Omzendbrief van 01 oktober 1997
gepubliceerd op 06 november 1997
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministeriële omzendbrief tot vervanging van de ministeriële omzendbrief nr. 007 betreffende de richtlijnen inzake de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen van beperkte duur voor reclame-inrichtingen en uithangborden

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
1997031429
pub.
06/11/1997
prom.
01/10/1997
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

1 OKTOBER 1997. Ministeriële omzendbrief tot vervanging van de ministeriële omzendbrief nr. 007 betreffende de richtlijnen inzake de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen van beperkte duur voor reclame-inrichtingen en uithangborden


Aan de Colleges van Burgemeester en Schepenen, Aan de gemachtigde ambtenaar van het Bestuur van Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening, Aan het Stedenbouwkundig College, I. Inleiding Krachtens artikel 88, 1° van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw is er een stedenbouwkundige vergunning van beperkte duur vereist voor reclame-inrichtingen en uithangborden.

De stedenbouwkundige vergunningen en administratieve toelatingen die werden gegeven vóór de inwerkingtreding van de voormelde ordonnantie zijn sedert 31 december 1994 vervallen (artikel 208 van de ordonnantie).

Bijgevolg werden, met het oog op de vervaldag van 31 december 1994, enorm veel stedenbouwkundige vergunningsaanvragen ingediend voor reclame-inrichtingen of uithangborden.

Er werden eveneens stedenbouwkundige vergunningsaanvragen ingediend voor nieuwe projecten.

Er wordt thans gewerkt aan een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake reclame-inrichtingen en uithangborden die eerstdaags ter openbaar onderzoek zal worden voorgelegd.

In afwachting van de inwerkingtreding van deze verordening dienen, in het raam van de behandeling van talrijke stedenbouwkundige vergunningsaanvragen, de beginselen te worden toegepast voor de vrijwaring van het stedelijk landschap en een betere overgang naar de nieuwe reglementering.

Met deze omzendbrief wordt omzendbrief nr. 007 van 21 oktober 1994 betreffende de richtlijnen inzake de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen van beperkte duur voor reclame-inrichtingen en uithangborden opgeheven en vervangen.

II. Toepassingsnormen De betrokken overheden moeten erop toezien dat, tijdens de behandeling van de stedenbouwkundige vergunningsaanvragen voor reclame-inrichtingen en uithangborden, de wettelijke en reglementaire bepalingen worden nageleefd, zoals onder meer : - het Gewestelijk Ontwikkelingsplan; - de ordonnantie van 4 maart 1993 betreffende het bescherming van het onroerend erfgoed; - de bijzondere bestemmingsplannen en de verkavelingsvergunningen; - de Algemene Bouwverordening voor de wijken rondom de Ambiorixsquare en het Jubelpark; - de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen; - de koninklijke besluiten van 5 december 1957, 8 januari 1958, 14 december 1959 en 1 maart 1960 houdende de reglementering van de aanplakking en de reclame. - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 26 november 1992 betreffende de stedenbouwkundige vergunningen van beperkte duur;

III. Beginselen die moeten worden toegepast in het raam van de behandeling van de stedenbouwkundige vergunningsaanvragen Naast de hierboven vermelde normen en de goede aanleg der plaatsen zullen de hierna opgesomde beginselen een leidraad vormen voor de overheid, rekening houdend met de bijzondere ligging van het goed. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In deze verordening dient men te verstaan onder : gelegenheidsreclame : reclame met een tijdelijk karakter voor culturele, sportieve of sociale activiteiten, voor een beurs of een salon en dat ten hoogste 1/7 van de reclame-oppervlakte voorbehoudt voor de adverteerders; kunstwerk : omvangrijk bouwwerk dat er gekomen is door de aanleg van een verkeersweg, meer bepaald bruggen en tunnels; lichtgevende reclame : reclame die voornamelijk bestaat uit één of meerdere lichtbronnen; luifel : klein vast eenvoudig dak dat uitsteekt boven de gevel van een bouwwerk met als doel een perron, een deur, een venster of de ingang van een winkel te beschermen tegen regen en wind; markies : fijn, licht bewerkt dak bevestigd aan een bouwwerk en dat beschutting biedt boven een deur, een perron of rondom een gebouw; reclame verwijzend naar het uithangbord : reclame waarvan de boodschap gericht is op een product of een dienst, verdeeld of verleend door de handelaar of de industrieel die het gebouw bezet en welke niet kan worden veranderd zolang de vergunning geldt; reclame : ieder opschrift, vorm of beeld uitgezonderd de uithangborden en de vooraanduidende uithangborden, dat als doel heeft het publiek te informeren of de aandacht ervan te trekken; reclame-inrichting : drager waarop reclame kan worden aangebracht; reglementaire reclame : reclame naar aanleiding van wettelijke verplichtingen m.n. de reclame voor openbare verkopen en huwelijksafkondigingen; rooilijn : de grens tussen de openbare weg en de private of openbare eigendommen; stadsmeubilair : uitrusting die zich bevindt op de openbare weg en waarvan de dienstverlening aan de bevolking de hoofdfunctie is; topgevel : zijmuur van een gebouw of bouwwerk tot aan het dak of dakterras zonder uitstekend gedeelte, dakgoot, voordak of dekplaat, en met ten hoogste twee openingen met een globale oppervlakte van meer dan 3 m2 vanaf het gelijkvloers; uithangbord : opschrift, vorm of beeld dat geplaatst is op een gebouw en dat betrekking heeft op een activiteit die er wordt uitgeoefend; een mededeling ten gunste van derden, zoals de vermelding van een merk of van hun produkten kan niet worden gelijkgesteld met een uithangbord;

