Programmadecreet van 11 december 2018
gepubliceerd op 21 januari 2019
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Programmadecreet 2018

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2019200141
pub.
21/01/2019
prom.
11/12/2018
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2019200141

MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP


11 DECEMBER 2018. - Programmadecreet 2018 (II)


Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - PERSOONSGEBONDEN AANGELEGENHEDEN Afdeling 1. - Gezondheid

Artikel 1.In artikel 36duodecies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, dat is ingevoegd bij de wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad," vervangen door de woorden "De Regering kan";2° het tweede lid wordt opgeheven;3° in het derde lid worden de woorden "De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad," vervangen door de woorden "De Regering bepaalt".

Art. 2.In artikel 37, § 20, van dezelfde gecoördineerde wet, worden het tweede en het derde lid, vervangen bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008021119 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, opgeheven.

Art. 3.In artikel 3 van het decreet van 1 juni 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten0 betreffende de gezondheidspromotie en inzake medische preventie worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste en het tweede lid worden § 1, eerste lid en tweede lid; 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende: " § 2 - De Regering en de instellingen en organisaties vermeld in paragraaf 1 kunnen de subsidiëring en de taakomschrijving vastleggen in een beheerscontract als bedoeld in artikel 105 van het decreet van 25 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten7 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap."

Art. 4.In artikel 3, § 2, van het decreet van 4 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten4 betreffende het niet-dringend ziekenvervoer worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de eerste zin van de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt: "de maximumtarieven en de criteria die worden toegepast om het tarief te berekenen dat door de dienst voor ziekenvervoer aan de patiënt kan worden gevraagd, alsook de nadere regels voor het geven van informatie over de mogelijkheden inzake terugbetaling van de vervoerkosten." 2° in de bepaling onder 9° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt; 3° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende: "10° de nadere regels voor het intern klachtenbeheer."

Art. 5.Het koninklijk besluit van 31 augustus 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/08/2009 pub. 15/09/2009 numac 2009022440 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit inzake de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor de hulp bij tabaksontwenning sluiten inzake de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor de hulp bij tabaksontwenning wordt opgeheven. Afdeling 2. - Gezin

Art. 6.Artikel 5, § 3, van het decreet van 17 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten6 betreffende de oprichting van een adviesraad voor gezins- en generatievraagstukken wordt vervangen als volgt: " § 3 - Op de voordracht van de adviesraad wijst de Regering binnen de adviesraad een voorzitter en een vicevoorzitter aan voor een mandaat van vier jaar."

Art. 7.In het decreet van 31 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/03/2014 pub. 23/07/2014 numac 2014203218 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren sluiten betreffende de kinderopvang, gewijzigd bij de decreten van 2 maart 2015 en 26 februari 2018, wordt een hoofdstuk 5.2 ingevoegd, dat artikel 16.5 omvat, luidende: "HOOFDSTUK 5.2. - BELASTINGVERMINDERING VOOR OPVANGKOSTEN Art. 16.5 - Attest voor belastingvermindering Met het oog op de toekenning van de belastingvermindering voor kinderoppas overeenkomstig artikel 145/35 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en met het oog op de afgifte - door de Regering - van een daartoe bestemd attest voor de betrokken belastingplichtigen voldoen de dienstverrichters vermeld in het tweede lid, 3°, van hetzelfde artikel aan de volgende minimumeisen: 1° de dienstverrichter is gevestigd in het Duitse taalgebied;2° de minimale duur van de opvang die door de dienstverrichter ter beschikking wordt gesteld, bedraagt drie opeenvolgende dagen en minstens vijf uur per dag;3° de dienstverrichter stelt infrastructuur ter beschikking die aangepast is aan de behoeften van de kinderen en die de bewegingsvrijheid, de veiligheid en de hygiëne van de kinderen waarborgt;4° de dienstverrichter stelt een rustruimte voor kinderen tussen drie en vijf jaar ter beschikking;5° de dienstverrichter stelt een EHBO-koffer ter beschikking in de onmiddellijke nabijheid van de opvangvoorziening;6° de meerderjarige begeleiders die bij de dienstverrichter werkzaam zijn: a) hebben geen vermelding in het strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dat hen onder meer verbiedt om minderjarigen te begeleiden en bezorgen hun uittreksel uit het strafregister (model 2) aan de dienstverrichter;b) beschikken over een pedagogische opleiding, een opleiding tot vrijwillige jeugdleider, een door de Regering gelijkgestelde opleiding of minstens vijf jaar praktische ervaring op pedagogisch gebied of op het gebied van kinderanimatie. De dienstverrichter dient bij de Regering de bewijzen in waarmee wordt aangetoond dat de minimumeisen vermeld in het eerste lid worden nageleefd.

