Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 27 maart 2014
gepubliceerd op 20 mei 2014

Ministeriële omzendbrief betreffende de Belgische verbindingsofficieren van de geïntegreerde politie in het buitenland

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en federale overheidsdienst justitie
numac
2014000101
pub.
20/05/2014
prom.
27/03/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE


27 MAART 2014. - Ministeriële omzendbrief betreffende de Belgische verbindingsofficieren van de geïntegreerde politie in het buitenland


Gelet op het verdrag van de Verenigde Naties van 20 december 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;

Gelet op de Schengen-uitvoeringsovereenkomst van 19 juni 1990 goedgekeurd bij wet van 18 maart 1993;

Gelet op de overeenkomst van 26 juli 1995 tot oprichting van een Europese politiedienst;

Gelet op het besluit van de Raad 2003/170/JBZ van 27 februari 2003 betreffende het gezamenlijk gebruik van verbindingsofficieren die gedetacheerd zijn door de rechtshandhavende autoriteiten van de lidstaten, zoals gewijzigd door het besluit van de Raad 2006/560/JBZ van 24 juli 2006;

Gelet op het verdrag van 8 juni 2004 tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden;

Gelet op de Benelux-uitvoeringsafspraak van 29 april 2011 betreffende het gezamenlijk gebruik van de Benelux-verbindingsofficieren ter uitvoering van de artikels 16 en 17 van het verdrag van 8 juni 2004 inzake grensoverschrijdend politieel optreden;

Gelet op de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;

Gelet op de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;

Gelet op de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings;

Gelet op de wet van 26 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2002 pub. 30/04/2002 numac 2002000334 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten sluiten houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten;

Gelet op de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2003 pub. 21/10/2009 numac 2009000651 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Europees aanhoudingsbevel type wet prom. 19/12/2003 pub. 22/12/2003 numac 2003009950 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende het Europees aanhoudingsbevel sluiten betreffende het Europees aanhoudingsbevel;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 13/05/2008 numac 2008000428 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, (hierna de RPPol genoemd);

Gelet op het koninklijk besluit van 20 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/11/2001 pub. 31/01/2002 numac 2001001108 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels inzake de mobiliteit van het personeel van de politiediensten sluiten tot vaststelling van de nadere regels inzake de mobiliteit van het personeel van de politiediensten;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2006 pub. 23/11/2006 numac 2006000888 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie type koninklijk besluit prom. 14/11/2006 pub. 23/07/2007 numac 2007000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie. - Duitse vertaling sluiten betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 april 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/2013 pub. 10/04/2013 numac 2013000096 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken en federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten inzake de verbindingsofficieren type koninklijk besluit prom. 03/04/2013 pub. 24/05/2013 numac 2013000329 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten inzake de verbindingsofficieren. - Duitse vertaling sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 13/05/2008 numac 2008000428 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten inzake de verbindingsofficieren;

Gelet op de beslissing van de Ministerraad van 19 juni 1992 waarbij de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken de opdracht hebben gekregen de gemeenschappelijke functionele voorwaarden te bepalen voor het uitsturen van verbindingsofficieren van de rijkswacht en de gerechtelijke politie bij buitenlandse politiediensten;

Gelet op het ministerieel besluit van 28 december 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 28/12/2001 pub. 15/01/2002 numac 2001001332 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten type ministerieel besluit prom. 28/12/2001 pub. 26/06/2009 numac 2009000418 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 13/05/2008 numac 2008000428 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten;

Gelet op de gezamenlijke omzendbrief van 14 februari 2000 van de minister van Justitie en het College van Procureurs-generaal betreffende de internationale politiesamenwerking met gerechtelijke finaliteit;

Gelet op de gemeenschappelijke omzendbrief van 16 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten0 van de minister van Justitie en het College van Procureurs-generaal betreffende het federaal parket;

Gelet op de gemeenschappelijke richtlijn MFO-3 van 14 juni 2002 van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken betreffende het informatiebeheer inzake gerechtelijke en bestuurlijke politie;

Gelet op de richtlijn van de minister van Binnenlandse Zaken van 7 februari 2002 betreffende de samenwerking tussen de dienst vreemdelingenzaken en de federale politie inzake het uitsturen van respectievelijke immigratieambtenaren en verbindingsofficieren, 1. ALGEMEENHEDEN 1.1. Definities Voor de toepassing van deze omzendbrief wordt verstaan onder : * Geïntegreerde politie : de Belgische politiediensten georganiseerd en gestructureerd op twee niveaus, federaal en lokaal, die het geheel van de geïntegreerde politiezorg verzekeren. * Federale politie : het commissariaat-generaal en de algemene directies en de directies van de federale politie zoals bepaald bij de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus en het koninklijk besluit van 14 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2006 pub. 23/11/2006 numac 2006000888 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie type koninklijk besluit prom. 14/11/2006 pub. 23/07/2007 numac 2007000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie. - Duitse vertaling sluiten betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie. * Verbindingsofficier : zoals gedefinieerd in artikel I.I.1, 10bis° RPPol, de titularis van een als dusdanig op de personeelsformatie van de federale politie voorziene betrekking die als hoofdtaak heeft om de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, te vertegenwoordigen in één of meerdere landen, op basis van een bilateraal of multilateraal akkoord tussen België en één of meerdere andere landen. * Personeelslid van het operationeel kader : elk personeelslid van het operationeel kader in de zin van artikel 117 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. * Netwerk : het geheel van verbindingsofficieren in het buitenland en van de landen waarvoor een verbindingsofficier is geaccrediteerd. * Post : plaats waar het kantoor van de verbindingsofficier gevestigd is. * Land van affectatie (of vestiging) : land waar de post gevestigd is. * Land van tewerkstelling : land waarvoor de verbindingsofficier geaccrediteerd is. * Land uit de invloedssfeer : land met wiens overheden en diensten de verbindingsofficier contacten onderhoudt in het domein van de gerechtelijke en politiële samenwerking, dat deel kan uitmaken van de zone waarin de verbindingsofficier actief is maar waarvoor hij/zij niet noodzakelijk geaccrediteerd is. * Accreditatie : akkoord van de bevoegde overheid van een land, of van een internationale instelling zoals CARICC, SELEC, VN,.... dat de verbindingsofficier in staat stelt werkrelaties te onderhouden met de wetshandhavingsdiensten van dat land. 1.2. Toepassingsgebied Deze omzendbrief is van toepassing op de verbindingsofficieren van de geïntegreerde politie en op hun personeel in de post, al dan niet behorend tot het operationeel kader van de geïntegreerde politie.