Een uithangbord op een dak of dakterras wordt als dusdanig beschouwd als de activiteiten die er worden uitgeoefend minstens de helft van het gebouw innemen; vastgoedpaneel : bord dat dient om vastgoedoperaties aan te kondigen (verkavelingen, verkopen, verhuringen, bouwwerken) betreffende het goed waarop het staat; verlichte reclame : inrichting waarvan de reclameboodschap niet door de reclameboodschap zelf verlicht wordt, nl. de affiches verlicht door projectie of transparantie; werfpaneel : bord dat meestal geplaatst wordt op een gebouw dat in aanbouw is of gerenoveerd wordt en dat informatie geeft over de bouwheer, de architect en over de vaklui of de onderaannemers die bij deze bouw betrokken zijn; verboden gebied : wegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die op een naamlijst zijn weergegeven in bijlage evenals een gebied van 50 meter langs beide zijden van de rooilijn van deze wegen.

Art. 2.§ 1. Reclame is verboden : 1° in het verboden gebied;2° op het onroerend erfgoed dat ingeschreven is op de bewaarlijst of geklasseerd in de zin van de ordonnantie van 4 maart 1993 en dit binnen een straal van 20 meter eromheen;3° in de groene ruimten en in de natuurreservaten en dit binnen een omtrek van 10 meter eromheen;4° op bomen;5° op de electriciteitspalen, de dragers voor bovenleidingen, voor telecommunicatie, de openbare verlichtingspalen, alsook op de openbare uitrustingen met betrekking tot het weg-, spoor-, water-, maritiem of luchtverkeer;6° op niet-blinde omheiningen;7° op een gevelopening of een deel ervan behalve op de voorzijde van een gebouw dat tijdelijk is gesloten wegens werken ingevolge een stedenbouwkundige vergunning;8° op de gevels of een deel van de gevels van woningen;9° op de muren van begraafplaatsen of van openbare tuinen;10° op verlaten gebouwen. § 2. De in § 1 bedoelde verbodsbepalingen zijn evenwel niet van toepassing op : 1° de reclame op de gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvan de sloop is toegestaan en begonnen;2° de reclame op de schuilhuisjes voor gebruikers van het openbaar vervoer onder de voorwaarden beschreven in artikel 11;3° de reclame op de inrichtingen bedoeld in artikel 12, § 2, onder voorwaarden beschreven in dat artikel. § 3. De in § 1, 1°, 2° en 5° bedoelde verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op de gelegenheidsreclame die bevestigd is aan dragers van bovenleidingen, openbare verlichtingspalen of tegen gevels, onder de voorwaarden bedoeld in artikel 15.

Art. 3.Behoudens de gevallen bedoeld in deze verordening moeten de reclame-inrichtingen en uithangborden beperkt blijven tot de afmetingen van de ruimten waarin zij zich bevinden. Zij mogen deze overschrijden noch wijzigen.

Art. 4.De reclame-inrichtingen en uithangborden mogen geen schade toebrengen aan de leefbaarheid van de plaatsen met name door hun lichtgevend karakter of door het geluid dat zij voortbrengen.

