Ministerieel Besluit van 23 juni 2015
gepubliceerd op 16 juli 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit betreffende de aanvragen tot toekenning of tot aanpassing van de basisbetalingsrechten via het gebruik van de regionale reserve ten gunste van de landbouwers

bron
waalse overheidsdienst
numac
2015203264
pub.
16/07/2015
prom.
23/06/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015203264

WAALSE OVERHEIDSDIENST


23 JUNI 2015. - Ministerieel besluit betreffende de aanvragen tot toekenning of tot aanpassing van de basisbetalingsrechten via het gebruik van de regionale reserve ten gunste van de landbouwers


De Minister van Landbouw, Gelet op Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad;

Gelet op de gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot wijziging van bijlage X bij die verordening;

Gelet op de gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden;

Gelet op het Waalse landbouwwetboek, artikelen D.4, D.241 tot D.243;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers, artikelen 18, 33 en 36;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 mei 2015;

Gelet op het overleg tussen de Gewestelijke regeringen en de Federale overheid, gepleegd op 23 april 2015;

Gelet op het rapport van 17 april 2015 opgesteld overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2015 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;

Gelet op het advies 57.588/4 van de Raad van State, gegeven op 17 juni 2015, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving en algemene bepalingen

Artikel 1.In de zin van dit besluit wordt verstaan onder : 1° landbouwer die met een landbouwactiviteit begint : landbouwer in de zin van artikel 30, § 11, b), van Verordening nr.1307/2013; 2° besluit van 12 februari 2015 : het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;3° jonge landbouwer : landbouwer in de zin van artikel 30, § 11, a) van Verordening nr.1307/2013 die voldoet aan één van de opleidingsvoorwaarden bedoeld in artikel 58 van het besluit van 12 februari 2015.

Art. 2.Overeenkomstig artikel 30, §§ 6 en 7, van Verordening nr. 1307/2013, wordt de toewijzing of de aanpassing van basisbetalingsrechten via het gebruik van de regionale reserve verleend ten gunste van de actieve landbouwer die op grond van een definitieve gerechtelijke uitspraak of een definitief bestuursrechtelijk besluit toegang tot de reserve krijgt.

In het geval bedoeld in het eerste lid ontvangt de landbouwer het aantal betalingsrechten en de waarde daarvan die in de gerechtelijke uitspraak of in het bestuursrechtelijk besluit zijn vastgesteld, uiterlijk op de datum van indiening van de eenmalige aanvraag volgend op het besluit.

Art. 3.Overeenkomstig artikel 36 van het besluit van 12 februari 2015, moet de landbouwer die de in de artikelen 5, §§ 1, 2 et 3, 7, §§ 2, 3 en 4, en 14, bedoelde bewijsstukken aan het betaalorgaan verstrekt heeft in het kader van een steunaanvraag ingesteld krachtens titel 10 van het Waalse landbouwwetboek, de bewijsstukken niet een tweede keer overleggen. HOOFDSTUK II. - Bepaling van de lineaire procentuele verlaging overeenkomstig artikel 30, § 3 van Verordening nr. 1307/2013

Art. 4.Overeenkomstig artikel 33 van het besluit van 12 februari 2015, worden de lineaire procentuele verlaging van het toepasselijk maximum van de basisbetalingsregeling en de lineaire verlaging van de waarde van het basisbetalingsrecht vastgelegd op twee percent. HOOFDSTUK III. - Gebruik van de reserve ten gunste van de jonge landbouwers en de landbouwers die met een landbouwactiviteit beginnen

Art. 5.§ 1. Overeenkomstig artikel 36 van het besluit van 12 februari 2015, verstrekt de jonge landbouwer of de landbouwer die als natuurlijke persoon met een landbouwactiviteit begint bij de indiening van zijn verzoek om toegang tot de reserve de volgende stukken aan het betaalorgaan : 1° een afschrift van zijn diploma;2° desgevallend, als bewijs van de jaren ervaring, een attest van de sociale verzekeringskas, een arbeidsovereenkomst, een advies uitgebracht door het Installatiecomité of, bij gebreke daarvan, elk ander bewijsstuk. § 2. In geval van groepering van natuurlijke of rechtspersonen die beantwoorden aan de definitie van jonge landbouwer, legt minstens één van de natuurlijke personen die een effectieve controle op de groep natuurlijke personen of op de rechtspersoon of een langetermijn controle op het bedrijf voert, daarenboven bewijsstukken bedoeld in paragraaf 1 over, met name : 1° een overname-overeenkomst;2° een oprichtingsakte;3° of de statuten van het bedrijf. § 3. In het geval van een landbouwer die met een landbouwactiviteit begint, worden de in artikel 30, § 11, b), van Verordening nr. 1307/2013 bedoelde voorwaarden, de in artikel 58 van het besluit van 12 februari 2015 bedoelde voorwaarden en de in paragraaf 1 bedoelde stukken vereist voor alle leden natuurlijke personen van de groepering of alle bestuurders, gedelegeerd of verantwoordelijk bestuurders met de hoedanigheid van landbouwer van de rechtspersoon.