De personeelsleden van het operationeel kader van de geïntegreerde politie bij internationale organisaties, zoals de Europese politieorganisatie Europol en het Secretariaat-generaal van Interpol, bij de Belgische Vaste Vertegenwoordiging bij de Europese Unie en de Belgische politieambtenaren die deelnemen aan opdrachten met een humanitair of politieel karakter onder de bescherming van een (of meerdere) internationale organisatie(s), vallen niet onder het toepassingsgebied van deze omzendbrief. 1.3. Doelstelling De prioritaire doelstelling van de verbindingsofficieren is de politiële en justitiële samenwerking te bevorderen en te vergemakkelijken met de landen van affectatie en van tewerkstelling en met de landen uit de invloedssfeer. 1.4. Vertegenwoordiging De verbindingsofficieren vertegenwoordigen tijdens de uitvoering van hun opdrachten de geïntegreerde politie.

Overeenkomstig Europese, multilaterale of bilaterale regelgeving, kunnen de verbindingsofficieren een andere lidstaat van de Europese Unie vertegenwoordigen of taken uitvoeren ten voordele van een politieorganisatie van de Europese Unie. 1.5. Wetgeving Bij de uitoefening van hun opdrachten leven de verbindingsofficieren en de personeelsleden van het operationeel kader die hen ter beschikking worden gesteld, de Belgische wetgeving en regelgeving na.

Zij leven de wetgeving en regelgeving na van het land van affectatie, van tewerkstelling of uit de invloedssfeer, behoudens voor die aspecten die onder de uitsluitende toepassing van de Belgische wetgeving vallen. 2. NETWERK 2.1. Algemeen De aanwijzing van een verbindingsofficier moet op politieel en justitieel vlak een duidelijke meerwaarde kunnen betekenen voor de samenwerking tussen België en de landen van affectatie, tewerkstelling of uit de invloedssfeer.

Het netwerk moet flexibel zijn, waardoor op wijzigende omstandigheden gepast kan worden ingespeeld. 2.2. Evaluatie van het netwerk De federale politie zal periodiek, en minimum om de 5 jaar (uitgezonderd bijzondere omstandigheden), het netwerk evalueren met het oog op : * het bijsturen ervan ingevolge gewijzigde operationele politiële en gerechtelijke noden en behoeften, de nieuwe ontwikkelingen en operationele en politieke prioriteiten zoals aangegeven in het Nationaal Veiligheidsplan en de beeldvorming over de internationale veiligheidssituatie met betrekking tot prioritaire landen en regio's voor de geïntegreerde politie; * het optimaal aanwenden van de beschikbare financiële middelen gelet op het beoogde resultaat (kosten- en batenanalyse).

De federale politie stelt een rapport op van deze evaluatie en bezorgt dit verslag over het netwerk en de werking ervan aan de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Justitie, de minister van Buitenlandse Zaken, aan het College van Procureurs-generaal en het federaal parket. 2.3. Procedures tot opening en sluiting van posten en tot accreditatie Bij het ontwikkelen van het netwerk zal rekening gehouden worden met : * de beleidscriteria (de fenomenen, de prioriteiten vermeld in het Nationaal Veiligheidsplan, de binnen de Europese Unie vooropgestelde geografische en sectoriële prioriteiten); * de geografische criteria; * de criteria inzake buitenlandse politiek; * de complexiteit van de wetshandhavingsdiensten in de landen van tewerkstelling; * de veiligheidscriteria; * de samenwerkingsverbanden met andere landen of organisaties; * de justitiële en/of politiële samenwerkingsakkoorden; * de aanwezigheid van politievertegenwoordigers uit andere landen van de Europese Unie en de mogelijkheid tot samenwerking en kostendelend optreden; * het al dan niet aanwezig zijn van een Belgische diplomatieke post; * de werklast van de verbindingsofficier.

Op voorstel van de federale politie, beslist de minister van Binnenlandse Zaken na gemeenschappelijk advies van het College van Procureurs-generaal en het federaal parket en na het akkoord van de ministers van Justitie en Buitenlandse Zaken, over elke wijziging van het netwerk.

De federale politie informeert het College van Procureurs-generaal, het federaal parket en de minister van Justitie, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Binnenlandse Zaken over de wijzigingen van de bestaande posten en de accreditaties van de verbindingsofficieren in het buitenland. 3. AANWIJZING 3.1. Procedure tot aanwijzing De aanwijzing van de verbindingsofficier wordt geregeld door het koninklijk besluit van 3 april 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/2013 pub. 10/04/2013 numac 2013000096 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken en federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten inzake de verbindingsofficieren type koninklijk besluit prom. 03/04/2013 pub. 24/05/2013 numac 2013000329 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten inzake de verbindingsofficieren. - Duitse vertaling sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 13/05/2008 numac 2008000428 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten inzake de verbindingsofficieren en meer bepaald door het door dit besluit ingevoegde artikel VI.II.68bis RPPol.

