Programmadecreet van 20 februari 2017
gepubliceerd op 15 maart 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Programmadecreet 2017

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2017201389
pub.
15/03/2017
prom.
20/02/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2017201389

MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP


20 FEBRUARI 2017. - Programmadecreet 2017


Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Persoonsgebonden aangelegenheden Afdeling 1 - Gezondheid

Artikel 1.In het decreet van 1 juni 2004 betreffende de gezondheidspromotie en inzake medische preventie, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, wordt een hoofdstuk IIter ingevoegd, dat de artikelen 10.2 tot 10.6 omvat, luidende : "Hoofdstuk IIter - Besmettelijke ziekten Art. 10.2 - § 1 - In het Duitse taalgebied moet melding worden gedaan van alle bewezen of mogelijke gevallen van besmettelijke ziekten als bedoeld in paragraaf 4.

Onverminderd het eerste lid moet ook melding worden gedaan van elk pathologisch geval waarover een onzekere diagnose bestaat, maar waarvan het epidemische karakter of de symptomatologie van een ernstige epidemische aandoening vaststaat.

De personen vermeld in paragraaf 2 doen melding van elk geval dat de kenmerken vertoont van een besmettelijke ziekte of van een epidemie die niet met toepassing van paragraaf 4 vastgelegd is, zelfs indien de diagnose nog niet definitief is vastgesteld. § 2 - De meldingsplicht geldt voor de behandelende arts, het hoofd van een laboratorium voor klinische biologie en de arts die in het bijzonder belast is met het medisch toezicht in scholen, bedrijven, voorzieningen waar kinderen en jongeren verblijven, bejaardentehuizen en rust- en verzorgingstehuizen. § 3 - De melding wordt gedaan bij de arts-gezondheidsinspecteur die door de Regering wordt aangewezen.

De melding bevat ten minste de volgende gegevens : 1° de aard van de ziekte of pathologie;2° de naam en voornamen van de persoon die de melding heeft gedaan, zijn telefoonnummer, mobiel nummer, faxnummer, adres en e-mailadres;3° de naam en voornamen, geboortedatum, woonplaats van de zieke en, voor zover mogelijk, zijn beroep en in voorkomend geval de door hem bezochte onderwijsinstelling of zijn werkplek. § 4 - De Regering bepaalt : 1° de lijst van de besmettelijke ziekten;2° de procedure voor de meldingsplicht. Art. 10.3 - De arts-gezondheidsinspecteur kan, indien mogelijk in samenwerking met de burgemeester van de gemeente waar de maatregel moet worden uitgevoerd en na overleg met de behandelende artsen, in het bijzonder de volgende profylactische maatregelen nemen of door de burgemeester doen nemen: 1° personen die besmet blijken en die de infectie kunnen overdragen fysieke contacten met anderen verbieden zolang zij hierdoor een bijzonder gevaar betekenen voor de volksgezondheid;2° personen die na contact met een besmette persoon of na contact met een andere besmettingsbron mogelijk besmet zijn en die, door contacten met anderen, deze infectie kunnen overdragen, onderwerpen aan een medisch onderzoek;3° besmette personen die de infectie kunnen overdragen, ertoe verplichten een aangepaste medische behandeling te volgen;4° personen die in het kader van de uitoefening van hun beroepsactiviteiten een infectie kunnen overdragen, verbieden deze activiteit uit te oefenen of onderwerpen aan een medisch onderzoek, zolang zij een bijzonder gevaar voor de volksgezondheid vormen;5° een ziekenhuisdienst opvorderen om de besmette personen of de personen bij wie een zeer besmettelijke ziekte wordt vermoed, af te zonderen.De opvordering wordt zo snel mogelijk meegedeeld aan de directeur van de betrokken instelling die verplicht is haar volledige medewerking te verlenen bij de toepassing van de profylactische maatregelen; 6° de ontsmetting van besmette voorwerpen en besmette lokalen bevelen;7° de behandeling, de afzondering of het doden bevelen van dieren die een besmettingsgevaar betekenen voor de mens, met uitzondering van het besmettingsgevaar door consumptie van deze dieren. Art. 10.4 - § 1 - De arts-gezondheidsinspecteur of, op diens verzoek, de bevoegde burgemeester kan: 1° raadgevingen, aanmaningen en mondelinge en schriftelijke bevelen geven; 2° zich vrije toegang verschaffen tot alle plaatsen en ruimten waar een mogelijke besmettingsbron vermoed of vastgesteld wordt, uitsluitend om de besmettingsbron vast te stellen en profylactische maatregelen te nemen met toepassing van artikel 10.3. Tussen 9 uur 's avonds en 5 uur 's morgens is deze toegang beperkt tot het nemen van uiterst dringende maatregelen die onmiddellijk moeten worden genomen om de verdere verspreiding van de besmettelijke ziekte, die een bijzonder gevaar voor de gezondheid vormt, te voorkomen; 3° overtredingen van de meldingsplicht voorgeschreven bij artikel 10.2 en niet-inachtnemingen van de profylactische maatregelen genomen met toepassing van artikel 10.3 vaststellen door middel van processen-verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen. Een afschrift van het proces-verbaal wordt per aangetekende brief ter kennis gebracht van de overtreder binnen vijf werkdagen na de vaststelling van de overtreding; 4° de beëindiging of gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van de plaats, de ruimte of de installatie die de oorzaak kan zijn van de besmetting, wanneer zij vaststellen dat de met toepassing van artikel 10.3 opgelegde maatregelen niet nageleefd werden, wanneer bevelen of aanmaningen niet opgevolgd werden of wanneer er een bedreiging of een ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat; 5° iedere persoon ondervragen over feiten waarvan de bekendheid nuttig is voor de uitoefening van hun opdracht;6° alle onderzoeken, controles en opsporingen uitvoeren en alle inlichtingen verzamelen die zij noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit hoofdstuk en van de uitvoeringsbesluiten ervan nageleefd worden;7° met het oog op de uitoefening van zijn opdracht een beroep doen op de steun van vertegenwoordigers van het openbaar gezag. De bevoegdheden vermeld in het eerste lid worden uitsluitend uitgeoefend in het kader van de opdrachten van de arts-gezondheidsinspecteur en van de bevoegde burgemeester, in het bijzonder wat betreft de uitoefening van opdrachten van bestuurlijke politie, voor zover dat in het belang is van de volksgezondheid met het oog op het nemen van profylactische maatregelen.

