Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 23 juni 2006
gepubliceerd op 17 juli 2006

Ministerieel besluit tot versterking van buurtwinkels

bron
vlaamse overheid
numac
2006036062
pub.
17/07/2006
prom.
23/06/2006
ELI
eli/besluit/2006/06/23/2006036062/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 JUNI 2006. - Ministerieel besluit tot versterking van buurtwinkels


De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, inzonderheid op artikel 55 tot en met 58;

Gelet op het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, inzonderheid op artikel 41, § 4, c), en § 5;

Gelet op het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, inzonderheid op artikel 2, § 2, toegevoegd bij het decreet van 23 december 2005;

Gelet op het decreet van 23 december 2005 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006, inzonderheid op artikel 139;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005 en 19 mei 2006;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 22 juni 2006;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat buurtwinkels een belangrijke actor zijn in de ontwikkeling van de lokale economie en door hun exploitatievorm voor een duurzame werkgelegenheid en een hoge arbeidsintensiviteit zorgen; dat het aantal buurtwinkels in Vlaanderen de laatste tien jaar sterk gedaald is; dat er om die redenen dringend invulling en uitvoering moet worden gegeven aan het Vlaams Regeerakkoord 2004-2009 waarin wordt vermeld dat in het kader van de topprioriteit I "meer ondernemen, meer werkgelegenheid" en in het kader van specifieke maatregelen voor de verschillende sectoren moet worden voorzien in een ondersteuning en versterking van de buurtwinkels, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid;2° administratie : de administratie Economie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;3° jury : een gemengde en multidisciplinaire commissie, samengesteld uit externe experten en eventueel aangevuld met ambtenaren van de administratie die worden aangewezen door de minister;5° integraal plan : een plan dat aan een van de volgende voorwaarden voldoet : 1° een analyse van de situatie in een stad of een gemeente op sociaal, economisch of commercieel vlak, gekoppeld aan een actieplan;2° een commercieel strategisch plan dat minstens moet bestaan uit de volgende onderdelen : a) een inventaris van de socio-economische gegevens over de stad als handelscentrum;b) een SWOT-analyse van het commercieel handelsapparaat;c) een toekomstvisie voor het commercieel handelsapparaat;d) een schematisch ontwikkelingsplan voor de handel;6° buurtwinkel : een winkel die buurtverzorgend werkt en voorziet in de dagelijkse behoeften van voornamelijk de plaatselijke bevolking. Hieronder vallen ook diensten en niet-voedingsproducten; 7° buurtwinkelproject : een project waarmee tegemoetgekomen wordt aan een voor de stad of gemeente specifieke problematiek in het kader van buurtwinkelbeleid. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 2.Er wordt een subsidie verleend onder de voorwaarden, vermeld in dit besluit, aan de volgende Vlaamse steden en gemeenten : 1° de grootstedelijke gebieden, vermeld in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen : Aartselaar, Boechout, Borsbeek, Edegem, Hemiksem, Hove, Kontich, Lint, Mortsel, Niel, Schelle, Wijnegem, Wommelgem, Zwijndrecht, Evergem, De Pinte, Destelbergen, Melle en Merelbeke;2° het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel, vermeld in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen : Asse, Beersel, Dilbeek, Drogenbos, Grimbergen, Kraainem, Linkebeek, Machelen, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem en Zaventem; 3° de regionaalstedelijke gebieden, vermeld in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen : Brugge, Damme, Jabbeke, Oostkamp, Zedelgem, Diepenbeek, Hasselt, Genk, Zonhoven, Deerlijk, Harelbeke, Kortrijk, Kuurne, Wevelgem, Zwevegem, Leuven, Mechelen, St.-Katelijne-Waver, Bredene, Middelkerke, Oostende, Sint-Niklaas, Aalst, Denderleeuw, Ingelmunster, Izegem, Roeselare, Beerse, Turnhout, Oud-Turnhout en Vosselaar; 4° de structuurondersteunende kleinstedelijke gebieden, vermeld in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen : Aarschot, Deinze, Dendermonde, Diest, Eeklo, Geel, Halle, Herentals, Ieper, Knokke-Heist, Lier, Lokeren, Mol, Oudenaarde, Ronse, Sint-Truiden, Tielt, Tienen, Tongeren en Waregem;5° de kleinstedelijke gebieden op provinciaal niveau, vermeld in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen : Beveren, Bilzen, Blankenberge, Boom, Bree, Diksmuide, Geraardsbergen, Heist-op-den-Berg, Hoogstraten, Leopoldsburg, Lommel, Maaseik, Maasmechelen, Menen, Neerpelt, Ninove, Overpelt, Poperinge, Temse, Torhout, Veurne, Wetteren en Zottegem. HOOFDSTUK III. - Subsidie

Art. 3.De subsidie wordt toegekend volgens een wedstrijdformule waarbij een vooraf bepaalde subsidie-enveloppe wordt verdeeld onder de best gerangschikte subsidieaanvragen, tot het budget is opgebruikt.

De subsidieaanvragen worden gerangschikt op basis van de score, behaald voor een geheel of gedeeltelijk uitgevoerd of een gepland buurtwinkelproject.