De minimumeisen vermeld in het eerste lid gelden onverminderd andere bij decreet vastgelegde voorwaarden."

Art. 8.In artikel 27, eerste lid, van het decreet van 23 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/04/2018 pub. 12/06/2018 numac 2018202523 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de gezinsbijslagen sluiten betreffende de gezinsbijslagen wordt het cijfer "6" vervangen door het cijfer "7".

Art. 9.Artikel 116, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt: "Als de toepassing van artikel 28 zou leiden tot het bepalen van een andere bijslagtrekkende dan de persoon die de kinderbijslag voor december 2018 ontvangt, blijft laatstgenoemde persoon de bijslagtrekkende tot zich één van de volgende gebeurtenissen voordoet: 1° voor één van de kinderen voor wie de laatstgenoemde persoon kinderbijslag ontvangt, wordt geen kinderbijslag meer betaald;2° aan de laatstgenoemde persoon wordt kinderbijslag betaald voor een ander kind; 3° de overeenkomstig artikel 28 bepaalde bijslagtrekkende dient een aanvraag in om de kinderbijslag te ontvangen."

Art. 10.Afdeling 2 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 117.1, luidende: "Art. 117.1 - Overgangsbepaling Voor de kinderen die na 31 december 2018 geboren worden, is het verschil tussen de geboortepremie vermeld in artikel 30 en het kraamgeld vermeld in artikel 73bis, § 1, derde lid, 1°, van de Algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten definitief verworven door de bijslagtrekkende, als hij het kraamgeld rechtmatig verkregen heeft krachtens artikel 73bis, § 2, van diezelfde Algemene kinderbijslagwet."

Art. 11.Het koninklijk besluit van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2006 pub. 27/07/2006 numac 2006022732 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot verhoging van de leeftijdstoeslagen bedoeld in de artikelen 44 en 44bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders type koninklijk besluit prom. 20/07/2006 pub. 27/07/2006 numac 2006022703 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot verhoging van de leeftijdstoeslagen bedoeld in de artikelen 44 en 44bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uitvoering van sluiten tot verhoging van de leeftijdstoeslagen bedoeld in de artikelen 44 en 44bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders wordt opgeheven. Afdeling 3. - Sociale aangelegenheden

Art. 12.Artikel 7, § 1, 8°, van het decreet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/05/2014 pub. 16/07/2014 numac 2014203429 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende maatregelen inzake onderwijs - 2014 sluiten tot erkenning en ondersteuning van sociale trefpunten wordt vervangen als volgt: "8° ervoor zorgen dat de toegankelijkheid van het aanbod voor personen met een beperking gewaarborgd is op de benedenverdieping van het gebouw;"

Art. 13.In artikel 7, eerste lid, 2°, van het decreet van 13 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten3 tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de kommapunt op het einde van de zin wordt vervangen door een punt; 2° artikel 7, eerste lid, 2°, wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor de uitvoering van de individuele behoefteanalyse wordt op zijn minst de BelRAI screener gebruikt."

Art. 14.Artikel 14 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: " § 3 - Onverminderd de paragrafen 1 en 2 kan de Regering de Dienst voor zelfbeschikkend leven ertoe machtigen om, onder de door de Regering gestelde voorwaarden en nadere regels, de wedden van het personeel van de erkende dienstverrichters uit te betalen."

Art. 15.In artikel 16 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden tussen het woord "Dienst" en het woord "de" de woorden "met gebruik van de BelRAI screener" ingevoegd; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "Onverminderd het eerste lid bepaalt de Regering welke evaluatieprocedure voor de toewijzing van de zorgcategorie moet worden gehanteerd."

Art. 16.Artikel 39 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende: "De Dienst creëert, valideert, beveiligt en verzorgt een databank van de personen die de taken vermeld in de artikelen 7 en 16 uitoefenen."

Art. 17.In artikel 45, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 9° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;2° artikel 45, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende: "10° volgende gegevens over de erkende dienstverrichters en hun personeelsleden: a) identiteitsgegevens van de personeelsleden van de respectieve dienstverrichter; b) gegevens over de beroepssituatie en beroepskwalificatie van de personeelsleden van de respectieve dienstverrichter." HOOFDSTUK 2. - CULTURELE AANGELEGENHEDEN Afdeling 1. - Cultuur

Art. 18.In artikel 9, tweede lid, van het decreet van 7 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten3 over de bevordering van de musea en van de cultureel-erfgoedpublicaties, vervangen bij het decreet van 24 februari 2014, worden de woorden "31 maart" vervangen door de woorden "30 juni".