Na afloop van de selectieprocedure zal de voor de post aangewezen kandidaat deel uitmaken van de directie internationale politiesamenwerking van de federale politie.

De federale politie bepaalt de functiebeschrijving en het profiel van de verbindingsofficier en van het hun ter beschikking gestelde personeel De profielbeschrijving moet een evaluatie toelaten van het potentieel van de kandidaat om doeltreffend als verbindingsofficier te kunnen werken. De functie van verbindingsofficier betreft een op de personeelsformatie voorziene betrekking van hoofdcommissaris.

De aanwijzing van de personeelsleden van het operationeel kader die hen ter beschikking worden gesteld, is onderworpen aan de regels van de mobiliteit zoals bepaald door het RPPol en het koninklijk besluit van 20 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/11/2001 pub. 31/01/2002 numac 2001001108 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels inzake de mobiliteit van het personeel van de politiediensten sluiten.

De andere personeelsleden die de verbindingsofficieren lokaal ter hun beschikking hebben, zijn onderworpen aan de plaatselijke wetgeving en regelgeving inzake contractuele aanwervingen.

De nadere regels voor de toekenning van een diplomatiek statuut en de accreditaties worden vastgelegd in een protocolakkoord tussen de ministers van Buitenlandse Zaken en van Binnenlandse Zaken. 3.2. Aanwijzingsmodaliteiten 3.2.1. Duur De verbindingsofficieren worden aangewezen voor 6 jaar via de mobiliteitsprocedure (artikel VI.II.68bis RPPol). 3.2.2. Vroegtijdige beëindiging De aanwijzing kan vervroegd worden beëindigd bij beslissing van de CG tot herplaatsing overeenkomstig artikel VI.II.85 RPPol. 3.2.3. Nieuwe aanwijzing voor een betrekking van verbindingsofficier De verbindingsofficieren kunnen slechts opnieuw worden aangewezen voor een betrekking van verbindingsofficier ten vroegste twee jaar na het verstrijken van de aanwijzingstermijn van 6 jaar.

Artikel VI.II.68bis, § 1, derde lid, RPPol voorziet evenwel dat het mogelijk is om zich voor het verstrijken van de termijn van twee jaar kandidaat te stellen "met dien verstande dat de kandidaatstelling slechts wordt onderzocht indien geen enkele andere kandidaat geschikt wordt bevonden voor die betrekking".

Deze regel geldt eveneens in het geval dat de aanwijzing voor een betrekking van verbindingsofficier op vraag van het personeelslid vroegtijdig werd beëindigd. 4. DE OPDRACHTEN VAN DE VERBINDINGSOFFICIEREN 4.1. Algemeen Het activiteitendomein van de verbindingsofficier heeft betrekking op alle domeinen waarvoor de Belgische politiediensten bevoegd zijn krachtens het Belgisch normatief kader, op de criminaliteit in het algemeen en de georganiseerde criminaliteit en het terrorisme in het bijzonder, alsook op de openbare orde en het toezicht op de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie.

Overeenkomstig de gemeenschappelijke richtlijn MFO-3 van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken betreffende het informatiebeheer inzake gerechtelijke en bestuurlijke politie, boek 1, fiche C 21, is het gebruik van het kanaal van de verbindingsofficier evenwel enkel toegelaten onder één of meerdere van de volgende voorwaarden dat : * het een gevoelig en/of vertrouwelijk dossier betreft; * het een dringend geval is; * het een complex dossier betreft; * de andere uitwisselingskanalen falen. 4.2. Taak van de verbindingsofficier De verbindingsofficier vervult op operationeel vlak (bestuurlijk en gerechtelijk) een faciliterende rol.

Hij/zij heeft een primordiale rol bij het inwinnen en uitwisselen van informatie en het versnellen van de informatiedoorstroming in het raam van : * preventieve maatregelen; * opsporings- en gerechtelijke onderzoeken; * de uitvoering van wederzijdse rechtshulpverzoeken in strafzaken; * de handhaving en het herstel van de openbare orde en veiligheid; * het toezicht op de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie; * incidenten die een invloed kunnen hebben op de bestuurlijke of gerechtelijke politie in België; de verbindingsofficier geeft, rekening houdend met de beschikbare informatie, duiding nopens de algemene en specifieke context waarin hij/zij zijn/haar werkzaamheden uitoefent.

De verbindingsofficier neemt enkel op uitdrukkelijk verzoek van de federale procureur en mits het akkoord van de federale politie (de directie van de internationale politiesamenwerking CG/CGI) deel aan de uitvoering van de onderzoeksdaden in uitvoering van het rechtshulpverzoek.

De verbindingsofficier kan niet belast worden met de louter materiële voorbereiding van bezoeken van Belgische overheden.

De verbindingsofficier zou er eveneens mee kunnen belast worden enerzijds om de rol van raadgever van het hoofd van de diplomatieke of consulaire post te vervullen en anderzijds om de technische en beleidsmatige gesprekspartner te zijn van de lokale overheden en -diensten.

In dit geval zal de verbindingsofficier : * samenwerkingsprogramma's die passen binnen de politieke oriëntaties van de regering, definiëren en voorstellen; * deze programma's in werking stellen en evalueren; * op beleidsmatig vlak, alle nuttige inlichtingen aanbrengen, binnen zijn/haar activiteitendomein, die de Belgische politiek of het beleid inzake gerechtelijke of bestuurlijke politie kunnen aanbelangen.

