Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 23 juli 2020
gepubliceerd op 17 augustus 2020

Ministerieel besluit tot wijziging van de regelgeving over de certificering en het in de handel brengen van het plantaardig teeltmateriaal, wat betreft de herziening van de indeling van plaagorganismen van planten en de introductie van gereguleerde niet-quarantaineorganismen

bron
vlaamse overheid
numac
2020042437
pub.
17/08/2020
prom.
23/07/2020
ELI
eli/besluit/2020/07/23/2020042437/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

VLAAMSE OVERHEID

Landbouw en Visserij


23 JULI 2020. - Ministerieel besluit tot wijziging van de regelgeving over de certificering en het in de handel brengen van het plantaardig teeltmateriaal, wat betreft de herziening van de indeling van plaagorganismen van planten en de introductie van gereguleerde niet-quarantaineorganismen


Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 2°, b); - het besluit van de Vlaamse regering van 3 oktober 2003 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, artikel 16; - het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2003 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken, artikel 27; - het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2005 houdende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van groentezaad, artikel 4 en 5, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018; - het besluit van de Vlaamse Regering van 25 maart 2005 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van groenvoedergewassen, artikel 19; - het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen, artikel 18; - het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van groentezaad en zaad van cichorei voor de industrie, artikel 14; - het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2007 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen, artikel 4, 3°, artikel 8 en artikel 19/1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015; - het besluit van de Vlaamse Regering van 22 januari 2010 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, artikel 4, artikel 6, § 4, en artikel 13, § 3; - het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen, artikel 10, § 5.

Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 19 mei 2020. - Het overleg tussen de gewestregeringen en de federale overheid heeft advies gegeven op 20 februari 2020, en dat is bekrachtigd door de Interministeriële Conferentie voor het Landbouwbeleid op 11 maart 2020. - De Raad van State heeft advies 67.609/3 gegeven op 14 juli 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

DE VLAAMSE MINISTER VAN ECOMOMIE, INNOVATIE, WERK, SOCIALE ECONOMIE EN LANDBOUW BESLUIT: HOOFDSTUK 1. - Algemeen

Artikel 1.Dit besluit voorziet in de omzetting van uitvoeringsrichtlijn (EU) 2020/177 van de Commissie van 11 februari 2020 tot wijziging van de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 2002/55/EG, 2002/56/EG en 2002/57/EG van de Raad, Richtlijnen 93/49/EEG en 93/61/EEG van de Commissie en Uitvoeringsrichtlijnen 2014/21/EU en 2014/98/EU wat betreft plaagorganismen bij planten op zaden en ander plantaardig teeltmateriaal. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 3 oktober 2003 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

Art. 2.In bijlage I bij het besluit van de Vlaamse regering van 3 oktober 2003 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010, wordt punt 4 vervangen door wat volgt: "4. Het gewas is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van het teeltmateriaal verminderen. Het gewas voldoet ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld. De aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de gewassen voldoet aan de eisen, vermeld in de volgende tabel:

schimmels en oömyceten

gereguleerde niet-quarantaine-organismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet quarantaineorganismen

voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

drempel-waarden voor de productie van prebasiszaad

drempel-waarden voor de productie van basiszaad

drempel-waarden voor de productie van gecertificeerd zaad

Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni [PLASHA]

Helianthus annuus L.

0 %

0 %

0 %


Onder de voormelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen wordt verstaan: de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in artikel 36 van de voormelde verordening.".

Art. 3.In punt I van bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 3 juni 2016, wordt punt 5 vervangen door wat volgt: "5. Het zaad is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van het teeltmateriaal verminderen. Het zaad voldoet ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld. De aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op het zaad en de respectieve categorieën voldoet aan de eisen, vermeld in de volgende tabel:

schimmels en oömyceten

gereguleerde niet-quarantaine-organismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaine-organismen

voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

drempel waarden voor prebasiszaad

drempel waarden voor basiszaad

drempel waarden voor gecertificeerd zaad

Alternaria linicola Groves & Skolko [ALTELI]

Linum usitatissimum L.

5 % 5% aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Boeremia exigua var. linicola (Naumov & Vassiljevsky) Aveskamp, Gruyter & Verkley [PHOMEL]

Linum usitatissimum L. - vezelvlas

1 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

1 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

1 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Boeremia exigua var. Linicola (Naumov & Vassiljevsky) Aveskamp, Gruyter & Verkley [PHOMEL]

Linum usitatissimum L. - lijnzaad

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Botrytis cinerea de Bary [BOTRCI]

Helianthus annuus L., Linum usitatissimum L.