Indien nodig kan de arts-gezondheidsinspecteur zich laten vervangen door een afgevaardigde arts die hiertoe door de Regering wordt aangewezen. § 2 - Zo nodig neemt de arts-gezondheidsinspecteur contact op met andere binnenlandse, buitenlandse of internationale terzake bevoegde gezondheidsautoriteiten om gegevens te verzamelen, om gegevens uit te wisselen en om de verspreiding van de infecties tegen te gaan.

Art. 10.5 - § 1 - De arts-gezondheidsinspecteur of de onder zijn verantwoordelijkheid handelende beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg ontvangt de meldingen vermeld in artikel 10.2 en bewaart ze in een register in ongeacht welke vorm, ook in elektronische vorm.

De in de meldingen vermelde gegevens worden uitsluitend verwerkt voor de doeleinden bepaald in de artikelen 10.3 en 10.4.

Alleen de arts-gezondheidsinspecteur en de onder zijn verantwoordelijkheid handelende beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg mogen de in de meldingen vervatte persoonsgegevens verwerken. Ze zorgen voor de vertrouwelijkheid en de beveiliging van die gegevens.

Met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens waarborgen de personen vermeld in artikel 10.2, § 2, de vertrouwelijkheid en de beveiliging van alle persoonsgegevens waarvan ze kennis hebben op het ogenblik dat ze verzameld, doorgegeven en verwerkt worden. § 2 - Zodra de arts-gezondheidsinspecteur van oordeel is dat de maatregelen vermeld in de artikelen 10.3 en 10.4 niet langer noodzakelijk zijn, worden de inlichtingen waarmee de aan een besmettelijke ziekte lijdende personen geïdentificeerd en gelokaliseerd kunnen worden en die tot de melding geleid hebben of die betrekking hebben op personen die de melding gedaan hebben, gewist.

Alleen de gegevens die van algemeen belang zijn om de profylactische maatregelen in de toekomst doeltreffender te maken, worden bewaard.

De door de arts-gezondheidsinspecteur bewaarde gezuiverde gegevens kunnen in voorkomend geval voor profylactische doeleinden verder verwerkt worden in statistieken. § 3 - De in de melding vervatte gegevens mogen, voor zover ze ter uitvoering van de maatregelen vermeld in de artikelen 10.3 en 10.4 noodzakelijk zijn, doorgegeven worden aan de burgemeester.

Art. 10.6 - Met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van 25 euro tot 200 euro of met één van die straffen alleen worden gestraft: 1° alle personen die de meldingsplicht bedoeld in artikel 10.2 niet naleven of de melding verhinderen of belemmeren; 2° alle personen die geen gevolg geven aan de maatregelen bedoeld in artikel 10.3 of de uitvoering van deze maatregelen verhinderen of belemmeren; 3° alle personen die de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 10.4 verhinderen of belemmeren." Afdeling 2 - Bejaarden

Art. 2.Artikel 1 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden, de seniorenresidenties en de psychiatrische verzorgingstehuizen, gewijzigd bij de decreten van 13 februari 2012, 22 februari 2016 en 13 december 2016, wordt aangevuld met een bepaling onder 11°, luidende : "11° LGSI: lokale commissie ter behartiging van de belangen van bejaarden." Artikel 1 - Artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, wordt vervangen als volgt : "Art. 11 - § 1 - Onder de voorwaarden bepaald in het kader van een overeenkomst met de inrichtende macht kan de Regering pilootprojecten ondersteunen voor een periode die beperkt is tot hoogstens drie jaar.

Pilootprojecten zijn innovatieve aanbiedingen op het gebied van de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden.

