Programmadecreet van 14 juli 2015
gepubliceerd op 14 augustus 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake leerplichtonderwijs, Cultuur, de ARES , de financiering van het universitair en niet-universitair hoger onderwijs en de waarborg van de Franse Gemeenschap (1)

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2015029363
pub.
14/08/2015
prom.
14/07/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015029363

MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP


14 JULI 2015. - Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake leerplichtonderwijs, Cultuur, de ARES (Académie de recherche et d'enseignement supérieur - Academie voor onderzoek en hoger onderwijs), de financiering van het universitair en niet-universitair hoger onderwijs en de waarborg van de Franse Gemeenschap (1)


Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Titel I. - Bepalingen betreffende het leerplichtonderwijs HOOFDSTUK I. - Bepalingen houdende wijziging van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap

Artikel 1.In artikel 7, § 2 van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt een punt 5° toegevoegd, luidend als volgt : "5°, een uitzonderlijke dotatie : - In 2015 een bedrag van 20.000.000 euro - In 2016 een bedrag van 20.600.000 euro - In 2017 een bedrag van 6.900.000 euro".

Art. 2.Artikel 8bis, § 2 van het voornoemde decreet van 5 februari 1990 wordt door de volgende tekst vervangen : "Niettegenstaande de vermeerdering bedoeld in paragraaf 1, wordt de dotatie bedoeld bij artikel 7, § 2, 3° ook jaarlijks vermeerderd met : - Euro 2.656.000 van 2011 tot 2037 - Euro 2.656.000 van 2014 tot 2040 - Euro 2.656.000 van 2015 tot 2018 - Euro 2.656.000 van 2039 tot 2041".

Art. 3.Paragraaf 3 van artikel 8bis van het voormelde decreet van 5 februari 1990 wordt door de volgende tekst vervangen : "Niettegenstaande de vermeerderingen bedoeld bij de paragrafen 1 en 2 wordt de dotatie bedoeld bij artikel 7, § 2, 3° ook vermeerderd met : - Euro 1.585.000 van 2012 tot 2030 - Euro 1.490.000 in 2031". HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving

Art. 4.In artikel 3, § 3bis, derde lid, b) van de wet van 29 mei 1959 zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 17 december 2014, worden de cijfers "70,99 %" en "4,01 %" respectief vervangen door de cijfers "70,33 %" en "4,67 %". HOOFDSTUK III. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 12 juli 2001 waarbij de materiële omstandigheden van de inrichtingen van het basis- en secundair onderwijs worden verbeterd

Art. 5.In artikel 18, § 1, tweede lid, b) en e) van het decreet van 12 juli 2001 waarbij de materiële omstandigheden van de inrichtingen van het basis- en secundair onderwijs worden verbeterd, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 17 december 2014, worden de cijfers "4,01 %" vervangen door de cijfers "4,67 %". HOOFDSTUK IV. - Bepaling tot wijziging van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht

Art. 6.In artikel 1, § 4bis, 1° van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, worden de volgende woorden toegevoegd : "Deze toelating kan enkel om uitzonderlijke redenen toegekend worden en inzonderheid na advies van de inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs of van het inrichtingshoofd in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd onderwijs en van het daarvoor bevoegde PMS-centrum. Wordt de toelating geweigerd, dan kunnen de ouders nochtans aanvragen dat hun kind in het derde jaar van het kleuteronderwijs blijft met de instemming van de inrichtende macht van het gesubsidieerd onderwijs of van het inrichtingshoofd in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd onderwijs maar, in dit geval, komt de leerling niet in aanmerking voor de berekening van de omkadering en van de werkingsdotaties of -subsidies.". HOOFDSTUK V. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs

Art. 7.In artikel 12, § 1, 1°, van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs, worden de volgende zinnen toegevoegd op het einde van punt 1° : "Voor de types 1, 3 en 8, moet het inschrijvingsverslag inzonderheid, desgevallend, volgens de nader door de Regering bepaalde regels, de begeleiding en de redelijke aanpassingen ingesteld in het gewoon onderwijs beschrijven en bewijzen dat deze onvoldoend bleken om voor een aan de specifieke behoeften van de leerling aangepaste leertoestand te zorgen.

