Ministerieel Besluit van 23 juni 2015
gepubliceerd op 24 juli 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit houdende vaststelling van de verzamelaanvraag en de nadere regels voor de gemeenschappelijke identificatie van percelen, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid

bron
vlaamse overheid
numac
2015035918
pub.
24/07/2015
prom.
23/06/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015035918

VLAAMSE OVERHEID

Landbouw en Visserij


23 JUNI 2015. - Ministerieel besluit houdende vaststelling van de verzamelaanvraag en de nadere regels voor de gemeenschappelijke identificatie van percelen, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid


De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, Gelet op verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, het laatst gewijzigd bij gedelegeerde verordening (EU) nr. 1378/2014 van de Commissie van 17 oktober 2014;

Gelet op gedelegeerde verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot wijziging van bijlage X bij die verordening;

Gelet op gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden;

Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 641/2014 van de Commissie van 16 juni 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden;

Gelet op het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, artikel 3, § 3;

Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 1° ;

Gelet op besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, artikel 4, § 1, tweede lid, en § 3;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, artikel 8, § 2, derde lid, artikel 21, § 1, tweede en derde lid, artikel 27, tweede lid, artikel 41, tweede lid en artikel 65, tweede lid;

Gelet op het ministerieel besluit van 19 augustus 2009Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 19/08/2009 pub. 13/10/2009 numac 2009035958 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden voor wat betreft de uitvoering van de gedeelde bevoegdheden met het oog op de in sluiten tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden voor wat betreft de uitvoering van de gedeelde bevoegdheden met het oog op de inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 27 maart 2015;

Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen in de permanente werkgroep van het Intergewestelijk Ministerieel Overleg (PW-IMO) op 19 maart 2015;

Gelet op advies 57.397/3 van de Raad van State, gegeven op 6 mei 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° besluit van 24 oktober 2014 : het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;2° GBCS : het geïntegreerd beheers- en controlesysteem dat de bevoegde entiteit beheert conform de regels, vermeld in titel V, hoofdstuk 2, van verordening (EU) nr.1306/2013, titel II van verordening (EU) nr. 640/2014 en titel II van verordening (EU) nr. 809/2014; 3° landbouwperceel : een aaneengesloten stuk grond dat door één landbouwer is aangegeven en dat slechts één enkele teelt omvat of waarop een agromilieu- en klimaatmaatregel of biologische productie wordt toegepast;4° LPIS : het landbouwperceelidentificatiesysteem;dat is het identificatiesysteem voor landbouwpercelen, vermeld in artikel 68, lid 1, b), van verordening (EU) nr. 1306/2013, aangevuld met niet-landbouwbedrijfsareaal; 5° nateelt : de teelt die in het campagnejaar ingezaaid of geplant wordt na het oogsten van de hoofdteelt of die gelijktijdig met de hoofdteelt als onderzaai ingezaaid is;6° onderzaai : de inzaai van een gewas tijdens de inzaai of aanplant van de hoofdteelt, waarbij de onderzaai niet het primaire teeltdoel is van het perceel en pas na de oogst van de hoofdteelt ten volle tot ontwikkeling komt;7° verordening (EU) nr.1307/2013 : verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad; 8° verordening (EU) nr.639/2014 : gedelegeerde verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot wijziging van bijlage X bij die verordening; 9° verordening (EU) nr.640/2014 : gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden; 10° verordening (EU) nr.809/2014 : uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden. HOOFDSTUK 2. - Algemene aangiftebepalingen met betrekking tot de verzamelaanvraag