Art. 19.In artikel 16 van het decreet van 18 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2013 pub. 10/01/2014 numac 2013206806 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de ondersteuning van cultuur in de Duitstalige Gemeenschap sluiten betreffende de ondersteuning van cultuur in de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2 - Aanvragers komen in aanmerking voor ondersteuning als cultuurorganisator als ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in § 1, alsook aan de volgende kwantitatieve criteria: a) voor categorie 10: op minstens 10 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 2.500 bezoekers deelnemen; b) voor categorie 9: op minstens 14 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 3.250 bezoekers deelnemen; c) voor categorie 8: op minstens 18 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 4.000 bezoekers deelnemen; d) voor categorie 7: op minstens 22 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 5.000 bezoekers deelnemen; e) voor categorie 6: op minstens 26 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 6.000 bezoekers deelnemen; f) voor categorie 5: op minstens 30 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 8.000 bezoekers deelnemen; g) voor categorie 4: op minstens 34 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 10.000 bezoekers deelnemen; h) voor categorie 3: op minstens 38 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 11.666 bezoekers deelnemen; i) voor categorie 2: op minstens 42 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 13.332 bezoekers deelnemen; j) voor categorie 1: op minstens 46 dagen per jaar culturele activiteiten in het Duitse taalgebied organiseren, waaraan op zijn minst 15.000 bezoekers deelnemen." 2° § 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt: "Voor verdere indelingen in categorieën die in latere ondersteuningsperiodes plaatsvinden, wordt bij de kwantitatieve indelingscriteria rekening gehouden met het gemiddelde van de laatste vijf kalenderjaren die aan het jaar van de aanvraag voorafgaan." 3° § 3, derde lid, wordt vervangen als volgt: "Voor de berekening van de subsidie voor cultuurorganisatoren die voor het eerst ondersteuning krijgen of voor ondersteunde cultuurorganisatoren die nog geen vijf jaar lang ondersteund worden, wordt bij de kwantitatieve indelingscriteria rekening gehouden met het gemiddelde van de laatste drie kalenderjaren."

Art. 20.In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2 - De jaarlijkse ondersteuning van cultuurorganisatoren bestaat uit een vaste basissubsidie: a) 120.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 10; b) 140.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 9; c) 160.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 8; d) 180.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 7; e) 200.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 6; f) 220.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 5; g) 240.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 4; h) 260.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 3; i) 280.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 2; j) 300.000 euro voor cultuurorganisatoren van categorie 1.

Een cultuurorganisator kan een jaarlijks modulair personeelsforfait voor cultureel werk krijgen ten belope van 21.250 euro per voltijds equivalent: a) voor cultuurorganisatoren van categorie 10: hoogstens 2,00 voltijdsequivalenten personeel;b) voor cultuurorganisatoren van categorie 9: hoogstens 3,00 voltijdsequivalenten personeel;c) voor cultuurorganisatoren van categorie 8: hoogstens 4,00 voltijdsequivalenten personeel;d) voor cultuurorganisatoren van categorie 7: hoogstens 4,80 voltijdsequivalenten personeel;e) voor cultuurorganisatoren van categorie 6: hoogstens 5,60 voltijdsequivalenten personeel;f) voor cultuurorganisatoren van categorie 5: hoogstens 6,40 voltijdsequivalenten personeel;g) voor cultuurorganisatoren van categorie 4: hoogstens 7,20 voltijdsequivalenten personeel;h) voor cultuurorganisatoren van categorie 3: hoogstens 8,00 voltijdsequivalenten personeel;i) voor cultuurorganisatoren van categorie 2: hoogstens 8,80 voltijdsequivalenten personeel; j) voor cultuurorganisatoren van categorie 1: hoogstens 9,60 voltijdsequivalenten personeel." 2° paragraaf 3, paragraaf 4 en paragraaf 5 worden opgeheven.

