Ministerieel Besluit van 24 juli 2018
gepubliceerd op 16 augustus 2018
Justitie digitaliseren: Call to Contribution

Ministerieel besluit houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2018031631
pub.
16/08/2018
prom.
24/07/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018031631

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN


24 JULI 2018. - Ministerieel besluit houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie


De Minister van Binnenlandse Zaken, Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel 121, vervangen bij de wet van 26 april 2002;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten ("RPPol"), artikel IV.II.42, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 september 2015;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 juli 2018 betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie en tot vaststelling van de inwerkingtreding van de artikelen 1, 9 tot 13, 15 tot 24, 33 tot 38 en 41 tot 49 van de wet van 12 november 2017 betreffende de beveiligingsassistenten en -agenten van politie en tot wijziging van sommige bepalingen met betrekking tot de politie, de artikelen 3, tweede lid, 9, § 2, eerste en tweede lid, en 18;

Gelet op het advies van de Inspecteur-generaal van Financiën, gegeven op 16 januari 2018;

Gelet op het advies van de Raad van burgemeesters, gegeven op 14 februari 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 1 maart 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister belast met Ambtenarenzaken, d.d. 9 maart 2018;

Gelet op het protocol van onderhandeling nr. 421/7 van het onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 13 maart 2018;

Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 30 april 2018 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° "eerste evaluator": het onderwijzend of omkaderingspersoneel van de politieschool, aangewezen door de directeur van de politieschool of door de door hem aangewezen persoon, verantwoordelijk voor de eindevaluatie van het professioneel functioneren van de aspirant;2° "tweede evaluator": de directeur van de politieschool of het door hem aangewezen personeelslid bekleed met een hogere graad dan de eerste evaluator of, bij ontstentenis, met dezelfde graad maar een hogere graadanciënniteit;3° "examinator": de verantwoordelijke voor de verbetering van een examenonderdeel van een opleidingsmodule aangewezen door de directeur van de politieschool of door de door hem aangewezen persoon.Deze examinator kan de modulecoördinator zijn; 4° "basisopleiding": de basisopleiding van het kader van beveiligings-agenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie.

Art. 2.Dit algemeen onderwijs- en examenreglement is van toepassing op alle opleidingsactiviteiten van de door de politieschool aan de aspiranten-beveiligingsagent van politie en aan de aspiranten-beveiligingsassistent van politie verstrekte basisopleiding. HOOFDSTUK 2. - Algemeenheden en schoolreglement

Art. 3.Aanvullend op en met naleving van dit onderwijs- en examenreglement stelt de politieschool een schoolreglement op, waarin minstens volgende aspecten aan bod komen: - missie en visie van de school (pedagogisch project); - schoolorganisatie; - gedragscode; - regels met betrekking tot de aan- en afwezigheden tijdens de opleidingsactiviteiten; - procedure bij het verhinderd of te laat zijn bij de deelname aan een examen; - procedure in het raam van de aanvraag van een uitstel van de opleiding; - nadere regels inzake de beoordeling van het professioneel functioneren; - procedure voor het aanvragen van verlof; - regels met betrekking tot het correct dragen van het uniform; - regels met betrekking tot de wapenbeveiliging.

Het schoolreglement wordt, bij aanvang van de opleiding, door de aspirant getekend voor kennisname.

Dit ondertekend reglement wordt opgenomen in het schooldossier van de aspirant. HOOFDSTUK 3. - Onderwijsreglement Afdeling 1. - De modulefiche

Art. 4.§ 1. Voor elke module binnen de basisopleiding stelt de politieschool een modulefiche op. § 2. In de modulefiche worden de competenties, de doelstellingen, de lesuren en de werkplekleeropdrachten aangevuld met, ten minste, onderstaande elementen: 1° de door de politieschool bepaalde leerinhouden;2° de modulecoördinator en het onderwijzend personeel van de module;3° de werkvormen verbonden aan de module;4° het aantal uren werkplekleren;5° de evaluatiemomenten;6° de evaluatiemodaliteiten;7° het studiemateriaal. § 3. De modulefiche kan te allen tijde geconsulteerd worden door de aspirant. Afdeling 2. - Opleidingsdossier en schooldossier