5 %

5 %

5 %

Colletotrichum lini Westerdijk [COLLLI]

Linum usitatissimum L.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Diaporthe caulivora (Athow & Caldwell) J.M. Santos, Vrandecic & A.J.L. Phillips [DIAPPC] Diaporthe phaseolorum var. sojae Lehman [DIAPPS]

Glycine max (L.) Merr

15 % voor besmetting met het Phomopsis-complex

15 % voor besmetting met het Phomopsis-complex

15 % voor besmetting met het Phomopsis-complex

Fusarium (anamorf geslacht) Link [1FUSAG] met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon [FUSAAL] en Fusarium circinatum Nirenberg & O'Donnell [GIBBCI]

Linum usitatissimum L.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 % 5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni [PLASHA]

Helianthus annuus L.

0 %

0 %

0 %

Sclerotinia sclerotiorum (Libert) de Bary [SCLESC]

Brassica rapa L. var. silvestris (Lam.) Briggs,

niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat

niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat

niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat

Sclerotinia sclerotiorum (Libert) de Bary [SCLESC]

Brassica napus L. (partim), Helianthus annuus L.

niet meer dan tien sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat

niet meer dan tien sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat

niet meer dan tien sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat

Sclerotinia sclerotiorum (Libert) de Bary [SCLESC]

Sinapis alba L.

niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat

niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat

niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratorium-onderzoek van een representatief monster van elke partij zaad, van een in bijlage III, kolom 4, aangegeven formaat".


". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2003 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken

Art. 4.Bijlage I bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2003 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken, vervangen bij het ministerieel besluit van 29 juni 2006, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 5.In punt I van bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 29 juni 2006, wordt punt 4 vervangen door wat volgt: "4. Het teeltmateriaal is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van het teeltmateriaal verminderen. Het teeltmateriaal voldoet aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen en plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld.". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 maart 2005 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van groenvoedergewassen

Art. 6.In bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 maart 2005 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van groenvoedergewassen wordt punt 5 vervangen door wat volgt: "5. Het gewas is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van de zaden verminderen. Het gewas voldoet ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringsmaatregelen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld. De aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op het gewas en de respectieve categorieën voldoet aan de eisen, vermeld in de volgende tabel:

gereguleerde niet-quarantaine-organismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde nietquarantaineorganismen

voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

drempel-waarden voor de productie van prebasiszaad

drempel-waarden voor de productie van basiszaad

drempel-waarden voor de productie van gecertificeerd zaad

Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus (McCulloch 1925) Davis et al. [CORBIN]

Medicago sativa L.

0 %

0 %

0 %

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Medicago sativa L.

0 %

0 %

0 %


Onder de voormelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen wordt verstaan: de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in artikel 36 van de voormelde verordening.".

Art. 7.In deel I van bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 oktober 2017, wordt punt 3 vervangen door wat volgt: "3. Het zaad is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van het zaad verminderen. Het zaad voldoet ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld. De aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op het zaad en de respectieve categorieën voldoet aan de eisen, vermeld in de volgende tabel:

gereguleerde niet-quarantaine-organismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet quarantaineorganismen

voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

drempel-waarden voor prebasiszaad

drempel-waarden voor basiszaad

drempel-waarden voor gecertificeerd zaad

Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus (McCulloch 1925) Davis et al. [CORBIN]

Medicago sativa L.

0 %

0 %

0 %

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Medicago sativa L.

0 %

0 %

0 %


Onder de voormelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen wordt verstaan: de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in artikel 36 van de voormelde verordening.". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen

Art. 8.In bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 26 april 2012, 3 juni 2016 en 3 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 3 wordt punt A vervangen door wat volgt: "A.Oryza sativa: Het aantal planten dat duidelijk als wilde planten of als planten met rode zaden kan worden herkend, bedraagt niet meer dan: a) 0 voor de productie van basiszaad; b) 1 per 100 m2 voor de productie van gecertificeerd zaad van de eerste en de tweede generatie."; 2° punt 6 wordt vervangen door wat volgt: "6.Het gewas is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van het zaad verminderen. Het gewas voldoet ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld. De aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de gewassen voldoet aan de eisen, vermeld in de volgende tabel:

schimmels en oömyceten

gereguleerde niet-quarantaine-organismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaine-organismen

voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

drempel waarden voor de productie van prebasiszaad

drempel waarden voor de productie van basiszaad

drempel waarden voor de productie van gecertificeerd zaad

Gibberella fujikuroi Sawada [GIBBFU]

Oryza sativa L.

