Ministerieel Besluit van 30 juli 1998
gepubliceerd op 28 augustus 1998
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit betreffende de erkenning van met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties

bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
numac
1998014212
pub.
28/08/1998
prom.
30/07/1998
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

30 JULI 1998. - Ministerieel besluit betreffende de erkenning van met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties


De Minister van Vervoer, Gelet op het Verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Gemeenschap, goedgekeurd bij de wet van 2 december 1957, inzonderheid op het artikel 84, lid 2;

Gelet op de richtlijn 94/57/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 november 1994 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties, gewijzigd bij de richtlijn 97/58/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 september 1997;

Gelet op de IMO-Resolutie A.739(18) van 4 november 1993 over richtlijnen voor het machtigen van organisaties die namens de overheid optreden;

Gelet op de IMO-Resolutie A.789(19) van 23 november 1995 over specifieke voorschriften inzake de controlerende en certificerende functies van erkende organisaties die namens de overheid optreden;

Gelet op de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid der schepen, inzonderheid op artikel 10, § 4;

Gelet op het ministerieel besluit van 13 november 1962 betreffende de erkenning van de classificatiemaatschappij « UNITAS » n.v.;

Overwegende dat de gewestregeringen zijn betrokken bij het ontwerpen van dit besluit;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het indienen van een vordering bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen de Belgische Staat;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 12 juni 1998 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vervangen door de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, onderteken type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro o sluiten, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit en zijn bijlage wordt verstaan onder : a) « schip » : een vaartuig waarop de internationale verdragen van toepassing zijn;b) « internationale verdragen » : de meest recente versie van: - het Internationaal Verdrag van 1974 voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS), en de Bijlage, opgemaakt te Londen op 1 november 1974, alsmede het Protocol van 1978 betreffende dit Verdrag, en de Bijlage, opgemaakt te Londen op 17 februari 1978; - het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, en de Bijlagen, opgemaakt te Londen op 5 april 1966; - het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen, en Bijlagen, opgemaakt te Londen op 2 november 1973, alsmede het Protocol van 1978 bij het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen, en Bijlage, opgemaakt te Londen op 17 februari 1978 samen met de latere protocollen en de latere wijzigingen van de verdragen en de daarmee verband houdende codes die voor België internationaal bindend zijn; c) « organisatie » : een classificatiebureau of andere particuliere instelling die veiligheidsbeoordelingen uitvoert voor een overheidsinstantie;d) « certificaat » : een getuigschrift dat door of namens een Lid-Staat is afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen.

Art. 2.§ 1. Een organisatie die voldoet aan de criteria van de bijlage van dit besluit kan haar aanvraag tot erkenning tot de Minister richten.

Deze aanvraag moet vergezeld zijn van alle nodige informatie en bewijsstukken die aantonen dat de bedoelde organisatie voldoet aan de criteria van de bijlage van dit besluit. § 2. De Minister verleent nadat hij onderzocht en vastgesteld heeft dat de organisatie voldoet aan de criteria van de bijlage van dit besluit een erkenning en deelt zijn beslissing mede aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en aan de andere Lid-Staten van de Europese Unie. § 3. De erkenning verleend door andere Lid-Staten van de Europese Unie aan een organisatie, die voldoet aan de criteria van de bijlage van dit besluit en waarvan de erkenning door de Commissie van de Europese Gemeenschappen in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerd is, wordt aanvaard in België.

Art. 3.§ 1. De erkende organisaties plegen onderling periodiek overleg met het oog op het in stand houden van de gelijkwaardigheid van hun technische normen en van de toepassing daarvan.

Zij brengen bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen periodiek verslag uit over belangrijke ontwikkelingen op het gebied van de normen. § 2. De erkende organisaties moeten zich bereid tonen om samen te werken met de dienst van de zeevaartinspectie in het kader van de havenstaatcontrole met betrekking tot een door hen geklasseerd schip, met name om de correctie van gerapporteerde tekortkomingen of andere afwijkingen te vergemakkelijken. § 3. De erkende organisaties verstrekken het districtshoofd van de dienst van de zeevaartinspectie alle nodige informatie betreffende wijziging of intrekking van de klassering van schepen. § 4. De erkende organisaties geven geen certificaten af voor een schip onder Belgische vlag waarvan om veiligheidsredenen de klassering ingetrokken of gewijzigd wordt, dan na raadpleging van het districtshoofd van de dienst van de zeevaartinspectie om te bepalen of een volledige inspectie noodzakelijk is.

