Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 09 november 2002
gepubliceerd op 21 december 2002

Ministeriële omzendbrief PLP 28 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2003 ten behoeve van de politiezone

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2002000848
pub.
21/12/2002
prom.
09/11/2002
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN


9 NOVEMBER 2002. - Ministeriële omzendbrief PLP 28 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2003 ten behoeve van de politiezone


Aan Mevrouw en de Heren Provinciegouverneurs, Aan Mevrouw de Gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, Ter informatie : Aan de dames en heren Burgemeesters, Aan de heer Commissaris-generaal van de federale politie, Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie van de Lokale Politie, Aan de dames en heren Bijzondere Rekenplichtigen.

Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, INLEIDING Voor de toepassing van deze omzendbrief wordt verstaan onder : « de WGP » : de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus; « het ARPC » : het koninklijk besluit van 5 september 2001 houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de lokale Politie; « de NGW » : de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988; « de raad » : de gemeenteraad in de eengemeentezones en de politieraad in de meergemeentezones; « het college » : het college van burgemeester en schepenen in de eengemeentezones en het politiecollege in de meergemeentezones.

Hierna volgen de onderrichtingen voor de lokale politiezone bij het opstellen van de begroting voor het jaar 2003. 1. ONDERRICHTINGEN VAN ALGEMENE AARD 1.1. Specifiek toezicht op de begroting en begrotingswijzigingen en op de financiële bijdrage van de gemeenten tot de meergemeentezone Voor een overzicht in verband met de toezichtsprocedures en de desbetreffende termijnen verwijs ik naar mijn omzendbrief PLP12 van 8 oktober 2001.

Het specifiek toezicht op de begroting en begrotingswijzigingen en op de financiële bijdrage van de gemeenten tot de meergemeentezone wordt geregeld in de artikelen 71 tot en met 76 van de WGP. 1.1.1. Goedkeuringstoezicht op de begroting en de begrotingswijzigingen Krachtens artikel 71 van de WGP dienen de besluiten van de raad betreffende de begroting en de begrotingswijzigingen binnen de twintig dagen voor goedkeuring naar de gouverneur te worden verstuurd.

Krachtens artikel 66 van de WGP kan de goedkeuring slechts worden geweigerd omwille van de schending van de bepalingen vervat in de WGP of genomen krachtens de WGP. De gouverneur als commissaris van de federale regering is in eerste aanleg de bevoegde instantie om de begroting te toetsen aan de door de federale overheid uitgevaardigde normen.

Krachtens artikel 72 van de WGP spreekt de gouverneur zich uit over de goedkeuring binnen een termijn die wordt berekend door de termijn die is vastgesteld voor het toezicht op de begroting van de gemeenten van de zone te verminderen met vijf dagen.

Indien de raad ontvangsten of verplichte uitgaven, die krachtens de WGP dienen te worden voorzien, geheel of gedeeltelijk weigert op de begroting te brengen, schrijft de gouverneur de vereiste bedragen ambtshalve in.

Indien de raad ontvangsten voorziet die krachtens de wet geheel of gedeeltelijk niet aan de zone toekomen gaat de gouverneur naargelang het geval over tot de schrapping van het bedrag of tot de ambtshalve inschrijving van het juiste bedrag.

In het geval van een meergemeentezone wijzigt de gouverneur gelijktijdig met de ambtshalve inschrijving of schrapping het bedrag van de financiële bijdrage van elk der gemeenten die deel uitmaken van de betrokken meergemeentezone.

De gouverneur brengt zijn besluit ter kennis van de gemeente of de overheid van de meergemeentezone uiterlijk de laatste dag van de voormelde goedkeuringstermijn. Wanneer die termijn is verstreken, wordt de gouverneur geacht zijn goedkeuring aan de begroting te hebben verleend.

Het besluit van de gouverneur wordt aan de raad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.

De artikelen 73 en 74 van de WGP regelen het beroep bij de Minister van Binnenlandse Zaken tegen de niet-goedkeuring of tegen de ambtshalve aanpassing van een begrotingsbeslissing door de gouverneur.

Krachtens artikel 73 van de WGP kan de raad bij de minister van Binnenlandse Zaken hoger beroep instellen tegen het besluit van de gouverneur houdende niet-goedkeuring of ambtshalve aanpassing van de politiebegroting binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het versturen door de gouverneur van zijn besluit naar de gemeenteoverheid of de overheid van de lokale politie.

Krachtens artikel 74 van de WGP spreekt de minister van Binnenlandse Zaken zich uit over het ingesteld beroep binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het inkomen ervan. Hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn naar de gouverneur en naar de raad. Wanneer die termijn is verstreken, is het beroep ingewilligd.

Het besluit van de minister wordt aan de raad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.

Krachtens artikel 75 zijn de begrotingswijzigingen eveneens onderworpen aan het goedkeuringstoezicht zoals hierboven beschreven.

De termijn wordt berekend door de termijn die vastgesteld is voor het toezicht op de begrotingswijzigingen van de gemeenten van de zone, te verminderen met vijf dagen.

Alle door de toezichthoudende overheid getroffen beslissingen in verband met de begroting en de begrotingswijzingen worden door het college aan de raad meegedeeld (artikelen 7 en 14 van het ARPC). 1.1.2. Goedkeuringstoezicht in meergemeentezones op de besluiten van de gemeenteraad houdende stemming van de financiële bijdrage tot de meergemeentezone en de erin aangebrachte wijzigingen.

Krachtens artikel 40 van de WGP komt de begroting van een meergemeentezone ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en de federale Staat. Wanneer de meergemeentezone niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken die voortkomen uit de vervulling van haar opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeenten die er deel van uitmaken.

Elke gemeenteraad van de zone stemt de toelage die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort. De toelage wordt in de uitgaven van elke gemeentebegroting ingeschreven. De toelage vermeld in het besluit van de gemeenteraad, de toelage ingeschreven in de uitgaven van de gemeentebegroting en de toelage ingeschreven in de ontvangsten van de politiebegroting dienen overeen te stemmen.

Krachtens artikel 71 van de WGP worden de gemeenteraadsbesluiten betreffende de bijdrage aan de politiezone en de gemeenteraadsbesluiten betreffende de wijzigingen van de toelage voor goedkeuring naar de gouverneur gestuurd.

Krachtens artikel 76 van de WGP spreekt de gouverneur zich uit binnen een termijn van vijfentwintig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van deze beslissing bij de gouverneur.

Krachtens artikel 72 van de WGP wijzigt de gouverneur gelijktijdig met de ambtshalve inschrijving of schrapping in de politiebegroting het bedrag van de bijdrage van elk van de gemeenten die deel uitmaken van de betrokken meergemeentezone.

De gouverneur brengt zijn besluit ter kennis van de gemeenteoverheid uiterlijk de laatste dag van de voormelde goedkeuringstermijn.Wanneer die termijn is verstreken, wordt de gouverneur geacht zijn goedkeuring aan de beslissing te hebben verleend.

Het besluit van de gouverneur wordt aan de gemeenteraad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.

De artikelen 73 en 74 van de WGP regelen eveneens het beroep bij de minister van Binnenlandse Zaken tegen het besluit van de gouverneur tot aanpassing van de bijdrage of niet-goedkeuring. Krachtens artikel 73 van de WGP kan de gemeenteraad tegen het besluit van de gouverneur tot aanpassing van de bijdrage of tegen zijn besluit houdende niet-goedkeuring hoger beroep instellen bij de minister van Binnenlandse Zaken binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het versturen van het besluit naar de gemeenteoverheid.

Krachtens artikel 74 van de WGP spreekt de minister van Binnenlandse Zaken zich uit over het ingesteld beroep binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het inkomen ervan. Hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn naar de gemeenteraad. Wanneer die termijn is verstreken, is het beroep ingewilligd. Het besluit van de minister wordt aan de gemeenteraad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.

Krachtens artikel 75 zijn de artikelen 72 tot 74 eveneens van toepassing op de besluiten van de gemeenteraad houdende wijziging van de gemeentelijke bijdrage aan de politiezone.

De goedkeuringstermijn ingeval van wijziging is echter, conform artikel 75, tweede lid, gelijk aan de termijn die is vastgesteld voor het toezicht op de begrotingswijzigingen van de gemeenten van de zone, te verminderen met vijf dagen. 1.2. Totstandkoming van de begroting Het koninklijk besluit van 5 september 2001 houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de lokale Politie (ARPC) bepaalt de begrotings-, de financiële en de boekhoudkundige voorschriften van de politiezones, evenals de nadere regels voor de uitoefening van de taken van de bijzondere rekenplichtige, dit in uitvoering van artikel 34 van de WGP waarbij ondermeer artikel 239 van de nieuwe gemeentewet van toepassing wordt verklaard op de lokale politie.

Conform artikel 11 van het ARPC maakt het college het begrotingsontwerp op na het advies te hebben ingewonnen van een commissie waarin tenminste één daartoe aangeduid lid van het college, de korpschef van de lokale politie en de bijzondere rekenplichtige zetelen. Het advies van de commissie slaat uitsluitend op de wettelijkheid en de te verwachten financiële weerslag. Het advies van de begrotingscommissie is niet noodzakelijk eenparig. Het advies van de begrotingscommissie is een beheersinstrument dat kan leiden tot de opstelling van een betere begroting.

Het is meer dan aanbevolen dat de bijzondere rekenplichtige actief betrokken wordt bij de voorbereiding van de begroting van de politiezone.

Krachtens artikel 5 van het ARPC omvat de begroting de precieze raming van alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het financieel dienstjaar kunnen worden gedaan, met uitzondering van de geldverrichtingen voor rekening van derden of die slechts de thesaurie treffen. Elk begrotingsartikel dient in uitvoering van artikel 5 van het ARPC te worden getoetst aan de realiteit en precies te worden geraamd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een mogelijke vermindering van bepaalde kosten ingevolge een ontegensprekelijk schaalvoordeel dat leidt tot een mogelijke rationelere organisatie.

Binnen de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en de buitengewone dienst en, binnen elk van die diensten, tussen het eigenlijk financieel dienstjaar en de vorige dienstjaren.

Het financieel dienstjaar van de politiezone komt overeen met het burgerlijk jaar krachtens artikel 34 van de WGP, waarbij artikel 238 van de NGW van toepassing werd verklaard.

In de kolom « Rekening 2001 - Vastleggingen » worden ingeval van een pilootzone de vastleggingen vermeld, weliswaar uitgedrukt in Euro, zoals deze voorkomen in de « Politierekening » 2001.

In de kolom « Begroting 2002 » worden de begrotingskredieten vermeld conform de politiebegroting 2002 rekening houdend met de op dat ogenblik laatst goedgekeurde begrotingswijziging van het dienstjaar 2002 en rekening houdend met de laatste interne herschikking of aanwending binnen elke economische groep.

Conform artikel 10 van het ARPC mogen de uitgavenkredieten slechts worden gebruikt voor het door de begroting vooropgestelde doel en zijn ze beperkt.

Voor de uitgaven van de gewone dienst geldt die beperking echter voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele code dragen (beperkt tot de eerste drie cijfers) én die behoren tot dezelfde economische groep.

De economische groepen van de uitgaven van de gewone dienst zijn : Personeel : 70 Werkingskosten : 71 Overdrachten : 72 Schuld : 7X Vorige dienstjaren : 76 Overboekingen : 78 M.a.w. binnen elke economische groep kunnen de begrotingskredieten zonder begrotingswijziging worden herschikt over de begrotingsartikelen die eerder werden opgenomen in de begroting(swijziging) en dit binnen het totaal goedgekeurde krediet per economische groep.

We vestigen hierbij nogmaals de aandacht op het beduidend verschil tussen enerzijds artikel 10 van het ARPC en anderzijds artikel 10 van het Algemeen Reglement op de Gemeentelijke Comptabiliteit (ARGC), dat voorziet in een beperking voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele en economische code dragen, elk beperkt tot de eerste drie cijfers.

Deze ruimere uitzondering (nl. niveau economische groep) op het algemeen principe van de beperktheid van de kredieten voor de uitgaven van de gewone dienst laat toe de begrotingskredieten in de politiebegroting scherper te ramen. Er dient alleen nog een reserve te worden voorzien op niveau van de economische groep. Hetgeen normaal zou moeten leiden tot scherpere begrotingsramingen en tot minder ongebruikte begrotingskredieten op niveau van de rekening.