Art. 5.Elke campus van de politieschool belast met de basisopleiding houdt voor iedere opleidingscyclus een opleidingsdossier bij. Dit dossier bestaat uit de volgende mappen: 1° map I: per map, een inventaris die het Romeins cijfer bevat van de map waarop hij betrekking heeft;2° map II: het programma, de modulefiches en de uurroosters van de opleidingsactiviteiten;3° map III: de naamlijst van het onderwijzend personeel en de leerstof;4° map IV: de naamlijst van de aspiranten en de door hen behaalde eindresultaten;5° map V: de naamlijst van de effectieve leden van de evaluatiecommissie, de jury en hun plaatsvervangers;6° map VI: alle documenten met betrekking tot de beoordeling van de modules en het professioneel functioneren;7° map VII: met betrekking tot het werkplekleren, de functioneringsfiche;8° map VIII: een afschrift van het verslag van de examens en van het gemotiveerd advies van de jury;9° map IX: elk ander nuttig document. Alle stukken worden in chronologische volgorde genummerd, overeenkomstig artikel II.8, tweede en derde lid, UBPol.

Art. 6.§ 1. Elke campus van de politieschool belast met de basisopleiding houdt voor iedere aspirant een schooldossier bij. Dit dossier bestaat uit de volgende mappen: 1° map I: per map, een inventaris die het Romeins cijfer bevat van de map waarop hij betrekking heeft;2° map II: de individuele en nuttige gegevens betreffende de aspirant;3° map III: alle documenten met betrekking tot de beoordeling van het professioneel functioneren;4° map IV: alle documenten met betrekking tot de beoordeling van de modules;5° map V: het blad der tuchtstraffen;6° map VI: de educatieve opvolgingsrapporten;7° map VII: alle documenten met betrekking tot het slagen van de aspirant;8° map VIII: elk ander nuttig document. Alle stukken worden in chronologische volgorde genummerd, overeenkomstig artikel II.8, tweede en derde lid, UBPol. § 2. Op verzoek kan de aspirant te allen tijde inzage krijgen in zijn schooldossier.

Ter voorbereiding van een verweerschrift bij de beoordeling van het professioneel functioneren of bij een voorstel tot definitieve afwijzing, kan de aspirant op schriftelijk verzoek een kopie verkrijgen van zijn schooldossier.

Art. 7.De directeur-generaal kan voor alle nuttige doeleinden het opleidingsdossier en het schooldossier opvragen. Afdeling 3. - Begeleiding en werkplekleren

Art. 8.De aspirant is gedurende de opleidingscyclus, zowel in de politieschool als tijdens het werkplekleren, zelf verantwoordelijk voor het behalen van de doelstellingen die zijn vastgesteld voor de opleiding. Hij wordt hierbij begeleid en ondersteund door het onderwijzend en omkaderingspersoneel.

Art. 9.Voor elke werkplekleeropdracht geeft de begeleider van de werkplek feedback aan de hand van een functioneringsfiche waarvan het model is bepaald in bijlage 3 bij dit besluit. Deze fiche wordt ondertekend door de begeleider en de aspirant en wordt toegevoegd in map III van het schooldossier.

Het werkplekleren wordt georganiseerd volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal. Afdeling 4. - Opleidingsinformatie en -administratie

Onderafdeling 1. - Aanwezigheden en afwezigheden

Art. 10.Elke afwezigheid dient gerechtvaardigd te zijn en aan de politieschool gemeld te worden voor de aanvang van de opleidingsactiviteiten waarop de aspirant afwezig zal zijn. Het schoolreglement bepaalt de nadere regels hieromtrent.

