Programmadecreet van 03 februari 2005
gepubliceerd op 01 maart 2005
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Programmadecreet betreffende de economische heropleving en de administratieve vereenvoudiging

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2005027144
pub.
01/03/2005
prom.
03/02/2005
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

3 FEBRUARI 2005. - Programmadecreet betreffende de economische heropleving en de administratieve vereenvoudiging (1)


De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Transversale maatregelen

Artikel 1.De Regering wordt er bij besluit toe gemachtigd de bestaande decreten op te heffen, aan te vullen, te wijzigen of te vervangen om de verhoudingen tussen de gebruikers en het bestuur te vergemakkelijken.

Daartoe kan zij : - de lijst en de wijze van overlegging van de vereiste bewijsstukken herzien aan de hand van een overeenkomstig een decreet ingediende aanvraag; - de regels betreffende de termijnen die van toepassing zijn op de uitvoering van de bij een decreet georganiseerde procedures herzien; - de regels betreffende de bij een decreet ingestelde termijnen van inzage herzien en met name voorzien in de mogelijkheid van dringende raadplegingen die het voorwerp van een bijzondere motivering moeten uitmaken; - de betalingsmodaliteiten herzien die van kracht zijn in procedures ingesteld bij een decreet; - de bij een decreet ingestelde wijzen van overmaking van documenten herzien.

Art. 2.De in artikel 1 bedoelde besluiten moeten binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van dit decreet goedgekeurd worden.

De besluiten vergezeld in voorkomend geval van het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State en van de teksten van de ontwerpen die onderworpen werden aan het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State worden vóór hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad medegedeeld aan de voorzitter van de Waalse Gewestraad.

Als ze niet bij decreet binnen achttien maanden na hun inwerkingtreding bekrachtigd zijn, worden deze besluiten van rechtswege opgeheven. HOOFDSTUK II. - Economie en tewerkstelling Afdeling 1. - Economie

Art. 3.§ 1. De "Société wallonne de financement et de garantie des petites et moyennes entreprises" (Waalse maatschappij voor de financiering en de waarborg van de kleine en middelgrote ondernemingen), in het kort "SOWALFIN" wordt belast met een gemachtigde opdracht om een opvangstructuur genoemd "Uitwisselingsbeurs voor ondernemingen" op de door de Regering bepaalde wijze op touw te zetten ten einde de ontmoeting van de kandidaat-verkopers en de kandidaat-kopers van ondernemingen zoals bepaald in artikel 4 van het decreet van 11 juli 2002 houdende organisatie van het statuut van de "Société wallonne de financement et de garantie des petites et moyennes entreprises".

De "Sowalfin" wordt belast met een bijstandsopdracht om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar te laten inspelen. De "Sowalfin" zorgt er als adviseur voor om de verschillende actoren die in een mechanisme voor de overdracht van ondernemingen tussenkomen, te verenigen. § 2. De "SOWALFIN" wordt belast met een gemachtigde opdracht om een bijzondere regeling voor gedeeltelijke en aanvullende waarborg met het oog op de bevordering van het microkrediet, met name via het netwerk van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling, op de door de Regering bepaalde wijze op touw te zetten.

In het kader van deze gemachtigde opdracht kan de "Sowalfin" de contragarantie waarborgen ten belope van 75 % van de borgstellingen uitgegeven op de microkredieten die toegekend zijn aan de zeer kleine bedrijven en aan de kleine en middelgrote ondernemingen door de kredietinstellingen en de financiële instellingen erkend door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.

Onder microkrediet wordt verstaan in het kader van de toepassing van deze gemachtigde opdracht, het krediet toegekend door een kredietinstelling of een door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkende financiële instelling, waarvan het bedrag kleiner dan of gelijk is aan 25.000 euro en waarvan de begunstigde voldoet aan de definitie van micro-onderneming zoals bedoeld in artikel 4, § 1, vijfde lid, van bovenvermeld decreet.

Art. 4.Artikel 16 van het decreet van 11 juli 2002 houdende organisatie van het statuut van de " Société wallonne de financement et de garantie des petites et moyennes entreprises " wordt gewijzigd als volgt : 1. in § 1 wordt het cijfer "drie" vervangen door het cijfer "twee";2. in § 5 worden de woorden "zijn collega's" vervangen door de woorden "zijn collega".3. In § 6 worden de woorden "minstens twee commissarissen van de Regering" vervangen door de woorden "de commissarissen van de Regering".

Art. 5.Het decreet van 11 maart 2004 betreffende de gewestelijke incentives ten gunste van de grote ondernemingen wordt gewijzigd als volgt : 1. in artikel 2 wordt de eerste zin van het tweede lid vervangen als volgt : « Zij worden toegewezen krachtens een eenzijdige beslissing die getroffen wordt na onderhandeling tussen de Regering en de grote onderneming, en in voorkomend geval, na advies van het technisch comité bedoeld in artikel 19, § 1, van dit decreet.»; 2. het opschrift van hoofdstuk IV wordt vervangen als volgt : "Het technisch comité en de opvolgingscommissie";3. artikel 19 wordt vervangen als volgt : « Art.19. § 1. Er wordt een technisch comité opgericht dat ermee belast wordt een gemotiveerd advies aan de Regering uit te brengen over het voorstel van de premietoekenning binnen een termijn van tien dagen te rekenen van het tijdstip waarop de aangelegenheid door de Minister van economie aanhangig wordt gemaakt op grond van de volgende criteria : 1° het al dan niet noodzakelijk karakter van de toekenning van de incentives;2° de positieve elementen van het dossier betreffende de aanvraag van de incentives;3° de negatieve elementen of de zwakke punten van het dossier betreffende de aanvraag van de incentives. Wanneer het bestuur zijn voorstel van beslissing tot toekenning van de premie aan de Minister van Economie zendt, stelt het bij aangetekend schrijven de onderneming in kennis van zijn voorstel en van de mogelijkheid waarover ze beschikt om binnen vijf dagen de Minister er als voorafgaand advies om te verzoeken de aangelegenheid bij het technisch comité aanhangig te maken.

Na deze termijn kan de Minister van Economie op eigen initiatief de zaak bij het technisch comité aanhangig maken alvorens een beslissing tot toekenning of weigering van de premie te nemen.

Het technisch comité bestaat uit : 1° een vertegenwoordiger van de Minister van Economie die het voorzitterschap waarneemt;2° vier leden uit de "Conseil économique et social de la Région Wallonne" (Sociaal-Economische Raad van het Waalse Gewest);3° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest. De Regering wijst de gewone en de plaatsvervangende leden van dit comité aan. De leden bedoeld in 2° van het vorige lid worden door de Regering aangewezen op grond van een dubbellijst voorgedragen door de "Conseil économique et social de la Région Wallonne".

Het in 3° van het vierde lid van deze paragraaf bedoelde lid neemt het secretariaat van het technisch comité waar.

Het technisch comité kan een beroep doen op deskundigen of technici al naargelang van de dossiers die het voorgelegd krijgt en op voorstel van één van zijn leden. § 2. Binnen de door de Regering aangewezen dienst wordt een opvolgingscommissie opgericht om de impact van de beslissingen betreffende de toekenning van premies aan de grote ondernemingen te onderzoeken. Ze wordt ermee belast een jaarlijks activiteitenverslag op te stellen dat ze meedeelt aan de Regering, aan de " Conseil économique et social de la Région wallonne " en aan het " Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique " (Waals Instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek).

De opvolgingscommissie bestaat uit : 1° vier leden uit de "Conseil économique et social de la Région wallonne";2° een lid uit de "'Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable"' (Waalse Raad voor het Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling);3° drie vertegenwoordigers van het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest;4° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van het Ministerie van het Waalse Gewest;5° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Technologieën, Onderzoek en Energie van het Ministerie van het Waalse Gewest. De Regering wijst de gewone en de plaatsvervangende leden van deze opvolgingscommissie aan. De leden bedoeld in het tweede lid, 1°, van deze paragraaf worden door de Regering aangewezen op grond van een lijst van twaalf personen voorgedragen door de instelling die ze vertegenwoordigen. De leden bedoeld in het tweede lid, 2° tot 5°, van deze paragraaf worden op voorstel van de bevoegde Minister door de Regering aangewezen. § 3. De leden van het technisch comité en van de opvolgingscommissie worden voor een verlengbare termijn van vier jaar benoemd.

Het lid dat ophoudt zijn mandaat uit te oefenen vóór verstrijken ervan wordt vervangen door zijn plaatsvervanger voor de overblijvende periode.

De leden van het technisch comité en van de opvolgingscommissie, evenals de deskundigen of de technici waarop een beroep wordt gedaan, zijn ertoe verplicht de feiten, handelingen of inlichtingen waarvan ze kennis hebben gehad in de uitoefening van hun ambt, geheim te houden zowel tijdens de duur van hun mandaat als na verstrijken ervan. Elke overtreding van die regel wordt bestraft met één van de straffen bepaald bij artikel 458 van het Strafwetboek.

Het technisch comité en de opvolgingscommissie stellen hun huishoudelijk reglement vast, dat ze binnen zes maanden na hun installatie aan de Minister van Economie mededelen". Afdeling 2. - Onderzoek

Art. 6.Artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 31 van 15 december 1978 tot instelling van een Fonds voor Industriële Vernieuwing, vervangen bij het decreet van 7 december 1989, wordt aangevuld met het volgende lid : « In hoofde van de dotatie bedoeld in 3° van het vorige lid wordt een maximumbedrag van vijf miljoen euro jaarlijks voor de financiering van het F.I.V. opgenomen van het Fonds voor de financiering van de bijstand en de tussenkomsten van het Waalse Gewest voor het Onderzoek en de Technologieën, zoals opgericht bij artikel 5 van het decreet van 5 juli 1990 betreffende de bijstand en de tussenkomsten van het Waalse Gewest voor het onderzoek en de technologieën. » Afdeling 3. - Tewerkstelling

Onderafdeling 1. - Tewerkstelling Wijzigingen van het decreet van april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector

Art. 7.In artikel 7 van het decreet van april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector wordt een punt 12° toegevoegd, luidend als volgt : « 12° de deeltijds tewerkgestelde werkzoekenden. »

Art. 8.In artikel 8 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « De betrekkingen bedoeld bij dit decreet kunnen eveneens bekleed worden door : 1° de werkzoekenden die gedurende minstens zes maanden tijdens de laatste twaalf maanden een door het Waalse Gewest erkende opleiding hebben genoten;2° de werkzoekenden die de begeleiding van een reconversiecel hebben genoten, zoals bedoeld in het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen ".

Art. 9.In artikel 9 van hetzelfde decreet wordt een lid in fine toegevoegd, luidend als volgt : « De betrekkingen bedoeld bij dit decreet kunnen eveneens bekleed worden door niet-werkende werkzoekenden die gedurende minstens zes maanden tijdens de laatste twaalf maanden een door het Waalse Gewest erkende opleiding hebben genoten. ».

Art. 10.In artikel 10 van hetzelfde decreet worden de punten 8°, 9°, 10° en 11° ingevoegd, luidend als volgt : « 8° de periodes waarin de werkzoekende de vergoedingen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering geniet;9° de periodes van tewerkstelling in het kader van het programma "Plan Opleiding-inschakeling), zoals bedoeld in het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;10° de periodes van gevangenzetting in een penitentiaire instelling of een instelling tot de bescherming van de maatschappij;11° de periodes van tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst Activa of SINA, gesloten krachtens het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen".

Art. 11.In artikel 15, § 3, eerste lid, 1° en 2° van hetzelfde decreet worden de woorden "te rekenen van de datum waarop de beslissingen bedoeld in artikel 23 worden bekendgemaakt" vervangen door de woorden "te rekenen van 31 december 2003".

Art. 12.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1. In paragraaf 1 worden het derde en het vierde lid vervangen als volgt : « De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn kunnen de punten die hen werden toegekend, afstaan aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, indien deze overheden vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van bedoelde werkgevers.». 2. In paragraaf 2 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt : « De provincies kunnen de punten die hen werden toegekend afstaan aan, enerzijds, de verenigingen van gemeenten en de verenigingen bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn waarvan ze lid zijn, indien deze overheden vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van bedoelde werkgevers ».3. een paragraaf 3 wordt ingevoegd, luidend als volgt : « § 3.De verenigingen van gemeenten kunnen de punten die hen werden toegekend afstaan aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 4°.

De verenigingen van gemeenten kunnen de punten die hen werden toegekend, afstaan aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, indien deze overheden vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van bedoelde werkgevers. » 1. een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt : « § 4.De gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provincies en de verenigingen van gemeenten moeten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten het overlegcomité in kennis stellen van het afstaan van punten aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, 1°".

Art. 13.Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1. In het tweede lid, in fine, worden de woorden "rekening houdend met de hierna vermelde modaliteiten" opgeheven.2. De leden 3 tot 7 worden opgeheven. Onderafdeling 2. - Wijziging van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma

Art. 14.In artikel 2 van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma wordt § 1 vervangen als volgt : « § 1. De in dit decreet bedoelde arbeidsplaatsen kunnen worden voorbehouden aan werkzoekenden bedoeld in artikel 6 van het samenwerkingsakkoord gesloten op 4 maart 1997 tussen de federale Staat en de Gewesten betreffende het doorstromingsprogramma".

Art. 15.In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen als volgt : « De bepalingen van dit decreet kunnen op de werkgever toegepast worden tijdens de in artikel 9 van dit decreet bepaalde periode van het arbeidscontract ».

Art. 16.In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid gewijzigd als volgt : 1. in 1° worden de volgende littera's toegevoegd : « f.zich verbinden de werknemer in kennis te stellen van het voorlopige karakter van het stelsel en van de begeleidings- en opleidingsinstrumenten die door de "Forem" ter beschikking worden gesteld; g. zich verbinden het dienstrooster indien nodig aan te passen zodat de werknemer kan deelnemen aan opleidingen en, gedurende de zes laatste maanden van zijn contract, zijn doorstroming kan uitwerken in samenwerking met de diensten van de "Forem".2. in 2° in fine worden de woorden "en die inspelen op een sociale voorrangsbehoefte bepaald door de in artikel 7, § 2, van dit decreet bedoelde commissie" toegevoegd.

Art. 17.Artikel 7 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 7.§ 1. De Regering bepaalt de procedure voor de indiening, de behandeling, de controle en de evaluatie van de aanvragen.

De Regering kan, in de gevallen en onder de voorwaarden die ze bepaalt, een einde maken aan de tegemoetkoming van het Gewest en eisen dat de werkgever ze geheel of gedeeltelijk terugbetaalt. § 2. Een adviescommissie waarvan de samenstelling door de Regering wordt bepaald, wordt opgericht. De commissie wordt ermee belast de Regering adviezen of aanbevelingen op eigen initiatief of op verzoek uit te brengen over : 1° de werking van het stelsel;2° de sociale voorrangsbehoeften in het kader van dit decreet ». Afdeling 4. - Sociale economie - Wijzigingen van het decreet van 27

mei 2004 betreffende de adviesverlenende agentschappen inzake sociale economie

Art. 18.In artikel 5 van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de adviesverlenende agentschappen inzake sociale economie wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « De Regering kan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid van dit artikel nader bepalen. »

Art. 19.In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de woorden "door de in artikel 16 bedoelde commissie" toegevoegd tussen de woorden "De aanvrager kan vragen om" en de woorden "gehoord te worden".

Art. 20.De eerste zin van artikel 14 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : "In voorkomend geval en na advies van de in artikel 16 bedoelde commissie spreekt de Regering zich uit over het beroep en stuurt haar beslissing naar de aanvrager binnen een termijn van vier maanden, met ingang van de datum van de verzending door de administratie van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 12. »

Art. 21.In artikel 15, tweede lid, in fine, van hetzelfde decreet worden de woorden "wordt het voorwerp van het verzoek om beroep geacht gunstig te zijn" vervangen door de woorden "wordt de Regering geacht gunstig beslist te hebben".

Art. 22.In artikel 17 van hetzelfde decreet wordt een punt 5° ingevoegd, luidend als volgt : « 5° ze brengt in voorkomend geval adviezen op beroep aan de Regering uit. ».

Art. 23.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° De inleidende zin van het eerste lid wordt vervangen door de woorden "Er wordt een basissubsidie verleend op voorwaarde dat het bestuur een verslag goedkeurt, waaruit blijkt dat het adviesverlenend agentschap de volgende voorwaarden vervult.»; 2° Punt 2° wordt vervangen als volgt : « 2° een activiteitenverslag overleggen over de hoeveelheid, de kwaliteit en de duurzaamheid en het aantal gecreëerde banen van de projecten betreffende de bedrijven voor sociale handelseconomie begeleid door het adviesverlenende agentschap gedurende het jaar voor het jaar in de loop waarvan het de subsidie aanvraagt;".

Art. 24.Artikel 24, derde lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Het bedrag van de subsidie wordt jaarlijks door de Regering aangepast op grond van de evolutie van de index der consumptieprijzen.

Deze indexering is evenwel beperkt tot de door de Waalse Gewestraad bepaalde groei van de algemene begroting van de primaire uitgaven. »

Art. 25.Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1. in het eerste lid, in fine, worden de woorden "wordt de bijkomende subsidie bedoeld in artikel 23 op maximum 10.000 euro vastgelegd" vervangen door de woorden "kent de Regering binnen de perken van de begrotingskredieten een bijkomende toelage toe aan het adviesverlenende agentschap". 2. Het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Het bedrag van de toelagen wordt jaarlijks door de Regering aangepast naar gelang van de evolutie van de index der consumptieprijzen.Deze indexering is evenwel beperkt tot de door de Waalse Gewestraad bepaalde groei van de algemene begroting van de primaire uitgaven. »

Art. 26.De artikelen 27 en 29 van hetzelfde decreet worden opgeheven.