Art. 6.Overeenkomstig artikel 36 van het besluit van 12 februari 2015 : 1° ontvangt de jonge landbouwer of de landbouwer die met een landbouwactiviteit begint en die basisbetalingsrechten uit de regionale reserve aanvraagt, een aantal rechten gelijk aan het aantal subsidiabele hectaren aangegeven in 2015 en waarvan de waarde gelijk is aan het regionale gemiddelde indien hij over geen enkel basisbetalingsrecht beschikt;2° ontvangt de jonge landbouwer of de landbouwer die met een landbouwactiviteit begint en die basisbetalingsrechten uit de regionale reserve aanvraagt, een aantal rechten gelijk aan het aantal aangegeven subsidiabele hectaren waarvoor hij over geen enkel basisbetalingsrecht beschikt en waarvan de waarde gelijk is aan het regionale gemiddelde indien hij over een aantal basisbetalingsrechten beschikt dat lager is dan het aantal subsidiabele hectaren aangegeven in 2015;3° mag hij de unitaire waarde van zijn rechten tot de gemiddelde regionale waarde verhogen indien hij houder is van basisbetalingsrechten waarvan de waarde lager is dan de gemiddelde regionale waarde. HOOFDSTUK IV. - Gebruik van de reserve om het verlaten van de gronden te voorkomen

Art. 7.§ 1. Als de aanvraag tot toewijzing of tot aanpassing van de basisbetalingsrechten via het gebruik van de regionale reserve gemotiveerd is door de toepassing van herstructureringsprogramma's bedoeld in artikel 34, 2°, van het besluit van 12 februari 2015, verkeert de landbouwer, om toegang tot de reserve te krijgen, minstens in één van de volgende gevallen : 1° de oppervlakte die hij aangegeven heeft, is verkleind ingevolge een grondinrichting, zoals georganiseerd bij hoofdstuk 3 van titel 11 van het Waalse landbouwwetboek;2° minstens één van zijn grondpercelen is niet meer exploiteerbaar op de datum van indiening van de aanvraag ingevolge een onteigening wegens openbaar nut of een wijziging van de bestemming op het gewestplan;3° minstens één van zijn grondpercelen is niet meer exploiteerbaar op de datum van indiening van de aanvraag ingevolge een afkoop door een provincie, een gemeente, een intercommunale of een natuurreservaat. § 2. In het geval bedoeld in paragraaf 1, 1°, laat de landbouwer zijn aanvraag vergezeld gaan van : 1° een afschrift van de grondinrichtingsakte opgemaakt door het Comité voor de aankoop van onroerende goederen;2° een orthofotoplan van het betrokken perceel (de betrokken percelen), getekend en genummerd in het rood. § 3. In het geval bedoeld in paragraaf 1, 2°, laat de landbouwer zijn aanvraag vergezeld gaan van : 1° een afschrift van de onteigeningsakte of van de beslissing tot wijziging op het gewestplan, voor elk betrokken perceel;2° een orthofotoplan van het betrokken perceel (de betrokken percelen), getekend en genummerd in het rood;3° een tabel met de betrokken percelen in de loop van de referentiejaren. § 4. In het geval bedoeld in paragraaf 1, 3°, laat de landbouwer zijn aanvraag vergezeld gaan van : 1° een afschrift van de attesten afgeleverd door de instrumenterend notaris, voor elk betrokken perceel;2° een orthofotoplan van het betrokken perceel (de betrokken percelen), getekend en genummerd in het rood;3° een tabel met de betrokken percelen in de loop van de referentiejaren.

Art. 8.Als de landbouwer verkeert in één van de gevallen bedoeld in artikel 7, § 1, of in een analoog geval, geeft hij het geheel van de oppervlaktes aan waarvan hij het effectieve genot heeft op het moment van de aanvraag van basisbetalingsrechten.