Art. 5.De reclame-inrichtingen, hun naaste omgeving evenals de uithangborden worden in een nette staat onderhouden en mogen de veiligheid, met name de leesbaarheid of de doeltreffendheid van de reglementaire verkeerssignalisatie niet in het gedrang brengen. HOOFDSTUK II. - Reclame in private ruimte Afdeling I. - Niet-lichtgevende en verlichte reclame

Art. 6.Niet-lichtgevende en verlichte reclame mag niet worden aangebracht : 1° op de gevels van al dan niet bewoonde gebouwen;2° op de daken of dakterrassen;3° op de omheiningen van bebouwde terreinen, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 7, 4°;4° op de bebouwde terreinen, behoudens de gevallen bedoeld in artikel 7, 6°; Punt 1° van dit artikel geldt evenwel niet voor de reclame-inrichtingen van minder dan 0,5 m2 geplaatst op het gelijkvloers waar handelszaken zijn gevestigd.

Art. 7.Niet-lichtgevende en verlichte reclame mag worden geplaatst : 1° op of tegen gevels, als zij gelijkloopt met de gevel;2° op werfomheiningen, als zij gelijkloopt met de omheining en niet op dubbele hoogte geplaatst is;3° op de omheiningen van niet-bebouwde terreinen, als zij gelijkloopt met de omheining en niet op dubbele hoogte geplaatst is;4° op blinde omheiningen en hoger dan 3 meter ten aanzien van de begane grond, als het gaat om gelegenheidsreclame die past in het architecturale lijstwerkpatroon van de muur;5° op niet-bebouwde terreinen, als zij niet op dubbele hoogte en minstens op tien meter van een gevelopening van een woning is geplaatst, wanneer deze zich bevindt op het voorplan van de muur met deze gevelopening;6° op terreinen waar voornamelijk handel en industrie gevestigd is, als zij gelegen is op meer dan 5 meter van de rooilijn en niet op dubbele hoogte geplaatst is. Afdeling II. - Lichtgevende reclame

Art. 8.Lichtgevende reclame is verboden : 1° op omheiningen;2° op of tussen gevels van al dan niet bewoonde gebouwen;3° op topgevels van gebouwen die voornamelijk bestemd zijn voor huisvesting en openbare uitrustingen;4° op daken en dakterrassen van gebouwen die voornamelijk bestemd zijn voor huisvesting en openbare uitrustingen.

Art. 9.Lichtgevende reclame is toegelaten : 1° op topgevels van gebouwen die niet voornamelijk bestemd zijn voor huisvesting en openbare uitrustingen, als zij : a) gelijkloopt met de gevel waarop zij is aangebracht;b) zich minstens op 0,5 meter bevindt van de uiteinden van de gevel waarop zij aangebracht is;2° op daken en dakterrassen van gebouwen die niet voornamelijk bestemd zijn voor huisvesting en openbare uitrustingen, als zij : a) gelijkloopt met de bouwlijn;b) niet hoger is dan 6 meter en 1/5 van de gevelhoogte;een hoogte van 3 meter is evenwel toegelaten voor gevels van minder dan 15 meter; c) slechts bestaat uit afzonderlijke letters of tekens die haar bevestiging op de drager verbergt. HOOFDSTUK III. - Reclame in openbare ruimte Afdeling I. - Meubilair

Art. 10.Behoudens artikelen 11 tot 13 mag de oppervlakte van de reclame niet meer dan 0,25 m2 per stadsmeubilair bedragen.

Art. 11.In de schuilhuisjes voor gebruikers van het openbaar vervoer mag reclame worden aangebracht met een oppervlakte van maximaal 2 m2 per eenheid zonder dat de totale oppervlakte van deze reclame 2 m2 plus 2 m2 overschrijdt per volledig gedeelte van 4,5 m2 beschutte grondoppervlakte. Het is verboden reclame-inrichtingen bovenop het dak van deze schuilhuisjes te plaatsen.

Art. 12.§ 1. De inrichtingen voor de informatie en dienstverlening aan het publiek die zijn geplaatst in het kader van een door een openbare overheid algemeen opgevat signalisatiebeleid kunnen worden voorzien van reclame en voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° geen schade berokkenen aan het stedelijk landschap;2° niet contrasteren met het uitzicht;3° een breedte vrijhouden van minstens 1,50 meter en de doorstroming van het voetgangersverkeer niet hinderen;4° geen afbreuk doen aan de zichtbaarheids- en veiligheidsvoorwaarden;5° ten hoogste uit twee aanplakkingsoppervlakken bestaan van ieder 2 m2 met maximum 2 m2 reclame;6° de aanplakzijde voor informatie moet gemakkelijk door de voetganger kunnen worden bereikt. § 2. Indien de inrichting opgenomen is de toegangsreling van een metrostation wordt één enkele inrichting per toegang toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1° ten hoogste uit twee aanplakkingsoppervlakken bestaan van ieder 2 m2 waarvan één voorbehouden is voor informatie;2° de aanplakzijde met informatie moet gemakkelijk door de voetganger kunnen worden bereikt.