Art. 27.Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 30.De in artikel 24 bedoelde subsidie kan naar rato van 70 % uitbetaald worden vanaf de goedkeuring van het in artikel 22 bedoelde verslag en op grond van het overleggen door het erkende adviesverlenende agentschap van een aangifte van schuldvorderingen overeenstemmend met het bepaalde bedrag.

Het saldo van de in artikel 24 bedoelde subsidie wordt betaald na overlegging door het adviesverlenende agentschap van een financieel verslag over het gebruik van de toelagen en van een aangifte van schuldvordering overeenstemmend met het saldo.

Dit verslag moet binnen vier maanden na de afsluiting van het betrokken boekjaar aan het bestuur medegedeeld worden. Het bestuur wordt ermee belast de overeenstemming van de voorgelegde uitgaven en de naleving van de bepalingen van dit decreet te verifiëren. Deze termijn kan door de Regering met twee maanden verlengd worden op grond van een gerechtvaardigde aanvraag die door het adviesverlenende agentschap bij het bestuur wordt ingediend.

De in artikel 25 bijkomende toelage wordt vanaf de kennisgeving geheel uitbetaald op grond van het overleggen door het erkende adviesverlenende agentschap van een aangifte van schuldvorderingen overeenstemmend met het bepaalde bedrag. ». HOOFDSTUK III. - Fiscaliteit Afdeling 1. - Successierechten en schenkingsrechten op de overdrachten

van ondernemingen

Art. 28.Artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten ingevoegd bij het decreet van 17 december 1997 en gewijzigd bij het decreet van 16 december 1998 wordt gewijzigd als volgt : 1. in § 1 : A.worden de woorden "vastgesteld op 3 % van het netto-aandeel in een onderneming die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ingeschreven personeelsleden tewerkstelt, voor zover de nalatenschap of de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel ten gevolge van een overlijden betrekking heeft op" vervangen als volgt "teruggebracht tot het in § 1bis bedoelde verminderde tarief van het netto-aandeel in een onderneming : - die ofwel bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ingeschreven personeelsleden tewerkstelt; - waarin de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige werknemers van de onderneming zijn, aangesloten zijn bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben betaald, voor zover de nalatenschap of de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel ten gevolge van een overlijden betrekking heeft op";

B. in 1° worden de - woorden "goederen" vervangen door de woorden "een zakelijk recht op goederen" - woorden "waarmee de de cujus of zijn echtgenoot tot de dag van zijn overlijden een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaatte" vervangen door de woorden " waarmee de cujus of zijn wettelijk samenwonende tot de dag van zijn overlijden een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaatte of een vrij beroep of een last of post uitoefende;" C. punt 2° wordt vervangen als volgt : « 2° een zakelijk recht op : a. effecten : - van een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent; - van een vennootschap bedoeld in artikel 16 van het Wetboek der vennootschappen waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent;

Het geheel van de overgedragen effecten moet ten minste 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering bedragen.

Als het geheel van de overgedragen effecten minder bedraagt dan 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering moet bovendien een aandeelhouderschapsovereenkomst gesloten worden voor ten minste 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering. Door het sluiten van deze overeenkomst verplichten de partijen zich ertoe de in paragraaf 3 van dit artikel bedoelde voorwaarden in acht te nemen. b. schuldvorderingen op een in a.bedoelde vennootschap". 2. Er wordt een § 1bis ingevoegd, luidend als volgt : « § 1bis.Het in § 1 bedoelde verminderde tarief bedraagt : 1° 0 % wanneer de volgende voorwaarden worden vervuld : a.het netto-aandeel van de in § 1 bedoelde vennootschap geheel of gedeeltelijk geërfd wordt door een erfgenaam in rechte linie, door de overlevende echtgenote of door de overlevende wettelijk samenwonende of door personen die deel uitmaken van het personeel van de ondernemingen en die ingeschreven zijn bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, en dit, ten belope van hun netto-aandeel; b. het in § 1 bedoelde netto-aandeel heeft betrekking op een onderneming : 1.die minder dan 250 personen tewerkstelt; 2. en waarvan : - de jaarlijkse omzet niet hoger is dan 40 miljoen euro; - het totaal van de jaarlijkse balans niet hoger is dan 27 miljoen euro; 2. die het onafhankelijkheidscriterium naleeft;onafhankelijk is, de onderneming waarvan het kapitaal of de stemrechten ten belope van 25 % of meer niet in handen is van een onderneming of verschillende ondernemingen die niet overeenstemmen met bovenbedoelde criteria 1 en 2. Deze drempel mag in beide gevallen overschreden worden : - als de onderneming in handen is van openbare participatiemaatschappijen, maatschappijen met risicodragend kapitaal of institutionele investeerders met inbegrip van gewestelijke ontwikkelingsfondsen of universitaire instellingen en op voorwaarde dat deze individueel of gezamenlijk geen controle uitoefenen op de onderneming; - als uit de kapitaalverspreiding voortvloeit dat het onmogelijk is te weten wie dit kapitaal in handen heeft en dat de onderneming verklaart dat ze legitiem kan aannemen dat ze niet tegen 25 % of meer in handen is van een onderneming of verschillende ondernemingen die niet overeenstemmen met bovenbedoelde criteria 1 en 2.

Voor de berekening van hierbovenvermelde drempels worden de gegevens van de in § 1 bedoelde onderneming en van alle ondernemingen waarvan ze al dan niet rechtstreeks 25 % of meer van het kapitaal of van de stemrecht bezit, bij elkaar opgeteld.

Het aantal tewerkgestelde personen stemt overeen met het jaarlijkse gemiddelde van het aantal personen die in het kader van een arbeidsovereenkomst voltijds worden tewerkgesteld in de in § 1 bedoelde onderneming, dat gelijk is aan het aantal werkeenheden per jaar.

De voor de omzet of voor het totaalbalans overgewogen drempels zijn de drempels m.b.t. het laatst afgesloten boekjaar van twaalf maanden vóór het overlijden. In geval van een oprichting van een onderneming waarvan de rekeningen op de datum van het overlijden nog niet afgesloten zijn, maken de te overwegen drempels het voorwerp uit van een schatting te goeder trouw in de loop van het boekjaar; 2° 3 % wanneer de in 1° bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn".3. Er wordt een § 1ter ingevoegd, luidend als volgt : « § 1ter.Onder effecten wordt verstaan : a. de aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en aandelen van een vennootschap; b. de certificaten m.b.t. de in a. bedoelde effecten : - wanneer ze worden uitgegeven door rechtspersonen die gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese economische ruimte en die houder zijn van de effecten waarop de certificaten betrekking hebben; - wanneer de uitgever van de certificaten alle rechten gebonden aan de effecten waarop ze betrekking hebben, met inbegrip van het stemrecht, uitoefent; - wanneer dit certificaat bepaalt dat zijn titularis elk product of inkomen gebonden aan de effecten onderworpen aan de certificering van de uitgever van de effecten kan eisen". 1. Er wordt een § 1quater ingevoegd, luidend als volgt : § 1 quater.Onder schuldvorderingen wordt verstaan elk geldlening al dan niet in de vorm van effecten, gegeven door de overledene aan de vennootschap waarvan hij aandelen of deelbewijzen bezit, wanneer deze lening rechtstreeks is gebonden aan de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, van het vrij beroep of van het ambt of post uitgeoefend ofwel door de vennootschap zelf in het geval van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel door de vennootschap zelf en haar dochtervennootschappen en in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., tweede streepje.

De bovenvermelde schuldvorderingen worden nochtans uitgesloten voor zover het totale nominale bedrag van de schuldvorderingen hoger is dan het deel van het sociaal kapitaal dat werkelijk volstort wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de overledene op datum van diens overlijden. De andere winsten dan de verdeelde en als dusdanig belaste winsten die in het kapitaal worden ingelijfd, worden niet beschouwd als volstort kapitaal. ». 5. in § 2 worden de woorden "van de in paragraaf 1, 1°, bedoelde goederen, of de waarde van de in paragraaf 1, 2°, bedoelde effecten" vervangen door de woorden "van de zakelijke rechten op de in paragraaf 1, 1° bedoelde goederen of de waarden van de zakelijke rechten op de effecten en schuldvorderingen bedoeld in paragraaf 1, 2°,".6. in § 3 : a.in 1° worden de woorden "ofwel in hoofde van de in § 1, 1° bedoelde onderneming, ofwel in hoofde van de vennootschap zelf in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel in hoofde van de vennootschap zelf en van haar dochtervennootschappen in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., tweede streepje", ingevoegd na de woorden "de onderneming gedurende minstens vijf jaar na het overlijden een activiteit voortzet"; b. punt 2° wordt vervangen als volgt : « 2° het aantal werknemers in de onderneming, wanneer de onderneming personeelsleden ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tewerkstelt, of het aantal zelfstandigen die in hoofdberoep gebonden zijn aan de onderneming en die hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben betaald, wanneer de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige werknemers van de onderneming zijn, uitgedrukt in voltijdse eenheden, tijdens de eerste vijf jaar na het overlijden gelijk blijft aan ten minste 75 %, ofwel in hoofde van de vennootschap zelf in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel in hoofde van de vennootschap zelf en van haar dochtervennootschappen in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., tweede streepje; c. in 3° worden de woorden "dat geïnvesteerd is in een in paragraaf 1, 1°, bedoelde onderneming" vervangen door de woorden "dat geïnvesteerd is in een in paragraaf 1, 1°, bedoelde onderneming, vrij beroep, ambt of post,";d. in 4° : - wordt het woord "erfgenamen" vervangen door het woord "opvolgers"; - worden de woorden "en dat het toepasselijke verminderde tarief volgens de erfgenamen, legatarissen en begiftigden bepaalt" ingevoegd na de woorden "dat ze aan de vereisten voldoen"; e. in 5° worden de woorden "erfgenamen" vervangen door de woorden "opvolgers".7. Er wordt een § 4 ingevoegd, luidend als volgt : « § 4.Behalve in geval van overmacht zijn de successierechten overeenkomstig de artikelen 48 tot 60 verschuldigd als de in § 3 bedoelde bepalingen niet worden nageleefd. » .

Art. 29.Artikel 140bis van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, waarvan de actuele tekst paragraaf 1 vormt, wordt gewijzigd als volgt : 1. In § 1 : A.worden de woorden "verlaagd tot 3 pct. Voor" vervangen door de woorden "teruggebracht tot het in § 2 bedoelde verminderde tarief" voor de schenkingen van ondernemingen, wanneer deze schenkingen betrekking hebben op";

B. in 1° - worden de woorden "van de volle eigendom van een universaliteit van goederen of " vervangen door de woorden "van een zakelijk recht op een universaliteit van goederen of een"; - worden de woorden "ambachts- of landbouwactiviteit" vervangen door de woorden "ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit";

C. wordt 2 ° vervangen als volgt : « 2° de bij authentieke akte vastgestelde overeenkomsten die de overdracht ten kosteloze titel vaststellen van een zakelijk recht op : a. aandelen of deelbewijzen : - van een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent; - van een vennootschap bedoeld in artikel 16 van het Wetboek der vennootschappen waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en waarvan de dochtervennootschappen een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaten of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefenen; b.schuldvorderingen op een in a. bedoelde vennootschap ". 2. Er wordt een § 2 ingevoegd, luidend als volgt : « § 2.Het in § 1 bedoelde verminderde tarief bedraagt : 1° 0 % wanneer de volgende voorwaarden vervuld worden : a.de in § 1 bedoelde onderneming wordt geheel of gedeeltelijk in rechte linie overgedragen tussen echtgenoten of wettelijk samenwonenden of nog aan personen die deel uitmaken van het personeel van de onderneming en die ingeschreven zijn bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, en dit, ten belope van hun netto-aandeel; b. de in § 1 bedoelde schenking heeft betrekking op een onderneming : - die personeelsleden ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tewerkstelt; - waarin de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige werknemers van de onderneming zijn, aangesloten zijn bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben betaald; c. de in § 1 bedoelde schenking heeft betrekking op een onderneming : 1.die minder dan 250 personen tewerkstelt; 2. en waarvan : - de jaarlijkse omzet niet hoger is dan 40 miljoen euro; - het totaal van de jaarlijkse balans niet hoger is dan 27 miljoen euro; 3. die het onafhankelijkheidscriterium naleeft;onafhankelijk is, de onderneming waarvan het kapitaal of de stemrechten ten belope van 25 % of meer niet in handen is van een onderneming of verschillende ondernemingen die niet overeenstemmen met bovenbedoelde criteria 1 en 2. Deze drempel mag in beide gevallen overschreden worden : - als de onderneming in handen is van openbare participatiemaatschappijen, maatschappijen met risicodragend kapitaal of institutionele investeerders met inbegrip van gewestelijke ontwikkelingsfondsen of universitaire instellingen en op voorwaarde dat deze individueel of gezamenlijk geen controle uitoefenen op de onderneming; - als uit de kapitaalspreiding voortvloeit dat het onmogelijk is te weten wie dit kapitaal bezit en dat de onderneming verklaart dat ze legitiem kan aannemen dat ze niet tegen 25 % of meer in handen is van een onderneming of verschillende ondernemingen die niet overeenstemmen met bovenbedoelde criteria 1 en 2.

Voor de berekening van hierbovenvermelde drempels worden de gegevens van de in § 1 bedoelde onderneming en van alle ondernemingen waarvan ze al dan niet rechtstreeks 25 % of meer van het kapitaal of van de stemrecht bezit, bij elkaar opgeteld.

Het aantal tewerkgestelde personen stemt overeen met het jaarlijkse gemiddelde van het aantal personen die in het kader van een arbeidsovereenkomst voltijds worden tewerkgesteld in de in § 1 bedoelde onderneming, dat gelijk is aan het aantal werkeenheden per jaar.

De voor de omzet of voor het totaalbalans overgewogen drempels zijn de drempels m.b.t. het laatste afgesloten boekjaar van twaalf maanden vóór de authentieke akte van de schenking. In geval van een oprichting van een onderneming waarvan de rekeningen op de datum van de authentieke akte van de schenking nog niet afgesloten zijn, maken de te overwegen drempels het voorwerp uit van een schatting te goeder trouw in de loop van het boekjaar; 2° 3 % wanneer de in 1° bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn".1. Er wordt een § 3 ingevoegd, luidend als volgt : « § 3.Onder "aandelen en deelbewijzen" wordt verstaan : a. de aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en aandelen van een vennootschap; b. de certificaten m.b.t. de in a. bedoelde effecten : - wanneer ze worden uitgegeven door rechtspersonen die gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese economische ruimte en die houder zijn van de effecten waarop de certificaten betrekking hebben; - wanneer de uitgever van de certificaten alle rechten gebonden aan de effecten waarop ze betrekking hebben, met inbegrip van het stemrecht, uitoefent; - wanneer dit certificaat bepaalt dat zijn titularis elk product of inkomen gebonden aan de effecten onderworpen aan de certificering van de uitgever van de effecten kan eisen ». 2. Er wordt een § 4 ingevoegd, luidend als volgt : « § 4.Onder "schuldvorderingen" wordt verstaan elk geldlening al dan niet in de vorm van effecten, gegeven door de schenker aan de vennootschap waarvan hij aandelen of deelbewijzen bezit, wanneer deze lening rechtstreeks is gebonden aan de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, van het vrij beroep of van het ambt of post uitgeoefend ofwel door de vennootschap zelf in het geval van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel door de vennootschap zelf en haar dochtervennootschappen en in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., tweede streepje.

De bovenvermelde schuldvorderingen worden nochtans uitgesloten voor zover het totale nominale bedrag van de schuldvorderingen hoger is dan het deel van het sociaal kapitaal dat werkelijk vrijgemaakt wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de schenker op de datum van de authentieke akte van schenking. De andere winsten dan de verdeelde en als dusdanig belaste winsten die in het kapitaal worden ingelijfd, worden niet beschouwd als vrijgemaakt kapitaal. ».