niet meer dan 2 planten met symptomen per 200 m2 geconstateerd tijdens veldkeuringen op gepaste tijdstippen van een representatief monster van de planten in elk gewas

niet meer dan 2 planten met symptomen per 200 m2 geconstateerd tijdens veldkeuringen op gepaste tijdstippen van representatief monster van de planten in elk gewas

gecertificeerd zaad van de eerste generatie (C1): niet meer dan 4 planten met symptomen per 200 m2 geconstateerd tijdens veldkeuringen op gepaste tijdstippen van een representatief monster van de planten in elk gewas gecertificeerd zaad van de tweede generatie (C2): niet meer dan 8 planten met symptomen per 200 m2 geconstateerd tijdens veldkeuringen op gepaste tijdstippen van een representatief monster van de planten in elk gewas

Nematoden

gereguleerde niet-quarantaine-organismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaine-organismen

voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

drempel waarden voor de productie van prebasiszaad

drempel waarden voor de productie van basiszaad

drempel waarden voor de productie van gecertificeerd zaad

Aphelenchoides besseyi Christie [APLOBE]

Oryza sativa L.

0 %

0 %

0 %


Onder de voormelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen wordt verstaan: de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in artikel 36 van de voormelde verordening.".

Art. 9.In bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 3 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 2 wordt vervangen door wat volgt: "2.Het zaad is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van het zaad verminderen. Het zaad voldoet ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld. De aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op het zaad en de respectieve categorieën voldoet aan de eisen, vermeld in de volgende tabel:

Nematoden

gereguleerde niet-quarantaine-organismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaine-organismen

voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

drempel waarden voor prebasiszaad

drempel waarden voor basiszaad

drempel waarden voor gecertificeerd zaad

Aphelenchoides besseyi Christie [APLOBE]

Oryza sativa L.

0 %

0 %

0 %

Schimmels

Gibberella fujikuroi Sawada [GIBBFU]

Oryza sativa L.

nagenoeg vrij

nagenoeg vrij

nagenoeg vrij


Onder de voormelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen wordt verstaan: de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in artikel 36 van de voormelde verordening."; 2° er wordt een punt 3 toegevoegd, dat luidt als volgt: "3.De aanwezigheid van schimmelstructuren op het zaad en de respectieve categorieën voldoet aan de eisen, vermeld in de volgende tabel:

categorie

maximumaantal schimmelstructuren zoals sclerotiën, of moederkoren, in een monster waarvan het gewicht is aangegeven in bijlage III, kolom 3

granen andere dan hybriden van Secale cereale:


basiszaad

1

gecertificeerd zaad

3

hybriden van Secale cereale:


basiszaad

1

gecertificeerd zaad

4 (*)


(*) De aanwezigheid van vijf schimmelstructuren zoals sclerotiën of delen van sclerotiën, of moederkoren, in een monster van het voorgeschreven gewicht wordt niet in strijd met de normen geacht, als een tweede monster van hetzelfde gewicht niet meer dan vier schimmelstructuren bevat.". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van groentezaad en zaad van cichorei voor de industrie

Art. 10.In bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van groentezaad en zaad van cichorei voor de industrie wordt punt 5 vervangen door wat volgt: "5. Het gewas is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van het teeltmateriaal verminderen. Het gewas voldoet ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld.".

Art. 11.In bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 2 wordt vervangen door wat volgt: "2.Het zaad is nagenoeg vrij van plaagorganismen die de bruikbaarheid en de kwaliteit van het teeltmateriaal verminderen. Het zaad voldoet ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelinge die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld."; 2° in punt 3 wordt punt B vervangen door wat volgt: "B.De aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op groentezaad mag, althans bij visuele inspectie, de drempelwaarden, vermeld in de volgende tabel, niet overschrijden:

Bacteriën

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

geslacht of soort van groentezaad

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op het groentezaad

Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al. [CORBMI]

Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas axonopodis pv. phaseoli (Smith) Vauterin et al. [XANTPH]

Phaseolus vulgaris L.

0 %

Xanthomonas euvesicatoria Jones et al. [XANTEU]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas fuscans subsp. fuscans Schaad et al. [XANTFF]

Phaseolus vulgaris L.

0 %

Xanthomonas gardneri (ex Sutic 1957) Jones et al. [XANTGA]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas perforans Jones et al. [XANTPF]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. [XANTVE]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

insecten en mijten

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

geslacht of soort van groentezaad

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op het groentezaad

Acanthoscelides obtectus (Say) [ACANOB]

Phaseolus coccineus L., Phaseolus vulgaris L.