We vestigen bijkomend de aandacht op het feit dat de begrippen « verplichte/ niet verplichte uitgaven » en « uitgaven welke ambtshalve worden opgenomen » momenteel niet voorkomen in het ARPC. Conform artikel 34 van de WGP, waarbij onder andere artikel 241 van de NGW van toepassing wordt verklaard, vergadert de raad normaal ieder jaar in de maand oktober om te beraadslagen en te besluiten over de politiebegroting voor het volgende dienstjaar.

Aanvullend bepaalt artikel 250 bis van de WGP dat in normale omstandigheden ten laatste op 1 november 2002, met betrekking tot het fiscale dienstjaar 2003, de politiebegroting, vastgesteld overeenkomstig de minimale begrotingsnormen, dient te zijn goedgekeurd door de raad en dat in een meergemeentezone elke gemeenteraad de financiële bijdrage aan de meergemeentezone dient te hebben goedgekeurd.

We vestigen hierbij bijkomend de aandacht op artikel 27 van de WGP houdende de bepaling dat de artikelen 84, 86, 87, 87bis, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95 tweede lid, 96, 97, 98, 99, 100 en 101 van de NGW van overeenkomstige toepassing zijn op de politieraad.

Conform voormeld artikel 96 van de NGW doet het college aan elk raadslid een exemplaar toekomen van het ontwerp van begroting/begrotingswijziging uiterlijk zeven vrije dagen vóór de vergadering gedurende dewelke de raad dient te beraadslagen over de begroting/begrotingswijziging. Het ontwerp wordt overgemaakt zoals het zal onderworpen worden aan de beraadslagingen van de raad, in de voorgeschreven vorm en vergezeld van de bijlagen die vereist zijn voor de definitieve vaststelling. Het ontwerp van begroting is vergezeld van een verslag.

Het verslag bevat een synthese van het ontwerp van begroting.

Bovendien geeft het verslag het algemeen en financieel beleid van de politiezone aan en een overzicht van de toestand van het bestuur en de politiezaken, alsook alle nuttige informatiegegevens.

De vergadering van de raad is openbaar.

Vooraleer de raad beraadslaagt, geeft het college een toelichting bij de inhoud van het verslag.

In een meergemeentezone wordt de begroting goedgekeurd door de politieraad. Van de regel dat elk lid van de politieraad over één stem beschikt (artikel 25 WGP) wordt afgeweken bij de stemmingen over de vaststelling van de begroting, de begrotingswijzigingen en de jaarrekeningen (artikel 26 WGP). In die gevallen bekomt elke groep van vertegenwoordigers van één gemeente uit de politiezone evenveel stemmen als waarover de burgemeester van diezelfde gemeente beschikt in het politiecollege, zoals bepaald in artikel 24 van de WGP. Conform artikel 24 van de WGP beschikt elke burgemeester in het politiecollege over een aantal stemmen naar evenredigheid van de minimum politietoelage die zijn gemeente in de meergemeentezone inbrengt. In afwijking hiervan wordt gedurende de eerste twee jaren volgend op het jaar waarin de lokale politie is opgericht, het aantal stemmen toegekend naar evenredigheid van de nettolast voor de functie Justitie en Politie onder de statistische code 399 van de laatst vastgestelde en goedgekeurde jaarrekeningen van elke gemeente.

In het KB van 20 december 2000, B.S. 29 december 2000, wordt meer informatie verstrekt over de precieze berekeningswijze van het aantal stemmen waarover een burgemeester beschikt in het politiecollege, verder verduidelijkt door de ministeriële omzendbrief PLP 6 van 19 maart 2001, B.S. 13 april 2001. Het aantal stemmen waarover de burgemeester in het politiecollege beschikt wordt bij de stemming over de vaststelling van de begroting/ begrotingswijzigingen gelijk verdeeld over de groep vertegenwoordigers van een gemeente.

In uitvoering van artikel 34 van de WGP, waarbij onder andere artikel 242 van de NGW van toepassing wordt verklaard, wordt de politiebegroting neergelegd op de zetel van de politiezone waar eenieder er altijd ter plaatse kennis van kan nemen.

Op die mogelijkheid van inzage wordt gewezen door middel van aanplakbiljetten die door de zorg van het college worden aangebracht binnen een maand nadat de politiebegroting door de raad is aangenomen.

Het bericht blijft tenminste tien dagen aangeplakt. 1.3. Doorzending van de begroting en de bijlagen Het ontwerp KB ter uitvoering van de artikelen 71, derde lid, en 77, tweede lid, van de WGP werd inmiddels positief geadviseerd door de adviesraad van burgemeesters en bevindt zich thans voor advies bij de Raad van State.

Het ontwerp KB voorziet dat de begroting van de lokale politie, evenals alle documenten die vereist zijn voor de controle van haar overeenstemming met de WGP, binnen een termijn van twintig dagen ingaande de dag volgend op de goedkeuring van de begroting door de raad naar de gouverneur worden gestuurd.

De begroting 2003 dient minstens vergezeld te zijn van volgende documenten : 1° een verslag bevattende een synthese van de begroting.Het verslag bevat bovendien het algemeen en financieel beleid van de politiezone en een overzicht van alle gegevens die van invloed kunnen zijn op de organisatie en de werking van de politiezone; 2° het advies van de begrotingscommissie zoals bedoeld in artikel 11 van het ARPC;3° een tabel bevattende alle personeelsgegevens die de begroting kunnen beïnvloeden.Zij bevat minstens de vermelding van de loonschaal, de geldelijke anciënniteit en de vergoedingen en toelagen van elk personeelslid (desgevallend volgens stamnummer, intern nummer...); 4° een tabel van de leningen en de evolutie van de schuld;5° het bewijs dat de aanplakking waarbij inzagemogelijkheid van eenieder in de politiebegroting aan het publiek kenbaar gemaakt werd, werd uitgevoerd zoals bepaald in de WGP - artikel 34 (mag afzonderlijk worden verzonden, maar in elk geval vóór het verstrijken van de toezichttermijn). De opstelling van een meerjarenplanning wordt voor 2003 nog niet opgelegd, maar wordt gelet op de weerslag van de politiebegroting op de gemeentebegrotingen aanbevolen.

Wanneer de begroting krachtens de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, haar uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende teksten, in twee talen moet worden opgesteld, wordt ze in de twee talen voorgelegd. Hetzelfde geldt voor de stukken die aan de begroting zijn gevoegd en die in twee talen zijn opgesteld.

De begroting en de bijlagen worden in ieder geval in twee papieren exemplaren naar de gouverneur verstuurd.

Daarnaast dient aan de gouverneur een elektronisch bestand te worden overgemaakt. Het te vervolledigen elektronisch bestand is downloadbaar via de website van de Directie van de Relaties met de Lokale Politie : www.infozone.be Het elektronisch bestand in Excel-formaat betreft een eenvoudige overname van gegevens uit de politiebegroting. Excel is algemeen verspreid, vereist geen specifieke voorkennis en is beschikbaar op de meeste PC's. Het elektronische begrotingsbestand is gebruiksvriendelijk en maakt de gebruikers attent op logische fouten in de gegevens.

Het elektronisch begrotingsbestand wordt aan de Gouverneur overgemaakt, hetzij via diskette, hetzij via e-mail, in functie van de mogelijkheden en zienswijze van de provincie waaronder u ressorteert.

Zie onderstaande tabel.

Politiezones die problemen hebben met de gebruikte software kunnen contact opnemen met de Helpdesk tel : (02) 500 27 24 en (02) 500 25 71 fax : (02) 500 27 96 e-mail : zpzteam.ap@mibz.fgov.be Nadat de gouverneur zich heeft uitgesproken over de begroting wordt het elektronisch begrotingsbestand, inclusief de eventueel door de gouverneur aangebrachte wijzigingen, overgemaakt aan de Directie van de Relaties met de Lokale Politie (CGL), die instaat voor de inzameling en de exploitatie van de morfologische gegevens van de lokale politiediensten. De gouverneur kan het elektronisch begrotingsbestand overmaken aan CGL hetzij via diskette, hetzij bij voorkeur via het e-mailadres : zpzteam.ap@mibz.fgov.be De ingezamelde gegevens moeten in eerste instantie de bevoegde overheden en iedereen die erbij betrokken zijn de mogelijkheid bieden om zo snel mogelijk een betrouwbare foto op te maken van het financiële beleid van de lokale politie. Het lokale politiebeleid verdient een voortdurende aandacht. Het beschikken over betrouwbare informatie is essentieel voor de beleidsverantwoordelijken (ongeacht het niveau) om de organisatieontwikkeling van de lokale politie op beleids- en beheersmatig vlak te optimaliseren. Aan de politiezones zal het de gelegenheid bieden zich beter te situeren binnen het politiesysteem.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 1.4. Model van de begroting Het model van de politiebegroting is deze van de gemeentebegroting. Ik verzoek u dit model strikt te willen respecteren.

Wat het titelblad en de eerste bladzijde van de politiebegroting betreft verzoeken wij u de modellen aan te wenden die vervat zitten in het elektronisch begrotingsbestand dat ter beschikking staat op de website van de Directie van de Relaties met de Lokale Politie - www.infozone.be . De eerste bladzijde werd in vergelijking met 2002 licht gewijzigd.

Krachtens artikel 41 van het ARPC zijn de functionele en de economische classificatie welke van toepassing zijn op de politiebegroting deze die vastgelegd zijn in de bijlage bij het ministerieel besluit van 30 oktober 1990 tot uitvoering van het artikel 44 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit (ARGC), zoals gewijzigd door het ministerieel besluit van 25 maart 1994.

De uitgaven en de ontvangsten van de lokale politie worden bij voorkeur ingeschreven onder de functionele code 330xx te lezen als « Lokale Politie ».

De inhoud/ betekenis van de economische codes dient strikt te worden gerespecteerd, de omschrijving mag vervangen worden door een duidelijkere omschrijving aangepast aan de lokale politiezone. 1.5. Begrotingswijzigingen Het verdient aanbeveling om de begrotingswijzigingen tijdig op te maken zodat een regelmatige vastlegging van de uitgaven niet in het gedrang komt.

Het specifiek toezicht van toepassing op de begrotingen van de politiezone is onverkort van toepassing op de wijzigingen die de politiezone aan de politiebegroting aanbrengt. Het specifiek toezicht kwam reeds aan bod in punt 1.1.1. van huidige omzendbrief.Inzake doorzending van de begrotingswijziging(en) en de bijhorende bijlagen is punt 1.3. van huidige omzendbrief onverkort van toepassing. Dit houdt dus in dat ingeval van een begrotingswijziging het elektronisch begrotingsbestand onverkort via diskette of e-mail dient te worden overgemaakt aan de gouverneur.

Volgens artikel 14 van het ARPC zijn de begrotingswijzingen bovendien onderworpen aan dezelfde procedures als deze die toepasbaar zijn op de begroting.

Dit betekent onder meer dat voor begrotingswijzigingen ook het advies van de begrotingscommissie moet worden gevraagd.

Conform artikel 15 van het ARPC moeten op de begrotingswijzigingen zonder verwijl de begrotingskredieten worden uitgetrokken die nodig zijn om de uitgaven die door dwingende en onvoorziene omstandigheden worden vereist te dekken, alsmede de begrotingskredieten die betrekking hebben op niet-geraamde ontvangsten.

In toepassing van artikel 86, 2° van de WGP dient een voor eensluidend verklaard afschrift van de besluiten van de raad, alsook van het college, betreffende de uitgaven die door dringende en onvoorziene omstandigheden worden vereist naar de gouverneur te worden gestuurd, onverminderd de bepalingen van artikel 85 van de WGP houdende de verzending aan de gouverneur van een lijst van de beslissingen van de raad met een beknopte omschrijving van de geregelde aangelegenheden.

De politiezones hebben er alle belang bij de laatste begrotingswijziging zeer nauwkeurig te ramen zodat de laatste begrotingscijfers zo dicht mogelijk de begrotingsrekening benaderen, dit laat toe de volgende begroting realistischer op te stellen. Immers conform artikel 9, eerste lid, van het ARPC, wordt het resultaat van de begroting van het voorgaande dienstjaar, aangepast door de begrotingswijzigingen, als geraamd overschot of tekort van de vorige dienstjaren op de volgende begroting gebracht.