Drie maanden voor het verstrijken van de overeenkomst dient de inrichtende macht een evaluatie in bij het departement. De Regering beslist over de verdere ondersteuning van het project op basis van de evaluatie en van het advies van het departement en na een hoorzitting met de inrichtende macht. § 2 - De aanvraag om ondersteuning van een pilootproject wordt ter goedkeuring ingediend bij het departement en bevat de volgende gegevens : 1° de identiteit en het statuut van de dienst;2° het bewijs dat er, rekening houdend met de geografische, demografische en socio-economische factoren, behoefte is aan het pilootproject;3° 3° de gedetailleerde beschrijving van het project;4° de timing van de verwezenlijking van het project;5° de evaluatiecriteria met betrekking tot het project;6° de kostenraming en het financieringsplan;7° de beschrijving van de netwerkactiviteiten;8° voor lokale projecten: een advies van de LGSI. De Regering beslist binnen drie maanden na de indiening van de volledige aanvraag over de ondersteuning van het pilootproject of over de weigering van de aanvraag."

Art. 2.In artikel 12 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, wordt vervangen als volgt : " § 2 - De inrichtende machten van bejaardentehuizen en rust- en verzorgingstehuizen ontvangen, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, een jaarlijks vaste subsidie voor de aankoop, de uitlening en het onderhoud van mobiliteitshulpmiddelen.De Regering bepaalt het bedrag en de nadere regels voor die subsidiëring vast." 2° in paragraaf 4 worden de woorden "in de §§ 1 en 2" vervangen door de woorden "in § 1".

Art. 3.In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IV.1 ingevoegd, dat de artikelen 12.1 tot 12.4 bevat, luidende : "Hoofdstuk IV.1 - Lokale commissies ter behartiging van de belangen van bejaarden Art. 12.1 - De gemeenteraad van elke gemeente van het Duitse taalgebied installeert een LGSI en legt het huishoudelijk reglement van die commissie vast.

Art. 12.2 - § 1 - De LGSI bestaat uit : 1° een vertegenwoordiger van het gemeentecollege;2° een vertegenwoordiger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente;3° een vertegenwoordiger van de adviescommissie voor bejaarden van de gemeente, voor zover die commissie bestaat;4° een vertegenwoordiger per thuishulpdienst of inrichtende macht van een woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuur voor bejaarden of van een seniorenresidentie die op het grondgebied van de gemeente gevestigd is. Voor elk in het eerste lid vermeld werkend lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. § 2 - Tot de LGSI behoren ook met raadgevende stem : 1° een vertegenwoordiger van het departement;2° één vertegenwoordiger van de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven;3° andere plaatselijke partners die belangrijk zijn voor de hulp aan bejaarden en die door de LGSI bij de beraadslagingen betrokken worden. De Regering kan nog andere dienstverrichters aanwijzen die een raadgevende stem in de LGSI hebben.

Art. 12.3 - De vertegenwoordiger van het gemeentecollege zit de vergaderingen van de LGSI voor. De voorzitter organiseert die vergaderingen op eigen initiatief of op schriftelijk verzoek van een belangstellende en/of op schriftelijk verzoek van een potentiële inrichtende macht.

Een personeelslid van de gemeentediensten woont de vergaderingen van de LGSI bij en maakt onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter de notulen op.

De Regering kan de verdere werkwijze nader bepalen.

Art. 12.4 - § 1 - Op verzoek van de Regering en binnen de door haar gestelde termijn of op eigen initiatief verstrekt de LGSI advies over de volgende punten : 1° de aanbevolen maatregelen die aan haar werden voorgelegd;2° het stellen van prioriteiten in verband met de aanbevolen maatregelen om het aanbod voor bejaarden dicht bij huis te verbeteren, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden en het vaststellen van de kwantitatieve en kwalitatieve voorwaarden die daarvoor vervuld moeten zijn. § 2 - De LGSI geeft advies over alle nieuwe projecten of pilootprojecten inzake hulp aan bejaarden dicht bij huis op het grondgebied van de gemeente en bezorgt haar standpunt aan de Regering.

Daartoe bezorgt de potentiële dienstverrichter alle daartoe nodige stukken vooraf aan de LGSI. In het advies worden ten minste de volgende punten behandeld : 1° de behoefte aan het nieuwe initiatief voor hulp aan bejaarden, met inachtneming van de geografische, demografische en socio-economische omstandigheden;2° het concept voor de hulp aan bejaarden;3° het aantal personen dat met het project aangesproken wordt;4° de mogelijke kostenbijdrage van de bejaarden;5° het koppelen van de verschillende vormen van hulpverlening;6° indien het advies niet unaniem is : een uiteenzetting van de verschillende standpunten. De LGSI bezorgt haar advies aan de Regering binnen 90 dagen na ontvangst van de stukken van de potentiële inrichtende macht.

In afwijking van het eerste lid kan de Regering uitzonderingen bepalen waarin, op grond van de beperkte draagwijdte van de betrokken initiatieven, geen advies van de LGSI vereist is. § 3 - De Regering kan de LGSI nog andere taken opdragen."

