Omzendbrief van 30 juli 1998
gepubliceerd op 16 oktober 1998
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Omzendbrief OOP 27 betreffende de handhaving van de openbare orde naar aanleiding van voetbalwedstrijden

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
1998000503
pub.
16/10/1998
prom.
30/07/1998
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN


30 JULI 1998. - Omzendbrief OOP 27 betreffende de handhaving van de openbare orde naar aanleiding van voetbalwedstrijden


Aan Mevrouw en de Heren Provinciegouverneurs Ter kennisgeving aan de Heren Arrondissementscommissarissen en de Dames en Heren Burgemeesters Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, 1. Inleiding Onderhavige omzendbrief heeft als doelstelling een beperkte coördinatie tot stand te brengen inzake de handhaving van de openbare orde n.a.v. voetbalwedstrijden.

Deze omzendbrief actualiseert en vervangt de omzendbrief OOP24 van 30 september 1997 betreffende de handhaving van de openbare orde naar aanleiding van voetbalwedstrijden.

In het vooruitzicht van Euro 2000 is de hoofddoelstelling van het beleid, het terugbrengen van een aangename, niet-agressieve sfeer in het voetbalstadion die het mogelijk maakt om opnieuw met kinderen naar het voetbal te gaan. Deze niet-agressieve sfeer moet ondermeer zichtbaar worden gemaakt door een bijna volledige reductie van het aantal politiemensen in het stadion en een vermindering van het aantal politiemensen buiten het stadion.

Terwijl de veiligheid buiten het stadion onder de verantwoordelijkheid van de bestuurlijke overheden en de politiediensten valt, zijn het in de eerste plaats de clubs die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid binnen het stadion.

De onderhavige onderrichtingen strekken er dan ook toe, rekening houdende met het bestaande reglementaire en wettelijke kader, deze benadering te vertalen naar de concrete verplichtingen die de clubs bij de handhaving van de veiligheid van het voetbalgebeuren dragen. Nu reeds kan worden aangekondigd dat deze verplichtingen progressief zullen worden verstrengd teneinde het vooropgestelde objectief voor Euro 2000 te bereiken. 2. Ticketbeheer en organisatie van een ordedienst. 2.1 Ticketbeheer De voetbalwedstrijden zullen onderverdeeld worden in 3 niveaus. Deze onderverdeling betreft essentieel de regeling van de ticketverdeling en zal in een latere fase ook een weerslag hebben op de vereisten inzake infrastructuur.

Elke wedstrijd wordt door de bestuurlijke overheid verantwoordelijk voor de openbare orde, in overleg met de politiediensten, in één van deze niveaus gerangschikt. Wanneer het voorkomen van bijzondere risicofactoren dit met zich mee zou brengen, kunnen de bestuurlijke overheden steeds nog strengere criteria toepassen voor het indelen van een wedstrijd in een bepaald niveau.

Worden in elk geval als wedstrijden van niveau 1 beschouwd : wedstrijden waarvoor minstens 10.000 plaatsen ter beschikking gesteld worden of; wedstrijden tussen ploegen waarbij minstens één ploeg onder haar supporters een risicogroep van categorie 1 kent of; wedstrijden tussen ploegen waarbij beide ploegen onder haar supporters een risicogroep van categorie 2 kennen.

Worden in elk geval als wedstrijden van niveau 2 beschouwd : wedstrijden waarvoor minstens 5.000 plaatsen ter beschikking gesteld worden of; wedstrijden tussen ploegen waarbij één ploeg onder haar supporters een risicogroep van categorie 2 kent.

Wedstrijden van niveau 3 zijn wedstrijden die niet voldoen aan de voorwaarden van niveau 1 of 2 en die niet als een wedstrijd van niveau 1 of 2 aangeduid werden.

Bij een wedstrijd van niveau 1 zal er geen ticketverdeling zijn op de dag van de wedstrijd (vanaf 00.00 uur) en mogen alleen nominatieve tickets ter beschikking worden gesteld.

Bij een wedstrijd van niveau 2 zal er op de dag van de wedstrijd (vanaf 00.00 uur) geen ticketverdeling zijn aan het stadion. De ticketverdeling kan wel op een andere plaats voorzien worden. Er mogen enkel nominatieve tickets ter beschikking worden gesteld.

Indien de organisator van een wedstrijd van niveau 2 niet in staat is om nominatieve tickets uit te geven mogen geen tickets verdeeld worden op de dag van de wedstrijd, noch aan het stadion, noch gedecentraliseerd.

Bij aanvang van het seizoen zal de Minister van Binnenlandse Zaken de betrokken politiediensten en de burgemeester inlichten over de categorieën van risicogroepen. Deze informatie is confidentieel en zal aan de burgemeesters de mogelijkheid geven om de risicograad van de wedstrijden te beoordelen. 2.2 Organisatie van een ordedienst Doelmatigheid bij het handhaven van de openbare orde veronderstelt de organisatie van een ordedienst die in verhouding staat tot het risico.

De loutere indeling van een wedstrijd in een bepaald niveau betekent nog niet automatisch dat het om een« risicowedstrijd » gaat.

Naast de hierboven vermelde criteria houdt de burgemeester, in overleg met de politiediensten, rekening met de volgende parameters om de risicograad en de hiermee gepaard gaande veiligheidsmaatregelen ervan te bepalen : de ploegen die tegenover elkaar staan en het sportieve (of andere) belang van de wedstrijd; de aard, nationaal of internationaal, van de wedstrijd; de maatregelen genomen door de organisatoren en de antecedenten van die organisatoren; het aantal te verwachten toeschouwers, supporters en de aanwezigheid van risicodragende groepen; de ingesteldheid en de antecedenten van de supporters van beide ploegen en van sommige delen van de plaatselijke bevolking; de gebeurlijke ordewoorden van - en de verkregen gegevens over - de harde supporterskernen van beide ploegen; de inplanting, de bouw, de toestand en de bijzonderheden die de veiligheid van het stadion beïnvloeden of kunnen beïnvloeden en alleszins een weerslag hebben op de inzet van politiepersoneel en de kosten die met de ordehandhaving gepaard gaan.

De hier voren aangehaalde parameters zijn niet onveranderlijk maar kunnen zelfs tijdens een voetbalseizoen, onder invloed van het verloop van het kampioenschap en het gedrag van de supportersaanhang, evolueren.

De toekenning van de risicograad aan een wedstrijd mag niet van haar doel afgewend worden om wegens zuiver financiële of opportunistische overwegingen te bepalen wie de ordedienst voor de wedstrijd zal moeten verzorgen.

Indien de burgemeester van mening is dat de infrastructuur van het stadion niet voldoet aan de veiligheidsvoorwaarden zal hij/zij voor aanvang van het seizoen geen veiligheidsattest afleveren voor het hele stadion of voor het gedeelte dat niet voldoet, op basis van artikel 4 van het KB van 17 juli 1989 houdende de normen betreffende de bescherming van de toeschouwers tegen brand en paniek bij manifestaties in stadions gewijzigd door het KB van 8 september 1997 (B.S. 15 oktober 1997).

Indien hij/zij van mening is dat de organisator van een voetbalwedstrijd niet voldoende garanties biedt voor het veilig verloop van het evenement dan kan hij/zij, gebruik makend van zijn bevoegdheden op grond van de artikelen 133, 134 en/of 135 van de Nieuwe Gemeentewet, de wedstrijd verbieden. Het niet-tekenen van het protocolakkoord kan worden gezien als een onvoldoende garantie voor een veilig wedstrijdverloop. 3. Protocolakkoorden. Voor elk stadion en voor elke erin thuisspelende ploeg die aantreedt in één van de twee hoogste nationale afdelingen dienen er twee protocolakkoorden te worden opgesteld, telkens voor de duur van één voetbalseizoen. 3.1. Een eerste protocolakkoord wordt afgesloten tussen de korpschef van de gemeentepolitie en het bevoegde rijkswachtechelon.