0 %

Bruchus pisorum (Linnaeus) [BRCHPI]

Pisum sativum L.

0 %

Bruchus rufimanus Boheman [BRCHRU]

Vicia faba L.

0 %

Nematoden

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

geslacht of soort van groentezaad

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op het groentezaad

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Allium cepa L., Allium sativum L.

0 %

virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma's

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

geslacht of soort van het groentezaad

drempelwaarde voor de aanwezigheid van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen op het groentezaad

Pepino mosaic virus [PEPMV0]

Solanum lycopersicum L.

0 %

Potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %


Onder de voormelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen wordt verstaan: de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in artikel 36 van verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad.". HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2007 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen

Art. 12.Bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2007 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015, wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 13.Bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015, wordt vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 19 februari 2000 tot vaststelling van de schema's met de voorwaarden waaraan teeltmateriaal en plantgoed van groenten, met uitzondering van zaad, moeten voldoen, van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers van deze materialen, van hun bedrijven en van de laboratoria, en van de erkenning van de laboratoria

Art. 14.Artikel 4 van het ministerieel besluit van 19 februari 2000 tot vaststelling van de schema's met de voorwaarden waaraan teeltmateriaal en plantgoed van groenten, met uitzondering van zaad, moeten voldoen, van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers van deze materialen, van hun bedrijven en van de laboratoria, en van de erkenning van de laboratoria wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 4.Het teeltmateriaal en het plantgoed van groentegewassen zijn, althans bij visuele inspectie, op de productieplaats nagenoeg vrij van alle plaagorganismen met betrekking tot het respectieve teeltmateriaal en plantgoed die opgenomen zijn in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

De aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die in de handel worden gebracht, overschrijdt, althans bij visuele inspectie, de respectievelijke drempelwaarden die zijn opgenomen in de bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, niet.

Het teeltmateriaal en het plantgoed van groentegewassen zijn bij visuele inspectie nagenoeg vrij van andere plaagorganismen dan de plaagorganismen met betrekking tot het respectieve teeltmateriaal en plantgoed die opgenomen zijn in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, en die de bruikbaarheid en de kwaliteit van dat teeltmateriaal en dat plantgoed van groentegewassen schaden.

Het teeltmateriaal en het plantgoed van groentegewassen voldoet naast de eisen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad en de uitvoeringshandelingen die krachtens die verordening zijn vastgesteld; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld.".

Art. 15.Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 14 oktober 2015 tot vaststelling van minimumeisen voor prebasispootgoed van aardappelen en tot vaststellingen van EU-klassen voor prebasispootgoed, basispootgoed en gecertificeerd pootgoed van aardappelen en van de daarvoor geldende eisen en aanduidingen

Art. 16.Aan artikel 2 van het ministerieel besluit van 14 oktober 2015 tot vaststelling van minimumeisen voor prebasispootgoed van aardappelen en tot vaststellingen van EU-klassen voor prebasispootgoed, basispootgoed en gecertificeerd pootgoed van aardappelen en van de daarvoor geldende eisen en aanduidingen wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt: "3° gereglementeerde niet-quarantaineorganismen: de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in artikel 36 van verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad.".

Art. 17.Artikel 3 tot en met 6 van hetzelfde besluit worden vervangen door wat volgt: "

Art. 3.§ 1. Prebasispootgoed van aardappelen voldoet aan al de volgende minimumeisen: 1° het is afkomstig van moederplanten die vrij zijn van de volgende plaagorganismen: Pectobacterium spp., Dickeya spp., Candidatus Liberibacter solanacearum, Candidatus Phytoplasma solani, de aardappelspoelknolviroïde, het aardappelbladrolvirus en de aardappelvirussen A, M, S, X en Y; 2° het aantal niet-rasechte planten en het aantal planten van andere rassen bedragen samen niet meer dan 0,01%;3° het maximumaantal veldgeneraties is vier;4° gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen, zijn op het prebasispootgoed van aardappelen niet aanwezig boven de drempelwaarden, vermeld in de volgende tabel:

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen in geteelde planten voor prebasispootgoed van aardappelen

zwartbenigheid (Dickeya Samson et al.spp. [1DICKG]; Pectobacterium Waldee emend. Hauben et al. spp. [1PECBG])

0 %

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al. [LIBEPS]

0 %

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. [PHYPSO]

0 %

mozaïeksymptomen veroorzaakt door virussen en symptomen veroorzaakt door het aardappelbladrolvirus [PLRV00]

0,1 %

aardappelspoelknolviroïde [PSTVD0]

0 %


gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen in de directe nateelt van prebasispootgoed van aardappelen

symptomen van virusinfecties

0,5%


§ 2. Prebasispootgoed van aardappelen kan conform de eisen, vermeld in artikel 5 en 6, in de handel worden gebracht als "EU-klasse PBTC" en als "EU-klasse PB". § 3. De naleving van de eisen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 4°, wordt vastgesteld met officiële veldinspecties. Bij twijfel worden die inspecties aangevuld met officiële tests op bladeren.