Andere beleidsondersteunende taken kunnen specifiek aan de verbindingsofficier worden toegewezen; * in voorkomend geval, de oprichting en de werking van de gemeenschappelijke commissariaten in de grenszones van België begeleiden, ze beleidsmatig aansturen en evalueren; * op verzoek van de commissaris-generaal, de Belgische politie vertegenwoordigen; * meewerken aan de voorbereiding en de uitvoering van memorandums of understanding, van de bilaterale akkoorden en van de actieplannen inzake politiële samenwerking; * bijdragen tot het nader uitleggen van de Belgische politiek inzake veiligheid; * op verzoek van de bevoegde Belgische overheden, gericht aan de minister van Binnenlandse Zaken en door hem goedgekeurd, andere Belgische wetshandhavingsinstellingen vertegenwoordigen; * het middelpunt zijn voor elk bilateraal bijstandsproject in het domein van de hervorming van de veiligheidssector waaraan de Belgische politie bijdraagt. 5. FUNCTIONELE WERKING VAN DE POST 5.1. Gezag De verbindingsofficier staat aan het hoofd van de post. Hij/Zij is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken verbonden aan die post en heeft het functioneel gezag over elk personeelslid dat aan die post is toegevoegd. 5.2. Bezetting De personeelsbezetting van de posten bestaat uit één verbindingsofficier, een bij voorkeur ter plaatse aangeworven, voltijdse assistent(e) en/of uit de personeelsleden van het operationeel kader die hen ter beschikking worden gesteld. 5.2.1. Bijkomend personeel Afhankelijk van de werklast en de budgettaire mogelijkheden, kan de federale politie, per post, beslissen bijkomend personeel ter beschikking te stellen van de verbindingsofficier. 5.3. Werkingsmiddelen 5.3.1. Algemeen De federale politie zal ervoor zorgen dat de verbindingsofficier over de faciliteiten beschikt die nodig zijn voor het uitoefenen van zijn/haar functie. 5.3.2. Communicatiemiddelen Om veiligheidsredenen verbonden aan de opdrachten van de verbindingsofficier, dient de verbindingsofficier te beschikken over een veilige communicatielijn. 5.3.3. Kantoren In het geval van een onderbrenging in de lokalen van de kanselarij van een Belgische diplomatieke post of in de diplomatieke post van een lidstaat van de Europese Unie, zal de tenlasteneming van diverse kosten, met inbegrip van die welke eventueel het gevolg zijn van de aanpassing van de lokalen, voor elke affectatie vooraf worden geregeld tussen de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Binnenlandse Zaken.

Indien het niet mogelijk is de verbindingsofficier onder te brengen in de lokalen van de kanselarij van een diplomatieke post en de lokalen buiten de kanselarij gehuurd moeten worden in naam van de diplomatieke post, dan moeten die het volgende beslaan : een bureel, een secretariaat, een wachtruimte, een vergaderzaal en een garage. De hieraan verbonden kosten worden gedragen door de federale politie. 6. WERKINGSREGELS 6.1. Algemeen principe Voor alle operationele aangelegenheden waarbij de tussenkomst van een verbindingsofficier wordt gevraagd, dient de aanvrager zich te richten tot het Nationaal Invalspunt (NIP). In geval van dringendheid is het toegelaten rechtstreeks informatie uit te wisselen met de verbindingsofficier, de aanvrager is verplicht een kopie van de vraag over te maken aan het NIP. De verbindingsofficier antwoordt in voorkomend geval met het NIP in kopie. 6.2. Relaties met het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post De nadere regels voor het onderbrengen van de verbindingsofficier en het bijkomend personeel in de Belgische diplomatieke missies en consulaire posten worden vastgelegd in een protocolakkoord gesloten tussen de ministers van Binnenlandse en van Buitenlandse Zaken.

De relaties tussen de verbindingsofficier en de hoofden van de diplomatieke missies en consulaire posten worden als volgt geregeld : * Het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post oefent zijn leidinggevende en coördinerende functies uit ten opzichte van de leden van de diplomatieke missie of consulaire post, waaronder de verbindingsofficieren. De leidinggevende en coördinerende rol van het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post wordt uitgeoefend onverminderd de autonome uitoefening ten gronde van de functies van de verbindingsofficieren. * De verbindingsofficier is onderworpen aan de regels van de diplomatieke missie of consulaire post. Eventuele verzoeken van het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post aan de verbindingsofficier, moeten evenwel passen in de bevoegdheden en het takenpakket van de verbindingsofficier. * De verbindingsofficier overlegt met het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post over de algemene houding die moet worden aangenomen in zijn/haar relaties met de overheden van het land van affectatie, van het land van tewerkstelling en van het land uit de invloedssfeer. Het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post deelt aan de verbindingsofficier alle voor de uitoefening van zijn/haar opdrachten noodzakelijke en nuttige informatie mee. * Het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post kan zich op geen enkele wijze mengen in de zaakgebonden operationele taken van de verbindingsofficier. * De verbindingsofficier brengt het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post op de hoogte van de contacten die hij/zij legt met de overheden en de officiële diensten van het land van affectatie, van het land van tewerkstelling en van het land uit de invloedssfeer. * De verbindingsofficier geeft raad aan het hoofd van de diplomatieke missie of consulaire post inzake strafrechtelijke, justitiële en politiële materies. 6.3. Relaties met de geïntegreerde politie De functionele werkingsregels zullen worden geregeld in interne richtlijnen.

