Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief
gepubliceerd op 15 april 2008

Omzendbrief betreffende de duurzame overheidsaankopen Aan de dames en heren Burgemeesters en Schepenen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Preambule 1. De burger is hoe langer hoe meer bereid zijn consumentengedrag te laten bepalen do 2. De overheden moeten het goede voorbeeld geven. Zo werden recentelijk verscheidene initiatieven g(...)

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2008031166
pub.
15/04/2008
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


Omzendbrief betreffende de duurzame overheidsaankopen Aan de dames en heren Burgemeesters en Schepenen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Preambule 1. De burger is hoe langer hoe meer bereid zijn consumentengedrag te laten bepalen door ethische en met duurzame ontwikkeling verband houdende bekommernissen.2. De overheden moeten het goede voorbeeld geven.Zo werden recentelijk verscheidene initiatieven genomen waaruit duidelijk de publieke belangstelling voor een bevordering van een verantwoorde consumptie blijkt.

De Resolutie over eerlijke handel en duurzame ontwikkeling die op 6 juli 2006 door het Europees Parlement werd goedgekeurd, verzoekt de lokale overheden in Europa om criteria inzake eerlijke handel op te nemen in hun beleid op het vlak van openbare mededinging en overheidsopdrachten en verzoekt de Europese Commissie deze inspanningen aan te moedigen door bijvoorbeeld richtlijnen op te stellen ten gunste van overheidsopdrachten die bijdragen tot eerlijke handel. Deze resolutie wijst er overigens op dat met name de territoriale publiekrechtelijke lichamen hoge investeringen in de goederenmarkt doen en verzoekt deze lichamen dan ook bij hun mededingingsprocedures bijzondere aandacht te schenken aan producten afkomstig van eerlijke handel.

Omzendbrief P & O/DD/1 van 27 januari 2005 betreffende de implementatie van het duurzame ontwikkelingsbeleid bij overheidsopdrachten van leveringen uitgeschreven door aanbestedende overheden van de federale overheid die behoren tot de klassieke sectoren, voorziet in de verplichting om in de bestekken voor bepaalde producten (kantoorbenodigdheden en papier, voedingswaren, schoonmaakmiddelen, meubilair, enz.) de ecologische en ethische voorschriften die vermeld staan op de website www.gidsvoorduurzameaankopen.be toe te passen.

Op 25 oktober 2002 hechtte het Brussels Hoofdstedelijk Parlement zijn goedkeuring aan een resolutie die ertoe strekt binnen alle Brusselse besturen de aankoop van producten en diensten afkomstig van eerlijke handel te bevorderen en met alle passende middelen de gemeenten en alle paragewestelijke instellingen ertoe aan te zetten hetzelfde te doen.

Tot slot werd op 20 december 2007 bij het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een voorstel van resolutie ingediend betreffende de verbetering van de milieu-, sociale en ethische prestaties van de overheidsopdrachten aangegaan door de gewestelijke, paragewestelijke en gemeentelijke besturen.

Deze omzendbrief sluit aan op dit algemene kader.