Art. 30.Artikel 140ter van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, waarvan de actuele tekst paragraaf 1 vormt, wordt gewijzigd als volgt : 1. in 2° - eerste streepje wordt littera a.vervangen als volgt : « a. dat de schenking betrekking heeft op een zakelijk recht op een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend;"; - wordt een derde streepje toegevoegd, luidend als volgt : « - indien de toepassing van het verminderde tarief bedoeld in artikel 140bis, § 2, 1° wordt aangevraagd : a. moet de begiftigde een aangifte overleggen dat getekend is door een notaris, een bedrijfsrevisor of een accoutant en waaruit blijkt dat de overgedragen onderneming de voorwaarden van artikel 140bis, § 2, 1°, b.en c. vervult; b. moet de akte of een door de schenker en de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte de in artikel 140bis, § 2, 1°, a.bedoelde band tussen de schenker en de begiftigde bovendien uitdrukkelijk vermelden; Benevens het ontdoken recht zijn de schenker en begiftigde een ondeelbare boete, gelijk aan dat recht verschuldigd bij een onjuiste opgave van deze band ». 2. in 3°, - wordt het eerste streepje vervangen als volgt : « - moet de begiftigde een door een notaris, een bedrijfsrevisor of een accountant ondertekend attest afleveren dat bevestigt dat : a.de schenking betrekking heeft op een geheel van aandelen of deelbewijzen, dat minstens 10 pct. Van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt; b. indien de toepassing van het verminderde tarief bedoeld in artikel 140bis, § 2, 1° wordt aangevraagd, de overgedragen onderneming de voorwaarden van artikel 140bis, § 2, 1°, b.en c. vervult; c. wanneer de in artikel 140bis, § 1, 2°, bedoelde aandelen en deelbewijzen certificaten zijn die betrekking hebben op aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en deelbewijzen van de onderneming waarvoor het in artikel 140bis bedoelde voordeel wordt aangevraagd, deze certificaten de in artikel 140bis, § 3, b.bedoelde voorwaarden vervullen;"; - tweede streepje worden de woorden "waarvan de modaliteiten door de Koning worden vastgesteld" vervangen door de woorden "en die de volgende voorwaarden vervult : - de aandeelhouderschapsovereenkomst moet voor minstens vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking gesloten worden; - de ondertekenaars van de aandeelhouderschapsovereenkomst moeten er zich toe verbinden gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking de directiezetel van de vennootschap in een Staat die geen lid is van de Europese Unie, niet over te dragen; - ze moeten er zich toe verbinden gedurende vijf jaar te rekenen van de akte van schenking minstens de helft van de stemrechten in de algemene vergadering te vertegenwoordigen; - derde streepje, a. worden de woorden "de volle eigendom van de" vervangen door de woorden "het zakelijk recht waarvan hij houder is op"; - derde streepje, wordt in plaats van b. die nieuw punt c. wordt, een nieuw punt b. ingevoegd, luidend als volgt : « b. in geval van toepassing van het verminderde tarief van 0 % bedoeld in artikel 140bis, § 2, 1°, dat de begiftigde zich er toe verbindt een activiteit gedurende en ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking wordt voortgezet ofwel door de vennootschap zelf in geval van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a. eerste streepje, ofwel door de vennootschap zelf of haar dochtvennootschappen in geval van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a. tweede streepje;"; - derde streepje, nieuw c. worden de woorden "de volle eigendom van de geschonken aandelen of deelbewijzen" vervangen door de woorden "het zakelijk recht op de geschonken aandelen of deelbewijzen of een activiteit"; - wordt een vierde streepje ingevoegd, luidend als volgt : « de akte of een door de schenker en de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte moet uitdrukkelijk vermelden dat : a. de schenking betrekking heeft op een zakelijk recht op aandelen of deelbewijzen : - van een vennootschap die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep of een last of post uitoefent; - van een vennootschap bedoeld in artikel 16 van het Wetboek der vennootschappen waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent; b. indien de schenking schuldvorderingen omvat : - het nominale bedrag van deze schulvorderingen; - het feit dat deze schuldvorderingen een rechtstreekse band hebben met de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, het vrij beroep, het ambt of de post, uitgeoefend ofwel door de vennootschap zelf in geval van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel door de vennootschap zelf en door haar dochtervennootschappen in geval van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a., tweede streepje; - het bedrag van het sociaal kapitaal dat werkelijk vrijgemaakt wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de schenker op de datum van de authentieke akte van schenking; a. indien de toepassing van het verminderde tarief bedoeld in artikel 140bis, § 2, 1°, wordt aangevraagd, de in artikel 140bis, § 2, 1°, a. bedoelde band tussen de schenker en de begiftigde; benevens het ontdoken recht zijn de schenker en begiftigde een ondeelbare boete, gelijk aan dat recht verschuldigd bij een onjuiste opgave van deze band;".

Art. 31.Artikel 140quinquies van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 wordt gewijzigd als volgt : A. in b., - worden de woorden "zijn zakelijk recht op" ingevoegd tussen de woorden "de goederen" en de woorden "die dienen"; - worden de woorden "ambachts- of landbouwactiviteit" vervangen door de woorden "ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit";

B. in c worden de woorden "zijn zakelijk recht op" ingevoegd tussen de woorden de aandelen of deelbewijzen en de woorden "geheel of gedeeltelijk".

Art. 32.In artikel 140sexies van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden "of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen behouden moet blijven" vervangen door de woorden "of het zakelijk recht op de aandelen of deelbewijzen behouden moet blijven".

Art. 33.Artikel 140septies van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, wordt gewijzigd als volgt : A. de woorden "de volle eigendom van " worden vervangen door de woorden "het zakelijk recht op";

B. de woorden "de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen moet behouden blijven" worden vervangen door de woorden "het zakelijk recht op de aandelen of deelbewijzen moet behouden blijven". Afdeling 2. - Onroerende voorheffing op het materiaal en het

gereedschap

Art. 34.Artikel 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, alsmede bij de decreten van 6 december 2001, 22 oktober 2003 en 18 december 2003 wordt gewijzigd als volgt : 1. er wordt een punt 3bis ingevoegd, luidend als volgt : « 3°bis.Nieuwe investeringen van materiaal en gereedschap bedoeld in artikel 471, § 3, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht vanaf 1 januari 2005, volgens het volgende verschil : a. als deze nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap verkregen worden of in nieuwe staat tot stand worden gebracht op een kadastraal perceel dat op 31 december 2004 geen materiaal en gereedschap bevatte, wordt het op 1 januari 2005 bepaalde kadastraal inkomen volledig vrijgesteld van dit materiaal en gereedschap en dit overeenkomstig de artikelen 483 en 484;b. als deze nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap verkregen worden of in nieuwe staat tot stand worden gebracht op een kadastraal perceel dat op 31 december 2004 reeds materiaal en gereedschap bevatte, wordt de na 1 januari 2005 toegepaste verhoging van het kadastraal inkomen betreffende het materiaal en het gereedschap van dit perceel overeenkomstig de artikelen 483 en 484 vrijgesteld ten opzichte van het kadastraal inkomen betreffende het materiaal en het gereedschap van dit perceel op 1 januari 2005. In geval van verandering van belastingplichtige van de onroerende voorheffing voor het materiaal en het gereedschap van dit perceel vanaf 1 januari 2005 wordt het kadastraal inkomen van het materiaal en van het gereedschap van dit perceel op 1 januari 2005 verminderd met het kadastraal inkomen van het materiaal en het gereedschap dat op 31 december 2004 bestond, wanneer dit materiaal en gereedschap sindsdien volledig buiten gebruik is gesteld met het oog op een herbestemming van het perceel ». in 4° worden de woorden "na aftrek van het overeenkomstig 3°bis vrijgesteld kadastraal inkomen" ingevoegd tussen de woorden "overeenkomstig de artikelen 483 en 484" en de woorden "niet hoger is". HOOFDSTUK IV. - De oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden

Art. 35.Artikel 5 van het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 5.De Regering wordt ertoe gemachtigd de heffingen voor het gebruik van de luchthavens of vliegvelden vast te stellen en te innen onder de door haar vastgestelde voorwaarden.

Indien de Regering gebruik maakt van de in artikel 2 bedoelde concessie, bepaalt de concessiehouder het bedrag van de heffingen voor het gebruik van de luchthavens of vliegvelden waarvaan de uitbating hem door de Regering werd toevertrouwd conform de richtlijnen opgenomen in de concessieovereenkomst. De concessieovereenkomst bepaalt ook de manier waarop de heffingen worden bekendgemaakt.

Een reguleringscomité wordt opgericht waarvan de samenstelling en de werkingsregels worden bepaald door de Regering. Dit comité geeft een voorafgaandelijk advies i.v.m. de heffingen betreffende de luchthavens en de vliegvelden als deze door de concessiehouder worden bepaald.

Dit advies wordt aan de Regering en aan de concessiehouder overgemaakt ».

Art. 36.De besluiten van 9 april 1998 tot vaststelling van de bijdragen voor het gebruik van de vliegvelden die onder het Waalse Gewest ressorteren en van 16 juli 1998 tot vaststelling van de heffingen voor het gebruik van de luchthavens die onder het Waalse Gewest ressorteren blijven van toepassing op elk betrokken vliegveld of luchthaven tot de bekendmaking van de eerste heffingen overeenkomstig lid 2 van artikel 5 van het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden. HOOFDSTUK IVbis. - Het openbaar domaniaal zijn van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden

Art. 37.Dit besluit regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Art. 38.Een artikel 4bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd in het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden : «

Art. 4bis.- § 1. Het Waals gewest en, desgevallend, de publiekrechtelijke rechtspersoon die van het Gewest afhangt en bevoegd is voor de financiering van de luchthaveninfrastructuur als eigenaar van de gronden, infrastructuur of gebouwen die onder het openbaar domein ressorteren van de luchthavens en vliegvelden, kunnen hiervoor zakelijke rechten verlenen om de financiering van de luchthaveninfrastructuur te vergemakkelijken of voor de uitbating van de luchthavens of vliegvelden.

Deze zakelijke rechten doen geen afbreuk aan de exclusieve rechten verleend door het Gewest in het kader van de concessies bedoeld in artikel 2. § 2. De vennootschappen die de uitbating van de luchthavens of vliegvelden in concessie gekregen hebben, kunnen op hun beurt de hen toevertrouwde zakelijke rechten geheel of gedeeltelijk verlenen of afstaan. § 3. De krachtens dit artikel gestelde rechten mogen de duur van de overeenkomstig artikel 2 toegekende concessie of concessies niet overschrijden en worden hiermee beëindigd ». HOOFDSTUK V. - Het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, het decreet van 1 april 2004 betreffende de sanering van verontreinigde bodems en te herontwikkelen bedrijfsruimten, het decreet van 11 maart 2004, het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid, het Milieuwetboek, het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de Huisvestingscode Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van het Waalse Wetboek van

Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium

Art. 39.Artikel 2 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium wordt aangevuld als volgt : « Het rapport bedoeld in het eerste lid bevat de opvolging van de aanzienlijke milieueffecten van de tenuitvoerlegging van de ruimtelijke plannen en de plannen van aanleg die aan een milieuevaluatie onderworpen zijn.

Het rapport maakt het voorwerp uit van een jaarlijkse voor het publiek toegankelijke publicatie. ».

Art. 40.Artikel 3 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen door de volgende tekst : «

Art. 3.De Regering, voor het deel van het grondgebied waartoe de gemeente behoort, wijst ambtenaren van het Directoraat-Generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium van het Ministerie van het Waalse Gewest aan om de in dit Wetboek bedoelde opdrachten te vervullen. Deze ambtenaren worden hierna "gemachtigde ambtenaren" genoemd ».

Art. 41.De titel van hoofdstuk III van titel I van boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK III. - Informatie, openbaarmaking, openbaar onderzoek en terinzagelegging ».

Art. 42.Artikel 4 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : «

Art. 4.Volgende regels zijn van toepassing op de informatie, openbaarmaking, openbaar onderzoek en terinzagelegging : 1° tenzij anders bepaald, duurt het openbaar onderzoek vijftien dagen als het gaat om een vergunning of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag;het bedraagt dertig dagen als het gaat om een gemeentelijk structuurplan of een gemeentelijk plan van aanleg, en vijfenveertig dagen als het gaat om het ontwikkelingsplan van de gewestelijke ruimte of het gewestplan; 2° de voorgeschreven termijn voor een openbaar onderzoek of voor de raadpleging van de diensten en commissies bedoeld in dit Wetboek wordt opgeschort tussen 16 juli en 15 augustus;3° tenzij anders bepaald, duurt de raadpleging van de diensten en commissies dertig dagen;na afloop van die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn; De Regering kan de gevallen bepalen die de raadpleging van diensten en commissies verplichtend maken; 4° tijdens het openbaar onderzoek liggen de dossiers ter inzage in het gemeentehuis op werkdagen en één keer in de week tot 20 uur, of op zaterdagmorgen, of na afspraak;5° technische uitleg kan door elke belanghebbende derde verkregen worden;6° elke belanghebbende derde kan opmerkingen en bezwaren per schrijven indienen vóór de einddatum van het openbaar onderzoek of, desnoods, mondeling meedelen op de laatste dag van het onderzoek; 7° tenzij anders bepaald, als het gaat om een plan of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag wordt de openbare oproep gedaan zowel door aanplakking als d.m.v. een bericht op de pagina's voor plaatselijk nieuws van drie Frans- of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval; het bericht kan ook bekendgemaakt worden in gemeentelijke informatiebladen of in reclamekranten die gratis aan de bevolking worden uitgedeeld; 8° minstens één vergadering toegankelijk voor het publiek vindt plaats tijdens het openbaar onderzoek volgens de modaliteiten vastgelegd door de Regering of de gemeente;9° de besluiten worden door aanplakking bekendgemaakt. De Regering of de gemeente mag over elke andere vorm van informatie, bekendmaking of raadpleging beslissen.

De opschorting van de voorgeschreven termijn overeenkomstig het eerste lid, 2° wordt uitgebreid tot de termijnen inzake raadpleging, aanneming, goedkeuring, beslissing en aanhangigmaking bedoeld in dit Wetboek.

Als de gemeente niet gestart is met de voorgeschreven maatregelen inzake bekendmaking, worden zij overgenomen door de provinciegouverneur op uitnodiging van de Regering of de gemachtigde ambtenaar ».

Art. 43.Artikel 6 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt : « De gewestelijke commissie wordt door de Regering geraadpleegd voor elk ontwerp van decreet of besluit van algemene draagwijdte die onder Ruimtelijke Ordening of Stedenbouw ressorteert ».

Art. 44.Het eerste lid van artikel 8 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Op straffe van nietigheid moet elke zending met vaste dagtekening van de verzending en de ontvangst van de akte gebeuren, welke uitreikingsdienst er ook gebruikt wordt.

De Regering kan een lijst opstellen van de verzendingsprocédés die zij aanvaardt om een vaste dagtekening van de verzending en de ontvangst te verzekeren ».

Art. 45.In artikel 12, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, worden de woorden "of van een gemeentelijk programma bedoeld in artikel 33" opgeheven.

Onder 2° van hetzelfde lid, worden de woorden "voor een effectenonderzoek i.v.m. » vervangen door "voor een milieueffectenrapport i.v.m. ».

Punt 6° in hetzelfde lid wordt vervangen als volgt : « 6° voor de jaarlijkse indienstneming, op verzoek van een gemeente of verschillende aangrenzende gemeenten of vereniging van gemeenten, van één of verschillende adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en stedenbouw ».

In het derde lid van hetzelfde artikel, worden de woorden "en milieuzaken" opgeheven.

Art. 46.Artikel 13 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 13.- § 1. Het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan biedt inrichtings- en duurzame ontwikkelingsmogelijkheden voor het hele grondgebied van het Waalse Gewest ». § 2. Het plan bevat : 1° de evaluatie van de sociale, economische, patrimoniale en milieubehoeften, alsmede een analyse van de eisen en mogelijkheden van het grondgebied van het Waalse Gewest;2° de algemene doelstellingen inzake harmonisatie van de activiteiten, mobiliteit, zuinig bodembeheer, instandhouding en uitbreiding van het patrimonium met het oog op de duurzame ontwikkeling, zoals bedoeld in het decreet van 21 april 1994 betreffende de milieuplanning in het kader van de duurzame ontwikkeling;3° de te nemen opties en te bereiken sectorale doelstellingen, met name inzake mobiliteit, uitrustingen en infrastructuren van supraregionaal of regionaal belang;4° een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, evenals diens verband met andere relevante plannen en programma's;5° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals diens vermoedelijke evolutie indien het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan niet ten uitvoer wordt gebracht;6° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;7° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieu-effecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;8° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;9° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;10° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de opgetreden problemen;11° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan;12° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. § 3. Het plan kan ook de volgende gegevens bevatten : 1. de afbakening van gebieden voor ruimtelijke ordening;2. de aan te wenden middelen ».

Art. 47.Artikel 14 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen door volgende tekst : «

Art. 14.- § 1. Het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan wordt op initiatief van de Regering opgemaakt.

De gewestelijke commissie en de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" (Waalse Raad voor het Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling) worden op de hoogte gebracht van de voorafgaande studies en kunnen voorstellen doen telkens als ze het nodig achten. § 2. De Regering neemt het ontwerp-plan voorlopig aan, onderwerpt het aan een openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 4 en legt het voor aan de gewestelijke commissie, de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en aan de personen en instanties waarvan zij het advies nuttig acht.

Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente, door een bericht in ten minste drie dagbladen die in het Waalse Gewest worden verspreid, waarvan één in het Duits, door een bericht dat drie keer wordt uitgezonden door de R.T.B.F. en door het Belgische Radio- en Televisiecentrum voor uitzendingen in de Duitse taal.

Kort na de aankondiging van het openbaar onderzoek organiseert de Regering een informatievergadering in de hoofdplaats van elk arrondissement en op de zetel van de Duitstalige Gemeenschap. § 3. De gemeenteraden, de gewestelijke commissie, de "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable" alsmede de in paragraaf 2 bedoelde personen en instanties brengen advies uit aan de Regering binnen vijfenveertig dagen na de einddatum van het openbaar onderzoek; bij gebrek worden de adviezen geacht gunstig te zijn. § 4. De Regering neemt het plan definitief aan. Bovendien wordt door de Regering een milieuverklaring overlegd die een samenvatting weergeeft van de manier waarop de milieubeschouwingen werden opgenomen in het plan en waarop de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht overeenkomstig de paragrafen 2 en 3 in beschouwing werden genomen Het besluit van de Regering en de milieuverklaring worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Afschriften van het plan worden binnen tien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad naar de gemeenten, de gewestelijke commissie en de Waalse Raad voor het Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling gestuurd ».

Art. 48.Artikel 16 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door volgende tekst : «

Art. 16.Het gemeentelijk structuurplan is een richtinggevend, evaluatie-, beheers- en programmeringsdocument voor de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijke grondgebied in zijn geheel.