Een gebrek aan beheersing van de onderwijstaal of het behoren tot een minder begunstigde sociale kring is geen voldoende reden om naar het gespecialiseerd onderwijs verwezen te worden.".

Art. 8.In hetzelfde decreet, wordt een artikel 44quater toegevoegd, luidend als volgt : "Op voordracht van de Algemene overlegraad voor het gespecialiseerd onderwijs, kan de Regering een aanvullend lestijdenpakket toekennen aan de scholen van het gespecialiseerd basisonderwijs die een pedagogie organiseren die aangepast is aan de autistische leerlingen die al dan niet door afasie getroffen zijn, die polygehandicapt of zwaar gehandicapt zijn maar die over intellectuele vaardigheden beschikken die ze toelaten toegang te hebben tot schoolleerprocessen, tot het op integratie gericht gespecialiseerd onderwijs, tot de scholen voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs die een bijzonder project organiseren ertoe strekkend een betere begeleiding van de leerlingen met specifieke behoeften te verwezenlijken.

Deze lestijden worden jaarlijks toegekend binnen de perken van de begrotingsmiddelen. Voor het jaar 2015-2016 stemmen deze middelen overeen met 50 % van de middelen verkregen door de wijziging van de maatregel opgenomen in paragraaf 2 tweede lid en paragraaf 3 van artikel 132 van hetzelfde decreet.

De aldus opgerichte betrekkingen kunnen niet aanleiding geven tot een benoeming of een werving in vast verband.".

Art. 9.In hetzelfde decreet wordt een artikel 97bis toegevoegd, luidend als volgt : "Op voordracht van de Algemene overlegraad voor het gespecialiseerd onderwijs, kan de Regering een aanvullend lestijdenpakket toekennen aan de scholen van het gespecialiseerd basisonderwijs die een pedagogie organiseren die aangepast is aan de autistische leerlingen die al dan niet door afasie getroffen zijn, die polygehandicapt of zwaar gehandicapt zijn maar die over intellectuele vaardigheden beschikken die ze toelaten toegang te hebben tot schoolleerprocessen, tot het op integratie gericht gespecialiseerd onderwijs, tot de scholen voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs die een bijzonder project organiseren, ertoe strekkend een betere begeleiding van de leerlingen met specifieke behoeften te verwezenlijken.

Deze lestijden worden jaarlijks toegekend binnen de perken van de begrotingsmiddelen. Voor het jaar 2015-2016 stemmen deze middelen overeen met 50 % van de middelen verkregen door de wijziging van de maatregel opgenomen in paragraaf 2 tweede lid en paragraaf 3 van artikel 132 van hetzelfde decreet.

De aldus opgerichte betrekkingen kunnen niet aanleiding geven tot een benoeming of een werving in vast verband.".

Art. 10.In artikel 132 van hetzelfde decreet, worden de §§ 2 en 3 door de volgende paragrafen vervangen : " § 2. Voor iedere geïntegreerde leerling in het gewoon basis- en secundair onderwijs, worden vier lestijden begeleiding verstrekt door personeelsleden van het gespecialiseerd onderwijs.

Voor iedere leerling die onder het gespecialiseerd onderwijs van type 4, 5, 6 of 7 ressorteert, geïntegreerd in de derde graad van het secundair onderwijs, worden acht lestijden begeleiding verstrekt door personeelsleden van het gespecialiseerd onderwijs. § 3. In de 3e graad van het secundair onderwijs worden acht lestijden, buiten het totaal aantal lestijden/leraar, bovendien toegekend aan de inrichting voor gewoon onderwijs die de geïntegreerde leerling die onder het gespecialiseerd onderwijs van type 4, 5, 6 of 7 ressorteert, opvangt.". HOOFDSTUK VI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 30 april 2009 houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden in een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving

Art. 11.In artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden in een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een paragraaf 1bis toegevoegd, luidend als volgt : " § 1bis.Voor de periode van 1 september 2015 tot 31 augustus 2016 stellen de inrichtingen een aanhangsel bij hun PGAED (Algemeen actieproject voor de gedifferentieerde omkadering) op, op basis van een door de Regering bepaald model.". 2° in § 3 worden de woorden "30 juni 2016" vervangen door de woorden "30 juni 2017" en de woorden "zesde en zevende" door de woorden "zevende en achtste".