Conform artikel 9, tweede lid, van het ARPC is er geen begrotingswijziging vereist om het vermoedelijk resultaat van het voorgaand dienstjaar dat in de volgende begroting werd gebracht te vervangen door het werkelijk resultaat van de afgesloten begrotingsrekening.

Wanneer echter het inbrengen van het werkelijk resultaat van de afgesloten begrotingsrekening een tekort veroorzaakt of vergroot, neemt de raad de passende maatregelen om het begrotingsevenwicht te herstellen. In de meergemeentezones kan dit slechts gebeuren na overleg met en akkoord van de afzonderlijke gemeenteraden. Zie terzake artikel 9, derde en vierde lid, van het ARGC. Indien de politiebegroting 2003 reeds is goedgekeurd door de raad op het ogenblik van het verschijnen van huidige omzendbrief dient de politiezone in elk geval het elektronisch begrotingsbestand over te maken aan de gouverneur. Indien de gouverneur de betreffende politiebegroting nog niet heeft goedgekeurd op het ogenblik van het verschijnen van huidige omzendbrief, dient de gouverneur het toezicht uit te oefenen rekening houdend met huidige omzendbrief. Indien de gouverneur de politiebegroting reeds zou hebben goedgekeurd, dient in elk geval het elektronisch begrotingsbestand aan CGL te worden overgemaakt. In dit laatste geval zal de politiezone bij een eerstvolgende begrotingswijziging de politiebegroting 2003 in overeenstemming brengen met huidige omzendbrief. 2. ONDERRICHTINGEN BETREFFENDE DE GEWONE DIENST Voorafgaand wensen we op te merken dat het koninklijk besluit van 24 december 2001 tot vaststelling van de minimale begrotingsnormen van de lokale politie alleen de gewone uitgavenbegroting van het dienstjaar 2002 betrof en bijgevolg NIET van toepassing is in 2003.Een ontwerp van KB met betrekking tot het dienstjaar 2003 voorziet inzake minimale begrotingsnormen dat de gewone uitgavenbegroting 2003 minimaal de begrotingskredieten dient te bevatten die noodzakelijk zijn voor de correcte bezoldiging van het personeel en voor een goede werking van de politiezone. Op het ogenblik dat het rapport van de Permanente Begeleidingscommissie inzake de evaluatie van de politiehervorming en van het financieringssysteem is neergelegd, dit is september 2003, zullen de minimale begrotingsnormen 2004 worden bijgestuurd. 2.1. De gewone uitgaven - personeel (70) 2.1.1. Het minimaal effectief Artikel 38 van de WGP stelt dat de Koning voor elke politiezone het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel bepaalt, rekening houdend met de specifieke kenmerken van die zone. Het KB van 5 september 2001 houdende het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie geeft uitvoering aan de artikelen 38 en 47 van de WGP. De vastgelegde minimumnormen met betrekking tot het minimaal effectief zullen conform artikel 3 van voormeld KB vóór 31 december 2002 voor iedere zone worden geëvalueerd en eventueel worden herberekend.Ik vestig uw aandacht op het feit dat, zoals bepaald in artikel 4 van voormeld KB, de Koning op gemotiveerde aanvraag van de voorzitter van het college afwijkingen kan toestaan betreffende de minimale norm. Het toestaan van afwijkingen omwille van budgettaire redenen behoort tot de mogelijkheden, mits een gemotiveerde aanvraag. 2.1.2. Raming van de personeelsuitgaven 2.1.2.1. Algemeen De personeelsuitgaven dienen realistisch te worden geraamd rekening houdend met volgende factoren : inachtneming van het KB van 5 september 2001; de « Mededelingen van R.S.Z.P.P.O. betreffende de politiehervorming », waarin de onderwerping van de verschillende bezoldigingselementen aan sociale zekerheids- en pensioenbijdragen wordt behandeld; deze mededelingen kunnen worden geraadpleegd op de website van R.S.Z.P.P.O. : http :// www.rszppo.fgov.be; ingeval van een eventuele overschrijding van de spilindex in 2003 zal in de loop van 2003 de loonkost stijgen; voor de meest actuele informatie hierover kan u terecht op de website van het Federaal Planbureau : http ://www.plan.be/nl/projects/indprix/indprix.htm; niet-indexering van sommige toelagen en vergoedingen; zie artikel 157 van de programmawet van 2 augustus 2002 (B.S. 29 augustus 2002) in navolging van het protocol Nr. 57 en 57/1 van het onderhandelingscomité voor de politiediensten (zie eveneens punt 2.1.2.3. hiernavolgend); toekenning van periodieke verhogingen en het tijdstip ervan; de reële of de waarschijnlijke stijging of daling van het aantal personeelsleden.

Ter verantwoording van de gebudgetteerde personeelsuitgaven (wedden, toelagen, vergoedingen, premies, patronale bijdragen) dient een gedetailleerde tabel van de personeelsuitgaven van het personeel van de politiezone (volgens stamnummer, intern nummer of functie) aangevuld met de geraamde personeelsuitgaven van de geplande aanwervingen, ter inzage te liggen van de raadsleden. Betreffende gedetailleerde tabel wordt als bijlage bij de begroting gevoegd, zie terzake punt 1.3.

Gelieve hieronder een tabel te vinden met de percentages sociale zekerheids- en pensioen-bijdragen die van toepassing zijn in 2003 op respectievelijk de vastbenoemden (inclusief ex-federale Ops wat betreft de patronale bijdragen pensioenen), de contractuelen en de Gesco's.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De personeelsuitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel werkzaam in het kader van de samenlevings- en veiligheidscontracten (Svcontract) worden niet gebudgetteerd in de politiebegroting maar in de desbetreffende gemeentebegroting. De specifieke toelage 2003 waarmede de overheid haar engagement tegenover de gemeenten met een Svcontract nakomt, wordt toegekend aan de gemeente en niet aan de zone. Niets belet echter dat dit burgerpersoneel kan werken ten behoeve van de zone. In dit geval kan dit verrekend worden in de intrazonale verdeling.

De personeelsuitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel dat belast wordt met taken die niet behoren tot de politionele opdrachten (vb. Strafregister) mogen evenmin in de politiebegroting worden gebudgetteerd. 2.1.2.2. Wedden Het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol) bepaalt inzake wedde : ° artikel XI.II.13.§ 1. : « De wedde van het personeelslid wordt maandelijks betaald volgens hetzelfde tijdschema dan datgene van toepassing op de ambtenaren van de federale ministeries, ten belope van één twaalfde van de jaarwedde. » ° artikel XII. XI.59. (overgangsbepalingen) : « In afwijking van artikel XI.II.13.§ 1., en ongeacht of men gebruik maakt van de keuzemogelijkheid voor het behoud van zijn oorspronkelijk statuut, behoudt het actueel personeelslid van het operationeel kader dat het statuut had van personeelslid van het operationeel korps van een korps van de gemeentepolitie daags vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, het recht op voorafgaande betaling van zijn wedde indien dit op hem van toepassing was vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Hetzelfde geldt voor toelagen en eender welk ander, samen met de wedde betaald, onderdeel van de bezoldiging. De betaling van kinderbijslag wordt echter niet bedoeld door dit artikel. » Het koninklijk besluit nr. 279 van 30 maart 1984 betreffende de betaling na vervallen termijn van de wedden van sommige personeelsleden van de openbare sector bepaalt : ° artikel 2 : »De wedde van de in artikel 1 bedoelde personeelsleden wordt vanaf de maand juli 1984 na vervallen termijn betaald, met name op de laatste werkdag van de maand behalve de betaling van de wedde van de maand december die plaats heeft op de eerste werkdag van de maand januari van het volgend jaar.Dit geldt eveneens voor de toelagen alsook voor alle andere elementen van de bezoldiging die terzelfdertijd als de wedde worden betaald.... » M.a.w. : de vroegere personeelsleden van de federale politie, die vóór 1 april 2001 reeds betaald werden volgens het tijdschema van toepassing op de ambtenaren van de federale ministeries, blijven verplicht betaald op het einde van de maand, met uitzondering van de maand december waar de verplichting tot betaling voorzien is begin januari van het daarop volgend jaar; de vroegere personeelsleden van de gemeentepolitie behouden het recht op voorafgaande betaling indien zij dit recht vóór 1 april 2001 hadden verworven.

Anderzijds zijn inzake het budgettair en financieel beheer van de lokale politie de volgende bepalingen van toepassing : Artikel 34 van de wet van 7 december 1998 (WGP) dat o.a. artikel 238 van de NGW van toepassing stelt :« Het financiële dienstjaar van de gemeente/ meergemeentezone komt overeen met het burgerlijk jaar.

Behoren tot een dienstjaar alleen de rechten verkregen door de gemeente/ meergemeentezone en de verplichtingen aangegaan ten opzichte van de schuldeisers tijdens dit dienstjaar, ongeacht het dienstjaar waarin zij worden vereffend. » Aanvullend bepaalt artikel 5 van het KB van 5 september 2001 houdende het Algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie (ARPC) : « De begroting omvat de precieze raming van alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het financieel dienstjaar kunnen worden gedaan... ».

Daar de betaling van de wedden van de maand december van de gewezen federale personeelsleden conform artikel XI.II.13.§ 1. en XII.XI.59. van de RPPol pas een verplichting is begin januari van het daarop volgend jaar en pas een uitgave is in de loop van het daarop volgend jaar, behoren de wedden van de maand december tot het daarop volgend jaar en dienen zij te worden geraamd in de begroting van het daarop volgend jaar.

De begroting 2003 bevat bijgevolg inzake wedden de nodige begrotingskredieten om te voldoen aan de verplichtingen/uitgaven tijdens het dienstjaar 2003, dit zijn : - wedden december 2002 tot en met november 2003 (dit naar analogie met de federale begroting) voor wat betreft : ° de gewezen personeelsleden van de federale politie; ° alle nieuwe, sinds 1 april 2001, aangeworven personeelsleden (zij hebben immers het recht van voorafbetaling niet verworven vóór 1 april 2001); - bij overgangsregeling, de wedden januari 2003 tot en met december 2003 voor wat betreft de gewezen leden van de gemeentepolitie die het recht op voorafbetaling verworven hadden vóór 1 april 2001.

Op termijn zullen alle personeelsleden van de geïntegreerde politie, in uitvoering van artikel XI.II.13.§ 1. RPPol, betaald worden na vervallen termijn en volgens hetzelfde tijdschema dan de ambtenaren van de federale ministeries.

De kredieten voor de wedden december 2002 dienen niet te worden begroot binnen de vorige dienstjaren, zij mogen worden begroot binnen het eigenlijk financieel dienstjaar 2003. 2.1.2.3. Toelagen, vergoedingen en premies - In uitvoering van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol) situeert de verplichting tot uitbetaling van tal van toelagen, vergoedingen en premies zich in de tweede maand volgend op de maand/ referentieperiode waarin de prestaties werden verricht.

Bijvoorbeeld :- Art. XI.III.6. § 4. van RPPol bepaalt inzake de toelage voor dienstprestaties uitgevoerd op een zaterdag, een zondag, een feestdag of tijdens de nacht : »De verschuldigde bedragen worden betaald in de loop van de tweede maand volgend op de maand waarin de prestaties werden verricht. » Art. XI.III.7.§ 3. van RPPol bepaalt inzake de uurtoelage voor bijkomende dienstprestaties : »De verschuldigde toelagen worden uitbetaald in de loop van de tweede maand die volgt op de afsluiting van de referentieperiode. In geval van mobiliteit, ambtshalve aanwijzing, herplaatsing, of ingeval van overlijden, worden zij evenwel uitbetaald in de loop van de tweede maand die volgt op de datum van deze gebeurtenis. » Daar de uitgave inzake de betreffende toelagen, vergoedingen en premies voor de (voor)laatste maand/laatste referentieperiode van het dienstjaar conform de RPPol pas een verplichting is begin van het daarop volgend dienstjaar en pas het daarop volgend jaar kan gebeuren, behoort de betreffende uitgave tot het daarop volgend dienstjaar en dienen de uitgaven te worden geraamd in de begroting van het daarop volgend dienstjaar.

De begroting 2003 bevat bijgevolg inzake de betreffende toelagen, vergoedingen en premies de nodige begrotingskredieten voor de periode december 2002 (eventueel november 2002)/laatste referentieperiode 2002 tot en met de maand november 2003 (eventueel oktober 2003)/voorlaatste referentieperiode.