De verbindingsofficier en/of de personeelsleden van het operationeel kader die hen ter beschikking zijn gesteld zullen naar België terugkeren telkens wanneer de federale politie zijn/haar/hun aanwezigheid noodzakelijk acht. Zijn/haar/hun kosten worden in dat geval integraal terugbetaald. 6.4. Relaties met de gerechtelijke overheden 6.4.1. Algemeen De Belgische gerechtelijke overheden vragen in sommige gevallen de tussenkomst van een verbindingsofficier met het oog op het vergemakkelijken van de gerechtelijke internationale samenwerking.

Algemeen geldt dat de tussenkomst van de verbindingsofficier met het oog op het vergemakkelijken van de gerechtelijke internationale samenwerking niet tot gevolg mag hebben dat de verbindingsofficier belet wordt zijn/haar andere taken uit te voeren.

De federale procureur is onverminderd de bevoegdheid van de FOD Justitie het centrale aanspreekpunt in het kader van de gerechtelijke samenwerking.

De verbindingsofficier mag op verzoek van de federale procureur en na akkoord van de CG/CGI van de federale politie, voor punctuele missies naar België terugkeren.

De relaties tussen de verbindingsofficier en de verbindingsmagistraat die geaccrediteerd zijn voor dezelfde landen worden vastgelegd in een protocolakkoord tussen de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie. 6.4.2. Werkingsregels Deze nadere samenwerkingsregels bepalen de wijze waarop verzoeken van de gerechtelijke overheden om de tussenkomst van verbindingsofficieren in het raam van uitwisseling van operationele en strategische/conceptuele informatie en voor het vergemakkelijken van de uitvoering van wederzijdse rechtshulpverzoeken in strafzaken worden behandeld. Deze nadere samenwerkingsregels doen geen afbreuk aan bestaande werkingsregels en -procedures die bilateraal werden overeengekomen. 6.4.2.1. Verzoek tot tussenkomst voor het vergemakkelijken van de uitvoering van internationale rechtshulpverzoeken Wanneer een gerechtelijke overheid een beroep doet op de verbindingsofficier om tussenbeide te komen met het oog op het vergemakkelijken van een internationaal rechtshulpverzoek is het aangewezen de verbindingsofficier een kopie ervan te bezorgen. 6.4.2.1.1. Algemene regel In beginsel moet elk verzoek uitgaande van een gerechtelijke overheid waarbij een beroep wordt gedaan op een verbindingsofficier via de FOD Justitie of het federaal parket gaan. De FOD Justitie of het federaal parket bezorgt het verzoek aan de verbindingsofficier via het NIP. De verbindingsofficier zal het antwoord bezorgen aan de gerechtelijke overheid die het verzoek deed via het NIP. Eenmaal het eerste contact (door het federaal parket of FOD Justitie via het NIP) werd gelegd, kan de verzoekende gerechtelijke overheid in het raam van hetzelfde dossier rechtstreekse contacten onderhouden met de verbindingsofficieren.

Het is wenselijk dat de gerechtelijke overheid de verbindingsofficier en het NIP informeert over het afsluiten van het dossier waarvoor de tussenkomst van een verbindingsofficier werd gevraagd. 6.4.2.1.2. Uitzondering In dringende gevallen kan de gerechtelijke overheid rechtstreeks haar verzoek overzenden aan de verbindingsofficier. Zij bezorgt een kopie van het verzoek ter informatie aan het NIP, aan het federaal parket en aan de FOD Justitie.

De verbindingsofficier zal het antwoord rechtstreeks bezorgen aan de verzoekende gerechtelijke overheid. De verbindingsofficier bezorgt een kopie aan het NIP - of informeert het NIP over de uitvoering van het verzoek - en een kopie aan het federaal parket. 6.4.2.2. Verzoek tot inwinning en uitwisseling van operationele informatie (buiten de gevallen van rechtshulpverzoeken) De gerechtelijke overheid bezorgt haar verzoek tot het inwinnen van operationele informatie (vb. een identificatie van...) via het NIP aan de verbindingsofficier.

De verbindingsofficier bezorgt het antwoord aan de verzoekende gerechtelijke overheid via het NIP. In geval van dringendheid bezorgt de verbindingsofficier het antwoord rechtstreeks aan de verzoekende gerechtelijke overheid en bezorgt hij/zij een kopie ervan aan het NIP. 6.4.2.3. Uitwisseling van strategische en conceptuele informatie Ingeval van uitwisseling van strategische en conceptuele informatie licht de verbindingsofficier CG/CGI in door een kopie van het antwoord te bezorgen of het contact te vermelden in de algemene verslaggeving. 6.5. Relaties met andere Belgische overheden en diensten De contacten tussen de verbindingsofficier en andere extern aan de politiediensten Belgische overheden en diensten maken het voorwerp uit van specifieke akkoorden. 6.6. Communicatiekanalen Het NIP en CG/CGI beschikken over verschillende communicatiesystemen met de verbindingsofficieren, die zij ook beheren. Deze systemen hebben voordelen op het vlak van veiligheid, flexibiliteit, snelheid en omvang van de berichtgeving. * (Mobiele) telefonie De verbindingsofficieren dienen te beschikken over zowel een vaste als mobiele telefoon teneinde de bereikbaarheid te verzekeren. * Veilige internetomgeving De veilige mailadressen, waarover CG/CGI en het NIP beschikken, maken het mogelijk berichten via elektronische weg te bezorgen aan de verbindingsofficieren.

