Ministerieel Besluit van 27 augustus 2015
gepubliceerd op 01 oktober 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 27 augustus 2015 tot vastlegging van de regels betreffende de randvoorwaarden inzake landbouw, tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 13 juni 2014 tot vastste

bron
waalse overheidsdienst
numac
2015027189
pub.
01/10/2015
prom.
27/08/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015027189

WAALSE OVERHEIDSDIENST


27 AUGUSTUS 2015. - Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 27 augustus 2015 tot vastlegging van de regels betreffende de randvoorwaarden inzake landbouw, tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 13 juni 2014 tot vaststelling van de eisen en normen van de randvoorwaarden inzake landbouw en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers


De Minister van Landbouw, Natuur, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme en Sportinfrastructuren, afgevaardigde voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio, Gelet op verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad;

Gelet op de gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden;

Gelet op de uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden;

Gelet op het Waals landbouwwetboek, artikelen D.4, D.242, D.250, D.251 en D.263;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 27 augustus 2014 tot vastlegging van de regels betreffende de randvoorwaarden inzake landbouw, tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 13 juni 2014 tot vaststelling van de eisen en normen van de randvoorwaarden inzake landbouw en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers, artikelen 10, § 1, tweede lid, 14, § 1, tweede lid, 20, derde lid, 42, § 2, 43, § 1, vierde lid, en § 2;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 maart 2015;

Gelet op het overleg gepleegd op 19 maart 2015 tussen de Gewestregeringen en de Federale overheid en goedgekeurd op 17 april 2015;

Gelet op het rapport van 12 januari 2015, opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;

Gelet op het advies nr. 57.741/2/V van de Raad van State, gegeven op 5 augustus 2015, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving

Artikel 1.In de zin van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « besluit » : het besluit van de Waalse Regering van 27 augustus 2014 tot vastlegging van de regels betreffende de randvoorwaarden inzake landbouw, tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 13 juni 2014 tot vaststelling van de eisen en normen van de randvoorwaarden inzake landbouw en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;2° « verordening (EU) nr.640/2014 » : de gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden; 3° « weg » : verbindingsweg over land bestemd voor openbaar verkeer, ongeacht de eigenschap van de aardebaan, met inbegrip van de aanhorigheden ervan die nodig zijn voor de instandhouding ervan, incluis de gemeentewegen in de zin van artikel 2, 1°, van het decreet van 6 februari 2014 betreffende de gemeentewegen. HOOFDSTUK II. - Bescherming van de grondwateren en minimaal grondbeheer

Art. 2.De stoffen bedoeld in artikel 10, § 1, tweede lid, van het besluit zijn de volgende : 1° a) organische halogeenverbindingen en stoffen waaruit in water dergelijke verbindingen kunnen ontstaan;b) organische fosforverbindingen;c) organische tinverbindingen;d) stoffen die in of via het water een kankerverwekkende mutagene of teratogene werking hebben;e) kwik en kwikverbindingen;f) cadmium en cadmiumverbindingen;g) minerale oliën en koolwaterstoffen;h) cyaniden;2° a) de volgende metalloïden en metalen alsmede verbindingen daarvan : 1.zink; 2. koper;3. nikkel;4. chroom;5. lood;6. seleen;7. arseen;8. antimoon;9. molybdeen;10. titaan;11. tin;12. barium;13. beryllium;14. boor;15. uranium;16. vanadium;17. kobalt;18. thallium;19. tellurium;20. zilver;b) de biociden en derivaten daarvan zoals omschreven in artikel 3, § 1, a), van de Europese verordening (EU) nr.528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden die niet onder punt 1° opgenomen zijn; c) stoffen met een schadelijke werking op de smaak en/of geur van het grondwater alsmede verbindingen waaruit dergelijke stoffen in het water kunnen ontstaan en die het water ongeschikt voor menselijke consumptie kunnen maken;d) organische siliciumverbindingen die toxisch of persistent zijn en stoffen waaruit dergelijke verbindingen kunnen ontstaan, met uitzondering van die welke biologisch onschadelijk zijn of die in water snel worden omgezet in onschadelijke stoffen;e) anorganische fosforverbindingen en elementair fosfor;f) fluoriden;g) ammoniak en nitrieten.