Art. 13.De aanplakzuilen hebben in de eerste plaats een functie van openbaar nut en mogen reclame dragen met een totale oppervlakte van maximum 4 m2. Afdeling II. - Kiosken

Art. 14.De kiosken waaronder krantenkiosken en andere kiosken met commerciële doeleinden die op het openbaar domein gelegen zijn, mogen reclame bevatten met een oppervlakte van ten hoogste 0,5 m2 per eenheid en met ten hoogste één reclameboodschap per zijde.

Het is verboden reclame-inrichtingen aan te brengen bovenop het dak van deze kiosken. Afdeling III. - Dragers van gelegenheidsreclame

Art. 15.Gelegenheidsreclame mag worden geplaatst op of tussen dragers voor bovenleidingen, de inrichtingen voor de openbare verlichting of tussen de gevels, als zij : 1° een loshangende soepele drager heeft of bestaat uit een opgehangen kader van maximum 3 cm dik;2° ten hoogste 1 meter breed per eenheid is en een totale oppervlakte van ten hoogste 4 m2 heeft;3° geplaatst is ten vroegste 15 kalenderdagen vóór de aanvang van de activiteit waarnaar ze verwijst en uiterlijk 8 kalenderdagen na het einde ervan verwijderd wordt.

Art. 16.Onverminderd artikel 13 betreffende de aanplakzuilen wordt gelegenheidsreclame toegelaten als de totale oppervlakte ervan ten hoogste 4 m2 bedraagt. Afdeling IV. - Reclamedragers waarvan de hoofdfunctie

niet het openbaar nut is

Art. 17.De reclamedragers die zich in de openbare ruimte bevinden en waarvan het openbaar nut niet de hoofdfunctie is of die niet voortvloeien uit een functie van openbaar nut, zijn toegelaten als zij : 1° bijdragen tot de bedrijvigheid van een handelsgebied;2° geen nieuwe afmetingen (breedte, hoogte en dikte) vertonen ten aanzien van de op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest reeds toegelaten dragers;3° geen schade berokkenen aan het stedelijk landschap;4° niet contrasteren met het uitzicht;5° een breedte vrijhouden van minstens 1,50 meter en de doorstroming van het voetgangersverkeer niet hinderen;6° geen afbreuk doen aan de zichtbaarheids- en veiligheidsvoorwaarden. Afdeling V. - Kunstwerken en taluuds

Art. 18.Niet-lichtgevende en verlichte reclame op kunstwerken mag worden geplaatst, als zij : 1° gelegen is op minstens 0,5 m van de uiteinden van het kunstwerk;2° past in het architecturaal lijstwerkpatroon van het kunstwerk;3° evenwijdig loopt met het kunstwerk;4° zich bevindt onder het niveau van de reling;5° een oppervlakte heeft van maximum 17 m2 per eenheid en een gecumuleerde oppervlakte van maximum 34 m2;6° niet op dubbele hoogte geplaatst is.

Art. 19.Niet-lichtgevende en verlichte reclame mag worden geplaatst op de taluuds, als zij : 1° een oppervlakte heeft van maximum 17 m2 per eenheid;2° niet op dubbele hoogte geplaatst is;3° de inrichting is : a) ofwel evenwijdig met de rooilijn;in dat geval is een inrichting per 50 strekkende meter ononderbroken taluud toegelaten; b) ofwel geplaatst met een afwijking van maximum 45°, in dat geval zijn twee naast elkaar geplaatste inrichtingen toegelaten per 150 strekkende meter ononderbroken taluud;4° niet contrasteert met het uitzicht noch de architectuur van het kunstwerk verbergt. HOOFDSTUK IV. - Uithangborden en reclame verwijzend naar het uithangbord

Art. 20.De uithangborden en de reclame verwijzend naar het uithangbord voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° vervaardigd zijn uit duurzaam materiaal;2° in harmonie zijn met het bouwwerk waarop zij zijn aangebracht.

Art. 21.Het is verboden uithangborden en reclame verwijzend naar het uithangbord te plaatsen tegen een gevelopening of een gedeelte ervan, met uitzondering van de winkeluitstalramen.