De kredieten voor de betreffende toelagen, vergoedingen en premies met betrekking tot prestaties verricht in de (voor)laatste maand/ laatste referentieperiode 2002 dienen niet te worden begroot binnen de vorige dienstjaren, zij mogen worden begroot binnen het eigenlijk financieel dienstjaar 2003. - Zoals reeds vermeld onder 2.1.2.1. voorziet artikel 157 van de programmawet van 2 augustus 2002 (B.S. 29 augustus 2002) onder andere in een niet-indexering bij de twee eerste indexaanpassingen die zich zouden voordoen tussen 1 januari 2002 en 31 december 2003 inzake de volgende weddebijslagen, toelagen en vergoedingen : 1° weddebijslag voor de uitoefening van een mandaat (XI.II.17 RPPol) 2° de toelagen bedoeld in deel XI, titel III, hoofdstukken III tot X RPPol;3° de vergoedingen bedoeld in deel XI, titel IV, hoofdstukken II tot VI RPPol; 4° de vergoedingen bedoeld in deel XI, titel IV, hoofdstuk VII RPPol, met uitzondering van deze bedoeld in afdeling 4, en in artikel XI.IV.106; 5° de toelagen bedoeld in de artikelen XII.XI.20, XII.XI.21, XII.XI.23 en XII.XI.51 RPPol; 6° de weddebijslag bedoeld in artikel XII.XI.86 RPPol.

Bij de raming 2003 van de weddebijslagen, toelagen en vergoedingen dient met de voormelde niet-indexering te worden rekening gehouden. ° In verband met de patronale socialezekerheidsbijdragen op toelagen, vergoedingen en premies vestigen we uw aandacht op : - Artikel 15 van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid : »Inzake de sociale zekerheidsbijdragen op de vergoedingen, premies en toelagen van de personeelsleden, is de last die door de gemeenten en de meergemeentepolitiezones gedragen wordt,beperkt tot de sociale zekerheidsbijdragen op de vergoedingen, premies en toelagen die door de gemeenten voor het politiepersoneel gedragen werden voor het jaar 2000. » - Het KB van 14 mei 2002 tot regeling van de meerkost die betrekking heeft op het gedeelte van de socialezekerheidsbijdragen op de toelagen, premies en vergoedingen van de personeelsleden van de politiezones. Het bedrag aan patronale socialezekerheidsbijdragen op de toelagen, premies en vergoedingen verschuldigd door de gemeenten over het jaar 2000 voor het politiepersoneel, hierna genoemd het plafond, werd inmiddels berekend door R.S.Z.P.P.O.. De resultaten van de berekeningen werden inmiddels door R.S.Z.P.P.O. medegedeeld aan de politiezones.De patronale socialezekerheidsbijdragen op de toelagen, premies en vergoedingen voor het dienstjaar 2003 dienen afzonderlijk te worden geraamd. De totale raming minus het plafond (geïndexeerd naar 2003 conform artikel 4 van het KB van 14 mei 2002) vormt de Federale Sociale Toelage II, zie punt 2.8.1.3. hierna. 2.1.3. Mogelijke subfuncties inzake personeelsuitgaven De subfuncties 33001 tot en met 33090 worden voorbehouden voor de budgettering van de personeelsuitgaven van het operationeel kader. De marge laat toe om in afwachting van een analytische boekhouding een analytische uitsplitsing te maken volgens de behoeften van de zone.

De mandaattoelage voor de korpschef, zoals bedoeld in artikel XI.II.17 en in de bijlage 3 van het KB van 30 maart 2001, is onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen én aan pensioenbijdrage, dit ingevolge artikel 7, 2°, b) van de wet van 30 maart 2001, B.S. 18 april 2001.

De subfuncties 33091 tot en met 33097 worden voorbehouden voor het administratief en logistiek personeel (CALOG).

In verband met de gesubsidieerde contractuele personeelsleden (Gesco's) werden inmiddels, na overleg tussen de Gewesten, de Gemeenschappen en de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, de nodige wetgevende en uitvoerende maatregelen getroffen om met behoud van subsidies de overgang van de Gesco's van de gemeenten naar de politiezones mogelijk te maken met ingang van 1 januari 2002, namelijk : - Waals Gewest - op 24 januari 2002 Arrêté du Gouvernement wallon étendant le champ d'application de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux et modifiant l'arrêté de l'Exécutif régional wallon du 13 juin 1991 déterminant les critères de répartition des subventions acccordées aux pouvoirs locaux occupant des agents contractuels (B.S. 09.02.2002) - Brussels Hoofdstedelijk Gewest - op 21 maart 2002 Besluit tot wijziging van het toepassingsgebied van de openbare besturen zoals bepaald door het koninklijk besluit nr. 474 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, evenals het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 februari 1998 tot bepaling van de verdelingscriteria voor de subsidies toegekend aan de lokale besturen die gesubsidieerde contractuelen tewerkstellen (B.S. 08.05.2002) - Vlaams Gewest - op 7 juni 2002 Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen (B.S. 08.08.2002) - Duitstalige Gemeenschap - op 20 december 2001 Erlass 3166/EX/V/B/I der Regierung der Deutschsprachigen Gemeinschaft über die Gewährung von Zuschüssen an lokale Behörden, die Bezuschusste Vertragsarbeitnehmer beschäftigen.

De personeelsuitgaven in verband met de Gesco's die naar de politiezones werden overgeheveld dienen in de politiebegroting te worden gebudgetteerd, evenals de eraan verbonden premie. De premie van de hogere overheden voor de Gesco's dient te worden gebudgetteerd onder artikel 330/465-05.

De subfunctie 33099 wordt voorbehouden voor de budgettering van de toelage aan de bijzondere rekenplichtige. Het betreft hier het geval waarbij een gemeenteontvanger, een ontvanger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) of een personeelslid van een gemeente of OCMW, conform artikel 30 van de WGP, optreedt als bijzondere rekenplichtige. Indien een gewestelijke ontvanger optreedt als bijzondere rekenplichtige, zie punt 2.3. van huidige omzendbrief De toelage wordt conform artikel 32 van de WGP vastgesteld door de raad binnen de voorwaarden van het KB van 29 november 2001 tot vaststelling van de toelage van de bijzondere rekenplichtige van de politiezone (B.S. 12 december 2001). De toelage is alleen onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen, dus niet aan een pensioenbijdrage.

Bij de vaststelling van de toelage aan de bijzondere rekenplichtige is het aan te bevelen rekening te houden met de bijkomende werklast die in sterke mate varieert naargelang het geval (bijvoorbeeld : ééngemeentezone versus meergemeentezone, bijzondere rekenplichtige afkomstig uit de kleinste of uit een grote gemeente, aanwezigheid van voldoende omkadering...).

De subfunctie 33098 wordt voorbehouden voor de budgettering van de toelage aan de secretaris van de politiezone.

De toelage aan de secretaris is facultatief en kan conform artikel 32bis van de WGP worden vastgesteld door de raad binnen de voorwaarden van het KB van 29 november 2001 tot vaststelling van de toelage van de bijzondere rekenplichtige van de politiezone (B.S. 12 december 2001).

In de meergemeentezone kan de toelage ten vroegste worden verleend met ingang van 1 januari 2002. In een ééngemeentezone ten vroegste met ingang van 30 april 2002.

Het behoort aan de raad om de toelage al dan niet toe te kennen in acht genomen de kwantiteit en de kwaliteit van de geleverde prestaties en in acht genomen of de betrokken secretaris al dan niet prestaties levert buiten de gewone diensturen en/of boven de 38-uren per week.

De vergoeding kan ook worden toegekend voor een bepaalde periode, met name de startperiode van de politiezone, waarna ze eventueel kan worden afgebouwd eens de politiezone op een meer routinematige wijze functioneert en het administratief en logistiek kader van de politiezone in staat is haar opdrachten zelfstandig uit te voeren.

De toelage is alleen onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen, dus niet aan een pensioenbijdrage. 2.1.4. De economische codes inzake personeelsuitgaven Teneinde CDVU-SSGPI toe te laten op een eenvormige wijze de weddegegevens aan te leveren, werd geopteerd voor een eenduidige vastlegging van de economische codes inzake de personeelsuitgaven.

De eenduidige vastlegging van de economische codes inzake personeelsuitgaven kwam tot stand binnen een werkgroep waaraan bijzondere rekenplichtigen, CDVU, SSGPI en derden hun medewerking verleenden.

Het resultaat vindt u als bijlage I. De weerhouden economische codes dienen strikt te worden toegepast. 2.1.5. Verantwoordelijkheden CDVU - SSGPI - Politiezone Overeenkomstig artikel 140ter van de WGP is de Centrale Dienst voor Vaste Uitgaven (CDVU) belast met de berekening van de vaste uitgaven met betrekking tot de personeelsleden van de lokale politie van de gemeente of van de meergemeentezone.

Onder vaste uitgaven moet worden verstaan : 1° de geldelijke verplichtingen van de politiezones die ontstaan uit hoofde van hun hoedanigheid van werkgever;2° de pensioenen, renten en pensioencomplementen. Deze opdracht omvat overeenkomstig artikel 140ter, derde lid, van de WGP wat de lokale politie betreft : 1. de berekening van de wedden, van de aanverwante rechten en van de pensioenen;2. het vervullen van de sociale en fiscale aangifteverplichtingen;3. het berekenen van de wettelijke en reglementaire inhoudingen en bijdragen;4. de betaling van de pensioenen, renten en pensioencomplementen; 5. .... 6. voor wat de lokale politie betreft, het uitvoeren van de betaling voor rekening van de zone of het aanleveren van de vereiste betalingselementen aan het sociaal secretariaat GPI, bedoeld in artikel 140quater van de WGP; 7. de afhandeling van de geschillendossiers (o.a. loonbeslagen...) 8. het opmaken van de boekhoudkundige stukken, van de betalingsstukken en van de nodige verantwoordingsstukken. Teneinde het de CDVU mogelijk te maken om zijn opdracht te vervullen, dienen de personeelsdiensten van de lokale politie of de personen aan wie zij hiertoe delegatie hebben verleend, in uitvoering van artikel 140quater, steeds de nodige gegevens, evenals de beslissingen, mee te delen aan het sociaal secretariaat van de geïntegreerde politie GPI. Het sociaal secretariaat GPI staat in voor de verdere verwerking van de door de personeelsdiensten verstrekte gegevens en beslissingen en voor het overmaken ervan aan de CDVU. Het sociaal secretariaat GPI heeft conform artikel 140quater onder meer de volgende opdrachten : 1° instaan voor de correcte toepassing van het statuut op alle personeelsleden;2° het meedelen van de berekende gegevens en de berekeningen nodig om de wedden, de rechten en de sociale en fiscale inhoudingen aan de rechthebbenden tijdig te kunnen betalen;3° de terugvordering van onverschuldigde betalingen of de mededeling van de daartoe vereiste basisgegevens aan de verantwoordelijke van de zone;4° het bijhouden van een weddedossier betreffende elk verloond personeelslid;5° een algemene informatieopdracht. Het tijdig aanleveren van de informatie is absoluut noodzakelijk teneinde het sociaal secretariaat GPI en de CDVU in staat te stellen om tijdig de berekeningen van de wedden, toelagen, vergoedingen en premies te kunnen doen en om tijdig de detailgegevens en de vereiste betalingselementen voor uitvoering aan de bijzondere rekenplichtige te kunnen overmaken. Het tijdig aanleveren van de informatie is en blijft de verantwoordelijkheid van de politiezones. 2.2. De gewone uitgaven - werkingskosten (71) 2.2.1. De minimale begrotingsnorm inzake werkingskosten In verband met de werkingskosten - gewone uitgaven - bepaalt het ontwerp KB tot vaststelling van de minimale begrotingsnormen van de lokale politie, in uitvoering van artikel 39, eerste lid, en 40, eerste lid, van de WGP, dat de gewone uitgavenbegroting 2003 minimaal de begrotingskredieten dient te bevatten die noodzakelijk zijn voor een goede werking van de politiezone. 2.2.2. Vergoedingen In verband met de vergoeding voor telefoon, onderhoud van uniform, maaltijd- en verblijfskost, dienstverplaatsingen wordt een economische code uit de reeks « 121-xx » aangewend.

