Omzendbrief van 17 december 1999
gepubliceerd op 31 december 1999
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Omzendbrief inzake de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk

bron
ministerie van justitie
numac
1999010243
pub.
31/12/1999
prom.
17/12/1999
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN JUSTITIE


17 DECEMBER 1999. - Omzendbrief inzake de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk


Aan de dames en heren Procureurs-generaal bij de hoven van beroep;

Aan de dames en heren Ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk;

Ik vestig uw aandacht op de bepalingen van de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk. Deze wet beoogt naast de invoering van een aantal maatregelen m.b.t. schijnhuwelijken, tevens een modernisering van sommige aan het huwelijk voorafgaande formaliteiten.

De in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 1999 bekendgemaakte wet wordt van kracht op 1 januari 2000. Ik heb het opportuun geacht U hierbij enkele preciseringen te verstrekken aangaande de vanaf die datum toepasselijke nieuwe bepalingen.

Deze omzendbrief vervangt de omzendbrief van 1 juli 1994 betreffende de omstandigheden waarin de huwelijksvoltrekking door de ambtenaar van de burgerlijke stand geweigerd kan worden (Belgisch Staatsblad, 7 juli 1994), en de nummers 1 t.e.m. 3 van de omzendbrief van 28 augustus 1997 betreffende de procedure van de huwelijksafkondiging en de documenten die dienen overgelegd te worden teneinde een visum met het oog op het afsluiten van een huwelijk in het Rijk te bekomen en teneinde een visum gezinshereniging op basis van een huwelijk afgesloten in het buitenland te bekomen (Belgisch Staatsblad, 1 oktober 1997), evenals de omzendbrief van 25 november 1992 betreffende het register dat de akten van huwelijksafkondiging bevat en de getuigschriften van huwelijksafkondiging.

A. Akte van aangifte opheffing van het systeem van de huwelijksafkondiging Vanaf 1 januari 2000 wordt het systeem van de huwelijksafkondiging opgeheven, en vervangen door een nieuwe formaliteit, de aangifte van het huwelijk door één van de aanstaande echtgenoten of beiden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, die hiervan een akte van aangifte opmaakt (nieuwe artikelen 63 en 64 van het Burgerlijk Wetboek).

Indien men een huwelijk wil aangaan zal men hiervan aangifte moeten doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar, op de datum van opmaak van de akte van aangifte, een van de aanstaande echtgenoten zijn inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister heeft. Teneinde het recht op huwelijk te garanderen, wordt tevens voorzien dat indien geen van beide aanstaande echtgenoten een inschrijving heeft in een van deze registers, of indien de actuele verblijfplaats van één van hen of beiden om gegronde redenen niet met deze inschrijving overeenstemt (b.v. binnenschippers, betrokkene bevindt zich in een ziekenhuis, enz.), de aangifte kan gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van de actuele verblijfplaats van een van de aanstaande echtgenoten (geen gegronde redenen zijn b.v. het loutere feit dat uren waarop het in een bepaalde gemeente mogelijk is om te huwen voor betrokkenen beter uitkomen, dat het in bepaalde gemeenten goedkoper is om op een welbepaalde dag te huwen, een mooier kader, enz.).

Voortaan bestaat ook voor Belgen die in het buitenland verblijven en die niet zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van een Belgische gemeente, de mogelijkheid om in België een aangifte van het huwelijk te doen, en derhalve in België te huwen. Het volstaat dat één van de aanstaande echtgenoten de Belgische nationaliteit bezit. In deze gevallen kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van de laatste inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van een van de aanstaande echtgenoten, of van de gemeente waar een bloedverwant tot en met de tweede graad van een van de aanstaande echtgenoten zijn inschrijving heeft op de datum van de opmaak van de akte, of van de geboorteplaats van een van de aanstaande echtgenoten. Bij ontstentenis hiervan kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Brussel. Ter verduidelijking dient te worden opgemerkt dat de aangifte in de gemeente van laatste inschrijving in het vreemdelingen- of wachtregister, betrekking heeft op die gevallen waar betrokkene op het ogenblik van het verlaten van het grondgebied nog niet in het bezit was van de Belgische nationaliteit.