Art. 2.De verzamelaanvraag bevat : 1° de aanvraag tot toekenning van betalingsrechten in 2015, vermeld in artikel 5 van het ministerieel besluit van 23 januari 2015Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 23/01/2015 pub. 26/02/2015 numac 2015035154 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landb type ministerieel besluit prom. 23/01/2015 pub. 11/03/2015 numac 2015035231 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorschriften voor de activering van het betalingsrechtensysteem in 2015 sluiten tot vaststelling van de voorschriften voor de activering van het betalingsrechtensysteem in 2015, en de activering van betalingsrechten conform artikel 27 van het besluit van 24 oktober 2014;2° de aangifte van alle landbouwareaal, vermeld in artikel 4, lid 1, e), van verordening (EU) nr.1307/2013; 3° de aangifte van alle potentiële vergroeningselementen in het kader van de vergroeningspremie, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 3, van het besluit van 24 oktober 2014, en de selectie van die vergroeningselementen die de landbouwer wil gebruiken om te voldoen aan de verplichting van het ecologisch aandachtsgebied;4° de aangifte van percelen in het kader van het Mestdecreet van 22 december 2006;5° de aangifte van niet-landbouwareaal ter uitvoering van het Mestdecreet van 22 december 2006;6° de aanvraag voor de jonge landbouwersbetaling, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 4, van het besluit van 24 oktober 2014;7° de melding van overdrachten van perceelsgebruik;8° de betalingsaanvraag voor agromilieuverbintenissen en beheerovereenkomsten, vermeld in artikel 12, § 3, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieu- en klimaatmaatregelen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020;9° de betalingsaanvraag of de aangifte van percelen waarvoor een beheerovereenkomst gesloten is;10° de aanvraag voor nieuwe verbintenissen en de betalingsaanvraag voor de hectaresteun voor biologische productiemethode, vermeld in artikel 6, eerste en vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juli 2014 tot het verlenen van hectaresteun voor de biologische productiemethode met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de programmeringsperiode 2014-2020;11° de aangifte van percelen voor biocertificering;12° de betalingsaanvraag voor inkomenscompensatie en onderhoudssubsidie voor bebossing van landbouwgronden, vermeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008 betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening (EG) nr.1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO); 13° de betalingsaanvraag voor de aanplantsubisidie voor boslandbouwsystemen, vermeld in artikel 5, § 3, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juli 2014 betreffende het verlenen van subsidies voor de aanplant van boslandbouwsystemen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de programmeringsperiode 2014-2020;14° de aangifte van de teelten waarvoor steun wordt aangevraagd in het kader van het doel, vermeld in artikel 33, lid 1, e), van verordening (EU) nr.1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad; 15° de aangifte van percelen waarop dieren geplaatst zijn, in het kader van diergebonden steunmaatregelen;16° de melding van de inzaai van een perceel hennep, vermeld in artikel 21 van het besluit van 24 oktober 2014, ook als de oppervlakte kleiner is dan 2 hectare.

Art. 3.Een landbouwer die een handeling als vermeld in artikel 2 van dit besluit, wil stellen, vult de verzamelaanvraag naar behoren in met alle informatie die daarvoor vereist is, en dient ze in met het elektronische formulier dat de bevoegde entiteit via het e-loket ter beschikking stelt. Hij ondertekent de verzamelaanvraag op de wijze, vermeld in artikel 68 van het besluit van 24 oktober 2014. De landbouwers die niet beschikken over de nodige informaticamiddelen om de verzamelaanvraag elektronisch in te dienen, kunnen voor de elektronische aangifte mandaat geven aan derden of een beroep doen op de infrastructuur die de bevoegde entiteit ter beschikking stelt.

De landbouwer ontvangt ter voorbereiding van zijn aangifte een voorbereidingsblad, dat als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd en dat gepersonaliseerd is op basis van de gegevens waarover de bevoegde entiteit beschikt.

De personen die niet beschikken over een e-ID of die niet de mogelijkheid hebben om te beschikken over een andere aanmeldings- en authenticatiemogelijkheid die ondersteund wordt door FedICT, mogen in afwijking van het eerste lid de aanvraag indienen met het papieren formulier dat de bevoegde entiteit ter beschikking stelt. Dat formulier wordt volledig ingevuld en ondertekend ingediend bij de bevoegde entiteit.

Art. 4.Als er geen wijzigingen zijn ten opzichte van het voorgaande jaar, kan een landbouwer zijn aangifte indienen door zijn aangifte van de vorige campagne of delen ervan te bevestigen.

Art. 5.Met behoud van de toepassing van artikel 4 zijn bij de verzamelaanvraag de nodige bewijsstukken of stukken gevoegd die aantonen dat aan de voorwaarden voldaan is. Die bewijsstukken worden ingediend via het e-loket of opgestuurd binnen de termijn die daarvoor bepaald is.