Art. 12.In hetzelfde decreet wordt een nieuw artikel 44bis ingevoegd, luidend als volgt : "Artikel 44bis - In afwijking van artikel 3, eerste lid, artikel 4, eerste, achtste en negende lid, artikel 5, artikel 6, § 2, derde lid en § 4, artikel 7, § 2, derde lid en § 4, artikel 8, § 1, eerste en vijfde lid en § 2, eerste lid, wordt de vijfjarenperiode die op 1 september 2010 een aanvang had genomen tot 31 augustus 2016 verlengd.".

Titel II. - Bepalingen betreffende Cultuur HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Art. 13.§ 1. Voor de jaren 2015 en 2016, gaat de Regering tot geen nieuwe erkenning over op basis van de volgende decreten : - het decreet van 30 april 2009 betreffende de ontwikkeling van leespraktijken ingericht door het openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en de openbare bibliotheken, - het decreet van 30 april 2009 betreffende de omkadering en de subsidiëring van de federaties voor amateuristische kunstbeoefening, van de Federaties die Centra voor expressie en creativiteit vertegenwoordigen en van de centra voor expressie en creativiteit, - het decreet van 21 november 2013 betreffende de Culturele centra, - het decreet van 12 mei 2004 betreffende de centra voor private archieven in de Franse Gemeenschap van België.

Na raadpleging van de bevoegde adviesinstellingen bepaalt de Regering de nadere regels die specifiek zijn voor de aanvragen die ingediend moeten worden om opnieuw erkend te worden met ingang van de jaren 2017 en volgende met inbegrip van de nadere regels voor een nieuwe erkenning betreffende de dossiers ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet. § 2. De Regering kan, op hun aanvraag, gedurende de jaren 2015 en 2016, de volgende instellingen erkennen : - de culturele centra die al erkend waren op basis van het decreet van 28 juli 1992 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de toekenning van toelagen aan de culturele centra; - de centra voor expressie en creativiteit die reeds erkend waren op basis van de ministeriele omzendbrief van 1 november 1976 betreffende de centra voor expressie en creativiteit, alsook de niet-erkende vzw's die een aanvraag om erkenning als centrum voor expressie en creativiteit vóór 30 juni 2015 hebben ingediend; - de federaties voor amateurkunstpraktijken die reeds erkend waren op basis van het koninklijk besluit van 16 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden inzake de erkenning van en het verlenen van toelagen aan de nationale en regionale organisaties voor voortdurende scholing; mits de voortzetting van de enige subsidies die toegekend waren vóór deze erkenning in afwijking van respectief de bepalingen van het decreet van 21 november 2013 betreffende de culturele centra en van het decreet van 30 april 2009 betreffende de omkadering en de subsidiëring van de federaties voor amateuristische kunstbeoefening, van de Federaties die Centra voor expressie en creativiteit vertegenwoordigen en van de centra voor expressie en creativiteit.

Voor de niet-erkende vzw's die een aanvraag om erkenning als centrum voor expressie en creativiteit vóór 30 juni 2015 hebben ingediend, zal de erkenning zonder subsidieverlening geschieden. § 3. In artikel 106, § 2, van het decreet van 21 november 2013 betreffende de culturele centra : - wordt het eerste lid met de volgende zin aangevuld "Vanaf 1 september 2015 zijn de bepalingen van dit decreet op ze van toepassing". wordt het derde lid aangevuld met de woorden "behoudens afwijking van de Regering met als doel de toepassing in 2017 van de subsidieverlening bedoeld bij hoofdstuk VII ten gevolge van beslissingen van de Regering genomen in 2017.". HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 30 april 2009 betreffende de ontwikkeling van leespraktijken ingericht door het openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en de openbare bibliotheken