Voor wat betreft de inachtneming van beschouwingen van maatschappelijke en ethische aard in het raam van overheidsopdrachten en de aankoop van producten afkomstig van eerlijke handel 3. De resolutie van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement van 25 oktober 2002 benadrukt dat - bij de gunning van de gewestelijke en gemeentelijke overheidsopdrachten - prioritaire aandacht behoort uit te gaan naar een versterkte inachtneming van de rechten van de mens en van de overeenkomsten van de Internationale Arbeidsorganisatie alsook naar de noodzaak om de voorkeur te geven aan producten en diensten die een kwaliteitslabel dragen dat werd toegekend door een overheid of een door die overheid erkende instelling, teneinde een duurzame productie en consumptie te waarborgen.4. Aangezien de lokale besturen het beleidsniveau vormen dat het dichtst bij de burger staat, moeten zij terzake het goede voorbeeld geven.Initiatieven zoals de lokale Agenda's 21 en de gemeentelijke plannen voor duurzame ontwikkeling duiden erop hoezeer bepaalde Belgische gemeenten belang hechten aan duurzame ontwikkeling en eerlijke handel. 5. Om bij overheidsbestellingen overwegingen van maatschappelijke aard of overwegingen die verband houden met eerlijke handel, in acht te nemen, dient voorzien te worden in een zeer strikt regelgevend kader (1). Via de programmawet van 8 april 2003 werd in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten van werken, leveringen en diensten het beginsel ingevoerd om bij de gunning van de overheidsopdrachten rekening te houden met ethische overwegingen. Dit beginsel wordt bevestigd door de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten die de omzetting vormt van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. 6. Ofschoon artikel 101 van de programmawet van 8 april 2003 in artikel 16 van de wet van 24 december 1993 het beginsel heeft ingevoegd om via gunningscriteria rekening te houden met eerlijke handel en duurzame ontwikkeling door een - niet beperkende - lijst aan te halen van mogelijke gunningscriteria waaronder de « sociale en ethische overwegingen », wil ik benadrukken dat het praktisch gezien onmogelijk is dergelijke overwegingen toe te passen als gunningscriterium voor een overheidsopdracht.Zowel de Europese als de Belgische jurisprudentie alsook de Europese Commissie wijzen er immers op dat een gunningscriterium rechtstreeks verband moet houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking op grond van een waardeoordeel mogelijk moet maken, de aanbestedende overheid geen onbeperkte keuzevrijheid mag toekennen en moet voldoen aan de algemene beginselen van het gemeenschapsrecht (vrij verkeer van goederen en diensten, vrijheid van vestiging, gelijke behandeling, ondiscriminatie, proportionaliteit en transparantie). Naar aanleiding van deze bepaling werd de federale wetgever overigens benaderd door de Europese Commissie, die van oordeel is dat het gemeenschapsrecht ethische en sociale criteria niet als gunningscriteria voor de opdracht mag opnemen, aangezien deze veeleer betrekking hebben op het gedrag van de economische operator dan op het voorwerp van de opdracht. De Belgische wetgever schrapte derhalve de ethische criteria van de lijst met gunningscriteria vervat in artikel 25 van de wet van 15 juni 2006. Een zuiver ethisch criterium (zoals bijvoorbeeld een product dat voldoet aan de eisen van eerlijke handel) kan dus niet toegepast worden als gunningscriterium aangezien het in beginsel geen enkel direct verband houdt met het eigenlijke voorwerp van de opdracht. 7. De bepalingen van artikel 18bis, § 1, van de wet van 24 december 1993 hebben een toepassingsveld waarmee beter tegemoet gekomen kan worden aan het streven om bij overheidsbestellingen overwegingen omtrent eerlijke handel in acht te nemen.Deze bepalingen laten de aanbestedende overheid immers toe in de uitvoeringsvoorwaarden van de overheidsopdrachten technische clausules en specificaties op te nemen waardoor de aankoop van producten en diensten die afkomstig zijn van eerlijke handel, bevoorrecht wordt. Zodoende zal de inachtneming van deze elementen geen invloed hebben op de eigenlijke gunning van de opdracht (behalve indien een inschrijver voorbehoud maakt bij deze specificaties), maar zal de aanbestedende overheid beschikken over alle nodige waarborgen, aangezien het een minimale uitvoeringsvoorwaarde betreft. Dergelijke uitvoeringsvoorwaarden kunnen zowel boven als onder de Europese drempels toegepast worden op de opdrachten, maar zij moeten in overeenstemming zijn met het gemeenschapsrecht en mogen vooral geen rechtstreekse of onrechtstreekse discriminerende weerslag hebben op de niet-nationale inschrijvers. De tenuitvoerbrenging van deze voorwaarden moet geschieden in naleving van de procedureregels en inzonderheid van de bekendmakingsregels.

Het bestek kan dus vooropstellen dat de voorgestelde producten moeten beantwoorden aan bijzondere specificaties inzake eerlijke handel en kan daartoe onder meer verwijzen naar de overeenkomsten van de Internationale Arbeidsorganisatie, naar het sociaal label dat ingevoerd werd door de wet van 27 februari 2002 ter bevordering van sociaal verantwoorde productie of naar een Europees of nationaal fair-trade label, dat toegekend werd hetzij door een overheidsinstelling, hetzij door een onafhankelijke en door de overheid erkende instelling zoals de IFTA - de « International Fair Trade Association », de EFTA - de « European Free Trade Association » - of de FLO - de « Fairtrade Labelling Organizations » (keurmerkorganisatie die FLO-labels toekent, zoals Max Havelaar of Fair Trade). Toch dient erop toegezien te worden dat de inschrijvers door middel van ieder ander nuttig geacht middel kunnen aantonen dat hun producten beantwoorden aan de vereiste specificaties. Bij het opstellen van deze voorwaarden kan tevens nuttig worden verwezen naar de ethische voorschriften die vermeld staan op de federale website http://www.gidsvoorduurzameaankopen.be. Het betreft een catalogus gepubliceerd door de Staatssecretaris van Energie en Duurzame Ontwikkeling met het statuut van een ministeriële omzendbrief.