De bedoeling van het eerste protocolakkoord is een coherente taakverdeling uit te werken tussen de gemeentepolitie en de rijkswacht.

In dit protocol zal worden vermeld : In welke gevallen van het principe dat de eerste verantwoordelijkheid van de ordehandhaving bij de gemeentepolitie ligt, wordt afgeweken en de rijkswacht zal worden ingezet, m.a.w. de aanduiding van het korps dat optreedt als dossierbeheerder; voor welke wedstrijden zeker versterking van de rijkswacht zal worden gevraagd; welke opdrachten, die zo nauwkeurig mogelijk afgebakend worden, aan gemeentepolitie en rijkswacht worden toevertrouwd wanneer deze gezamenlijk bij een ordedienst optreden; welke communicatiemiddelen zullen worden gebruikt of uitgewisseld om doeltreffend samen op te treden (radiofonie, verbindingsofficieren,...); hoe en in welke mate voor een bepaalde wedstrijd overleg wordt gepleegd met hulpdiensten, zoals brandweer en medische hulpdiensten, of met vervoersmaatschappijen, de spoorwegpolitie,....

De afsluiting van het eerste protocolakkoord dient te gebeuren in het kader van de lokale Interpolitiezone. 3.2 Een tweede protocolakkoord, waarvan model in bijlage, wordt in eerste instantie op lokaal vlak behandeld, om daarna aan de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie) te worden overgemaakt.

Het tweede protocolakkoord wordt gesloten ter uitvoering van het KB van 14 september 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende de door de gemeentepolitie uitgevoerde opdrachten van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd (B.S., 15 oktober 1997) en het koninklijk besluit van 19 augustus 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende het aanvragen en de betaling van de door de rijkswacht uitgevoerde uitzonderlijke taken van bestuurlijke politie (B.S.,17 september 1997).

Het tweede protocolakkoord wordt, na onderling overleg, opgesteld tussen volgende partijen : de burgemeester de districtscommandant van de rijkswacht; de korpschef van de gemeentepolitie; het clubbestuur.

Het akkoord wordt vervolgens ondertekend door de burgemeester, het clubbestuur, de districtscommandant van de rijkswacht en de korpschef van de gemeentepolitie, waarna het ter goedkeuring en ondertekening wordt overgemaakt aan de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie).

Het doel van dit tweede protocolakkoord is om op een duidelijke en bindende wijze de verantwoordelijkheden van iedere partij te omschrijven, waarbij in de eerste plaats de clubs verantwoordelijk zijn voor de veiligheid binnen het stadion, terwijl de openbare ordehandhaving buiten het stadion onder de verantwoordelijkheid van de bestuurlijke overheden en politiediensten valt.

Met dit doel voor ogen werd het eerder vermelde model protocolakkoord opgesteld. Dit model dient verplichtend te worden gevolgd, waarbij evenwel een mogelijkheid wordt opengelaten voor verdergaande lokale afspraken.

Het model protocolakkoord bestaat uit drie delen : Deel één bevat algemene bepalingen, die verplicht in het protocolakkoord dienen te worden opgenomen.

Deel twee bevat een concretisering van de standaardverplichtingen in een reeks bijzondere bepalingen.

Dit deel bevat lokale afspraken die verder inhoud moeten geven aan de concrete minimumbepalingen uit deel één en deel drie van het modelprotocolakkoord. In deze afspraken kan men rekening houden met specifieke lokale situaties.

Deel drie, dat ook in het protocolakkoord dient te worden overgenomen, bepaalt de plicht van de club om de verbintenissen in deel I en deel II na te komen en omschrijft de vergoeding wanneer de opgelegde verbintenissen niet worden nageleefd. Het gaat hier met name over de meerinzet van politie-effectieven overeenkomstig hetgeen in de bijlagen A en B bij het model is bepaald.

Wanneer organisatoren van een voetbalwedstrijd niet voldaan hebben aan artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 14 september 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende de door de gemeentepolitie uitgevoerde opdrachten van bestuurlijke politie, waarvoor een vergoeding kan worden geïnd en het koninklijk besluit van 19 augustus 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende het aanvragen en de betaling van de door de rijkswacht uitgevoerde uitzonderlijke taken van bestuurlijke politie, bieden ze niet voldoende garanties om het veilig verloop van het evenement te garanderen. Het voorafgaand sluiten van het akkoord is verplicht om de uitvoering van taken van bestuurlijke politie bij voetbalwedstrijden met clubs uit de hoogste twee afdelingen toe te laten. Wanneer de ondertekening niet gebeurt, kan de veiligheid niet worden gegarandeerd. De burgemeester kan in dit geval de wedstrijd verbieden op grond van de artikelen 133, 134 en/of 135 van de Nieuwe Gemeentewet. In elk geval zal bij niet-ondertekening geen beroep meer kunnen gedaan worden op de rijkswacht voor de vrijwaring, zo nodig herstel van de openbare orde naar aanleiding van voetbalwedstrijden.

Mocht er, niettegenstaande dit bevel naar de rijkswacht toe, toch nog gevorderd worden, dan wijs ik erop dat mijn instructie boven deze vordering gaat. 4. Vaststelling van tekortkomingen aan de verplichtingen van de protocolakkoorden. 4.1. De politiediensten hebben als taak om samen met de club de tegensprekelijke vaststellingen van de tekortkomingen inzake de naleving van het protocolakkoord vast te stellen (modelverslag zie bijlage C). Zij zullen de vastgestelde gebreken, de eerste werkdag na de wedstrijd, melden aan de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie). Aan de hand van deze vaststellingen zal de ARP een voorstel tot facturatie overmaken aan de clubs. De politie en de rijkswacht krijgen hiervan een kopie. De politiediensten en de club kunnen de nodige opmerkingen maken gedurende één week volgend op het voorstel. Hierna zal een definitief voorstel tot facturatie worden overgemaakt aan de Burgemeester en/of Rijkswacht (zie terzake ook bijlage D).

In de bijzondere bepalingen (punt 2) van het tweede protocolakkoord wordt het tijdstip en de plaats bepaald waar de veiligheidsverantwoordelijke van de club zich moet melden teneinde samen met de politiedienst(en) de tegensprekelijke vaststellingen te doen.

Indien het onmogelijk is om tot een tegensprekelijke vaststelling te komen, zullen de tekortkomingen en/of gebreken in ieder geval de eerste werkdag na de wedstrijd schriftelijk meegedeeld worden aan het clubbestuur. 4.2. Bij een tekortkoming aan haar plichten zal aan de club een vergoeding aangerekend worden die als financiële compensatie moet worden beschouwd voor de inzet aan manschappen en materieel waartoe de politiediensten ingevolge die tekortkoming genoopt worden. Voor nadere regels betreffende de facturatie verwijs ik naar de bijzondere richtlijnen. (Zie bijlage D) De politiediensten melden de opgelegde vergoedingen en de betaling ervan aan de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie). Hiertoe zenden de politiediensten binnen de week na ontvangst de door hen opgevraagde betalingsbewijzen door aan de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie). Hierbij voegen zij een kopie van de definitieve factuur die zij hebben overgemaakt aan de clubs. Maandelijks maken zij een staat van de door hen ontvangen betalingen over. De rijkswacht en de gemeentepolitie zullen bij het verstrijken van de toegekende betalingstermijn van dertig dagen de niet-betaling terstond melden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken (ARP).