Art. 4.In het kader van de havenstaatcontrole stelt het districtshoofd van de dienst van de zeevaartinspectie een rapport op over de prestaties van de namens de vlaggenstaten optredende organisaties. Dit prestatierapport wordt jaarlijks bijgewerkt en aan de andere Lid-Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen toegezonden.

Art. 5.De volgende ministeriële besluiten worden opgeheven : a) het ministerieel besluit van 31 december 1920 tot erkenning van de classificatiemaatschappijen « Lloyd's Register of Shipping » en « Bureau Veritas »;b) het ministerieel besluit van 15 februari 1921 tot erkenning van de classificatiemaatschappijen « British Corporation for the Survey and Registry of Shipping » en « Det Norske Veritas »;c) het ministerieel besluit van 20 juli 1921 tot erkenning van de classificatiemaatschappij « American Bureau of Shipping »;d) het ministerieel besluit van 28 oktober 1957 ter erkenning van de classificatiemaatschappij « Germanischer Lloyd »;e) het ministerieel besluit van 17 september 1963 ter erkenning van de classificatiemaatschappij « Registro Italiano Navale »;f) het ministerieel besluit van 15 december 1972 ter erkenning van de classificatiemaatschappij « Nippon Kaiji Kyokai »;g) het ministerieel besluit van 17 maart 1976 in uitvoering van artikel 18, § 2 b, van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.

Art. 6.In het ministerieel besluit van 13 november 1962 betreffende de erkenning van de classificatiemaatschappij « UNITAS » n.v. worden de woorden « en in het gebied begrensd door de havens van Duinkerke en Rotterdam » geschrapt.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand, volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Brussel, 30 juli 1998.

M. DAERDEN

Bijlage Minimumcriteria voor de in artikel 2, § 1, bedoelde organisaties A. Algemene criteria 1. De organisatie moet met bewijsstukken kunnen aantonen dat zij een uitgebreide ervaring heeft in het beoordelen van het ontwerp en de bouw van koopvaardijschepen.2. De organisatie dient een vloot van ten minste 1000 zeeschepen (van meer dan 100 GT) met een gezamenlijk laadvermogen van niet minder dan 5 miljoen GT onder klasse te hebben.3. De organisatie moet een bestand van technisch personeel in dienst hebben dat in verhouding is tot het aantal geklasseerde schepen.Een minimum van 100 full-time inspecteurs is nodig om aan de in punt 2 vermelde voorwaarden te voldoen. 4. De organisatie dient gedetailleerde voorschriften en regelingen met betrekking tot het ontwerp, de bouw en de periodieke controle van koopvaardijschepen bekend te maken, voortdurend bij te werken en via onderzoek- en ontwikkelingsprogramma's te verbeteren.5. De organisatie dient jaarlijks haar scheepsregister te publiceren.6. De organisatie mag niet worden gecontroleerd door reders of scheepsbouwers, noch door anderen die commercieel betrokken zijn bij de bouw, de uitrusting, de herstelling of de exploitatie van schepen. De organisatie mag voor haar omzet niet in hoge mate afhankelijk zijn van één enkele commerciële onderneming. 7. De organisatie moet functioneren overeenkomstig de bepalingen van de bijlage van Resolutie A.789(19) van de IMO over specifieke voorschriften inzake de controlerende en certificerende functies van erkende organisaties die namens de overheid optreden, voorzover die bepalingen toepasselijk zijn binnen de werkingssfeer van dit besluit.

