Ministerieel Besluit van 29 oktober 1998
gepubliceerd op 05 november 1998
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 8 februari 1985 houdende regeling van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen

bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
numac
1998014260
pub.
05/11/1998
prom.
29/10/1998
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

29 OKTOBER 1998. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 8 februari 1985 houdende regeling van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen


De Minister van Vervoer, Gelet op het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944 en goedgekeurd bij de wet van 30 april 1947, inzonderheid op bijlage I;

Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, inzonderheid op artikel 5;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 1954 tot regeling der luchtvaart, inzonderheid op de artikelen 34 en 37;

Gelet op het ministerieel besluit van 23 juni 1969 houdende regeling van de burgelijke vergunningen van bestuurder van vliegtuigen, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 4 januari 1974, 23 maart 1978, 19 januari 1979, 12 september 1985, 26 juni 1990 en 8 januari 1998;

Gelet op het ministerieel besluit van 21 juni 1979 houdende regeling van de burgerlijke vergunningen van bestuurder van helikopters, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 24 maart 1997;

Gelet op het ministerieel besuit van 31 juli 1980 houdende regeling van de burgerlijke vergunningen van boordwerktuigkundige, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 juli 1995;

Overwegende dat de Gewestregeringen zijn betrokken bij het ontwerp van dit besluit;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzaak om de veiligheid van de luchtvaart te waarborgen in al zijn aspecten, de medische geschiktheid van de bestuurders inbegrepen;

Gelet op de gevaarlijke praktijk om medische technieken te blijven gebruiken die wetenschappelijk voorbijgestreefd en gebrekkig zijn en waarmee sommige afwijkingen, die altijd leiden tot medische ongeschiktheid tot besturen van een luchtvaartuig, niet kunnen opgespoord worden; dat het in de huidige stand van zaken onmogelijk is om dergelijke bestuurders, die nochtans een reëel gevaar betekenen voor de veiligheid in de luchtvaart, ongeschikt te verklaren; dat er thans medische technieken voor expertise bestaan die het mogelijk maken om deze afwijkingen op een vanuit wetenschappelijk standpunt onbetwistbare wijze aan te tonen; dat het belangrijk is om deze bepalingen, waarvan de toepassing een gevaar betekent voor de veiligheid van de luchtvaart, onmiddellijk te vervangen, om aldus het gebruik mogelijk te maken van medische technieken die meer geschikt zijn ook voor de reeds aan gang zijnde medische procedures, Besluit :

Artikel 1.In de bijlage van het ministerieel besluit van 8 februari 1985 houdende regeling van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen, wordt de tekst van hoofdstuk II, 2, onder de titel « Eisen van categorie 1 » vervangen door volgende tekst : « a) De normale kleurenwaarneming wordt bepaald door het vermogen te slagen voor de test van Ishihara of als normale trichromaat te worden bevonden door middel van de test met de anomaloscoop van Nagel. b) De kandidaat moet een normale kleurenwaarneming bezitten of een kleurenonderscheidingsvermogen vertonen dat beantwoordt aan de veiligheidsnorm.Rekening houdend met de veiligheidsnorm kan het kleurenonderscheidingsvermogen als aanvaardbaar beschouwd worden indien de kandidaat die niet is geslaagd voor de proef van Ishihara wel slaagt voor een diepgaand onderzoek volgens een erkende methode (anomaloscopie of kleurenlantaarn). c) Iedere kandidaat die niet slaagt voor de kleurenwaarnemingsproeven vermeld in a) en b) hierboven vertoont een kleurenonderscheidingsvermogen dat niet beantwoordt aan de veiligheidsnorm en moet ongeschikt verklaard worden.d) De test van Ishihara (uitgave met 24 platen) wordt als geslaagd beschouwd indien alle platen in adequate verlichtingsomstandigheden correct worden geïdentificeerd zonder aarzeling noch twijfel (minder dan 3 seconden per plaat).De kandidaten die niet slagen voor de test van Ishihara worden onderzocht met : - hetzij de test met de anomaloscoop van Nagel of een gelijkwaardig toestel. Deze test wordt als geslaagd beschouwd indien de kleurenaanpassing trichromatisch is en indien de afwijking van de kleurenaanpassing 4 of minder dan 4 schaaleenheden bedraagt. - hetzij de test met de lantaarn. Deze test wordt als geslaagd beschouwd indien de kandidaat de test met een wetenschappelijk erkende lantaarm (lantaarn van Hôlmes-Wright of lantaarn van Beyne of Spectrolux lantaarn) zonder fout aflegt. ».

Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt; het is onmiddellijk van toepassing op de thans aan gang zijnde medische examens.

Brussel, 29 oktober 1998.

M. DAERDEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^