Art. 4.Artikel 2, 11°, van het decreet van 16 februari 2009 betreffende de thuishulpdiensten, opgeheven bij het decreet van 13 december 2016, wordt hersteld als volgt : "11° LGSI: de lokale commissie ter behartiging van de belangen van bejaarden vermeld in hoofdstuk IV.1 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden, de seniorenresidenties en de psychiatrische verzorgingstehuizen."

Art. 5.Artikel 16, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, wordt aangevuld met bepalingen onder 7° en 8°, luidende : "7° de beschrijving van de netwerkactiviteiten; 8° voor lokale projecten: een advies van de LGSI." Afdeling 3 - Jeugdbijstand

Art. 6.In artikel 4, § 1, eerste lid, van het decreet van 19 mei 2008 over de Jeugdbijstand en houdende omzetting van maatregelen inzake jeugdbescherming worden de woorden "ongeacht afkomst, geslacht, nationaliteit, godsdienstige, filosofische en politieke opvattingen" vervangen door de woorden "ongeacht de beschermde criteria vermeld in artikel 2 van het decreet van 19 maart 2012 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie".

Art. 7.Artikel 5, § 1, tweede lid, 7°, van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 8.In artikel 16, § 4, van hetzelfde decreet wordt het woord "dagen" vervangen door het woord "werkdagen".

Art. 9.Artikel 20, § 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "Opdrachten voor het waarborgen van de begeleidingsvormen vermeld in paragraaf 1 worden niet : 1° toegekend aan natuurlijke personen die belast zijn met de opvoeding van de jongere of onderhoudsplichtig zijn ten aanzien van de jongere; 2° toegekend aan rechtspersonen waarin de personen belast met de opvoeding van de jongere of de personen die onderhoudsplichtig zijn ten aanzien van de jongere een leidinggevende rol uitoefenen."

Art. 10.In artikel 32, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "werd afgesloten of bevolen" vervangen door de woorden "afgesloten, bevolen of in aansluiting daarop met toepassing van artikel 21 verlengd werd";

Art. 11.In artikel 33, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de tweede zin aangevuld met de woorden : "en vanaf het 18e levensjaar van de jongere, overeenkomstig de met toepassing van artikel 21 goedgekeurde verlenging van de hulpverlening". Afdeling 4 - Gezinsbijslagen

Art. 12.Artikel 1, vijfde lid, van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, ingevoegd bij de wet van 25 januari 1999 en gewijzigd bij de wetten van 12 augustus 2000 en 28 april 2010, wordt vervangen als volgt : "Het feit dat het kind krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie recht op maatschappelijke integratie heeft, sluit niet uit dat de aanvrager recht op gewaarborgde gezinsbijslag heeft." HOOFDSTUK 2. - Culturele aangelegenheden Afdeling 1 - Cultuur

Art. 13.In artikel 2, tweede lid, van het decreet van 23 maart 1992 houdende toekenning van toelagen voor de personeelskosten van de erkende creatieve ateliers, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, wordt het bedrag "54,54 EUR" vervangen door het bedrag "78 euro".

Art. 14.In het decreet van 18 november 2013 betreffende de ondersteuning van cultuur in de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 2 maart 2015 en 22 februari 2016, wordt een hoofdstuk 3.1 ingevoegd, dat de artikelen 43.1 tot 43.3 omvat, luidende : "Hoofdstuk 3.1 - Ondersteuning van literatuur Art. 43.1 - Ondersteuningsprincipes Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de Regering literatuurpublicaties ondersteunen.

De ondersteuning die nodig is voor het project bedraagt minstens 1.000 euro.

Art. 43.2 - Aanvraag § 1 - De aanvraag kan worden ingediend door natuurlijke personen en rechtspersonen van wie de literatuurpublicaties aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de publicatie houdt op grond van de woonplaats van de auteur of op grond van het behandelde onderwerp inhoudelijk verband met de Duitstalige Gemeenschap;2° de publicatie heeft een regionale en eventueel grensoverschrijdende draagwijdte;3° de publicatie bezit kwaliteitskenmerken qua inhoud, taal, methode en vormgeving;4° er kan bewezen worden dat voor voldoende publiekgerichtheid en voldoende distributie gezorgd wordt;5° er wordt een degelijke financiële onderbouw en een degelijk zakelijk beheer met het oog op de publicatie gewaarborgd. De volgende literatuurpublicaties komen niet in aanmerking voor ondersteuning: 1° de publicaties die op grond van een ander decreet van de Duitstalige Gemeenschap gesubsidieerd kunnen worden;2° de regelmatige publicaties. § 2 - De aanvraag wordt ingediend bij de Regering.