De keuze voor een economische code uit de reeks « 121-xx » berust op volgende criteria : terugbetaling van kosten gemaakt door het personeelslid en het zijn kosten eigen aan de werkgever en de terugbetaling is gereglementeerd en er is een (pre-) financiering door het personeelslid.

De gedetailleerde berekening van de gebudgetteerde bedragen ingeschreven onder de economische codes 121-XX wordt bijkomend, per soort vergoeding, vermeld in de tabel van het personeel van de politiezone.In verband met de te gebruiken economische codes inzake vergoedingen verwijzen we naar de bijlage I. 2.2.3. Aankopen individuele basis- en functieuitrusting (voorheen kledijvergoeding) De aankopen in verband met de individuele basis- en functieuitrusting dienen te worden begroot onder de economische code 124/05 - « Aankoop individuele basis- en functieuitrusting ».

Sedert 1 april 2001 is het « Mammoet KB » van 30 maart 2001 tot regeling van het nieuwe statuut van het personeel van de geïntegreerde politie op twee niveaus van kracht. Ten gevolge van de richtlijnen vervat in de ZPZ 10 en de ZPZ 17 moet de werkgever (politiekorps) de individuele kledij en uitrusting gratis ter beschikking stellen van de politieambtenaren en de hulpagenten. In uitvoering van deze richtlijnen werd een ontwerp KB tot regeling van de basisuitrusting en de functieuitrusting van de politieambtenaren en de hulpagenten van politie opgesteld die de samenstelling, de dracht en de bevoorrading van de basisuitrusting regelt. Aan elke politieambtenaar en hulpagent van de lokale politie zal jaarlijks een dotatie aan punten (trekkingsrecht) toegekend worden. Dit puntensysteem vervangt alle bestaande systemen van kledijvergoeding, kledijfonds,...

In de bevoorrading van de individuele uitrusting onderscheidt men twee entiteiten, enerzijds de beheersentiteiten en anderzijds de verkoopcentra. In elke politiezone wordt er een beheersentiteit aangeduid door het college. De beheersentiteit van de politiezone is verantwoordelijk voor het beheer van de punten en bepaalt de regels inzake bevoorrading en financiële afwikkeling. De verkoopcentra zijn verantwoordelijk voor de bevoorrading van de eigen leden of andere leden en de financiële afwikkeling ervan.

Binnen de lokale politie bestaan volgende mogelijkheden : ° ofwel kan iedere zone een eigen verkoopcentrum oprichten, ° ofwel kunnen meerdere zones een gezamenlijk verkoopcentrum beheren.

De lokale verkoopcentra kunnen zichzelf bevoorraden door ofwel zelf aankopen te realiseren overeenkomstig de wetgeving inzake overheidsopdrachten ofwel door bestellingen te plaatsen bij andere lokale verkoopcentra of bij de federale verkoopcentra - DGMPE. Het zijn deze aankopen die worden vastgelegd op de economische code 124-05.

De basisuitrusting van de geïntegreerde politie gestructureerd op twee niveaus zal het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke omzendbrief, waarin uitleg zal worden versterkt bij het KB en waarin de uitvoeringsdetails en overgangsmaatregelen worden geregeld en verduidelijkt. 2.3. De gewone uitgaven - overdrachten (72) ° Indien een gewestelijke ontvanger werd aangeduid door de politieraad dient onder de economische code 415-01 een tussenkomst in de wedde en werkingsuitgaven van de gewestelijke ontvanger (gedragen door de gewesten vanaf 1 januari 2002) te worden voorzien.

Bij de budgettering van de betreffende tussenkomst dient te worden rekening gehouden met volgende waardering van de taak van gewestelijke ontvanger in een politiezone : de politiezone wordt in aanmerking genomen voor 1/10 punt per inwoner; met een minimum evenwel van 3000 punten en een maximum van 13.000 punten.

Naast een bijdrage in de personeelskost dient eveneens rekening te worden gehouden met een bijdrage in de kantoor- en reiskosten van de gewestelijke ontvanger. ° De tussenkomst in vakbondspremies wordt gebudgetteerd onder de economische code 415-02. ° Andere gebudgetteerde toelagen dienen te worden gemotiveerd. 2.4. De gewone uitgaven - schuld (7X) 2.4.1. Intrest- en aflossingslasten De intrest- en aflossingslasten, zowel van de opgenomen als van de op te nemen leningen, worden globaal voorzien op de functie 330.

De intresten en aflossingen 2003 met betrekking tot overgedragen leningen dienen realistisch te worden gebudgetteerd op basis van lijsten die door de betreffende financiële instellingen ter beschikking worden gesteld. Betreffende lijsten worden als bijlage bij de politiebegroting gevoegd.

De rentevoeten van de nieuw op te nemen leningen worden realistisch geraamd in functie van de geldende marktvoorwaarden.Voor de nieuwe leningen voorziet men in de begroting 2003 een intrestlast van zes maanden. Een kapitaalsaflossing wordt al dan niet voorzien in functie van het type van financiering dat wordt gepland, waarbij steeds de meest gunstige financiering dient te worden beoogd.

Het verdient aanbeveling via samenwerkingsverbanden (met gemeente(n), met andere politiezones...) gezamenlijk te onderhandelen over leningsvoorwaarden met het oog op het bedingen van voordeligere voorwaarden.

De tabel betreffende de evolutie van de schuld van de politiezone, aangevuld met de nieuw op te nemen leningen, dient eveneens te worden bijgevoegd. 2.4.2. Correctiemechanisme inzake overdracht federale gebouwen naar de politiezones In uitvoering van artikel 248quater van de WGP worden de administratieve en logistieke gebouwen en hun terreinen die op 1 januari 2001 noodzakelijk waren voor de huisvesting van de federale ambtenaren die naar de lokale politie werden overgeheveld overgedragen naar de politiezones met ingang van 1 januari 2002.De overgedragen gebouwen en hun gronden worden overeenkomstig de bepalingen van omzendbrief PLP 9bis opgenomen op de beginbalans van de politiezone per 1 januari 2002.

Voor de pilootzones worden de overgedragen gebouwen en hun gronden per 1 januari 2002 toegevoegd aan de eindbalans van 31 december 2001, die naar het dienstjaar 2002 werd overgedragen.

De overdracht van de gebouwen en hun terreinen vereist geen budgettaire inschrijving in de politiebegroting. De eigendomsoverdracht dient enkel te worden geboekt op niveau van de algemene boekhouding. Hierin vormt de algemene rekening 10000 « Beginkapitaal » de tegenpost.

Een eventuele weigering van de overdracht door de zone is mogelijk binnen een termijn van 60 dagen ingaande op datum van de publicatie van het KB tot regeling van de eigendomsoverdracht.

De constructiewaarde, de terreinen NIET inbegrepen, van de aan de politiezones over te dragen gebouwen, gedeelte of percentage van een gebouw werden door het bevoegde Aankoopcomité geschat rekening houdend met de aard en de ouderdom van het gebouw. Voor de waardering van de gronden zal het college de waarderingsregels vastleggen.

Met het oog op een gelijke behandeling van de politiezones wordt bij de overdracht van de administratieve en logistieke gebouwen en terreinen van de Staat naar de politiezones een correctiemechanisme toegepast.

Elke politiezone heeft recht op een theoretische waarde Y aan onroerende goederen (terreinen niet inbegrepen) die als volgt wordt berekend : Y = a x b x c waarbij a = het aantal aan de politiezone overgedragen leden van het operationeel kader van de federale politie in uitvoering van de WGPb b = een oppervlakte van 25 m2 per overgedragen operationele federale ambtenaar c = 1.338,63 euro per m2 (54.000 Bef= 20 x 2.700 Bef) De door het bevoegde Aankoopcomité geschatte waarde X wordt vergeleken met de theoretische waarde Y. ° Indien X < Y dan betaalt het op te richten Fonds dat het correctiemechanisme beheert jaarlijks gedurende 20 jaar aan de politiezone een bedrag C = Y - X/20 Het verschil tussen Y en X is een vordering op lange termijn, die enkel wordt opgenomen in de algemene boekhouding op de algemene rekening 27541 « Leningen aan de hogere overheden » met als tegenpost de algemene rekening 10000 « Beginkapitaal ».

Het jaarlijks initieel (niet geïndexeerd) bedrag (= bedrag C) wordt in de politiebegroting gebudgetteerd op het begrotingsartikel 33001/891-01 - « Periodieke aflossing van leningen door hogere overheden ». Het deel dat dit initieel bedrag overstijgt ingevolge indexering moet worden beschouwd als een financiële opbrengst en wordt begroot op begrotingsartikel 33001/261-03 « Intresten op toegestane leningen op meer dan één jaar ». ° Indien X > Y dan betaalt de politiezone jaarlijks gedurende 20 jaar aan het op te richten Fonds dat het correctiemechanisme beheert een bedrag C = Y - X/20 Het verschil tussen X en Y is een schuld op lange termijn, die enkel wordt opgenomen in de algemene boekhouding op de algemene rekening 17101 « Leningen ten laste van de politiezone » met als tegenpost de algemene rekening 10000 « Beginkapitaal ».

Het jaarlijks initieel (niet geïndexeerd) bedrag (= bedrag C) wordt in de politiebegroting gebudgetteerd op het begrotingsartikel 33001/911-01 - « Periodieke aflossing van leningen ten laste van de politiezone ». Het deel dat dit initieel bedrag overstijgt ingevolge indexering moet worden beschouwd als een financiële kost en wordt begroot op begrotingsartikel 33001/211-01 « Financiele kosten van leningen ten laste van de politiezone ». ° Ingeval van weigering van de eigendomsoverdracht zal het gebouw en zijn terrein door de Regie der Gebouwen voor verkoop worden overgedragen aan het Ministerie van Financiën. De opbrengst van de verkoop komt ten goede aan het op te richten Fonds. Indien de Regie der Gebouwen een gebouw en zijn terrein waarvan afstand werd gedaan wenst te behouden als staatseigendom, dient zij de door het Aankoopcomité geraamde verkoopwaarde te storten aan het op te richten Fonds.

Ingeval van weigering van de eigendomsoverdracht betaalt het op te richten Fonds dat het correctiemechanisme beheert jaarlijks gedurende 20 jaar aan de politiezone een bedrag C =Y/20 Het bedrag Y is een vordering op lange termijn, die wordt opgenomen op de algemene rekening 27541 « Leningen aan de hogere overheden » met als tegenpost de algemene rekening 10000 « Beginkapitaal ».

Het jaarlijks initieel (niet geïndexeerd) bedrag (= bedrag C) wordt in de politiebegroting gebudgetteerd op het begrotingsartikel 33001/891-01 - « Periodieke aflossing van leningen door hogere overheden ». Het deel dat dit initieel bedrag overstijgt ingevolge indexering moet worden beschouwd als een financiële opbrengst en wordt begroot op begrotingsartikel 33001/261-03 « Intresten op toegestane leningen op meer dan één jaar ».

Het bedrag C zal vanaf 2003 jaarlijks worden aangepast in functie van het vooropgestelde inflatiepercentage zoals dit wordt bepaald in de omzendbrief van de Minister van Begroting met betrekking tot de voorafbeelding van de jaarlijkse rijksmiddelenbegroting. Het inflatiepercentage voor 2003 wordt voorlopig geraamd op 1,5 %. 2.5. De gewone uitgaven - vorige dienstjaren (76) Indien bijkredieten dienen te worden voorzien met betrekking tot de dienstjaren 2001 en vroeger dient steeds het onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds personeelsuitgaven en anderzijds werkings- of investeringsuitgaven.

Ingeval van personeelsuitgaven met betrekking tot 2001 en vroeger waarvan R.S.Z.P.P.O. de aangifte verplichtend bij de werkgever legt, d.i. desgevallend de gemeente of de federale politie, mogen de personeelsuitgaven NIET worden opgenomen in de politiebegroting. In dit verband merken we op dat inzake achterstallen 2001 m.b.t. de bezoldiging van de korspschef, de eventuele zitpenningen raadsleden en de vergoeding aan de bijzondere rekenplichtige de betreffende kredieten moeten worden opgenomen in de politiebegroting, gelet op het feit dat in deze gevallen de politiezone als werkgever dient te worden beschouwd. CDVU-SSGPI zullen overigens instaan voor de berekening en aangiften van deze uitgaven.