Art. 9.Na toepassing van de artikelen 7 en 8 is de waarde van de aan de landbouwer toegewezen basisbetalingsrechten gelijk aan het verschil tussen de waarde van de basisbetalingsrechten waarvan hij houder was voor het oppervlakteverlies en de waarde van dezelfde rechten na het oppervlakteverlies. HOOFDSTUK V. - Gebruik van de reserve in geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden

Art. 10.§ 1. Als de aanvraag tot toewijzing of tot aanpassing van de rechten via het gebruik van de regionale reserve gemotiveerd is door overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, overeenkomstig artikel 34, 3°, van het besluit van 12 februari 2015, komen minimum de gevallen bedoeld in artikel 2, van Verordening nr. 1306/2013 in aanmerking. § 2. Om een toewijzing of een aanpassing van zijn rechten via het gebruik van de reserve te genieten, bewijst de landbouwer dat het geval van overmacht of van uitzonderlijke omstandigheden : 1° zich voorgedaan heeft in de loop van het jaar van indiening van de aanvraag tot toewijzing van de basisbetalingsrechten;2° de indiening van een aanvraag tot toewijzing van de basisbetalingsrechten en tot toegangsverlening tot de reserve onmogelijk gemaakt heeft.

Art. 11.Als het overlijden van de begunstigde, bedoeld in artikel 2, § 2, a), van Verordening nr. 1306/2013, zich voordoet tussen 1 januari en 31 mei van het jaar van indiening van de aanvraag, geldt dat voor de landbouwer, de vennootschapsbeheerder of het lid van de groep natuurlijke personen die recht hebben op basisbetalingsrechten.

Het overlijden van een samenwonende, geïdentificeerd als medehouder krachtens titel 4, hoofdstuk 1, van het Waalse landbouwwetboek, is een geval van overmacht.

Art. 12.De langdurige arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 2, § 2, b), van Verordening nr. 1306/2013, is van toepassing op de landbouwer, de vennootschapsbeheerder of het lid van de groep natuurlijke personen die recht hebben op basisbetalingsrechten.

De aanvraag tot toewijzing of tot aanpassing van de betalingsrechten via het gebruik van de reserve wordt ingediend door de betrokken arbeidsongeschikte landbouwer, of, als hij ze niet zelf kan indienen, door een persoon die namens hem en voor zijn rekening handelt.

Art. 13.De ernstige natuurramp bedoeld in artikel 2, § 2, c), van Verordening nr. 1306/2013 waardoor het bedrijf aanzienlijk getroffen is : 1° heeft zich voorgedaan tussen 1 januari en 31 mei van het jaar van indiening van de aanvraag;2° heeft de landbouwer belet om zijn aanvraag tot toewijzing van basisbetalingsrechten in te dienen.

Art. 14.§ 1. De landbouwer die zich beroept op één van de gevallen bedoeld in de artikelen 10 tot 13 dient zijn verzoek om toegang tot de reserve in via de eenmalige aanvraag, samen met de volgende bewijsstukken : 1° in overlijdensgevallen en naar gelang van de persoon die in het geval van overmacht of van uitzonderlijke omstandigheden verkeert, de stukken bedoeld in artikel 9, § 3, van het ministerieel besluit van 23 april 2015Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 23/04/2015 pub. 18/05/2015 numac 2015202374 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers sluiten tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;2° in de gevallen van arbeidsongeschiktheid, de stukken bedoeld in artikel 10, § 2, van het ministerieel besluit van 23 april 2015Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 23/04/2015 pub. 18/05/2015 numac 2015202374 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers sluiten tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;3° in de gevallen van natuurramp, een attest van teeltschade of, bij gebreke daarvan, elk ander bewijsstuk. § 2. Voor de overige gevallen van overmacht of van uitzonderlijke omstandigheden richt de landbouwer een verzoek om toegang tot de reserve aan het betaalorgaan, alsook alle bewijsstukken waarover hij beschikt om het bewijs van overmacht te leveren.

Het betaalorgaan kan van de landbouwer aanvullende stukken of gegevens verlangen.

Het verzoek om aanvullende stukken of gegevens schorst de behandeling van het dossier. Na 15 dagen kan de aanvraag als niet in aanmerking komend beschouwd worden als het betaalorgaan niet het geheel van de stukken en gegevens ontvangen heeft.

Art. 15.Als de termijn die vastligt in artikel 4, § 2, van de gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 niet acht genomen wordt, is de aanvraag onontvankelijk.

Art. 16.Als de landbouwer voldoet aan de bepalingen van dit hoofdstuk, wordt de toewijzing van de betalingsrechten uit de reserve berekend overeenkomstig artikel 31, § 1, van Verordening nr. 639/2014.

De landbouwer die zich kan beroepen op een geval van overmacht of van uitzonderlijke omstandigheden, kan een aantal rechten uit de reserve verkrijgen dat overeenstemt met de oppervlaktes aangegeven en geconsolideerd in 2015.

Namen, 23 juni 2015.

R. COLLIN


begin


Publicatie : 2015-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^