Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 30 januari 2007
gepubliceerd op 01 februari 2007

Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag van de vergoeding toegekend aan plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2007009072
pub.
01/02/2007
prom.
30/01/2007
ELI
eli/besluit/2007/01/30/2007009072/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 JANUARI 2007. - Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag van de vergoeding toegekend aan plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken


De Minister van Justitie, Gelet op artikel 355ter, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006 houdende oprichting van strafuitvoeringsrechtbanken;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 november 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 18 december 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van 5 januari 2007;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechtbanken vanaf 1 februari 2007 zullen zetelen;

Overwegende dat derhalve het bedrag van de aan plaatsvervangende assessoren toe te kennen vergoeding onverwijld moet worden bepaald, aangezien zij vanaf 1 februari 2007 kunnen zetelen;

Gelet op het advies 42.085/2 van de Raad van State, gegeven op 15 januari 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, Besluit :

Artikel 1.Wanneer de plaatsvervangende assessor met toepassing van artikel 87 van het Gerechtelijk Wetboek zijn ambt moet uitoefenen, ontvangt hij een vergoeding van 18,68 euro per uur.

Voor prestaties van minder dan een uur wordt de in het eerste lid bedoelde vergoeding uitbetaald naar evenredigheid van de duur van de prestatie.

Art. 2.Het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der federale overheidsdiensten en het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten zijn van toepassing op de plaatsvervangende assessoren.

Voor de toepassing van deze regelgeving worden de plaatsvervangende assessoren gelijkgesteld met personeelsleden van federale overheidsdiensten die titularis zijn van niveau A 31.

Art. 3.De in artikel 1 bedoelde vergoeding valt onder de mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten. Zij wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.

Art. 4.De aanvraag voor de in artikel 1 bedoelde vergoeding wordt in drievoud opgemaakt. De naam van de vervangen assessor en de data, duur en aard van de prestatie worden vermeld. Zij eindigt met de woorden « Ik bevestig op mijn erewoord dat deze verklaring echt en volledig is. ». De aanvraag wordt bezorgd aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die ze toezendt aan de Federale Overheidsdienst Justitie en er zijn advies aan toevoegt.

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2007.

Brussel, 30 januari 2007.

Mevr. L. ONKELINX

^