In geval van werkings- of investeringsuitgaven betreffende de functie 330 waarvoor de per 1 januari 2002 niet aangerekende vastgelegde uitgave, welke werd overgedragen van de gemeentelijke budgettaire boekhouding naar de budgettaire boekhouding van de politiezone, onvoldoende is om de inkomende facturen gedateerd 2002 of later te betalen, moeten de nodige bijkredieten in de politiebegroting worden voorzien. Het gaat hier duidelijk om uitgaven waarvoor een vastlegging bestond op niveau van de gemeente en waarvoor de nodige stukken tot staving van de regelmatigheid van de uitgave kunnen worden voorgelegd. 2.6. De gewone uitgaven - overboekingen (78) Artikel 8 van het ARPC bepaalt onder meer dat wanneer de begrotingsmiddelen toereikend zijn, de raad op de politiebegroting kredieten kan uittrekken om die middelen te bestemmen voor het dekken van buitengewone uitgaven.

Buitengewone uitgaven van geringe waarde kunnen gefinancierd worden via een overboeking van middelen van de gewone naar de buitengewone dienst. Dit op voorwaarde uiteraard dat de betreffende financiering is opgenomen in de politiebegroting en dat de gemeente(n) hierin voorzie(t)(n) via de gemeentelijke toelage(n) van de gewone dienst.

Een andere mogelijke financiering van buitengewone uitgaven van geringe waarde is een rechtstreekse tussenkomst door de gemeente(n) in de buitengewone dienst van de politiebegroting via een buitengewone gemeentelijke toelage. Zie punt 3.2. van huidige omzendbrief.

De eventuele voorziene overboekingen van de gewone naar de buitengewone dienst dienen voor het einde van het dienstjaar te worden geboekt in functie van de werkelijke vastgelegde uitgaven buitengewone dienst waarvoor conform de politiebegroting voorzien werd in een financiering via overboekingen. Immers met betrekking tot de overboekingen van de gewone naar de buitengewone dienst is geen mogelijke overdracht van uitgavekredieten naar een volgend dienstjaar mogelijk. 2.7. De gewone ontvangsten - prestaties (60) Volgens artikel 90 van de WGP kan de raad een reglement vaststellen betreffende de inning van een vergoeding voor opdrachten van bestuurlijke politie van de lokale politie. De Koning regelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en de nadere regels van deze inning.

Het KB van 14 september 1997, B.S. 15 oktober 1997, destijds getroffen in uitvoering van het artikel 223bis van de NGW, thans opgeheven door de WGP en hernomen in artikel 90 van de WGP, blijft juridisch van kracht in afwachting van de goedkeuring van het thans voorliggend ontwerp-KB. Met betrekking tot de retributies welke thans door de gemeente(n) worden geïnd in verband met administratieve kosten gemaakt door de politiedienst(en) dient, geval per geval, te worden nagegaan of de retributies in de politiebegroting mogen worden opgenomen.

De volgende vragen dienen hierbij te worden gesteld : 1) Betreft het een taak voor de politiediensten, of daarentegen een administratieve taak die door hen niet mag worden uitgevoerd? 2) Voorziet de regelgeving betaling aan het gemeentebestuur? Indien ja dient de retributie te worden geboekt in de gemeenteboekhouding.De retributie welke eventueel door de politiezone wordt geïnd (voor rekening van derden) dient te worden doorgestort aan de gemeente. 3) Indien er niet uitdrukkelijk wordt voorzien aan wie er moet worden betaald, dan kan de politiezone de retributie in haar begroting voorzien. Zo dient bijvoorbeeld in verband met het afleveren van de wapenvergunningen te worden gesteld dat de thans nog steeds geldende wetgeving voorziet in een aflevering van de vergunning door de gemeentepolitie van de woonplaats van de aanvrager (of bij gebrek aan gemeentepolitie, door de rijkswachtbrigade van de woonplaats van de aanvrager) en in een betaling van een retributie van 24,79 euro (1.000 Bef) aan het gemeentebestuur van de woonplaats van de verzoeker. In afwachting van een wijziging van het betreffend KB van 16 september 1997 dienen de retributies voor het afleveren van een wapenvergunning te worden geboekt in de gemeentelijke boekhouding. 2.8. De gewone ontvangsten - overdrachten (61) 2.8.1. Federale toelagen 2003 aan de politiezones De federale toelage 2003 aan de politiezones omvat : 1. de federale basistoelage 2003;2. de federale sociale toelage 2003 ter compensatie van de sociale bijdragen voor de leden van het operationeel kader van de federale politie in dienst bij de territoriale brigades die met toepassing van artikel 235 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, zijn overgegaan naar het operationeel kader van de lokale politie van de politiezone, hierna genoemd de federale sociale toelage I;3. de federale sociale toelage 2003 ter compensatie van de meerkost inzake de patronale sociale zekerheidsbijdragen op de toelagen, premies en vergoedingen van de personeelsleden van de politiezones, hierna genoemd de federale sociale toelage II;4. de federale toelage 2003 aan boventallige zones;5. de federale toelage 2003 inzake de individuele en collectieve uitrusting handhaving openbare orde. In verband met een eventuele bijkomende federale toelage gefinancierd via de meeropbrengst van de penale boetes dient de definitieve regelgeving te worden afgewacht.

Naast federale toelagen verleent de federale overheid bijkomend steun aan de lokale politiezones door bepaalde kosten ten laste te nemen waardoor deze op lokaal niveau wegvallen.

Het betreft hier onder andere de bezoldiging van de aspirant-politieambtenaar in opleiding, de eerste uitrusting van deze aspiranten, de toelagen aan de politiescholen, de dienstverlening door het sociaal secretariaat, de CDVU en de medische dienst, belangrijke informatica-uitgaven en andere.

In de omzendbrief PLP 13bis houdende bijkomende onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting 2002 werd, in afwachting van de evaluatie van de aanvaardbare reële meerkost, tijdelijk de budgettering van een aanvullende federale toelage toegelaten, namelijk de « Te evalueren en te verrekenen aanvaarde meerkost »- artikel 33001/465-48.

De aanvaardbare meerkost en de definitieve federale basistoelage 2002 (K.B. van 2 augustus 2002) werden inmiddels berekend en vastgesteld conform het akkoord van 11 juni 2002 tussen de Regering en de Verenigingen van Steden en Gemeenten van de drie gewesten.Het budgetteren van een aanvullende federale toelage « Te evalueren en te verrekenen aanvaarde meerkost » is niet meer toegelaten vanaf 13 augustus 2002, zijnde de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het K.B. van 2 augustus 2002 houdende de toekenning van de definitieve federale basistoelage 2002.

In uitvoering van artikel 7 van het K.B. van 2 augustus 2002 onderzoekt de Regering thans de dossiers ingediend door de politiezones die menen een objectieve probleemsituatie te hebben. Na het contradictoir debat zal de Regering een beslissing van operationele aard en bij gebrek hieraan van financiële aard treffen.

Indien deze beslissing een wijziging van de federale basistoelage 2002 en/ of van de geraamde federale basistoelage 2003 tot gevolg heeft, zullen hiertoe de nodige wijzigende besluiten worden getroffen en/of aanvullende onderrichtingen worden gegeven op basis waarvan eventuele verhogingen van de federale basistoelage mogen worden ingeschreven in de politiebegroting.

Het inschrijven in de politiebegroting van federale toelagen die niet gebaseerd zijn op koninklijke besluiten of federale onderrichtingen dient te worden beschouwd als het inschrijven van fictieve ontvangsten en dienen bijgevolg door de gouverneur in uitvoering van artikel 72 van de WGP te worden geschrapt. 2.8.1.1. Federale Basistoelage 2003 - 330/465-48 Conform het akkoord van 6 maart 2001 met de Verenigingen van Steden en Gemeenten vormt de KUL-norm, die het resultaat is van een wetenschappelijke studie, de basis voor de verdeling van de totale enveloppe federale toelage en voor het interzonaal en federaal solidariteitsmechanisme. De afgelopen maanden werden de concrete aanvaardbare meerkosten van alle politiezones geëvalueerd. De globale enveloppe federale toelage, die gelijk is aan de som van alle aanvaardbare meerkosten van alle politiezones en die de basis vormt voor de bepaling per politiezone van de initiële basistoelage, werd bijgestuurd. De theoretische federale basistoelage per politiezone, na toepassing van het interzonaal en federaal solidariteitsmechanisme, is bepaald in het KB van 2 augustus 2002 houdende o.a. de toekenning van de definitieve federale basistoelage 2002 (B.S. 13.08.2002).

De theoretische federale basistoelage (d.i. in functie van een werkingsjaar van 12 maanden) zoals vastgesteld in voormeld KB vormt de basis voor de federale basistoelage 2003, mits volgende aanpassingen : 1° in uitvoering van het akkoord van 11 juni 2002 tussen de Regering en de vertegenwoordigers van de Verenigingen van Steden en Gemeenten wordt de solidariteit die geleverd wordt door de politiezones in de situaties 1 en 3 afgebouwd over een periode van 12 jaar;2° in uitvoering van datzelfde akkoord van 11 juni 2002 wordt specifiek voor de Brusselse zones voorzien in een « Toelage Brussels Hoofdstedelijk Gewest »;de toelage wordt voor het eerst toegekend in 2003 en stijgt geleidelijk volgens het aantal jaren aanwezigheid in Brussel; voor het jaar 2003 wordt de toelage per personeelslid aan 100 % geraamd op 669 euro (27.000 Bef); 3° een voorlopig geraamde indexatie van 1,5 %, zijnde het vooropgestelde inflatiepercentage van het betreffende federaal budget zoals dit wordt bepaald in de omzendbrief van de Minister van Begroting met betrekking tot de voorafbeelding van de rijksmiddelenbegroting 2003.In uitvoering van artikel 4 van het KB van 2 augustus 2002 houdende de toekenning van de definitieve federale basistoelage 2002 wordt de federale basistoelage aangepast aan de reële evolutie van de gezondheidsindex. De indexatie over het jaar 2002 zal in 2003 niet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke storting, maar zal een onderdeel vormen van de federale toelage 2003.

Volgens de meest recente inflatievooruitzichten van het Federaal Planbureau wordt de groeivoet van de gezondheidsindex december 2002 t.o.v. december 2001 geraamd op 0,81 %. De reële evolutie dient te worden afgewacht. De hoger vermelde voorlopig geraamde indexatie van 1,5 % zal indien nodig in een volgende federale begrotingscontrole worden bijgestuurd.

Bijlage II vermeldt de ramingen inzake de federale basistoelage 2003 welke verplicht dienen te worden opgenomen in de oorspronkelijke politiebegroting 2003. De bedragen worden u, onder voorbehoud van bevestiging via KB, reeds medegedeeld teneinde u toe te laten de begroting 2003 op te maken.

De federale basistoelage wordt minstens uitbetaald in twaalfden met ingang van de maand januari 2003.

De geraamde federale basistoelage wordt gebudgetteerd onder het artikel 330/465-48 - « Federale (basis)toelage ». 2.8.1.2. Federale Sociale Toelage I 2003 - 330/465-02 Onder de Federale Sociale Toelage I dient te worden verstaan de federale tegemoetkoming inzake de sociale bijdragen op wedden die ten laste vallen van de politiezones voor de leden van het operationeel kader van de federale politie in dienst bij de territoriale brigades die met toepassing van artikel 235 van de WGP zijn overgegaan naar het operationeel kader van de lokale politie van de politiezone. De compensatie van de sociale bijdragen op toelagen, vergoedingen en premies maakt deel uit van de Federale Sociale Toelage II, zie 2.8.1.3. hierna.

Voor zover als nodig vestigen we uw aandacht op het feit dat de federale tegemoetkoming inzake de sociale bijdragen voor de overgehevelde federale CALOG-personeelsleden werd opgenomen in de vastgestelde aanvaardbare meerkost per politiezone en bijgevolg vervat zit in de federale basistoelage.Hetzelfde geldt voor de sociale bijdragen inzake mandaattoelage korpschef en inzake toelage bijzondere rekenplichtige voor 50 %.