Art. 3.Overeenkomstig artikel 14, § 1, tweede lid, van het besluit zijn de hakvruchten of daarmee gelijkgestelde gewassen : 1° silo- of korrelmaïs;2° suiker- of voederbieten;3° voederwortelen;4° aardappelen;5° cichorei;6° peulgroenten;7° andere groenten in de zin van het eenmalige aanvraagformulier;8° andijvie;9° kool-groenten;10° conservenbonen. HOOFDSTUK III. - Landschap en minimaal onderhoudsniveau

Art. 4.Overeenkomstig artikel 20, derde lid, van het besluit wordt verstaan onder aardebaan, hetzij de weg bedekt met een verharding, hetzij een zone van drie meter breed gericht op de as van de weg toegankelijk voor het publiek en bestemd voor het verkeer van voertuigen. HOOFDSTUK IV. - Berekening en toepassing van de sancties met betrekking tot de randvoorwaarden

Art. 5.De niet naleving tijdens een bepaald kalenderjaar van de bepalingen bedoeld in dit besluit heeft tot gevolg een verlaging van de steun toegekend voor het bepaald kalenderjaar overeenkomstig de artikelen 91, 97 en 99 van Verordening nr. 1306/2013, de artikelen 38 tot 41 van Verordening nr. 640 :2014 en de artikelen 73 tot 75 van Verordening nr. 809/2014.

Art. 6.Onverminderd artikel 42, § 3, van het besluit worden de individuele verlagingspercentages bij elk geval van niet-conformiteit en hun berekeningsmodaliteiten in de bijlage vermeld.

Art. 7.De individuele verlagingspercentages houden rekening met de opzettelijke aarde van de niet-conformiteit, volgens een schaal van 1 tot 2 : a) 1 : niet-conformiteit wegens nalatigheid;b) 2 : opzettelijke niet-conformiteit. De bijlage bepaalt het al dan niet opzettelijk karakter voor elke norm en eis in de bijlage.

Art. 8.De individuele verlagingspercentages houden rekening met de niet-conformiteitsgraad volgens een schaal van 0 tot 3. De ernst, de omvang en het permanent karakter van de niet-conformiteit in de zin van artikel 38, §§ 2 tot 4, van Verordening nr. 640/2014 bepalen de graad van de niet-conformiteit : a) 0 : onbelangrijke non-conformiteit;b) 1 : geringe non-conformiteit;c) 2 : gemiddelde non-conformiteit;d) 3 : hoge non-conformiteit. De bijlage bepaalt de elementen van ernst, omvang en het permanent karakter voor elke norm en eis.

Art. 9.De individuele verlagingspercentages houden rekening met het terugkerend aspect van de niet-conformiteit in de zin van artikel 38, § 1, van Verordening nr. 640/214 wanneer de non-conformiteit meer dan eenmaal wordt vastgesteld tijdens een periode van drie opeenvolgende kalenderjaren, volgens de volgende schaal van 0 tot x : a) 0 : eerste vaststelling van niet-conformiteit met een eis of een bepaalde norm;b) 1 : tweede vaststelling van niet-conformiteit met eenzelfde eis of eenzelfde bepaalde norm;c) 2 : derde vaststelling van niet-conformiteit met eenzelfde eis of eenzelfde bepaalde norm;d) 3 : vierde vaststelling van niet-conformiteit met eenzelfde eis of eenzelfde bepaalde norm;e) x : x+1 vaststelling van niet-conformiteit met eenzelfde eis of eenzelfde bepaalde norm.