Wanneer de club niet betaalt, kan er een burgerrechterlijke vordering worden ingesteld door de begunstigde van de betaling, te weten de gemeentepolitie en/of de rijkswacht naargelang het korps dat manschappen heeft ingezet bij de ordehandhaving n.a.v. de wedstrijd voor dewelke er werd gefactureerd.

Wanneer de clubs de hen opgelegde vergoedingen niet betalen binnen de dertig dagen, kan de burgemeester de prestaties van de gemeentepolitie, conform artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 september 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende de door de gemeentepolitie uitgevoerde opdrachten van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd, opschorten.

Ik zal, op basis van artikel 6 van het koninklijk besluit van 19 augustus 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende het aanvragen en de betaling van de door de rijkswacht uitgevoerde taken van bestuurlijke politie, de inzet van de rijkswacht voor de ordedienst opschorten indien de club de haar opgelegde vergoedingen niet binnen de dertig dagen betaalt. Ook in dit geval gaat mijn bevel aan de rijkswacht boven een eventuele vordering. 5. De lokale adviesraad voor de veiligheid bij voetbalwedstrijden. Voor elk stadion en voor elk er in thuisspelende ploeg van één van de twee hoogste nationale afdelingen, wordt door de betrokken club, op initiatief van haar veiligheidsafgevaardigde, een lokale adviesraad voor de veiligheid bij voetbalwedstrijden opgericht. 5.1 Samenstelling.

De veiligheidsafgevaardigde zit de vergaderingen voor. Hij dient de raad op geregelde tijdstippen samen te roepen.

In functie van de behandelde onderwerpen is de raad samengesteld uit vertegenwoordigers van volgende instanties, verenigingen, groepen en diensten (niet-exhaustieve lijst) : organisator hoofdsteward, al dan niet vergezeld door andere stewards; suppoosten; fan-coaching-project; politiediensten; medische diensten;

Rode Kruis; gemeentelijke technische diensten; brandweerdienst. 5.2 Opdrachten De raad vormt een evaluatieorgaan voor wat betreft de rol en de werking van de diverse privé-actoren en -organismen betrokken bij de organisatie van voetbalwedstrijden, alsook een plaats van reflexie omtrent vragen betreffende zowel de actieve als de passieve veiligheid : veiligheid van het stadion, infrastructuur; handelingen van de stewards, verspreiding van de stewards over het stadion; problematiek van de verplaatsingen; handelingen van de suppoosten en van de ticket-controleurs; organisatie van de kaartenverkoop; reglement van inwendige orde; evolutie van de meest actieve supportersgroepen en van de plaatselijke harde kern(en). 5.3 Adviesbevoegdheid.

Op uitdrukkelijke vraag van de lokale bestuurlijke overheid, geeft de raad een advies over (een) duidelijk gepreciseerd(e) thema(s).

De vergaderingen van de raad vervangen niet de coördinatie- en evaluatievergaderingen voorzien in de Ministeriële Omzendbrief van 10 december 1987 : Ordehandhaving - Gecoördineerde algemene onderrichtingen (B.S. 19 december 1987), noch de vergaderingen ter voorbereiding van het afsluiten van de protocolakkoorden, bedoeld in deze Omzendbrief. De raad mag niet tussenkomen in het werk gerealiseerd door andere lokale adviesraden. Dit belet nochtans niet dat deze en andere coördinatie-initiatieven op elkaar kunnen worden afgestemd. 5.4. Nationale coördinatie.

Een nationaal coördinatieorgaan van vertegenwoordigers van de lokale adviesraden voor de veiligheid bij voetbalwedstrijden vergadert op geregelde tijdstippen onder de vleugels van de Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie. 6. Beschrijvend dossier. Het is duidelijk dat bij de voorbereidingen van nationale wedstrijden de plaatselijke bestuurlijke overheid niet over alle vereiste gegevens beschikt en dat contact moet worden opgenomen met de bestuurlijke overheden van de plaats van de bezoekende voetbalploeg.

Om deze informatie-uitwisseling te bevorderen en gewaarborgd te weten acht ik het wenselijk dat die politiedienst, die krachtens de bovenvermelde protocolakkoorden doorgaans de ordediensten bij de thuiswedstrijden van een bepaalde voetbalploeg op zich neemt, omtrent deze voetbalploeg een dossier zou aanleggen dat ondermeer de volgende informatie bevat : 1. identificatie van de club (naam, adres, afdeling, schild en kleuren,...); 2. leiding van deze club (voorzitter, manager, veiligheidsverantwoordelijke, trainer,...); 3. supporters : aantal : schatting maximaal aantal dat zich gewoonlijk met het elftal verplaatst; gemiddelde opkomst; organisatie van supportersclubs en verantwoordelijken ervan; 4. harde kernen (eventueel) : aantal personen; naam, symbolen, leuzen, ...; modus operandi : verzamelplaatsen, vervoermiddelen, allianties en bindingen met andere organisaties of groepen, aard van de ordeverstoring of misdrijven, tegenstrevers, ...; leiders, foto's, videobeelden, ...; naam van de personen aan wie de toegang tot het stadion tijdens voetbalwedstrijden ontzegd is; 5. vooroordelen van bepaalde supporterskringen t.o.v. sommige spelers of andere betrokkenen; 6. sponsors van de club;7. reglement van inwendige orde van het stadion;8. gedetailleerd grondplan van het stadion met capaciteit voor toeschouwers, toegangswegen en parking; 9. haltes en mogelijkheden van het openbaar vervoer : station - metro - bussen en trams...; 10. geldende permanente afspraken (zie voormelde protocolakkoorden);11. feiten : datum, plaats en aard van de feiten waarbij de club, de supporters of harde kernen betrokken werden; kort relaas van de feiten (met het oog op kwestieuze problematiek); administratieve of gerechtelijke aanhoudingen; identificatie van de personen die verwikkeld geraakten bij de feiten.

Voor elke ploeg zal een fiche worden opgesteld waarin de volgende gegevens zijn vermeld : naam en adres van de club; naam, adres en telefoonnummers van de veiligheidverantwoordelijke van de club; inplanting van het stadion; dienst en adres waar het dossier berust en waar de betrokken verantwoordelijken het gebeurlijk kunnen raadplegen; naam en telefoonnummer van de politieambtenaar belast met het bijhouden van het dossier.

Een exemplaar van deze fiche, volgens model in bijlage 1, zal aan de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie) worden toegestuurd. Elke wijziging dient onmiddellijk aan dezelfde dienst ter kennis gebracht worden. 7. Coördinatiemaatregelen. Ik wens dat deze onderrichtingen zeer nauwkeurig en volledig opgevolgd worden.

Voor wat de organisatie, het verloop en de evaluatie betreft van wedstrijden die door de bestuurlijke overheid aan de hand van de in punt 2.2 vermelde criteria als risicowedstrijd werden gekwalificeerd, verzoek ik de dossierbeheerder zoals aangeduid in het eerste protocolakkoord, mij voor de aanvang van elke wedstrijd via de Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie volgende minimale informatie over te maken : 1. identificatie van de wedstrijd;2. actuele specificatie van het risico;3. resultaat van de coördinatievergadering;4. organisatie ordedienst. Binnen de drie dagen na afloop van de risicowedstrijd, of na afloop van een wedstrijd waarbij zich incidenten voordeden, maakt de dossierbeheerder bovendien volgende informatie over : 1. uitgevoerde interventie;2. beschrijving van de incidenten. Ik wens eraan te herinneren dat deze documenten door de politiediensten kunnen worden aangemaakt op basis van de informatie die moet worden verstrekt in het kader van de registratie van de ordehandhaving bij voetbalwedstrijden. (statistieken) Daarnaast zullen voor elke ploeg van eerste en tweede nationale afdeling periodiek samenvattende nota's moeten worden overgemaakt aan de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie), en dit zowel door de betrokken politiediensten als door de clubs. In deze nota's wordt een overzicht gegeven van de evolutie van de problemen die men gekend heeft met supporters, van de aanpak van de ordehandhaving door de politiediensten, van het gevoerde veiligheidsbeleid door de club en van het verloop van de samenwerking tussen de ordediensten en de club. De Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie zal de nadere modaliteiten waaraan deze verslaggeving moet voldoen bepalen. 8. Verzameling en uitwisseling van informatie. 8.1. Algemene principes.

