Omzendbrief van 17 september 2013
gepubliceerd op 23 september 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Omzendbrief betreffende de gegevensuitwisseling tussen de ambtenaren van de burgerlijke stand en de Dienst Vreemdelingenzaken ter gelegenheid van een huwelijksaangifte of een verklaring van een wettelijke samenwoning van een vreemdeling in illegaal of pre

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2013009424
pub.
23/09/2013
prom.
17/09/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN


17 SEPTEMBER 2013. - Omzendbrief betreffende de gegevensuitwisseling tussen de ambtenaren van de burgerlijke stand en de Dienst Vreemdelingenzaken ter gelegenheid van een huwelijksaangifte of een verklaring van een wettelijke samenwoning van een vreemdeling in illegaal of precair verblijf


Aan de Dames en Heren Burgemeesters en aan de Ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk, Het huwelijk is een fundamenteel recht dat namelijk door artikel 12 van het Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (« E.V.R.M. ») en door artikel 23 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten gegarandeerd wordt.

Om in het huwelijk te kunnen treden, is het niet vereist dat de vreemdeling toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van meer dan drie maanden. Derhalve, mag de ambtenaar van de burgerlijke stand niet enkel en alleen om die reden weigeren om de akte van huwelijksaangifte op te stellen of het huwelijk te voltrekken.

Er wordt echter vastgesteld dat bepaalde huwelijken niet worden afgesloten om een duurzame levensgemeenschap tot stand te brengen, maar enkel om een verblijfsrechtelijk voordeel te bekomen.

Artikel 146bis van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende : « Er is geen huwelijk wanneer, ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet is gericht op het tot stand brengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van gehuwde. » Als gevolg van het aanwenden van verschillende instrumenten die erop gericht zijn om dit fenomeen te bestrijden stellen de openbare overheden al verschillende jaren een verschuiving van het fenomeen van de schijnhuwelijken naar dat van het schijn-wettelijk samenwonen vast.

Om die reden werd een artikel 1476bis ingevoerd in het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel 1476bis bepaalt het volgende : « Er is geen wettelijke samenwoning wanneer, ondanks de geuite wil van beide partijen om wettelijk samen te wonen, uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens een van beide partijen kennelijk enkel gericht is op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van wettelijk samenwonende. » Om deze schijnhuwelijken en dit schijn-wettelijk samenwonen te bestrijden verleent het Burgerlijk Wetboek een beoordelings- en controlebevoegdheid aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. (1) Het Burgerlijk Wetboek (2) voert namelijk een gegevensuitwisseling tussen de ambtenaren van de burgerlijke stand en de Dienst Vreemdelingenzaken in.

Uit de praktijk blijkt dat vreemdelingen wier verblijf illegaal of precair is (3) snel van woonplaats veranderen, om zodoende te proberen een huwelijk of een wettelijke samenwoning af te sluiten met verschillende « partners » in verschillende gemeenten. 1. Gegevensuitwisseling van informatie tussen de ambtenaren van de burgerlijke stand en de Dienst Vreemdelingenzaken : A.Gegevensuitwisseling ter gelegenheid van een huwelijksaangifte of een verklaring van wettelijke samenwoning Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand een ontvangstbewijs, zoals bedoeld in artikel 64, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, of een ontvangstbewijs, zoals bedoeld in artikel 1476, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, afgeeft EN hij zich in de aanwezigheid bevindt van een vreemdeling wiens verblijf illegaal of precair is, dient hij de Dienst Vreemdelingenzaken daarvan op de hoogte brengen door de fiche, als bijlage, behoorlijk ingevuld, naar deze dienst te sturen.

Deze fiche moet gepaard gaan met een kopie van het genoemd ontvangstbewijs.

Beiden dienen per mail naar het Bureau Opsporingen van de Dienst Vreemdelingenzaken te worden gestuurd op het volgende adres : bur_recherches01@dofi.fgov.be De stukken kunnen ook per fax naar hetzelfde bureau gestuurd worden, op het volgende nummer : 02-274 66 88.

De Dienst Vreemdelingenzaken zal binnen de 30 dagen na de ontvangst van de genoemde fiche de nuttige inlichtingen waarover hij beschikt doorgeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.

B. Gegevensuitwisseling in geval van een weigering om een huwelijk te voltrekken of van een weigering om melding te maken van een wettelijke samenwoning Overeenkomstig artikel 167, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek moet de ambtenaar van de burgerlijke stand een kopie van zijn beslissing tot weigering om het huwelijk te voltrekken naar de Dienst Vreemdelingenzaken sturen indien deze beslissing steunt op het feit dat de intentie van de personen kennelijk niet gericht is op het tot stand brengen van een duurzame levensgemeenschap, maar op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel.

Dit geldt ook wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand om dezelfde reden weigert melding te maken van de verklaring van wettelijke samenwoning (artikel 1476quater, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek).