Als er methoden voor microvermeerdering worden gebruikt, wordt de naleving van de eis, vermeld in paragraaf 1, 1°, vastgesteld door de moederplant officieel te testen of door de moederplant onder officieel toezicht te testen.

Als er kloonselectiemethoden worden gebruikt, wordt de naleving van de eis, vermeld in paragraaf 1, 1°, vastgesteld door het kloonmateriaal officieel te testen of door het kloonmateriaal te testen onder officieel toezicht.

Art. 4.Partijen van prebasispootgoed van aardappelen voldoen aan al de volgende minimumeisen: 1° aanhangende grond en andere vreemde bestanddelen bedragen samen niet meer dan 1,0% massa;2° het aandeel aardappelen met ander rot dan ring- of bruinrot bedraagt niet meer dan 0,2% massa;3° het aandeel aardappelen met uitwendige onvolkomenheden, inclusief misvormde of beschadigde knollen, bedraagt niet meer dan 3,0% massa;4° het aandeel aardappelen met aardappelschurft op meer dan een derde van hun oppervlak bedraagt niet meer dan 5,0% massa;5° het aandeel knollen die verschrompeld zijn als gevolg van overmatige uitdroging of door zilverschurft veroorzaakte uitdroging, bedraagt niet meer dan 0,5% massa;6° partijen van prebasispootgoed van aardappelen voldoen aan de volgende eisen voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen of ziekten veroorzaakt door de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in de volgende tabel:

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen in partijen van prebasispootgoed van aardappelen

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al.[LIBEPS]

0 %

Ditylenchus destructor Thorne [DITYDE]

0 %

lakschurft die knollen voor meer dan 10% van hun oppervlak bedekt, veroorzaakt door Thanatephorus cucumeris (A.B. Frank) Donk [RHIZSO]

1,0 %

poederschurft die knollen voor meer dan 10% van hun oppervlak bedekt, veroorzaakt door Spongospora subterranea (Wallr.) Lagerh. [SPONSU]

1,0 %


7° het totale aandeel aardappelen uit de categorieën, vermeld in punt 2° tot en met 6°, bedraagt niet meer dan 6,0 % massa.

Art. 5.Prebasispootgoed van aardappelen kan in de handel worden gebracht als EU-klasse PBTC, als het voldoet aan de volgende eisen: 1° de volgende eisen voor de pootaardappelen: a) niet-rasechte planten en planten van andere rassen zijn niet in het gewas aanwezig;b) planten, knollen inbegrepen, worden geproduceerd door middel van microvermeerdering;c) planten, knollen inbegrepen, worden geproduceerd in een beschermde faciliteit en in een groeimedium dat vrij is van ziekten;d) knollen worden na de eerste generatie niet meer vermenigvuldigd;e) planten voldoen aan de volgende drempelwaarden voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in de volgende tabel:

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de planten van prebasispootgoed van aardappelen van de EU-klasse PBTC

blackleg (zwartbenigheid) (Dickeya Samson et al.spp. [1DICKG];

Pectobacterium Waldee emend. Hauben et al. spp. [1PECBG])

0 %

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al. [LIBEPS]

0 %

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. [PHYPSO]

0 %

mozaïeksymptomen veroorzaakt door virussen en symptomen veroorzaakt door potato leaf roll virus [PLRV00]

0 %

potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

0 %


gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen in de directe nateelt van prebasispootgoed van aardappelen van de EU-klasse PBTC

symptomen van virusziekten

0 %


2° de volgende eisen voor partijen: a) ze zijn vrij van pootaardappelen met rot;b) ze zijn vrij van pootaardappelen met aardappelschurft;c) ze zijn vrij van overmatig verschrompelde pootaardappelen als gevolg van uitdroging;d) ze zijn vrij van pootaardappelen met uitwendige onvolkomenheden, inclusief misvormde of beschadigde knollen;e) partijen prebasispootgoed van aardappelen voldoen aan de volgende drempelwaarden voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in de volgende tabel:

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de partijen prebasispootgoed van aardappelen van de EU-klasse PBTC, massa