Art. 11.De aspirant die niet aan minimaal 80% van de voorziene opleidingsactiviteiten heeft deelgenomen, moet de gemiste opleidingsactiviteiten inhalen volgens de geïndividualiseerde nadere regels vastgesteld door de directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon en dit aan de hand van een educatief opvolgingsrapport.

Onderafdeling 2. - Uitstel

Art. 12.§ 1. De aspirant heeft om gezondheidsredenen of omwille van een arbeidsongeval ambtshalve recht op uitstel van het geheel of een gedeelte van de basisopleiding voor de in het medisch attest bepaalde duur. § 2. De aspirant kan wegens zwangerschap of omwille van ernstige of uitzonderlijke omstandigheden uitstel verzoeken voor het geheel of een gedeelte van de basisopleiding.

De aspirant richt hiertoe een gemotiveerd schriftelijk verzoek aan de directeur van de politieschool of aan de door hem aangewezen persoon.

De directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon beslist over de toekenning van een uitstel en bepaalt de duur ervan.

Hij brengt zijn gemotiveerde beslissing binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag ter kennis van de aspirant en van de directeur-generaal.

Wanneer de aspirant niet akkoord gaat met de in het derde lid bedoelde beslissing, kan hij binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de beslissing een verweerschrift indienen bij de directeur-generaal, die beslist op basis van stukken. § 3. Indien de aspirant recht heeft op uitstel of uitstel verzoekt voor één of meerdere beoordelingsmomenten dient hij dit, schriftelijk, aan te geven of te vragen vóór de betrokken beoordeling plaatsvindt.

Onderafdeling 3. - Dragen van het uniform

Art. 13.Elke aspirant draagt zijn uniform tijdens de opleidingsactiviteiten of tijdens de eventuele activiteiten in een politiedienst, en dit op de wijze zoals aangegeven in het schoolreglement. Hij mag dit niet dragen op de weg van en naar opleidingsactiviteiten of van en naar activiteiten in een politiedienst, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon of, naar gelang van het geval, de verantwoordelijke van de betrokken politiedienst.

Onderafdeling 4. - Verzaking

Art. 14.De aspirant kan op elk ogenblik beslissen om de basisopleiding niet meer verder te zetten. Hiertoe richt hij een verklaring tot verzaking aan de directeur-generaal en verwittigt hij de directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon hiervan. Die verzaking is onvoorwaardelijk en onherroepelijk.

Die verzaking wordt gelijkgesteld met niet slagen in de zin van artikel 13, 2°, van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten.

De aspirant die verzaakt aan de basisopleiding, levert op het moment van de verklaring bedoeld in het eerste lid of ten laatste 2 werkdagen nadien zijn legitimatiekaart, zijn uitrusting en het schoolmateriaal in zijn bezit in. HOOFDSTUK 4. - Examenreglement Afdeling 1. - Verloop van de examens

Art. 15.De aspirant dient het examen af te leggen binnen de door de politieschool toegemeten tijd en zich te schikken naar de instructies van het onderwijzend en omkaderingspersoneel.

De aspirant houdt zich strikt aan de vastgestelde uurregeling en plaats van het examen.

De aspirant die wegens gezondheidsredenen of omwille van ernstige of uitzonderlijke omstandigheden of door overmacht verhinderd is om deel te nemen aan een gepland examen, meldt dit zo snel mogelijk aan de school, volgens de richtlijnen bepaald in het schoolreglement.

In dat geval wordt het examen op een latere datum georganiseerd volgens de nadere regels vastgesteld door de directeur van de politieschool of door de door hem aangewezen persoon.

Indien de aspirant zonder gegronde reden op een examen afwezig is, behaalt hij het cijfer nul voor de betrokken module.

Art. 16.De organisatie en de beoordeling van de examens worden uitgevoerd door de voor de betrokken module aangewezen examinatoren.

