit van 23 januari 2015
gepubliceerd op 26 februari 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landb

bron
vlaamse overheid
numac
2015035154
pub.
26/02/2015
prom.
23/01/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

VLAAMSE OVERHEID

Landbouw en Visserij


23 JANUARI 2015. - Ministerieel besluit houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, voor wat de rechtstreekse betalingen betreft


DE VLAAMSE MINISTER VAN OMGEVING, NATUUR EN LANDBOUW, Gelet op verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94,(EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, het laatst gewijzigd bij gedelegeerde verordening (EU) nr. 1378/2014 van de Commissie van 17 oktober 2014;

Gelet op gedelegeerde verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot wijziging van bijlage X bij die verordening;

Gelet op gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden;

Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 641/2014 van de Commissie van 16 juni 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden;

Gelet op decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, 3, § 3;

Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 1° ;

Gelet op besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, artikel 4, § 3;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, artikel 5, artikel 8, § 2, derde lid, artikel 11, § 3, artikel 12, § 2, artikel 13, § 2, artikel 15, tweede lid, artikel 18, 19, 21, § 1, tweede en derde lid, § 2, tweede lid, artikel 22, tweede lid, artikel 23, tweede lid, artikel 26, 27, tweede lid, artikel 29, tweede lid, artikel 30, tweede lid, artikel 31, 32, tweede lid, artikel 33, § 1, § 2, tweede lid, en § 3, tweede lid, artikel 40, tweede lid, artikel 41, tweede lid, artikel 59, § 4, vierde lid, artikel 61, § 3, tweede lid, artikel 65, tweede lid;

Gelet op het ministerieel besluit van 22 november 2005Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/11/2005 pub. 19/01/2006 numac 2005036648 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit betreffende de berekening en herziening van de voorlopige toeslagrechten ter uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling sluiten betreffende de berekening en herziening van de voorlopige toeslagrechten ter uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling;

Gelet op het ministerieel besluit van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 13/01/2006 pub. 31/01/2006 numac 2006035111 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit betreffende de overdracht van toeslagrechten sluiten betreffende de overdracht van toeslagrechten;

Gelet op het ministerieel besluit van 8 maart 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/03/2007 pub. 24/04/2007 numac 2007035567 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de herverdeling van de steunbedragen via de reserve sluiten betreffende de herverdeling van de steunbedragen via de reserve;

Gelet op het ministerieel besluit van 13 augustus 2009Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 13/08/2009 pub. 16/09/2009 numac 2009035848 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van de modaliteiten tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden sluiten betreffende de vaststelling van de modaliteiten tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden;

Gelet op het ministerieel besluit van 27 juli 2011Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 27/07/2011 pub. 26/09/2011 numac 2011035767 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de teelt van hennep sluiten betreffende de teelt van hennep;

Gelet op het ministerieel besluit van 25 juni 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 25/06/2012 pub. 16/07/2012 numac 2012203863 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot vaststelling van nadere regels ter voorkoming van verstruiking van grasland met ongewenste vegetatie, ter uitvoering van artikel 11, 4°, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een sluiten tot vaststelling van nadere regels ter voorkoming van verstruiking van grasland met ongewenste vegetatie, ter uitvoering van artikel 11, 4°, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 25 november 2014;

Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen in de permanente werkgroep van het Intergewestelijk Ministerieel Overleg (PW-IMO) op 20 november 2014;

Gelet op advies 56.851/3 van de Raad van State, gegeven op 23 december 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder besluit van 24 oktober 2014: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Art. 2.Onder overmacht en uitzonderlijke omstandigheden vallen in elk geval alle situaties, vermeld in artikel 2, lid 2, van verordening (EU) nr. 1306/2013.

Overmacht of uitzonderlijke omstandigheden kan ook worden toegestaan als uit de bewijsstukken blijkt dat de landbouwer onterecht een aanzienlijk verlies lijdt door een situatie die hij niet kon voorzien op het ogenblik van de aanvraag.

De bevoegde entiteit beslist over het aanvaarden van de overmacht of uitzonderlijke omstandigheden.