Wanneer minstens één van de echtgenoten op de dag van de opmaak van de akte van aangifte zijn inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister of zijn actuele verblijfplaats niet heeft binnen de gemeente waar de aangifte wordt gedaan, dient de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte heeft opgemaakt, onmiddellijk door middel van een gewone brief of moderne communicatiemiddelen een afschrift van de akte over te maken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van inschrijving in vermelde registers of van de actuele verblijfplaats van deze aanstaande echtgenoot of echtgenoten. Op deze manier kan ook door deze laatstgenoemde ambtenaar van de burgerlijke stand worden nagegaan of er geen huwelijksbeletselen zijn. In voorkomend geval meldt hij dit binnen de tien dagen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte van aangifte heeft opgemaakt. Zo kan hij bijvoorbeeld ook meedelen dat betrokkenen in zijn gemeente reeds tevergeefs hebben geprobeerd een aangifte te doen of een huwelijk te sluiten. De eventuele melding van het bestaan van huwelijksbeletselen gebeurt schriftelijk, door middel van een gewone brief of moderne communicatiemiddelen.

Voor ieder van de aanstaande echtgenoten dienen bij de aangifte van het huwelijk aan de ambtenaar van de burgerlijke stand de in artikel 64 opgesomde documenten te worden voorgelegd. Deze bepaling is er op gericht een einde te maken aan de bestaande rechtsonzekerheid inzake de bij een huwelijk voor te leggen documenten. De voorlegging van de volgende documenten is vereist : 1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte : dit is een herneming van hetgeen reeds is bepaald in het huidige artikel 70 van het Burgerlijk Wetboek.Aan de mogelijkheid voor personen die in de onmogelijkheid verkeren de voor hun huwelijk vereiste akte van geboorte over te leggen, om deze te vervangen door een akte van bekendheid afgegeven door de bevoegde vrederechter, evenals aan hetgeen is bepaald in artikel 72bis van het Burgerlijk Wetboek, wordt niet geraakt; 2° een bewijs van identiteit : een document waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt (b.v. een identiteitskaart, een paspoort); 3° een bewijs van nationaliteit;4° een bewijs van de ongehuwde staat, en in voorkomend geval van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken;5° een bewijs van de inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister en/of een bewijs van de actuele verblijfplaats : op basis hiervan kan de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn territoriale bevoegdheid nagaan;6° in voorkomend geval, een gelegaliseerd schriftelijk bewijs uitgaande van de bij de aangifte van het huwelijk afwezige aanstaande echtgenoot, waaruit diens instemming met de aangifte blijkt : dit document dient enkel te worden overgelegd indien de aangifte slechts door één van de aanstaande echtgenoten wordt gedaan; 7° ieder ander authentiek stuk waaruit blijkt dat in hoofde van de betrokkene is voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden om een huwelijk te mogen aangaan : het betreft hier o.m. de zogenaamde wetscertificaten die de ambtenaar van de burgerlijke stand moeten toelaten na te gaan of is voldaan aan de door het toepasselijke recht gestelde voorwaarden, of ieder ander document dat de ambtenaar van de burgerlijke stand noodzakelijk vindt om te kunnen nagaan of aan de gestelde voorwaarden is voldaan (b.v. een eventuele ontheffing van de leeftijdsvereiste door de jeugdrechtbank, enz.).

Wanneer de overgelegde documenten in een vreemde taal zijn opgesteld, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand om een voor eensluidend verklaarde vertaling ervan verzoeken.