Bij de verbetering en de beoordeling van de examens kunnen zij worden bijgestaan door het onderwijzend en omkaderingspersoneel.

Bij het afnemen van een schriftelijk examen kan, al dan niet in de plaats van de examinator, ook een toezichthouder worden aangewezen.

Art. 17.De aspirant die in eerste zittijd niet slaagt op één of meerdere modules en/of de geïntegreerde proef, kan automatisch deelnemen aan de tweede zittijd voor de examens en/of onderdelen van de geïntegreerde proef waarvoor hij niet slaagde. Afdeling 2. - Onregelmatigheden

Art. 18.Indien een lid van het onderwijzend of omkaderingspersoneel vaststelt dat de aspirant tijdens het afleggen van de examens een onregelmatigheid begaan heeft, dient hij dit onverwijld en schriftelijk te melden aan de directeur van de politieschool of aan de door hem aangewezen persoon.

Wordt beschouwd als onregelmatigheid elk gedrag van een aspirant in het raam van een examen waardoor hij het vormen van een juist oordeel omtrent de kennis, het inzicht en/of de vaardigheden van zichzelf, of van andere aspiranten geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt of poogt te maken.

Art. 19.In geval van een vastgestelde onregelmatigheid krijgt de aspirant het cijfer nul voor het betrokken examen.

De aspirant dient, na de vaststelling van de onregelmatigheid, onmiddellijk zijn documenten van het examen in.

De in het eerste lid bedoelde beslissing heeft geen invloed op de evaluatie van de andere modules.

Art. 20.In alle gevallen wordt de vaststelling van de onregelmatigheid opgenomen in de beoordeling van het professioneel functioneren van de betrokken aspirant. Afdeling 3. - Inzage en feedback

Art. 21.Na elke examenzittijd heeft de aspirant recht op inzage van zijn verbeterde examenkopijen.

Art. 22.De aspirant die dit wenst, kan, met het oog op pedagogische begeleiding, een gesprek vragen om feedback te krijgen over alle examenresultaten. Daartoe richt hij een schriftelijke aanvraag aan de directeur van de politieschool of aan de door hem aangewezen persoon.

Wanneer de aspirant feedback krijgt, wordt hiervan een schriftelijk verslag opgemaakt. Dit verslag wordt ondertekend door de aspirant en opgenomen in het schooldossier.

Tijdens de feedback wordt aan de aspirant uitleg gegeven betreffende het examenresultaat. Er worden aan hem aanwijzingen verstrekt om zijn studieprestaties te bevorderen, te verbeteren of bij te sturen, met het oog op een nieuwe deelname aan examens of een heroriëntering. De studievoortgang en/of de studieaanpak worden ook besproken.

Art. 23.Dit recht op inzage en de eventuele feedback dienen plaats te vinden binnen de hiervoor voorziene periodes. Die periodes worden bepaald door elke campus van de politieschool. De inzage en feedback dienen plaats te vinden ten laatste vijf werkdagen voor de volgende zittijd van de respectieve examens. HOOFDSTUK 5. - Het slagen Afdeling 1. - Modulecijfer of competentiecijfer en cijfer

geintegreerde proef

Art. 24.Het modulecijfer of competentiecijfer en het cijfer voor de geïntegreerde proef worden uitgedrukt onder de vorm van een geheel getal van 0 tot en met 20. Het berekende cijfer wordt afgerond naar het onderliggend cijfer voor de decimalen kleiner dan 0,50 en naar boven voor de decimalen groter dan of gelijk aan 0,50. Afdeling 2. - Professioneel functioneren

Art. 25.De directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon licht bij de aanvang van de basisopleiding de aspirant in over de nadere regels inzake de beoordeling van het professioneel functioneren.

Art. 26.De eindevaluatie van het professioneel functioneren van de aspirant gebeurt door de eerste evaluator.

Het onderwijzend en omkaderingspersoneel verleent zijn medewerking aan het opstellen van de beoordeling van het professioneel functioneren van de aspirant.