De aanvraag wordt uiterlijk op 31 maart ingediend op het daartoe door de Regering vastgelegde formulier. § 3 - Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden gevoegd: 1° het bewijs van het verband tussen de inhoud van de publicatie en de Duitstalige Gemeenschap en het bewijs van de regionale of eventueel grensoverschrijdende uitstraling ervan;2° een samenvatting;3° een biografie van de auteur;4° een beschrijving van de geplande verspreiding;5° een beschrijving van de geplande publiciteit;6° een gedetailleerd overzicht van ontvangsten en uitgaven. Art. 43.3 - Subsidie en aankoop van boeken § 1 - Nadat de ingediende stukken gecontroleerd zijn, kan de Regering literatuurpublicaties ondersteunen door : 1° een subsidie toe te kennen;2° exemplaren van het boek aan te kopen na voltooiing van de publicatie. Er kan geen subsidie worden toegekend voor literatuurpublicaties die al verschenen zijn. Alleen publicaties waarin verwezen wordt naar het feit dat ze met steun van de Duitstalige Gemeenschap tot stand zijn gekomen, kunnen overeenkomstig het eerste lid, 1°, gesubsidieerd worden. § 2 - De subsidie wordt berekend op basis van de nuttige uitgaven die rechtstreeks verband houden met het verschijnen van de literatuurpublicatie. In het formulier vermeld in artikel 43.2, § 2, tweede lid, bepaalt de Regering welke categorieën van nuttige uitgaven in aanmerking komen.

Voor de uitbetaling van de subsidie worden, binnen drie maanden na het verschijnen van de literatuurpublicatie, de volgende stukken ingediend: 1° een overzicht van de nuttige uitgaven;2° een exemplaar van de publicatie. Het bedrag van de subsidies kan vermenigvuldigd worden met een coëfficiënt om het aan de beschikbare begrotingsmiddelen aan te passen. § 3 - De als bewijsstuk ingediende facturen zijn voor kwijting getekend of gaan vergezeld van het rekeninguittreksel. Financiële bescheiden die gecertificeerd zijn door erkende boekhouders of erkende financiële controleurs kunnen ook als bewijsstuk gelden."

Art. 15.In artikel 47 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt: "In die oproep wordt de datum van de classificatie vastgelegd." 2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 16.In artikel 48, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "uiterlijk op 30 november van het jaar dat aan de classificatie voorafgaat," vervangen door de woorden "uiterlijk negen maanden vóór de overeenkomstig artikel 47 vastgelegde datum".

Art. 17.In artikel 54 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden " - en voor het eerst in 2015 - " worden opgeheven; 2° het artikel wordt aangevuld als volgt : "In die oproep wordt de datum van de classificatie vastgelegd."

Art. 18.In artikel 55, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "uiterlijk op 30 november van het jaar dat aan de classificatie voorafgaat," vervangen door de woorden "uiterlijk negen maanden vóór de overeenkomstig artikel 54 vastgelegde datum". Afdeling 2 - Jeugd

Art. 19.In artikel 6 van het decreet van 6 december 2011 ter ondersteuning van het jeugdwerk worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepalingen van het huidige eerste tot derde lid worden paragraaf 1, eerste tot derde lid;2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2 - In afwijking van paragraaf 1 kan de Regering ter ondersteuning van bijzondere projecten in het kader van de prioriteiten van het jeugdstrategieplan subsidie toekennen aan de volgende rechtspersonen : 1° instellingen van openbaar nut van de Duitstalige Gemeenschap;2° gemeenten van het Duitse taalgebied;3° verenigingen zonder winstoogmerk; 4° voor de jeugd bevoegde overheidsinstanties van buiten het Duitse taalgebied."

Art. 20.Artikel 30, § 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "De leden van het begeleidingscomité worden telkens aangewezen voor de duur van het lopende beheerscontract tussen de Regering en het Jeugdbureau." Afdeling 3 - Sport

Art. 21.Artikel 24.1 van het sportdecreet van 19 april 2004, ingevoegd bij het decreet van 24 februari 2014 en gewijzigd bij het decreet van 2 maart 2015, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "De subsidie vermeld in het eerste lid kan alleen worden aangevraagd door sportverenigingen en sportfederaties."

Art. 22.In artikel 28 van hetzelfde decreet wordt het woord "sportclubs" vervangen door de woorden "sportverenigingen en sportfederaties". Afdeling 4 - Media

Art. 23.In artikel 15, eerste lid, van het decreet van 27 juni 1986 betreffende het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 16 oktober 1995, worden de woorden "zijn voorzitter, of de directeur" vervangen door de woorden "zijn voorzitter, de directieraad en de directeur".

Art. 24.In het opschrift van hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde decreet worden de woorden "De Vaste Commissie" vervangen door de woorden "De directieraad".

Art. 25.De artikelen 17 tot 19 van hetzelfde decreet, opgeheven bij het decreet van 16 oktober 1995, worden hersteld als volgt : "Art. 17 - Het Centrum heeft een directieraad die uit minstens 3 en hoogstens 5 personen bestaat.

De Regering bepaalt de samenstelling en de werkwijze van de directieraad.

Art. 18.In het kader van de bevoegdheden die de Raad overeenkomstig artikel 15 overdraagt, neemt de directieraad alle beslissingen die noodzakelijk zijn voor de operationele leiding van het Centrum.