Tot slot wil ik nog verwijzen naar de initiatieven die de federale overheid opgestart heeft ter bevordering van de aankoop van « sociaal verantwoorde » producten en diensten. Het gaat daarbij om de bepalingen van de wet van 27 februari 2002 ter bevordering van sociaal verantwoorde productie (B.S. van 26 maart 2002) die voorzien in de invoering van een sociaal label voor sociaal verantwoorde productie dat waarborgt dat elke stap in het productieproces heeft plaatsgevonden in overeenstemming met de toetsingscriteria van het koninklijk besluit van 4 april 2003 houdende uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 27 februari 2002 ter bevordering van sociaal verantwoorde productie (B.S. van 28 augustus 2003) en van het ministerieel besluit van 7 april 2003 houdende goedkeuring van het lastenboek voor een sociaal verantwoorde productie (B.S. van 20 augustus 2003). 8. Zoals ik hierboven reeds heb vermeld, sluit iedere « sociale overweging » meer aan op de uitvoeringsvoorwaarden van de overheidsopdracht, die de technische clausules van het bestek moeten verduidelijken.Met het opnemen van sociale bepalingen kan aan dergelijke doelstellingen tegemoet gekomen worden en inzonderheid de tewerkstelling van laaggeschoolde doelgroepen bij de uitvoering van overheidsopdrachten. Een dergelijke aanpak wordt al bijna tien jaar gehanteerd in het kader van de toepassing van de bepalingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 april 1999 houdende oplegging van sociale clausules bij de toewijzing van overheidsopdrachten in het raam van de uitvoering van investeringen van openbaar nut (B.S. van 9 september 1999). Deze maatregel heeft betrekking op alle werken van meer dan 750.000 euro (exclusief belasting op de toegevoegde waarde) en waarvan de geplande duur minstens 60 dagen bedraagt, en die in toepassing van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen gesubsidieerd worden door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (B.S. van 20 augustus 1998).

De aanvraag tot subsidiëring is in dit kader slechts ontvankelijk op voorwaarde dat deze clausule volgens de regels vermeld wordt in de documenten van de opdracht, de aankondiging van de opdracht, het bestek en het offerteformulier. Deze bepaling is uiteraard bedoeld om te waarborgen dat het beginsel van de gelijke behandeling wordt gerespecteerd aangezien enkel de vermelding in de aankondiging van de opdracht al volstaat om de kandidaten of mogelijke onderaannemers te informeren dat de opdracht aan de toepassing van deze clausule onderworpen wordt.

In een vademecum dat in 1999 door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering is uitgegeven, geeft een overzicht van alle verplichtingen waaraan zowel de aanbestedende overheden als de inschrijvende ondernemingen moeten voldoen bij de gunning en de uitvoering van in aanmerking komende overheidsopdrachten.

Bovendien verdient het vermelding dat bovenop de gevallen waarin de gemeenten verplicht zijn sociale clausules in te voegen, zij op vrijwillige basis hetzelfde soort uitvoeringsvoorwaarden kunnen opleggen aan niet-gesubsidieerde opdrachten of bij bedragen die lager zijn dan deze waarvoor de invoeging van dergelijke clausules verplicht is. 9. Een andere manier om te beantwoorden aan het streven naar opleiding en tewerkstelling van laaggeschoolden in het kader van de gunning van overheidsopdrachten bestaat erin de toegang tot een aantal hiervan voor te behouden.Deze vorm van positieve discriminatie wordt georganiseerd door de bepalingen van § 2 van artikel 18bis van de wet van 24 december 1993 ten gunste van twee categorieën van ondernemingen die België actief zijn op sociaal vlak, beschutte werkplaatsen en sociale inschakelingsondernemingen in de zin van artikel 59 van de wet van 26 maart betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998. De aandacht van de aanbestedende overheden dient evenwel gevestigd op het feit dat dit bijzonder stelsel : ? momenteel enkel kan worden toegepast op overheidsopdrachten die niet ressorteren onder het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen, d.w.z. Alle opdrachten waarvan het geraamd bedrag lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking; ? moet aansluiten bij de naleving van de regels van het EU-Akkoord en niet als gevolg mag hebben dat enige rechtstreekse of onrechtstreekse discriminatie wordt ingevoerd tussen kandidaten of inschrijvers onderling (de betrokken onderneming moet bijvoorbeeld beantwoorden aan de vereisten inzake de erkenning van aannemers voor werken en inzake de economische, financiële en technische bekwaamheden gesteld door de aanbestedende overheid), noch ongerechtvaardigde beperkingen bij de gegevensuitwisseling en evenmin dat de beginselen van gelijke behandeling en transparantie worden geschonden.