Het optimale verloop van een ordedienst vereist snelle, accurate en volledige informatie-uitwisseling. Het initiatief tot het inwinnen van alle nodige inlichtingen moet uitgaan van de lokale bestuurlijke overheid, bevoegd op de plaats waar de eigenlijke sportgebeurtenis plaatsvindt, en wordt in de praktijk genomen door die politiedienst die voor de ordedienst zal instaan.

Ik acht het bijzonder nuttig dat de Burgemeester van elke stad/gemeente met een club van 1° of 2° afdeling en waarvoor de gemeentepolitie dossierbeheerder is, in zijn korps minstens 2 mensen voorziet die vertrouwd zijn met de voetbalproblematiek en meer bepaald met de openbare ordehandhaving (hierna « spotters » genoemd). Indien de rijkswacht het voetbaldossier beheert, voorziet zij dit zelfde minimum aantal « spotters » Deze mensen moeten in staat zijn om essentiële informatie te verstrekken (intenties en mogelijkheden, genuanceerd door hun ervaring), om te detecteren, te observeren en te identificeren. Hun belangrijkste taak is het doorbreken van de anonimiteit van « potentiële risicosupporters » en het vermijden van onnodige excessen en het beheren van de voetbaldossiers.

Ik sta erop dat deze « spotters » bij de verplaatsingen van de supportersgroepen ingezet worden, teneinde de taak van de lokale politiediensten te ondersteunen, en dit zonder hiervoor een vergoeding te vragen. Deze inzet zal in onderling overleg met de lokale politiediensten gebeuren. Ik benadruk de wenselijkheid van de medewerking van alle betrokken politiediensten aan het systeem van de « spotters » Elke aangesproken bestuurlijke overheid of politiedienst moet het zich ten plicht stellen niet enkel alle gevraagde gegevens te verzamelen en door te geven maar tevens op eigen initiatief die inlichtingen te verstrekken waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij een substantiële bijdrage kunnen leveren tot het goede verloop van de ordedienst op de plaats van de gebeurtenis en de openbare rust tijdens de verplaatsingen van supportersgroepen. Hiertoe delen zij de rapporten van incidenten waarbij supporters van de bezoekende ploeg betrokken zijn mee aan de politiedienst die het voetbaldossier van die bezoekende ploeg beheert. Deze informatie-uitwisseling is noodzakelijk en zal steeds plaatsvinden ongeacht de politiedienst die de ordedienst heeft uitgevoerd.

Dit geldt eveneens voor de besturen van voetbalclubs, de supportersverenigingen en de reisagentschappen die voor de verplaatsingen van de supporters instaan.

Voor wedstrijden op Belgisch grondgebied, waaraan buitenlandse ploegen deelnemen, kunnen contacten worden gelegd en inlichtingen ingewonnen via de Algemene Politiesteundienst (IPS), die van haar tussenkomsten gelijktijdig de Algemene Rijkspolitie informeert. 8.2. Begeleiding van bezoekende supporters door eigen stewards Ik acht het nuttig dat stewards van de bezoekende ploeg hun supporters begeleiden bij uitwedstrijden. Ik wil hierbij ook wijzen op de mogelijkheid om in punt 2 van het tweede protocolakkoord een bepaling te voorzien waarbij de club de verplichting op zich neemt om steeds een bepaald aantal stewards op verplaatsing mee te sturen. 8.3 Verzoek tot uitsluiting De politieambtenaar met de hoedanigheid van officier van bestuurlijke politie die verantwoordelijk is voor de ordehandhaving kan via het Ministerie van Binnenlandse Zaken een voorstel tot waarschuwing of uitsluiting van een supporter indienen volgens de hierna vermelde procedure.

Binnen een redelijke termijn na de feiten, met een maximum van twee maanden, deelt de politieambtenaar met de hoedanigheid van officier van bestuurlijke politie van de gemeentepolitie of van de rijkswacht, aan de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie) de gegevens van de personen mee die wangedrag pleegden in de zin van de omzendbrief OOP 23 van 8 juli 1996 betreffende de uitsluiting van toeschouwers bij voetbalwedstrijden (B.S., 25 juli 1996), of buiten het stadion feitelijkheden pleegden naar aanleiding van voetbalwedstrijden. De feiten moeten plaatsgevonden hebben in of in de nabijheid van het stadion.

De mede te delen gegevens dienen minstens te omvatten : de datum en de exacte situering van de feiten, de wedstrijd, de naam, de geboortedatum en -plaats, het adres, ten laste gelegde feit(en) en de club waarvan hij/zij supporter is.

Na evaluatie van de verstrekte gegevens beslist de Minister welke persoonsnamen worden weerhouden om ter waarschuwing of uitsluiting te worden meegedeeld aan de Koninklijke Belgische Voetbalbond.

Aan de Koninklijke Belgische Voetbalbond of aan de clubs wordt geen enkele informatie meegedeeld met betrekking tot de feiten die aan de oorsprong liggen van het verzoek, of met betrekking tot de administratieve of gerechtelijke gevolgen die aan deze feiten gegeven werden. 9. Slot 9.1. Ik acht het tenslotte wenselijk U te herinneren aan de maatregelen die de bevoegde bestuurlijke overheden kunnen opleggen (alcoholverbod, verbod avondwedstrijden, sluiting van stadiononderdelen, en zelfs speelverbod...) indien zij van oordeel zouden zijn dat de openbare orde en veiligheid van de toeschouwers en de bevolking om duidelijk aanwijsbare redenen ernstig in het gedrang zou komen. 9.2. Slotbepalingen en overgangsmaatregelen 9.2.1. Daar de huidige omzendbrief een coördinatie inhoudt van reeds bestaande regels, is hij onmiddellijk van toepassing.

Als overgangsmaatregel dienen de partijen de voormelde wijzigingen hetzij bij wijze van annex bij het reeds afgesloten akkoord, hetzij bij wijze van nieuw protocolakkoord over te nemen.

Gelieve, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, deze omzendbrief te willen overmaken aan de Dames en Heren Burgemeesters en Arrondissementscommissarissen van uw provincie.

De Minister van Binnenlandse Zaken, L. Tobback.

Inventaris der bijlagen bij de omzendbrief 1. Modelfiche voor elke ploeg (punt 6 omzendbrief) 2.Model protocolakkoord Inventaris der bijlagen bij het model protocolakkoord A. Type-dispositieven verantwoordelijke politiediensten bij niet-naleving verplichtingen door clubs.

