Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 24 april 2013
gepubliceerd op 15 mei 2013

Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2013024164
pub.
15/05/2013
prom.
24/04/2013
ELI
eli/besluit/2013/04/24/2013024164/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

24 APRIL 2013. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie


De Minister van Volksgezondheid, Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, artikel 35sexies, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 10 december 2009;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/09/2006 pub. 24/10/2006 numac 2006023028 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende de lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de beoefenaars van de verpleegkunde type koninklijk besluit prom. 27/09/2006 pub. 27/09/2007 numac 2007000826 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende de lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de beoefenaars van de verpleegkunde. - Duitse vertaling sluiten houdende de lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de beoefenaars van de verpleegkunde, artikel 2,1.;

Gelet op het advies van de Federale Raad voor Verpleegkunde, gegeven op 18 maart 2010;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 september 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 28 januari 2013;

Gelet op advies nr. 52.672/2 van de Raad van State, gegeven op 23 januari 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder Erkenningscommissie : de Erkenningscommissie voor de beoefenaars van de verpleegkunde, zoals vermeld in artikel 21septiesdecies/1 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, ingevoegd bij de wet van 19 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2008 pub. 31/12/2008 numac 2008022703 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg sluiten. HOOFDSTUK II. - Criteria voor het verkrijgen van de erkenning als verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie

Art. 2.§ 1. Wie erkend wenst te worden om zich op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie te kunnen beroepen : - is houder van het diploma, de graad, het brevet of de titel van gegradueerde verpleger, gegradueerde verpleegster, bachelor in de verpleegkunde, verpleger, verpleegster of houder van het « diploma in de verpleegkunde », en - heeft met vrucht bovenop zijn basisopleiding een bijkomende opleiding in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie gevolgd die beantwoordt aan de vereisten vermeld in artikel 3. § 2. In afwijking van § 1, wordt de erkenning als verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie wordt van rechtswege toegekend aan de drager van het diploma of het brevet van psychiatrische verpleger of verpleegster behaald overeenkomstig het koninklijk besluit van 9 juli 1960 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder het brevet van verpleger of verpleegster wordt toegekend en van de beroepsuitoefening.

Hetzelfde geldt voor de houders van het brevet van psychiatrische verpleger of verpleegster behaald overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 augustus 1957 houdende instelling van het brevet van verpleegassistent en verpleegassistente en vaststelling van de voorwaarden waaronder het wordt toegekend.

Art. 3.§ 1. De in artikel 2, § 1, bedoelde bijkomende opleiding omvat een theoretische vorming van minstens 150 effectieve uren, gelijkwaardig aan 10 ECTS studiepunten, in de drie volgende domeinen : 1° Verpleegkundige wetenschappen : - Verpleegkundige zorg in de geestelijke gezondheidszorg en de psychiatrie : methoden, modellen, therapeutische stromingen...; - Verpleegkundige deontologie en ethiek; - Beginselen van communicatie, hulpverlening en opleiding in gesprekstechnieken (zelfkennis,...); - Therapeutische benaderingen individueel en in groep; - Therapeutische technieken eigen aan psychiatrische zorg; - Beginselen en methoden van gezondheidsopvoeding in geestelijke gezondheidszorg (psycho-educatie); - Op de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie toegepast onderzoek en zijn gebruik (Evidence Based Nursing). 2° Biomedische wetenschappen : - Psychopathologie van het kind, de adolescent, de volwassene en de oudere; - Psychiatrische spoedgevallen en crisis psychiatrie; - Psychofarmacologie en farmacologie; - Neuropsychiatrie 3° Sociale en menswetenschappen : - Filosofie; - Psychologie en psychotherapieën; - Beleid en organisatie van de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie; - Recht en wetgeving in de sector van de geestelijke gezondheidszorg en van de psychiatrie. § 2. Deze theoretische opleiding moet de in § 1 vermeld 3 domeinen omvatten maar niet elk van de vermelde onderwerpen; zij kan georiënteerd zijn naar gespecialiseerde domeinen en/of doelgroepen.

Ten minste 50 procent van deze opleiding moet bestaan uit verpleegkundige wetenschappen. HOOFDSTUK III. - Voorwaarden om de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie te behouden

Art. 4.De bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie wordt toegekend voor onbepaalde duur, maar het behoud ervan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden onderworpen : 1° De verpleegkundige volgt een permanente vorming met betrekking tot geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie teneinde de verpleegkundige zorg te kunnen verstrekken overeenkomstig de huidige evolutie van de verpleegkundige wetenschap en aldus zijn kennis en bekwaamheid te onderhouden en te ontwikkelen in de drie domeinen bedoeld in artikel 3, § 1. Deze permanente vorming moet minstens 60 effectieve uren per periode van vier volledige kalenderjaren omvatten die op de eerste januari van het jaar volgende het jaar van toekenning van de erkenning begint. 2° De verpleegkundige heeft gedurende de afgelopen vier jaar minimum 1 500 effectieve uren zijn functie uitgeoefend bij patiënten in een interne of externe psychiatrische dienst of in een dienst specifiek gewijd aan psychotherapeutische zorg.3° De verpleegkundige die een vorming volgde zoals omschreven in artikel 3, § 2, dat wil zeggen zuiver georiënteerd naar een gespecialiseerd domein en/of doelgroep, moet hierbinnen zijn functie uitoefenen, om de desbetreffende bijzondere beroepsbekwaamheid te kunnen behouden.

Art. 5.De documenten die aantonen dat de permanente vorming is gevolgd en dat de verpleegkunde is uitgeoefend in een interne of externe psychiatrische dienst of in een dienst specifiek gewijd aan psychotherapeutische zorg worden door de houder van de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie gedurende zes jaar bewaard. Deze elementen kunnen te allen tijde worden meegedeeld op verzoek van de Erkenningscommissie of van de persoon die met de controle van het dossier van de betrokken verpleegkundige is belast. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden om de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie opnieuw te verkrijgen

Art. 6.Om de bijzondere beroepsbekwaamheid opnieuw te verkrijgen, moet twintig procent bijkomende uren gevolgd worden bovenop de door de Minister opgelegde uren permanente vorming voor het behoud van de bijzondere beroepsbekwaamheid. HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen

Art. 7.In afwijking van artikel 2, kan de houder van het diploma, de graad, het brevet of de titel van gegradueerde verpleger, gegradueerde verpleegster, bachelor in de verpleegkunde, verpleger, verpleegster of de houder van het diploma in de verpleegkunde erkend worden om zich op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie te beroepen, op voorwaarde dat hij beantwoordt aan volgende cumulatieve voorwaarden : - op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit besluit, oefent hij zijn functie sinds minstens twee jaar voltijds equivalent uit bij patiënten in een interne of externe psychiatrische dienst of in een dienst specifiek gewijd aan psychotherapeutische zorg, en - hij levert het bewijs dat hij met vrucht, bovenop zijn basisopleiding van verpleegkundige, een gespecialiseerde theoretische opleiding in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie heeft gevolgd van minstens vijftig effectieve uur en dit in de domeinen die in artikel 3, § 1 worden gespecificeerd, in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de datum van de erkenningsaanvraag, en - hij dient zijn schriftelijke aanvraag in bij de Minister die voor Volksgezondheid bevoegd is, om van de overgangsmaatregelen te genieten en erkend te worden, ten laatste drie jaar na de datum van het in werking treden van dit besluit. HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding

Art. 8.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vijfde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 24 april 2013.

Mevr. L. ONKELINX

^