Bij de bepaling van de Federale Sociale Toelage I voor het jaar 2003 wordt rekening gehouden met volgende elementen : 1 ° In uitvoering van het akkoord van 11 juni 2002 tussen de Regering en de Verenigingen van Steden en Gemeenten van de drie gewesten was de verdeling 2002 van de sociale toelage (I) een overgangsregeling die enkel van toepassing was voor 2002.Vanaf 2003 wordt een progressief verdelingsmechanisme geïmplementeerd gebaseerd op een mechanisme vergelijkbaar met de algemene dotatie. Dit verdelingsmechanisme zal integraal van toepassing zijn in 2008. Dit progressief verdelingssysteem zal in 2003 voor 10 % effect sorteren. Daartoe zal de bestaande solidariteit ten voordele van de zones Q1 en Q2 in de situaties 2 en 6 in gelijke mate verstrekt worden.

M.a.w. 90 % van de totale enveloppe 2003 van de Federale Sociale Toelage I zal worden verdeeld in functie van de loonmassa per politiezone van de overgehevelde federale operationelen en 10 % zal worden verdeeld in functie van de KUL-norm per politiezone. De politiezones Q1 en Q2 in de situaties 2 en 6 zullen daarbij kunnen rekenen op een interzonale solidariteit. 2° De globale enveloppe Federale Sociale Toelage I voor het jaar 2003 omvat de volgende sociale bijdragen inzake wedden van de overgehevelde federale operationele personeelsleden (zie terzake eveneens de tabel onder punt 2.1.2.1.-vastbenoemden) : - 15,46 % patronale sociale zekerheidsbijdragen - 20 % patronale pensioenbijdragen - 0,15 % bijdrage gemeenschappelijke sociale dienst - 1,7 % bijdrage arbeidsongevallen 3° De Federale Sociale Toelage I zal rechtstreeks worden uitbetaald aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, verder R.S.Z.P.P.O. genoemd. De R.S.Z.P.P.O. ontvangt de betalingen voor rekening van de betreffende politiezone en brengt de ontvangen bedragen in mindering van het totaal bedrag dat door de politiezone verschuldigd is inzake socialezekerheidsbijdragen.

De rechtstreekse betaling van de Federale Sociale Toelage I aan R.S.Z.P.P.O. zal overigens reeds ingang vinden vanaf 2002. Het KB van 29 december 2001 houdende de toekenning aan de politiezones voor het jaar 2002 van de federale toelage ter compensatie van de sociale bijdragen van sommige personeelsleden van de lokale politiekorpsen zal hiertoe worden gewijzigd.

Gelet uiteraard op het beginsel van de volledigheid (of universaliteit) van de begroting, bepalende dat ALLE ontvangsten en ALLE uitgaven in de begroting dienen te worden opgenomen, dient de Federale Sociale Toelage I langs ontvangstenzijde te worden geboekt, terwijl de sociale lasten voor de overgehevelde federale operationelen langs de uitgavenzijde dienen te worden geboekt. CDVU zal overigens maandelijks alle werkgeversbijdragen aan 100 % berekenen, d.i. zonder hierbij rekening te (kunnen) houden met de wijze waarop deze werkgeversbijdragen zullen worden betaald. De politiezones boeken dus maandelijks op basis van de door CDVU-SSGPI aangeleverde berekeningen alle werkgeversbijdragen aan 100 %. 4° In plaats van een maandelijkse verdeling van één twaalfde van de globale enveloppe Federale Sociale Toelage I, zal een éénmalige jaarverdeling plaats vinden.De verdeling van de 90 % van de totale enveloppe 2003 zal hierbij gebaseerd zijn op de coëfficient van de maand augustus 2002, dit is : vaste bezoldiging - augustus 2002 - overgehevelde federale operationelen van DE PZ vaste bezoldiging - augustus 2002 - overgehevelde federale operationelen van ALLE PZ Een op voorhand vastgesteld jaarbedrag per politiezone zal de politiezones in staat stellen om hun begroting 2003 nauwkeuriger op te stellen en moet de R.S.Z.P.P.O. toelaten de door de politiezones maandelijks te betalen voorschotten nauwkeurig(er) te ramen.

De verdeling van de enveloppe Federale Sociale Toelage I 2003 zal het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke onderrichting. Van zodra de concrete verdeling is gekend zal zij per kerende worden medegedeeld via een aaanvullende omzendbrief en via de website van de Directie van de Relaties met de Lokale Politie - www.infozone.be De Federale Sociale Toelage I wordt gebudgetteerd onder het artikel 330/465-02 - « Federale Sociale Toelage I ». 2.8.1.3. Federale Sociale Toelage II 2003 - 33001/465-02 Onder de Federale Sociale Toelage II dient te worden verstaan de federale tegemoetkoming inzake de meerkost met betrekking tot de patronale socialezekerheidsbijdragen (15,46 %) op de toelagen, premies en vergoedingen van de personeelsleden van de politiezones.

De wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid bepaalt onder artikel 15 : » Inzake de sociale zekerheidsbijdragen op de vergoedingen, premies en toelagen van de personeelsleden, is de last die door de gemeenten en de meergemeentepolitiezones gedragen wordt, beperkt tot de sociale zekerheidsbijdragen op de vergoedingen, premies en toelagen die door de gemeenten voor het politiepersoneel gedragen werden voor het jaar 2000. »In uitvoering van artikel 15 en artikel 16 van voormelde wet werd het koninklijk besluit van 14 mei 2002 getroffen tot regeling van de meerkost die betrekking heeft op het gedeelte van de socialezekerheidsbijdragenop de toelagen, premies en vergoedingen van de personeelsleden van de politiezones. De R.S.Z.P.P.O. heeft inmiddels in uitvoering van artikel 2 van voormeld KB de patronale socialezekerheidsbijdragen welke verschuldigd zijn door de politiezones op basis van de aangiften van de gemeenten van de politiezones met betrekking tot 2000 (verder plafond genoemd) berekend en medegedeeld aan de politiezones.

Op basis van de kwartaalaangifte van de politiezone zal de R.S.Z.P.P.O. elk kwartaal de patronale socialezekerheidsbijdragen berekenen op de toelagen, premies en vergoedingen van de personeelsleden van de politiezone verschuldigd met toepassing van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, verder Mammoet genoemd.

Het verschil tussen de bovenvermelde berekening per kwartaal en één vierde van het plafond (geïndexeerd conform artikel 4 van het KB van 14 mei 2002) is gelijk aan de meerkost voor betreffend kwartaal inzake de socialezekerheidsbijdragen op de toelagen, premies en vergoedingen en wordt door de federale overheid betaald aan R.S.Z.P.P.O..

Zoals reeds vermeld onder 2.8.1.2. : - dient, gelet op het beginsel van de volledigheid (of universaliteit) van de begroting, houdende dat ALLE ontvangsten en ALLE uitgaven in de begroting dienen te worden opgenomen, de Federale Sociale Toelage II langs ontvangstenzijde te worden geboekt, terwijl de meerkost inzake de socialezekerheidsbijdragen op de betreffende toelagen, premies en vergoedingen langs de uitgavenzijde dient te worden geboekt. - zal CDVU maandelijks alle werkgeversbijdragen aan 100 % berekenen, d.i. zonder hierbij rekening te (kunnen) houden met de wijze waarop deze werkgeversbijdragen zullen worden betaal; de politiezones boeken dus maandelijks op basis van de door CDVU-SSGPI aangeleverde berekeningen alle werkgeversbijdragen aan 100 %.

We merken op : - dat de eventuele zitpenningen aan de raadsleden, de vergoeding aan de bijzondere rekenplichtige en de eventuele vergoeding aan de secretaris van de politiezone niet verschuldigd zijn met toepassing van de Mammoet en bijgevolg niet onder de toepassing vallen van de Federale Sociale Toelage II; - dat onder personeelsleden van de politiezone dient te worden verstaan het operationeel en Calog- personeel afkomstig van de gemeentepolitie of van de federale politie.

Zoals reeds vermeld onder punt 2.1.2.3. dienen de patronale socialezekerheidsbijdragen op de toelagen, premies en vergoedingen voor het dienstjaar 2003 afzonderlijk te worden geraamd. De totale raming minus het plafond (geïndexeerd naar 2003 conform artikel 4 van het KB van 14 mei 2002) vormt de raming voor de Federale Sociale Toelage II onder artikel 33001/465-02.

De berekening van de Federale Sociale Toelage II moet worden vermeld in de gedetailleerde tabel van de personeelsuitgaven van het personeel van de politiezone. Betreffende tabel ligt ter inzage van de raadsleden en wordt samen met de begroting overgemaakt aan de toezichthoudende overheid. 2.8.1.4. Federale Toelage 2003 aan Boventallige Zones - 33002/465-48 In uitvoering van o.a. het akkoord van 11 juni 2002 tussen de Regering en de vertegenwoordigers van de Verenigingen van Steden en Gemeenten van de drie gewesten verleent de federale overheid niet alleen een toelage aan een boventallig personeelslid van het operationeel kader teneinde hem/haar te stimuleren om in mobiliteit te gaan naar een andere zone, maar verleent de federale overheid in 2002 en 2003, indien een boventallig personeelslid niet in mobiliteit wenst te gaan, eveneens een toelage aan de betreffende politiezone.

De boventalligen die in 2004 niet in mobiliteit zijn gegaan, gaan over naar de federale politie.

De boventallige politiezones, waarvan de lijst werd bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 13 juli 2002, genieten voor de boventallige operationele personeelsleden welke in dienst zijn in 2002 en 2003 maandelijks een federale toelage met ingang van 1 januari 2002.

Een ontwerp van KB houdende de toekenning van de betreffende federale toelage zal eerstdaags voor goedkeuring worden voorgelegd.

Het bedrag van de maandelijkse toelage mag als volgt worden geraamd : 3.755,34 euro (index 2001) vermenigvuldigd met het aantal personeelsleden van het operationeel kader dat het aantal van de in de personeelsformatie voorziene personeelsleden van het operationele kader te boven gaat.

Het bedrag van 3.755,34 euro vertegenwoordigt één twaalfde van de vastgestelde aanvaardbare (meer)kost van een ex-federale operationeel personeelslid, exclusief de sociale lasten welke vervat zitten in de sociale toelagen.

Het bedrag van 3.755,34 euro wordt vanaf 2002 maandelijks geïndexeerd in functie van de reële evolutie van de gezondheidsindex. De referentie/basis-index is de gezondheidsindex van december 2001 = 109,23. 2.8.1.5. Federale Toelage 2003 Uitrusting Handhaving Openbare Orde - 33003/465-48 Ingevolge het akkoord van 11 juni 2002 tussen de Regering en de Verenigingen van Steden en Gemeenten van de drie gewesten zal vanaf 2003 een federale tussenkomst worden verleend inzake : - individuele uitrusting handhaving openbare orde ten belope van 50 % van de jaarlijkse afschrijving van de behoefte van de zone; - collectieve uitrusting handhaving openbare orde ten belope van 50 % van de jaarlijkse afschrijving van de vervangingskosten voor de collectieve uitrusting openbare ordehandhaving die in poolbeheer in sommige zones werd geplaatst.

De federale tussenkomst inzake « Uitrusting handhaving openbare orde » werd berekend door de Algemene Directie Materiële Middelen van de Federale Politie.

De berekeningen inzake de individuele uitrusting gebeurden op basis van : - de bijlagen 2/1 en 2/2 bij de Ministeriële Richtlijn MFO-2 van 3 april 2002 betreffende het personeel capaciteitsbeheer en het verlenen van versterking door de lokale politie bij opdrachten van bestuurlijke politie; - de waarden van de betreffende goederen en hun respectievelijke afschrijvingsduur.

De berekeningen inzake de collectieve uitrusting gebeurden op basis van het aantal ronde schilden en lange matrakken die in poolbeheer in bepaalde zones werden geplaatst, de waarde van de betreffende goederen en een afschrijvingsduur van 10 jaar.

Bijlage III vermeldt de »Federale Toelage uitrusting Handhaving Openbare Orde » welke dient te worden gebudgetteerd in de politiebegroting onder artikel 33003/465-48. De bedragen worden u, onder voorbehoud van bevestiging via KB, reeds medegedeeld teneinde u toe te laten de begroting 2003 op te maken. 2.8.2. De gemeentelijke dotatie(s) Krachtens artikel 34 van de WGP waarbij onder meer artikel 252 van de nieuwe gemeentewet wordt van toepassing verklaard op het budgettair en financieel beheer van de lokale politie mag de begroting in geen enkel geval een deficitair saldo, noch een fictief evenwicht of een fictief batig saldo vertonen op de gewone dienst.