Art. 22.De uithangborden en reclame verwijzend naar het uithangbord moeten worden verwijderd zodra er een einde wordt gesteld aan de activiteit waarop zij betrekking hebben behalve wanneer zij van culturele, historische of esthetische aard zijn.

Art. 23.§ 1. Het uithangbord of de reclame verwijzend naar het uithangbord dat parallel met een gevel geplaatst is, wordt toegelaten, als zij : 1° in het verboden gebied, a) aangebracht is onder de laagste vensterdorpel van de eerste verdieping;b) maximum 0,25 meter uitsteekt;c) minstens 0,50 meter van de mandelige grens verwijderd is of in het verlengde ligt van een gevelopening;d) minder dan 2/3 van de gevelbreedte beslaat;e) op een luifel of een markies, niet hoger is dan 0,25 meter en de uiteinden ervan niet overschrijdt;f) indien het uithangbord lichtgevend is, bestaat het uit afzonderlijke letters of tekens.2° buiten het verboden gebied, a) aangebracht is onder de laagste vensterdorpel van de eerste verdieping, wanneer de verdiepingen bestemd zijn voor de huisvesting of op de verdiepingen waar de activiteit uitgeoefend wordt;b) maximum 0,25 meter uitsteekt;c) minstens 0,50 meter van de mandelige grens verwijderd is of in het verlengde ligt van een gevelopening;d) de uiteinden van het balkon, waarop zij is aangebracht, niet overschrijdt;e) op een luifel of een markies, niet hoger is dan 0,50 meter en de uiteinden ervan niet overschrijdt. § 2. De uithangborden van decoratieve aard, zoals muurschilderingen en lichtgevende tekstbanden, mogen de hele topgevel beslaan.

Art. 24.Het uithangbord of de reclame verwijzend naar het uithangbord, dat haaks staat op een gevel, is toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1° in het verboden gebied, a) reclame verwijzend naar het uithangbord is verboden;b) mag niet lichtgevend zijn;c) er wordt per activiteit één enkel uithangbord toegelaten verhoogd met een eenheid per volledige schijf van 10 strekkende meter gevel;d) ten hoogste één meter uitsteken en maximum 1 meter hoog zijn;e) het geraamte moet zo min mogelijk zichtbaar zijn en is geverfd in dezelfde kleuren als de gevel;2° buiten het verboden gebied, a) aangebracht worden onder de dakgoot;b) geplaatst worden op een hoogte zodat de onderkant van de inrichting niet lager ligt dan de hoogte van het gelijkvloers of van een architecturale inrichting tegen de gevel;c) minder dan 1/10 van de breedte van de weg tussen de rooilijnen uitsteken en maximum 1,20 meter bedragen met inachtneming van een insprong van 35 cm ten opzichte van de rechte hoek van de boord van het voetpad;d) wanneer zij bestaan uit samenhangende delen, in totaal lager zijn dan een derde van de gevelhoogte met een maximum van 3 meter;e) wanneer zij bestaan uit afzonderlijke delen, in totaal lager zijn dan de helft van de gevelhoogte met een maximum van 6 meter.

Art. 25.Het uithangbord of de reclame verwijzend naar het uithangbord, dat geplaatst is op een dak of op het dakterras ervan, is toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1° in het verboden gebied : a) reclame verwijzend naar het uithangbord is verboden;b) de inrichting mag niet hoger zijn dan 1/5 van de hoogte van de gevel, met een maximum 4 meter;c) slechts bestaan uit afzonderlijke letters of tekens die hun bevestiging op de drager verbergen;d) minder dan 2/3 van de voorgevel beslaan;e) gelijklopen met de bouwlijn;2° buiten het verboden gebied : a) de inrichting mag niet hoger zijn dan 1/5 van de hoogte van de gevel, met een maximum van 3 meter dat toegelaten is voor gevels lager dan 15 meter en met een maximum van 6 meter voor de gevels van meer dan 30 meter hoog;b) enkel bestaan uit afzonderlijke letters of tekens die hun bevestiging op de drager verbergen;c) minder dan 2/3 beslaan van de voorgevel;d) gelijklopen met de bouwlijn.