Art. 21.In artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2 - Aanvragers die actief zijn in de kunstdiscipline theater komen in aanmerking voor ondersteuning indien ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in § 1, alsook aan de volgende kwantitatieve criteria: a) voor categorie 5: jaarlijks op zijn minst 30 culturele activiteiten organiseren;b) voor categorie 4: jaarlijks op zijn minst 45 culturele activiteiten organiseren;c) voor categorie 3: jaarlijks op zijn minst 60 culturele activiteiten organiseren;d) voor categorie 2: jaarlijks op zijn minst 90 culturele activiteiten organiseren; e) voor categorie 1: jaarlijks op zijn minst 120 culturele activiteiten organiseren." 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3 - Aanvragers die actief zijn in de kunstdiscipline dans komen in aanmerking voor ondersteuning indien ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in § 1, alsook aan de volgende kwantitatieve criteria: a) voor categorie 5: jaarlijks op zijn minst 20 culturele activiteiten organiseren;b) voor categorie 4: jaarlijks op zijn minst 27,5 culturele activiteiten organiseren;c) voor categorie 3: jaarlijks op zijn minst 35 culturele activiteiten organiseren;d) voor categorie 2: jaarlijks op zijn minst 57,5 culturele activiteiten organiseren; e) voor categorie 1: jaarlijks op zijn minst 80 culturele activiteiten organiseren." 3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4 - Aanvragers die actief zijn in de kunstdiscipline literatuur komen in aanmerking voor ondersteuning indien ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in § 1, alsook aan de volgende kwantitatieve criteria: a) voor categorie 5: jaarlijks op zijn minst 10 culturele activiteiten organiseren;b) voor categorie 4: jaarlijks op zijn minst 15 culturele activiteiten organiseren;c) voor categorie 3: jaarlijks op zijn minst 20 culturele activiteiten organiseren;d) voor categorie 2: jaarlijks op zijn minst 25 culturele activiteiten organiseren; e) voor categorie 1: jaarlijks op zijn minst 30 culturele activiteiten organiseren." 4° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt: " § 5 - Aanvragers die actief zijn in de kunstdiscipline muziek komen in aanmerking voor ondersteuning indien ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in § 1, alsook aan de volgende kwantitatieve criteria: a) voor categorie 5: jaarlijks op zijn minst 30 culturele activiteiten organiseren;b) voor categorie 4: jaarlijks op zijn minst 45 culturele activiteiten organiseren;c) voor categorie 3: jaarlijks op zijn minst 60 culturele activiteiten organiseren;d) voor categorie 2: jaarlijks op zijn minst 90 culturele activiteiten organiseren; e) voor categorie 1: jaarlijks op zijn minst 120 culturele activiteiten organiseren." 5° § 6, tweede lid, wordt vervangen als volgt: "Voor verdere indelingen in categorieën die in latere ondersteuningsperiodes plaatsvinden, wordt bij de kwantitatieve indelingscriteria rekening gehouden met het gemiddelde van de laatste vijf kalenderjaren die aan het jaar van de aanvraag voorafgaan." 6° § 6, derde lid, wordt vervangen als volgt: "Voor de berekening van de subsidie voor cultuurproducenten die voor het eerst ondersteuning krijgen of voor ondersteunde cultuurproducenten die nog geen vijf jaar lang ondersteund worden, wordt bij de kwantitatieve indelingscriteria rekening gehouden met het gemiddelde van de laatste drie kalenderjaren."

Art. 22.In artikel 19 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2 - De jaarlijkse ondersteuning van de cultuurproducenten uit de kunstdiscipline theater bestaat uit een vast basisbedrag van: a) 150.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 5; b) 202.500 euro voor cultuurproducenten van categorie 4; c) 255.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 3; d) 307.500 euro voor cultuurproducenten van categorie 2; e) 360.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 1." 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3 - De jaarlijkse ondersteuning van de cultuurproducenten uit de kunstdiscipline dans bestaat uit een vast basisbedrag van: a) 100.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 5; b) 135.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 4; c) 170.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 3; d) 205.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 2; e) 240.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 1." 3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4 - De jaarlijkse ondersteuning van de cultuurproducenten uit de kunstdiscipline literatuur bestaat uit een vast basisbedrag van: a) 50.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 5; b) 62.500 euro voor cultuurproducenten van categorie 4; c) 75.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 3; d) 87.500 euro voor cultuurproducenten van categorie 2; e) 100.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 1." 4° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt: " § 5 - De jaarlijkse ondersteuning van de cultuurproducenten uit de kunstdiscipline muziek bestaat uit een vast basisbedrag van: a) 127.500 euro voor cultuurproducenten van categorie 5; b) 172.125 euro voor cultuurproducenten van categorie 4; c) 216.750 euro voor cultuurproducenten van categorie 3; d) 261.375 euro voor cultuurproducenten van categorie 2; e) 306.000 euro voor cultuurproducenten van categorie 1." 5° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt: " § 6 - Een cultuurproducent kan een jaarlijks modulair personeelsforfait voor cultureel werk krijgen ten belope van 21.250 euro per voltijds equivalent: a) voor cultuurproducenten van categorie 5: hoogstens 2,50 voltijdsequivalenten personeel;b) voor cultuurproducenten van categorie 4: hoogstens 4,00 voltijdsequivalenten personeel;c) voor cultuurproducenten van categorie 3: hoogstens 5,33 voltijdsequivalenten personeel;d) voor cultuurproducenten van categorie 2: hoogstens 6,66 voltijdsequivalenten personeel; e) voor cultuurproducenten van categorie 1: hoogstens 8,00 voltijdsequivalenten personeel." 6° paragraaf 7 en paragraaf 8 worden opgeheven.