B. Kostenberekening C. Model houdende de vaststellingen inzake de toepassingen van het protocolakkoord D. Facturatieprocedure PROTOCOLAKKOORD BETREFFENDE DE VEILIGHEID TIJDENS VOETBALWEDSTRIJDEN 0. Aanhef 0.1. Gelet op : de Europese Overeenkomst van 19 augustus 1985 inzake gewelddadigheden gepleegd door en wangedrag van toeschouwers rond sportevenementen, en in het bijzonder rond voetbalwedstrijden, goedgekeurd door de wet van 18 april 1989 (B.S., 7 december 1990). het koninklijk besluit van 17 juli 1989 (B.S., 20 juli 1989), gewijzigd door de koninklijke besluiten van 14 mei 1990 (B.S., 19 mei 1990 ) en 8 september 1997 (B.S., 15 oktober 1997), houdende de normen betreffende de bescherming van de toeschouwers tegen brand en paniek bij manifestaties in stadions; het koninklijk besluit van 14 september 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende de door de gemeentepolitie uitgevoerde opdrachten van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd (B.S., 15 oktober 1997) en het koninklijk besluit van 19 augustus 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende het aanvragen en de betaling van de door de rijkswacht uitgevoerde uitzonderlijke taken van bestuurlijke politie (B.S., 17 september 1997); de Ministeriële Omzendbrief van 31 juli 1990 betreffende de regeling van de ticketverkoop bij voetbalwedstrijden. de Ministeriële Omzendbrief OOP 22 van 8 juli 1996 betreffende het algemeen statuut van de voetbalstewards (B.S., 25 juli 1996). de Ministeriële Omzendbrief OOP 23 van 8 juli 1996 betreffende de uitsluiting van toeschouwers bij voetbalwedstrijden (B.S., 25 juli 1996). de Ministeriële Omzendbrief OOP 27 betreffende de handhaving van de openbare orde n.a.v. voetbalwedstrijden. de veiligheidshandleiding voor voetbalstadions. 0.2. Het huidige protocol verbindt : de voetbalclub... vertegenwoordigd door... de Burgemeester van de gemeente Y de Minister van Binnenlandse Zaken de lokale korpschef van de politie de districtscommandant van de rijkswacht 0.3 Dit protocol heeft tot doel de verplichtingen van de partijen naast of in aansluiting op de verplichtingen vervat in de wettelijke en reglementaire teksten opgesomd in de aanhef en waarvan niet afgeweken kan worden, vast te leggen en dit in het kader van de preventie en de repressie van gewelddadigheden van de toeschouwers tijdens voetbalwedstrijden.

Het sluiten van dit protocolakkoord doet geen afbreuk aan eventuele toekomstige wettelijke of reglementaire bepalingen. 0.4 Dit protocol is geldig voor het voetbalseizoen.......... -........... 1. Algemene bepalingen 1.1. Infrastructuur 1.1.1. De infrastructuur van het stadion zal zodanig ontworpen worden dat een werkelijke scheiding van de rivaliserende supportersgroepen verzekerd wordt, en dat verhinderd wordt dat de supporters het terrein innemen.

Deze scheiding zal onder andere verzekerd worden door het gebruik van aparte ingangen, van onderscheiden verbruiksplaatsen en sanitaire ruimten, en van omheiningen en onderverdelingen goedgekeurd door de voetbalcel, opgericht door het koninklijk besluit van 8 september 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 juli 1989 houdende de normen betreffende de bescherming van de toeschouwers tegen brand en paniek bij manifestaties in stadions.

Deze infrastructuur moet tevens een doeltreffende toegangscontrole, een oppervlakkige controle, en indien nodig een fouillering door de politiediensten, en een telling van de supporters toelaten.

Er moeten voldoende loketten bestaan om samenscholingen te vermijden.

Het aantal loketten zal bepaald worden in overleg met de politiediensten en aangepast aan de lokale situatie (een bijzondere bepaling kan opgenomen worden in de bijzondere bepalingen (deel II) van het protocol-akkoord).

Het reglement van inwendige orde zal duidelijk en leesbaar aan de verschillende ingangen aangebracht worden.

De maximale capaciteit van het stadion en de compartimenten zal worden bepaald in punt 2. Vóór elke wedstrijd wordt deze capaciteit in onderling akkoord met de ordediensten nogmaals geëvalueerd, waarbij rekening wordt gehouden met de infrastructuur en met de aard van de wedstrijd, alsook met de onthaalcapaciteiten van de organisator. 1.1.2. De infrastructuur van het stadion bevat een commandopost voor gebruik door de politie- en interventiediensten.

Deze post moet : de mogelijkheid voorzien dat de verantwoordelijke voor de openbare orde onmiddellijk kan tussenkomen in het communicatiesysteem van het stadion; voldoende externe en interne telefoonverbindingen bevatten; voldoende zicht bieden op het terrein en vooral op de tribunes waar de risico-supporters zich bevinden en dit in alle weersomstandigheden; de mogelijkheid bieden om het optreden van de orde- en hulpdiensten te coördineren voldoende werkruimte bieden afsluitbaar zijn en bestand tegen externe agressie voldoende verwarmings- en ventilatietoestellen bevatten de mogelijkheid bieden om de bewakingscamera's in werking te stellen en te richten (monitors); opnamemateriaal voorzien dat de vastlegging van de beelden genomen door de bewakingscamera's toelaat. 1.1.3. Er zullen lokalen voorzien worden voor de administratieve of gerechtelijke behandeling van gearresteerde personen en voor de bewaring van de in beslag genomen goederen. 1.1.4. De infrastructuur zal voldoende bewakingscamera's bevatten, waardoor men de aanwezigen op eender welke plaats van het stadion en in om het even welke lichtomstandigheden kan observeren.

De camera's zullen geïnstalleerd worden in onderling akkoord met de ordediensten, zodat de kwaliteit van de beelden en het adequaat karakter ervan geoptimaliseerd wordt. Dit systeem en zijn onderdelen worden in goede staat van werking gehouden. Het akkoord met de ordediensten kan opgenomen worden in de bijzondere bepalingen (deel 2) van het protocolakkoord. 1.1.5. Alle stadions zullen voldoende verlicht zijn, zodat de aanwezigen op eender welke plaats van de tribune geïdentificeerd kunnen worden, in om het even welke weersomstandigheden. 1.1.6. Tijdens de ontmoetingen zal er een EHBO-lokaal ter beschikking gesteld worden van de hulpdiensten. Een algemeen noodplan bevindt zich in bijlage van dit protocol. 1.1.7. De tribunes, compartimenten, toegangswegen en andere lokalen zullen aangeduid zijn met uniforme en duidelijk zichtbare signalisatieborden, zowel voor de aanduiding van de plaatsen als voor de evacuatie ervan.

Een adequate signalisatie, aangebracht in gemeenschappelijk akkoord met de ordediensten, zal de supporters geleiden in de perimeter rond het stadion, teneinde de stroom zo optimaal mogelijk te kanaliseren.

Er worden voor wedstrijden voldoende parkeerplaatsen voorzien. Dit moet op een zodanige manier gebeuren dat rivaliserende supporters gescheiden blijven. 1.2. Ticketbeheer 1.2.1. De club verbindt zich ertoe alle maatregelen te treffen om de scheiding van de rivaliserende supportersgroepen te verzekeren. Het beleid van ticketverdeling en -verkoop zal strikt binnen dit principe kaderen. 1.2.2. De tickets die in omloop gebracht worden, zullen verschillen per compartiment.

Deze tickets moeten zodanig ontworpen zijn dat ze de identificatie van de wedstrijd en van het compartiment mogelijk maken (evenals van de plaats voor de tribunes met zitplaatsen); op de tickets wordt verwezen naar het reglement van inwendige orde en wordt een plan van het stadion aangebracht. 1.2.3. De controle van de tickets kan toevertrouwd worden aan andere aangestelden (suppoosten) dan de stewards. 1.2.4. Het toekennen van tickets mag in geen geval leiden tot overschrijding van de vooraf bepaalde capaciteit. 1.2.5. Bij wedstrijden van niveau 1 zullen er alleen nominatieve tickets verdeeld worden en zal er geen ter beschikking stelling zijn op de dag van de wedstrijd. (vanaf 00.00 uur) Bij wedstrijden van niveau 2 zullen er alleen nominatieve tickets verdeeld worden. Op de dag van de wedstrijd (vanaf 00.00 uur) zullen er geen tickets meer ter beschikking worden gesteld aan het stadion.

De ticketverdeling kan dan wel op een andere plaats voorzien worden.

