Omzendbrief van 06 juni 2001
gepubliceerd op 04 juli 2001
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Omzendbrief tot verduidelijking van de toepassing van verschillende omzendbrieven betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
2001000568
pub.
04/07/2001
prom.
06/06/2001
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN


6 JUNI 2001. - Omzendbrief tot verduidelijking van de toepassing van verschillende omzendbrieven betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen


Aan de Dames en Heren Burgemeesters van het Rijk, Deze omzendbrief heeft tot doel de gemeentebesturen bepaalde verduidelijkingen te geven aangaande de uitvoering van verschillende omzendbrieven betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

A. Met betrekking tot de toepassing van de omzendbrief van 30 september 1997 betreffende het verlenen van een verblijfsmachtiging op basis van samenwoonst in het kader van een duurzame relatie (Belgisch Staatsblad 14 november 1997) 1. Als een vreemdeling een aanvraag tot verblijfsvergunning in België indient, moet het gemeentebestuur te werk gaan overeenkomstig punt 2.2.3. van de omzendbrief van 15 december 1998 betreffende de toepassing van artikel 9, alinea 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsmede de regularisatie van bepaalde situaties. Dit betekent dat een controle op de effectieve woonplaats moet plaatsvinden binnen tien dagen na het indienen van de aanvraag, dat vervolgens een bewijs van ontvangst van de aanvraag aan de betrokkene moet worden afgegeven en dat de aanvraag naar het bevoegde bureau van de Dienst Vreemdelingenzaken (bureau A of E, naargelang van de nationaliteit van de aanvrager) moet worden doorgestuurd. 2. Het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (BIVR) met de vermelding « voorlopig verblijf » dat wordt uitgereikt in het kader van deze omzendbrief, mag niet ambtshalve door het gemeentebestuur worden verlengd.In ieder geval moet dit gemeentebestuur contact opnemen met het bevoegde bureau van de Dienst Vreemdelingenzaken (bureau A of E, naargelang van de nationaliteit van de aanvrager).

De aanvraag tot verlenging van dit BIVR moet per brief ofwel per fax naar het bevoegde bureau worden gestuurd, en mag in geen enkel geval telefonisch worden meegedeeld.

B. Met betrekking tot de toepassing van de omzendbrief van 14 juli 1998 betreffende de verblijfsvoorwaarden voor EG-vreemdelingen en hun familieleden alsmede de familieleden van Belgische onderdanen (Belgisch Staatsblad, 21 augustus 1998) 1. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de titel van hoofdstuk II, punt B.1., van deze omzendbrief, zowel in de inhoudsopgave als in de tekst zelf, moet worden vervangen door de volgende titel : « Ontvankelijkheidsvoorwaarde van een aanvraag tot inschrijving in het vreemdelingenregister of van een aanvraag tot het verkrijgen van een document overeenkomstig het model dat voorkomt in bijlage 22 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 ». 2. Bovendien moeten in hoofdstuk VI, punt 1, van deze omzendbrief de woorden « totale kostprijs die de gemeente mag vorderen voor de afgifte van een attest van immatriculatie of een verblijfskaart van een onderdaan van een lidstaat van de Europese gemeenschappen (...) » worden vervangen door de woorden « totale kostprijs die de gemeente mag vorderen voor de afgifte van een attest van immatriculatie en een verblijfskaart van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen (...) ».

C. Met betrekking tot de toepassing van de omzendbrief van 12 oktober 1998 betreffende de aanvraag tot verblijf of tot vestiging in het Rijk, die na het voltrekken van het huwelijk wordt ingediend op grond van de artikelen 10 of 40 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Belgisch Staatsblad 6 november 1998) Ik breng u in herinnering dat de vestigingsaanvraag van een vreemdeling die geen onderdaan is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die enkel een geldig nationaal paspoort (of een daarmee gelijkgestelde reistitel) zonder visum, hoewel hij visumplichtig is, of enkel een vervallen nationaal paspoort (of een daarmee gelijkgestelde reistitel) kan voorleggen, niet in aanmerking kan worden genomen. In dat geval moet geen bijlage 19 worden opgemaakt, maar dient onmiddellijk een bevel om het grondgebied te verlaten, overeenkomstig het model van bijlage 12 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981, te worden betekend. Indien het visum vervallen is, mag men nooit een attest van immatriculatie afgeven en moet men altijd contact opnemen met het bevoegde bureau van de Dienst Vreemdelingenzaken (bureau A of E, naargelang van de nationaliteit van de betrokkene).

D. Met betrekking tot de toepassing van de omzendbrief van 15 december 1998 over de toepassing van artikel 9, alinea 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen alsmede de regularisatie van bijzondere situaties (Belgisch Staatsblad 19 december 1998) 1. Ik breng u in herinnering dat luidens punt 2.2.3. van deze omzendbrief de aanvraag tot verblijfsmachtiging op basis van artikel 9, alinea 3, van de wet van 15 december 1980, moet worden ingediend in de gemeente waar de vreemdeling effectief verblijft en waarvan het gemeentebestuur dit effectief verblijf moet controleren binnen tien dagen na de aanvraag. Deze controle moet worden uitgevoerd en het gemeentebestuur moet in ieder geval de aanvraag in ontvangst nemen, zelfs al is de vreemdeling ambtshalve geschrapt in het vreemdelingenregister. 2. In hetzelfde punt wordt bepaald dat het gemeentebestuur, na de controle op de effectieve woonplaats, de aanvraag onverwijld moet doorsturen naar de Dienst Vreemdelingenzaken. Om reden van efficiëntie dienen de aanvragen naar de volgende bureaus te worden gestuurd : - bureau R (uitgeprocedeerde asielzoekers); - bureau S (niet-EER studenten); - bureau E (EER-vreemdelingen); - bureau A (andere vreemdelingen). 3. Indien de vreemdeling houder is van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (BIVR) met de vermelding « tijdelijk verblijf », geldig voor 1 jaar, afgeleverd naar aanleiding van een machtiging tot verblijf toegekend op basis van deze omzendbrief, kan dit BIVR niet automatisch worden verlengd en dient het gemeentebestuur altijd contact op te nemen met het bureau van de Dienst Vreemdelingenzaken dat de instructie heeft gegeven om het BIVR af te leveren. Brussel, 6 juni 2001.

De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^