Art. 23.In artikel 96 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 5, ingevoegd bij het decreet van 26 februari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten4, wordt opgeheven; 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende: " § 6 - In afwijking van artikel 54 publiceert de Regering de volgende oproep voor kandidaten die geclassificeerd willen worden als amateurkunstvereniging in de kunstdiscipline dans vijf jaar na de dansclassificatie van 2015." Afdeling 2. - Jeugd

Art. 24.In artikel 5, § 1, 13°, van het decreet van 6 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten7 ter ondersteuning van het jeugdwerk worden de woorden "31 maart" vervangen door de woorden "30 juni".

Art. 25.In artikel 14, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 februari 2013 en 2 maart 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in artikel 14, eerste lid, wordt een bepaling onder 5.1 ingevoegd, luidende: "5.1 een EHBO-koffer bevindt zich in de onmiddellijke nabijheid;" 2° in de bepaling onder 8° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;3° artikel 14, eerste lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 9° tot 11°, luidende: "9° een infrastructuur gebruiken die aangepast is aan de behoeften van de kinderen en die de bewegingsvrijheid, de veiligheid en de hygiëne van de kinderen waarborgt;10° in een rustruimte voor kinderen tussen drie en vijf jaar voorzien; 11° de meerderjarige begeleiders van de kinderen hebben geen vermelding in het strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dat hen onder meer verbiedt om minderjarigen te begeleiden, wat gecontroleerd wordt aan de hand van hun uittreksel uit het strafregister (model 2)."

Art. 26.In artikel 40 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen de eerste zin en de tweede zin, die de derde zin wordt, wordt een zin ingevoegd, luidende: "Voor stagebegeleiders die een sociaal-pedagogische opleiding in het hoger onderwijs voltooid hebben, duur de opleiding 10 uur." 2° in de tweede zin, die de derde zin wordt, wordt het woord "hij" vervangen door de woorden "de stagebegeleider". Afdeling 3. - Sport

Art. 27.In artikel 27 van het Sport decreet van 19 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten1, vervangen bij het decreet van 27 april 2009 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° § 1, 3°, wordt vervangen als volgt: "3° de plek waar het sportkamp plaatsvindt, het volgende ter beschikking stelt: a) een infrastructuur die aangepast is aan de behoeften van de kinderen en die de bewegingsvrijheid, de veiligheid en de hygiëne van de kinderen waarborgt; b) een rustruimte voor kinderen tussen drie en vijf jaar en c) een EHBO-koffer in onmiddellijke nabijheid;" 2° § 1, 5°, wordt vervangen als volgt: "5° er buiten de begeleiders minstens tien personen respectievelijk - wanneer het om kinderen tussen drie en vier jaar oud gaat - minstens acht personen actief aan de openluchtklas deelnemen;" 3° § 1, 6°,wordt vervangen als volgt: "6° er per groep van minstens tien deelnemers respectievelijk - wanneer het om kinderen tussen drie en vier jaar oud gaat - per groep van minstens acht deelnemers een begeleider ter beschikking staat;4° in § 1, 7°, wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt; 5° paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende: "8° de meerderjarige begeleiders geen vermelding in het strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering hebben dat hen onder meer verbiedt om minderjarigen te begeleiden en hun uittreksel uit het strafregister (model 2) aan de organisator van het sportkamp bezorgen." 6° paragraaf 2, 3°, gewijzigd bij het decreet van 6 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten7, wordt vervangen als volgt: "3° categorie C: oefenmeester recreatiesport niveau I, trainer C;" 7° paragraaf 2, 4°, wordt vervangen als volgt: "4° categorie D: trainer D, houder van een erkend bewijs "vrijwillige jeugdleider" van de Duitstalige Gemeenschap." 8° in paragraaf 5, tweede lid, 4°, worden de woorden "6 euro" vervangen door de woorden "7,5 euro".

Art. 28.Artikel 2, 9°, van het decreet van 20 november 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten2 over het statuut van de sportschutters wordt vervangen als volgt: "9° ISSF-discipline of IBU-discipline: elke discipline die door de International Shooting Sport Federation of door de International Biathlon Union aangeboden wordt;"

Art. 29.In artikel 6, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden "olympische schietdiscipline" vervangen door de woorden "ISSF-discipline of IBU-discipline".