Indien de organisator van een wedstrijd van niveau 2 niet in staat is om nominatieve tickets uit te geven mogen geen tickets verdeeld worden op de dag van de wedstrijd noch aan het stadion noch gedecentraliseerd.

In het geval van distributie door een derde moet deze voldoen aan dezelfde voorwaarden als die die werden opgelegd aan de club. De club is verantwoordelijk voor de accreditering van elke derde die hij machtigt toegangsbewijzen te distribueren en sluit met die derde een overeenkomst waarin de distributievoorwaarden worden opgenomen. 1.2.6. Het niveau van een wedstrijd zal bepaald worden door de lokale bestuurlijke overheid in overleg met de politiediensten.

Worden in elk geval als wedstrijden van niveau 1 beschouwd : Wedstrijden waarvoor minstens 10.000 plaatsen ter beschikking worden gesteld of;

Wedstrijden tussen ploegen waarbij minstens één van de ploegen onder haar supporters een risicogroep van categorie 1 kent of;

Wedstrijden tussen ploegen waarbij beide clubs onder hun supporters een risicogroep van categorie 2 kennen.

Worden in elk geval als wedstrijden van niveau 2 beschouwd Wedstrijden waarvoor minstens 5.000 plaatsen ter beschikking worden gesteld of;

Wedstrijden tussen ploegen waarbij één club onder haar supporters een risicogroep van categorie 2 kent. 1.3. Informatie en coördinatie 1.3.1. De club wijst een veiligheidsafgevaardigde aan belast met de coördinatie en de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Hij is gemachtigd de club in deze materie te verbinden. Die afgevaardigde zal tijdens de ontmoetingen de ordediensten in de commandopost vergezellen. 1.3.2. Van zodra de club op de hoogte is van de wedstrijdkalender, bezorgt zij die, met inbegrip van de bekerwedstrijden en van de vriendschappelijke wedstrijden, aan de politiediensten. Elke wijziging zal onmiddellijk medegedeeld worden. 1.3.3. De club zal de nodige coördinatiemaatregelen nemen : Minimum één maal per trimester wordt er een vergadering van de lokale adviesraad gehouden die het veiligheidsbeleid van de club bepaalt. De vergadering vervangt de coördinatie-vergadering, voorzien voor elke risicowedstrijd, niet.

Het verslag van de vergadering zal aan de ARP meegedeeld worden.

Elke risicowedstrijd, hetgeen wordt bepaald door de bestuurlijke overheid in samenspraak met de politiediensten, wordt voorafgegaan door een coördinatie- en veiligheidsvergadering waarvoor alle mogelijke partijen opgeroepen worden. Na afloop van de ontmoeting zal een evaluatievergadering plaatsvinden. 1.4. Verplichtingen van de club in het kader van de actieve veiligheid 1.4.1. De club staat in voor : De controle van de installaties, zowel vóór, tijdens als na de wedstrijd.

Wanneer er een beroep gedaan wordt op een privé-bewakingsfirma, richt men zich tot een bedrijf dat hiervoor naar behoren gemachtigd is door de Minister van Binnenlandse Zaken overeenkomstig de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten (B.S., 29 mei 1990).

Het onthaal, de controle, de begeleiding en het algemeen toezicht over de supporters in de installaties die onder haar verantwoordelijkheid vallen (met inbegrip van de privé-parkings).

De club dient steeds het vereiste minimale aantal geaccrediteerde stewards in te zetten. Dit aantal wordt bepaald door het aantal plaatsen, waarvoor toegangsbewijzen uitgereikt werden, te delen door 300 (of 100 voor een internationale voetbalwedstrijd), zonder dat het aantal in te zetten stewards evenwel kleiner kan zijn dan 5 of dan 50 voor internationale voetbalwedstrijden. Om dit aantal te bepalen mag men rekening houden met de stewards die de bezoekersploeg vergezellen, maar het aantal stewards van de thuisspelende ploeg moet steeds minimum 2/3de bedragen van het in te zetten aantal stewards. Indien meer dan 1/3de bezoekende stewards aanwezig zijn, vormt dat zeker, en integendeel, geen probleem, maar hun aantal mag bij de berekening niet in aanmerking genomen worden. Wanneer een wedstrijd als risicowedstrijd wordt aanzien, kan op de coördinatievergadering het aantal in te zetten stewards verhoogd worden.

De inzet van bezoekende stewards zal gebeuren in overleg en met het akkoord van de veiligheidsverantwoordelijke van de thuisspelende ploeg en conform de geldende richtlijnen in de OOP 22. Bovendien zal de veiligheidsverantwoordelijke voor de wedstrijd deze stewards briefen.

De club meldt 48 uur voor de aanvang van de wedstrijd, aan de verantwoordelijke politiediensten bedoeld bij punt 3.1 van dit protocol, het aantal geaccrediteerde stewards die zij zullen inzetten. 1.4.2. De club zal de overbrenging van supporters van het ene naar het andere compartiment op zich nemen en zal de fysieke scheiding van de supporters verzekeren. 1.4.3. De club verbindt zich ertoe haar stewards de opleiding te geven die voorzien is in de omzendbrief OOP 22. 1.4.4. De club zal maatregelen nemen teneinde de verkoop van alcoholische of van gegiste dranken te reglementeren. De verkoop van alcoholische dranken zal alleszins verboden worden tijdens de wedstrijd, de rust uitgezonderd. De club zal de supporters verbieden zich met alcoholische dranken in het stadion te begeven.

In de voor het publiek toegankelijke plaatsen is alleen het gebruik van plastieken of kartonnen bekertjes toegestaan.

De plaatselijke modaliteiten, te weten tot op welk tijdstip vóór en vanaf welk tijdstip na de wedstrijd de verkoop in glazen recipiënten toegestaan is, kunnen opgenomen worden in de bijzondere bepalingen (deel 2) van het protocolakkoord. 1.5. Uitsluitingen 1.5.1. De club verbindt zich ertoe het beleid van uitsluiting van supporters die de orde in haar installaties verstoren, toe te passen.

Hiervoor wint zij, onder meer bij de stewards, de nodige inlichtingen in en onderneemt zij de nodige procedures, zoals voorzien in omzendbrief OOP 23. De club verbindt zich ertoe geen tickets te verkopen aan uitgesloten supporters. 2. Bijzondere bepalingen Dit punt omvat een opsomming van de standaardverplichtingen bedoeld in punt 1 en geconcretiseerd met betrekking tot de club in kwestie. Daarbij wordt onder meer bepaald : de totaal aanvaarde capaciteit van het stadion; de compartimentering van het stadion en de compartimenten voorzien voor de bezoekende, neutrale supporters en thuissupporters het minimum aantal stewards in functie van voornoemde totale capaciteit; het minimum aantal geopende loketten; het aantal bewakingscamera's waarmee het stadion moet zijn uitgerust, alsmede de plaats van de installatie; de vereiste verlichting; een overzicht van de hulpdiensten, ondermeer de medische, die worden ingezet en de wijze van coördinatie tussen deze diensten, politie en rijkswacht en de organisatoren zelf, en dit zowel bij regelmatige gebeurtenissen als in geval van onverwachte crisissituaties; een overzicht van de waarschuwingsprocedures en wijzen waarop de snelle evacuatie van elk stadiononderdeel mogelijk wordt gemaakt; de samenstelling van de lokale adviesraad; de plaats en het tijdstip waar de veiligheidsverantwoordelijke met de politiediensten moet samenkomen om het tegensprekelijk verslag op te stellen.