Het bevat de volgende gegevens : 1° de volgens de vastgestelde prioriteiten beoogde inrichting, alsmede de in kaart gebrachte maatregelen die daarmee gepaard gaan;2° de vestiging van uitrustingen en infrastructuren;3° de algemene richtlijnen voor de harmonisatie en de integratie van de verkeersstromen;4° de regels voor de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen;5° een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van gemeentelijk structuurplan, evenals diens verband met andere relevante plannen en programma's;6° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals diens vermoedelijke evolutie indien het gemeentelijk structuurplan niet ten uitvoer wordt gebracht;7° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;8° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;9° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;10° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;11° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de opgetreden problemen;12° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk structuurplan;13° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. Het gemeentelijke structuurplan kan meer bepaald gegrond worden op nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages en, in het bijzonder, tijdens de aanneming van een gewestplan of een gemeentelijk inrichtingsplan.

De Regering kan de inhoud van het dossier i.v.m. het plan bepalen ».

Art. 49.Artikel 17 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen door volgende tekst : «

Art. 17.§ 1. Het gemeentelijk structuurplan wordt op initiatief van de gemeenteraad opgemaakt na een analyse van de feitelijke en rechtstoestand. De gemeenteraad kiest onder de krachtens artikel 11 erkende personen de privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen die het ontwerp-plan moeten opmaken.

De gemeentelijke commissie en de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" worden op de hoogte gebracht van voorafgaande studies en kunnen voorstellen doen telkens als ze het nodig achten.

De gemeenteraad neemt het ontwerp-plan voorlopig aan. § 2. Het College van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp-plan aan een openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 4.

Tegelijkertijd onderwerpt het College van burgemeester en schepenen het ontwerp-plan aan het advies van de gemachtigde ambtenaar. Het advies wordt toegezonden binnen dertig dagen na het verzoek van het College van burgemeester en schepenen; bij gebreke hiervan wordt het geacht gunstig te zijn. § 3. Het ontwerp-plan wordt, evenals de bezwaren en opmerkingen, vervolgens onderworpen aan het advies van de gemeentelijke commissie en aan de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable". Het advies moet worden toegezonden binnen vijfenveertig dagen na het verzoek van het College van burgemeester en schepenen; bij gebreke hiervan wordt het geacht gunstig te zijn. § 4. De gemeenteraad neemt het plan definitief aan, samen met een milieuverklaring waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen in het plan zijn opgenomen en hoe de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht in toepassing van de paragrafen 2 en 3 in overweging zijn genomen. De gemeenteraad richt het plan samen met het dossier aan de Regering.Laatstgenoemde kan de beslissing van de gemeenteraad vernietigen bij gemotiveerd besluit dat binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het volledige dossier toegezonden dient te worden.

Het plan, evenals de milieuverklaring of, in voorkomend geval, de beslissing van de gemeenteraad, liggen voor een ieder ter inzage op het gemeentehuis. Het publiek wordt hierover ingelicht op de wijze bepaald bij artikel 112 van de nieuwe gemeentewet.

Het plan en de milieuverklaring worden aan de gemeentelijke commissie, de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en, in voorkomend geval, aan de geraadpleegde personen en instanties overgemaakt. ».

Art. 50.In artikel 23, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, worden na de woorden "het bestaande en het geplande tracé" de woorden "of de oppervlakte voor reservatie die daarvoor in de plaats staat" ingevoegd.

In hetzelfde lid wordt een 3° ingevoegd luidend als volgt : « 3° de oppervlakten ter bescherming van ondergrondse netwerken voor het vervoer van vloei- en brandstoffen waar uitsluitend handelingen en werken van openbaar nut of die betrekking hebben op netwerken worden toegelaten; de Regering kan de kenmerken van deze oppervlakten bepalen en aan welke voorwaarden de handelingen en werken moeten voldoen ».

Punt 2° van het tweede lid van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : « 2° bijkomende voorschriften van stedenbouwkundige of planologische aard die o.a. kunnen gegrond zijn op de volgende gegevens : a. een samenvattende studie van de dwangmatigheden en de potentialiteiten;b. de omschrijving van de algemene doelstellingen van de ontsluiting van het gebied;c. de omschrijving van de opties inzake aanleg van het gebied voor elkeen der volgende aspecten : - de integratie in het leefmilieu en in diens menselijke kenmerken; - de mobiliteit van de goederen en de personen; - de uitrustingen en de technische netten, meer bepaald ten opzichte van de geologie, de hydrogeologie en de orohydrologie; - de stedenbouw en de architectuur; - het landschap. d. maatregelen met betrekking tot de bevordering van hernieuwbare energie en het eventuele programma voor de geleidelijke bezetting van het gebied".

Art. 51.In artikel 25 van hetzelfde Wetboek wordt punt 8° van het tweede lid opgeheven.

Punt 9° van hetzelfde lid wordt punt 8°.

In hetzelfde artikel wordt een vierde lid ingevoegd luidend als volgt : « Het gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg moet elke bestemming bedoeld in het tweede en derde lid krijgen, met uitzondering van de bedrijfsruimte met een industrieel karakter en het ontginningsgebied ».

Art. 52.Artikel 31bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2002, wordt opgeheven.

Art. 53.Het derde lid van artikel 32 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt opgeheven.

Art. 54.Artikel 33 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen als volgt : «

Art. 33.§ 1. De bestemming van het gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg wordt bepaald in functie van de ligging, de buurt, de nabijheid van bevoorrechte initiatiefgebieden bedoeld in artikel 174 en woonkernen bedoeld in de Huisvestingscode, de prestatie van de communicatie en distributienetwerken, de kosten die de verstedelijking op korte, middellange en lange termijn met zich meebrengen, alsook de behoeften van de gemeente en de bestemming van het geheel of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg, en dat zich bevindt op het betrokken gemeentelijk grondgebied en op de aangrenzende gemeentelijke grondgebieden, indien het bestaat. § 2. Als de tenuitvoerlegging van een gebied of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg, betrekking heeft op één of meerdere bestemmingen bedoeld in artikel 25, tweede lid, wordt zij onderworpen aan de goedkeuring door de gemeenteraad van een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag dat het volgende bevat : a. de inrichtingsopties inzake infrastructuur en technische netwerken, landschap, stedenbouwkunde, architectuur en groengebieden;b. de evaluatie van de vermoedelijke effecten van de uitvoering van het gebied of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de mens en zijn activiteiten, de fauna, de flora, de bodem, de ondergrond, het water, de lucht, het klimaat en de landschappen, het cultureel patrimonium alsmede de wisselwerking tussen deze factoren, een analyse van de maatregelen die genomen moeten worden om de negatieve effecten te voorkomen of te beperken, de mogelijke alternatieven en hun rechtvaardiging, alsmede de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag;c. een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages.

Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag is een oriënteringsdocument dat de opties inzake aanleg en duurzame ontwikkeling tot uiting brengt voor het geheel of voor een deel van het gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg.

De Regering kan het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag bepalen. § 3. Het College van burgemeester en schepenen onderwerpt het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag aan een openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 4 en aan het advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, aan de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen. § 4. De gemeenteraad neemt het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag aan, samen met een milieuverklaring waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen in het verslag zijn opgenomen en hoe de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht in toepassing van paragraaf 3 in overweging zijn genomen.

De gemeenteraad richt het plan samen met het dossier aan de gemachtigde ambtenaar. Binnen dertig dagen na ontvangst van het verslag richt de gemachtigde ambtenaar het dossier aan de Regering. De Regering verifieert of het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag conform is aan de bepalingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2. De Regering kan, desgevallend, de beslissing van de gemeenteraad vernietigen bij gemotiveerd besluit dat binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het volledige dossier door de gemachtigde ambtenaar toegezonden dient te worden. Na afloop van die termijn wordt het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag geacht goedgekeurd te zijn.

Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag, evenals de milieuverklaring liggen voor een ieder ter inzage op het gemeentehuis. Het publiek wordt hierover ingelicht op de wijze bepaald bij artikel 112 van de nieuwe gemeentewet.

Het verslag en de milieuverklaring worden aan de gemeentelijke commissie, of, bij ontstentenis, aan de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en aan de geraadpleegde personen en instanties overgemaakt. § 5. De artikelen 110 à 112 zijn van toepassing op elk gebied of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg overeenkomstig de paragrafen 2, 3 en 4 en waarvan de tenuitvoerlegging nog niet bepaald werd overeenkomstig dezelfde paragrafen of wanneer het gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg één of meerdere bestemmingen bestrijkt bedoeld in artikel 25, derde lid. § 6. Periodiek dient het college van burgemeester en schepenen bij de gemeenteraad een verslag in over de opvolging van de significante milieu-impact van de tenuitvoerlegging van de gebieden of delen van gebieden waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg.

Het publiek wordt daarover ingelicht volgens de regels bepaald bij artikel 112 van de gemeentewet. § 7. De bepalingen met betrekking tot het opstellen van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag zijn van toepassing op zijn herziening ».

Art. 55.Artikel 34 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen door volgende tekst : «

Art. 34.De gebieden met een industrieel karakter, waarvan de bestemming nog niet vaststaat, zijn bestemd voor de activiteiten bedoeld in artikel 30 en artikel 31, met uitzondering van de agro-economische buurtactiviteiten en de groothandelsdistributie.

Bedoeld gebied bevat een afzonderingsoppervlakte of -marge.

De exploitant of het bewakingspersoneel mogen er gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist.

De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie.

De inrichting van een gebied met een industrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat, wordt bepaald in functie van de ligging van het gebied, de buurt, de kosten en behoeften van de betrokken regio, de bestaande vervoerinfrastructuren, met het oog op het ontwikkelen van de multimodale mogelijkheden, alsmede de synergieën met aangrenzende gebieden ».

Art. 56.In het vierde lid van artikel 35 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en kleine schuilplaatsen voor dieren" ingevoegd na het woord "Vissershutten".

Art. 57.In het derde lid van artikel 39 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "De Regering maakt de lijst op" vervangen door de woorden "De Regering mag de lijst opmaken".

Art. 58.Artikel 39bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt opgeheven.

Art. 59.In artikel 46, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt punt 3° vervangen als volgt : « 3° de opneming van een nieuw bebouwingsgebied wordt gecompenseerd door een gelijkwaardige wijziging van een bestaande bebouwingsgebied in een niet-bebouwingsgebied of door een alternatieve compensatie bepaald door de Regering".

Punt 4° van hetzelfde lid wordt opgeheven.

Art. 60.Artikel 50 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen door volgende tekst : «

Art. 50.§ 1. De gemeenteraad kiest onder de krachtens artikel 11 erkende personen een privaat- of publiekrechtelijk natuurlijke of rechtspersoon die het voorontwerp van het gemeentelijk plan zal opmaken. § 2. De gemeenteraad beslist over de opstelling van een gemeentelijk plan van aanleg en neemt het voorontwerp ervan aan, dat vastgesteld is op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand meer bepaald van de beschermingsomtrekken bedoeld in dit Wetboek of andere wetgevingen.

De gemeenteraad stelt een milieueffectenstudie op waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de inhoud bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de inhoud, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van plan, evenals diens verband met andere relevante plannen of programma's;2° de verantwoording van het voorontwerp van plan tegenover artikel 1, § 1;3° de menselijke en milieukenmerken van het betrokken grondgebied en van diens mogelijkheden, evenals de vermoedelijke ontwikkeling van de milieutoestand indien het plan niet ten uitvoer wordt gebracht;4° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;5° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gemeentelijk plan van aanleg die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;6° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien het voorontwerp van het plan in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;7° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;8° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;9° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;10° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 8° en 9° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;11° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan al naar gelang van de punten 1° tot en met 10°;12° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de voorgekomen problemen;13° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk plan van aanleg;14° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. De gemeenteraad legt het ontwerp van de inhoud van het milieueffectenverslag, evenals het voorontwerp van het plan, ter advies voor aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, aan de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable", aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals, indien in het voorontwerp van plan gebieden vermeld zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien hij in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of infrastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte inhoud van de studie.

Indien de gemeenteraad, rekening houdend met de kenmerken van de ontwerpen of activiteiten waarvan de opstelling of de herziening het kader vormen en rekening houdend met de effecten en met de gebieden die getroffen zouden kunnen worden, uitmaakt dat het herziene vooropgestelde gemeentelijk plan van aanleg geen niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het milieu, of het gebruik van een kleine zone op plaatselijk vlak bepaalt, beslist de gemeenteraad na advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, van de gewestelijke commissie en van de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" dat over het plan geen milieueffectenverslag moet worden opgesteld.

Het vooropgestelde gemeentelijk plan van aanleg in de oppervlakte waarvan er zich een gebied bevindt dat aangewezen is overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG of die de verwezenlijking van een aan een milieueffectenstudie onderworpen ontwerp beoogt mogelijk te maken of nog die betrekking heeft op gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of die in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, wordt geacht niet te verwaarlozen effecten te hebben op het milieu.

De milieueffectenstudie kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages. § 3. Het college van burgemeester en schepenen licht de gemeentelijke commissie, indien deze bestaat, geregeld in over de ontwikkeling van de voorafgaande studies en deelt de resultaten aan laatstgenoemde mede. De gemeentelijke commissie kan te allen tijde de opmerkingen of voorstellen die zij nuttig acht, uitbrengen ».

Art. 61.Artikel 51 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen door volgende tekst : «

Art. 51.§ 1. Op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand en na advies van de gemachtigde ambtenaar keurt de gemeenteraad het ontwerp van het gemeentelijk plan van aanleg voorlopig goed, samen met, in voorkomend geval, het milieueffectenverslag en belast er het college van burgemeester en schepenen mee bedoeld ontwerp aan een openbaar onderzoek te onderwerpen overeenkomstig artikel 4.

Desnoods bepaalt de gemeenteraad dat het gemeentelijk ontwerp-plan mag afwijken van het gewestplan en vermeldt hij de punten waarvoor het ontwerp van de voorschriften van het gewestplan afwijkt. § 2. Indien de inrichting die in het ontwerp-plan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met het milieueffectenverslag bedoeld in paragraaf 1 en de eventuele informaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo.

De Regering bepaalt : 1° welke de instanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de invloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld in paragraaf 3 van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld onder het eerste lid. § 3. Het dossier bevattende het ontwerp-plan wordt met het verslag bedoeld in paragraaf 1, de bezwaren, opmerkingen, notulen en adviezen binnen acht dagen na afloop van het openbaar onderzoek door het college van burgemeester en schepenen ter advies aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, de gewestelijke commissie en aan de " Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable " voorgelegd, evenals aan de andere personen en instanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu indien bedoelde personen, instanties en bestuur zijn geraadpleegd in toepassing van artikel 50, § 2, tweede lid.

De adviezen wordt binnen zestig dagen na het verzoek van het college van burgemeester en schepenen overgemaakt; bij ontstentenis worden ze geacht gunstig te zijn. § 4. Binnen de daarop volgende vijfenveertig dagen neemt de gemeenteraad kennis van het volledige dossier. Hij kan ofwel het gemeentelijk plan definitief aannemen ofwel beslissen het te wijzigen.

In het laatste geval wordt, behalve indien de besloten wijziging van gering belang is, overgegaan tot een nieuw openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 4.

Daarnaast legt de gemeenteraad een milieuverklaring af waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen in het plan zijn opgenomen en hoe het verslag bedoeld in paragraaf 1, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht in toepassing van de paragrafen 2 en 3 van dit artikel in overweging zijn genomen, evenals samenvattend melding wordt gemaakt van de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere in acht genomen redelijke oplossingen.

Indien het gemeentelijk plan van aanleg niet aan een milieueffectenverslag wordt onderworpen, wordt de beslissing bedoeld in artikel 50, § 2, derde lid, en diens motivering in de milieuverklaring opgenomen ».

Art. 62.In artikel 54 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het decreet van 18 juli 2002 : 1. punt 3° wordt geschrapt;2. punt 4° wordt vervangen als volgt : « 3° de herziening van een gemeentelijk plan dat afwijkt van het gewestplan »;3. punt 5° wordt geschrapt;4. punt 6° wordt punt 4°;5. punt 7° wordt punt 5°.

Art. 63.In artikel 56, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en, onder de personen erkend krachtens dit Wetboek en de wetgeving op de milieueffectenevaluatie, degenen die in voorkomend geval het in artikel 50, § 2, bedoelde effectenonderzoek zullen uitvoeren" vervangen door de woorden "en hij voert het milieueffectenverslag bedoeld in artikel 50, § 2, uit".

Art. 64.In artikel 57bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het decreet van 18 juli 2002, worden na de woorden "de gemeentelijke plannen van aanleg" de woorden "die het voorwerp hebben uitgemaakt van een voorafgaandelijk milieueffectenverslag" ingevoegd.

Art. 65.In artikel 58, van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid vervangen door volgende tekst : « De onroerende goederen die nodig zijn voor de uitvoering of de tenuitvoerlegging van de voorschriften van de gewestplannen, de gemeentelijke plannen van aanleg of de gebieden waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg kunnen verworven worden door onteigening ten algemenen nutte ».

In artikel 58, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden tussen de woorden "de autonome gemeentebedrijven" en de woorden "en de openbare inrichtingen" de woorden ", de intercommunales die ruimtelijke ordening of huisvesting tot maatschappelijk doel hebben" ingevoegd.

Art. 66.In artikel 84, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002 : 1. punt 5°bis wordt punt 6°;2. punt 6° wordt punt 7°;3. punt 7° wordt punt 8°;4. punt 8°wordt vervangen als volgt : « 9 a.bebossen of ontbossen; er is evenwel geen vergunning nodig voor de bosbouw in bosgebieden; 9° b.de kerstbomenteelt ».