Art. 26.Het uithangbord of de reclame verwijzend naar het uithangbord, vastgemaakt of geplaatst op de grond, is toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1° in het verboden gebied : a) reclame verwijzend naar het uithangbord is verboden;b) op voorwaarde dat er geen ander middel bestaat om de activiteit bekend te maken, met name als het gebouw achteruit gelegen is of niet zichtbaar is vanaf de openbare weg;c) niet meer dan éen inrichting per gebouw bevatten;d) vastgemaakt of geplaatst zijn in de private ruimte en in de openbare ruimte niet uitsteken;e) voor het gebouw een totaal gecumuleerde oppervlakte hebben van maximum 1 m2, alle activiteiten inbegrepen;2° buiten het verboden gebied : a) niet meer dan één inrichting per gebouw en per weg bevatten;b) vastgemaakt of geplaatst zijn in de private ruimte;c) een totale gecumuleerde oppervlakte van maximum 17 m2 en een hoogte van maximum 7 m hebben;d) minder dan 1/10 van de breedte van de weg tussen de rooilijnen uitsteken en maximum 1,20 meter bedragen met inachtneming van een insprong van 35 cm ten opzichte van de rechte hoek van de boord van het voetpad;e) niet geplaatst worden op minder dan 4,5 meter van een gevelopening van een woning wanneer deze zich bevindt op het voorplan van de muur met deze gevelopening;f) niet geplaatst worden op een afstand van minder dan de helft van de hoogte ervan ten opzichte van een mandelige grens; HOOFDSTUK V. - Tijdelijke inrichtingen Afdeling I. - Gelegenheidsuithangborden

Art. 27.De gelegenheidsuithangborden worden geplaatst ten vroegste 15 kalenderdagen vóór de aanvang van de activiteit waarop zij betrekking hebben en worden verwijderd uiterlijk 8 kalenderdagen na het einde ervan.

Art. 28.De gelegenheidsuithangborden kunnen worden toegestaan onder de volgende voorwaarden : 1° zij worden net en goed onderhouden;2° als het gelegenheidsuithangbord gelijkloopt met een muur mag het er niet bovenuit steken;3° indien het gelegenheidsuithangbord haaks staat op een muur moet het onder de dakgoot aangebracht worden. Afdeling II. - Vastgoed- en werfpanelen.

Art. 29.De vastgoed- en werfpanelen worden geplaatst ten vroegste 15 kalenderdagen voor de aanvang van de operatie waarop zij betrekking hebben en uiterlijk 8 kalenderdagen na het einde ervan verwijderd.

Art. 30.De vastgoed- en werfpanelen kunnen worden toegelaten onder de hiernagenoemde voorwaarden : 1° in het verboden gebied : a) worden ze in een nette staat onderhouden;b) als het bord gelijkloopt met een gevel mag dit niet meer dan 0,25 m uitsteken, de uiteinden ervan niet overschrijden en moet de totale gecumuleerde oppervlakte ervan kleiner zijn dan 4 m2;c) staat het bord haaks op een gevel dan mag dit niet meer dan 1 meter uitsteken en moet dit onder de dakgoot aangebracht worden;d) er wordt slechts één werfpaneel en één vastgoedpaneel per gevel toegelaten;e) als het bord aan de grond vastgemaakt is, moet de totale gecumuleerde oppervlakte kleiner zijn dan 4 m2.2° buiten het verboden gebied : a) worden ze in een nette staat gehouden;b) als het paneel gelijkloopt met een gevel dan mag het niet meer dan 0,50 meter uitsteken, de uiteinden ervan niet overschrijden en moet het een totale gecumuleerde oppervlakte hebben kleiner dan 1/20 van de geveloppervlakte en van minder dan 16 m2;c) staat het paneel haaks op een gevel dan mag het niet meer dan 1,20 meter uitsteken en moet het onder de dakgoot aangebracht worden;d) er wordt slechts één werfpaneel en één vastgoedpaneel per gevel toegelaten;e) als het paneel aan de grond vastgemaakt is, moet de totale gecumuleerde oppervlakte kleiner zijn dan 16 m2. Afdeling III. - Schragen

Art. 31.De schragen zijn enkel toegelaten op de openbare weg wanneer de activiteit plaatsvindt en voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° minder dan 0,60 m2 grond innemen;2° een doorgang voor het voetgangersverkeer van minstens 1,20 meter breed vrijhouden. HOOFDSTUK VI. - Geldigheid van de vergunningen

Art. 32.In de gevallen bedoeld in artikel 88, eerste lid, 1° van de Ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de Planning en de Stedenbouw bedraagt de maximale duur van de vergunning : 1° negen jaar voor de uithangborden, de reclame verwijzend naar het uithangbord alsook de niet-lichtgevende en verlichte reclame waarvan de boodschap tijdens de hele duur van de vergunning aanwezig blijft;2° drie jaar voor elke andere reclame-inrichting. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^