Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 23 september 1999
gepubliceerd op 13 juni 2002

Ministerieel besluit houdende delegatie van handtekening aan de Secretaris-generaal van de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden

bron
diensten van de eerste minister
numac
2002021209
pub.
13/06/2002
prom.
23/09/1999
ELI
eli/besluit/1999/09/23/2002021209/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

23 SEPTEMBER 1999. - Ministerieel besluit houdende delegatie van handtekening aan de Secretaris-generaal van de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden


FEDERALE DIENSTEN VOOR WETENSCHAPPELIJKE, TECHNISCHE EN CULTURELE AANGELEGENHEDEN

De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991;

Gelet op de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, laatst gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997, inzonderheid op artikelen 1 tot en met 11bis;

Gelet op de wet van 24 december1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 januari 1996 en 18 juni 1996;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende statuut van het Rijkspersoneel, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1937 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel, zoals tot op heden gewijzigd;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 1965 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel der wetenschappelijke inrichtingen van de Staat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 februari 1969, 3 juni 1975, 3 mei 1976, 12 augustus 1981, nr. 121 van 30 december 1982, 10 december 1987, 18 februari 1988, 19 november 1991, 3 februari 1994, 30 mei 1994 en 4 februari 1998;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 juni 1970 tot vaststelling van het statuut van het toegevoegd vorsingspersoneel en van het beheerspersoneel van de wetenschappelijke inrichtingen van de staat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 augustus 1971, 23 juli 1973, 22 november 1973, 4 februari 1975, 24 oktober 1979, 4 april 1980, 12 augustus 1981, 19 augustus 1983, 28 oktober 1988, 19 november 1991, 30 mei 1994, 10 april 1995 en 11 april 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 31 maart 1987 betreffende de groepering van de wetenschappelijke inrichtingen van de Staat, die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden behoren, en hun nadere organisatie als staatsdiensten met afzonderlijk beheer, inzonderheid op de artikelen 2 en 9;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 juni 1992 houdende machtiging aan de Minister die de nationale wetenschappelijke en culturele instellingen onder zijn bevoegdheid heeft, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 april 1994 en 26 april 1994;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juni 1970 tot vaststelling van het statuut van het administratief personeel, van het technisch personeel en van het vak- en dienstpersoneel van de wetenschappelijke inrichtingen van de Staat;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 oktober 1996 betreffende het voorafgaand toezicht en de overdracht van bevoegdheid inzake de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake de toekenning van concessies voor openbare werken op federaal niveau;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 maart 1997 houdende het statuut van de Secretaris-generaal en van sommige personeelsleden van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Aan de Secretaris-generaal van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, hierna genoemd de Secretaris-generaal, wordt delegatie van handtekening verleend voor de handelingen vermeld in dit besluit.

Art. 2.Wanneer dit besluit het uitdrukkelijk voorziet, kan de Secretaris-generaal ambtenaren en instellingshoofden aanduiden die belast worden met het ondertekenen, in zijn plaats, van de in artikel 1 genoemde handelingen.

Art. 3.In geval van verhindering of vooraf meegedeelde afwezigheid van de Secretaris-generaal, worden de in artikel 1 van dit besluit voorziene machtigingen overdragen aan de Adjunct-secretaris-generaal of, in geval van afwezigheid van deze laatste, aan een ambtenaar-generaal die, met voorafgaande instemming van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, door de Secretaris-generaal wordt aangewezen.

Art. 4.De in de voorgaande artikelen aangewezen ambtenaren zullen tekenen : NAMENS DE MINISTER, De (titel of graad) (handtekening) (voornaam en naam) HOOFDSTUK II. - Delegaties betreffende personeelsaangelegenheden

Art. 5.De Secretaris-generaal wordt aangewezen voor : 1° het vacant verklaren van de betrekkingen, met inbegrip van het definiëren van het gewenste profiel, in de niveaus 2+, 2, 3 en 4;2° het toelaten tot de stage, het benoemen, het bevorderen, ontslaan en van de ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4 en het machtigen van deze ambtenaren om hun rechten op het pensioen te doen gelden;3° het afnemen van de eed van de ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4;4° het vaststellen van de wedde van de personeelsleden;a. bij iedere wijziging van de bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries of bij iedere wijziging van de weddenschaal van een bepaalde betrekking;b. bij benoeming of bevordering;5° het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een hoger ambt in een ambt van de rang 10 of van de niveaus 2+, 2, 3 en 4;6° het vaststellen van het bedrag van de plaatsvervangings- of waarnemingstoelage van de ambtenaren belast met de uitoefening van hogere functies;7° het ondertekenen van de arbeidsovereenkomsten van het contractuele personeel, na akkoord van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek wat het personeel van niveau 1 betreft;8° het oordelen in laatste instantie of het ongeval waarvan een lid van het personeel van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden verklaart slachtoffer te zijn, al dan niet beschouwd moet worden als een arbeidsongeval of ongeval op de weg van of naar het werk;9° het verlenen van toelating voor binnen- en buitenlandse dienstreizen;10° het toekennen van toelagen en vergoedingen aan de personeelsleden;11° het verlenen van de jaarlijkse toelating voor het gebruik van een eigen voertuig voor dienstredenen;12° het uitwerken van het onthaal- en vormingsprogramma van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden;13° het aanduiden, inzake tuchtzaken, van de ambtenaar van niveau I om het betwiste voorstel te verdedigen voor de departementale of interdepartementale raad van beroep;14° het schorsen in het belang van de dienst van de ambtenaren van de rangen 13 en 10 en de niveaus 2+, 2, 3 en 4.