Er dient op te worden toegezien dat de overgelegde vreemde documenten op een afdoende wijze werden gelegaliseerd. In dit kader kan o.m. worden verwezen naar de omzendbrief van 17 februari 1993 betreffende de legalisatie van buitenlandse akten van de burgerlijke stand (B.S., 16 maart 1993), en de instructies terzake van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert de akte van aangifte op te maken indien de belanghebbende partijen in gebreke blijven de in artikel 64 van het Burgerlijk Wetboek opgesomde documenten over te leggen. Hiermee wordt niet enkel het geval bedoeld waarbij de ambtenaar van de burgerlijke stand van mening is dat door betrokkenen niet de nodige documenten worden overgelegd voor de samenstelling van hun huwelijksdossier, doch ook die gevallen waar deze documenten op onvoldoende wijze werden gelegaliseerd, of indien er sprake is van duidelijk en bewezen bedrog (valse of vervalste documenten). Het komt de ambtenaar van de burgerlijke stand toe om te oordelen of aan de in artikel 64 van het Burgerlijk Wetboek opgesomde voorwaarden is voldaan, en of het huwelijksdossier wat hem betreft volledig is. De partijen wordt zonder verwijl de met redenen omklede weigeringsbeslissing ter kennis gebracht door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstmelding of door rechtstreekse overhandiging tegen ontvangstbewijs aan betrokkenen van de gemotiveerde weigeringsbeslissing. Deze kennisgeving dient bovendien melding te maken van de beroepsmogelijkheden waarover betrokkenen beschikken. Tezelfdertijd maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand per gewone brief een afschrift van zijn beslissing, samen met een kopie van alle nuttige documenten, over aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de weigering plaatsvond.

Hierdoor beschikt de procureur des Konings bij een eventueel beroep tegen de weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand onmiddellijk over de nodige elementen, en kan hij, indien hij dit noodzakelijk acht, zelf ambtshalve optreden tegen de beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Wanneer één van de aanstaande echtgenoten of beiden op de dag van de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand om een akte van aangifte op te maken, hun inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister of hun actuele verblijfplaats niet hebben binnen de gemeente, dient de weigeringsbeslissing door de ambtenaar van de burgerlijke stand die heeft geweigerd schriftelijk door middel van een gewone brief of moderne communicatiemiddelen ter kennis te worden gebracht van ambtenaar de van de burgerlijke stand van de gemeente van inschrijving in vermelde registers of van de actuele verblijfplaats van deze aanstaande echtgenoot of echtgenoten. Wanneer betrokkenen zich nadien in deze laatste gemeente zouden aanbieden, is de ambtenaar van de burgerlijke stand reeds op de hoogte dat er zich eventueel problemen kunnen stellen, en kan contact worden opgenomen met de ambtenaar van de burgerlijke stand van wiens weigering hij in kennis werd gesteld.

Tegen de weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een akte van aangifte op te maken, is voorzien in een beroepsmogelijkheid voor de betrokkenen. Een dergelijk beroep kan binnen de maand na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg.

De akten van aangifte dienen te worden ingeschreven in een enkel register, dat op het einde van ieder jaar op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg moet worden neergelegd. Voor de akte van aangifte kan de volgende tekst worden voorgesteld : « AKTE VAN AANGIFTE VAN EEN HUWELIJK Nr. Vandaag (datum + jaar) te (uur), is door ondergetekende, (naam ambtenaar van de burgerlijke stand), ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente (gemeente), de aangifte van een huwelijk geakteerd van (naam, voorna(a)m(en)), geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum), gehuisvest en/of verblijvend (adres), en (naam, voorna(a)m(en)), geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum), gehuisvest en/of verblijvend (adres), die met elkaar in het huwelijk willen treden.

Op aangifte van (naam en voorna(a)m(en) van de aangever(s)).

Nadat deze akte werd voorgelezen, teken ik met de aangever(s). (handtekeningen) » B. Specifieke nietigheidsgrond Door de invoeging van een nieuw artikel 146bis in Hoofdstuk I van Boek I, Titel V van het Burgerlijk Wetboek (« Hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan ») wordt voorzien in een specifieke nietigheidsgrond voor schijnhuwelijken. Dit artikel bepaalt uitdrukkelijk dat er geen huwelijk is wanneer, ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet is gericht op het totstandbrengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van gehuwde.

In artikel 184 van het Burgerlijk Wetboek wordt bovendien een verwijzing naar artikel 146bis ingevoegd. Hierdoor wordt expliciet in de wet voorzien dat de nietigheid van een huwelijk kan worden gevorderd op grond van het feit dat het een schijnhuwelijk betreft.