In paragraaf 2 van hetzelfde artikel, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « De Regering bepaalt de lijst van de minder belangrijke handelingen en werken waarvoor niet moet worden voldaan aan de onderstaande vereisten : 1° een stedenbouwkundige vergunning;2° de medewerking van een architect;3° het voorafgaandelijk advies van de gemachtigde ambtenaar;4° een stedenbouwkundige vergunning en de eis om een voorafgaandelijke stedenbouwkundige verklaring per zending op te sturen naar het college van burgemeester en schepenen waarvan de modaliteiten en inhoud door de Regering worden vastgelegd ».

Art. 67.In artikel 85 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het decreet van 18 juli 2002, wordt paragraaf 3 geschrapt.

Art. 68.Artikel 88, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen door een 3° luidend als volgt : « 3° voor projecten betreffende tijdelijke of testinrichtingen in de zin van het decreet betreffende de milieuvergunning ».

Het derde lid van hetzelfde artikel wordt aangevuld met volgende tekst : « Het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar of de Regering kan de nodige waarborgen eisen inzake de uitvoering van de verplichting om de plaats in haar staat te herstellen".

Art. 69.In artikel 89, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt het tweede lid vervangen door volgende tekst : « Onder "verkavelen" wordt verstaan de verdeling van een goed in minstens twee onbebouwde percelen om minstens één van beide te verkopen, voor meer dan 9 jaar te verhuren, in erfpacht of in opstal te geven, met het oog op de bouw van een woning, de oprichting van een vaste of mobiele installatie die als woning kan worden gebruikt ».

Art. 70.In artikel 107, § 3, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "spreekt het college van burgemeester en schepenen zich na advies van de gemeentelijke commissie, indien deze bestaat, uit" vervangen door "kan het college van burgemeester en schepenen het advies van de gemeentelijke commissie vragen, indien deze bestaat".

Art. 71.Artikel 108, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen als volgt : « § 1. De gemachtigde ambtenaar gaat na of de procedure regelmatig is geweest en of de vergunning met redenen omkleed is en conform is : 1° met het gewestplan, als er noch een gemeentelijk plan van aanleg noch een verkavelingsvergunning bestaat;2° met het gemeentelijk structuurplan, het gemeentelijk plan, de verkavelingsvergunning of het stedenbouwkundig of leefmilieuverslag bedoeld in artikel 33;3° met een gewestelijk stedenbouwkundig reglement of met het gemeentelijk stedenbouwkundig reglement;4° met de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen en met de perceelsgewijze plannen die de Regering heeft goedgekeurd krachtens artikel 6 van bedoelde wet;5° met de toegestane afwijking in toepassing van de artikelen 110 tot en met 113. Bij ontstentenis wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen door de gemachtigde ambtenaar geschorst.

Binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt de schorsing door de ambtenaar per schrijven meegedeeld aan de aanvrager, het college van burgemeester en schepenen en de Regering. De gemachtigde ambtenaar bepaalt de aard van de onregelmatigheid in de procedure, het gebrek aan redenen, of de bepaling waarmee de vergunning niet conform is.

In zijn schrijven gericht aan het college van burgemeester en schepenen, nodigt de gemachtigde ambtenaar het college uit om zijn beslissing in te trekken.

Bij ontstentenis kan de Regering de schorsing opheffen of de vergunning nietig verklaren.

Binnen veertig dagen na ontvangst van de schorsing wordt de opheffing van de schorsing of de nietigverklaring van de vergunning door de Regering per schrijven meegedeeld aan de aanvrager, het college van burgemeester en schepenen en de gemachtigde ambtenaar.

Bij ontstentenis van mededeling binnen de voorziene termijn wordt de vergunning vernietigd. ».

In het eerste lid van paragraaf 2 van hetzelfde artikel wordt het woord "eveneens" geschrapt.

Art. 72.Artikel 110 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : «

Art. 110.Buiten de gebieden die daarvoor speciaal bestemd zijn, zijn openbare nutsvoorzieningen of gemeenschapsvoorzieningen toegelaten op voorwaarde dat hun vestiging de krachtlijnen van het landschap ofwel eerbiedigt ofwel structuur of eenheid verleent. »

Art. 73.In artikel 111 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002 worden de woorden "Gebouwen die niet beantwoorden aan de bestemming van een gebied" opgeheven.

In het eerste lid van hetzelfde artikel worden de woorden "de gebouwen of installaties in de zin van artikel 84, § 1, 1° die bestaan op het tijdstip waarop de vergunningsaanvraag" vervangen door de woorden "de bouwwerken, de installaties of de gebouwen die bestaan vóór inwerkingtreding van het gewestplan".

In het tweede lid van hetzelfde artikel worden de woorden "de gebouwen en installaties in de zin van artikel 84, § 1, 1° die bestaan op het tijdstip waarop de vergunningsaanvraag" vervangen door de woorden "de bouwwerken, de installaties of de gebouwen die bestaan vóór inwerkingtreding van het gewestplan".

In het derde lid van hetzelfde artikel worden de woorden "het gebouw zoals het is verbouwd, vergroot of heropgebouwd" vervangen door de woorden "het bouwwerk, de installatie of het gebouw zoals het is verbouwd, vergroot of heropgebouwd".

Art. 74.In artikel 112, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, worden tussen het woord "gebouwen" en de woorden "geïntegreerd zijn" de woorden ", al dan niet verbouwd, vergroot of heropgebouwd," ingevoegd.

Art. 75.In artikel 114, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "alsmede aan het advies van de gemeentelijke commissie, indien er één is, en dat ze het voorwerp uitmaakt van een gegrond voorstel van het College van burgemeester en schepenen" vervangen door de woorden" vervangen door de woorden "alsmede aan de terinzagelegging bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° ".

Het tweede lid van hetzelfde artikel wordt opgeheven.

Art. 76.In artikel 115, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, worden de woorden "ter post aangetekend" en "met ontvangstbewijs" geschrapt.

Art. 77.In artikel 116, § 1, eerste lid, van het Wetboek worden de woorden "ter post aangetekend" geschrapt.

In paragraaf 6, tweede lid, van hetzelfde artikel wordt het woord "onderwerpt" vervangen door de woorden "kan" en, na "bekendmakingsmaatregelen", "onderwerpen", "wint het advies in" wordt vervangen door "en aan het advies".

Dezelfde paragraaf wordt als volgt aangevuld : « Het college van burgemeester en schepenen licht er de aanvrager over in. »

Art. 78.In artikel 117, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij decreet van 18 juli 2002, worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven gelijktijdig naar de aanvrager en de gemachtigde ambtenaar verstuurd" vervangen door de woorden "per schrijven gelijktijdig aan de aanvrager en de gemachtigde ambtenaar medegedeeld".

In het derde lid van hetzelfde artikel worden de woorden "van het ontvangbewijs" vervangen door de woorden "van het schrijven".

Art. 79.In artikel 118, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, worden de woorden " bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "per schrijven".

In paragraaf 2, eerste lid, van hetzelfde artikel worden de woorden "verstuurt de gemachtigd ambtenaar zijn beslissing naar de aanvrager, bij ter post aangetekend schrijven" door de woorden "geeft de gemachtigd ambtenaar per schrijven kennis van zijn beslissing aan de aanvrager".

Leden twee, drie en vier van dezelfde paragraaf worden als volgt vervangen : « In voorkomend geval voert de gemachtigd ambtenaar via de gemeente de bijzondere bekendmakingsmaatregelen uit of kan hij het advies inwinnen van de gemeentelijke commissie, en in dat geval wordt de termijn bedoeld in het eerste lid met veertig dagen verlengd. ».

Art. 80.In artikel 119, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt het woord "aangetekend" geschrapt.

In paragraaf 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde artikel wordt het woord "aangetekende" geschrapt.

In het tweede lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "stelt de gemachtigde ambtenaar een beroep in bij de Regering" vervangen door de woorden "stuurt de gemachtigde een beroep per schrijven aan de Regering".

In het derde lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "Het beroep wordt gelijktijdig naar de aanvrager gestuurd" vervangen door de woorden "De beroepen worden gelijktijdig per schrijven naar de aanvrager gestuurd".

Art. 81.In artikel 120, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, worden in de officiële versie in het Frans de woorden "a lieu l'audience" vervangen door de woorden "a lieu l'audition".

Het vierde lid van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : « De Regering wint het advies in van de commissie en, in de veertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep, verzoekt de aanvrager, het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigd ambtenaar of hun vertegenwoordigers, evenals de commissie, om op de hoorzitting te verschijnen.

Binnen dezelfde termijn maakt de commissie haar advies over. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. ».

Het zesde lid van hetzelfde artikel wordt opgeheven.

Art. 82.In artikel 121, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "stuurt de Regering haar beslissing naar de aanvrager" vervangen door de woorden "geeft de Regering per schrijven kennis van haar beslissing aan de aanvrager".

In lid 2 van hetzelfde artikel wordt het woord "aangetekende" geschrapt.

In lid 3 van hetzelfde artikel worden de woorden "de aangetekende rappelbrief" vervangen door de woorden "de zending".

Art. 83.In artikel 122, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "een aangetekend beroep instellen" vervangen door de woorden "per schrijven een beroep instellen".

In het tweede lid van hetzelfde artikel worden de woorden "bezorgt de gemachtigde ambtenaar" vervangen door de woorden "bezorgt de gemachtigde ambtenaar per schrijven".

In hetzelfde artikel worden de woorden "nadat de gemachtigde ambtenaar het aangetekend beroep heeft ontvangen" vervangen door de woorden "nadat de gemachtigde ambtenaar per schrijven het beroep heeft ontvangen".

Art. 84.De leden twee, drie en vier van artikel 123 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, worden geschrapt.

Art. 85.Artikel 124 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002, wordt vervangen als volgt : «

Art. 124.De milieueffectenstudie met betrekking tot de vergunningsaanvraag kan geheel of gedeeltelijk gegevens en resultaten uit voorheen doorgevoerde milieuevaluaties bevatten. » .

Art. 86.In artikel 125 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de overlegvergadering" vervangen door de woorden "de vergadering waarbij de bevolking betrokken wordt".

Art. 87.In artikel 127, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002 en het decreet van 1 april 2004, wordt het nummer 4° ingevoegd bij het decreet van 1 april 2004 vervangen als volgt : « 4° wanneer ze betrekking heeft op handelingen en werken gelegen in het gebied bedoeld in artikel 28 ".

Hetzelfde lid wordt aangevuld als volgt : « 5° wanneer ze betrekking heeft op handelingen en werken gelegen in de omtrek bedoeld in de artikelen 168, § 1, eerste lid, en 182; 6° wanneer ze betrekking heeft op handelingen en werken gelegen in de omtrek bedoeld in artikel 1, 5°, van het decreet betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid.».

Het tweede lid, 3°, van dezelfde paragraaf wordt vervangen als volgt : « 3° de lijst van de handelingen en werken van algemeen nut of waarvan zij het gewestelijke belang erkent en waarvoor er geen machtiging gegeven wordt. ».

In paragraaf 2 van hetzelfde artikel wordt het eerste lid vervangen als volgt : « De vergunningsaanvraag wordt per schrijven aan de gemachtigde ambtenaar gericht. ».

In het derde lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "per schrijven".

In het vierde lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "geeft de gemachtigd ambtenaar, indien de aanvraag volledig is, kennis aan de aanvrager, bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "geeft de gemachtigd ambtenaar, indien de aanvraag volledig is, per schrijven kennis aan de aanvrager,".

Paragraaf 3 van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : « § 3. Indien het handelingen en werken betreft bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 4° en 5°, kan de vergunning toegekend worden op grond van artikel 110 of bij afwijking van een gemeentelijk plan van aanleg, een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening of een rooiplan. ».

In paragraaf 4, eerste lid, van hetzelfde artikel worden de woorden "tegelijkertijd aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen gestuurd, bij aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "tegelijkertijd per schrijven aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen gestuurd".

In het tweede lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "vanaf het ontvangstbewijs van de post" vervangen door "vanaf het bewijs".

In paragraaf 5, tweede lid, van hetzelfde artikel worden de woorden "wordt tegelijkertijd aan de aanvrager, aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigd ambtenaar toegezonden, bij aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "wordt tegelijkertijd per schrijven aan de aanvrager, aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigd ambtenaar medegedeeld".

In paragraaf 6 van hetzelfde artikel wordt het tweede lid als volgt vervangen : « In de vijfenzeventig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep geeft de Regering per schrijven kennis van haar beslissing aan de aanvrager, aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigde ambtenaar.

Bij ontstentenis kan de aanvrager per schrijven een rappelbrief aan de Regering richten.

Indien de Regering haar beslissing niet binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst door haar van de rappelbrief niet verstuurd heeft, wordt de beslissing waartegen een beroep is ingediend, bevestigd. ».

In paragraaf 7, tweede lid, van hetzelfde artikel worden de woorden "van de gemeentelijke commissie en" geschrapt.

Art. 88.Het opschrift van afdeling 10 van hoofdstuk III van titel V van boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Afdeling 10. - Bijzondere bepalingen betreffende de verkavelingsvergunning, de stedenbouwkundige vergunning, evenals de handelingen en werken die een wijziging aan de gemeentewegen of de daarop betrekking hebbende netwerken impliceren".

Art. 89.Het eerste lid van artikel 128 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de woorden ", evenals op de handelingen en werken met betrekking tot de communicatienetwerken, rioleringsnetten, netten voor vervoer en verdeling van vloeistoffen en energie die aan het wegendomein raken".

Art. 90.In artikel 129 van hetzelfde Wetboek wordt er een paragraaf drie, luidend als volgt, toegevoegd : « § 3. Behalve in geval van overmacht, verantwoord door een incident van technische aard, mag niemand, zonder er vooraf aangifte van te hebben gedaan, één of meerdere netten die in het openbare domein ingegraven dan wel erop vastgemaakt zijn, erop steunen of er over heen hangen, installeren, verplaatsen, wijzigen of uitbreiden.

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om kennis te nemen van de aangiften.

De aangifte wordt per schrijven gericht aan dan wel tegen ontvangstbewijs ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Indien de handelingen en werken bedoeld in het eerste lid betrekking hebben op meerdere gemeenten, wordt er een aangifte gericht aan elk college van burgemeester en schepenen.

De aangifte is onontvankelijk : 1° ofwel als het versturen of indienen ervan is geschied in strijd met deze paragraaf;2° ofwel indien ze geen melding maakt van de plaatsbepaling, de plattegrond, de in cijfers aangegeven hoogte en de voorwaarden voor de uitvoering van de handelingen en werken die in de aangifte zijn opgenomen. Als de aangifte onontvankelijk is, licht het college van burgemeester en schepenen per schrijven de aangifte-indiener daarover in binnen een termijn van vijftien dagen.

Binnen dezelfde termijn licht het college van burgemeester en schepenen : - de beheerders van het wegennet en andere netten, - de aangifte-indiener in als er uitvoeringsvoorwaarden die bij die bedoeld in het derde lid toegevoegd worden, vereist zijn.

Indien er geen schrijven is verstuurd binnen een termijn van vijftien dagen, wordt het college van burgemeester en schepenen geacht de handelingen en werken die in de aangifte zijn opgenomen, vrij te stellen van bijkomende uitvoeringsvoorwaarden.

De aangifte-indiener mag de handelingen en werken uitvoeren : 1° ofwel twintig dagen na zijn aangifte te hebben ingediend en voor zover zij niet onontvankelijk is verklaard zoals bedoeld in het derde lid;2° ofwel dertig dagen na zijn aangifte te hebben ingediend indien het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig het vijfde lid bijkomende uitvoeringsvoorwaarden oplegt. Het college van burgemeester en schepenen houdt een cartografie van de netten bedoeld in artikel 128 ter beschikking van betrokken derden, evenals een register der aangiften die zij kunnen inkijken. Die bepaling treedt in werking op een door de Regering te bepalen datum.

De Regering kan de vorm en de inhoud van de aangifte vastleggen, het aantal in te dienen exemplaren, evenals de voorwaarden voor de uitvoering van de handelingen en werken bedoeld in het eerste lid die de gevaren, de hinder of de nadelen zouden kunnen beperken die door die handelingen en werken veroorzaakt zouden kunnen worden in het wegendomein en aan de gebruikers ervan, evenals aan de omwonenden en bewoners.

De Regering kan de voorwaarden vastleggen voor de uit- en bijwerking van de cartografie van de netten en van het register der aangiften bedoeld in het achtste lid, evenals de wijze waarop derde betrokkenen er kennis van kunnen nemen. ».

Art. 91.In artikel 132bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 18 juli 2002 worden tussen de woorden "van afdeling 2" en "van dit hoofdstuk" de woorden "en afdeling 9" ingevoegd.

Art. 92.Het tweede lid van artikel 137 van hetzelfde Wetboek wordt als volgt vervangen : « De aanvang van werken met betrekking tot nieuwbouw, met inbegrip van de uitbreiding van de grondinneming van bestaande bouwwerken, wordt ondergeschikt gemaakt aan de aanwijzing ter plaatse van de vestiging door toedoen van het college van burgemeester en schepenen.

Van de aanwijzing wordt er een proces-verbaal opgesteld. »

Art. 93.Artikel 139 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : «

Art. 139.Volgens de bepalingen die de Regering kan vastleggen, wordt er binnen de termijn van zestig dagen te rekenen van de datum van het verzoek dat de vergunninghouder of de eigenaar van het goed tegelijk aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigde ambtenaar richt, een aangifte opgesteld waarin verklaard wordt dat : 1° de werken al dan niet voltooid zijn binnen de termijn waarin ze voltooid hadden dienen te worden;2° de werken al dan niet zijn uitgevoerd in overeenstemming met de afgeleverde vergunning. Als de werken niet zijn voltooid binnen de termijn of indien ze niet overeenstemmen met de afgeleverde vergunning, dient de aangifte, al naar gelang het geval, de lijst van de werken inhouden die niet zijn uitgevoerd en aangeven waarin de vergunning niet is nageleefd. ».