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al.[LIBEPS]

0 %

Ditylenchus destructor Thorne [DITYDE]

0 %

lakschurft veroorzaakt door Thanatephorus cucumeris (A.B. Frank) Donk [RHIZSO]

0 %

poederschurft veroorzaakt door Spongospora subterranea (Wallr.) Lagerh. [SPONSU]

0 %


Art. 6.Prebasispootgoed van aardappelen dat in de handel wordt gebracht als EU-klasse PB voldoet aan de volgende eisen: 1° de volgende eisen voor de pootaardappelen: a) het aantal niet-rasechte planten en het aantal planten van andere rassen bedragen samen niet meer dan 0,01%;b) planten voldoen aan de volgende drempelwaarden voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in de volgende tabel:

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de planten van prebasispootgoed van aardappelen van de EU-klasse PB

blackleg (Zwartbenigheid) (Dickeya Samson et al.spp. [1DICKG];

Pectobacterium Waldee emend. Hauben et al. spp. [1PECBG])

0 %

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al. [LIBEPS]

0 %

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. [PHYPSO]

0 %

mozaïeksymptomen veroorzaakt door virussen en symptomen veroorzaakt door potato leaf roll virus [PLRV00]

0,1 %

potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

0 %


gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen in de directe nateelt van prebasispootgoed van aardappelen van de EU-klasse PB

symptomen van virusziekten

0,5 %


2° de volgende eisen voor de toleranties voor de partijen voor de volgende onzuiverheden, onvolkomenheden en ziekten: a) het aandeel pootaardappelen met ander rot dan ring- of bruinrot bedraagt niet meer dan 0,2% massa;b) het aandeel pootaardappelen met aardappelschurft op meer dan een derde van hun oppervlak bedraagt niet meer dan 5,0% massa;c) het aandeel knollen die verschrompeld zijn als gevolg van overmatige uitdroging of door zilverschurft veroorzaakte uitdroging, bedraagt niet meer dan 0,5% massa;d) het aandeel pootaardappelen met uitwendige onvolkomenheden, inclusief misvormde of beschadigde knollen, bedraagt niet meer dan 3,0% massa;e) aanhangende grond en andere vreemde bestanddelen bedragen samen niet meer dan 1,0% massa;f) partijen prebasispootgoed van aardappelen voldoen aan de volgende drempelwaarden voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in de volgende tabel:

gereguleerde niet-quarantaineorganismen of symptomen veroorzaakt door gereguleerde niet-quarantaineorganismen

drempelwaarde voor de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de partijen prebasispootgoed van aardappelen van de EU-klasse PB, massa

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al.[LIBEPS]

0 %

Ditylenchus destructor Thorne [DITYDE]

0 %

lakschurft op meer dan 10% van het oppervlak van de knollen, veroorzaakt door Thanatephorus cucumeris (A.B. Frank) Donk [RHIZSO]

1,0 %

poederschurft op meer dan 10% van het oppervlak van de knollen, veroorzaakt door Spongospora subterranea (Wallr.) Lagerh. [SPONSU]

1,0 %


g) het totale aandeel van de pootaardappelen dat valt onder de toleranties, vermeld in punt a) tot en met d), en punt f), bedraagt niet meer dan 6,0% massa.". HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 25 augustus 2016 betreffende de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voorschriften voor fruitgewassen, de specifieke voorschriften waaraan leveranciers moeten voldoen, en de nadere voorschriften voor officiële inspecties

Art. 18.Artikel 12 van het ministerieel besluit van 25 augustus 2016 betreffende de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voorschriften voor fruitgewassen, de specifieke voorschriften waaraan leveranciers moeten voldoen, en de nadere voorschriften voor officiële inspecties wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 12.§ 1. Een prebasismoederplant of prebasismateriaal voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° bij visuele inspectie van de faciliteiten, velden en partijen vrijzijn van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn gevoegd;2° in overeenstemming zijn met de voorschriften voor het geslacht of de soort in kwestie, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. De visuele inspectie, vermeld in het eerste lid, wordt door de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, door de leverancier uitgevoerd.

Conform de voorschriften voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, voeren de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier bemonstering en toetsing uit bij de prebasismoederplant of het prebasismateriaal voor de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Bij twijfel over de aanwezigheid van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, voeren de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier bemonstering en toetsing uit van de prebasismoederplant of het prebasismateriaal in kwestie. § 2. Voor de bemonstering en toetsing, vermeld in paragraaf 1, worden de protocollen van de EPPO of andere internationaal erkende protocollen toegepast.