Tegen elk huwelijk dat is aangegaan met overtreding van artikel 146bis van het Burgerlijk Wetboek, kan worden opgekomen door de echtgenoten zelf, door allen die daarbij belang hebben en door het openbaar ministerie.

C. Voltrekking van het huwelijk weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand Het nieuwe artikel 165 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat het huwelijk niet mag worden voltrokken vóór de 14de dag na de datum van de opmaak van de akte van aangifte. Wanneer het huwelijk niet is voltrokken binnen de zes maanden na het verstrijken van deze termijn van 14 dagen, mag het niet meer worden voltrokken dan nadat een nieuwe aangifte werd gedaan. Zoals dit ook het geval was bij het systeem van huwelijksafkondigingen, kan de bevoegde procureur des Konings, indien hiervoor gewichtige redenen zijn, vrijstelling verlenen van de aangifte en van elke wachttijd. Om dezelfde redenen kan hij ook de hoger genoemde termijn van zes maanden verlengen. Dezelfde bevoegdheden worden toegekend aan bepaalde diplomatieke en consulaire ambtenaren, voor de in hun eigen kanselarij te voltrekken huwelijken.

In het kader van een procedure tot opheffing van een verzet tegen het huwelijk of het beroep tegen de weigering om het huwelijk te voltrekken, kan de inzake gevatte rechter om een verlenging van de bedoelde termijn van zes maanden worden verzocht. Hierdoor kan worden voorkomen dat partijen voor een tweede maal een aangifte dienen te doen. Het is aangewezen om in de hoger vermelde gevallen van vrijstelling van aangifte of wachttijd, of van verlenging van de vooropgestelde termijnen, steeds een afschrift van de desbetreffende beslissingen te bewaren in het huwelijksdossier.

Het huwelijk dient in het openbaar te worden voltrokken voor de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte van aangifte heeft opgemaakt. Het is aangewezen de aanstaande echtgenoten vanaf het ogenblik van de aangifte op het voorafgaande te wijzen, evenals op het bestaan van de verschillende in de wet voorkomende termijnen.

Het nieuwe artikel 167 van het Burgerlijk Wetboek voert een uitdrukkelijke mogelijkheid in voor de ambtenaar van de burgerlijke stand om de voltrekking van het huwelijk uit te stellen of te weigeren.

Wanneer blijkt dat niet is voldaan aan de hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan, of wanneer hij van oordeel is dat de voltrekking van het huwelijk in strijd is met de beginselen van de openbare orde weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk te voltrekken. De nieuwe wet biedt de ambtenaar van de burgerlijke stand een wettelijke basis waarop hij kan weigeren het huwelijk te voltrekken. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet immers nagaan of alle vorm- en grondvoorwaarden voor het voltrekken van het huwelijk zijn nageleefd. Het is de bedoeling te benadrukken dat de ambtenaar van de burgerlijke stand in het kader van de huwelijksvoltrekking niet enkel een passieve, maar ook een actieve en preventieve rol te vervullen heeft. Het voorafgaand onderzoek om na te gaan of door de aanstaande echtgenoten aan alle grond- en vormvoorwaarden is voldaan, behoort tot de essentie van zijn bevoegdheid. De door de ambtenaar van de burgerlijke stand uitgevoerde controle slaat zowel op de vervulling van de positieve voorwaarden, als op de afwezigheid van eventuele huwelijksbeletselen. Deze controle behelst ook het onderzoek of het geplande huwelijk geen schijnhuwelijk is. Aldus moet de ambtenaar van de burgerlijke stand ook nagaan of is voldaan aan hetgeen is bepaald in artikel 146bis. Er dient echter te worden vermeden dat elk gemengd huwelijk prima facie als verdacht wordt bestempeld. De principiële huwelijksvrijheid vereist dat men op dat vlak enige omzichtigheid aan de dag legt. Wanneer echter uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de aanstaande echtgenoten kennelijk niet is gericht op het totstandbrengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van gehuwde, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand weigeren het huwelijk te voltrekken. Wanneer men zich beroept op het schijnkarakter van een huwelijk, moet men duidelijke indicaties hebben dat het huwelijk kennelijk niet is gericht op het vormen van hoger vermelde duurzame levensgemeenschap. Een combinatie van o.m. volgende factoren kan een ernstige aanduiding vormen dat een schijnhuwelijk wordt beoogd : - Partijen verstaan mekaar niet, of kunnen enkel op een gebrekkige wijze met elkaar communiceren, of doen beroep op een tolk; - Partijen hebben elkaar vóór de huwelijkssluiting nooit eerder ontmoet ; - Een van de partijen woont duurzaam samen met iemand anders; - Partijen kennen elkaars naam of nationaliteit niet; - Een van de aanstaande echtgenoten weet niet waar de andere werkt; - Verklaringen omtrent de omstandigheden van de ontmoeting lopen manifest uiteen; - Een som geld wordt beloofd bij het aangaan van het huwelijk; - Het uitoefenen van prostitutie door één van beiden; - Het optreden van een tussenpersoon; - Een groot leeftijdsverschil.