Art. 94.In artikel 140 van hetzelfde Wetboek, de woorden ", behalve op de lijst van de handelingen en werken vastgelegd door de Regering," toevoegen tussen de woorden "mag" en "alleen".

In hetzelfde artikel worden tussen de woorden "karakter" en "of" de woorden "in gebieden waarvan de inrichting onderworpen is aan een overlegprocedure" ingevoegd.

Art. 95.In artikel 150bis, § 1, tweede lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 18 juli 2002, worden de woorden "en het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan" geschrapt.

In het nummer 4° van hetzelfde lid worden tussen de woorden "of" en "nog" de woorden "een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag in de zin van artikel 33 of".

In paragraaf 2, vierde lid, van hetzelfde artikel worden na de woorden "de gemachtigde ambtenaar" de woorden "of diens vertegenwoordiger" ingevoegd.

Art. 96.In artikel 154, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden er een nummer 6° en een nummer 7°, luidend als volgt, toegevoegd : « 6° de handelingen en werken bedoeld in artikel 84, § 2, tweede lid, 4°, uitvoeren en in stand houden zonder voorafgaandelijke stedenbouwkundige aangifte; « 7° de handelingen en werken bedoeld in artikel 129, § 3, uitvoeren en in stand houden zonder voorafgaandelijke aangifte en dat het college van burgemeester en schepenen de overmacht bedoeld in dezelfde paragraaf ongegrond acht. ».

Art. 97.In artikel 158, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "deze niet in overeenstemming zijn met de verleende vergunning of zonder vergunning uitgevoerd worden" : « 1° ofwel niet in overeenstemming zijn met de verleende vergunning; « 2° ofwel zonder vergunning worden uitgevoerd; « 3° ofwel uitgevoerd worden zonder de voorafgaandelijke stedenbouwkundige aangifte bedoeld in artikel 84, § 2, tweede lid, 4°; « 4° ofwel uitgevoerd worden zonder de voorafgaandelijke aangifte bedoeld in artikel 129, § 3. ». Afdeling 2. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen met betrekking

tot het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium

Art. 98.De artikelen 5, 6, 7, 28, 29, 58, 68, 69bis, 77 en 79 van het decreet van 18 juli tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium worden opgeheven.

Art. 99.De artikelen 3, 8, 22, 23, 24, 25 - in zoverre dat laatste artikel een paragraaf 2 invoegt in artikel 46 van hetzelfde Wetboek -, 28, 29, 30, 32 en 58 van het decreet van 18 juli 2002 treden in werking op datum van inwerkingtreding van dit decreet.

Art. 100.In de vigerende gewestplannen gelden artikel 25, vierde lid, en artikel 33 voor het woonuitbreidingsgebied en het woonuitbreidingsgebied met een landelijk karakter bedoeld bij artikel 6, § 1, 3°, van het decreet van 27 november 1997 tot wijzging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium.

Art. 101.De herziening van een gewestplan dat voorlopig door de regering na advies van de gewestelijke commissie is vastgelegd na inwerkingtreding van dit decreet, wordt voortgezet volgens de vóór die datum vigerende procedure.

De bepalingen van artikel 46, § 1, zoals gewijzigd bij dit decreet, gelden op de datum van inwerkingtreding van dit decreet.

Art. 102.De herziening of de opstelling van een gemeentelijk structuurplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een gemeentelijk programma waarbij de voorrang voor de ontsluiting van de gebieden met uitgestelde aanleg wordt vastgelegd, voorlopig goedgekeurd door de gemeenteraad vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet, kunnen worden voortgezet volgens de vóór die datum vigerende procedure.

De betrokken gemeenten behouden het recht tot toekenning en vereffening van de subsidie bedoeld in artikel 12.

De opstelling van een stedenbouwkundig en leefmilieubestek waartoe besloten is vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet wordt voortgezet volgens de bepalingen die vóór die datum van kracht waren.

Art. 103.De aanvraag voor een stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning waarvan het bericht van ontvangst dateert van voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende bepalingen. Afdeling 3. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot het decreet van

1 april 2004 betreffende de sanering van verontreinigde bodems en te herontwikkelen bedrijfsruimten

Art. 104.Artikel 15 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de sanering van verontreinigde bodems en te herontwikkelen bedrijfsruimten wordt opgeheven en vervangen als volgt : «

Art. 15.- In titel II van boek II van hetzelfde Wetboek wordt er een hoofdstuk III ingevoegd, luidend als volgt : « HOOFDSTUK III. - Gebieden bestemd voor herontwikkeling wat betreft de landschappen en het leefmilieu

Art. 182.§ 1. De regering stelt de lijst vast van de afgedankte bedrijfsruimtes waarvan de herontwikkeling voorrang heeft wat betreft landschappen en leefmilieu.

In afwijking van hoofdstuk I van titel I van dit boek en voor elk van die gebieden besluit de regering dat het om een afgedankt gebied gaat dat herontwikkeld dient te worden wat betreft landschap en leefmilieu, en zij legt er de omtrek van vast en kan verordenen dat de onteigening bedoeld in artikel 181 van openbaar nut is.

Zij neemt de aankoop ervan over, in voorkomend geval, evenals geheel of gedeeltelijk het onderzoek en de werken bedoeld in artikel 167, 2°. § 2. Elke eigenaar of houder van een zakelijk onroerend recht op goeden die in de omtrek van een afgedankte bedrijfsruimte is ertoe gehouden het onderzoek en de werken te verrichten die het herstel van het uitzicht van die plaats wat landschap en leefmilieu betreft, tot gevolg heeft.

Indien hij zich niet schikt naar de bepaling van het eerste lid, kan de eigenaar of houder van een zakelijk onroerend recht ertoe gedwongen worden door de bevoegde rechtbank, op vervolging van het Gewest, de maatschappij, een intercommunale die de ruimtelijke ordening als maatschappelijk doel heeft of door de gemeente.

Indien zij niet worden uitgevoerd binnen de termijn vastgelegd door de rechtbank, worden de werken bedoeld in het eerste lid van ambtswege uitgevoerd door toedoen van het Gewest, de maatschappij, de betrokken intercommunale of de gemeente, op kosten van de eigenaar of de houder van een zakelijk onroerend recht.

Indien de kosten niet op het eerste verzoek terug worden betaald, worden de goeden door het Gewest onteigend of laat het Gewest ze onteigenen, in opdracht van de maatschappij, de betrokken intercommunale of de gemeente, waarbij niet rekening kan worden gehouden met de meerwaarde voortvloeiend uit de reeds uitgevoerde werken. § 3. De waarde die in overweging genomen wordt voor de aankopen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 wordt geschat rekening houdend met het onderzoek en de werken bedoeld in dezelfde paragrafen en die, welke nog uit te voeren zijn. § 4. De werken bedoeld in paragraaf 1 of bevolen door de rechtbank overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, worden uitgevoerd zonder dat er eenvergunning verkregen hoeft te worden. ».

Art. 105.Artikel 17 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 17.In artikel 184, 2°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "ofwel de sanering en" opgeheven. ».

Art. 106.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 32 luidend als volgt : «

Art. 32.- De bepalingen van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium die van kracht zijn op datum van 16 juni 2004 gelden voor het voorstel of het initiatief bedoeld in artikel 168, § 1, van voornoemd Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997.

Dat artikel heeft uitwerking vanaf 17 juni 2004. » .

Art. 107.De regering is gemachtigd om de coördinatie van dit decreet met het decreet van 27 november 1997, gewijzigd bij de decreten van 23 juli 1998, 11 maart 1999, 1 april 1999, 6 mei 1999, 4 juli 2002, 18 juli 2002 en 19 september 2002 uit te voeren. Afdeling 4. - Wijzigingsbepaling van het decreet van 11 maart 2004

betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid

Art. 108.In artikel 1, 5°, van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid worden de woorden "de handelingen en werken die uitgevoerd worden op gronden of aan gebouwen" vervangen door de woorden "de handelingen en werken die uitgevoerd worden op de wegen of op de gronden die bestemd zijn om ingenomen te worden door de wegen, evenals op onroerende goeden die gelegen zijn in de door de regering erkende omtrek,". Afdeling 5. - Wijzigingsbepaling van het Leefmilieuwetboek

Art. 109.In hoofdstuk V van titel V van deel II van boek II van het Leefmilieuwetboek wordt het derde lid van artikel 53 opgeheven. Afdeling 6. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen van het decreet van

11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning

Art. 110.Artikel 81, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt aangevuld met volgend lid : "De gemachtigd ambtenaar en de technische ambtenaar zijn uitsluitend bevoegd om samen kennis te nemen van de aanvragen tot enige vergunningen met betrekking tot handelingen en werken bedoeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 4°, 5° en 6° van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium. » .

Art. 111.Artikel 82, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende bepaling : « De vergunningsaanvraag wordt gericht aan de gemeente op het grondgebied waarvan de vestiging in het vooruizticht wordt gesteld. ».

In het tweede lid van hetzelfde artikel worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst verzonden of tegen ontvangbewijs" weggelaten.

Art. 112.In artikel 84, tweede lid, van hetzelfde decreet : 1. wordt het Franse woord "transmis" vervangen door het woord "envoyé";2. worden de woorden "door hem bij ter post aangetekend schrijven een afschrift te richten dat hij eensluidend verklaart" vervangen door de woorden "door hem een afschrift op te sturen".

Art. 113.In artikel 85, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt nummer 3° weggelaten.

Art. 114.Artikel 86 van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 86.- § 1. De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar sturen de aanvrager de beslissing toe die zich uitspreekt over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag, binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de dag waarop de technische ambtenaar de aanvraag overeenkomstig artikel 84 krijgt.

Indien de aanvraag onvolledig is, sturen de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar de aanvrager de lijst toe van de ontbrekende stukken en geven aan dat de procedure opnieuw begint te lopen te rekenen van de ontvangst ervan door de gemeente waarbij de aanvraag is ingediend. Dezelde dag richten zij een afschrift van die zending aan de gemeente waarbij de aanvraag is ingediend. § 2. De aanvrager richt de aanvullende gegevens waarom is verzocht, aan de gemeente. De aanvullende gegevens worden in evenveel exemplaren toegezonden als er exemplaren zijn van de aanvankelijke vergunningsaanvraag.

Het gemeentebestuur richt de aanvullende gegevens waarom is verzocht aan de technische en aan de gemachtigde ambtenaar, binnen een termijn van drie werkdagen te rekenen van de dag waarop de aanvullende gegevens zijn verkregen. Het gemeentebestuur behoudt een exemplaar van die aanvullende gegevens.

Het gemeentebestuur licht de aanvrager schriftelijk in over de datum van ontvangst van de aanvullende gegevens door de technische ambtenaar.

Indien het gemeentebestuur de aanvullende gegevens niet verstuurd heeft binnen de termijn bedoeld in het tweede lid, kan de aanvrager ze rechtstreeks als afschrift opsturen naar de technische ambtenaar. In dat geval maakt de technische ambtenaar onverwijld een afschrift van de aanvullende stukken die hij ontvangen heeft, aan de gemachtigde ambtenaar over. § 3. Binnen de twintig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvullende stukken door de technische ambtenaar richten de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar de beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag aan de aanvrager.

Indien de ambtenaren een tweede maal van mening zijn, dat de aanvraag onvolledig is, verklaren zij die aanvraag onontvankelijk. § 4. Indien de aanvraag onontvankelijk is, lichten de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar in de voorwaarden en binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of, in voorkomend geval, binnen de termijn bedoeld in paragraaf 3, de aanvrager in over de onontvankelijkheidsgronden. § 5. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, is de aanvrager, indien overeenkomstig artikel 8, § 4, tweede lid, van het decreet van 11 september 1985 tot organisatie van de evaluatie van de milieu-effecten of artikel 26, § 4, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen er een milieuonderzoek verricht dient te worden, ertoe gehouden een nieuwe aanvraag in te dienen samen met het effectenonderzoek. In dat geval is artikel 177, eerste lid en tweede lid, 1° en 2°, niet van toepassing. ».

Art. 115.Artikel 87, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgend lid : « Dezelfde dag richten zij een afschrift van de beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk wordt verklaard aan de gemeente waarbij de aanvraag is ingediend. » .

Art. 116.Artikel 88 van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 88.Indien de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar de aanvrager de beslissing bedoeld in artikel 86, § 1, eerste lid of de beslissing bedoeld in artikel 86, § 3, niet toegestuurd hebben, wordt de aanvraag als ontvankelijk beschouwd, na afloop van de termijnen bepaald bij die bepalingen. De procedure wordt verdergezet. ».

Art. 117.In artikel 90 van hetzelfde decreet wordt het vierde lid vervangen door hetvolgende : « Binnen de termijn bedoeld in artikel 28 wordt er een afschrift van de stukken en adviezen bedoeld in de artikelen 27 en 28 eveneens gericht aan de gemachtigde ambtenaar door het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente waar er een openbaar onderzoek heeft plaatsgevonden. ».

Art. 118.In artikel 91, eerste lid, van hetzelfde decreet : 1. worden de woorden "de bevoegde overheid" vervangen door de woorden "de gemeente waarbij de aanvraag is ingediend";2. voor de Franse versie, wordt het woord "transmet" vervangen door het woord "envoie";3. worden de woorden "evenals de eventuele aanvullende gegevens ervan" ingevoegd tussen het woord "aanvraagdossier" en "advies";4. worden de woorden "of delen [hun advies] mee tegen ontvangstbericht" weggelaten. In artikel 91, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "of tegen ontvangbewijs" weggelaten.

Art. 119.In artikel 92, § 1, van hetzelfde decreet worden het woord "gezamenlijk" ingevoegd tussen de woorden "bevat" en "een".

Art. 120.Artikel 92, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende bepaling : « § 3. Het samenvattend verslag en de volledige aanvraag worden aan de bevoegde overheid gericht binnen een termijn van : 1° zeventig dagen indien de vergunningsaanvraag een inrichting van klasse 2 betreft;2° honderd en tien dagen indien de vergunningsaanvraag een inrichting van klasse 1 betreft.» .

In het tweede lid vandezelfde paragraaf wordt in het Frans het woord "transmettent" vervangen door het woord "envoient".

Art. 121.In artikel 92, § 5, van hetzelfde decreet worden de woorden "in artikel 93, § 1" vervangen door de woorden "in paragraaf 3".

Dezelfde paragraaf wordt aangevuld met volgend lid : « In de gevallen bedoeld in artikel 81, § 2, tweede en derde lid, kunnen de termijnen bedoeld in artikel 93, § 1, eerste lid, verlengd worden bij gezamenlijke beslissing van de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar. De duur van de verlenging mag de dertig dagen niet overschrijden. Die beslissing wordt aan de aanvrager gericht binnen de termijn bedoeld in artikel 93, § 1, eerste lid. ».

Hetzelfde artikel wordt aangevuld met een paragraaf 7 luidend als volgt : « § 7. In de gevallen bedoeld in artikel 81, § 2, tweede en derde lidn zijn de paragrafen 3, 4 en 6 van dit artikel niet van toepassing. ».

Art. 122.Artikel 93 van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 93.§ 1. De bevoegde overheid richt zijn beslissing aan de aanvrager, aan de technische ambtenaar en aan de gemachtigde ambtenaar, evenals, bij gewoon schrijven, aan elke overheid of aan elk bestuur dat is geraadpleegd binnen een termijn van : 1° negentig dagen indien de vergunningsaanvraag een inrichting van klasse 2 betreft;2° honderd veertig dagen indien de vergunningsaanvraag een inrichting van klasse 1 betreft. Indien het samenvattend verslag verstuurd wordt vóór het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 92, § 3, richt de bevoegde overheid zijn beslissing aan de aanvrager, aan de technische ambtenaar en aan de gemachtigde ambtenaar, evenals, bij gewoon schrijven, aan elke overheid of aan elk bestuur dat is geraadpleegd binnen een termijn van : 1° twintig dagen te rekenen van de dag waarop zij het samenvattend verslag krijgt van de ambtenaren overeenkomstig artikel 92, § 3, voor de inrichtingen van klasse 2;2° dertig dagen te rekenen van de dag waarop zijn het samenvattend verslag krijgt van de ambtenaren overeenkomstig artikel 92, § 3, voor de inrichtingen van klasse 1. In de gevallen bedoeld in artikel 81, § 2, tweede en derde lid, geldt enkel lid 1 van deze paragraaf. De beslissing van de gemachtigde ambtenaar en van de regering over de toekenning of de weigering van de afwijking bedoeld in artikel 114 van het CWATUP maakt volledig deel uit van de beslissing bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf. § 2. In de in artikel 92, § 5, bedoelde hypothese wordt de termijn waarover de bevoegde overheid beschikt om haar beslissing te sturen, verlengd met een termijn gelijk aan die bepaald door de technische ambtenaar en door de gemachtigde ambtenaar. § 3. Binnen de in § 1, tweede lid, bedoelde termijn of in het geval bedoeld in artikel 81, § 2, tweede en derde lid, binnen de termijn bedoeld in § 1, eerste lid, kan de aanvrager vóór de beslissing van de bevoegde overheid en mits de toestemming of op verzoek van deze laatste, wijzigingsplannen en een uitvloeisel van de bijsluiter van de milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek overleggen. In dit geval worden de in § 1 bedoelde termijn opgeheven.