Het evenwicht in de gewone dienst komt tot stand door een dotatie van de gemeente(n) aan de politiebegroting die gelijk is aan het verschil tussen de gewone uitgaven en gewone ontvangsten van de politiebegroting, de gemeentelijke dotatie vormt bijgevolg het sluitstuk van de politiebegroting.

Conform artikel 208 van de WGP, houdende wijziging van artikel 255 van de NGW, is de gemeenteraad verplicht om elk jaar de kosten op de gemeentebegroting te brengen die ten laste worden gelegd van de gemeente door of krachtens de WGP met inbegrip van, in de meergemeentezones, de dotatie van de gemeente aan de politiezone.

De geraamde gemeentelijke dotatie - gewone dienst - wordt in de politiebegroting gebudgetteerd onder artikel 330/485-48.

In de meergemeentezones wordt aanbevolen om per gemeente die deel uitmaakt van de zone een afzonderlijk begrotingsartikel 330xx/485-48 te voorzien.

Naar analogie met de federale basistoelage wordt aanbevolen om de gemeentelijke dotaties eveneens uit te betalen in twaalfden.

In uitvoering van artikel 40, zesde lid, van de WGP worden de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentepolitiezone vastgelegd in het KB van 16 november 2001.

Ik wens te benadrukken dat het KB van 16 november 2001 in eerste instantie aan de gemeenten van een meergemeentezone de gelegenheid biedt om in onderling overleg en onderling akkoord het percentage van het aandeel van elke gemeente in de globale gemeentelijke dotatie te bepalen.

Pas in tweede instantie, namelijk in het geval dat de gemeenten van een meergemeentezone niet tot een akkoord komen, wordt, momenteel nog, het percentage met de volgende factoren bepaald : 1° de politionele norm bepaald overeenkomstig de bijlage bij het KB van 16 november 2001;2° het gemiddeld belastbaar inkomen per inwoner van de gemeente, van 1999;3° het gemiddeld kadastraal inkomen in de schoot van de gemeente, van 1999. Waarbij de voormelde factoren worden gepondereerd als volgt : 6, 2, 2.

Ik word gevat door de problemen die zich in sommige zones stellen bij de toepassing van het voormeld KB in het geval de gemeenten niet tot een onderling akkoord komen.

Ik heb opdracht gegeven om de problemen te evalueren en het betreffende KB bij te sturen.

In afwachting, verzoek ik de lokale beleidsverantwoordelijken om over de politiebegroting en de eruit voortvloeiende gemeentelijke dotatie(s) grondig en in een goede verstandhouding te overleggen.

Bij de analyse van het gemeentelijk aandeel in de lokale politiezorg en bij de vergelijking ervan met voorgaande dienstjaren dient, met het oog op een correcte evaluatie, rekening te worden gehouden met : - de eventuele « verborgen kosten »dit zijn de kosten met betrekking tot de gemeentepolitie die in 2001 en vroeger in de gemeentebegroting NIET onder de functie 330 werden begroot en die thans gelet op de verplichting om een afzonderlijke politiebegroting op te stellen WEL onder de functie 330 worden begroot en ten onrechte onder de noemer meerkost worden geplaatst; bijvoorbeeld : de kosten inzake verwarming, verlichting, water, telefooncentrale, frankering e.a. welke ingevolge de huisvesting van de gemeentepolitie in het gemeentehuis vaak onder de functie 104 werden begroot in plaats van onder de functie 330, de verzekeringskosten begroot onder de functie 050, de intrest- en aflossingslasten begroot onder de functie 010 enz. - de eventuele « vestzak-broekzakoperaties » betreft de aanrekening van kosten door een gemeente van een meergemeentezone aan de zone; betreffende kosten kunnen niet onder de noemer meerkost worden geplaatst gelet op het feit dat de uitgave een opbrengst vormt voor een gemeente van de zone of/en gelet op het feit dat het hier vaak gaat om een aanrekening van kosten die vroeger reeds door de betreffende gemeente, eventueel op een « verborgen » wijze werden gedragen; bijvoorbeeld : verhuur door een gemeente van het gemeentelijk politiegebouw aan de zone; - een prognose inzake ongebruikte(uitgaven) kredietenelke begrotingsrekening wordt normaal gekenmerkt door zogenaamde « ongebruikte (uitgaven)kredieten »; eventuele « ongebruikte (uitgaven)kredieten » zullen op niveau van de begrotingsrekening aanleiding geven tot de realisatie van een eventueel overschot, dat in mindering wordt gebracht van de gemeentelijke dotatie(s) van het daaropvolgend dienstjaar; indien mogelijk (vb. ééngemeentezones) kan, indien een begrotingswijziging niet meer mogelijk is, op basis van een gemotiveerde prognose inzake zowel meer- en minuitgaven als inzake -ontvangsten de gemeentelijke toelage(n) binnen het eigen dienstjaar worden bijgestuurd, zonder daarbij de goede financiële werking van de politiezone mag in gevaar worden gebracht; - de normale stijging bij een gelijkblijvend beleid elke begroting, zelfs bij een gelijkblijvend beleid, wordt gekenmerkt door een stijging van de kosten o.a. te wijten aan indexaties van personeelsuitgaven en werkingskosten; - de stijgingen ingevolge autonome beslissingen van de politiezone Het spreekt vanzelf dat er steeds een overeenstemming dient te zijn tussen de gemeentelijke dotatie zoals respectievelijk opgenomen in de politiebegroting, de gemeenteraadsbeslissing in uitvoering van artikel 40 van de WGP en de gemeentebegroting. Mag ik de Gouverneurs verzoeken hierover te waken. 2.9. De gewone ontvangsten - schuld (62) Omvatten onder meer de bruto-intresten op de financiële rekeningen en op de eventuele termijnrekeningen van de politiezone. De roerende voorheffing wordt geboekt onder de economische groep 71 - gewone uitgaven - werkingskosten. 2.10. De gewone ontvangsten - vorige dienstjaren (66) Zoals reeds aangehaald onder punt 2.8.1.1. « De federale basistoelage » zal de indexatie over het jaar 2002 (zoals vermeld in artikel 4 van het KB van 2 augustus 2002) niet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke storting, maar zal de indexatie een onderdeel vormen van de federale toelage 2003. Voor de indexatie 2002 dient dus geen ontvangst op het vorig dienstjaar te worden ingeschreven. 3. ONDERRICHTINGEN BETREFFENDE DE BUITENGEWONE DIENST 3.1. Buitengewone uitgaven Een essentieel onderdeel van de politiehervorming is het verwezenlijken van een adequaat doorstromen van informatie, dit zowel op niveau van de gerechtelijke als van de bestuurlijke politie. Ik verwijs terzake naar de Omzendbrieven ZPZ 17 punt 2.6.1. van 6 april 2001 en PLP 1 van 14 oktober 2000.

Om dit te realiseren is een performant en éénvormig telematicabeheer onontbeerlijk.

Om deze reden werd binnen de begroting van de federale overheid onder de begrotingsrubriek « federale steun en geïntegreerde werking » een recurrent budget voorzien om de investering in het telematicaplatform optimaal uit te voeren.

De federale overheid zal voor alle politiezones instaan voor de financiering van de aankoop van servers of van de upgrade van bestaande servers, waarbij het onderhoud en de waarborg zijn ingecalculeerd. Het volstaat dat de politiezones, voorzover zij nog niet aan de beurt kwamen, hiertoe de normale administratieve procedure volgen welke vastgelegd werd in het raamcontract.

Voormelde aankopen via/ door de federale overheid dienen niet te worden gebudgetteerd in de politiebegroting 2002 van de lokale politiekorpsen.

Alleen de lokale WAN-connecties die niet gedekt worden door het HILDE-netwerk blijven ten laste van de politiebegroting 2003, voor zover ze nog niet werden gebudgetteerd en vastgelegd in het dienstjaar 2002 en 2001.

In verband met toekomstige investeringen door de lokale politiezones belet niets de lokale politiezones om de mogelijkheid te overwegen de investeringen eventueel te doen via het aankoopbureau van de federale politie of via samenwerkingsakkoorden tussen meerdere politiezones houdende organisatie van gezamenlijke openbare aanbestedingen, dit in het kader van een optimaal financieel beleid. 3.2. Buitengewone ontvangsten De geraamde gemeentelijke toelage - buitengewone dienst - wordt in de politiebegroting gebudgetteerd onder artikel 330/685-51.

In de meergemeentezones wordt aanbevolen om per gemeente die er deel van uitmaakt een afzonderlijk begrotingsartikel 330xx/685-51 te voorzien.

In uitvoering van artikel 40, zesde lid, van de WGP worden de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentepolitiezone vastgelegd in het KB van 16 november 2001.

In verband met de eventuele verkoop door de lokale politiekorpsen van gebouwen van de territoriale brigades van de federale politie, welke in volle eigendom worden overgedragen naar het lokale politiekorps, dient te worden opgemerkt dat de opbrengst uit deze verkopen dient te worden aangewend ter financiering van de investeringen van het lokale politiekorps.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de schatting van de goederen, welke aan de zones zullen worden medegedeeld, alleen de gebouwen dus niet de gronden, omvat. De gratis overgedragen gebouwen vertegenwoordigen bijgevolg een hogere waarde dan de opgegeven schatting. 4. DE FEDERALE TOELAGEN AAN GEMEENTEN 4.1. De federale toelage aan de gemeenten met een samenlevings- en veiligheidscontract De toelage 2003 aan de 29 gemeenten met een samenlevings- en veiligheidscontract dient zoals reeds vermeld onder punt 2.1. te worden gebudgetteerd in de gemeentebegroting en niet in de politiebegroting. De betreffende toelage komt overeen met de kost voor het burgerpersoneel van het politieluik. Voormelde kost wordt uiteraard eveneens gebudgetteerd in de gemeentebegroting. Niets belet echter dat deze mensen kunnen werken ten behoeve van de zone.

De aan de 29 gemeenten toegekende federale toelage vindt u als bijlage IV. De bedragen worden u, onder voorbehoud van bevestiging via KB, reeds medegedeeld teneinde u toe te laten de federale toelage op te voorzien in de gemeentebegroting 2003. 4.2. Saldo federale toelage 2001 aan de gemeenten In 2001 werd door de federale overheid aan de gemeenten een federale toelage toegekend ter financiering van de geschatte meerkost 2001 voor de leden van de gemeentepolitie ingevolge het in werking treden van het nieuwe politiestatuut met ingang van 1 april 2001.

Uit de evaluatie van de concrete aanvaardbare meerkost is gebleken dat de geschatte meerkost 2001 dient te worden bijgestuurd. In december 2002 zal het correctiebedrag met betrekking tot de federale toelage 2001 aan de gemeenten worden medegedeeld.

SLOT In de wetenschap dat de opstelling van de politiebegroting 2003, gelet op de noodzakelijke bijsturingen en de hierdoor wijzigende regelgeving, geen gemakkelijke opgave is, zou ik aan alle betrokken actoren met aandrang willen vragen dit nochtans met de grootste nauwkeurigheid en binnen een constructieve verstandhouding te willen doen.

Huidige omzendbrief en aanvullende actuele informatie kan worden geraadpleegd op de website van de Minister van Binnenlandse Zaken, Directie van de Relaties met de Lokale Politie : www.infozone.be Mijn administratie staat steeds ter beschikking voor verdere toelichtingen in verband met deze omzendbrief.

Helpdesk tel : (02) 500 27 24 en (02) 500 25 71 fax : (02) 500 27 96 e-mail : zpzteam.ap@mibz.fgov.be Ik zou u dankbaar zijn indien u alle burgemeesters van uw provincie op de hoogte brengt van het voorgaande.

Gelieve, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, de datum waarop deze omzendbrief in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, in het bestuursmemoriaal te willen vermelden.

De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE Bijlage I aan de Ministeriële omzendbrief betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2003 ten behoeve van de politiezone Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage II aan de Ministeriële omzendbrief betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2003 ten behoeve van de politiezone Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage III aan de Ministeriële omzendbrief betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2003 ten behoeve van de politiezone Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage IV aan de Ministeriële omzendbrief betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2003 ten behoeve van de politiezone Toelage aan sommige gemeenten met een veiligheids- en samenlevingscontract voor 2003 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^