In dit kader kan de ambtenaar van de burgerlijke stand zich o.m. baseren op : - Nagetrokken verklaringen van de aanstaande echtgenoten zelf, verwanten of nauw betrokkenen; - Bepaalde geschriften; - Onderzoeken door politiediensten.

Er dient op te worden gewezen dat het recht op huwelijk wordt gegarandeerd door artikel 12 van het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele vrijheden (goedgekeurd bij de wet van 13 mei 1955, B.S., 19 augustus 1955) en artikel 23 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten. Dit recht is niet verbonden aan de verblijfstoestand van de betrokken partijen. Hieruit volgt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de opmaak van de akte van aangifte en de voltrekking van het huwelijk niet kan weigeren op grond van het loutere feit dat een vreemdeling illegaal in het Rijk verblijft.

Bij een weigering brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn met redenen omklede beslissing zonder verwijl ter kennis van de belanghebbende partijen door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstmelding of door rechtstreekse overhandiging tegen ontvangstbewijs aan betrokkenen van de gemotiveerde weigeringsbeslissing. Deze kennisgeving dient bovendien melding te maken van de beroepsmogelijkheden waarover betrokkenen beschikken.

Tezelfdertijd zendt hij per gewone brief een afschrift, en een kopie van alle nuttige documenten, aan de bevoegde procureur des Konings.

Hierdoor beschikt de procureur des Konings bij een eventueel beroep tegen de weigeringsbeslissing onmiddellijk over de nodige elementen, en kan hij, indien hij dit noodzakelijk acht, zelf ambtshalve optreden tegen de beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Wanneer op de dag van de weigering één van de aanstaande echtgenoten of beiden hun inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister of hun actuele verblijfplaats niet hebben binnen de gemeente, brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn weigeringsbeslissing tevens onmiddellijk ter kennis van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van inschrijving in deze registers of van de actuele verblijfplaats in België van deze aanstaande echtgenoot of echtgenoten. Hierdoor kan worden voorkomen dat betrokkenen zich daarna tot betreffende gemeente wenden, om alsnog te proberen het huwelijk te laten voltrekken. Tegen de weigering om het huwelijk te voltrekken, kan door de belanghebbende partijen binnen de maand beroep worden aangetekend bij de rechtbank van eerste aanleg.