Art. 30.In artikel 9, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "voor een maximale duur van vijf jaar". Afdeling 4. - Volwassenenonderwijs

Art. 31.In artikel 1 van het decreet van 17 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten6 ter ondersteuning van de instellingen voor volwassenenonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "sleutelbevoegdheden : competenties die alle mensen" vervangen door de woorden "sleutelcompetenties: competenties van het Europees Referentiekader voor levenslang leren die alle mensen"; 2° in de bepaling onder 2° worden de woorden "aanbod aan voortgezette opleidingen: inhoudscoherente leeractiviteiten die betrekking hebben tot één of meerdere sleutelbevoegdheden." vervangen door de woorden "opleidingseenheid: inhoudscoherente leeractiviteiten met inhoudsgericht leerdoel voor één of meer sleutelcompetenties die door de instelling voor volwassenenonderwijs gepland, gepromoot, uitgevoerd en gefinancierd worden." 3° in de bepaling onder 5° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt; 4° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende: "6° het noorden van het Duitse taalgebied: de gemeenten Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren;" 5° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende: "7° het zuiden van de Duitse taalgebied: de gemeenten Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith."

Art. 32.In artikel 2 van hetzelfde decreet wordt het woord "sleutelbevoegdheden" telkens vervangen door het woord "sleutelcompetenties"; in artikel 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "een aanbod aan voortgezette opleidingen" vervangen door het woord "opleidingseenheden" en in artikel 2, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "verscheidenheid van het aanbod" vervangen door de woorden "verscheidenheid aan opleidingseenheden".

Art. 33.In artikel 3, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "haar aanbod aan voortgezette opleiding" vervangen door de woorden "haar opleidingseenheden".

Art. 34.Artikel 5 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt: "Art. 5 - Samenwerking Met het oog op de coördinatie van het hele vormingsaanbod werken de instellingen voor volwassenenonderwijs met elkaar samen binnen de Raad voor Volwassenenvorming en werken ze samen met andere instellingen voor voortgezette opleidingen."

Art. 35.In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "aanbod aan voortgezette opleidingen" vervangen door het woord "opleidingseenheden"; 2° het eerste lid, 3°, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten5, wordt vervangen als volgt: "3° binnen twee kalenderjaren ten minste 208 opleidingseenheden voor de burgers organiseert, waarvan ten minste 160 eenheden voor volwassenen bestemd zijn en waarvan ten minste 40 eenheden in het noorden en 40 eenheden in het zuiden van het Duitse taalgebied plaatsvinden;" 3° in het eerste lid, 5°, worden de woorden "en die een financiële controle mogelijk maakt" vervangen door de woorden ", die de activiteiten inzake volwassenenvorming alsook de andere activiteiten van de instelling analytisch weergeeft en die een financiële controle mogelijk maakt";4° in het tweede lid worden de woorden "op ten minste 80 dagen voortgezette opleidingen aanbieden" vervangen door de woorden "ten minste 80 opleidingseenheden organiseren die voor volwassenen bestemd zijn en waarvan ten minste 15 eenheden in het noorden en 15 eenheden in het zuiden van het Duitse taalgebied plaatsvinden";5° het derde lid wordt opgeheven.

Art. 36.Artikel 8, § 5, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten5, wordt opgeheven.

Art. 37.In artikel 10 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten5, worden het eerste en het tweede lid vervangen door een eerste lid, tweede lid en derde lid, luidende: "Als een instelling voor volwassenenonderwijs aan de bepalingen van dit decreet voldoet, ontvangt ze een jaarlijkse forfaitaire toelage.

Voor instellingen voor volwassenenonderwijs die tot dusver nog niet ondersteund werden, bedraagt de toelage in de eerste twee ondersteuningsjaren maximaal 100 % van alle ontvangsten. De jaarlijkse forfaitaire toelage wordt berekend op basis van de laatste resultatenrekening die de instelling voor volwassenenonderwijs heeft voorgelegd.

In alle gevallen is de toelage beperkt tot 65.000 euro. Ze wordt in twaalfden uitbetaald."

Art. 38.In hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten1, wordt een artikel 10.1 ingevoegd, luidende: "Art. 10.1 - Toezending van inlichtingen De instellingen voor volwassenenonderwijs zenden de volgende inlichtingen toe aan de Regering: 1° een overzicht van hun geplande opleidingseenheden;2° een overzicht van de opleidingseenheden die overeenkomstig artikel 7 werden georganiseerd. De Regering legt de nadere regels vast."