Als een landbouwer zelf mag bepalen welke stukken hij ter ondersteuning van de verzamelaanvraag bezorgt als bewijs dat hij aan een bepaalde voorwaarde voldoet, beoordeelt de bevoegde entiteit de stukken die de landbouwer in kwestie heeft bezorgd uiterlijk op de uiterste termijn die daarvoor bepaald is. De bevoegde entiteit kan op elk moment aanvullende informatie opvragen over de campagne in kwestie als de stukken die de landbouwer meestuurt, niet voldoende zijn om het bewijs te leveren.

Als de landbouwer nalaat de nodige bewijsstukken te bezorgen, of als hij, bij verzoek van de bevoegde entiteit conform het tweede lid, nalaat aanvullende informatie of bewijsstukken om aan te tonen dat aan alle voorwaarden is voldaan, te bezorgen binnen de termijn die daarvoor is bepaald, kan de steunaanvraag geheel of gedeeltelijk als niet steunwaardig beschouwd worden door de bevoegde entiteit.

Art. 6.De landbouwer geeft in de verzamelaanvraag aan dat hij actieve landbouwer is als vermeld in hoofdstuk 1, afdeling 3, van het besluit van 24 oktober 2014.

Het tegenbewijs, vermeld in artikel 8, § 1, van het besluit van 24 oktober 2014, wordt uiterlijk op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag ingediend en kan geleverd worden op de volgende wijze : 1° de landbouwer in kwestie toont aan dat zijn rechtstreekse betalingen in het meest recente fiscale jaar waarvoor de informatie beschikbaar is, ten minste 5% bedroegen van zijn inkomsten uit niet-landbouwactiviteiten, conform artikel 9, lid 2, a), van verordening (EU) nr.1307/2013 en artikel 11 en 12 van verordening (EU) nr. 639/2014. Hij kan daarvoor onder andere de boekhouding, zijn aanslagbiljet van de personenbelasting of zijn btw-aangifte gebruiken; 2° de landbouwer in kwestie toont conform artikel 9, lid 2, b), van verordening (EU) nr.1307/2013 aan dat zijn landbouwactiviteit niet onaanzienlijk is. Daarvoor toont hij conform artikel 13 van verordening (EU) nr. 639/2014 aan dat hij een derde van zijn totale inkomen uit landbouwactiviteiten gehaald heeft in het meest recente fiscale jaar waarvoor de informatie beschikbaar is. Hij kan daarvoor onder andere de boekhouding, zijn aanslagbiljet van de personenbelasting of zijn btw-aangifte gebruiken; 3° de landbouwer in kwestie toont conform artikel 9, lid 2, c), van verordening (EU) nr.1307/2013 en artikel 13, lid 3, van verordening (EU) nr. 639/2014 aan dat zijn voornaamste bedrijfsdoel of -activiteit bestaat uit een landbouwactiviteit.

Art. 7.De verzamelaanvraag wordt uiterlijk op 21 april van het kalenderjaar waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.

Als het formulier van de verzamelaanvraag wordt ingediend via het e-loket, geldt, conform artikel 67, § 1, tweede lid, van het besluit van 24 oktober 2014, het tijdstip van elektronische ontvangst dat in de databank van de bevoegde entiteit geregistreerd is als indieningsdatum.

Voor de papieren aangifte geldt de ontvangstdatum als indieningsdatum. HOOFDSTUK 3. - Specifieke aangiftebepalingen met betrekking tot de verzamelaanvraag Afdeling 1. - Aangifte landbouwpercelen

Art. 8.Het referentieperceel, vermeld in artikel 2, lid 1, punt (25), van verordening (EU) nr. 640/2014, wordt met een referentienummer uniek gedefinieerd in het GBCS op basis van de geconsolideerde grafische intekening van het landbouwperceel, met als basis het jaar 2004.

Aan elk referentieperceel is een referentieoppervlakte gekoppeld. De referentieoppervlakte is de maximale oppervlakte die aan het referentieperceel toegekend kan worden. De referentieoppervlakte wordt gelijkgesteld aan de grafische oppervlakte van het landbouwperceel in het LPIS, afgerond op 1 are.