De plaatselijke modaliteiten inzake drankverkoop Dit punt bevat eveneens bijkomende specifieke verplichtingen voor de club die door lokale, bijzondere omstandigheden geboden worden. 3. Politie-interventie 3.1. Onder de notie « verantwoordelijke politiedienst » wordt voor de toepassing van dit punt begrepen, de rijkswacht en/of het (de) gemeentelijk(e) politiekorps(en) die belast is/zijn met de handhaving van de openbare orde n.a.v. een welbepaalde voetbalwedstrijd. 3.2. Uitgaande van de integrale naleving door de club van haar verplichtingen, bepalen de verantwoordelijke politiediensten per wedstrijdniveau de getalsterkte van het personeel en de aard en omvang van de middelen die (door elk van hen) ingezet moeten worden voor de ordehandhaving n.a.v. de voetbalwedstrijd. 3.3. De club verbindt er zich toe alle voorgeschreven verplichtingen na te leven, zowel diegene beschreven in de wettelijke en reglementaire teksten en omzendbrieven opgenomen in de aanhef, als alle bijkomende verplichtingen die zij in dit protocol heeft opgenomen. De veiligheidsverantwoordelijke van de organiserende club zal, teneinde het tegensprekelijk verslag, op te stellen, contact opnemen met de ordediensten verantwoordelijk voor de ordehandhaving in het stadion. Elke inzet van personeel en/of materieel, waartoe een verantwoordelijke politiedienst ingevolge enige niet-naleving door de club van voornoemde verplichtingen zou worden genoopt, zal financieel gedragen worden door de club.

De basis voor de berekening van de door de club te dragen financiële tegemoetkoming is de bij dit protocol tussen de partijen afgesproken reële kost. Dit is de reële kost die door de verantwoordelijke politiedienst wordt opgelopen, forfaitair geraamd op basis van de als bijlage A en B bij dit protocol gevoegde tabellen. Het forfaitair karakter van de raming houdt in dat de tegemoetkoming verschuldigd is zonder dat een reële meerinzet van personeel of middelen moet worden aangetoond. Het houdt anderzijds evenzeer in dat de tegemoetkoming nooit hoger kan zijn dan het aldus geraamde bedrag.

Bijlage A houdt een akkoord in tussen de partijen betreffende de inzet van personeel en/of middelen waartoe de verantwoordelijke politiedienst(en) ingevolge de tekortkoming van de club worden genoopt. Bijlage B houdt een akkoord in tussen de partijen betreffende de kostprijs die voor de inzet van personeel of middelen zal worden aangerekend.

De club betaalt binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de factuur die door elk der respectieve politiediensten wordt opgesteld. De betaling gebeurt volgens de modaliteiten bepaald bij de factuur. De verdeling van de globale financiële tegemoetkoming, verschuldigd door de club, over de betrokken politiediensten gebeurt in verhouding tot de door elk korps reëel ingezette personeelseffectieven. De personeelseffectieven worden zowel in reële cijfers als in percentages uitgedrukt, met een afronding van twee cijfers na de komma. De verdeling gebeurt aan de hand van die percentages.

Indien de club deze facturatie niet tijdig betaalt kan de ordehandhaving door de gemeentepolitie en de rijkswacht in en rond het stadion opgeschort worden en kan de burgemeester op basis van artikelen 133, 134 en/of 135 van de Nieuwe Gemeentewet de wedstrijd verbieden wegens onvoldoende garanties voor een veilig verloop. 3.4. Voor de toepassing van punt 3.3. erkent de ondertekenende club uitdrukkelijk dat de gehele of gedeeltelijke niet-naleving van haar voornoemde verplichtingen beschouwd zal worden als een verzoek van harentwege, gericht aan de bevoegde bestuurlijke overheid, om tegen volledige terugbetaling van de kosten, door de verantwoordelijke politiedienst uitzonderlijke taken van bestuurlijke politie te laten uitvoeren die een bijzondere aanwending van personeel of materieel vereisen.

Het gaat inzonderheid : - voor de rijkswacht : om een verzoek gericht aan de Minister van Binnenlandse Zaken in de zin van artikel 70bis, § 2, van de wet van 2 december 1957 op de rijkswacht; om een overeenkomst met betrekking tot opdrachten van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd, zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 augustus 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende het aanvragen en de betaling van de door de rijkswacht uitgevoerde uitzonderlijke taken van bestuurlijke politie; - voor de gemeentepolitie : om een opdracht van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd in de zin van artikel 223bis van de Nieuwe Gemeentewet;

Om een voorafgaand akkoord met de burgemeester met betrekking tot opdrachten van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd, zoals bedoeld in artikel 1, 2° van het K.B. van 14 september 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende de door de gemeentepolitie uitgevoerde opdrachten van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd.

Dit protocol wordt opgemaakt in vijf exemplaren Te ..., op ...

De Burgemeester Voor de club (functie) De Minister van Binnenlandse Zaken De Districtscommandant van de Rijkswacht De Korpschef van de Gemeentepolitie

Bijlage 1 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage A Type-dispositieven verantwoordelijke politiediensten bij niet-naleving verplichtingen door clubs Deze dispositieven zullen geacht worden ingezet te zijn voor een forfaitaire periode van 4 uren Ontbrekende en/of onvoldoende scheiding voor rivaliserende supporters of om de bestorming van het terrein te verhinderen : per ontbrekende of onvoldoende scheiding : EEN sectie infanterie en EEN patrouille met hond Onvoldoende geopende loketten en/of infrastructuur die onvoldoende toegangscontrole mogelijk maakt : EEN sectie infanterie of cavalerie (de keuze infanterie-cavalerie wordt bepaald door de verantwoordelijke politiedienst) Ontbreken van een commandopost : EEN commandopost Ontbreken van functionerende bewakingscamera's : per ontbrekende camera : EEN cameraploeg Ontbreken van cellen voor detentie van bestuurlijk of gerechtelijk aangehouden personen of ontbreken van een lokaal voor de administratieve afhandeling (verhoor,...) : EEN dispositief aanhouding Onvoldoende duidelijke signalisatieborden (met het oog op kanalisatie, evacuatie van het publiek,...) : EEN sectie infanterie Onvoldoende maatregelen met het oog op het bewerkstelligen van de kanalisatie van supporters (geen of onvoldoende- waar nodig gescheiden- parkings) : EEN sectie infanterie of cavalerie (de keuze infanterie-cavalerie wordt bepaald door de verantwoordelijke politiedienst) Ontbreken van stewards in het bezit van een vakbekwaamheidsattest en identificatiekaart : het aantal politieambtenaren (infanterie) g de HELFT van het aantal ontbrekende stewards, waarbij dat laatste, indien het oneven is, voor de berekening met een eenheid naar boven wordt afgerond (voorbeeld : drie ontbrekende stewards g twee politieambtenaren) Niet-naleving van de voorschriften inzake ticketverkoop : Twee secties infanterie of cavalerie teneinde de supporters die nog kaarten moeten kopen te begeleiden, de rivaliserende supporters te scheiden en de supporters zonder ticket op te vangen zodat de openbare orde rondom het stadion gevrijwaard blijft. (de keuze infanterie-cavalerie wordt bepaald door de verantwoordelijke politiedienst).

Verkoop alcoholische dranken tijdens de wedstrijd en/of verkoop van drank in niet-toegelaten recipiënten : VIER politieambtenaren (infanterie) per verkooppunt waar de onregelmatigheid wordt vastgesteld.

Bijlage B kostenberekening Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage C Verslag houdende vaststellingen inzake de toepassing van het protocolakkoord betreffende de veiligheid tijdens voetbalwedstrijden Voetbalwedstrijd : . . . . . D.d. : . . . . .