Voordelen zijn de flexibiliteit en permanente beschikbaarheid. De berichten worden daarentegen niet altijd gecodeerd. * Andere communicatiesystemen Afhankelijk van de post van een verbindingsofficier en afgezien van de gewone internetverbindingen kan het NIP nog andere communicatiesystemen installeren (voorbeeld gecodeerd internet, skype,...). 6.7. Bijzonderheden 6.7.1. Activiteiten buiten de landen van affectatie, tewerkstelling of uit de invloedssfeer Afgezien van een accreditatie, kan de verbindingsofficier enkel in specifieke gevallen door de commissaris-generaal van de federale politie worden belast met opdrachten in een ander land dan zijn/haar land(en) van tewerkstelling of uit de invloedssfeer. Indien om de tussenkomst van de verbindingsofficier wordt verzocht voor een opdracht in een ander land dan een land van affectatie, tewerkstelling of een land uit de invloedssfeer, moet een dergelijk verzoek aan CG/CGI worden gericht.

De verzoeken kunnen uitgaan van de verbindingsofficier zelf, wanneer hij/zij rechtstreeks een verzoek heeft ontvangen of van één van de in punt 6.1 tot 6.6 vernoemde diensten of overheden. Hiertoe wordt het als bijlage gevoegd standaardformulier gebruikt.

CG/CGI zal, naargelang het verzoek, het advies inwinnen van de betrokken diensten van de federale politie, en in voorkomend geval van het federaal parket en/of de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken. CG/CGI is gemandateerd om, op basis van de ingewonnen adviezen, een beslissing ter zake te nemen. CG/CGI zal de commissaris-generaal, de verbindingsofficier, de vragende partij en de adviesverlenende instanties ervan in kennis stellen.

De verbindingsofficier licht het hoofd van de diplomatieke missie of van de consulaire post van het betreffende land in, die, indien nodig, de contacten vergemakkelijkt en de vereiste steun verleent tijdens het verblijf van de verbindingsofficier in het betreffende land. 6.7.2. Veiligheidsmachtigingen Voor de verbindingsofficieren en het personeel dat hen ter beschikking wordt gesteld moet een veiligheidsmachtiging "zeer geheim" worden aangevraagd aan de betreffende nationale veiligheidsoverheid.

Voor de personeelsleden met de Belgische nationaliteit zal een aanvraag ingediend worden bij de Belgische nationale veiligheidsoverheid. Voor de personeelsleden die niet de Belgische nationaliteit hebben, kan een gelijkaardige aanvraag ingediend worden bij de nationale veiligheidsoverheid van het betrokken land voor zover een dergelijke instelling bestaat. 6.7.3. Expertises Indien een verbindingsofficier gevraagd wordt om een expertiseopdracht uit te voeren voor een instantie extern de geïntegreerde politie, dient hij/zij daarvoor de toestemming te vragen aan de commissaris-generaal tot het uitvoeren van bijkomende beroepsbezigheden. 7. SAMENWERKING MET ANDERE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE 7.1. Definitie - toepassingskader In de zin van artikel 1 van het besluit van de Raad 2003/170/JBZ van 27 februari 2003 betreffende het gezamenlijk gebruik van verbindingsofficieren die gedetacheerd zijn door de rechtshandhavende autoriteiten van de lidstaten, dient onder "verbindingsofficier" te worden verstaan de verbindingsofficier zoals gedefinieerd in het punt 1.1., die tewerkgesteld is in een land buiten de Europese Unie.

Bij de uitoefening van hun taken nemen de verbindingsofficieren het nationaal recht, de nationale behoeften en de overeenkomsten met het gastland, inclusief de bij wet aangenomen bilaterale overeenkomsten in acht. 7.2. Bevoegde nationale autoriteiten - Het nationaal invalspunt (NIP) De directie van de operationele politionele informatie (CG/CGO) van de federale politie wordt aangesteld als het centraal contactpunt (NIP), waarvan de taken worden bepaald in de artikelen 5 en 7 van het besluit van de Raad 2003/170/JBZ. De directie van de internationale politiesamenwerking (CG/CGI) stelt het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie in kennis van het aangewezen centraal contactpunt. CG/CGI stelt eveneens het College van Procureurs-generaal, het federaal parket, de Federale Overheidsdienst Justitie, de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken in kennis van die informatie en brengt hen op de hoogte van de referentie van de publicatie in het publicatieblad van de Europese Unie. 7.3. Taken van de verbindingsofficier De taken die de verbindingsofficieren mogen uitoefenen wanneer ze handelen in het kader van een Europese samenwerking zijn dezelfde als deze omschreven in punt 4. 7.4. Informatie over de aanwijzingen CG/CGI zal jaarlijks aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie een overzicht bezorgen van de bestaande posten en de accreditaties van de Belgische verbindingsofficieren. CG/CGI zal het secretariaat-generaal van de Raad eveneens informeren over de bevoegdheden van de verbindingsofficieren en over eventuele samenwerkingsakkoorden tussen de lidstaten in verband met detacheringen van verbindingsofficieren.

CG/CGI zal de andere lidstaten informeren over detacheringen en bijkomende accreditaties.