Art. 10.§ 1. Wanneer een niet conformiteit met de randvoorwaarden of een eis wordt vastgesteld, wordt een IDR code samengesteld uit drie cijfers bepaald overeenkomstig de artikelen 0 tot 0 die onderworpen zijn aan de volgende orde : 1° eerste cijfer : schaalniveau betreffende de al dan niet opzettelijke aard (I);2° tweede cijfer : schaalniveau betreffende de niet-conformiteitsgraad (D);3° derde cijfer : schaalniveau betreffende de terugkerende aard (R). Elke IDR code komt overeen met een individueel verlagingspercentage bepaald met behulp van de tabellen van de verlagingspercentages betreffende de randvoorwaarden in bijlage. § 2. Overeenkomstig artikel 39, § 4, van Verordening nr. 640/2014, wordt bij de eerste herhaling van niet-opzettelijke non-conformiteit de IDR code opnieuw samengesteld volgens het eerste lid en wordt het verlagingspercentage dat eruit voortvloeit met drie vermenigvuldigd.

Bij verdere herhalingen wordt de vermenigvuldigingsfactor drie telkens toegepast op het verlagingspercentage dat voor de voorgaande herhaling is vastgesteld.

Art. 11.Onvermiderd artikel 42, § 3, van het besluit, wordt een globaal verlagingspercentage berekend volgens één van de volgende toestanden overeenkomstig de regels omschreven in de artikelen 73, § 2, en 74 van Verordening nr. 809/2014 : 1° er is maar een non-conformiteit t.o.v. een norm of eis van de randvoorwaarden; 2° er zijn meerdere non-conformiteiten t.o.v. normen of eisen van de randvoorwaarden.

In het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, is het globale verlagingspercentage dezelfde als het individuele verlagingspercentage verkregen overeenkomstig artikel 0.

In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt het globale verlagingspercentage bepaald rekening houdend met de verschillende gevallen van non-conformiteit en rekening houdend met de regels die vootvloeien uit de artikelen 73, §§ 2 en 3, en 74 van Verordening nr. 809/2014. HOOFDSTUK V. - Het systeem voor vroegtijdige waarschuwing