Art. 9.De intekening van een landbouwperceel in het LPIS bepaalt de grafische oppervlakte van dat landbouwperceel.

De grafische oppervlakte, vermeld in het eerste lid, wordt beschouwd als de aangegeven oppervlakte, behalve als een alfanumerieke aanpassing van de aangegeven oppervlakte mogelijk is. In dat geval wordt de gewasoppervlakte als de aangegeven oppervlakte beschouwd.

Een alfanumerieke aanpassing van de aangegeven oppervlakte is mogelijk in de volgende gevallen : 1° als een agromilieu- en klimaatmaatregel of de biologische productiemethode op het landbouwperceel wordt toegepast;2° als een vaste teeltconstructie op het landbouwperceel staat.Onder vaste teeltconstructie wordt verstaan : een teeltconstructie waarbij op basis van orthofoto's niet vast te stellen is wat de beteelbare oppervlakte is en waardoor die oppervlakte niet apart ingetekend kan worden, zoals serres, loodsen en overkappingen.

In de gevallen, vermeld in het derde lid, is de gewasoppervlakte gelijk aan de volledig ingezaaide of beteelde oppervlakte, met inbegrip van de onverharde oppervlakte die noodzakelijk is voor de reguliere teeltwerkzaamheden.

Als de aangegeven oppervlakte niet alfanumeriek aanpasbaar is, kan die alleen gewijzigd worden door een wijziging van de grafische intekening.

Als niet-subsidiabele elementen, afzonderlijk of samen, binnen een landbouwperceel meer dan 1 are innemen, mogen die elementen geen deel uitmaken van het referentieperceel.

Art. 10.Een landbouwer geeft alle landbouwpercelen van zijn landbouwareaal, vermeld in artikel 4, lid 1, e), van verordening (EU) nr. 1307/2013, aan in zijn verzamelaanvraag.

De volgende elementen die niet behoren tot het landbouwareaal, vermeld in het eerste lid, moeten ook aangeven worden in de verzamelaanvraag : 1° stallen en gebouwen;2° andere gebouwen;3° niet-landbouwareaal dat begraasd wordt;4° heide als dat areaal begraasd wordt;5° tuinen met hoogstamboomgaarden als de landbouwer daar steun voor aanvraagt in het kader van een verbintenis voor hoogstamboomgaarden als vermeld in artikel 2, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieumaatregelen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, die conform artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieu- en klimaatmaatregelen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020 blijft lopen;6° sloten met een breedte tussen 2 en 6 meter;7° groepen van bomen met een oppervlakte tussen 0,01 hectare en 0,3 hectare die op het bouwland liggen of eraan grenzen. In het tweede lid wordt verstaan onder : 1° heide : de gronden met dwergstruikenformatie, gedomineerd door struikheide of dopheide, zonder bomen en struiken of met weinig bomen en struiken en met een doorgaans goed ontwikkelde moslaag;2° stallen en gebouwen : de stallen, ongeacht de ligging ervan ten opzichte van het erf, en gebouwen die aan het erf grenzen en waarin niet geproduceerd wordt;3° andere gebouwen : andere gebouwen dan stallen, waar niet geproduceerd wordt en die niet rechtstreeks aan het erf grenzen.

Art. 11.In dit artikel wordt verstaan onder combinatieteelt : het gelijktijdig aanwezig zijn van minstens twee hoofdteelten, waarbij de teelten duidelijk te onderscheiden zijn als afwisselende rijen of groepen van rijen. Iedere hoofdteelt omvat minstens twee afzonderlijke rijen of groepen van rijen. De aanwezigheid van de ene hoofdteelt mag de oogst van de andere hoofdteelt niet verhinderen, waardoor de hoofdteelten afzonderlijk en mogelijk gelijktijdig oogstbaar zijn.

In de verzamelaanvraag worden voor een landbouwperceel de hoofdteelt en, in voorkomend geval, de combinatieteelt en de voor- of nateelt aangegeven.

De teelt die overwegend op het landbouwperceel aanwezig is, wordt in de verzamelaanvraag aangegeven als de hoofdteelt.