De taken vermeld in het eerste lid worden uitgeoefend onverminderd : 1° de bevoegdheden die de Raad overeenkomstig artikel 15 aan de directeur overdraagt;2° de algemene leidinggevende bevoegdheid van de directeur bedoeld in artikel 27 en zijn verdere decretale taken;3° de taken die de Regering aan de directieraad opdraagt op grond van artikel 102, § 1, eerste lid, van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 19.De directieraad stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering.

In het huishoudelijk reglement worden in het bijzonder de volgende aspecten geregeld : 1° de bijeenroeping van de directieraad;2° het vergaderritme;3° het besluitvormingsproces in de directieraad;4° het opstellen van de notulen; 5° de verdere informatieplichten."

Art. 26.Artikel 27, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 oktober 1995 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2008, wordt vervangen als volgt : " § 1 - De diensten van het Centrum worden, onverminderd de bevoegdheden die de Raad overeenkomstig artikel 15 aan de directieraad overdraagt, onder het toezicht van de Raad door een directeur geleid."

Art. 27.In artikel 91 van het decreet van 27 juni 2005 over de audiovisuele mediadiensten en de filmvoorstellingen, gewijzigd bij het decreet van 2 maart 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid wordt de bepaling onder 4° vervangen door de volgende bepalingen onder 4° en 5°, luidende : "4° personeelsleden en leden van de raad van beheer of van de leiding van het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap, van een aanbieder van mediadiensten of van een onderneming die elektronische communicatienetwerken, -apparaten of -diensten aanbiedt; 5° personen die functies uitoefenen in of aandelen hebben in een vennootschap of in een ander orgaan dat in het Duitse taalgebied inhoudelijk en/of technisch werkzaam is in de sector van de klankdiensten of audiovisuele media of elektronische communicatienetwerken, -apparaten of -diensten aanbiedt." 2° het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Indien bij een lid van de beslissingskamer een belangenconflict bestaat omtrent een aangelegenheid waarover de beslissingskamer een beslissing moet nemen, mag dat lid niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming binnen de beslissingskamer.Die procedure wordt vastgelegd in het huishoudelijk reglement van de beslissingskamer." HOOFDSTUK 3. - Onderwijs

Art. 28.In artikel 2.2, eerste lid, van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "Het centrum heeft vier lokale vestigingen;elke lokale vestiging wordt geleid door een persoon die 'hoofd van een lokale vestiging' is en ressorteert onder de directie" worden vervangen door de woorden "Het centrum heeft vier lokale vestigingen die geleid worden door personen die hoofd van een lokale vestiging zijn en die onder de directie ressorteren."; 2° het eerste lid wordt aangevuld met een zin, luidende : "De raad van bestuur bepaalt het aantal hoofden van een lokale vestiging en wijst elk van hen één of meer lokale vestigingen toe.Er zijn hoogstens vier personen die 'hoofd van een lokale vestiging' zijn.

Art. 29.In artikel 6.2, 2°, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder a) wordt vervangen als volgt : "a) coördinator Psychosociale Ontwikkeling;" 2° de bepaling onder b) wordt opgeheven.

Art. 30.In artikel 6.3, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : "1° coördinator Psychosociale Ontwikkeling : de bekwaamheidsbewijzen vermeld in § 1, 1°, d) tot g), en in § 1, 2°;" 2° de bepaling onder 2° wordt opgeheven.

Art. 31.In artikel 6.79 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : "2° het ambt van coördinator Psychosociale Ontwikkeling;" 2° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.

Art. 32.In artikel 6.80 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden ",1° tot 5°," opgeheven; 2° in de bepaling onder 2° van hetzelfde lid wordt een bepaling onder c) ingevoegd, luidende : "c) voor het ambt van hoofd van een lokale vestiging : ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad bezit;" 3° het tweede lid wordt opgeheven;4° het derde lid, ingevoegd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt opgeheven.

Art. 33.Artikel 6.81 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "Art. 6.81 - Oproep tot de kandidaten en sollicitatie De oproep tot de kandidaten voor de ambten vermeld in artikel 6.79 wordt door de raad van bestuur bekendgemaakt in de pers, door aanplakking in het centrum en in elke andere passende vorm.

De oproep bevat het profiel dat voor het te bekleden ambt vereist wordt.

De sollicitatie wordt ingediend per aangetekende brief of via e-mail met ontvangstbewijs of via afgifte met ontvangstbewijs. Bij de sollicitatiebrief voegt de kandidaat minstens een kopie van de vereiste diploma's, het in artikel 596, tweede lid, van het Strafwetboek bedoelde uittreksel uit het strafregister dat niet ouder is dan zes maanden, een curriculum vitae en een motiveringsbrief."

Art. 34.Artikel 6.82, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "Hij baseert zich onder meer op de motiveringsbrief en een sollicitatiegesprek."

Art. 35.In artikel 7.2 van hetzelfde decreet wordt het woord "vier" vervangen door het woord "drie".