Enkel de steden en de gemeenten, vermeld in artikel 2, kunnen een subsidieaanvraag indienen voor een buurtwinkelproject. Ze kunnen maximaal voor één buurtwinkelproject een subsidieaanvraag indienen.

Art. 4.De subsidie-enveloppe is vastgesteld op 90.000 euro.

Art. 5.De subsidie bedraagt 3.000 euro per gunstig gerangschikte subsidieaanvraag, waarvan 1.000 euro voor de opmaakkosten van de subsidieaanvraag en 2.000 euro voor de promotie van het buurtwinkelbeleid van de stad of de gemeente die de subsidieaanvraag heeft ingediend. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden

Art. 6.Het buurtwinkelproject moet opgenomen zijn in een integraal plan dat na 1 januari 2001 goedgekeurd werd door de gemeenteraad.

Art. 7.Met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel 3 mag het initiatief voor een buurtwinkelproject uitgaan van een andere initiatiefnemer dan een stad of een gemeente als vermeld in artikel 2.

Art. 8.De subsidie, vermeld in artikel 5, eerste lid, moet worden aangewend voor de promotie van het buurtwinkelbeleid van de stad of de gemeente die de subsidieaanvraag heeft ingediend.

Art. 9.De stad of de gemeente, vermeld in artikel 2, die al een subsidieaanvraag heeft ingediend voor een buurtwinkelproject in het kader van het plattelandsbeleid, kan geen subsidieaanvraag meer indienen in het kader van dit besluit. HOOFDSTUK V. - Procedure

Art. 10.De subsidieaanvraag is ontvankelijk als aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° de subsidieaanvraag en de eventuele bijlagen zijn elektronisch en schriftelijk door de administratie ontvangen, uiterlijk op 18 augustus 2006 om 16 uur;2° de subsidieaanvraag is ingediend via het voorgeschreven standaardformulier;3° het standaardformulier is correct en volledig ingevuld en ondertekend door de gevolmachtigde van de stad of de gemeente die de subsidieaanvraag heeft ingediend;4° de subsidieaanvraag voldoet aan de voorwaarden van dit besluit.

Art. 11.De stad of de gemeente, vermeld in artikel 2, die een onontvankelijke subsidieaanvraag heeft ingediend, wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

Art. 12.De buurtwinkelprojecten, opgenomen in de ontvankelijke subsidieaanvragen, worden door de jury beoordeeld op basis van de volgende beoordelingscriteria : 1° de mate waarin het buurtwinkelproject geïntegreerd is in een overkoepelende visie van de stad of de gemeente die de subsidieaanvraag heeft ingediend;2° de mate waarin het buurtwinkelproject kernversterkend is;3° de mate waarin het bestendige effect van het buurtwinkelproject bewezen kan worden;4° de mate waarin het buurtwinkelproject rendabel is of zal zijn voor handelaars in de buurt, volgens het idee van maatschappelijk verantwoord ondernemen;5° de mate waarin het buurtwinkelproject aan een nood of een behoefte in een buurt tegemoetkomt.

Art. 13.De ontvankelijke subsidieaanvragen worden gerangschikt door een score toe te kennen aan de buurtwinkelprojecten, waarbij per beoordelingscriterium de score maximaal tien punten bedraagt.

Art. 14.Een buurtwinkelproject dat nul scoort op een van de beoordelingscriteria, vermeld in artikel 10, wordt uit de rangschikking geweerd.

Art. 15.De subsidie wordt toegekend volgens de plaats in de rangschikking, in afnemende volgorde, te beginnen bij de eerste tot het beschikbare budget is opgebruikt. Als het saldo ontoereikend is om de eerstvolgende aanvraag of de eerstvolgende gelijk gerangschikte aanvragen volledig te subsidiëren, wordt met dat saldo geen subsidie meer toegekend en is de subsidieaanvraag niet gunstig gerangschikt.

Art. 16.De rangschikking wordt goedgekeurd door de minister. De subsidie wordt toegekend bij ministerieel besluit binnen dertig kalenderdagen nadat de minister de rangschikking heeft ontvangen.

Art. 17.Het ministerieel besluit, vermeld in artikel 16, wordt binnen veertien kalenderdagen na de datum van de ondertekening ervan betekend aan de indieners van de gunstig gerangschikte subsidieaanvragen. Dat besluit bevat minstens de volgende gegevens : 1° de rangschikking van de gunstig gerangschikte subsidieaanvragen, met vermelding van de indieners van de subsidieaanvraag;2° het toegekende subsidiebedrag;3° de uitbetalingsvoorwaarden.

Art. 18.De indieners van de niet gunstig gerangschikte subsidieaanvragen worden hiervan op de hoogte gebracht binnen veertien kalenderdagen na de datum van de ondertekening van het ministerieel besluit, vermeld in artikel 16. HOOFDSTUK VI. Inwerkingtreding

Art. 19.Dit besluit treedt in werking met ingang van 23 juni 2006.

Brussel, 23 juni 2006.

F. MOERMAN

^