Ministerieel Besluit van 25 mei 2018
gepubliceerd op 19 juni 2018
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit betreffende de aanwijzing van de ambtenaar zoals bedoeld in artikel 262 van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2018012464
pub.
19/06/2018
prom.
25/05/2018
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2018012464

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN


25 MEI 2018. - Ministerieel besluit betreffende de aanwijzing van de ambtenaar zoals bedoeld in artikel 262 van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid


De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, Gelet op de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, artikel 262;

Gelet op advies 63.135/2 van de Raad van State, gegeven op 27 maart 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, vervangen bij de wet van 2 april 2003;

Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° De wet: de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en de bijzondere veiligheid;2° De Minister: De Minister die Binnenlandse Zaken onder zijn bevoegdheden heeft.

Art. 2.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A3 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, zoals bedoeld in artikel 16 van de wet, inzake de toekenning van eerste vergunningen.

Art. 3.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A3 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, zoals bedoeld in de artikelen 16 en 22 van de wet, inzake de vernieuwingen van vergunningen of wijzigingen van vergunningen.

Art. 4.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A1 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, zoals bedoeld in artikel 93 van de wet, inzake de toekenning van wapendrachtvergunningen.

Art. 5.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A2 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, zoals bedoeld in artikel 93 van de wet, inzake de toekenning van wapenbezitsvergunningen.

Art. 6.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A1 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, zoals bedoeld in artikel 76 van de wet, inzake de toekenning van identificatiekaarten.

Art. 7.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A2 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, bedoeld in artikel 76 van de wet, inzake de weigering van de toekenning van identificatiekaarten, behalve in de gevallen waarin de weigering gevolg geeft aan de vaststelling van een gevaar voor de in- of uitwendige veiligheid van de Staat of voor de openbare orde in de zin van artikel 61, 3°, van de wet of aan de vaststelling van de niet-naleving van de veiligheidsvoorwaarden bedoeld in artikel 61, 6°, van de wet.

Art. 8.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A2 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, bedoeld in de artikelen 85 en 86 van de wet, inzake de intrekking van identificatiekaarten, behalve in de gevallen waarin de intrekking gevolg geeft aan de vaststelling van de niet-naleving van de veiligheidsvoorwaarden bedoeld in artikel 61, 6°, van de wet, de niet-naleving van de bepalingen van de wet of de uitvoering van een opdracht die niet verenigbaar is met de openbare orde of de veiligheid van de Staat.

Art. 9.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A3 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, zoals bedoeld in de artikelen 148 en 151 van de wet, inzake de toekenning van eerste erkenningen met betrekking tot opleidingen en inzake de toekenning van eerste erkenningen aan centra die de examens of psychotechnische onderzoeken afnemen.

Art. 10.De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, de personeelsleden van ten minste klasse A4 behorend tot de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en de personeelsleden van ten minste klasse A3 behorend tot de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie worden aangewezen voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister, zoals bedoeld in de artikelen 148 en 151 van de wet, inzake de vernieuwing of de wijziging van erkenningen met betrekking tot opleidingen en inzake de vernieuwing of wijziging van erkenningen van centra die de examens en psychotechnische onderzoeken afnemen.

Brussel, 25 mei 2018.

De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON


begin


Publicatie : 2018-06-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^