Art. 27.De eindevaluatie van het professioneel functioneren vindt plaats aan de hand van één of meerdere functioneringsgesprekken tijdens de basisopleiding en op basis van de functioneringsfiches met betrekking tot het werkplekleren.

Voorafgaand aan de eindevaluatie van het professioneel functioneren voert de eerste evaluator ten minste één functioneringsgesprek met de aspirant. Het verslag van dit functioneringsgesprek wordt opgenomen in een functioneringsfiche waarvan het model is bepaald in bijlage 3 bij dit besluit. Een kopie van die functioneringsfiche wordt, na het gesprek, ter kennis gebracht van de aspirant.

De eerste evaluator beoordeelt het professioneel functioneren van de aspirant na een evaluatiegesprek waarvan het verslag wordt opgenomen in een evaluatiefiche waarvan het model is bepaald in bijlage 4 bij dit besluit. Een kopie van die evaluatiefiche wordt, onmiddellijk na het gesprek, ter kennis gebracht van de aspirant.

De in bijlage 7 bij dit besluit bepaalde evaluatie-indicatoren die negatief beoordeeld worden, moeten uitdrukkelijk worden gemotiveerd in de evaluatiefiche.

Art. 28.Wanneer de aspirant akkoord gaat met de inhoud van de evaluatiefiche, tekent hij de fiche en wordt de evaluatiefiche geklasseerd in het schooldossier.

Wanneer de aspirant niet akkoord gaat met de inhoud van de evaluatiefiche, bezorgt hij binnen de vijf werkdagen na de in artikel 27, derde lid, bedoelde kennisgeving zijn verweerschrift met opmerkingen aan de eerste evaluator.

Treedt de eerste evaluator alle opmerkingen in het verweerschrift bij, dan past hij de evaluatiefiche overeenkomstig aan binnen de drie werkdagen na het bezorgen van het verweerschrift en klasseert hij de evaluatiefiche in het schooldossier.

Treedt de eerste evaluator de opmerkingen in het verweerschrift niet bij, dan brengt hij de evaluatiefiche evenals zijn antwoord op het verweerschrift binnen de drie werkdagen na het bezorgen van het verweerschrift ter kennis van de aspirant. De aspirant kan binnen de drie werkdagen na die kennisgeving een repliek op dit antwoord bezorgen aan de eerste evaluator. Die repliek wordt aan het evaluatiedossier toegevoegd.

Na afloop van de in het vierde lid bedoelde termijn, bezorgt de eerste evaluator onverwijld het evaluatiedossier, bestaande uit de evaluatiefiche, verweerschriften en replieken, aan de tweede evaluator die beslist op grond van het door de eerste evaluator aangevulde evaluatiedossier.

De in het vijfde lid bedoelde beslissing kan hetzij een bevestiging, hetzij een wijziging zijn van de evaluatiefiche van de eerste evaluator. In geval van wijziging vermeldt de tweede evaluator zijn motivering op de evaluatiefiche. Die beslissing houdt een eindevaluatie in en wordt binnen de drie werkdagen ter kennis gebracht van de aspirant. De evaluatiefiche wordt vervolgens geklasseerd in het schooldossier. Afdeling 3. - Mededeling van de resultaten

Art. 29.Na de eerste en tweede zittijd, worden aan elke aspirant, in voorkomend geval na deliberatie van de jury, persoonlijk zijn punten meegedeeld door middel van een individueel rapport waarvan het model is vastgelegd in bijlage 6 bij dit besluit. HOOFDSTUK 6. - Educatief opvolgingsrapport Afdeling 1. - Algemeenheden

Art. 30.Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de tucht en de ordemaatregelen die van toepassing zijn op de personeelsleden van de politiediensten, wordt er een specifiek stelsel van educatieve schoolmaatregelen ingesteld. Dit is van toepassing op de aspiranten in de basisopleiding.