Dit verslag verbindt Voetbalclub . . . . . vertegenwoordigd door . . . . . ;

De verantwoordelijke voor de ordedienst van de gemeentepolitie . . . . . ;

De verantwoordelijke voor de ordedienst van de rijkswacht, . . . . . ;

Heden, . . . . . om ............ uur, worden, naar aanleiding van de voetbalwedstrijd tussen. . . . . . en . . . . . , te . . . . . , de vaststellingen gedaan die volgen;

Dit verslag, tegensprekelijk opgesteld, strekt ertoe vast te stellen of de verplichtingen, vastgelegd bij het protocolakkoord betreffende de veiligheid tijdens voetbalwedstrijden, al dan niet werden nagekomen.

Overzicht van de tekortkomingen : 1) Ontbrekende of onvoldoende scheiding voor rivaliserende supporters of om de bestorming van het terrein te verhinderen Ja : aantal : Nee 2) Onvoldoende geopende loketten en/of infrastructuur die onvoldoende de toegangscontrole mogelijk maakt Ja : omschrijving : Nee 3) Ontbreken van of onvoldoende uitgeruste commandopost Ja : omschrijving Nee 4) Ontbreken of onvoldoende functionerende bewakingscamera's Ja : aantal Nee 5) Ontbreken van cellen voor detentie en/of lokaal voor de administratieve afhandeling Ja Nee 6) Onvoldoende duidelijke signalisatieborden Ja Nee 7) Onvoldoende maatregelen met het oog op het bewerkstelligen van de kanalisatie van supporters Ja : Omschrijving Nee 8) Ontbreken/onvoldoende van stewards in het bezit van een vakbekwaamheidsattest en identificatiekaart Ja : aantal Nee 9) Niet naleving van de voorschriften inzake ticketverkoop Ja : omschrijving Nee 10) Verkoop alcoholische dranken tijdens de wedstrijd en/of verkoop van drank in niet-toegelaten recipiënten Ja : omschrijving : aantal verkooppunten Nee De ordedienst werd verzekerd door De rijkswacht ...

De gemeentepolitie ...

De rijkswacht en de gemeentepolitie ...

Ingezette effectieven : Rijkswacht : Reële inzet in cijfers : Percentages : Gemeentepolitie Reële inzet in cijfers : Percentages : Opgemaakt in ... exemplaren, te............ op.......

Voor de voetbalclub Voor de rijkswacht Voor de gemeentepolitie Goed voor in ontvangstname

Bijlage D Facturatieprocedure Art. 223bis van de nieuwe Gemeentewet (B.S. 03 september 1988) en art. 70 bis § 2 van de wet van 02 december 1957 op de Rijkswacht (B.S. 12 december 1957) vormen de wettelijke basis op grond waarvan een vergoeding kan bekomen worden voor het geval politiekorpsen uitzonderlijke taken van bestuurlijke politie vervullen die een uitzonderlijke aanwending van manschappen of materiaal noodzakelijk maken.

Het KB van 14 september 1997 (B.S. 15 oktober 1997) tot vaststelling van nadere regels betreffende door de gemeentepolitie uitgevoerde taken van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd en het KB van 19 augustus 1997 (B.S. 17 september 1997) tot vaststelling van de nadere regels betreffende het aanvragen en de betaling van door de rijkswacht uitgevoerde uitzonderlijke taken van bestuurlijke politie, vormen de uitvoeringsbesluiten van de hierboven omschreven wettelijke regelen. De facturatie is gebaseerd op deze besluiten.

Fase 1 De inbreuken op het protocolakkoord nr.2 worden in een tegensprekelijk verslag vastgesteld door de ordediensten die belast zijn met de ordehandhaving. (art. 4.1 van omzendbrief OOP 27 en de bijlage C aan het modelprotocolakkoord) Hierbij kunnen zich drie hypotheses voordoen : - enkel de politie staat in voor de ordehandhaving : een tegensprekelijk verslag betreffende de tekortkomingen dient te worden opgesteld en ondertekend door de verantwoordelijke politie-officier en een afgevaardigde van de betrokken club die instaat voor de veiligheid. - enkel de rijkswacht staat in voor de ordehandhaving : een tegensprekelijk verslag betreffende de tekortkomingen dient te worden opgesteld en ondertekend door de commandant voor de ordedienst van de rijkswacht en de afgevaardigde van de betrokken club die instaat voor de veiligheid. - indien de ordehandhaving wordt uitgeoefend zowel door de politie als door de rijkswacht, dient slechts EEN tegensprekelijk verslag te worden opgesteld en ondertekend door de verantwoordelijke politieofficier, de commandant voor de ordedienst van de rijkswacht en de afgevaardigde van de club die instaat voor de veiligheid, ongeacht wie binnen dan wel buiten het stadion de ordehandhaving verzekert.

In dit laatste geval moeten de tekortkomingen in één enkel document vastgesteld worden in gezamenlijk overleg tussen de betrokken partijen. Dit verslag bevat de tekortkomingen vastgesteld door de gemeentepolitie en/of de rijkswacht.

Bij het optekenen van tekortkomingen wordt gevraagd onder andere rekening te houden met volgende elementen : elke inbreuk betreffende stewards moet vergezeld zijn van een opgave van het aantal toeschouwers dat aanwezig was bij de wedstrijd; iedere inbreuk inzake bewakingscamera's moet het aantal camera's dat effectief gebruikt werd bij de wedstrijd vermelden, alsook het gezichtsveld dat door de geïnstalleerde camera's werd bereikt; ook dient het aantal camera's zoals voorzien in het protocol van de betrokken club te worden vermeld.

Het faxbericht waarbij dit - enig - tegensprekelijk verslag wordt verstuurd, dient tevens de samenstelling aan te geven van de manschappen en het materieel dat effectief door het ene of het andere korps werd ingezet in het kader van hun opdracht tot ordehandhaving.

De verhouding dient te worden vastgesteld in onderling akkoord tussen politie en rijkswacht, die tot een coherente vaststelling moeten komen.

Deze rapporten met vastgestelde tekortkomingen dienen de eerstvolgende werkdag voor 12.00 uur per fax te worden overgemaakt aan de Algemene Rijkspolitie (Leuvenseweg 3, 1000 Brussel; tel. 02/506.47.17 (N) of 02/506.47.12 (F), fax : 02/513.63.82).

Deze verslagen dienen systematisch te worden overgemaakt binnen de vermelde tijdslimiet zonder dat hiertoe enige schriftelijke of telefonische aanvraag dient uit te gaan van de ARP. Indien geen enkele inbreuk werd vastgesteld, dient dit ook vastgesteld in een zeer summier verslag, te versturen binnen dezelfde termijnen.

Fase 2 Een voorlopige samenvattende lijst met vastgestelde tekortkomingen en de te innen bedragen zal worden overgemaakt door de Directeur Generaal van de Algemene Rijkspolitie aan de betrokken club (met kopie aan de Minister, aan de Burgemeester en aan de Commandant van de Rijkswacht).

De betrokken politiediensten zullen hiertoe alle bijkomend gevraagde nuttige inlichtingen aan de ARP verstrekken.

Fase 3 De club beschikt over één week om te reageren. De geïnformeerde personen (Minister, Burgemeester en de Commandant van de Rijkswacht) kunnen de nodige opmerkingen maken.

Fase 4 Na verloop van de termijn van één week, zal een definitief voorstel tot facturatie worden overgemaakt aan de Burgemeester of aan de Commandant van de Rijkswacht, hetzij aan beiden naargelang de ordedienst werd verzekerd door de ene of de andere dienst of door beide diensten. Het zijn deze instanties die instaan voor de definitieve facturatie tegenover de in gebreke blijvende club.

Fase 5 De club beschikt over dertig dagen om te voldoen aan haar verplichting tot betalen. (artikel 4.2 van de omzendbrief OOP 27).

De rijkswacht en de gemeentepolitie zullen bij het verstrijken van de toegekende betalingstermijn van dertig dagen de niet-betaling terstond melden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken (ARP).

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^