Art. 3.Bij een overdracht van een bedrijf als vermeld in artikel 30 van het besluit van 24 oktober 2014, wordt de steun uitbetaald aan de landbouwer, hetzij de overlatende landbouwer, hetzij de overnemende landbouwer, die uiterlijk op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag voor het campagnejaar in kwestie als actieve landbouwer geïdentificeerd is in de identificatiedatabank van het GBCS en op de percelen van het bedrijf landbouwactiviteiten uitoefent.

De overdracht wordt gemeld conform artikel 2, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid. HOOFDSTUK 2. - Rechtstreekse betalingen en betalingsrechtensysteem Afdeling 1. - Basisbetaling

Onderafdeling 1. - Subsidiabiliteit

Art. 4.Ter uitvoering van artikel 18 van het besluit van 24 oktober 2014 is de maximale omlooptijd voor hakhout met korte omlooptijd acht jaar. De boomsoorten die in aanmerking komen voor hakhout met korte omlooptijd zijn: 1° zwarte els;2° fladderolm;3° gladde olm;4° hazelaar;5° gewone esdoorn;6° gewone es;7° alle populieren- en wilgensoorten.

Art. 5.Ter uitvoering van artikel 19 van het besluit van 24 oktober 2014 is de minimumgrootte van een perceel landbouwgrond dat aangegeven mag worden en waarvoor betalingsrechten aangevraagd kunnen worden, 0,01 hectare.

Art. 6.In het kader van de minimumactiviteit, vermeld in artikel 22, eerste lid, 1°, en artikel 23, eerste lid, 1°, van het besluit van 24 oktober 2014, moeten gronden jaarlijks gemaaid zijn vóór 1 oktober van het campagnejaar in kwestie.

In afwijking van het eerste lid geldt een tweejaarlijkse maaiverplichting op natuurlijke graslanden waarop een beheerovereenkomst van toepassing is.

Art. 7.Ter uitvoering van artikel 22, tweede lid, van het besluit van 24 oktober 2014, moet verbossing door houtachtige gewassen die hoger zijn dan anderhalve meter voorkomen worden door te maaien of door een andere geschikte beheersmaatregel toe te passen.

Art. 8.Ter uitvoering van artikel 23, tweede lid, van het besluit van 24 oktober 2014, mogen in het kader van de minimumactiviteit, vermeld in artikel 23, eerste lid, 2°, van het voormelde besluit, alleen runderen, schapen, geiten en hertachtigen de gronden begrazen.

Art. 9.Ter uitvoering van artikel 26, 1°, van het besluit van 24 oktober 2014, zijn de volgende gronden niet subsidiabel: 1° de gronden waarop volkstuinparken gelegen zijn;2° de gronden die dienst doen als veiligheidszones en landingsbanen op luchthavens;3° de begraasde bermen;4° de begraasde parken;5° de begraasde openbare plaatsen;6° de grondstroken die langs waterlopen, wegen, bossen, serres en gebouwen liggen en die niet geschikt zijn voor landbouwactiviteiten vanwege hun onverenigbaarheid met de gangbare landbouw op basis van de historische achtergrond, de ligging of het gebruik ervan.

Art. 10.Ter uitvoering van artikel 26, 3°, van het besluit van 24 oktober 2014, maken de volgende landschapselementen deel uit van het subsidiabel areaal, op voorwaarde dat ze op gronden liggen die zelf subsidiabel zijn: 1° de poelen;2° de houtkanten;3° de akkerranden;4° de hagen of heggen;5° de sloten met een breedte van minder of gelijk aan twee meter;6° de geïsoleerde bomen;7° de bomenrijen;8° de groepen van bomen met een oppervlakte van minder of gelijk aan 0,01 hectare;9° de hoogstamboomgaarden. Onderafdeling 2. - Teelttoestemming voor de teelt van hennep

Art. 11.§ 1. In deze onderafdeling wordt verstaan onder 1° hennep: vezelhennep of hennep voor andere industriële doeleinden met een THC-gehalte dat lager of gelijk is aan 0,2%;2° THC-gehalte: gehalte aan delta-9-tetrahydrocannabinol (uitgedrukt in g/100 g analysemonster). § 2. Een landbouwer die een teelttoestemming voor de teelt van hennep als vermeld in artikel 21 van het besluit van 24 oktober 2014 wil krijgen, dient bij de bevoegde entiteit een aanvraag in met het formulier dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

De aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens : 1° landbouwernummer, voor- en achternaam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van de aanvrager;2° het teeltjaar waarvoor de teelttoestemming wordt gevraagd;3° de henneprassen die ingezaaid worden;4° de oppervlakte die ingezaaid wordt en voor ieder gebruikt ras de hoeveelheid hennepzaaizaad, uitgedrukt in kg per hectare.De minimale dosis zaaizaad bedraagt 30 kg/ha; 5° de naam van de gemeente waar het perceel ligt en een perceelsidentificatie die bestaat uit het identificatienummer.Als verschillende rassen per perceel worden ingezaaid, voegt de landbouwer een schets met de ligging van iedere ras bij de aanvraag; 6° een verklaring waarin de aanvrager toestemming geeft aan de bevoegde entiteit om de gegevens van de aanvraag door te geven aan de bevoegde politiediensten. De aanvraag voor teelttoestemming wordt uiterlijk op 31 mei van het kalenderjaar in kwestie ingediend. De bevoegde entiteit verleent de teelttoestemming in de vorm van de afgestempelde aanvraag. Die afgestempelde aanvraag geldt als vergunningsdocument.

De landbouwer mag pas starten met de inzaai nadat hij het vergunningsdocument van de bevoegde entiteit heeft ontvangen. Ter uitvoering van artikel 17, lid 7, van uitvoeringsverordening (EG) nr. 809/2014, bezorgt de landbouwer onmiddellijk na de inzaai en uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar in kwestie aan de bevoegde entiteit de officiële etiketten van de zaaizaden die gebruikt zijn voor de uitgezaaide percelen. Die etiketten maken integraal deel uit van de verzamelaanvraag.

Art. 12.De landbouwer die met toestemming hennep teelt, brengt de bevoegde entiteit onverwijld op de hoogte van het begin van de bloei.

Art. 13.Ter uitvoering van artikel 45, lid 4, van uitvoeringsverordening (EG) nr. 809/2014, moet de landbouwer die hennep teelt, het gewas tot tien dagen na het einde van de bloei in normale groeiomstandigheden onderhouden opdat de bevoegde entiteit de controles op het THC-gehalte kan uitvoeren. De bevoegde entiteit kan toestemming geven om hennep te oogsten na het begin van de bloei maar voor het einde van de periode van tien dagen na het einde van de bloei, op voorwaarde dat de controleurs van de bevoegde entiteit aangeven op welke representatieve delen van elk perceel in kwestie het gewas gedurende ten minste tien dagen na het einde van de bloei verder moet worden geteeld opdat het THC-gehalte gecontroleerd kan worden.

Onderafdeling 3. - Activering, aangifte en overdracht van betalingsrechten

Art. 14.De overdracht van betalingsrechten heeft uitwerking vanaf de melding van de overdracht aan de bevoegde entiteit. De overdrager doet dat conform artikel 8, lid 1, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 641/2014, met een digitaal formulier dat de bevoegde entiteit ter beschikking stelt op het e-loket. Als de overdracht gemeld wordt uiterlijk op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag, dan kan de overnemer de betalingsrechten activeren in het campagnejaar in kwestie. Overdrachten van betalingsrechten die gemeld worden na de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag, hebben pas uitwerking in het campagnejaar dat volgt op het campagnejaar in kwestie.

Personen die niet beschikken over een e-ID of die niet de mogelijkheid hebben om te beschikken over een andere aanmeldings- en authenticatiemogelijkheid die ondersteund wordt door FedICT, mogen in afwijking van het eerste lid de aanvraag indienen door middel van het papieren formulier dat de bevoegde entiteit ter beschikking stelt. Dat formulier wordt volledig ingevuld en ondertekend ingediend bij de bevoegde entiteit, uiterlijk op de uiterste indieningsdatum, vermeld in het eerste lid.

Art. 15.Onterecht toegekende betalingsrechten worden niet teruggevorderd als de totale waarde ervan lager of gelijk is aan 50 euro. Afdeling 2. - Reserve

Art. 16.In 2015 wordt een lineaire procentuele verlaging van 3% toegepast op de enveloppe voor de basisbetaling in 2015, conform artikel 30, lid 1, van verordening (EU) nr. 1307/2013.

Als er meer dan 0,5% van de enveloppe voor de basisbetaling onbenut blijft in de reserve in een bepaald campagnejaar, kunnen vanaf het volgende campagnejaar alle betalingsrechten lineair opgehoogd worden, als er voldoende middelen overblijven in de reserve, conform artikel 30, lid 7, e), van verordening (EU) nr. 1307/2013.