Als de protocollen, vermeld in het eerste lid, niet bestaan, past de bevoegde entiteit de protocollen in kwestie toe die op gewestelijk niveau zijn vastgesteld. In dat geval stelt de bevoegde entiteit die protocollen op verzoek ter beschikking aan de andere lidstaten en de Commissie.

De bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier zenden de monsters ter toetsing aan laboratoria die door de bevoegde entiteit officieel zijn erkend. § 3. Als er een positief toetsingsresultaat is voor een of meer van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn gevoegd, verwijdert de leverancier de aangetaste prebasismoederplant of het prebasismateriaal uit de nabijheid van andere prebasismoederplanten en ander prebasismateriaal met toepassing van artikel 5, § 3, of artikel 6, § 3, of neemt de leverancier de passende maatregelen conform bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. § 4. De maatregelen om ervoor te zorgen dat de eisen van paragraaf 1 worden nageleefd, zijn opgenomen in bijlage 4 voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. § 5. Paragraaf 1 is niet van toepassing op prebasismoederplanten en prebasismateriaal tijdens cryobewaring.".

Art. 19.Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 18.§ 1. Een basismoederplant of basismateriaal voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° Bij visuele inspectie van de faciliteiten, velden en partijen vrij zijn van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn gevoegd;2° in overeenstemming zijn met de voorschriften voor het geslacht of de soort in kwestie, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. De visuele inspectie, vermeld in het eerste lid, wordt door de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, door de leverancier uitgevoerd.

Conform de voorschriften voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, voeren de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier bemonstering en toetsing uit bij de basismoederplant of het basismateriaal voor de niet-quarantaineorganismen, vermeld in in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Bij twijfel over de aanwezigheid van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, voeren de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier bemonstering en toetsing uit van de basismoederplant of het basismateriaal in kwestie. § 2. Voor de bemonstering en toetsing, vermeld in in paragraaf 1, worden de protocollen van de EPPO of andere internationaal erkende protocollen toegepast.

Als de protocollen, vermeld in het eerste lid, niet bestaan, past de bevoegde entiteit de protocollen in kwestie toe die op gewestelijk niveau zijn vastgesteld. In dat geval stelt de bevoegde entiteit die protocollen op verzoek ter beschikking aan de andere lidstaten en de Commissie.

De bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier zenden monsters ter toetsing aan laboratoria die door de bevoegde entiteit officieel zijn erkend. § 3. Als er een positief toetsingsresultaat is voor een of meer van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn gevoegd, verwijdert de leverancier de aangetaste basismoederplant of het basismateriaal uit de nabijheid van andere basismoederplanten en ander basismateriaal met toepassing van artikel 17, § 7, of artikel 17, § 8, of neemt de leverancier passende maatregelen conform bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. § 4. De maatregelen om ervoor te zorgen dat de eisen van paragraaf 1 worden nageleefd, zijn opgenomen in bijlage 4 voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. § 5. Paragraaf 1 is niet van toepassing op basismoederplanten en basismateriaal tijdens cryobewaring.".

Art. 20.Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 23.§ 1. een gecertificeerde moederplant of gecertificeerd materiaal voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° Bij visuele inspectie van de faciliteiten, velden en partijen vrij zijn van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn gevoegd;2° in overeenstemming zijn met de de voorschriften voor het geslacht of de soort in kwestie, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. De visuele inspectie, vermeld in het eerste lid, wordt door de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, door de leverancier uitgevoerd.

Conform de voorschriften voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, voeren de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier bemonstering en toetsing uit bij de gecertificeerde moederplant of het gecertificeerd materiaal voor de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Bij twijfel over de aanwezigheid van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, voeren de bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier bemonstering en toetsing uit van de gecertificeerde moederplant of het gecertificeerd materiaal in kwestie. § 2. Voor de bemonstering en toetsing, vermeld in paragraaf 1, worden de protocollen van de EPPO of andere internationaal erkende protocollen toegepast.

Als de protocollen, vermeld in het eerste lid, niet bestaan, past de bevoegde entiteit de protocollen in kwestie toe die op gewestelijk niveau zijn vastgesteld. In dat geval stelt de bevoegde entiteit die protocollen op verzoek ter beschikking aan de andere lidstaten en de Commissie.