Als de teelt die overwegend op het landbouwperceel aanwezig is, niet overeenkomt met de primaire gebruiksdoelstelling van het landbouwperceel, wordt in afwijking van het tweede lid de teelt die overeenkomt met de primaire gebruiksdoelstelling als hoofdteelt aangegeven in de verzamelaanvraag.

Onderzaai wordt aangegeven als nateelt. Onderzaai wordt niet beschouwd als combinatieteelt.

Art. 12.De landbouwpercelen die de landbouwer aangeeft in de verzamelaanvraag voor de activering van zijn betalingsrechten, moeten op 21 april van het jaar waarop de verzamelaanvraag betrekking heeft, ter beschikking staan van de landbouwer. Afdeling 2. - Aangifte van vergroeningselementen

Art. 13.§ 1. De referentieoppervlakte, vermeld in artikel 8, vormt de basis voor de berekening van de totale oppervlakte bouwland, de berekening van de gewasdiversificatie, het ecologisch aandachtsgebied en het blijvend grasland binnen de vergroening. § 2. De bevoegde entiteit stelt op basis van de gegevens in het GBCS en de bewijsstukken die bij de verzamelaanvraag zijn gevoegd, vast of aan de voorwaarden voor vergroening, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 3, van het besluit van 24 oktober 2014, voldaan is. § 3. De aangifte van ecologisch aandachtsgebied maakt integraal deel uit van de verzamelaanvraag. In de verzamelaanvraag wordt een lijst van potentiële ecologische aandachtsgebieden voorgedrukt. Binnen die lijst selecteert de landbouwer in kwestie de ecologische aandachtsgebieden die hij wil gebruiken om te voldoen aan de vergroeningseis ecologisch aandachtsgebied.

De landbouwer in kwestie voegt alle potentiële ecologische aandachtsgebieden die hij ter beschikking heeft, toe aan de voorgedrukte lijst van potentiële ecologische aandachtsgebieden door aangifte of correctie van percelen of door toevoeging van de ecologische aandachtsgebieden in de voorgedrukte lijst als het stroken subsidiabel areaal langs bosranden met en zonder productie, bufferstroken langs waterlopen en sloten betreft. § 4. Fouten in de referentiedata worden door de landbouwer in kwestie gemeld aan de bevoegde entiteit.

Art. 14.Landbouwers die de biologische productiemethode toepassen en die willen afzien van hun vrijstelling voor de vergroening geven dat aan in de verzamelaanvraag. Afdeling 3. - Aangifte van agromilieu- en klimaatmaatregelen en andere

maatregelen

Art. 15.Voor de agromilieu- en klimaatmaatregelen en de andere maatregelen, vermeld in punt 1 van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, geldt de verzamelaanvraag als betalingsaanvraag.

Voor de agromilieu- en klimaatmaatregelen en de andere maatregelen, vermeld in punt 2 van bijlage 1, geldt de verzamelaanvraag als melding voor percelen.

Percelen waarop agromilieu- en klimaatmaatregelen en andere maatregelen, vermeld in bijlage 1, worden aangevraagd, moeten als apart landbouwperceel worden aangegeven in de verzamelaanvraag. Afdeling 4. - Andere aangiftes

Art. 16.De landbouwer vraagt in 2015 de toewijzing van betalingsrechten aan via de verzamelaanvraag en verklaart in de verzamelaanvraag dat hij aan alle voorwaarden voor de toewijzing van betalingsrechten voldoet.

Art. 17.De landbouwer die de jonge landbouwersbetaling aanvraagt, voegt de bewijsstukken, vermeld in artikel 20, tweede lid, van het ministerieel besluit van 23 januari 2015Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 23/01/2015 pub. 26/02/2015 numac 2015035154 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landb type ministerieel besluit prom. 23/01/2015 pub. 11/03/2015 numac 2015035231 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorschriften voor de activering van het betalingsrechtensysteem in 2015 sluiten houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, voor wat de rechtstreekse betalingen betreft, en de verklaring, vermeld in artikel 20, derde lid, van hetzelfde besluit, bij de verzamelaanvraag. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de verzamelaanvraag

Art. 18.§ 1. De landbouwer kan tot 31 mei van het jaar in kwestie individuele, voor de landbouw gebruikte landbouwpercelen, ecologische aandachtsgebieden en betalingsrechten die nog niet in de verzamelaanvraag waren aangegeven, toevoegen, en wijzigingen met betrekking tot het gebruik ervan aanbrengen conform artikel 15, lid 1 en 2, van verordening (EU) nr. 809/2014.