De educatieve schoolmaatregel kan geen aanleiding geven tot de toekenning van een cijfer dat het studieresultaat beïnvloedt.

Art. 31.De educatieve schoolmaatregelen die de directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon kan opleggen ten aanzien van een aspirant zijn de volgende: 1° een bijkomende schriftelijke opleidingsactiviteit;2° een bijkomende praktische opleidingsactiviteit;3° een bijzondere taak in verband met de vastgestelde tekortkoming;4° één of meerdere uren verplichte inhaalcursussen, tijdens de gewone cursusdagen, tussen 7 uur en 20 uur, met een maximum van 5 uur per week;5° de tijdelijke uitsluiting van de betrokken aspirant van één of meerdere opleidingsactiviteiten, voor een maximum van 5 opeenvolgende werkdagen, om gedurende die periode in de politieschool of in een dienst van de federale politie een schriftelijke en/of praktische opleidingsactiviteit en/of een bijzondere taak in verband met de vastgestelde tekortkoming te verrichten;6° de tijdelijke uitsluiting van de betrokken aspirant van het geheel van de opleidingsactiviteiten of van de politieschool, voor een maximum van 5 opeenvolgende werkdagen, om gedurende die periode in de politieschool of in een dienst van de federale politie een schriftelijke en/of praktische opleidingsactiviteit en/of een bijzondere taak in verband met de vastgestelde tekortkoming te verrichten. Na afloop van de uitsluiting bedoeld in het eerste lid, 5° en 6°, is de aspirant verantwoordelijk voor het inhalen van de cursussen. Afdeling 2. - De procedures

Onderafdeling 1. - Algemeenheden

Art. 32.Alle documenten met betrekking tot de procedures bedoeld in deze afdeling worden geklasseerd in het schooldossier van de betrokken aspirant en kunnen in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van het professioneel functioneren van de aspirant.

Iedere vaststelling of klacht met betrekking tot het gedrag van een aspirant maakt het voorwerp uit van een educatief opvolgingsrapport opgesteld door een lid van het onderwijzend of omkaderingspersoneel, waarvan het model is bepaald in bijlage 5 bij dit besluit.

Dit rapport vat de feiten beknopt samen en wordt neergelegd bij de directeur van de politieschool of bij de door hem aangewezen persoon.

Dit rapport bevat, in voorkomend geval, een vermelding van de eventueel reeds genomen maatregelen alsook elk voorstel van te nemen maatregelen.

De directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon, neemt binnen de vijf werkdagen na de neerlegging van het rapport bedoeld in het derde lid een beslissing. Hij brengt die beslissing ter kennis van de aspirant.

De beslissing van de directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon, kan één van de volgende zijn: 1° de klassering zonder gevolg in het schooldossier;2° het nemen van één of meerdere educatieve schoolmaatregelen, bedoeld in artikel 31, eerste lid;3° het voorstel tot definitieve afwijzing;4° het informatieverslag aan de tuchtoverheid om eventueel een tuchtprocedure op te starten. Het educatief opvolgingsrapport wordt, alvorens dat met zijn eventuele opmerkingen in zijn schooldossier wordt geklasseerd, door de aspirant getekend voor kennisname.

Onderafdeling 2. - De tijdelijke uitsluiting

Art. 33.Wanneer de directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon overweegt één van de maatregelen bedoeld in artikel 31, eerste lid, 5° en 6°, te nemen, moet hij de aspirant voorafgaandelijk horen. HOOFDSTUK 7. - Het voorstel tot definitieve afwijzing Afdeling 1. - Het voorstel tot definitieve afwijzing tijdens de

opleiding

Art. 34.Het voorstel tot definitieve afwijzing van een aspirant wordt door de directeur van de politieschool of door de door hem aangewezen persoon ter kennis gebracht van de betrokken aspirant.

Dit voorstel wordt vergezeld van het schooldossier van de aspirant.