De aanvrager stuurt de bevoegde overheid de wijzigingsplannen samen met een uitvloeisel van de bijsluiter van milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek. Deze documenten worden in evenveel exemplaren toegezonden als er exemplaren zijn van de aanvankelijke aanvraag.

De bevoegde overheid stuurt de in het vorige lid bedoelde documenten aan de technische ambtenaar en aan de gemachtigde ambtenaar binnen een termijn van drie werkdagen na ontvangst ervan.

De bevoegde overheid behoudt een exemplaar van de wijzigingsplannen en van het uitvloeisel van de milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek.

De bevoegde overheid stelt de aanvrager schriftelijk in kennis van de datum van ontvangst van de complementen door de technische ambtenaar.

Als de bevoegde overheid de wijzigingsplannen en het uitvloeisel van de milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek binnen de in het derde lid bedoelde termijn niet heeft gestuurd, kan de aanvrager een kopie ervan rechtstreeks sturen aan de technische ambtenaar. In dit geval maakt de technische ambtenaar onverwijld de ontvangen documenten over aan de gemachtigde ambtenaar.

De procedure begint volgens de in artikel 86, § 3, eerste lid, bedoelde modaliteiten opnieuw na ontvangst door de technische ambtenaar van de wijzigingsplannen en van het uitvloeisel van de milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek. In de beslissing die ze overeenkomstig artikel 87 geven, vermelden de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar dat de aanvraag het voorwerp uitmaakt van de wijzigingsplannen. Het is ook het geval bij de aanhangigmaking van de in artikel 91 bedoelde instanties. Het openbaar onderzoek dat overeenkomstig artikel 90 is uitgevoerd, heeft betrekking op het dossier van de aanvankelijke vergunningsaanvraag, op haar eventuele complementen alsmede op de wijzigingsplannen en hun uitvloeisel van de milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek.

In afwijking van de leden 2 tot 6 en in de gevallen bedoeld in artikel 81, § 2, tweede en derde lid, stuurt de aanvrager de wijzigingsplannen en het uitvloeisel van de milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek aan de technische ambtenaar en aan de gemachtigde ambtenaar. Deze documenten worden in evenveel exemplaren toegezonden als er exemplaren zijn van de aanvraag.

In dergelijke gevallen begint de procedure volgens de in artikel 86, § 3, eerste lid, bedoelde modaliteiten opnieuw na ontvangst door de technische ambtenaar van de wijzigingsplannen en van het uitvloeisel van de milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek.

In de beslissing die ze overeenkomstig artikel 87 geven, vermelden de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar dat de aanvraag het voorwerp uitmaakt van de wijzigingsplannen. Het is ook het geval bij de aanhangigmaking van de in artikel 91 bedoelde instanties. Het openbaar onderzoek dat overeenkomstig artikel 90 is uitgevoerd, heeft betrekking op het dossier van de aanvankelijke vergunningsaanvraag, op haar eventuele complementen alsmede op de wijzigingsplannen en hun uitvloeisel van de milieueffectenbeoordeling of van het effectenonderzoek.

Deze paragraaf kan slechts één keer over dezelfde aanvraag uitgevoerd worden. § 4. De artikelen 36 en 38 van dit decreet zijn van toepassing op de beslissing die de bevoegde overheid krachtens deze afdeling heeft genomen ».

Art. 123.Artikel 94 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 94.Als het syntheserapport overeenkomstig artikel 92 wordt verzonden en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en van de gemachtigde ambtenaar omvat, wordt de beslissing, indien ze niet binnen de in artikel 93 bedoelde termijn is verstuurd, geacht te zijn genomen op grond van de algemene en sectorale conclusies bedoeld in artikel 5 en op grond van de in het syntheserapport eventueel vermelde bijzondere voorwaarden. Dit laatste wordt door de technische ambtenaar aan de aanvrager gestuurd.

Als de beslissing niet binnen de in artikel 93 voorgeschreven termijn wordt verzonden en als het syntheserapport niet overeenkomstig artikel 92 wordt verzonden of als het een ongunstig advies van de technische ambtenaar en van de gemachtigde ambtenaar omvat, wordt de vergunning geacht geweigerd te zijn.

In de in artikel 81, § 2, tweede en derde lid, bedoelde gevallen wordt de vergunning geacht geweigerd te zijn als de beslissing niet binnen de in artikel 93 voorgeschreven termijn is verzonden ».

Art. 124.Artikel 95 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 95.§ 1. Elke belangstellende natuurlijke of rechtspersoon kan, evenals de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar, een beroep bij de Regering instellen tegen de beslissingen van de in artikel 81 bedoelde overheden i.v.m. de afgifte van eenmalige vergunningen en tegen het feit dat die overheden geen beslissing hebben genomen bij het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 93.

Het gebrek aan beslissing van de in artikel 81 bedoelde overheden i.v.m. de afgifte of de weigering van eenmalige vergunningen heeft de onmogelijkheid voor deze laatste om een beroep in te dienen, als gevolg. § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het beroep tegen ontvangbewijs aan het bestuur Leefmilieu gezonden binnen een termijn van twintig dagen, te rekenen van : 1° de datum van ontvangst van de beslissing van de bevoegde overheid wanneer ze binnen de in artikel 93 bedoelde termijnen is gezonden of van het als beslissing geldende syntheserapport dat overeenkomstig artikel 94, eerste lid, aan de aanvrager is gezonden, voor de aanvrager, de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar;2° het verstrijken van de in artikel 93 bedoelde termijnen, voor de aanvrager, de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar;3° de eerste dag van aanplakking van de beslissing of van het als beslissing geldende document, overeenkomstig artikel 93, voor de personen die niet onder 1° zijn opgenomen. Als de beslissing in verschillende gemeenten wordt aangeplakt, wordt de termijn verlengd tot de twintigste dag volgend op de eerste dag van aanplakking in de gemeente die de beslissing in eerste instantie heeft laten aanplakken.

Het in het eerste lid bedoelde bestuur maakt binnen vijf dagen een afschrift van het beroep over aan het bestuur Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw. § 3. Op basis van de ingewonnen adviezen maken de besturen Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw samen een syntheserapport op.

Het syntheserapport wordt aan de Regering gestuurd binnen een termijn van : 1° vijftig dagen als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;2° zeventig dagen als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 1;Deze termijn loopt vanaf de eerste dag volgend op de dag van ontvangst van het beroep. Als er verschillende beroepen zijn, loopt de termijn vanaf de eerste dag volgend op de dag van ontvangst van het laatste beroep.

De in het eerste lid bedoelde besturen stellen de aanvrager schriftelijk in kennis van de dag waarop ze het syntheserapport overmaken. § 4. De in § 3 bedoelde termijnen mogen bij gezamenlijke beslissing van de besturen Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw verlengd worden. De duur van de verlenging mag niet hoger zijn dan dertig dagen. Deze beslissing wordt binnen de in § 3, tweede lid, toegezonden aan de Regering, de aanvrager en de eiser. § 5. Het beroep schort de betwiste beslissing niet op, behalve als het ingesteld wordt door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1. § 6. De Regering bepaalt : 1° de gegevens die het beroep moet bevatten, de vorm ervan en het aantal in te dienen exemplaren;2° de wijze waarop het publiek in kennis wordt gesteld van het beroep;3° de voorschriften voor de behandeling van het beroep, de wijze waarop het syntheserapport wordt opgemaakt, de te raadplegen organen en de termijnen binnen welke de adviezen worden uitgebracht. Als het advies niet binnen de voorgeschreven termijnen wordt verzonden, wordt het geacht gunstig te zijn. § 7. De Regering stuurt haar beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van : 1° zeventig dagen als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;2° honderd dagen als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 1. Die termijn loopt vanaf de eerste dag volgend op de dag van ontvangst van het beroep. Als er verschillende beroepen zijn, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag volgend op de dag van ontvangst van het laatste beroep.

Als het syntheserapport wordt overgemaakt vóór het verstrijken van de in paragraaf 3 bedoelde termijn, verstuurt de Regering haar beslissing binnen een termijn van : 1° twintig dagen, te rekenen van de dag waarop zij het syntheserapport van de besturen overeenkomstig paragraaf 3 ontvangt, voor inrichtingen van klasse 2;2° dertig dagen, te rekenen van de dag waarop zij het syntheserapport van de besturen overeenkomstig paragraaf 3 ontvangt, voor inrichtingen van klasse 1. In de in § 4 bedoelde hypothese wordt de termijn waarover de Regering beschikt om haar beslissing te sturen, verlengd met een termijn gelijk aan die bepaald door de besturen leefmilieu en ruimtelijke ordening en stedenbouw. § 8. Als de beslissing niet binnen de in paragraaf 7 bedoelde termijn wordt verzonden : 1° wordt de in eerste instantie genomen beslissing bevestigd;2° als de in eerste instantie genomen beslissing niet binnen de in artikel 93 bedoelde termijn wordt genomen en als het syntheserapport overeenkomstig § 3 is toegezonden, wordt de beslissing geacht genomen te zijn op grond van de conclusies van het syntheserapport.Het syntheserapport wordt door de technische ambtenaar aan de aanvrager gestuurd. § 9. Als de vergunningsweigering voortvloeit uit een gebrek aan beslissing in eerste instantie of in beroep en als geen syntheserapport binnen de voorgeschreven termijn wordt verzonden, dient een vergoeding ten laste van het Gewest te worden betaald die gelijk is aan twintigmaal het dossiersrecht bedoeld in artikel 177, tweede lid, 1° en 2°. De vergoedingsaanvragen vallen onder de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. »

Art. 125.In artikel 96, § 1, van hetzelfde decreet wordt het derde lid opgeheven.

Art. 126.Artikel 97, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de woorden "met uitzondering van de artikelen 48, § 1, 1° en 53.».

In het derde lid, derde streepje, van hetzelfde artikel wordt het cijfer 123 vervangen door de termen "123, derde lid" en worden de termen "84 tot 86" vervangen door de termen "84, 85, 86, 88". In hetzelfde streepje worden de termen "134 tot 136, 138, 139" vervangen door de termen "134 tot 139".

Hetzelfde artikel wordt aangevuld als volgt : « Als de werken binnen twee jaar na de toezending van de eenmalige vergunning of van het als beslissing geldende syntheserapport dat aan de exploitant overeenkomstig artikel 94, eerste lid, wordt gestuurd, niet duidelijk zijn begonnen, is de vergunning verlopen. Het verval gebeurt van rechtswege. Op verzoek van de exploitant worden de vergunning of het syntheserapport bedoeld in het vorige lid evenwel verlengd met een periode van één jaar.

Deze aanvraag wordt dertig dagen voor het verstrijken van de in het vorige lid vervaltermijn ingediend.

De verlenging wordt door de bevoegde overheid toegekend om de vergunning in eerste instantie af te geven. » .

Art. 127.Artikel 176, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Behoudens andersluidende bepaling geschiedt elke verzending bedoeld in de hoofdstukken II, III, IV, IX en XI : 1° bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs;2° door het beroep op elke gelijke formule, waarbij een bepaalde datum wordt toegekend bij de toezending en na ontvangst van de akte, ongeacht de gebruikte dienst voor de postverspreiding. De Regering kan de lijst bepalen van de processen die ze erkent als processen die een bepaalde datum kunnen geven bij de toezending en na ontvangst van de akte kunnen geven". » Tussen het eerste en het tweede lid van hetzelfde artikel wordt het volgende lid ingevoegd : « De toezending moet uiterlijk op de vervaldag geschieden. ».

Art. 128.De aanvragen om eenmalige vergunningen die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden ingediend, alsmede de desbetreffende administratieve beroepen worden behandeld volgens de op datum van indiening van de aanvraag vigerende regels.

Art. 129.Artikel 8, sub 170 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2003, wordt gewijzigd als volgt : - punt 2° van § 3 wordt opgeheven. - § 4 wordt vervangen als volgt : - "§ 4. Het effectonderzoek betreffende de vergunningsaanvraag kan het geheel of een deel van de gegevens en resultaten gekregen bij elke milieueffectbeoordeling die vroeger is uitgevoerd, vermelden. ». Afdeling 7. - Wijzigingsbepalingen van de Huisvestingscode

Art. 130.In artikel 48 van de Huisvestingscode worden de woorden "die de vorm kan innemen van een invorderbaar voorschot" ingevoegd tussen de woorden "de tegemoetkoming" en de woorden "naar gelang van".

Hetzelfde artikel wordt aangevuld als volgt : « De Regering bepaalt de vorm van de hulp naar gelang van de bestemming van het terrein, van de aard van de overgedragen rechten of van de begunstigden. ». HOOFDSTUK VI. - Energie Afdeling 1. - Wijzigingen in het decreet van 12 april 2001 betreffende

de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt

Art. 131.In artikel 30, § 3, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. in limine wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt : « Er bestaan drie categorieën leveringsvergunningen : 1° de algemene vergunning;2° de beperkte vergunning : - voor een maximaal vermogen; - en/of voor een levering binnen een beperkt en wel afgebakend geografisch gebied; - en/of voor een beperkt aantal afnemers. Dit biedt een eindafnemer o.a. de mogelijkheid om zijn eigen leverancier te zijn; 3° de plaatselijke vergunning voor leveringen vanaf gedecentraliseerde productie-installaties zonder gebruik te maken van een plaatselijk distributie- of vervoersnet. De kenmerken van de drie bovenbedoelde categorieën worden nader bepaald door de Regering. » . 2. Het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Na advies van de CwaPE' bepaalt de Waalse Regering voor elke vergunningscategorie de toekennings-, herzienings of intrekkingscriteria alsook de geldigheidsduur van de vergunning, met inachtneming van de voorwaarden bedoeld in deze paragraaf.».

Art. 132.Artikel 42, §§ 1 en 2, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 42.§ 1. De productie van groene elektriciteit is onderworpen aan de toekenning van een certificaat van oorspronkelijke garantie dat per productiesite afgeleverd wordt.

Het certificaat van oorspronkelijke garantie bevestigt dat de door een productiesite geproduceerde hoeveelheden groene elektriciteit duidelijk geïdentificeerd en gemeten kunnen worden, dat die elektriciteit onder het label "électricité verte garantie d'origine" verkocht mag worden en dat ze recht zal geven op de toekenning van groene certificaten. § 2. De Regering bepaalt de criteria en de procedure voor de toekenning, herziening en intrekking van het certificaat van oorspronkelijke garantie. Deze criteria betreffen o.a. het vermogen om de werkelijk geproduceerde elektriciteit te controleren. Installaties met een laag vermogen kunnen het voorwerp uitmaken van een vereenvoudigde procedure. De Regering bepaalt de vermogensdrempel waaronder de vereenvoudigde procedure toepasselijk is.

Het certificaat van oorspronkelijke garantie vermeldt de energiebron waarmee de elektriciteit geproduceerd werd, het vermogen van de installatie, de aangewende technologie en de productieplaatsen.

Het label "garantie d'origine" bestemd voor electriciteit die geproduceerd wordt vanaf hernieuwbare energiebronnen en/of kwalitatieve warmtekracht, vermeldt, wat hem betreft, de energiebron die aan de basis van de productie ligt, de geproduceerde hoeveelheden, alsook de data en de plaats van de productie. ». Afdeling 2. - Wijzigingen in het decreet van 19 december 2002

betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt

Art. 133.In artikel 10 van het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt wordt paragraaf 3, nietig verklaard bij het arrest nr. 147/2004 van het Arbitragehof, vervangen als volgt : « § 3. Als de netbeheerder voorgedragen wordt door een gemeente die eigenaar is van een deel van het op haar grondgebied gelegen net of door een ingesloten gemeente, kan de Regering de gemeente de toestemming geven om op haar kosten over te gaan tot de onteigening wegens algemeen nut van het op haar grondgebied gelegen distributienet die noodzakelijk is voor de uitoefening van de opdracht van de door haar voorgedragen distributienetbeheerder.

De ingesloten gemeente is de gemeente waarvan het op haar grondgebied gelegen distributienet beheerd wordt door een andere beheerder dan de netbeheerder van alle aangrenzende gemeenten.

De rechtspleging bij dringende omstandigheden ingesteld bij de wet van 26 juli 1962 betreffende de onteigeningen ten algemenen nutte en de concessies voor de bouw van de autosnelwegen is toepasselijk op de onteigeningen bedoeld in paragraaf 3, eerste lid.

In afwijking van artikel 9 van het decreet van 5 december 1996 betreffende de Waalse intercommunales, kan een gemeente die vennoot is van een intercommunale die instaat voor het beheer van het distributienet zich, naast de gevallen opgesomd in bovengenoemd artikel 9, vóór de datum waarop de intercommunale vervalt terugtrekken als ze voldoet aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 3, eerste lid.

In deze veronderstelling wordt geen stemming vereist, niettegenstaande elke statutaire bepaling. De gemeente is verplicht tot vergoeding van de door deskundigen geraamde schade die haar terugtrekking aan de overige vennoten en aan de intercommunale berokkent. ».

Art. 134.Artikel 52 van hetzelfde decreet, nietig verklaard bij het arrest nr. 147/2004 van het Arbitragehof, wordt vervangen als volgt : «

Art. 52.Artikel 10 van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt wordt aangevuld met volgende paragraaf : « § 3. Als de netbeheerder voorgedragen wordt door een gemeente die eigenaar is van een deel van het op haar grondgebied gelegen net of door een ingesloten gemeente kan de Regering de gemeente de toestemming geven om op haar kosten over te gaan tot de onteigening wegens algemeen nut van het op haar grondgebied gelegen distributienet die noodzakelijk is voor de uitoefening van de opdracht van de door haar voorgedragen distributienetbeheerder.