Art. 6.De Secretaris-generaal van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden kan een ambtenaar aanwijzen die belast wordt met het ondertekenen in zijn plaats, van de handelingen bedoeld in artikel 5, 4°, 6°, 8° en 9° van dit besluit. HOOFDSTUK III. - Delegaties betreffende het financieel beheer en de Overheidsopdrachten

Art. 7.De Secretaris-generaal wordt aangewezen voor : 1° het sluiten, vastleggen en goedkeuren, in de hoedanigheid van ordonnateur en ten belope van een bedrag dat niet hoger is dan 5 000 000 BEF (excl.BTW) per akte, van de contracten en de opdrachten ten laste van de kredieten van de organisatie-afdelingen 60 en 61 van de begroting van de Diensten van de Eerste Minister en die onder het gezag van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek zijn geplaatst; 2° het tekenen van de contracten, aanhangsels, bestelbons, vastleggingsbulletins en de nodige administratieve stukken voor de uitvoering van de beslissingen van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek;3° het ter beschikking stellen van de dotaties aan de staatsdiensten met afzonderlijk beheer waarvoor de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek bevoegd is en die zijn opgenomen in de overeenstemmende basisallocaties van de organisatie-afdelingen 60 en 61 van de begroting van de Diensten van de Eerste Minister;4° het overmaken van de dotaties aan de Vlaamse en Franse Gemeenschap voor de financiering van het universitair onderwijs dat word verstrekt aan de buitenlandse studenten, die zijn opgenomen in organisatie-afdeling 61, programma 6 van de begroting van de Diensten van de Eerste Minister;5° het ter beschikking stellen aan de federale culturele instellingen vermeld in organisatie-afdeling 61, programma 3 van de begroting van de Diensten van de Eerste Minister van de dotaties opgenomen in de overeenstemmende basisallocaties;6° vastleggen en betalen van de toelagen van alle aard ingeschreven in de organisatie-afdelingen 60 en 61 van de begroting van de Eerste Minister en waarvan het bedrag en de berekeningswijze is vastgelegd bij wet, koninklijk besluit of ministerieel besluit;7° het ondertekenen van de ordonnanties van betalingen en van de ordonnanties van geldvoorschotten;8° het goedkeuren van de uitgaven en rekeningen van de buitengewoon rekenplichtige(n) van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden;9° het goedkeuren van de betalingsstaten betreffende de voor het vervoer van ambtenaren gebruikte reisorders en van de kostenstaten betreffende de zendingen.

Art. 8.De Secretaris-generaal van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden kan een ambtenaar aanwijzen die belast wordt met het ondertekenen in zijn plaats, van het geheel of een gedeelte van de handelingen bedoeld in artikel 7. HOOFDSTUK IV. - Delegaties betreffende de wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek

Art. 9.De Secretaris-generaal wordt aangewezen voor : 1° voor wat betreft het statutair personeel en het contractueel personeel ten laste van de organisatie afdeling 60, programma 3 van de begroting van de Diensten van de Eerste Minister, de handelingen bedoeld in artikel 5, 1°, 2°, 4°, 5°, 6° 7°, 8°, 9°, 10° en 14°;2° het afnemen van de eed van de ambtenaren, met uitzondering van de instellingshoofden.

Art. 10.De Secretaris-generaal van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden kan een ambtenaar van de diensten aanwijzen die belast wordt met het ondertekenen in zijn plaats, van het geheel of een gedeelte van de handelingen bedoeld in artikel 9, 1° en een instellingshoofd voor de handelingen bedoeld in artikel 9, 2° van dit besluit. HOOFDSTUK V. - Andere delegaties

Art. 11.De Secretaris-generaal wordt aangewezen voor : 1° het voor eensluidend verklaren van uittreksels of copiën van besluiten, contracten of archiefstukken;2° het ondertekenen van het "goed voor drukken" aan het Belgisch Staatsblad voor de publicatie van besluiten en uittreksels van besluiten; 3° het verlenen van toestemming voor buitenlandse zendingen die geïmputeerd worden op de basisallocatie 60.23.12.02 van de begroting van de Diensten van de Eerste Minister.

Art. 12.De Secretaris-generaal van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden kan een ambtenaar aanwijzen die belast wordt met het ondertekenen in zijn plaats, van de handelingen bedoeld in artikel 11 van dit besluit. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 13.§ 1. Het ministerieel besluit van 28 juni 1999 houdende delegatie van handtekening aan sommige ambtenaren van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden wordt opgeheven. § 2. Het artikel 6 van het ministerieel besluit van 3 maart 1988 blijft van kracht, totdat het koninklijk besluit van 31 maart 1987 betreffende de groepering van de wetenschappelijke inrichtingen van de Staat, die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden behoren, en hun nadere organisatie als Staatsdiensten met afzonderlijk beheer, wordt opgeheven.

Art. 14.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 12 juli 1999.

Art. 15.Een kopie van dit besluit zal ter informatie aan het Rekenhof gestuurd worden.

Brussel, 23 september 1999.

R. DEMOTTE

^