Art. 17.De volgende categorieën van landbouwers komen in aanmerking voor de toekenning of de ophoging van betalingsrechten uit de reserve: 1° de jonge landbouwers;2° de startende landbouwers;3° de landbouwers die zich bevinden in een situatie van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden;4° de landbouwers die daar op grond van een definitieve gerechtelijke uitspraak of een definitief bestuursrechtelijk besluit van de bevoegde entiteit recht op hebben.

Art. 18.§ 1. Om in aanmerking te komen voor de toekenning of ophoging van betalingsrechten uit de reserve, dient de landbouwer een aanvraag in. De aanvraag wordt uiterlijk op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag van het desbetreffende campagnejaar ingediend met het digitaal formulier dat de bevoegde entiteit op het e-loket ter beschikking stelt.

Personen die niet beschikken over een e-ID of die niet de mogelijkheid hebben om te beschikken over een andere aanmeldings- en authenticatiemogelijkheid die ondersteund wordt door FedICT, mogen in afwijking van het eerste lid de aanvraag indienen door middel van het papieren formulier dat de bevoegde entiteit ter beschikking stelt. Dat formulier wordt volledig ingevuld en ondertekend ingediend bij de bevoegde entiteit uiterlijk op de uiterste indieningsdatum, vermeld in het eerste lid. § 2. Voor zover de bevoegde entiteit er niet over beschikt, voegt de landbouwer de volgende bewijsstukken bij de aanvraag: 1° in de gevallen, vermeld in artikel 17, 1°, van dit besluit: a) één van de bewijsstukken, vermeld in artikel 20, tweede lid, van dit besluit, voor elke natuurlijke persoon vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit 24 oktober 2014;b) als de jonge landbouwer een rechtspersoon of groepering is, de verklaring vermeld in artikel 20, derde lid, van dit besluit;2° in de gevallen vermeld in artikel 17, 2°, van dit besluit: voor een natuurlijke persoon als vermeld in artikel 1, 27°, a), van het besluit van 24 oktober 2014, of voor elke natuurlijke persoon die bedrijfshoofd is van een rechtspersoon of groepering van natuurlijke personen als vermeld in artikel 1, 27°, b), van het besluit van 24 oktober 2014, één van de bewijsstukken vermeld in artikel 20, tweede lid, van dit besluit. § 3. De bevoegde entiteit kan aanvullende bewijsstukken opvragen bij de landbouwer.

Art. 19.§ 1. Als de bevoegde entiteit de aanvraag aanvaardt, worden in de gevallen, vermeld in artikel 17, 1° en 2°, op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag van het jaar waarin de landbouwer de aanvraag indient: 1° betalingsrechten met een regionaal gemiddelde waarde toegekend voor elke subsidiabele hectare die de landbouwer in gebruik heeft op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag van het jaar waarin hij de aanvraag indient en waarop nog geen betalingsrecht rust;2° alle betalingsrechten die de landbouwer in gebruik heeft op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag van het jaar waarin hij de aanvraag indient, opgehoogd tot de regionaal gemiddelde waarde. In het eerste lid, 2°, wordt verstaan onder regionaal gemiddelde waarde: de waarde, berekend met toepassing van artikel 30, lid 8, van verordening (EU) nr. 1307/2013, in het jaar waarin de landbouwer een aanvraag voor de reserve indient. Voor het jaar na het jaar van de aanvraag tot en met het jaar 2019 is er elk jaar een geleidelijke wijziging van de regionaal gemiddelde waarde als gevolg van de wijziging van de enveloppe voor de basisbetaling. § 2. Als de bevoegde entiteit de aanvraag aanvaardt, worden in de gevallen, vermeld in artikel 17, 3°, van dit besluit, betalingsrechten toegekend met een waarde berekend conform artikel 11 van het besluit van 24 oktober 2014. § 3. Als in de gevallen, vermeld in artikel 17, 4°, de bevoegde entiteit de aanvraag aanvaardt, worden op de eerstvolgende uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag die volgt op de definitieve gerechtelijke uitspraak of het definitief bestuursrechtelijk besluit, betalingsrechten toegekend waarvan de waarde berekend wordt conform de bepalingen van de voormelde uitspraak of het voormelde besluit. Afdeling 3. - Betaling voor jonge landbouwers

Art. 20.Om in aanmerking te komen voor de betaling voor jonge landbouwers dient de landbouwer een aanvraag in via de verzamelaanvraag.