De wijzigingen die na 31 mei van het jaar in kwestie worden meegedeeld, worden conform artikel 13 en 14 van verordening (EU) nr. 640/2014 en artikel 16 van verordening (EU) nr. 809/2014 behandeld. De landbouwer deelt elke wijziging van zijn ingediende verzamelaanvraag mee aan de bevoegde entiteit, uiterlijk op 31 oktober van het jaar in kwestie en voor een controle wordt aangekondigd of uitgevoerd. Na 31 oktober van het jaar in kwestie kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht in de verzamelaanvraag.

In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen : 1° wijzigingen van de nateelt zonder bewijsstukken ingediend worden tot en met 31 december van het jaar in kwestie;2° weglatingen van ecologisch aandachtsgebied doorgevoerd worden tot uiterlijk 31 oktober van het jaar in kwestie op voorwaarde dat voldoende ecologisch aandachtsgebied behouden blijft om aan de vergroeningsvoorwaarde in kwestie te voldoen;3° wijzigingen van de hoofdteelt aangegeven worden tot en met 30 juni van het jaar in kwestie. § 2. Als de landbouwer kan aantonen dat zijn aangifte door overmacht of door een administratieve vergissing, zonder nalatigheid of fout van de landbouwer, niet overeenstemt met een aantoonbare realiteit, kunnen in afwijking van paragraaf 1 toch nog wijzigingen in de teelt of ingebruikname worden aangebracht in de verzamelaanvraag. De landbouwer dient daarvoor een gemotiveerd verzoekschrift in via het e-loket of op papier bij de buitendienst van de bevoegde entiteit. HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling

Art. 19.Het ministerieel besluit van 19 augustus 2009Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 19/08/2009 pub. 13/10/2009 numac 2009035958 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden voor wat betreft de uitvoering van de gedeelde bevoegdheden met het oog op de in sluiten tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden voor wat betreft de uitvoering van de gedeelde bevoegdheden met het oog op de inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 14 mei 2014, wordt opgeheven.

Art. 20.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.

Brussel, 23 juni 2015.

De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage 1 Agromilieu- en klimaatmaatregelen en andere maatregelen als vermeld in artikel 15 1. Agromilieu- en klimaatmaatregelen en andere maatregelen waarvoor de verzamelaanvraag dient als betalingsaanvraag

Code

Categorie

HOB

hectaresteun omschakeling biologische productiemethode

HVB

hectaresteun voortzetting biologische productiemethode

MOB

mechanische onkruidbestrijding

VLI

vlinderbloemige gewassen

SI2, SE2 of SB2

sierteelt (intensieve sierteelt, extensieve sierteelt, beschutte sierteelt)

VER

verwarringstechniek bij pitfruitteelt

BOS

bebossing van landbouwgrond - onderhoud en inkomenscompensatie

HSB

behoud genetische diversiteit hoogstambomen

-

behoud genetische diversiteit runderen

10°

-

behoud genetische diversiteit schapen

11°

BLS

boslandbouwsystemen

12°

-

controlekosten biologische landbouw

13°

VLS

vezelvlas verminderde bemesting

14°

HNP

vezelhennep verminderde bemesting

15°

AV1

akkervogelbeheer - leeuwerikvlakjes

16°

AV2

akkervogelbeheer - faunaranden

17°

AV3

akkervogelbeheer - graanranden

18°

AV4

akkervogelbeheer - winterstoppel

19°

BW3

verminderde bemesting in kwetsbare zones water

20°

BW4

beheerovereenkomst waterkwaliteit

21°

DI2

erosiebestrijding - directe inzaai

22°

NK2

erosiebestrijding - niet-kerende bodembewerking

23°

WV1

weidevogelbeheer met vluchtstroken

24°

HAM

hamsterbescherming - graanstrook en luzernestrook


2.Agromilieu- en klimaatmaatregelen en andere maatregelen waarvoor de verzamelaanvraag dient als melding van percelen