CG/CGI zal de betrokken directies van de federale politie, het College van Procureurs-generaal, het federaal parket, de federale overheidsdienst Justitie, de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken en de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken in kennis stellen van alle informatie die werd bezorgd aan het secretariaat-generaal van de Raad en hen op de hoogte brengen van de referentie van de publicatie in het publicatieblad van de Europese Unie. 7.5. Netwerk van verbindingsofficieren in derde landen 7.5.1. Regelmatige vergaderingen Indien nuttig geacht, zal CG/CGI in samenspraak met de betrokken directies van de federale politie en het federaal parket de nodige maatregelen treffen voor het beleggen van vergaderingen met de verbindingsofficieren van de lidstaten tewerkgesteld in het(de) zelfde land(en) van tewerkstelling als dat(die) van de Belgische verbindingsofficier. 7.5.2. Bijstand De Belgische verbindingsofficieren verbinden er zich toe de verbindingsofficieren van andere lidstaten bijstand te verlenen. 7.5.3. Taakverdeling De lidstaten kunnen overeenkomen de taken van hun verbindingsofficieren onderling te verdelen. CG/CGI zal de mogelijkheden nagaan en de eventuele onderhandelingen voeren met andere lidstaten, in nauwe samenwerking met de betrokken interne en externe partners. 7.5.4. Vertegenwoordiging van één of meer lidstaten Indien bilateraal of multilateraal overeengekomen, kan een Belgische verbindingsofficier één of meer lidstaten vertegenwoordigen en hun belangen behartigen. Omgekeerd, kan een verbindingsofficier van een andere lidstaat de bevoegde Belgische overheden vertegenwoordigen en hun belangen behartigen. CG/CGI zal de mogelijkheden nagaan en de eventuele onderhandelingen voeren, in nauwe samenwerking met de betrokken interne en externe partners, met andere lidstaten. 7.6. Uitwisseling van gegevens 7.6.1. Tussen de verbindingsofficier en het NIP De Belgische verbindingsofficieren zullen informatie betreffende ernstige criminele bedreigingen ten aanzien van een andere lidstaat bezorgen aan het NIP. Het NIP zal in eerste instantie beoordelen, met inachtneming van het Belgisch nationale recht en aan de hand van de ernst van de bedreiging, of de betrokken lidstaat in kennis moet worden gesteld. In geval van positieve beoordeling zal het NIP deze gegevens ter beschikking stellen van de bevoegde nationale politiedienst van de betrokken lidstaat. Het NIP zal tevens nazien of er een verband bestaat met België. Wanneer dat zo is, zal de bevoegde dienst binnen de federale politie, de verbindingsofficier en/of de bevoegde federale overheidsdienst in kennis gesteld worden. 7.6.2. Tussen de verbindingsofficier en de verbindingsofficier van een andere lidstaat De Belgische verbindingsofficieren kunnen informatie betreffende ernstige criminele bedreigingen ten aanzien van een andere lidstaat rechtstreeks bezorgen aan de in hetzelfde derde land gedetacheerde verbindingsofficier van die lidstaat. Dit gebeurt conform het Belgisch nationale recht en de toepasselijke internationale instrumenten, evenals met inachtneming van de bestaande bepalingen betreffende bescherming van persoonsgegevens.

De verbindingsofficieren bezorgen deze informatie in kopie aan het NIP, dat naziet of er een verband bestaat met België. Wanneer dat zo is, zal het NIP de bevoegde dienst binnen de federale politie, de verbindingsofficier en/of de bevoegde federale overheidsdienst in kennis stellen. 7.6.3. Tussen de lidstaten Een lidstaat die niet beschikt over een verbindingsofficier in een derde land kan een verzoek richten aan een andere lidstaat om een beroep te doen op de verbindingsofficier van die lidstaat. * Verzoek uitgaande van België De federale en lokale politiediensten en de gerechtelijke overheden kunnen een dergelijk verzoek bezorgen via het NIP aan het centraal contactpunt van een andere lidstaat. Het NIP zal, indien nodig, de betreffende centrale directie van de federale politie en/of het federaal parket in kennis stellen van dergelijke verzoeken. * Verzoek uitgaande van een andere lidstaat Een andere lidstaat kan een verzoek bezorgen aan het NIP dat op basis van de nationale wettelijke bepalingen de wettigheid en de opportuniteit van het verzoek zal beoordelen en, indien nodig, het federaal parket zal consulteren. Het NIP zal de betrokken diensten van de federale politie in kennis stellen van dergelijke verzoeken en van het eraan gegeven gevolg. 7.6.4. Tussen de verbindingsofficier en de bevoegde nationale overheden van een andere lidstaat Wanneer een bilaterale of multilaterale overeenkomst bestaat, kan een Belgische verbindingsofficier rechtstreeks informatie uitwisselen met de overheden van een andere lidstaat. CG/CGI zal de mogelijkheden nagaan en de eventuele onderhandelingen voeren, in nauwe samenwerking met de betrokken interne en externe partners, met andere lidstaten. 7.7. Gemeenschappelijke studiebijeenkomsten * België als organisator CG/CGI kan op initiatief of op vraag van een dienst van de federale politie en/of het federaal parket een gemeenschappelijke studiebijeenkomst organiseren. CG/CGI zal in samenspraak met de betrokken diensten van de federale politie, het federaal parket en een vertegenwoordiger van de Vaste Commissie van de lokale politie, de nodige maatregelen treffen voor het beleggen van dergelijke studiebijeenkomsten. * Andere lidstaat als organisator Overeenkomstig de toepasselijke interne richtlijnen van de federale politie, beslissen de Belgische verbindingsofficieren over hun deelname aan gemeenschappelijke studiebijeenkomsten. Ze stellen CG/CGI in kennis. CG/CGI zal de bevoegde diensten van de federale politie inlichten zodat de betrokken dienst inhoudelijk kan afstemmen met de verbindingsofficier en, indien nodig, een Belgisch standpunt kan formuleren.