Om de vakbekwaamheid, vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van 24 oktober 2014, aan te tonen, voegt de landbouwer voor elke natuurlijke persoon vermeld in artikel 1, 17°, van het voormelde besluit, één van de volgende bewijsstukken bij de aanvraag, voor zover de bevoegde entiteit er nog niet over beschikt: 1° een diploma of getuigschrift van een basisopleiding met betrekking tot landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau hoger secundair, hoger niet-universitair of universitair onderwijs;2° een installatieattest van een startersopleiding land- en tuinbouw. Als de landbouwer de starteropleiding land- en tuinbouw volgt maar het installatieattest nog niet behaald heeft, controleert de bevoegde entiteit of hij daadwerkelijk is ingeschreven voor de startersopleiding. De bevoegde entititeit controleert uiterlijk op 1 september van het jaar in kwestie of de landbouwer het installatieattest behaald heeft; 3° een diploma of getuigschrift van een basisopleiding die de Vlaamse minister bevoegd voor de landbouw, erkent als minstens gelijkwaardig met een startersopleiding land- en tuinbouw.Over de gelijkwaardigheid van een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding met een installatieattest, verkregen na een startersopleiding land- en tuinbouw wordt beslist op basis van een gemotiveerde en gedocumenteerde aanvraag die aan de bevoegde entiteit gericht wordt.

In geval van een rechtspersoon of groepering voegt de landbouwer een verklaring toe waarin bevestigd wordt dat minstens één van de natuurlijke personen, vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, daadwerkelijke en langdurige zeggenschap over de rechtspersoon of groepering heeft.

In het derde lid wordt verstaan onder daadwerkelijke en langdurige zeggenschap: beslissingen nemen op het gebied van het beheer, de voordelen en de financiële risico's, hetzij alleen, hetzij gezamenlijk met andere landbouwers. De landbouwer toont daadwerkelijke en langdurige zeggenschap aan met onder andere facturen, investeringen in roerende of onroerende goederen of contracten, met inbegrip van eigendomscontracten, die op naam van die natuurlijke persoon staan.

Art. 21.§ 1. De bevoegde entiteit controleert op basis van de gegevens in het GBCS en de bewijsstukken die bij de verzamelaanvraag zijn gevoegd, of aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 50, lid 2, van verordening (EU) nr. 1307/2013, artikel 49 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 639/2014 en artikel 1, 17°, van het besluit van 24 oktober 2014, voldaan is.

De bevoegde entiteit controleert of aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldaan is: 1° in geval van een natuurlijke persoon op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag van het eerste jaar van aanvraag tot de basisbetaling;2° in geval van een rechtspersoon of groepering, op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag van het eerste jaar van aanvraag tot de betaling voor jonge landbouwers. In het eerste lid wordt verstaan onder GBCS: het geïntegreerd beheers- en controlesysteem dat de bevoegde entiteit beheert conform de regels, vermeld in titel V, hoofdstuk 2, van verordening (EU) nr. 1306/2013, titel II van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 en titel II van uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014. § 2. In de jaren waarin de aanvrager recht heeft op de betaling voor jonge landbouwers die volgen op het jaar, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, controleert de bevoegde entiteit jaarlijks op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag of aan de voorwaarde, vermeld in artikel 49, lid 2, van gedelegeerde verordening (EU) nr. 639/2014, voldaan is. § 3. Voor de toepassing van artikel 50, lid 2, a), van verordening (EU) nr. 1307/2013, moeten de natuurlijke personen, vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van 24 oktober 2014: 1° in geval van een natuurlijke persoon, zich voor het eerst gevestigd hebben als bedrijfshoofd van een landbouwbedrijf in de vijf jaar voor het jaar van de eerste aanvraag tot de basisbetaling;2° in geval van een rechtspersoon of groepering zich voor het eerst gevestigd hebben als bedrijfshoofd van een landbouwbedrijf in de vijf jaar voor het jaar van de eerste aanvraag tot de betaling voor jonge landbouwers. In het eerste lid wordt onder eerste vestiging als bedrijfshoofd van een landbouwbedrijf één van de volgende gevallen bedoeld: 1° de natuurlijke persoon baat voor de eerste keer een landbouwbedrijf uit in eigen naam;2° de natuurlijke persoon is voor de eerste keer bestuurder, beherende vennoot of zaakvoerder van een rechtspersoon;3° de natuurlijke persoon is voor de eerste keer lid van een groepering. Als verschillende natuurlijke personen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van 24 oktober 2014, wordt het moment van de eerste vestiging in rekening gebracht van de natuurlijke persoon die zich het langst geleden voor het eerst gevestigd heeft.