Art. 39.In artikel 11 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, 1°, b), worden de woorden "globale kosten" vervangen door de woorden "jaarlijkse totale kosten"; 2° het eerste lid, 1°, wordt aangevuld met een bepaling onder d), luidende: "d) kosten meebrengen die nog niet gefinancierd worden door toelagen die uit dit decreet voortvloeien." 3° in het eerste lid, 4°, ingevoegd bij het decreet van 2 maart 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/2015 pub. 27/03/2015 numac 2015201528 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende instemming met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 januari 2010, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Staat Malta tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belastin type decreet prom. 02/03/2015 pub. 01/04/2015 numac 2015201529 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende instemming met het Protocol, gedaan te Brussel op 16 maart 2010, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Helleense Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van be sluiten, wordt de punt op het einde van de zin door een puntkomma vervangen;4° het eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 2 maart 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/2015 pub. 27/03/2015 numac 2015201528 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende instemming met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 januari 2010, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Staat Malta tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belastin type decreet prom. 02/03/2015 pub. 01/04/2015 numac 2015201529 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende instemming met het Protocol, gedaan te Brussel op 16 maart 2010, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Helleense Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van be sluiten, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende: "5° toelagen voor de structurele ondersteuning van omgevormde Geco-banen.De Regering sluit een overeenkomst met de instelling die er recht op heeft." 5° het tweede lid wordt vervangen door een tweede tot vierde lid, luidende: "De bijkomende toelage in de zin van het eerste lid, 1°, kan hoogstens voor de periode van het goedgekeurd globaal concept toegekend worden. In afwijking daarvan is de looptijd van de cofinanciering van een Europees project gebonden aan de looptijd van dat project.

Voor bijkomende toelagen in de zin van het eerste lid, 1°, kan een voorschot toegekend worden ten belope van hoogstens 80 % van de jaarlijkse toelage.

Projecten in de zin van het eerste lid, 1°, worden na een impulsfinanciering geëvalueerd. De Regering bepaalt de vorm en het voorwerp van de evaluatie. De positieve evaluatie is een essentiële voorwaarde voor een nieuwe subsidiëring."

Art. 40.Artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 februari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten6, wordt opgeheven.

Art. 41.Artikel 18.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten5 en gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten1, wordt opgeheven. HOOFDSTUK 3. - MONUMENTENZORG

Art. 42.Artikel 17 van het decreet van 23 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten5 betreffende de bescherming van monumenten, klein erfgoed, ensembles en landschappen en betreffende de opgravingen wordt aangevuld met de volgende zin: "In die lijst worden de goederen gekenmerkt die in strijd zijn met de instandhoudingsplicht bedoeld in artikel 10 en op basis van een verslag over de staat van het goed overeenkomstig artikel 10.3 als bijzonder bedreigd worden beschouwd."

Art. 43.Artikel 53 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten4, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: " § 3 - In afwijking van artikel 37 hebben de leden van de op 11 september 2014 geïnstalleerde commissie een mandaat van zes jaar." HOOFDSTUK 4. - WERKGELEGENHEID

Art. 44.Artikel 51 van het programmadecreet van 29 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten9 wordt opgeheven.

Art. 45.Het besluit van de Regering van 2 juli 1998 tot uitvoering van het programmadecreet 1998 wat de begeleiding en de beroepsopleiding in het kader van het doorstromingsprogramma betreft, wordt opgeheven.

Art. 46.In artikel 6, eerste lid, van het decreet van 26 juni 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten8 houdende oprichting van een Sociaal-Economische Raad van de Duitstalige Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 5° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt; 2° artikel 6, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende: "6° de regels i.v.m. de manier waarop de overeenkomstig artikel 12.1, § 1, tweede lid, toegewezen subsidie onder de daarin afzonderlijk vermelde organisaties concreet wordt opgesplitst."

Art. 47.In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 3 mei 2004, 27 april 2009 en 16 januari 2012, wordt een artikel 12.1 ingevoegd, luidende: "Art. 12.1 - § 1 - Onverminderd de artikelen 9 en 12 kent de Regering een jaarlijkse subsidie van 200.000 euro toe aan de Raad.

De Raad wijst die subsidie toe als volgt: 1° de ene helft ten gunste van de in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, vermelde interprofessionele werkgeversorganisaties die vertegenwoordigd zijn in de Raad;2° de andere helft ten gunste van de in artikel 4, § 1, eerste lid, 3°, vermelde representatieve werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in de Raad. De subsidie vermeld in het eerste lid wordt aan de organisaties vermeld in het tweede lid toegekend voor de uitoefening van hun taken binnen of buiten de Raad. De organisaties benutten hun respectieve aandeel in die subsidie voor kosten inzake personeel, werking, diensten of infrastructuur. De organisaties maken jaarlijks een verslag op over de benutting van hun aandeel in die subsidie en bezorgen dat verslag aan de Regering. § 2 - De subsidie vermeld in paragraaf 1 is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer vermeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. Op 1 januari 2019 is spilindex 138,01 van toepassing." HOOFDSTUK 5. - LOKALE BESTUREN

Art. 48.Artikel 20, eerste lid, van het decreet van 14 februari 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten8 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging wordt aangevuld met de volgende zin: "Hij mag die pas toekennen, nadat hij zich aan de hand van een overlijdensattest van het overlijden vergewist heeft en eerst 24 uren na het overlijden, behalve in de door politieverordeningen bepaalde gevallen."