Art. 14.In het decreet van 30 april 2009 betreffende de ontwikkeling van leespraktijken ingericht door het openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en de openbare bibliotheken, wordt artikel 14, § 1, tweede lid, vervangen door hetgeen volgt : "In afwijking van het eerste lid, vindt de evaluatie van het vijfjarenplan plaats : - 1° op het einde van het zesde jaar van zijn uitvoering, voor de operatoren van de Openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening waarvan de erkenning uitwerking had op 1 januari 2011 en voor de evaluatie van het plan met de actie- en programmatiedoelstellingen bedoeld bij artikel 19, § 3, voor de vereniging die de bibliothecarissen en bibliotheken vertegenwoordigt, die erkend is krachtens het decreet van 10 april 2003 betreffende de werking van de adviesinstanties die werkzaam zijn binnen de culturele sector en waarvan de programmaovereenkomst uitwerking heeft sinds 1 januari 2011; - 2° op het einde van het vijfde jaar van zijn uitvoering, voor de operatoren van wie de erkenning uitwerking heeft genomen met ingang van 1 januari 2012; - 3° op het einde van de periode van vier jaar en zes maanden voor de operatoren van de Openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening van wie de erkenning uitwerking heeft genomen met ingang van 1 juli 2012.".

Art. 15.In hetzelfde decreet, wordt artikel 15, derde lid, ingevoegd bij artikel 38 van het programmadecreet van 17 december 2014, vervangen door hetgeen volgt : "In afwijking van artikel 15, tweede lid, c°, vindt de beslissing van de Regering over het behoud van de erkenning plaats op het einde van de vijfjarenperiode, die verlengd wordt met : 1° twee jaar, voor de operatoren van de Openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening van wie de erkenning uitwerking had op 1 januari 2011;2° twee jaar, voor de vereniging die de bibliothecarissen en bibliotheken vertegenwoordigt, die erkend is krachtens het decreet van 10 april 2003 betreffende de werking van de adviesinstanties die werkzaam zijn binnen de culturele sector en waarvan de programmaovereenkomst uitwerking heeft sinds 1 januari 2011;3° één jaar, voor de operatoren van de Openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening waarvan de erkenning uitwerking had op 1 januari 2012; 4° zes maanden, voor de operatoren van de Openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening waarvan de erkenning uitwerking had op 1 juli 2012.".

Titel III. - Bepaling met betrekking tot de Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur (ARES) (Academie voor onderzoek en hoger onderwijs) HOOFDSTUK I. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies

Art. 16.In artikel 27 van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies zoals gewijzigd bij het programmadecreet van 17 december 2014 houdende diverse maatregelen betreffende de begrotingsfondsen opgenomen in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap, de dotaties en subsidies toegekend aan sommige instellingen met een beheersovereenkomst, het leerplichtonderwijs en het onderwijs voor sociale promotie, de Infrastructuren, het Kleine Kind, de Cultuur, de Jeugd, de voorwaarden voor de toekenning van de gelijkwaardigheid van diploma's en studiegetuigschriften uit het buitenland, de "Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur (ARES)", de financiering van het universitair hoger onderwijs en het Onderzoek, wordt een vierde lid ingevoegd, luidend als volgt : "Voor het jaar 2015 is het bedrag bedoeld bij het eerste lid 2.833.000 euro.".

Art. 17.In artikel 56 van hetzelfde decreet wordt een derde lid ingevoegd, luidend als volgt : "Voor de jaren 2015 en 2016 slaat de indexering bepaald bij het tweede lid enkel op 90 % van het bedrag bedoeld bij het eerste lid.".

Titel IV. - Bepalingen met betrekking tot de financiering van het universitair en niet-universitair hoger onderwijs HOOFDSTUK I. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling

Art. 18.In artikel 29, § 7, van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling, laatst gewijzigd bij het voormelde programmadecreet van 17 december 2014, worden de woorden "de jaarlijkse verhoging voor 2015 wordt voor 3 jaar vastgelegd en vereffend in verhouding tot één derde per jaar van 2015 tot 2017" vervangen door de woorden "de jaarlijkse verhoging voor het begrotingsjaar 2015 bedraagt 1.333.000 euro". HOOFDSTUK II. - Bepaling tot wijziging van de wet van 3 augustus 1960 houdende toekenning van sociale voordelen aan de universiteiten en gelijkgestelde inrichtingen