B. Bijzondere criteria 1. De organisatie beschikt over: a) een aanzienlijk bestand van technisch, leidinggevend, ondersteunend en onderzoek verrichtend personeel dat in verhouding is tot de taken en de geklasseerde schepen en ook beschikt over de bekwaamheid om voorschriften en regelingen uit te werken en te handhaven;b) full-time technisch personeel in alle delen van de wereld, hetzij eigen personeel hetzij personeel van andere erkende organisaties.2. De organisatie neemt een gedragscode in acht.3. De organisatie wordt zodanig geleid en beheerd dat de geheimhouding van de door de overheid gevraagde informatie wordt gegarandeerd.4. De organisatie is bereid de overheid de nodige informatie te verstrekken.5. Het bestuur van de organisatie heeft zijn kwaliteitsbeleid, kwaliteitsdoelstellingen en streven naar kwaliteit bepaald en schriftelijk vastgesteld en ziet erop toe dat dit beleid wordt begrepen, ten uitvoer gelegd en gehandhaafd op alle niveaus van de organisatie.6. De organisatie beschikt over, maakt gebruik van en handhaaft een doeltreffend intern kwaliteitssysteem, dat steunt op de desbetreffende gedeelten van de internationaal erkende kwaliteitsnormen en in overeenstemming is met de normen EN 45004 (inspectieorganen) en EN 29001, zoals geïnterpreteerd in de « Quality System Certification Scheme Requirements » van de IACS, en waardoor met name wordt gegarandeerd dat : a) de voorschriften en regelingen van de organisatie methodisch worden vastgesteld en gehandhaafd;b) de voorschriften en regelingen van de organisatie worden nageleefd;c) wordt voldaan aan de eisen betreffende de wettelijk voorgeschreven werkzaamheden waartoe de organisatie is gemachtigd;d) de verantwoordelijkheden, de bevoegdheden en de onderlinge verhoudingen van het personeel van wie de werkzaamheden de kwaliteit van de dienstverlening van de organisatie beïnvloeden, zijn omschreven en toegelicht;e) alle werkzaamheden worden gecontroleerd;f) de organisatie beschikt over een controlesysteem in het kader waarvan toezicht wordt gehouden op de werkzaamheden van de rechtstreeks door de organisatie in dienst genomen inspecteurs en technisch en administratief personeel;g) grote wettelijk voorgeschreven werkzaamheden waartoe de organisatie is gemachtigd, uitsluitend door eigen full-time inspecteurs of door full-time inspecteurs van andere erkende organisaties worden uitgevoerd of door hen rechtstreeks worden gecontroleerd;h) een systeem voor opleiding en permanente bijscholing van inspecteurs wordt toegepast;i) gegevens worden bijgehouden waarmee kan worden aangetoond dat in het kader van de verrichte diensten de voorgeschreven normen worden gehaald en dat het kwaliteitssysteem doeltreffend werkt, en j) de organisatie een uitgebreid systeem van geplande en gedocumenteerde interne controles inzake met de kwaliteit verband houdende activiteiten in alle vestigingen toepast.7. De organisatie moet bewijzen dat zij in staat is : a) een volledige en adequate reeks voorschriften en regelingen uit te werken en bij te houden met betrekking tot de romp, de machines, de elektrische installaties en de bedieningsapparatuur, kwalitatief op het niveau van de internationaal erkende technische normen, op basis waarvan SOLAS-certificaten, veiligheidscertificaten voor passagiersschepen (voor wat de structuur van het schip en de belangrijkste machines aan boord betreft) en uitwateringscertificaten (voor wat de stevigheid van het schip betreft) kunnen afgeleverd worden;b) alle krachtens de internationale verdragen vereiste inspecties en controles voor de afgifte van de certificaten uit te voeren, waaronder de middelen voor beoordeling door middel van gekwalificeerd beroepspersoneel van de toepassing en de handhaving van het systeem voor beheer van de veiligheid, zowel aan de wal als aan boord van schepen die bestemd zijn om onder de certificatie te vallen.8. De deugdelijkheid van het kwaliteitssysteem van de organisatie moet worden bevestigd door een onafhankelijk controleorgaan dat is erkend door de overheid van de Staat waar de organisatie is gevestigd.9. De organisatie dient vertegenwoordigers van de overheid en van de andere betrokken partijen te laten meewerken aan de uitwerking van haar voorschriften of regelingen. Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 30 juli 1998.

De Minister van Vervoer, M. DAERDEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^