Art. 22.De enveloppe voor de betaling voor jonge landbouwers bedraagt jaarlijks 2% van de enveloppe voor rechtstreekse betalingen. HOOFDSTUK 3. - Randvoorwaarden: voorkomen van de uitbreiding van plantensoorten die door hun overwoekerend karakter een bedreiging vormen voor de goede landbouw- en milieuconditie van grond

Art. 23.§ 1. Om de overwoekering van grasland met akkerdistel te voorkomen, moet de landbouwer de bloei, de zaadvorming en de uitzaaiing van akkerdistel voorkomen.

Op graslanden gelegen in speciale beschermingszones als vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, is dat alleen mogelijk door pleksgewijs te maaien of door een andere geschikte beheerwijze toe te passen. Op historisch permanent grasland als vermeld in artikel 2, 5°, van het voormelde decreet, die buiten de speciale beschermingszones, vermeld in artikel 2, 43°, van het voormelde decreet, liggen, is dat alleen mogelijk door een pleksgewijze bestrijding toe te passen, door te maaien of een andere beheerwijze toe te passen. § 2. Aan de verplichting, vermeld in paragraaf 1, is niet voldaan als op grasland akkerdistelhaarden vastgesteld worden.

In het eerste lid wordt verstaan onder akkerdistelhaard: een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 10 m2 met akkerdistels in bloei, in zaad of uitgezaaid. HOOFDSTUK 4. - slotbepalingen

Art. 24.De volgende regelingen worden opgeheven: 1° het ministerieel besluit van 22 november 2005Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/11/2005 pub. 19/01/2006 numac 2005036648 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit betreffende de berekening en herziening van de voorlopige toeslagrechten ter uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling sluiten betreffende de berekening en herziening van de voorlopige toeslagrechten ter uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 19 mei 2006;2° het ministerieel besluit van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 13/01/2006 pub. 31/01/2006 numac 2006035111 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit betreffende de overdracht van toeslagrechten sluiten betreffende de overdracht van toeslagrechten, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 10 juli 2008;3° het ministerieel besluit van 8 maart 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/03/2007 pub. 24/04/2007 numac 2007035567 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de herverdeling van de steunbedragen via de reserve sluiten betreffende de herverdeling van de steunbedragen via de reserve, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 mei 2014;4° het ministerieel besluit van 13 augustus 2009Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 13/08/2009 pub. 16/09/2009 numac 2009035848 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van de modaliteiten tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden sluiten betreffende de vaststelling van de modaliteiten tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 19 maart 2014;5° het ministerieel besluit van 27 juli 2011Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 27/07/2011 pub. 26/09/2011 numac 2011035767 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de teelt van hennep sluiten betreffende de teelt van hennep;6° het ministerieel besluit van 25 juni 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 25/06/2012 pub. 16/07/2012 numac 2012203863 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot vaststelling van nadere regels ter voorkoming van verstruiking van grasland met ongewenste vegetatie, ter uitvoering van artikel 11, 4°, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een sluiten tot vaststelling van nadere regels ter voorkoming van verstruiking van grasland met ongewenste vegetatie, ter uitvoering van artikel 11, 4°, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden.

Art. 25.De besluiten, vermeld in artikel 24, blijven van toepassing op steunaanvragen en betalingsaanvragen die betrekking hebben op de campagnes die voorafgaan aan 1 januari 2015.

Art. 26.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.

Brussel, 23 januari 2015 De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage. Formulier van de aanvraag van de teelttoestemming als vermeld in artikel 11

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 23 januari 2015 houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, voor wat de rechtstreekse betalingen betreft.

Brussel, 23 januari 2015.

De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^