De Belgische verbindingsofficieren stellen CG/CGI in kennis van de resultaten. CG/CGI zal verslag uitbrengen aan het College van Procureurs-generaal, het federaal parket, het kabinet van de minister van Justitie, het kabinet van de minister van Binnenlandse Zaken en het kabinet van de minister van Buitenlandse Zaken. 7.8. Samenwerking met Europol Europol kan een verzoek bezorgen aan het NIP dat op basis van de nationale wettelijke bepalingen en de bepalingen van het Europol-raadsbesluit en de Europol-verordeningen, beslist of gevolg wordt gegeven aan het verzoek. Het NIP zal op basis van de nationale wettelijke bepalingen de wettigheid en de opportuniteit van het verzoek beoordelen en, indien nodig, het federaal parket consulteren.

Het NIP zal de betrokken diensten van de federale politie in kennis stellen van dergelijke verzoeken en van het eraan gegeven gevolg.

Wanneer verbindingsofficieren informatie uitwisselen, waken zij erover dat die informatie ook met Europol uitgewisseld wordt, via de nationale eenheid, voor zover de informatie kadert in het mandaat van Europol.

Het NIP kan aan Europol vragen om beroep te doen op de verbindingsofficieren van Europol die gedetacheerd zijn in derde landen of bij internationale organisaties om nuttige informatie uit te wisselen overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen Europol en het derde land of de internationale organisatie. 7.9. Evaluatie Het NIP zal jaarlijks in samenspraak met CG/CGI de uitvoering van de samenwerking met de verbindingsofficieren van andere lidstaten evalueren. 8. ALGEMENE BEPALINGEN 8.1. Administratief statuut De verbindingsofficieren en de leden van het operationeel kader behoren tot de federale politie. Zij blijven onderworpen aan hun statuut en rechtspositie onder andere bepaald bij het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 13/05/2008 numac 2008000428 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten (RPPol). 8.2. Vorming De federale politie organiseert een vorming voor iedere voor een post aangewezen verbindingsofficier. Voor deze vorming zal rekening gehouden worden met de ervaringen van het betrokken personeelslid, met de door hem/haar al gevolgde vormingen en met de beschikbare tijd voor de effectieve inplaatsstelling. Een specifiek programma zal voor iedere verbindingsofficier opgesteld worden. De betrokken diensten van de federale politie en eventueel andere partners zullen hierbij betrokken worden. Observatiestages en studiebezoeken aan sleuteldiensten kunnen geïntegreerd worden in deze vorming. 8.3. Evaluatie en controle van de post Afgezien van enerzijds de persoonlijke evaluatie van de betrokken verbindingsofficier, die overeenkomstig het statuut plaatsvindt en anderzijds de periodieke netwerkevaluatie zoals voorzien onder punt 2.2, organiseert CG/CGI in overleg met de betrokken diensten : * de controle van het beheer van de post door de verbindingsofficier en * de functionele evaluatie van de post. 8.4. Verslaggeving De verbindingsofficier rapporteert volgens de richtlijnen van de federale politie.

Voor ieder land waarvoor hij/zij geaccrediteerd is, werkt hij/zij een technische fiche uit volgens een vastgesteld model dewelke periodiek wordt geactualiseerd. 9. SLOTBEPALING Deze omzendbrief vervangt de ministeriële omzendbrief van 12 maart 2003 betreffende de Belgische verbindingsofficieren van de geïntegreerde politie in het buitenland en zijn addendum van 1 juli 2005 betreffende het gemeenschappelijk gebruik van verbindingsofficieren. Brussel, 27 maart 2014.

Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken, D. REYNDERS De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM

Bijlagen BIJLAGE 1 : Aanvraagformulier voor een opdracht buiten het land van tewerkstelling Opdracht buiten het land van tewerkstelling Correspondent : Uw referentie : Onze referentie : Datum : Geadresseerde : Federale politie CG/CGI Kroonlaan 145 E (3de en 4de verdieping) B-1050 Brussel Fax : +32 2 644 80 20 Mail: cg.cgi.lo@police.be of cgi.cis.lo@police.belgium.eu Overeenkomstig de ministeriële omzendbrief van 27 maart 2014, kan de verbindingsofficier enkel in specifieke gevallen door de commissaris-generaal van de federale politie belast worden met opdrachten in een ander land dan zijn/haar land(en) van tewerkstelling of uit de invloedssfeer.

Gevraagd wordt de toestemming van de directeur CGI die hiervoor werd aangewezen bij delegatiebeslissing van ............................ door de commissaris-generaal van de federale politie. 1 Vragende partij : 2 Korte omschrijving van het verzoek : 3 Land : 4 Advies : Standpunt en beweegredenen van de vragende partij kunnen hier vermeld worden. 5 Termijn : Termijn kan weergegeven worden waarbinnen een antwoord zou moeten verstrekt worden Als bijlage : alle relevante documenten

BIJLAGE 2 : Nuttige adressen Nationaal Invalspunt (NIP) - Commissariaat-generaal - Directie van de operationele politionele informatie (CG/CGO/CGOT) Fritz Toussaintstraat 8 B - 1050 Brussel Tel. : + 32 2 644 86 41 Fax : + 32 2 508 76 50 E-mail: cgot.perm@pcnip.be Quality officer (24/7) : +32 474 94 01 93 Commissariaat-generaal - Directie van de internationale politiesamenwerking (CG/CGI) Kroonlaan 145 E (3de en 4de verdieping) B-1050 Brussel Tel : + 32 2 644 80 10 Fax : +32 2 644 80 20 E-mail : cgi.cis.lo@police.belgium.eu Voor bijkomende inlichtingen verwijzen wij u naar de site van de federale politie : www.fedpol.be In geval van adreswijzigingen kan u via e-mail (adres : pr@fedpol.be) de nieuwe gegevens opvragen.

^