Art. 19.In artikel 2 van de wet van 3 augustus 1960 houdende toekenning van sociale voordelen aan de universiteiten en gelijkgestelde inrichtingen, zoals gewijzigd, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede en derde lid worden de woorden "377,78 euro" en "251,20 EUR" respectief vervangen door de woorden "380,64 EUR" en "253,10 EUR". 2° het vierde lid wordt aangevuld als volgt : "Uitzonderlijk, voor de jaren 2015 en 2016, is het indexcijfer van de prijzen van de maand januari opgenomen in de teller van de bovenvermelde indexeringsformule dat van de maand 2014.". HOOFDSTUK III. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen

Art. 20.In artikel 89, § 3, van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, worden de woorden "Wordt toegevoegd aan dit bedrag, het bedrag bedoeld bij artikel 21quater, § 4, a)" vervangen door de woorden "Wordt toegevoegd aan dit bedrag, het bedrag bedoeld bij artikel 21quater, § 3, a)".

Titel V. - Bepalingen betreffende de waarborg toegekend door de Franse Gemeenschap aan de Université libre de Bruxelles op de verbintenissen inzake pensioenen

Art. 21.De Franse Gemeenschap waarborgt de jaarlijkse uitbetaling door de Université libre de Bruxelles van wedden van aanvullende pensioenen waartoe de Université libre de Bruxelles zich heeft verbonden ten opzichte van de in rust zijnde leden van haar personeel vóór 1 januari 2011 overeenkomstig het statuut van het personeel dat van kracht was vóór 1 januari 2011 waarbij rust- en overlevingspensioenen worden gewaarborgd, gelijk aan deze die verkrijgbaar zouden zijn door een ambtenaar van de Universiteiten van de Franse Gemeenschap, indien deze zich in dezelfde loopbaanomstandigheden zou bevinden. De door de Franse Gemeenschap toegekende waarborg kan niet de som van de jaarlijkse vastleggingen overschrijden die nog gestort moeten worden en die in 2015 op 168 miljoen euro geraamd worden.

Art. 22.De waarborg in artikel 21 wordt toegekend op voorwaarde dat de Université libre de Bruxelles een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, overeenkomstig de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, opricht, aan welke de opdracht wordt overgedragen van de uitvoering van de verbintenissen van de Université libre de Bruxelles inzake aanvullende pensioenen voor de in ruste gestelde personeelsleden van de Université libre de Bruxelles vóór 1 januari 2011.

Art. 23.De Université libre de Bruxelles stort elk jaar het bedrag dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening toelaat haar verbintenissen inzake aanvullend pensioen na te komen.

Art. 24.Ingeval de waarborg van de Franse Gemeenschap bedoeld bij artikel 21 geactiveerd wordt, wordt het bedrag waarvoor een beroep op deze waarborg wordt gedaan, afgetrokken van de werkingstoelage gestort door de Franse Gemeenschap aan de Université libre de Bruxelles overeenkomstig artikel 29 van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling.

Titel VI. - Slotbepalingen

Art. 25.Dit decreet treedt in werking de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 6 tot 12, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2015 en de artikelen 16 tot 20, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2015.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 14 juli 2015.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Vice-President en Minister van Onderwijs, Cultuur en Kind, Mevr. J. MILQUET De Vice-President en Minister van Hoger Onderwijs, Onderzoek en Media, J.-Cl. MARCOURT De Minister van Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen en Promotie van Brussel, R. MADRANE De Minister van Sport, R. COLLIN De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, A. FLAHAUT De Minister van Onderwijs voor sociale promotie, Jeugd, Vrouwenrechten en Gelijke Kansen, Mevr. I. SIMONIS _______ Nota (1) Zitting 2014-2015 Stukken van het Parlement.- Ontwerp van decreet, nr. 147-1. - Commissieadviezen, nr. 147-2 tot nr. 147-4.- Commissieamendementen, nr. 147-5. - Verslag, nr. 147-6.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 14 juli 2015


begin


Publicatie : 2015-08-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^