Toepassing van milieucriteria bij de toewijzing en de uitvoering van overheidsopdrachten 10. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen achtte het toelaatbaar dat een aanbestedende overheid milieucriteria in aanmerking zou nemen voor de toekenning van een overheidsopdracht aan een inschrijver die de economisch meest voordelige offerte heeft ingediend, voor zover deze criteria een band hebben met het voorwerp van de opdracht, de aanbestedende overheid geen onvoorwaardelijke keuzevrijheid verlenen, vermeld zijn in het bestek of in de aankondiging van de opdracht en de basisbeginselen naleven van het communautair recht (zoals het niet-discriminatiebeginsel) (3).Een overheidsopdracht mag dus worden toegekend op grond van een milieucriterium op voorwaarde dat dit verband houdt met de opdracht, een effectieve vergelijking tussen de offertes op grond van een waardeoordeel mogelijk maakt, en aan de aanbestedende overheid een economisch voordeel biedt. Daarom moet dit soort criterium - zoals ieder toekenningscriterium - betrekking hebben op de aard van de prestaties of op de wijze waarop deze verstrekt zullen worden bij de uitvoering van de opdracht (2). 11. Milieuoverwegingen mogen ook worden opgenomen in de uitvoeringsbepalingen van overheidsopdrachten (3).Het bestek voor deze opdrachten dient aldus in zijn technische voorwaarden melding te maken van de milieuvereisten die aan de basis moeten liggen van de uitvoering van de beoogde prestaties, zoals bijvoorbeeld een minimale ecoscore voor schone voertuigen, een percentage groene elektriciteit, een minimumgehalte aan zwavel voor verwarmingsstookolie of ook voedingsmiddelen afkomstig van biologische landbouw. Deze technische bepalingen mogen verwijzen naar (Europese, plurinationale of nationale) eco-labels, voor zover evenwel het gebruik van deze eco-labels ook hier aansluit bij de strikte naleving van de beginselen van niet-discriminatie en gelijke behandeling. Concreet gesproken, mag de opdracht dus niet gesloten worden voor mededinging. Met andere woorden, het label moet bij wet erkend zijn, of minstens omschreven op grond van wetenschappelijke informatie die vrij toegankelijk is. Het mag evenmin ingaan tegen de bepalingen van artikel 85 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken. 12. Als ten slotte de aard van de werken of van de diensten verantwoordt dat maatregelen of beheerssystemen voor het leefmilieu zouden worden toegepast bij de uitvoering van de opdracht maken de artikelen 20ter en 73ter van het voormelde koninklijk besluit van 8 januari 1996, ingediend bij het koninklijk besluit van 23 november 2007 het de aanbestedende overheid mogelijk van de kandidaten of inschrijvers te vereisen dat zij door onafhankelijke instellingen uitgereikte attesten voorleggen waaruit blijkt dat de aannemer of de dienstverstrekker voldoet aan bepaalde milieubeheersnormen.Hij verwijst hiervoor naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem EMAS (krachtens de verordening (EG) nr. 761/2001) of naar de milieubeheersnormen die steunen op de Europese of internationale normen ter zake die gecertificeerd zijn door instellingen die voldoen aan de communautaire wetgeving of aan de Europese of internationale certificeringsnormen. Informatie over EMAS is beschikbaar op de website van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu). Ik vestig evenwel uw aandacht op het feit dat een omschrijving van de door de aannemer of dienstverstrekker toegepaste maatregelen met het oog op een gelijke graad van milieubescherming aanvaard dient te worden als alternatief verantwoordingsmiddel voor de geregistreerde milieubeheersystemen. 13. Mijn bestuur, en meer bepaald de Directie Overheidsopdrachten van de Plaatselijke Besturen, staat ter beschikking voor bijkomende informatie. De Minister-President, Ch. PICQUE _______ Nota's (1) Interpretatieve mededeling van de Europese Commissie van 15 oktober 2001 betreffende het gemeenschapsrecht van toepassing op overheidsopdrachten en de mogelijkheden om sociale aspecten hierin te integreren (COM/2001/0566 def.), PB, nr. C 333 van 23 november 2001, pp. 27-41. (2) HJEG, zaak C-513/99 van 17 september 2002 (Concordia Bus Finland).(3) Interpretatieve mededeling van de Commissie op 4 juli 2001 betreffende het Gemeenschapsrecht van toepassing op overheidsopdrachten en de mogelijkheden om milieuoverwegingen hierin te integreren, COM(2001) 274 def, PBEU, nr.C 333 van 28 november 2001, blz. 12-26. (4) Europese Commissie, Groen kopen! Een handboek inzake milieuvriendelijke overheidsopdrachten, 2007.

^