Art. 36.In artikel 7.5, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, wordt het getal "36" vervangen door het getal "37".

Art. 37.In titel 10 van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt een artikel 10.9.1 ingevoegd, luidende : "Art. 10.9.1 - Vermindering van het aantal betrekkingen in het ambt van coördinator De aanwijzingen van de personen die op de dag vóór de aanneming van het programmadecreet 2017 van 20 februari 2017 in het ambt van coördinator Psychologie en in het ambt van coördinator Sociale Wetenschappen aangewezen zijn, worden van ambtswege door de raad van bestuur beëindigd met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden en met toepassing van de opzeggingsmodaliteiten vermeld in artikel 6.83, § 2, vijfde lid."

Art. 38.In dezelfde titel wordt een artikel 10.9.2 ingevoegd, luidende : "Art. 10.9.2 - Herstructurering in de leiding van de lokale vestigingen Indien de raad van bestuur gebruik maakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 2.2, eerste lid, en het aantal betrekkingen in het ambt van 'hoofd van een lokale vestiging' wijzigt, worden de aanwijzingen van de hoofden van een lokale vestiging van de geherstructureerde vestigingen van ambtswege beëindigd met toepassing van de opzeggingstermijn en de opzeggingsmodaliteiten vermeld in artikel 6.83, § 2, vierde en vijfde lid." HOOFDSTUK 4. - Werkgelegenheid

Art. 39.Artikel 339 van de programmawet (I) van 24 december 2002, vervangen bij de wet van 27 december 2012, wordt vervangen als volgt : "Art. 339 - De Regering kan een doelgroepvermindering toekennen voor werkgevers die werknemers in dienst nemen die : 1° behoren tot de categorie 1 vermeld in artikel 330;2° minstens 54 jaar oud zijn op de laatste dag van het kwartaal waarvoor de vermindering aangevraagd wordt;3° een refertekwartaalloon ontvangen dat lager is dan de door de Regering bepaalde loongrens. De Regering kan het forfaitaire bedrag en de subsidiëringsperiode van de doelgroepvermindering vastleggen met inachtneming van de beschikbare begrotingsmiddelen, de loonontwikkeling en de leeftijd van de werknemer vermeld in het eerste lid.

De Regering kan aanvullende voorwaarden voor de toekenning van de doelgroepvermindering vastleggen."

Art. 40.Artikel 353bis/9, eerste lid, 1°, van dezelfde programmawet, ingevoegd bij de wet van 24 april 2014, wordt opgeheven.

Art. 41.Artikel 353bis/10 van dezelfde programmawet, ingevoegd bij de wet van 24 april 2014, wordt opgeheven.

Art. 42.Artikel 12 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I) betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 januari 2004, wordt opgeheven. HOOFDSTUK 5. - Toerisme

Art. 43.Het opschrift van hoofdstuk IV van het decreet van 15 december 2008 betreffende de financiering van de gemeenten en van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn door de Duitstalige Gemeenschap wordt aangevuld met de woorden "en verenigingen voor vreemdelingenverkeer".

Art. 44.In artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 februari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2.1, luidende : " § 2.1 - De gemeenten ontvangen bovendien 7.000 euro voor de basissubsidiëring van de verenigingen voor vreemdelingenverkeer en soortgelijke verenigingen. Dat bedrag wordt als volgt onder de gemeenten verdeeld : Amel : 1.400 euro Büllingen : 750 euro Burg-Reuland : 655 euro Bütgenbach : 375 euro Eupen : 280 euro Kelmis : 280 euro Lontzen : 1.300 euro Raeren : 750 euro Sankt Vith : 1.210 euro Vanaf het begrotingsjaar 2018 worden deze bedragen jaarlijks aangepast aan het ontwikkelingspercentage." 2° in paragraaf 3 worden de woorden " §§ 1 en 2" vervangen door de woorden " §§ 1 tot 2.1".

Art. 45.In artikel 12 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "en verenigingen voor het vreemdelingenverkeer" ingevoegd na het woord "bibliotheken";2° in paragraaf 2, 6°, wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt; 3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende : "7° het decreet van 17 februari 2003 betreffende de erkenning en bevordering van de verfraaiingscomités, verenigingen voor het vreemdelingenverkeer en van de koepelverenigingen ervan, alsmede van de informatiebureaus en informatiepunten, zoals van kracht op 31 december 2016." HOOFDSTUK 6. - Infrastructuur

Art. 46.Artikel 5 van het decreet van 18 maart 2002 betreffende de infrastructuur, gewijzigd bij de decreten van 21 maart 2005 en 17 maart 2008, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Infrastructuurprojecten waarvoor de Regering overeenkomstig artikel 7, 1°, algemene maximumbedragen en maximumbedragen per meeteenheid vastgelegd heeft als basis voor de berekening van de infrastructuurtoelagen, komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van dit decreet."

Art. 47.Artikel 24, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 2007 en 2 maart 2015, wordt opgeheven.

Art. 48.In artikel 36, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, wordt het getal "39" vervangen door het getal "38bis".