De bevoegde entiteit en, in voorkomend geval, de leverancier zenden monsters ter toetsing aan laboratoria die door de bevoegde entiteit officieel zijn erkend. § 3. Als er een positief toetsingsresultaat is voor een of meer van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn gevoegd, verwijdert de leverancier de aangetaste gecertificeerde moederplant of het gecertificeerd materiaal uit de nabijheid van andere gecertificeerde moederplanten en ander gecertificeerd materiaal met toepassing van artikel 22, § 7, of artikel 22, § 8, of neemt de leverancier passende maatregelen conform bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. § 4. De maatregelen om ervoor te zorgen dat de eisen van paragraaf 1 worden nageleefd, zijn opgenomen in bijlage 4 voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. § 5. Paragraaf 1 is niet van toepassing op gecertificeerde moederplanten en gecertificeerd materiaal tijdens cryobewaring.".

Art. 21.In artikel 24, § 2, van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt: "Tenzij anders aangegeven, worden bij gecertificeerde fruitgewassen geen bemonstering en toetsing uitgevoerd.".

Art. 22.Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 28.§ 1. Bij visuele inspectie van de faciliteiten, velden en partijen tijdens de productiefase stelt de leverancier van CAC-materiaal vast dat het materiaal nagenoeg vrij is van de plaagorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn vermeld, tenzij in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, anders is bepaald.

Conform de voorschriften voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, voert de leverancier van CAC-materiaal bemonstering en toetsing uit van de geïdentificeerde bron van het materiaal of het CAC-materiaal voor de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Bij twijfel over de aanwezigheid van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, voert de leverancier bemonstering en toetsing uit van de geïdentificeerde bron van materiaal of CAC-materiaal in kwestie.

CAC-teeltmateriaal en CAC-fruitgewassen in partijen, na de productiefase, worden alleen in de handel gebracht als ze na visuele inspectie door de leverancier vrij zijn bevonden van tekenen of symptomen van de plaagorganismen, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn gevoegd.

De leverancier voert de maatregelen uit om ervoor te zorgen dat de eisen van deze paragraaf worden nageleefd conform de voorschriften voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op CAC-materiaal tijdens cryobewaring.".

Art. 23.In hetzelfde besluit wordt een artikel 29/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 29/1.Om de aanwezigheid van de in die bijlage vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie te beperken, worden teeltmateriaal en fruitgewassen met behoud van de toepassing van de gezondheidsvoorschriften en voorschriften voor de grond, vermeld in artikel 11, 12, 13, 18, 19, 23, 24 en 28, geproduceerd conform de voorschriften voor productielocaties, productieplaatsen of gebieden, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.".

Art. 24.Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 25.Bijlage 2 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 26.Bijlage 3 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 27.Bijlage 4 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 1 1. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 23 februari 2018 tot vaststelling van de schema's met de voorwaarden waaraan teeltmateriaal van siergewassen moet voldoen, van de voorschriften voor het door de leverancier op te maken etiket of ander document en van de aanvullende uitvoeringsbepalingen voor de door de leverancier bij te houden lijsten van siergewassen

Art. 28.Artikel 3 van het ministerieel besluit van 23 februari 2018 tot vaststelling van de schema's met de voorwaarden waaraan teeltmateriaal van siergewassen moet voldoen, van de voorschriften voor het door de leverancier op te maken etiket of ander document en van de aanvullende uitvoeringsbepalingen voor de door de leverancier bij te houden lijsten van siergewassen wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 3.Het teeltmateriaal van siergewassen is minstens bij visuele inspectie op de productieplaats nagenoeg vrij van alle plaagorganismen met betrekking tot het respectieve teeltmateriaal van siergewassen, vermeld in de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.

Minstens bij visuele inspectie overschrijdt de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op teeltmateriaal van siergewassen dat in de handel wordt gebracht de respectieve drempelwaarden niet.

Minstens bij visuele inspectie is het teeltmateriaal van siergewassen nagenoeg vrij van andere plaagorganismen dan plaagorganismen met betrekking tot het specifieke teeltmateriaal van siergewassen, die de bruikbaarheid en de kwaliteit van dat materiaal schaden, vermeld in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd en van tekenen of symptomen daarvan.

Naast de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, voldoet het materiaal ook aan de volgende eisen: 1° de eisen voor EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen met quarantainestatus voor een beschermd gebied en gereguleerde niet-quarantaineorganismen die zijn opgenomen in de uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld krachtens verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad; 2° de eisen, vermeld in de maatregelen die krachtens artikel 30, lid 1, van de voormelde verordening zijn vastgesteld.".

Art. 29.Artikel 4/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 16 juli 2018, wordt opgeheven.

Art. 30.De bijlage bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 1 2. - Slotbepaling

Art. 31.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 mei 2020.

Brussel, 23 juli 2020.

De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw, H. CREVITS

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^