Ministerieel Besluit van 31 mei 2017
gepubliceerd op 16 juni 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit betreffende de vereenvoudigde kosten voorzien in artikel 38 van het koninklijk besluit van 11 september 2016 betreffende de niet-gouvernementele samenwerking

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2017012448
pub.
16/06/2017
prom.
31/05/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2017012448

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING


31 MEI 2017. - Ministerieel besluit betreffende de vereenvoudigde kosten voorzien in artikel 38 van het koninklijk besluit van 11 september 2016 betreffende de niet-gouvernementele samenwerking


De Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Gelet op de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, artikel 27, § 2, zesde lid, vervangen bij de wet van 16 juni 2016, artikel 11;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 september 2016 betreffende de niet-gouvernementele samenwerking, artikel 38;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 december 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 31 januari 2017;

Gelet op het advies nr. 61.060/4 van de Raad van State, gegeven op 19 april 2017, Besluit :

Artikel 1.De vereenvoudigde kostenoptie kan gevraagd worden voor de programma's die passen in een GSK per land en voor de programma's die passen in een GSK betreffende een transnationaal thema.

Wanneer een erkende organisatie wil gebruikmaken van de vereenvoudigde kostenoptie ter verantwoording van directe kosten waar haar programma loopt, past ze een van de twee volgende berekeningsmethoden toe : 1° de methode van de eenheidskosten;2° de methode van de forfaitaire financiering.

Art. 2.De eenheidskosten vertegenwoordigen het op voorhand vastgelegde gemiddelde van een eenheid van een categorie van subsidiabele kosten. Het gaat om een fysieke eenheid of een tijdseenheid.

Art. 3.De forfaitaire financiering houdt in dat voor een categorie van subsidiabele kosten een percentage wordt bepaald van een andere categorie van kosten. Dit percentage wordt op voorhand vastgelegd.

Art. 4.§ 1. De organisatie die voor een land dat deel uitmaakt van één van de in artikel 1, eerste lid bedoelde programma's één van de vereenvoudigde kostenopties wil gebruiken, dient per aangetekende brief een aanvraag in die zin in bij de administratie. Deze aanvraag wordt uiterlijk zes maanden na het begin van haar programma gedaan en in de loop van zijn uitvoering, drie maanden na het begin van elk loopjaar. § 2. Als de goedkeuring van de methode wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 7, kan de organisatie dit ook doen uiterlijk drie maanden na de betekening van de beslissing tot intrekking van de goedkeuring. § 3. De aanvraag vermeldt : 1° het programma en het betrokken land;2° de voorgestelde berekeningsmethode;3° de waarde van de eenheidskosten of van het voorgestelde vaste percentage;4° de materiële elementen ter staving van de waarde van de eenheidskosten of het voorgestelde vaste percentage, met een toelichting van het verband tussen de kostencategorieën voor deze laatste methode.

Art. 5.De kosten of het vaste percentage worden aan de hand van objectieve en controleerbare middelen geraamd. Ze worden aanvaard als ze aannemelijk en op een coherente wijze berekend zijn, als de kwantitatieve gegevens die ten grondslag liggen aan deze berekeningen aannemelijk zijn en als de activiteiten die op basis van eenheidskosten of het vaste percentage worden gefinancierd, duidelijk zijn beschreven.

De goedkeurings- of weigeringsbeslissing van de Directeur-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire hulp van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wordt binnen een termijn van drie maanden na de indiening van de aanvraag aan de organisatie meegedeeld.

Art. 6.Binnen de in artikel 38 van het koninklijk besluit van 11 september 2016 betreffende de niet-gouvernementele samenwerking gestelde grenzen kan de methode van vereenvoudigde kostenopties door de organisatie voor de verantwoording van de kosten worden gebruikt vanaf het begin van het boekjaar waarin de methode werd goedgekeurd tot het einde van het programma of desgevallend tot de herziening of betekening van de intrekking ervan.

Art. 7.Als een van de in artikel 5 vermelde criteria op significante en objectieve wijze is gewijzigd, kan de goedkeuring van de methode van vereenvoudigde kostenopties worden ingetrokken. In dit geval wordt deze beslissing van de Directeur-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire hulp van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking aan de betrokken organisatie meegedeeld binnen de drie maanden die volgen op de vaststelling van deze wijzigingen.

Art. 8.Als een van de in artikel 5 vermelde criteria op significante en objectieve wijze is gewijzigd, kan de betrokken organisatie de herziening van de goedkeuringsbeslissing vragen. Hiervoor dient de organisatie per aangetekende brief een herzieningsaanvraag in bij de administratie, uiterlijk zes maanden voor het einde van het programma.

Met uitzondering van de termijn, moet de herzieningsaanvraag voldoen aan de voorwaarden en de criteria zoals vermeld in de artikelen 4 en 5.

Art. 9.De organisatie rapporteert over het gebruik van de vereenvoudigde kostenoptie in het financieel verantwoordingsrapport van het programma, zoals vermeld in artikel 47, § 1 van het koninklijk besluit van 11 september 2016 betreffende de niet-gouvernementele samenwerking. Dit rapport vermeldt het totale bedrag volgens de vereenvoudigde kostenoptie en bevat voor elke methode de volgende gegevens: 1° het betrokken land;2° de periode waarin de methode wordt gebruikt;3° de referentie aan de goedkeuringsbeslissing;4° de gebruikte berekeningsmethode;5° de bedragen die aan de hand van deze methode worden verantwoord.

Art. 10.§ 1. In afwijking van artikel 4, § 1, is de datum van indiening van de aanvraag in 2017, uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. § 2. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 31 mei 2017.

A. DE CROO


begin


Publicatie : 2017-06-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^