Art. 49.In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten0, wordt een artikel 20.1 ingevoegd, luidende: "Art. 20.1 - Zijn er tekens of aanwijzingen van een gewelddadige dood of andere omstandigheden die zulks laten vermoeden, dan mag de begraving eerst geschieden nadat een officier van politie, bijgestaan door een doctor in de geneeskunde of de heelkunde, een proces-verbaal heeft opgemaakt van de staat van het lijk en van de daarop betrekking hebbende omstandigheden, alsook van de inlichtingen die hij heeft kunnen inwinnen omtrent de voornamen, de naam, de leeftijd, het beroep, de geboorteplaats en de woonplaats van de overledene."

Art. 50.In artikel 25, § 2, vierde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "het in artikel 77 of in artikel 81 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde attest" vervangen door de woorden "het in artikel 20 vermelde attest of het in artikel 20.1 vermelde proces-verbaal".

Art. 51.In artikel 28, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "artikel 81 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door de woorden "artikel 20.1".

Art. 52.Artikel L4146-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, gewijzigd bij het decreet van 21 november 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten2, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende: "De leden van de bezwarencommissie hebben recht op presentiegeld en reisvergoedingen overeenkomstig de door de Regering vastgelegde bepalingen." HOOFDSTUK 6. - INFRASTRUCTUUR

Art. 53.In artikel 39 van het decreet van 18 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten9 betreffende de infrastructuur worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° § 2, eerste lid, vervangen bij het decreet van 23 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten5, wordt opgeheven; 2° paragraaf 3, vervangen bij het decreet van 2 maart 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/2015 pub. 27/03/2015 numac 2015201528 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende instemming met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 januari 2010, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Staat Malta tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belastin type decreet prom. 02/03/2015 pub. 01/04/2015 numac 2015201529 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende instemming met het Protocol, gedaan te Brussel op 16 maart 2010, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Helleense Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van be sluiten, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende: "De afwijkingen vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, en in de artikelen 10 en 24bis gelden niet voor werkzaamheden die betrekking hebben op een definitief gerangschikt goed dat opgenomen is op een door de Regering vastgestelde lijst van bijzonder bedreigde monumenten." HOOFDSTUK 7. - BEGROTING EN FINANCIEN

Art. 54.In artikel 103, tweede lid, van het decreet van 25 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202687 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten7 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de punt op het einde van de zin wordt vervangen door een kommapunt; 2° artikel 103, tweede lid, wordt aangevuld met een streepje, luidende: "- onder 20 euro voor de ondersteuning van voortgezette opleidingen."

Art. 55.In titel III van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten4, wordt een artikel 105.2, ingevoegd, luidende: "Art. 105.2 - Wetgeving inzake overheidsopdrachten Als de ontvanger van subsidies die op grond van decreten, beheerscontracten of overeenkomsten structureel of projectgebonden worden uitbetaald, onder de wetgeving inzake overheidsopdrachten valt, kan de Regering die subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen als de subsidieontvanger bij de gunning van de gesubsidieerde opdrachten voor werken, leveringen of diensten de voormelde wetgeving schendt." HOOFDSTUK 8. - SLOTBEPALINGEN

Art. 56.Dit decreet treedt in werking de dag waarop het wordt bekendgemaakt, met uitzondering van: 1° artikel 54, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2018;2° artikel 43, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2018;3° artikel 52, dat uitwerking heeft met ingang van 15 oktober 2018;4° de artikelen 2, 3, 5, 8, 9, 10, 11, 18, artikel 19, 2° en 3°, artikel 21, 5° en 6°, de artikelen 24, 26, 27, 30, 31, 32, 33, 34, artikel 35, 1°, 3°, 4° en 5°, en de artikelen 36, 37, 38, 39, 40, 41, 46, 47, die in werking treden op 1 januari 2019;5° artikel 7, artikel 19, 1°, artikel 20, artikel 21, 1°, 2°, 3° en 4°, artikel 22, artikel 23, 1°, artikel 25 en artikel 35, 2°, die in werking treden op 1 januari 2020. Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Eupen, 11 december 2018.

O. PAASCH De Minister-President I. WEYKMANS De Viceminister-President, Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme A. ANTONIADIS De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden H. MOLLERS De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek __________ Zitting 2018-2019 Parlementaire stukken: 258 (2018-2019) Nr. 1 Voorstel van decreet +Erratum 258 (2018-2019) Nr. 2 -4 Voorstellen tot wijziging 258 (2018-2019) Nr. 5 Verslag Integraal verslag: 11 december 2018 - Nr. 59 Bespreking en aanneming


begin


Publicatie : 2019-01-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^