Art. 35.Binnen de zeven werkdagen die de kennisgeving bedoeld in artikel 34, eerste lid, volgen, kan de aspirant een verweerschrift bezorgen aan de directeur van de politieschool of aan de door hem aangewezen persoon.

In dit geval, formuleert de directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon binnen de vijf werkdagen na het bezorgen van het verweerschrift een gemotiveerde repliek op dit verweerschrift en brengt deze ter kennis van de aspirant. De aspirant kan op deze repliek geen verweerschrift meer indienen tenzij de directeur of de door hem aangewezen persoon in zijn repliek nieuwe elementen toevoegt.

In dat geval beschikt de aspirant over een termijn van 7 werkdagen na de kennisgeving van die repliek om een bijkomend verweerschrift in te dienen.

De directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon kan hierop, binnen de vijf werkdagen na het indienen van het bijkomende verweerschrift, een bijkomende repliek formuleren die hij ter kennis brengt van de aspirant.

Zowel het(de) verweerschrift(en) als de repliek(en) worden toegevoegd aan het schooldossier van de aspirant.

Art. 36.De directeur van de politieschool of de door hem aangewezen persoon maakt het volledige schooldossier over aan de directeur-generaal.

Art. 37.De directeur-generaal beslist, in principe, op stukken.

Hij kan zich, door de betrokkenen, alle bijkomende informatie laten bezorgen en/of de betrokkenen oproepen.

De aspirant kan schriftelijk vragen om voorafgaandelijk door de directeur-generaal of zijn vertegenwoordiger gehoord te worden. Afdeling 2. - Het voorstel tot definitieve afwijzing op het einde van

de opleiding

Art. 38.De procedure voorzien in de artikelen 34 tot en met 37 is van overeenkomstige toepassing in geval van voorstel tot definitieve afwijzing op het einde van de opleiding, met dien verstande dat de directeur van de politieschool wordt vervangen door de jury voor wat betreft artikel 34 en door de voorzitter van de jury voor wat betreft de artikelen 35 en 36. HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het ministerieel besluit van 24 oktober 2002Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 24/10/2002 pub. 10/12/2002 numac 2002000735 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Ministerieel besluit houdende het algemeen studiereglement betreffende de basisopleidingen van de personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten sluiten houdende het algemeen studiereglement betreffende de basisopleidingen van de personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten

Art. 39.Artikel 2 van het ministerieel besluit van 24 oktober 2002Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 24/10/2002 pub. 10/12/2002 numac 2002000735 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Ministerieel besluit houdende het algemeen studiereglement betreffende de basisopleidingen van de personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten sluiten houdende het algemeen studiereglement betreffende de basisopleidingen van de personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 24 september 2015, wordt aangevuld met de woorden "en de basisopleiding verstrekt aan het kader van beveiligingsagenten van politie en aan het kader van beveiligingsassistenten van politie". HOOFDSTUK 9. - Slotbepaling

Art. 40.Worden geïnventariseerd in de volgende bijlagen bij dit besluit: 1° het competentieprofiel van de aspirant, in de bijlage 1;2° het opleidingsplan van de basisopleiding, in de bijlage 2;3° de functioneringsfiche, in de bijlage 3;4° de evaluatiefiche professioneel functioneren, in de bijlage 4;5° het educatief opvolgingsrapport, in de bijlage 5;6° het individueel rapport, in de bijlage 6;7° de evaluatie-indicatoren, in de bijlage 7. Brussel, 24 juli 2018.

J. JAMBON

Bijlage 1 bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie De Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

Bijlage 4 bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

Bijlage 5 bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

Bijlage 6 bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

Bijlage 7 bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 24 juli 2018 houdende het algemeen onderwijs- en examenreglement betreffende de basisopleiding van de personeelsleden van het kader van beveiligingsagenten van politie en van het kader van beveiligingsassistenten van politie.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON


begin


Publicatie : 2018-08-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^