NAAM BEHEERPAKKET

Interne code pakket

Voordrukcode VA

ontwikkeling soortenrijk grasland

PDPO3

BB31

BB

instandhouding soortenrijk grasland

PDPO3

BB32

BB

faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum

PDPO3

FBG31

FB

faunabeheer grasland beweiden 20 mei

PDPO3

FBG32

FB

faunabeheer grasland standweide 15 juni

PDPO3

FBG33

FB

faunabeheer grasland kuikenweide

PDPO3

FBG34

FB

faunabeheer akkerland voedselgewas

PDPO3

FBA35

FB

aanleg en onderhoud grasstrook

PDPO3

RB31

RB

aanleg en onderhoud strategisch grasland

PDPO3

ER32

ER

10°

aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni

PDPO3

RB32

RB

11°

aanleg en onderhoud vluchtstrook 22 juni

PDPO3

RB33

RB

12°

aanleg en onderhoud gemengde grasstrook

PDPO3

RB34

RB

13°

onderhoud gemengde grasstrook

PDPO3

RB35

RB

14°

aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus

PDPO3

RB36

RB

15°

onderhoud gemengde grasstrook plus

PDPO3

RB37

RB

16°

aanleg en onderhoud bloemenstrook

PDPO3

BS38

BS

17°

onderhoud houtkant

PDPO3

KLE34

HKW

18°

omvormingsbeheer houtkant

PDPO3

KLE36

HKW

19°

beheerovereenkomst waterkwaliteit

PDPO3

BW4

BW4

20°

fosfaatuitmijning akkerland

PDPO3

IHD31

IHD

21°

verminderde bemesting akkerland

PDPO3

IHD32

IHD

22°

verminderde bemesting grasland

PDPO3

IHD33

IHD

23°

AV gemengde grasstroken

PDPO2

AKV21

AKV

24°

AV opgeploegde gemengde grasstroken

PDPO2

AKV22

AKV

25°

AKV vogelvoedselgewas

PDPO2

AKV23

AKV

26°

BB grasland maaien 1 juni

PDPO2

BB21

BB

27°

BB grasland maaien 16 juni

PDPO2

BB22

BB

28°

BB grasland beweiden 1 juni

PDPO2

BB23

BB

29°

BB akkerland

PDPO2

BB24

BB

30°

ER aanleg en onderhoud grasbufferstrook

PDPO2

ER21

ER

31°

ER aanleg en onderhoud grasgang = rand

PDPO2

ER22

ER

32°

ER aanleg en onderhoud grasgang

PDPO2

ER23

ER

33°

KLE (her)aanleg poel

PDPO2

KLE212

POE

34°

KLE onderhoud poel

PDPO2

KLE215

POE

35°

KLE aanplant houtkant streekeigen

PDPO2

KLE25

HKW

36°

KLE aanplant houtkant autochtoon

PDPO2

KLE26

HKW

37°

KLE onderhoud houtkant

PDPO2

KLE29

HKW

38°

PRB natuur

PDPO2

PRB21

PRB

39°

PRB milieu

PDPO2

PRB22

PRB

40°

WV maaien

PDPO2

WV21

WV

41°

WV beweiden

PDPO2

WV22

WV

42°

WV omzetten akkerland en maaien

PDPO2

WV23

WV

43°

WV omzetten akkerland en beweiden

PDPO2

WV24

WV


Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 23 juni 2015 houdende vaststelling van de verzamelaanvraag en de nadere regels voor de gemeenschappelijke identificatie van percelen, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid.

Brussel, 23 juni 2015.

De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage 2 Voorbereidingsblad voor de verzamelaanvraag als vermeld in artikel 3, tweede lid

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 23 juni 2015 houdende vaststelling van de verzamelaanvraag en de nadere regels voor de gemeenschappelijke identificatie van percelen, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid.

Brussel, 23 juni 2015.

De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE


begin


Publicatie : 2015-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^