Art. 49.In artikel 37, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, wordt het getal "39" vervangen door het getal "38bis".

Art. 50.In artikel 38, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, wordt het getal "39" vervangen door het getal "38bis".

Art. 51.Artikel 39.1, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 februari 2016, wordt vervangen als volgt : "De aanvrager dient een aanvraag om subsidie in bij de Regering; de Regering zendt deze aanvraag, na verificatie van de subsidiëringsvoorwaarden vermeld in artikel 39, door aan de provincie.

De provincie betaalt de subsidie rechtstreeks uit aan de aanvrager na voltooiing van de werkzaamheden, op basis van de bewijsstukken die de aanvrager bij de Regering heeft ingediend en die de Regering aan de provincie doorzendt." HOOFDSTUK 7. - Financiën en begroting

Art. 52.In artikel 12, vijfde streepje, van het decreet van 21 januari 1991 houdende afschaffing en reorganisatie van Begrotingsfondsen worden de woorden "Fonds tot bescherming van het ongeboren leven" vervangen door de woorden "Fonds voor bijzondere hulp aan kinderen en jongeren".

Art. 53.In artikel 1 van het decreet van 17 januari 1994 houdende inrichting van bijkomende begrotingsfondsen van de Duitstalige Gemeenschap, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "artikel 45 van de wet op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 17 juli 1991" vervangen door de woorden "artikel 56 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap"; 2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een bepaling onder 3.1, luidende : "3.1 de leningen terugbetaald op grond van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan;" 3° paragraaf 3 wordt aangevuld met een bepaling onder 1.1, luidende : "1.1 de uitbetaling van de leningen toegekend op grond van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan;" HOOFDSTUK 8. - Diverse bepalingen Afdeling 1 - Niet-commerciële sector

Art. 54.In artikel 65 van het programmadecreet 2013 van 25 februari 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : 1° (geldt alleen voor de Duitse tekst); 2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : "2° in de jaren 2014-2016 537 euro per voltijds equivalente betrekking;" 3° er wordt een bepaling onder 3° ingevoegd, luidende : "3° vanaf 2017 : a) voor de ontwikkeling van de weddeschalen: 714,39 euro per voltijds equivalente betrekking;" b) voor de erkenning van dienstjaren: 248,41 euro per voltijds equivalente betrekking;" 2° paragraaf 2, eerste lid, 3°, wordt vervangen als volgt: "3° de instellingen voldoen aan de minimumvoorwaarden overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van het paritair subcomité 329.02 van 18 februari 2013." 3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3 - De subsidie vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, b), kan niet gevraagd worden voor werknemers voor wie de instellingen al een subsidie gekregen hebben op basis van een ander decreet van de Duitstalige Gemeenschap voor de erkenning van dienstjaren. De subsidie vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, b), en andere voordelen kunnen alleen in aanmerking komen voor de subsidiëring als ze in het kader van een overeenkomst tussen de sociale partners vastgelegd werden en de Regering vooraf met de subsidiëring van die voordelen ingestemd heeft." Afdeling 2 - Rechtsterminologie

Art. 55.In het decreet van 19 januari 2009 houdende vaststelling van de regels van de Duitse rechtsterminologie wordt een artikel 7.1 ingevoegd, luidende : "Art. 7.1 - De Regering wordt ertoe gemachtigd de terminologie in de geldende decreets- en wetsbepalingen in overeenstemming te brengen met de rechtsterminologie die op grond van dit decreet bindend is." Afdeling 3 - Erediensten

Art. 56.Artikel 29, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 19 mei 2008 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten wordt aangevuld met de woorden "en aan de goederen die overeenkomstig artikel 28, 1°, opbrengsten genereren". HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen

Art. 57.Dit decreet treedt in werking de dag waarop het wordt bekendgemaakt, met uitzondering van : 1° artikel 29, dat uitwerking heeft met ingang van 11 juni 2015;2° de artikelen 23, 24, 55 en 56, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2017;3° artikel 4, dat in werking treedt op 1 juli 2017;4° de artikelen 41 tot 44, die in werking treden op 1 januari 2018;5° artikel 1 en de artikelen 30 tot 40 en de artikelen 45 tot 47, die in werking treden op de dag waarop dit decreet wordt aangenomen;6° artikel 14, dat in werking treedt op de dag van de laatste bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de inhoudelijk identieke bepaling door de andere entiteiten bevoegd voor gezinsbijslagen. Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Eupen, 20 februari 2017.

O. PAASCH De Minister-President I. WEYKMANS De Viceminister-President, Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme A. ANTONIADIS De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden H. MOLLERS De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek _______ Nota Zitting 2016-2017 Parlementaire stukken: 155 (2016-2017) Nr. 1 Voorstel van decreet 155 (2016-2017) Nr. 2+3 Voorstellen tot wijziging 155 (2016-2017) Nr. 4 Verslag + Erratum Integraal verslag: 20 februari 2017 - Nr. 37 Bespreking en aanneming


begin


Publicatie : 2017-03-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^