De kopieën van de beslissingen moeten per mail naar het Bureau Opsporingen van de Dienst Vreemdelingenzaken gestuurd worden, op het volgende adres : bur_recherches01@dofi.fgov.be Ze kunnen ook per fax naar hetzelfde bureau gestuurd worden, op het volgende nummer : 02-274 66 88. 2. Opschorting van de uitvoering van het bevel om het grondgebied te verlaten : Indien aan een vreemdeling, aan wie een bevel om het grondgebied te verlaten (« BGV ») betekend werd, een ontvangstbewijs (artikel 64, § 1, van het Burgerlijk Wetboek) of een ontvangstbewijs (artikel 1476, § 1, van het Burgerlijk Wetboek) afgegeven werd zal de minister die bevoegd is voor de Toegang tot het Grondgebied, het Verblijf, de Vestiging en de Verwijdering van Vreemdelingen of zijn gemachtigde niet overgaan tot de uitvoering van dit « BGV », en dit tot : - de dag van de beslissing tot weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand om het huwelijk te voltrekken of om melding te maken van de verklaring van wettelijke samenwoning; - het einde van de termijn van 6 maanden die bedoeld wordt in artikel 165, § 3, van het Burgerlijk Wetboek; - de dag na de voltrekking van het huwelijk of de verklaring van wettelijke samenwoning.

De uitvoering van het « BGV » zal echter niet worden opgeschort wanneer de vreemdeling aan wie het BGV afgegeven werd : (4) - geacht wordt de openbare orde of de nationale veiligheid te schaden; - door de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (of zijn gemachtigde), op eensluidend advies van de Commissie van Advies voor Vreemdelingen, geacht wordt de internationale betrekkingen van België of van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, te kunnen schaden; - ter fine van weigering van toegang gesignaleerd staat in de Staten die partij zijn bij de Uitvoeringsovereenkomst van het Akkoord van Schengen, ondertekend op 19 juni 1990, hetzij omdat zijn aanwezigheid een gevaar uitmaakt voor de openbare orde of de nationale veiligheid, hetzij omdat hij het voorwerp heeft uitgemaakt van een verwijderingsmaatregel die noch ingetrokken noch opgeschort werd, die een verbod van toegang behelst wegens overtreding van de nationale bepalingen inzake de binnenkomst of het verblijf van de vreemdelingen; - een beroepsbedrijvigheid als zelfstandige of in ondergeschikt verband uitoefent, zonder in het bezit te zijn van de daartoe vereiste machtiging; - met toepassing van de internationale overeenkomsten of akkoorden die België binden door de overheden van de overeenkomstsluitende Staten, ter verwijdering van het grondgebied van deze Staten, aan de Belgische overheden wordt overgedragen; - met toepassing van de internationale overeenkomsten of akkoorden die België binden door de Belgische overheden aan de overheden van de overeenkomstsluitende Staten moet overgedragen worden; - sedert minder dan tien jaar uit het Rijk werd teruggewezen of uitgezet, zo de maatregel niet werd opgeschort of ingetrokken; - het voorwerp uitmaakt van een inreisverbod dat noch opgeschort, noch opgeheven is; - reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een beslissing tot weigering om een huwelijk te voltrekken of om melding te maken van een verklaring van wettelijke samenwoning. 3. Opheffingsbepaling : De omzendbrief van 13 september 2005Relevante gevonden documenten type omzendbrief prom. 13/09/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005000603 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Omzendbrief betreffende de uitwisseling van informatie tussen de ambtenaren van de burgerlijke stand, in samenwerking met de Dienst Vreemdelingenzaken ter gelegenheid van een huwelijksaangifte waarbij een vreemdeling betrokken is sluiten betreffende de uitwisseling van informatie tussen de ambtenaren van de burgerlijke stand, in samenwerking met de Dienst Vreemdelingenzaken, ter gelegenheid van een huwelijksaangifte waarbij een vreemdeling betrokken is wordt opgeheven. De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Mevr. M. DE BLOCK _______ Nota's (1) In verband met dit onderwerp wordt naar de omzendbrief van 6 september 2013Relevante gevonden documenten type omzendbrief prom. 06/09/2013 pub. 23/09/2013 numac 2013009423 bron federale overheidsdienst justitie Omzendbrief inzake de wet van 2 juni 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire rechtsmacht, het Strafwetboek, het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 15 december 1980 betref sluiten verwezen.(2) Artikelen 63, §§ 3 en 4, 167, 1476, § 1, vierde lid en 1476quater van het Burgerlijk Wetboek.(3) Onder vreemdeling wiens verblijf precair is moeten met name de vreemdelingen verstaan worden die in het bezit zijn van een attest van immatriculatie, van een bijlage 35, de studenten wier verblijf ten einde loopt, enz.(4) Artikel 7, eerste lid, 3°, 4°, 5° tot 12°, van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Bijlage bij de omzendbrief van 17 september 2013 betreffende de gegevensuitwisseling tussen de ambtenaren van de burgerlijke stand en de Dienst Vreemdelingenzaken ter gelegenheid van een huwelijksaangifte of een verklaring van wettelijke samenwoning van een vreemdeling in illegaal of precair verblijf.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^