Art. 12.§ 1. Overeenkomstig artikel 43 van het besluit, kunnen de volgende non conformiteiten worden beschouwd als onbelangrijk rekening houdend met hun ernst, omvang of permanent karakter : 1° inzake identificatie en registratie van runderen : a) wat betreft de identificatie van runderen : (1) wanneer de non conformiteit een ontbrekende ring betreft en er maximum 5 percent van de ontbrekende runderen aanwezig zijn op de bedrijven de dag van de controle;(2) wanneer er maximum 1 rund of 1 percent van de ontbrekende runderen aanwezig zijn op het bedrijf de dag van de controle voor het geval dat : i meerdere runderen dragen oormerken met hetzelfde identificatienummer; ii. runderen hebben oormerken met verschillende nummers; iii. het rund is zijn 2 oormerken kwijtgeraakt; iv. wanner er runderen zijn van meer dan 7 dagen die nooit zijn geïdentificeerd; b) wat het bijhouden van het register betreft, wanneer de non-conformiteit uit de vermelding van onjuiste gegevens bestaat en wanneer ze maximum 5 percent van het totaal aantal runderen betreft die aanwezig zijn op het bedrijf de dag van de controle of, als de non- conformiteit uit het ontbreken van gegevens bestaat en 1 rund of maximum 1 percent van de runderen aanwezig op het bedrijf de dag van de controle betreft;c) wat de mededelingen aan Sanitrace betreft, wanneer de niet-conformiteit terzake 1 rund betreft of maximum 1 percent van de runderen aanwezig op het bedrijf tijdens de controleperiode;c) wat de paspoorten van de runderen betreft, wanneer de niet-conformiteit terzake 1 rund betreft of maximum 1 percent van de runderen aanwezig op het bedrijf de dag van de controle;2° inzake identificatie en registratie van de runderen en geitachtigen : a) wat betreft de identificatie van de runderen en geitachtigen : (1) wanneer een oorring ontbreekt bij de runderen en geitachtigen, behalve bij het jong slachtvee, en wanneer de non-conformiteit maximum 5 percent van de runderen of de geitachtigen die aanwezig zijn op het bedrijf de dag van de controle, betreft;(2) wanneer het jong slachtvee het oormerk van de kudde is kwijtgeraakt en dat de non-conformiteit terzake een rund of een geitachtige of maximum 1 percent van de runderen en geitachtigen die aanwezig zijn op het bedrijf de dag van de controle, betreft;(3) wanneer het rund of de geitachtige zijn 2 oormerken is kwijtgeraakt of wanneer ze onleesbaar zijn geworden en dat de non-conformiteit terzake een rund of een geitachtige betreft, of maximum 1 percent van de runderen en geitachtigen die aanwezig zijn op het bedrijf de dag van de controle;(4) wanneer het schaap of de geitachtige van meer dan 6 maanden oud niet op een correcte manier zijn geïdentificeerd en dat de non-conformiteit terzake een rund of een geitachtige betreft, of maximum 1 percent van de runderen of geitachtigen die aanwezig zijn op het bedrijf de dag van de controle;(5) wanneer het jong slachtvee niet met het blauwe oormerk van de kudde uiterlijk op de leeftijd van 6 maanden is geïdentificeerd en dat de non-conformiteit terzake een rund of een geitachtige of maximum 1 percent van de runderen en geitachtigen die aanwezig zijn op het bedrijf de dag van de controle, betreft;b) voor wat betreft de communicatie van de inventaris wanneer hij niet meegedeeld is aan Sanitrace of voor wat betreft de registratie van een nieuwe kudde in Sanitrace;3° inzake identificatie en registratie van de varkens, inzake het houden van het register wanneer de non-conformiteit in een niet-aanwezig, niet-bijgewerkt register bestaat en wanneer de gegevens beschikbaar zijn;4° inzake de naleving van de administratieve verplichtingen van post-kennisgeving van de spreidingscontracten wanneer de non-conformiteit in een vertraging van de kennisgeving bestaat;5° inzake dierenwelzijn wat betreft de bedrijven die overeenstemmen met de voorschriften betreffende de teelt van fokdieren, van de kalveren of van de varkens naar gelang van de niet-nageleefde verplichting zoals vermeld in de bijlage. Overeenkomstig het eerste lid, 1 °, a) worden de volgende toestanden niet als een lichte overtreding beschouwd onafhankelijk van het betrokken gehalte aan dieren : 1° een gemengde kudde;2° de aanwezigheid van één of meerdere runderen met een vervalste identiteit;3° de aanwezigheid van runderen met oormerken van de voorraad bestemd voor de eerste voorziening van een oorring. Overeenkomstig het eerste lid, 1 °, b) wordt de afwezigheid van register niet als een lichte overtreding beschouwd. § 2. Het betaalorgaan of een gemachtigd orgaan van het betaalorgaan deelt de vaststelling van de lichte niet-conformiteit aan de landbouwer mede evenals zijn verplichting om een corrigerende actie uit te voeren binnen een bepaalde termijn. De landbouwer kan ook onmiddellijk overgaan tot een corrigerende actie.

Het betaalorgaan kan nagaan of een corrigerende actie via een administratieve controle wordt uitgevoerd. Daartoe verstrekt de betrokken landbouwer alle elementen waarbij die controle binnen de krachtens het eerste lid bepaalde termijn kan worden uitgeoefend. Bij gebrek aan overmaking van de gevraagde informatie beschouwt het betaalorgaan dat de landbouwer de toestand niet binnen de bepaalde termijn heeft verholpen.

De bijlage bij dit besluit bepaalt de lijst van de elementen die door de landbouwer krachtens het tweede lid verstrekt moeten worden.

Een geval van niet-conformiteit die de landbouwer binnen de bepaalde termijn niet verholpen heeft, wordt beschouwd als een geval van non-conformatiteit met het oog op de bepaling van de herhaling overeenkomstig artikel 9. In dit geval geldt de bepaalde verlaging met terugwerkende kracht overeenkomstig artikel 43, § 2, van het besluit. HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling

Art. 13.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.

Namen, 27 augustus 2015.

R. COLLIN

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin


Publicatie : 2015-10-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^