De ingesloten gemeente is de gemeente waarvan het op haar grondgebied gelegen distributienet beheerd wordt door een andere beheerder dan de netbeheerder van alle aangrenzende gemeenten.

De rechtspleging bij dringende omstandigheden ingesteld bij de wet van 26 juli 1962 betreffende de onteigeningen ten algemenen nutte en de concessies voor de bouw van de autosnelwegen is toepasselijk op de onteigeningen bedoeld in paragraaf 3, eerste lid.

In afwijking van artikel 9 van het decreet van 5 december 1996 betreffende de Waalse intercommunales kan een gemeente die vennoot is van een intercommunale die instaat voor het beheer van het distributienet zich, naast de gevallen opgesomd in bovengenoemd artikel 9, vóór de datum waarop de intercommunale vervalt terugtrekken als ze voldoet aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 3, eerste lid.

In deze veronderstelling wordt geen stemming vereist, niettegenstaande elke statutaire bepaling. De gemeente is verplicht tot vergoeding van de door deskundigen geraamde schade die haar terugtrekking aan de andere vennoten en aan de intercommunale berokkent. » .

Art. 135.In artikel 30, § 2, van het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt worden de woorden "voor een onbepaalde duur" geschrapt.

Art. 136.In artikel 30, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. in limine wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt : « Er bestaan drie categorieën leveringsvergunningen : 1° de algemene vergunning;2° de beperkte vergunning : - voor een maximaal vermogen; - en/of voor een levering binnen een beperkt en wel afgebakend geografisch gebied; - en/of voor een beperkt aantal afnemers. Dit biedt een eindafnemer o.a. de mogelijkheid om zijn eigen leverancier te zijn; 3° de plaatselijke vergunning voor leveringen vanaf gedecentraliseerde productie-installaties zonder gebruik te maken van een plaatselijk distributie- of vervoersnet. De kenmerken van de drie bovenbedoelde categorieën worden nader bepaald door de Regering. ». 2. de eerste zin van het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Na advies van de CWaPE bepaalt de Waalse Regering voor elke vergunningscategorie de toekennings-, herzienings of intrekkingscriteria, alsook de geldigheidsduur van de vergunning, met inachtneming van de voorwaarden bedoeld in deze paragraaf.». Afdeling 3. - Bepalingen houdende vrijstelling van de federale

bijdrage ter compensatie van het inkomstenverlies dat de gemeenten wegens de liberalisering van de elektriciteitsmarkt lijden

Art. 137.Het besluit van de Waalse Regering van 23 december 2004 tot vrijstelling van de federale bijdrage ter compensatie van het inkomstenverlies dat de gemeenten wegens de liberalisering van de elektriciteitsmarkt lijden wordt bekrachtigd, overeenkomstig de bepalingen van de bijzondere wet van 13 september 2004 tot wijziging van artikel 6, § 1, VIII, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. HOOFDSTUK VII. - Milieuvergunning

Art. 138.In artikel 3, tweede lid, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning worden de woorden "heeft uitgevaardigd" vervangen door de woorden "kan uitvaardigen".

Art. 139.In artikel 14, § 5, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden "integrale normen" gevolgd door de woorden "niet voorgeschreven worden en als de maatregelen die de exploitant krachtens artikel 58, § 2, 1°, van het decreet neemt".

Art. 140.In artikel 16, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst verstuurd of tegen ontvangbewijs afgegeven" geschrapt.

In artikel 16, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "of tegen ontvangbewijs afgegeven" geschrapt.

Art. 141.In artikel 18, tweede lid, van hetzelfde decreet : 1. wordt het woord "transmis" in de Franse versie door het woord "envoyé" vervangen;2. worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven een afschrift te sturen dat hij eensluidend verklaart" vervangen door de woorden "een afschrift te sturen".

Art. 142.In artikel 19, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt punt 3° geschrapt.

Art. 143.Artikel 20 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 20.§ 1. De technisch ambtenaar stuurt de beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevonden wordt naar de aanvrager binnen een termijn van twintig dagen die ingaat op de datum waarop hij de aanvraag in ontvangst neemt overeenkomstig artikel 18.

Als de aanvraag onvolledig is, stuurt de technisch ambtenaar de lijst van de ontbrekende stukken naar de aanvrager en wijst hij erop dat de procedure herbegint vanaf de datum van ontvangst ervan door de gemeente waar de aanvraag is ingediend. Dezelfde dag richt hij een afschrift van die zending aan de gemeente waar de aanvraag is ingediend. § 2. De aanvrager stuurt de gevraagde bijkomende stukken naar de gemeente. Ze worden overgemaakt in evenveel exemplaren als de initiële vergunningsaanvraag er telt.

Het gemeentebestuur stuurt de gevraagde bijkomende stukken naar de technisch ambtenaar binnen een termijn van drie werkdagen, die ingaat op de datum van ontvangst van de bijkomende stukken. Het gemeentebestuur bewaart een exemplaar van de bijkomende stukken.

Het gemeentebestuur geeft de aanvrager schriftelijk kennis van de datum van ontvangst van de bijkomende stukken door de technisch ambtenaar.

Als het gemeentebestuur de bijkomende stukken niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn verstuurd heeft, kan de aanvrager er rechtstreeks een afschrift van richten aan de technisch ambtenaar. § 3. De technisch ambtenaar stuurt de beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevonden wordt binnen twintig dagen naar de aanvrager, te rekenen van de datum van ontvangst van de bijkomende stukken.

Als de technisch ambtenaar de aanvraag een tweede keer onvolledig bevindt, verklaart hij ze onontvankelijk. § 4. Als de aanvraag onontvankelijk is, geeft de technisch ambtenaar de aanvrager kennis van de redenen van de onontvankelijkheid op de wijze en binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of, desgevallend, binnen de termijn bedoeld in paragraaf 3. § 5. Als artikel 8, § 4, tweede lid, van het decreet van 11 september 1985 houdende milieu-effectbeoordeling in het Waalse Gewest of artikel 26, § 4, van het decreet van 27 juin 1996 betreffende de afvalstoffen een effectonderzoek oplegt, moet de aanvrager in afwijking van paragraaf 1, tweede lid, samen met het effectonderzoek een nieuwe aanvraag indienen. In dit geval is artikel 177, eerste en tweede lid, 1° en 2°, niet van toepassing.».

Art. 144.Artikel 21, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Op dezelfde dag stuurt hij naar de gemeente waar de aanvraag is ingediend een afschrift van de beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevonden werd. ».

Art. 145.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 22.Als de technisch ambtenaar de beslissing bedoeld in artikel 20, § 1, eerste lid, of die bedoeld in artikel 20, § 3, niet naar de aanvrager gestuurd heeft, wordt de aanvraag ontvankelijk bevonden na afloop van de termijnen waarin die bepalingen voorzien. De procedure wordt voortgezet. ».

Art. 146.In artikel 30, eerste lid, van hetzelfde decreet : 1. worden de woorden "de bevoegde overheid" vervangen door de woorden "de gemeente waar de aanvraag is ingediend";2. wordt de woorden "maakt over" vervangen door het woord "richt";3. worden de woorden "artikel 20, eerste en derde lid" vervangen door de woorden "artikel 20";4. worden de woorden "alsmede eventueel zijn bijkomende stukken" tussen het woord "aanvraag" en het woord "voor" ingevoegd. In artikel 30, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "verzenden of geven hun advies af tegen ontvangbewijs" vervangen door de woorden "verzenden hun advies".

In artikel 30, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "tegen ontvangbewijs wordt verzonden of afgegeven" vervangen door "wordt verzonden".

Art. 147.Artikel 32, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Het syntheserapport en de volledige aanvraag worden naar de bevoegde overheid gestuurd binnen een termijn van : 1° zeventig dagen als de vergunningaanvraag betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;2° honderd tien dagen als de vergunningaanvraag betrekking heeft op een inrichting van klasse 1.».

In het derde lid van dezelfde paragraaf wordt het woord "transmet" (Franse versie) vervangen door het woord "envoie".

Artikel 32, § 2, van het decreet van 11 mars 1999 wordt aangevuld met het volgende lid : « In de gevallen bedoeld in artikel 13, tweede lid, kunnen de termijnen bedoeld artikel 35, § 1, eerste lid, bij beslissing van de technisch ambtenaar verlengd worden. De verlengde termijn mag niet langer lopen dan dertig dagen. Deze beslissing wordt naar de aanvrager gestuurd binnen de termijn bedoeld in artikel 35, § 1, eerste lid. ».

Art. 148.Artikel 32 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt : « § 3. In het geval bedoeld in artikel 13, tweede lid, zijn paragraaf 1, tweede lid, van dit artikel en artikel 34 niet toepasselijk. ».

Art. 149.Artikel 35 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 35.§ 1. De bevoegde overheid stuurt haar beslissing naar de aanvrager en de technisch ambtenaar, alsook, bij gewone post, naar elke geraadpleegde overheid of administratie binnen een termijn van : 1° negentig dagen als de vergunningaanvraag betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;2° honderd veertig dagen als de vergunningaanvraag betrekking heeft op een inrichting van klasse 1. Als het syntheserapport overgemaakt wordt vóór afloop van de termijn bedoeld in artikel 32, § 1, tweede lid, stuurt de bevoegde overheid haar beslissing bij gewone post naar elke geraadpleegde overheid of administratie binnen een termijn van : 1° twintig dagen, te rekenen van de dag waarop ze het syntheserapport van de technisch ambtenaar ontvangt overeenkomstig artikel 32, § 1, tweede lid, voor inrichtingen van klasse 2;2° dertig dagen, te rekenen van de dag waarop ze het syntheserapport van de technisch ambtenaar ontvangt overeenkomstig artikel 32, § 1, tweede lid, voor inrichtingen van klasse 1. Als de bevoegde overheid van het syntheserapport afwijkt, geeft ze de redenen daarvoor op.

In het geval bedoeld in artikel 13, tweede lid, is enkel het eerste lid van deze paragraaf van toepassing. § 2. In het geval van artikel 32, § 2, wordt de termijn waarover de bevoegde overheid beschikt om haar beslissing te verzenden verlengd met dezelfde termijn als die door de technisch ambtenaar bepaald wordt. ».

Art. 150.Artikel 40 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 40.§ 1. Elke belangstellende natuurlijke of rechtspersoon kan, evenals de technisch ambtenaar, bij de Regering een beroep instellen tegen de beslissingen van de in artikel 13, eerste en tweede lid, bedoelde overheden m.b.t. de afgifte van milieuvergunningen voor niet-tijdeljke inrichtingen en tegen het feit dat die overheden na afloop van de in artikel 35 bedoelde termijn geen beslissing hebben genomen.

Het feit dat de in artikel 13 bedoelde overheden geen beslissing hebben genomen i.v.m. de afgifte van milieuvergunningen voor niet-tijdelijke inrichtingen houdt in dat geen beroep ingediend kan worden. § 2. Het beroep wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid aan de inzake beroepen bevoegde technisch ambtenaar gericht binnen een termijn van twintig dagen die ingaat : 1° hetzij, voor de aanvrager en de technisch ambtenaar, op de datum van ontvangst van de beslissing van de bevoegde overheid als ze binnen de in artikel 35 bedoelde termijnen is verstuurd, of van het daarmee gelijkgestelde stuk;2° hetzij, voor de aanvrager en de technisch ambtenaar, op de datum waarop de in artikel 35 bedoelde termijnen verstrijken;3° hetzij, voor de personen die niet onder 1° opgenomen zijn, op de eerste dag van aanplakking van de beslissing overeenkomstig artikel 35 of van het daarmee gelijksgestelde stuk. Als de beslissing in verschillende gemeenten wordt aangeplakt, wordt de termijn verlengd tot de twintigste dag volgend op de eerste dag van aanplakking in de gemeente die de beslissing in laatste instantie heeft aangeplakt. § 3. De technisch ambtenaar maakt een syntheserapport op, met name op grond van de ingewonnen adviezen. Dat rapport bevat de gegevens bedoeld in artikel 32.

Het syntheserapport wordt naar de Regering gestuurd binnen een termijn van : 1° vijftig dagen als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;2° zeventig dagen als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 1. De termijn gaat in op de eerste dag na ontvangst van het beroep. Als er meer beroepen worden ingesteld, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag na ontvangst van het laatste beroep.

De technisch ambtenaar verwittigt de aanvrager schriftelijk de dag waarop hij het syntheserapport overmaakt. § 4. De termijnen bedoeld in paragraaf 3 kunnen bij beslissing van de technisch ambtenaar verlengd worden. De verlengde termijn mag niet langer lopen dan dertig dagen. Deze beslissing wordt naar de Regering en de aanvrager alsook naar de eiser gestuurd binnen de termijn bedoeld in paragraaf 3, tweede lid. § 5. Het beroep schort de betwiste beslissing niet op, behalve als het door de technisch ambtenaar ingediend wordt. § 6. De Regering bepaalt : 1° de gegevens die het beroep moet bevatten, de vorm ervan en het aantal in te dienen exemplaren;2° de modaliteiten volgens welke het beroep ter kennis van de bevolking wordt gebracht;3° de wijze waarop het beroep wordt onderzocht, de te raadplegen instellingen en de termijnen waarbinnen de adviezen worden uitgebracht.Als een advies niet binnen de voorgeschreven termijn verzonden of tegen ontvangbewijs afgegeven wordt, wordt het geacht gunstig te zijn. § 7. De Regering stuurt haar beslissing naar de aanvrager binnen een termijn van : 1° zeventig dagen als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;2° honderd tien dagen als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 1. De termijn gaat in op de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep. Als er meer beroepen zijn, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag volgend op de datum van ontvangst van het laatste beroep.

Als het syntheserapport overgemaakt wordt vóór afloop van de termijn bedoeld in paragraaf 3, stuurt de Regering haar beslissing binnen een termijn : 1° van twintig dagen die ingaat op de datum waarop ze het syntheserapport van de technisch ambtenaar ontvangt overeenkomstig paragraaf 3, voor inrichtingen van klasse 2;2° van dertig dagen die ingaat op de datum waarop ze het syntheserapport van de technisch ambtenaar ontvangt overeenkomstig paragraaf 3, voor inrichtingen van klasse 1. In het geval bedoeld in paragraaf 4 wordt de termijn waarover de Regering beschikt om haar beslissing te verzenden verlengd met dezelfde termijn als die door de technisch ambtenaar bepaald wordt. ». § 8. Als de beslissing niet verstuurd wordt binnen de termijn bedoeld in paragraaf 7 : 1° wordt de in eerste instantie genomen beslissing bevestigd;2° wordt de beslissing geacht te zijn genomen op grond van de conclusies die in het syntheserapport vastliggen indien de in eerste instantie genomen beslissing niet verstuurd wordt binnen de termijn bedoeld in artikel 35, als het syntheserapport overeenkomstig paragraaf 3 is verstuurd.Het syntheserapport wordt door de technisch ambtenaar naar de aanvrager gestuurd. § 9. Als de vergunningsweigering te wijten is aan het uitblijven van een beslissing in eerste instantie en in beroep en als er geen syntheserapport wordt overgemaakt binnen de voorgeschreven termijnen, moet het Gewest een vergoeding betalen die gelijk is aan twintig maal het bedrag van het dossiersrecht bedoeld in artikel 177, tweede lid, 1° en 2°.De vergoedingsaanvragen vallen onder de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. » .

Art. 151.In artikel 46, eerste lid, van hetzelfde decreet : 1. worden de termen "40, § 2" vervangen door de termen "40, § 5";2. worden de termen "40, § 1" vervangen door de termen "40, § 2".

Art. 152.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 183bis, luidend als volgt : «

Art. 183bis.- De aanvragen van milieuvergunningen of van enige vergunningen ingediend vóór de inwerkingtreding van het programmadecreet tot economische en administratieve vereenvoudiging van 3 februari 2005, alsook de desbetreffende administratieve beroepen worden onderzocht volgens de regels van kracht op de dag van de indiening van de aanvraag. ». HOOFDSTUK VIIbis. - Decreet van 15 april 1999 betreffende de kringloop van het water en houdende oprichting van een "Société publique de gestion de l'eau" (Openbare maatschappij voor waterbeheer)

Art. 153.Artikel 16, § 3, van het decreet van 15 april 1999 betreffende de kringloop van het water en houdende oprichting van een "Société publique de gestion de l'eau" wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : "Elke verdeler geeft hem uiterlijk 31 maart kennis van het gemiddelde rendement van zijn net over het vorige jaar. De modaliteiten voor de berekening van het gemiddelde rendement worden door de Regering vastgelegd. ».

Art. 154.In artikel 44 van hetzelfde decreet wordt het jaargetal "2004" vervangen door het jaargetal "2009". HOOFDSTUK VIII. - Slotbepaling

Art. 155.Dit besluit treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van hoofdstuk III, dat in werking treedt op 1 januari 2005.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 3 februari 2005.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën, Uitrusting en Patrimonium, M. DAERDEN De Minister van Vorming, Mevr. M. ARENA De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Economie en Tewerkstelling, J.-C. MARCOURT De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. Ch. VIENNE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN _______ Nota's (1) Zitting 2004-2005. Stukken van de Raad 74 (2004-2005) Nrs. 1 tot 53.

Volledig verslag. - Openbare vergadering van 1 februari 2005.

Bespreking.

Volledig verslag. - Openbare vergadering van 2 februari 2005.

Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^