Indien er een ernstig vermoeden bestaat dat niet is voldaan aan de hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk aan te gaan, of dat de voltrekking van het huwelijk in strijd zou zijn met de beginselen van de openbare orde, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand de voltrekking van het huwelijk uitstellen gedurende ten hoogste twee maanden vanaf de door belanghebbende partijen vooropgestelde huwelijksdatum. Het is aangewezen de met redenen omklede beslissing om de voltrekking van het huwelijk uit te stellen, zonder verwijl ter kennis van de belanghebbende partijen te brengen door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstmelding of door rechtstreekse overhandiging tegen ontvangstbewijs aan betrokkenen van de gemotiveerde beslissing tot uitstel. Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand dit nodig acht kan hij hierover de bevoegde procureur des Konings om advies verzoeken. Het uitstellen van het huwelijk moet het de ambtenaar van de burgerlijke stand mogelijk maken bijkomend onderzoek te verrichten om na te gaan of het een mogelijk schijnhuwelijk betreft (b.v. wanneer de voorziene termijn tussen de aangifte en de vooropgestelde huwelijksdatum te kort zou zijn om het onderzoek vóór het huwelijk te verrichten).

Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen de hierboven vermelde termijn van twee maanden nog geen definitieve beslissing heeft genomen, dient hij het huwelijk te voltrekken, zelfs in die gevallen waar de in artikel 165, §3 bedoelde termijn van zes maanden reeds is verstreken.

D. Jaarlijkse tabellen en zegelrechten Voormelde omzendbrief van 25 november 1992 had betrekking op het opmaken van jaarlijkse alfabetische tabellen voor het register van de akten van huwelijksafkondigingen, en het heffen van zegelrechten op de aan particulieren afgeleverde getuigschriften van huwelijksafkondiging. Ik ben van mening dat de daarin inzake huwelijksafkondiging vermelde principes ook dienen te worden toegepast voor wat betreft de akten van aangifte van een huwelijk.

Luidens het nieuwe artikel 63, § 2, laatste lid van het Burgerlijk Wetboek dienen de akten van aangifte slechts in een enkel register te worden ingeschreven, in tegenstelling tot de akten van de burgerlijke stand die, ingevolge artikel 40 van het Burgerlijk Wetboek, in een of meer in dubbel gehouden registers moeten worden ingeschreven.

Daarenboven heeft de akte van aangifte als doel vast te stellen dat aan de formaliteit van de aangifte van het huwelijk werd voldaan. Uit het bovenstaande mag worden afgeleid dat het register van akten van aangifte van een huwelijk in wezen geen register van de burgerlijke stand sensu stricto is, en er bijgevolg geen jaarlijkse alfabetische tabel voor dit register dient te worden opgemaakt.

Aangezien het begrip « registers van de burgerlijke stand » in het Wetboek der zegelrechten dezelfde betekenis heeft als deze toegekend in het gemeen recht, dient met wat voorafgaat rekening te worden gehouden om het toepassingsgebied van artikel 8, 13° van dit Wetboek te bepalen. Dit artikel beoogt slechts de aan particulieren afgeleverde uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand, en de door de ambtenaren van de burgerlijke stand, door burgemeesters of door hun afgevaardigden aan particulieren afgeleverde getuigschriften tot attestatie van feiten die blijken uit bedoelde registers.

Gelet op het bovenstaande zijn de aan particulieren afgeleverde uittreksels uit een akte van aangifte van een huwelijk en de getuigschriften van aangifte van een huwelijk niet onderworpen aan het zegelrecht, daar zij niet onder het toepassingsgebied van artikel 8, 13° van het Wetboek der zegelrechten vallen. E. Akte van huwelijk De wet van 4 mei 1999 brengt ook een aantal wijzigingen aan in artikel 76 van het Burgerlijk Wetboek.

De vroegere vermelding in de akte van huwelijk van de afkondigingen in de onderscheiden woonplaatsen, wordt niet vervangen door een vermelding van de akte van aangifte.

Voortaan dient ook het beroep van de getuigen niet meer in de akte van huwelijk te worden vermeld.

F. Huwelijken te voltrekken voor de Belgische diplomatieke en consulaire ambtenaren Ook de bevoegdheid van de Belgische diplomatieke en consulaire ambtenaren aan wie de functies van ambtenaar van de burgerlijke stand werden opgedragen, wordt uitgebreid tot het voltrekken van huwelijken waarbij tenminste één Belg is betrokken.

G. Overgangsbepalingen Op de te voltrekken huwelijken die vóór 1 januari 2000 zijn afgekondigd, blijven de oude bepalingen van toepassing.

De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^